Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Hoe kan ik als eerstelijns hulpverlener het cliëntensysteem van een volwassen persoon ondersteunen bij gecompliceerde rouw?

Karel de Grote Hogeschool
2026
Amber
De Koninck
Rouw is een normaal onderdeel van het leven, maar soms blijft iemand vastzitten in een intens en langdurig rouwproces. Deze bachelorproef onderzoekt hoe eerstelijnshulpverleners het cliëntensysteem (familie en naasten) kunnen ondersteunen wanneer een volwassen persoon met gecompliceerde rouw geen professionele hulp wil aanvaarden. Vanuit literatuuronderzoek en een persoonlijke praktijkervaring wordt ingegaan op de impact van gecompliceerde rouw op zowel de rouwende als diens omgeving. Daarnaast worden de noden van naasten in kaart gebracht en worden concrete handvatten aangereikt voor hulpverleners, waaronder een sociale kaart en een brochure met toegankelijke informatie en ondersteuningsmogelijkheden. De bachelorproef benadrukt dat niet alleen de rouwende, maar ook het cliëntensysteem nood heeft aan erkenning, informatie en begeleiding om het rouwproces samen draaglijker te maken.
Meer lezen

Conflicted Playground: Erfgoed in een veelstemmig onderhandelingsproces

KU Leuven
2026
Emile
Vertriest
Conflicted Playground: Erfgoed in een veelstemmig onderhandelingsproces
Synthese Masterproef Emile Vertriest (Grand Tour 2025-2026)
KU Leuven Faculteit Architectuur Campus Sint-Lucas Gent
Promotor: Carl Bourgeois | Co-promotor: Hugo Vanneste

In deze masterproef onderzoek ik hoe we omgaan met postindustrieel erfgoed, meer bepaald de leegstand, herprogrammering en het onderhoud ervan. Als casestudy koos ik de voormalige steenkoolmijn Forte-Taille nabij Charleroi, een verlaten steenkoolmijn die sinds haar sluiting in 1935 geleidelijk werd overgenomen door spontane plantengroei, urbex-bezoekers en verval.

Het onderzoek vertrekt vanuit mijn 'Grand Tour' door Japan en België, waarbij verschillende erfgoedsites werden bezocht en geobserveerd. Daaruit ontstond de vaststelling dat omgang met erfgoed steeds het resultaat is van culturele subjectiviteit, maatschappelijke waarden en economische afwegingen. Waar de Belgische omgang met erfgoed vaak gericht is op restauratie, onderhoud en herbestemming, lijkt de Japanse benadering wat meer ruimte te laten voor vergankelijkheid, aanpassing en zelfs verdwijning.

Deze observaties deden mij de gekozen site steeds minder beschouwen als een toestand die om een oplossing vroeg, maar eerder als een proces dat voortdurend transformeert.
Tijdens het ontwerptraject bleek het dan ook moeilijk om een specifieke toekomstvisie voor de site te vormen. Forte-Taille is groot, gelaagd en kent verschillende mogelijke gebruikers, elk met hun eigen belangen en benaderingen ten opzichte van erfgoed. Een keuze voor één definitieve toekomstvisie betekende onvermijdelijk het uitsluiten van andere mogelijkheden. Die complexiteit werd uiteindelijk juist het uitgangspunt van mijn project.

Ik besloot Forte-Taille te vertalen naar een speculatief bordspel. Het spel als medium laat een vrijwel oneindig aantal ruimtelijke combinaties toe en maakt complexiteit zichtbaar zonder een voorkeur uit te spreken over bepaalde ruimtelijke keuzes. Het spel werkt als een simulatie van conflicten die ontstaan wanneer verschillende actoren met elk hun eigen logica belang hebben bij dezelfde plek. Vier protagonisten nemen het tegen elkaar op:

• De Conservator, die de gebouwen wil beschermen en consolideren.
• De Ontwikkelaar, die nieuwe programma’s en gebouwen introduceert.
• De Ecoloog, die ruimte vrijmaakt voor natuurlijke processen en vegetatie.
• De Verkenner, die zich de site toe-eigent via tijdelijke constructies opgebouwd uit
gerecupereerde materialen en industrieel puin.

Elke speler beweegt over een spelbord dat gebaseerd is op de werkelijke site. Door middel van claims, obstructies en tijdsgebonden gebeurtenissen proberen ze hun invloed op de site uit te breiden. Wanneer een speler terrein verliest verdwijnen de interventies niet, maar keren ze terug naar hun eigenaar om elders opnieuw ingezet te worden. Zo ontstaat een eindeloze cyclus van conflict, toe-eigening, verval en transformatie waarin geen definitieve winnaar mogelijk is. Door het conflict centraal te stellen legt het spel de complexiteit en subjectiviteit bloot van erfgoedbeleid, ruimtelijke keuzes en de vele actoren die betrokken zijn bij het vormgeven van de site. Tegelijk benadrukt het de rol van de architect als bemiddelaar: niet als ontwerper van één standpunt, maar als iemand die uiteenlopende belangen verenigt binnen een dynamisch en complex proces.
Meer lezen

Tussen afscheid en verbondenheid Euthanasie in de thuiscontext als relationeel gezinsproces

Odisee Hogeschool
2026
kimberly
Vangheluwe
Euthanasie in de thuiscontext wordt vaak benaderd vanuit de autonomie van de patiënt en de medische besluitvorming. Deze bachelorproef toont echter aan dat euthanasie veel meer is dan een individuele keuze: het is een ingrijpend gezinsproces waarin partners, kinderen, mantelzorgers en andere naasten samen afscheid nemen en omgaan met verlies.

Vanuit een gezinswetenschappelijk perspectief onderzoekt deze bachelorproef welke rol de gezinswetenschapper kan opnemen in het ondersteunen van gezinnen tijdens een euthanasietraject in de thuiscontext. Aan de hand van een literatuurstudie, een praktijkgerichte probleemverkenning en twee geanonimiseerde casussen worden de emotionele en relationele processen binnen gezinnen in kaart gebracht. Daarbij staan thema's zoals gezinsveerkracht, anticiperende rouw, relationele autonomie, communicatie en de positie van kinderen centraal.

Het onderzoek toont aan dat gezinnen niet alleen behoefte hebben aan medische begeleiding, maar ook aan ondersteuning die ruimte creëert voor open communicatie, gedeelde betekenisgeving en emotionele afstemming. In het bijzonder blijkt dat kinderen baat hebben bij eerlijke, leeftijdsadequate informatie en betrokkenheid tijdens het afscheid.

Als antwoord op deze noden werden twee praktijkgerichte hulpmiddelen ontwikkeld: gesprekskaarten die moeilijke gesprekken binnen gezinnen ondersteunen en een narratief kinderboekje, Egel zegt zachtjes tot ziens, dat kinderen op een warme en begrijpelijke manier helpt omgaan met afscheid, liefde en verlies. Deze bachelorproef benadrukt de meerwaarde van de gezinswetenschapper als brugfiguur tussen de medische wereld en het gezin en pleit voor een meer relationele benadering van euthanasie in de thuiscontext.
Meer lezen

Productie en evaluatie van elektrogesponnen TEOS-gebaseerde nanovezelmembranen als SALDI-substraten voor fecale metabolomics via LA-REIMS

Odisee Hogeschool
2026
Elia Amnon
Bar On
Binnen een klinische en biomedische context zijn snelle en robuuste analysemethoden voor untargeted metabolomics essentieel. Laser-assisted rapid evaporative ionisation massaspectrometrie (LA-REIMS) maakt directe analyse van biofluïda mogelijk, maar de analytische prestaties worden bepaald door de intrinsieke matrixeigenschappen van het staal. Elektrogesponnen nanovezelmembranen kunnen via surface-assisted laser desorption/ionisation (SALDI) de desorptie en ionisatie verbeteren en zo de analyses versterken. Het potentieel van silicagebaseerde nanovezelmembranen als SALDI-substraten binnen LA-REIMS-gebaseerde metabolomics is echter nog onvoldoende geëvalueerd.

In deze studie wordt onderzocht in welke mate elektrogesponnen tetraethylorthosilicaat (TEOS)-gebaseerde nanovezelmembranen de prestaties van LA-REIMS-analyses voor fecale metabolomics beïnvloeden.

De productie van TEOS-membranen omvat het elektrospinnen van een sol-geloplossing, gevolgd door een thermische behandeling om een superhydrofiel membraan te verkrijgen. De morfologie en hydrofiliciteit worden gekarakteriseerd met scanning-elektronenmicroscopie, watercontacthoekmetingen en infraroodspectrometrie. De analytische prestaties worden geëvalueerd via LA-REIMS-analyse van fecale stalen en vergeleken met rechtstreekse analyse van feces en met geoptimaliseerde MetaSAMP-membranen. Data-analyse omvat principal component analysis, evaluatie van reproduceerbaarheid en vergelijking van metabolomische dekking.

LA-REIMS-analyses tonen aan dat met fecale stalen geïmpregneerde TEOS-membranen een metabolomische vingerafdruk genereren die vergelijkbaar is met die van feces as-such, met detectie van een groter aantal features. Tegelijkertijd worden, vergeleken met zowel MetaSAMP-membranen als feces as-such, beperkingen vastgesteld in reproduceerbaarheid en signaalintensiteit, met lagere signaalintensiteiten en meer variabele features (p < 0,01).

Na optimalisatie van de membraandikte en het staalvolume worden TEOS-membranen verkregen die significant hogere signaalintensiteiten opleveren dan feces as-such (p < 0,01; g > 1), met een hoger aantal gedetecteerde features (p < 0,01) en een aanvaardbare reproduceerbaarheid (> 75 % van de features met een variatiecoëfficiënt ≤ 30 %).

De resultaten tonen aan dat elektrogesponnen TEOS-gebaseerde nanovezelmembranen doeltreffend zijn als SALDI-substraat binnen LA-REIMS-gebaseerde metabolomics. Toekomstige studies kunnen zich richten op het optimaliseren van de membraanproductie, functionalisatiestappen en het verder afstemmen van de LA-REIMS-methode.
Meer lezen

ALTER.UP, Een digitaal upcyclingplatform als duurzaam alternatief voor trendgevoelige overconsumptie

Universiteit Antwerpen
2026
Marthe
Schouwenaars
Deze masterproef, uitgevoerd binnen de opleiding Productontwikkeling, onderzoekt hoe een digitaal product-dienstsysteem consumenten kan stimuleren om kleding te upcyclen als duurzaam alternatief voor trendgevoelige overconsumptie. Vanuit een uitgebreid onderzoeks- en ontwerpproces werden menskundige, technologische en economische inzichten vertaald naar een concreet concept, ALTER.UP, een digitaal upcyclingplatform. Het iteratieve ontwerpproces, met conceptontwikkeling, prototyping, gebruikersvalidaties en verfijningen, vormt de kern van deze thesis en toont hoe een doordachte productontwikkelingsmethodologie kan leiden tot een innovatieve, gebruiksvriendelijke en duurzame oplossing.

ALTER.UP begeleidt gebruikers gedurende het volledige upcyclingproces. Via een 3D-lichaamsscan wordt een persoonlijke avatar aangemaakt waarop bestaande kledingstukken digitaal kunnen worden gevisualiseerd. Gebruikers kunnen vervolgens verschillende upcyclingontwerpen uitproberen en aanpassen aan hun eigen stijl, waardoor ze vooraf een realistisch beeld krijgen van het eindresultaat. Na het kiezen van een ontwerp biedt het platform stapsgewijze instructies, materiaalsuggesties en ondersteuning van experten en de community om de uitvoering te vergemakkelijken. Door onzekerheid over het eindresultaat weg te nemen en inspiratie, begeleiding en vertrouwen te bieden, verlaagt ALTER.UP de drempel tot upcycling. Zo worden consumenten gestimuleerd om bestaande kleding langer te gebruiken, de emotionele en esthetische waarde ervan te verhogen en de levensduur van kleding te verlengen als alternatief voor de aankoop van nieuwe kleding.
Meer lezen

Strategische markttoetreding tot de Duitse voedingssupplementensector

Hogeschool UCLL
2026
Brent
Goris
Verschillende Vlaamse kmo’s actief in de voedingssupplementensector richten zich in de beginfase voornamelijk op de Belgische, Nederlandse en Franse markt. Dit is grotendeels te verklaren door het feit dat zowel het Frans als het Nederlands in Vlaanderen de meest gesproken talen zijn, wat de toetredingsdrempel tot deze markten verlaagt. Echter grenst België ook aan een andere veelbelovende markt: de Duitse markt. Met ruim 83 miljoen inwoners is deze markt qua omvang bijna even groot als de Belgische, Nederlandse en Franse markt samen. Maar hoe kan een Vlaamse kmo actief in de voedingssupplementensector succesvol intrede doen tot deze markt?

Het doel van dit onderzoek is dan ook om de Vlaamse kmo’s actief in de voedingssupplementensector een beter beeld te geven van deze markt en haar potentieel. Hiervoor is de volgende onderzoeksvraag opgesteld: Hoe kan de Vlaamse onderneming We’R Nutrition zich strategisch voorbereiden op een succesvolle markttoetreding in Duitsland?
Onder ‘strategische voorbereiding’ wordt in deze context verstaan: het grondig in kaart brengen van de Duitse markt voor voedingssupplementen, waarna de onderneming een beter inzicht krijgt in de relevante factoren die een potentiële markttoetreding bepalen en beïnvloeden.

Om een antwoord te kunnen formuleren op deze onderzoeksvraag werden er een aantal deelvragen opgesteld waarin er een combinatie van desk- en fieldresearch voorkomt. Zo wordt er binnen deskresearch onder andere dieper onderzoek gedaan naar de Duitse markt waarin het marktpotentieel duidelijk in kaart wordt gebracht. In het kader van fieldresearch werden Duitse consumenten effectief bevraagd over hun aankoopgedrag en voorkeuren met betrekking tot voedingssupplementen. Uit de resultaten van de bevraging bleek dat een meerderheid van de Duitse consument wetenschappelijke productonderbouwing en transparantie zeer belangrijk vindt. Daarnaast werd een case study uitgevoerd op een Belgisch merk, dat reeds succesvol zijn intrede heeft gedaan op de Duitse markt, en werden de bevindingen uit het deskresearch afgetoetst met de praktijk door middel van een eigen praktijktoetsing tijdens de stageperiode bij We'R Nutrition.

Op basis van deze resultaten wordt ten slotte een strategisch stappenplan uitgewerkt, met concrete aanbevelingen die We’R Nutrition kan toepassen om een effectieve en doordachte intrede te realiseren op de Duitse markt. Op die manier biedt dit onderzoek niet enkel voor We'R Nutrition, maar ook voor andere Vlaamse kmo's binnen de voedingssupplementensector, een waardevol referentiekader bij het overwegen van een internationale uitbreiding naar de Duitse markt. Het is aan de ondernemingen zelf om na het lezen van de aanbevelingen een uiteindelijke go/no-go-beslissing te nemen.
Meer lezen

REBUILDING AND VALIDATING AN AERODYNAMIC BALANCE FOR WIND TUNNEL TESTING

Vrije Universiteit Brussel
2026
Reda
Lamrani
Een tweeassige krachtbalans voor de windtunnel van de VUB-onderzoeksgroep FLOW: ontworpen, gebouwd, gekalibreerd en gevalideerd op drie klassieke windtunnelmodellen.
Meer lezen

Evolutionary genetics of human cold adaptation using Drosophila melanogaster

KU Leuven
2026
Febe
Cappelaere
Mijn thesis was een verkennend onderzoek dat Drosophila melanogaster homologen van genen die geassocieerd zijn met menselijke koude-adaptatie wou functioneel karakteriseren in koude fysiologie.
Meer lezen

EmbedLLM from legacy documents to embedded XR instructions: automatic context aware content generation to support manual task execution

Universiteit Hasselt
2026
Bram
Verstappen
This thesis addresses the cognitive friction associated with executing manual tasks using flat 2D documentation in spatial computing environments, where users must constantly shift attention between instructions, physical tools, and machinery. To solve this, we present EmbedLLM, the first automated, context-aware content reformatting framework that adapts both content design and presentation to the user’s environment and specific goal. EmbedLLM converts unstructured step-based PDF manuals into 3D spatially embedded instructions in Virtual Reality (VR). The system operates via a pipeline that abstracts the environment into a semantic scene graph, leverages a multi-stage Large Language Model (LLM) reasoning chain to construct step-based instruction nodes and semantic edges, and instantiates these panels using a novel, semantically aware force-directed 3D label placement algorithm to achieve spatial equilibrium and prevent visual clutter.
We evaluated EmbedLLM through a preliminary preference survey (n = 20) across diverse environments and a within-subjects user study (n = 12) comparing the framework to a traditional floating PDF window during 3D printer maintenance tasks. The preference survey showed that EmbedLLM achieves significantly higher environmental alignment than traditional baseline documents, with participants strongly favoring spatial orchestration for complex, structurally demanding procedures. However, the task execution study revealed a clear trade-off: active task support with EmbedLLM resulted in significantly longer completion times (996.93 s vs. 580.46 s) and increased cognitive load (3.00 vs. 2.31 on the NASA-TLX scale). Qualitative feed-back suggests these performance costs stem from the rigid sequential pacing of the generated interface and novices struggling with hardware terminology.
This work contributes the technical pipeline of EmbedLLM, a semantically enhanced physics layout algorithm, and empirical insights on context-aware XR instruction delivery. Future research directions include real-time situated action updates, user skill level adaptation, and integration with agentic GUI automation and text-to-3D models.
Meer lezen

ALS training in het Kanifing General Hospital in The Gambia

Hogeschool PXL
2026
Britt
Motten
  • Aude
    Nuyts
  • Nomie
    Haazen
Mijn scriptie in het kort gaat over het verbeteren van Advanced Life Support (ALS)-training voor verpleegkundigen in een ziekenhuis in een lage-inkomenscontext (Kanifing General Hospital in Gambia).

Het doel van het onderzoek is om te bekijken of een aangepaste ALS-training, gebaseerd op simulatiegericht leren en herhaalde oefening, een invloed heeft op de kennis, praktische vaardigheden en het zelfvertrouwen van verpleegkundigen bij reanimatie.

In de literatuurstudie werd onderzocht welke didactische methoden het meest effectief zijn voor ALS-opleidingen. Hieruit bleek dat vooral simulatiegebaseerd leren, gecombineerd met feedback en regelmatige herhaling, leidt tot betere leerresultaten en meer zelfvertrouwen. Daarnaast werd duidelijk dat kennis en vaardigheden snel afnemen zonder opfrissing.

Op basis van deze inzichten werd een contextgerichte ALS-training ontwikkeld en uitgevoerd in Kanifing General Hospital. De training werd aangepast aan de beperkte middelen in het ziekenhuis en bestond uit een korte theoretische sessie, praktische simulaties en visuele hulpmiddelen zoals een flowchart/poster.

Om het effect van de training te meten, werd gewerkt met een voor- en nameting bij verpleegkundigen uit de spoed-, medische en chirurgische afdelingen. De resultaten tonen een duidelijke verbetering in kennis en zelfvertrouwen, vooral bij het gebruik van de AED en het toepassen van ALS-protocollen.

De conclusie van de scriptie is dat een gestructureerde, contextgerichte en herhaalde ALS-training op basis van simulatie effectief is om de competentie van verpleegkundigen te verbeteren, zelfs in omgevingen met beperkte middelen.
Meer lezen

De meerwaarde van systematisch tandenpoetsen bij geïntubeerde patiënten op intensieve zorgen.

Hogeschool UCLL
2026
Yonne
Van der Vorst
Inleiding:
Ventilator-geassocieerde pneumonie (VAP) vormt een belangrijke complicatie bij geïntubeerde patiënten op de intensieve zorgen (IZ) en gaat gepaard met verhoogde morbiditeit, mortaliteit en zorgkosten (Simmons et al., 2024). Mondzorg speelt een cruciale rol in de preventie van deze infecties, maar in de klinische praktijk bestaat er variatie in de uitvoering ervan (Kelly et al., 2023).

Doelstelling:
Deze bachelorproef onderzoekt de meerwaarde van systematisch tandenpoetsen ten opzichte van het gebruik van swabs met een chloorhexidine oplossing 0,12% (CHX 0,12%) bij geïntubeerde patiënten. De centrale onderzoeksvraag is of tandenpoetsen effectiever is binnen evidence-based mondzorg en bij het reduceren van infectierisico’s.

Methodologie:
Er werd een literatuuronderzoek uitgevoerd waarbij recente wetenschappelijke artikels geanalyseerd werden. Geselecteerde studies werden kritisch beoordeeld op relevantie en kwaliteit, met focus op interventies binnen mondzorg en hun effect op klinische uitkomsten zoals VAP, beademingsduur en opnameduur.

Resultaten:
Uit de literatuur blijkt dat systematisch tandenpoetsen een essentiële interventie is binnen de mondzorg bij geïntubeerde patiënten. Mechanische reiniging met een zachte tandenborstel (met of zonder water of tandpasta) verwijdert tandplaque en bacteriële biofilm effectiever dan swabs met CHX 0,12% alleen, waardoor het risico op respiratoire infecties vermindert (Santos et al., 2024; Kelly et al., 2023). Dagelijks tandenpoetsen wordt geassocieerd met een lagere incidentie van ziekenhuisopgelopen pneumonie (HAP), een kortere beademingsduur en een verkorte opname op de IZ (Ehrenzeller & Klompas, 2024). Hoewel CHX 0,12% een antimicrobieel effect heeft, blijkt het als afzonderlijke interventie alleen onvoldoende effectief en worden mogelijke nadelen zoals mucosale irritatie en een verhoogde mortaliteit bij niet-cardio chirurgische IZ patiënten beschreven (Simmons et al., 2024). De combinatie van tandenpoetsen lijkt effectiever dan alleen het gebruik van CHX 0,12% met een swab (Sozkes & Sozkes, 2023; Vidal et al., 2017). Daarnaast tonen observaties op de IZ van Noorderhart Pelt aan dat de uitvoering van mondzorg in de praktijk varieert en dat tandenpoetsen niet consequent wordt toegepast, ondanks bestaande protocollen. Deze discrepantie tussen theorie en praktijk wordt ook beschreven door Kelly et al. (2023).

Conclusie:
Systematisch tandenpoetsen heeft een duidelijke meerwaarde ten opzichte van swabs met CHX 0,12% als afzonderlijke interventie binnen de mondzorg bij geïntubeerde patiënten. Mechanische biofilmverwijdering vormt een essentiële pijler van evidence-based mondzorg en draagt bij aan het verminderen van infectierisico’s, waaronder VAP, evenals aan betere klinische uitkomsten (Ehrenzeller & Klompas, 2024; Santos et al., 2024). CHX 0,12% swabs kunnen aanvullend gebruikt worden, maar blijkt onvoldoende effectief zonder mechanische reiniging en wordt bovendien geassocieerd met mogelijke nadelige effecten bij langdurig routinematig gebruik (Simmons et al., 2024). De combinatie van tandenpoetsen (met of zonder water of tandpasta) en een CHX 0,12% swab toont betere resultaten dan het gebruik van CHX 0,12% swabs alleen (Sozkes & Sozkes, 2023; Vidal et al., 2017). De resultaten benadrukken daarnaast de noodzaak van een uniforme implementatie van evidence-based mondzorgprotocollen binnen de klinische praktijk (Kelly et al., 2023). Aanbevolen wordt om tandenpoetsen systematisch als standaardinterventie toe te passen en verpleegkundigen verder te ondersteunen via opleiding, sensibilisering en duidelijke richtlijnen.
Meer lezen

Te klein voor woorden, niet voor pijn: Patiëntgerichte pijnzorg voor neonaten op de NICU en de impact op ouders en verpleegkundigen

Hogeschool UCLL
2026
Amber
Martin
Deze bachelorproef onderzoekt de impact van het niet-systematisch toepassen van niet-farmacologische pijninterventies bij neonaten op de NICU. Aan de hand van een literatuurstudie wordt nagegaan welke gevolgen dit heeft voor neonaten, ouders en zorgverleners. De resultaten tonen aan dat interventies zoals huid-op-huidcontact, orale sucrose, borstvoeding en gefaciliteerd instoppen pijn en stress bij neonaten kunnen verminderen. Daarnaast blijkt dat actieve ouderparticipatie de betrokkenheid en het welzijn van ouders bevordert, terwijl een gebrek aan ondersteuning en duidelijke richtlijnen kan leiden tot stress bij ouders en morele stress bij verpleegkundigen. Op basis van deze bevindingen werd het NeoTripleComfort Programma ontwikkeld, een praktijkgericht model dat focust op systematische comfortzorg, ouderparticipatie en ondersteuning van zorgverleners, met als doel de kwaliteit van neonatale pijnzorg op de NICU te verbeteren.
Meer lezen

Naar meer inclusieve sociale evenementen: de rol van omgevingsaanpassingen en een rustruimte

Hogeschool VIVES
2026
Jente
Vanslambrouck
  • Jana
    Storme
Een onderzoek naar passende aanpassingen voor sociale evenementen en een evaluatie van de effectiviteit van een rustruimte tijdens een familie-evenement voor kinderen met prikkelverwerkingsverschillen.
Meer lezen

Hoe verlicht AI het werk van leerkrachten met weinig AI-ervaring?

AP Hogeschool Antwerpen
2026
Magnus
Van Dyck
  • Tayyba
    Chaudery
  • Ikram
    Saïd
  • Hafsa
    El Mousati
  • Brent
    Vanhoof
AI verlicht vooral taken zoals lesvoorbereiding, differentiatie, evaluatie, administratie en creatieve opdrachten. Leerkrachten kunnen hierdoor sneller materiaal ontwikkelen en efficiënter werken. Tegelijk blijft een kritische houding noodzakelijk: AI‑output moet gecontroleerd worden, scholen moeten duidelijke richtlijnen voorzien en leerkrachten hebben opleiding en tijd nodig om te experimenteren. AI ondersteunt het denkproces, maar mag het nooit vervangen.
Meer lezen

The lost creatives

Karel de Grote Hogeschool
2026
Melisa
Kurti
  • Emile
    De Pooter
Via dit document willen we de verschillende complexe processen achter het verhaal van de verloren creatievelingen onder de aandacht brengen. Eerst en vooral willen we een belangrijke evolutie van dit project verduidelijken die zal helpen de tijdlijn duidelijker te maken.

Aanvankelijk begon dit verhaal als een soloproject van mij, Melisa, waarbij het de bedoeling was dat het verhaal live zou worden uitgevoerd. Maar op advies en steun van mijn leraren besloot ik over te schakelen naar een stop-motion formaat om het artistieke aspect en de vaardigheden die ik tijdens mijn academische jaren had verworven, waardoor ik ze goed kon laten zien, niet te verliezen. Tijdens het productieproces had ik Emile bij me, wat leidde tot de evolutie van het verhaal van de Lost artist naar wat nu het verhaal is van de lost creatives.

oorspronkelijk ging ik ( Emile ) aan een ander project meewerken. Dit is door onzekerheid over mijn mogelijkheid om af te studeren met een buis op project audio-video in twijfel getrokken. eens er besloten was toch mijn bachelorproef dit jaar te doen. Ik was niet meer welkom in mijn groep, wat ervoor zorgde dat ik halverwege het tweede semester er alleen voor stond. Ik was doorheen het jaar op de hoogte van Melisa haar visie op de bachelorproef en vond het een zeer interessant concept grotendeels vanuit mijn eigen levenservaring. Dus heb ik snel de beslissing gemaakt te horen of er nog plaats was voor een extra groepsgenoot die graag zijn mening en visie op het verhaal en onderwerp wilde delen. Hierdoor zijn we een team geworden dat zich volledig wijdt aan het verhaal van de lost creatives. Dat ons nou aan het hart ligt.

Meer lezen

Forensisch betrouwbare 3D-reconstructie met Gaussian Splatting

Universiteit Hasselt
2026
Jamie
Withofs
Deze masterproef onderzoekt de inzetbaarheid van Gaussian Splatting als betrouwbare techniek voor forensische 3D-reconstructie van misdaadscènes. Gaussian Splatting is een recente neurale weergavemethode die vanuit multi-view videobeelden fotorealistische 3D-modellen genereert via ellipsvormige volumetrische primitieven, zogenaamde splats, die samen een continue en vloeiende representatie van de scène vormen. De techniek onderscheidt zich van klassieke mesh-based methoden door haar uitzonderlijke visuele kwaliteit en efficiënte renderingpipeline, maar brengt tegelijkertijd een fundamenteel forensisch probleem met zich mee: tijdens de trainingsoptimalisatie heeft het model de neiging om geometrische informatie bij te verzinnen om gaten in de initialisatiedata op te vullen. Wanneer de reconstructie als juridisch bewijsmateriaal dient, is dergelijke hallucinatie onaanvaardbaar, omdat elke weergegeven vorm of afstand herleidbaar moet blijven tot authentieke, meetbare brondata.

Om dit probleem aan te pakken werd een volledige onderzoeks- en ontwikkelingspipeline opgezet in samenwerking met de Federale Gerechtelijke Politie Limburg. De dataverzameling combineerde videobeelden en meervoudige LiDAR-scans van een gecontroleerde testscène. De videobeelden werden verwerkt via een COLMAP-gebaseerde Structure from Motion (SfM) pipeline die de relatieve camera-poses en een sparse puntenwolk reconstrueerde. De LiDAR-scans werden samengebracht tot één dense referentiepuntenwolk via iteratieve ICP-gebaseerde registratie met outlier filtering op basis van IQR-analyse, radiale filtering en asgeoriënteerde filtering, en vervolgens geëxporteerd als een geïntegreerd .e57-bestand.

De kern van de bijdrage is een alignment pipeline die de sparse COLMAP-puntenwolk uitlijnt met de dense LiDAR-data. De resulterende transformatiematrix wordt toegepast op alle camera-extrinsieken, zodat de LiDAR-geometrie als initialisatiebasis kan dienen voor de Gaussian Splatting-training zonder de architectuur van de trainingsomgeving te wijzigen. Een eigen visibility-based downsampling-stap geeft daarbij prioriteit aan de LiDAR-punten die zichtbaar zijn vanuit de gecalibreerde camera-posities, wat de trainingsefficiëntie verhoogt zonder de geometrische volledigheid te compromitteren.

De Gaussian Splatting-training werd vervolgens uitgebreid met constraints die de geometrische trouw aan de LiDAR-meetdata waarborgen. In de volledig geconstrained variant worden zowel de positie-optimalisatie als de densification van Gaussians uitgeschakeld, waardoor elke splat exact op zijn initiële LiDAR-positie blijft staan. Dit levert een forensisch maximaal betrouwbaar model op, ten koste van visuele volledigheid in zones met beperkte LiDAR-dekking. Een uitgebreide parameterstudie onderzocht vervolgens tussenliggende configuraties, waarbij de interactie tussen de positie learning rate, de opacity learning rate, de opacity regularization en het MCMC-herplaatsingsmechanisme systematisch in kaart werd gebracht. De resultaten tonen aan dat een werkelijk compromis slechts beperkt haalbaar is: een gedeeltelijke vrijstelling van de positie-optimalisatie levert voor structurele elementen zoals wanden en vloer een aanvaardbare visuele kwaliteit op, maar biedt onvoldoende garantie voor dunne objecten met beperkte LiDAR-puntdichtheid. Op basis van de studie werden twee aanbevolen configuraties geformuleerd: één voor gebruik als visueel illustratiemateriaal voor rechters en jury's, en één als volledig geconstrained forensisch bewijsmiddel.

Aanvullend werd een forensische toolchain ontwikkeld die de integriteit van de reconstructie kwantitatief en visueel onderbouwt. De Lichtfeld Studio-module berekent per Gaussian een betrouwbaarheidsscore op basis van de afstand tot zijn initiële LiDAR-positie, en visualiseert deze als een groen-geel-rood kleuroverlay. Een hallucination mask maakt een binaire splitsing tussen originele en nieuw aangemaakte splats, met kleurcodering voor de mate van positionele drift. De juridische validatiemodule voert een kwantitatieve alignmentvalidatie uit op basis van RMSE en overlappercentage, en genereert een integriteitsgeborgd JSON-rapport met SHA-256-hashing over alle relevante velden, een gedocumenteerde chain of custody en een onafhankelijk verifieerbaar RFC 3161-tijdstempel. Tot slot werd een Electron-gebaseerde rechtbankviewer ontwikkeld die dit rapport omzet naar een formeel PDF-deskundigenverslag.

De evaluatie bevestigt dat Gaussian Splatting via de ontwikkelde constrained pipeline forensisch inzetbaar is, mits een duidelijk onderscheid wordt gehanteerd tussen het gebruik als illustratiemateriaal en het gebruik als geometrisch bewijsmiddel. In het laatste geval fungeert de Gaussian Splatting-reconstructie als visuele toelichting bij de LiDAR-puntenwolk, die als primaire meetreferentie bewaard en ingediend dient te worden. De ontwikkelde toolchain biedt de forensische praktijk een transparant en controleerbaar raamwerk om dit onderscheid procedureel te verankeren.
Meer lezen

Door dik en dun, voor dik en dun. Gewichtsstigma in de zorg: de rol van ergotherapie in inclusieve gezondheidszorg

Hogeschool PXL
2026
Katrien
Driesen
Personen met een hoger lichaamsgewicht worden in zorgcontexten regelmatig gereduceerd tot hun gewicht, eerder dan benaderd vanuit hun volledige gezondheidssituatie. Dit kan leiden tot stigmatisering, zorgvermijding en verminderde participatie. Gewichtsstigma wordt daarom steeds vaker erkend als een sociale determinant van gezondheid met een negatieve impact op zorgervaringen en gezondheidsuitkomsten.
Deze bachelorproef onderzoekt hoe ergotherapie kan bijdragen aan het verminderen van gewichtsstigma en het bevorderen van inclusieve participatie binnen een zorgcontext.
Meer lezen

Van abstracte data naar intuïtieve feedback: Het potentieel van Mixed Reality op de Meta Quest voor reanimatietraining binnen de geneeskunde.

HOGENT
2026
Dogukan
Uyanik
Traditionele reanimatietraining voor verpleegkundigen steunt vaak op externe 2D-interfaces voor feedback, wat leidt tot het split-attention effect. De hulpverlener moet hierbij de aandacht verdelen tussen de fysieke handeling op de reanimatiepop en een extern scherm, wat de cognitieve belasting verhoogt en de leercurve belemmert. Deze bachelorproef onderzoekt hoe Mixed Reality (MR) technologie dit proces kan optimaliseren door real-time, intuïtieve feedback direct in het gezichtsveld
van de gebruiker te projecteren. Het doel van dit onderzoek was de ontwikkeling van een Proof of Concept (PoC) op de Meta Quest 3, waarbij sensordata van een reanimatiepop in real-time wordt gevisualiseerd via een Unity-applicatie. Een significante technische barrière in dit proces was de gesloten aard van de beschikbare communicatieprotocollen. Hoewel de fabrikant eigen ecosystemen aanbiedt, ontbreekt een publiek toegankelijke en gedocumenteerde SDK die directe integratie met de Meta Quest 3 en de Unityomgeving mogelijk maakt. Daarnaast vormt de beperkte native ondersteuning voor Bluetooth Low Energy (BLE) binnen de standaard Unity-ontwikkelomgeving voor Android-gebaseerde headsets een extra hindernis.
Om dit probleem te overbruggen, is een diepgaand technisch onderzoek uitgevoerd
naar het communicatieprotocol van de pop. Door middel van reverse engineering
technieken waaronder het decompileren van officiële software en het analyseren van Bluetooth Low Energy (BLE) pakketjes via HCI snoop logs en Wireshark op een gerouteerd Android-toestel zijn de verborgen handshakes en datacharacteristics
ontcijferd. Het resultaat is een werkend prototype dat live sensordata (zoals compressiediepte en frequentie) vertaalt naar ruimtelijke visualisaties, waaronder een ghost avatar en een dynamisch reagerend hartmodel. De voorlopige resultaten van deze PoC tonen aan dat MR in staat is om de kloof tussen haptische ervaring en visuele feedback te dichten. Dit onderzoek legt hiermee de technische fundamenten voor een nieuwe generatie medische simulatietools die verpleegkundigen effectiever kunnen voorbereiden op kritieke levensreddende situaties.
Meer lezen

Region-Based Selective Remeshing for User-Guided Generative 3D Model Editing

Universiteit Hasselt
2026
Xander
Vervaecke
Een 3D-model maken kan vandaag in enkele seconden met AI tools zoals Meshy: je geeft een korte beschrijving of afbeelding en het systeem levert een model. Maar zodra je er iets klein aan wil veranderen, loop je vast. De meeste tools kunnen een bestaand model niet gericht bijwerken, ze genereren simpelweg een volledig nieuw model waardoor ook de delen die je net wél goed vond mee veranderen. Het alternatief, professionele software zoals Blender, vraagt maanden oefening.
Deze masterproef onderzoekt of generatieve AI gebruikt kan worden om een bestaand 3D-model in gecontroleerde stappen aan te passen, terwijl elk deel dat de gebruiker niet wou veranderen exact behouden blijft. Het voorgestelde systeem laat de gebruiker een schets tekenen op het model en in één zin beschrijven wat er moet veranderen. Op basis daarvan worden enkele voorstellen getoond als afbeelding die iteratief aangepast kunnen worden, waarna het gekozen voorstel wordt omgezet naar een nieuw 3D-model.
De technische kern is een methode genaamd ASMR-3D (Alignment, Selection, Mesh Reconstruction). Die legt het nieuwe en het originele model over elkaar, bepaalt automatisch welk gebied de gebruiker wou wijzigen en bouwt enkel dat gebied opnieuw op door selectieve remeshing. Alle overige punten van het model blijven exact op hun plaats en een dunne overgangszone maakt de transitie vrijwel onzichtbaar.
Het systeem werd geëvalueerd in een gebruikersstudie met veertien deelnemers zonder ervaring in 3D-modelleren. De onveranderde delen bleven ongeveer 27 keer trouwer aan het origineel dan bij een volledige regeneratie. Een gebruikersstudie liet veertien gebruikers toe om het systeem vrij te gebruiken en te beoordelen. Op de User Experience Questionnaire behaalde het systeem op vijf van de zes schalen de hoogste categorie ("uitstekend"), en alle deelnemers gaven aan het opnieuw te willen gebruiken. De belangrijkste resterende beperkingen zijn de hertexturering, die nu het hele model opnieuw inkleurt in plaats van enkel het bewerkte deel en de interface om de automatische selectie bij te sturen.
Meer lezen

Onderwijsongelijkheid bespreekbaar maken in de klas: Een verkennend onderzoek naar de inzet van het spel Kansrijk? in de onderwijspraktijk

Thomas More Hogeschool
2026
Lien
Resseler
Het bordspel Kansrijk? helpt toekomstige leerkrachten om onderwijsongelijkheid niet alleen te begrijpen, maar ook écht te voelen. Het onderzoek toont hoe het spel werkt, wat het losmaakt bij studenten en welke extra tools nodig zijn om het spel goed te begeleiden.
Meer lezen

Medicatiefouten: een bedreiging voor patiëntveiligheid en kwaliteitsvolle zorg

Hogeschool UCLL
2026
Shalina
Swennen
Titel: Medicatiefouten binnen het ziekenhuis: een bedreiging voor patiëntveiligheid en kwaliteitsvolle zorg

Inleiding
Medicatiefouten behoren wereldwijd tot de meest voorkomende vermijdbare oorzaken van patiëntschade binnen ziekenhuizen. Ondanks bestaande veiligheidsmaatregelen blijven fouten optreden tijdens het medicatieproces, met mogelijk ernstige gevolgen voor patiënten, zorgverleners en zorgorganisaties. Het medicatieproces is een complex en foutgevoelig proces, waarbij verschillende zorgverleners betrokken zijn, zoals artsen, apothekers, verpleegkundigen en studenten in opleiding. In dit proces nemen verpleegkundigen en studenten verpleegkunde een cruciale rol op, aangezien zij
verantwoordelijk zijn voor het klaarzetten, bereiden, controleren, registreren en toedienen van medicatie. Als laatste veiligheidsbarrière vóór de medicatie de patiënt bereikt, spelen zij een sleutelrol in het detecteren en voorkomen van fouten.

Medicatiefouten kunnen zich voordoen in elke fase van het medicatieproces. Deze fouten zijn zelden het gevolg van één individuele handeling, ze ontstaan door een combinatie van persoonsgebonden en systeemgebonden factoren, zoals hoge werkdruk, onvoldoende ervaring, onderbrekingen en communicatieproblemen.
Vooral tijdens de fase van medicatietoediening, waarvoor verpleegkundigen en studenten in opleiding de eindverantwoordelijkheid dragen, kunnen fouten ernstige gevolgen hebben voor de patiënt. Stage ervaring en literatuuronderzoek tonen aan dat medicatieveiligheid een blijvend aandachtspunt vormt binnen de verpleegkundige praktijk. Dit onderstreept de nood aan een systematische en evidence-
based aanpak.
Meer lezen

De optimalisatie van het psychosociaal welzijn van verpleegkundestudenten op de klinische stageplaats.

Hogeschool UCLL
2026
Jules
Buyle
Het psychosociaal welzijn van verpleegkundestudenten tijdens klinische stages staat onder toenemende druk door hoge werkdruk, onduidelijke verwachtingen en wisselende teamculturen. Media‑getuigenissen en parlementaire vragen tonen dat negatieve stage-ervaringen geen uitzonderingen zijn, maar structurele problemen blootleggen. Tegelijkertijd bestaan er afdelingen waar studenten zich wél veilig, welkom en ondersteund voelen, wat bewijst dat kwaliteitsvolle begeleiding mogelijk is wanneer teams bewust investeren in een sterk leerklimaat.

Uit recente wetenschappelijke literatuur blijkt dat vier factoren het welzijn van studenten bepalen: kwalitatieve begeleiding, een veilig en pedagogisch leerklimaat, individuele veerkracht en structurele randvoorwaarden zoals werkdruk en toegankelijkheid van mentoren. Vooral een vaste, competente mentor blijkt cruciaal voor veiligheid, duidelijkheid en professionele groei.
Meer lezen

Hoe kunnen geboortezorgteams in materniteiten in Vlaamse ziekenhuizen ondersteund worden om diversiteit bij moslima’s niet enkel als uitdaging, maar als opportuniteit te zien en te benutten tijdens hun begeleiding en zorgverlening op de materniteit?

Hogeschool VIVES
2026
Lize
Vantomme
  • Jasmine
    Planckaert
  • Amélie
    Huygens
  • Kiara
    Zwertvagher
Deze bachelorproef onderzoekt hoe cultuursensitieve zorg kan bijdragen aan een betere geboortezorgervaring voor moslima’s op de materniteit in Vlaanderen. Door de toenemende culturele en religieuze diversiteit worden vroedkundigen vaker geconfronteerd met uiteenlopende verwachtingen rond zwangerschap en bevalling, zoals privacy, bescheidenheid, familiebetrokkenheid en religieuze praktijken.

Het onderzoek vertrekt vanuit de ervaringen van zorgverleners en brengt in kaart welke uitdagingen zij ervaren in de dagelijkse praktijk, zoals taalbarrières, communicatieproblemen en onzekerheid rond het omgaan met religieuze en culturele verschillen. Tegelijk toont de studie aan dat deze diversiteit niet alleen als een moeilijkheid wordt gezien, maar ook als een kans om de zorg te verbeteren en de vertrouwensrelatie met patiënten te versterken.

Daarnaast wordt onderzocht welke ondersteuningsmiddelen momenteel beschikbaar zijn in ziekenhuizen, zoals interculturele bemiddeling en communicatietools, en in welke mate deze effectief worden toegepast. Hieruit blijkt dat er vaak een gebrek is aan structurele richtlijnen en opleiding rond cultuursensitieve geboortezorg.

Op basis van deze bevindingen werd een praktische toolbox ontwikkeld voor geboortezorgteams. Deze bevat onder meer een teamreflectietool, informatiemateriaal over culturele en religieuze aandachtspunten bij moslima’s, communicatiehulpmiddelen en praktische richtlijnen voor de dagelijkse praktijk.

De scriptie besluit dat cultuursensitieve zorg geen extra drempel hoeft te vormen, maar net een meerwaarde kan zijn voor zowel zorgverleners als patiënten, op voorwaarde dat er voldoende ondersteuning en structurele verankering aanwezig is binnen de zorgorganisatie.
Meer lezen

Geschiedenis begint in de kleuterklas

Odisee Hogeschool
2026
Emilia
Van Impe
Met de invoering van de nieuwe kennisrijke minimumdoelen binnen het Vlaamse basisonderwijs worden kleuterleerkrachten uitgedaagd om expliciet in te zetten op kennisopbouw. Voor veel leerkrachten vormt dit een nieuwe manier van werken, zeker binnen domeinen zoals geschiedenis. Op de stageschool Sint-Aloysius te Denderhoutem bleek dat er onzekerheid bestond over hoe een historisch thema zoals het Oude Egypte op een kennisrijke en ontwikkelingsgerichte manier aangeboden kan worden aan oudste kleuters. Vanuit deze vaststelling werd de centrale onderzoeksvraag geformuleerd: Hoe creëer je kennisrijke contexten voor de oudste kleuters rond het thema Oude Egypte vanuit de minimumdoelen? Om deze onderzoeksvraag te beantwoorden werd gebruikgemaakt van verschillende onderzoeksmethoden. Een literatuurstudie bracht inzichten aan over kennisrijke contexten, effectieve didactiek, kennisopbouw en de nieuwe minimumdoelen. Daarnaast werden vier leerkrachten van de derde kleuterklas bevraagd via een online vragenlijst. Voor de evaluatie van kennisverwerving werd de klasmentor geïnterviewd. Op basis van deze gegevens werd een kennisrijk thema rond het Oude Egypte ontworpen en uitgetest in een derde kleuterklas. Uit de resultaten blijkt dat een kennisrijke context gekenmerkt wordt door doelgerichte kennisopbouw, rijke materialen, betekenisvolle activiteiten, herhaling en een actieve rol van de leerkracht. Zowel de literatuur als de bevraagde leerkrachten benadrukken het belang van een rijke speelleeromgeving waarin kleuters nieuwe kennis kunnen verwerven binnen en buiten hun leefwereld. Daarnaast blijkt dat verhalen, visuele ondersteuning, interactieve gesprekken en onderzoekende activiteiten belangrijke didactische strategieën zijn om kennisopbouw en taalontwikkeling te stimuleren. Op basis van de nieuwe minimumdoelen en het leerplan Op.stap werd een kennisrijk thema rond het Oude Egypte uitgewerkt. Het ontwerp omvatte onder meer een boekenhoek, ontdektafel, schrijfhoek met hiërogliefen, bouwhoek rond piramides, rollenspelhoek, beeldende activiteit rond papyrus en een wiskundige programmeeractiviteit. Tijdens de uitprobeerfase toonden de kleuters een grote betrokkenheid en nieuwsgierigheid. De rijke impressies en concrete materialen bleken een belangrijke meerwaarde te zijn voor hun interesse en leerproces. De discussie toont aan dat het ontwerp een waardevolle bijdrage kan leveren aan het realiseren van kennisrijke contexten binnen de derde kleuterklas. Tegelijk kent het onderzoek enkele beperkingen, zoals het beperkte aantal respondenten en de korte implementatieperiode van twee dagen. Hierdoor kunnen de resultaten niet veralgemeend worden naar andere contexten. Geconcludeerd kan worden dat kennisrijke contexten rond het Oude Egypte haalbaar zijn binnen het kleuteronderwijs wanneer kennis wordt aangeboden via spel, exploratie en betekenisvolle activiteiten. Het ontwikkelde ontwerp biedt een concreet antwoord op het gestelde praktijkprobleem en kan leerkrachten inspireren bij de implementatie van de nieuwe kennisrijke minimumdoelen.
Meer lezen

Theorie ontmoet praktijk: een innovatieve learning skid voor de techniekers van morgen

Hogeschool VIVES
2026
Henri
Vervenne
  • Quentin
    Mary
Tijdens onze bachelorproef ontwierpen en realiseerden we een traningsmodule rond motion control. Deze testopstelling wordt ingezet om techniekers op een praktijkgerichte manier inzicht te geven in de aansturing en positionering van bewegingen binnen een industriële omgeving. De learning skid ondersteunt door middel van een bijhorende e-learning een technische opleiding rond toepassingen met servomotoren, frequentieregelaars en asynchrone motoren.

Meer lezen

Twaalf punten om overtraining te spotten bij het volwassen sportpaard.

HOGENT
2026
Isaura
Deceuninck
Overtraining bij sportpaarden is een multifactorieel probleem dat ontstaat door een langdurige disbalans tussen trainingsbelasting en herstelcapaciteit. Aangezien training bij paarden in de praktijk nog vaak intuïtief wordt gestuurd, onderzocht deze bachelorproef hoe subjectieve parameters in combinatie met objectieve meetwaarden ingezet kunnen worden om overtraining vroegtijdig te detecteren. Dit gebeurde aan de hand van een literatuurstudie, alsook praktijkgericht onderzoek. Op basis van de literatuur werden gedragsmatige, welzijnsgerelateerde en fysiologische parameters geselecteerd en verwerkt in een afvinklijst met 10 vragen voor mogelijke overtraining. Deze lijst werd toegepast bij 15 sportpaarden die zich aanboden voor een inspanningstest in Dierenkliniek de Bosdreef. Aanvullend werd de afvinklijst geëvalueerd via retrospectieve casussen.
Dit resulteerde in een totale dataset van 150 antwoorden, 10 per individueel paard. Er was een sterke aanwezigheid van negatieve scores: er werd 137 keer ‘nee’ geantwoord (91,3%) versus 13 keer ‘ja’ (8,7%). Dit wijst erop dat de symptomen van overbelasting binnen de testpopulatie relatief schaars waren. De resultaten tonen wel aan dat de ontwikkelde afvinklijst een betrouwbaar model is voor signalering van mogelijke overtraining.
Paarden met een score van ≥4/10 vertoonden afwijkingen zoals een verlaagd pieklactaat, een langdurig verhoogde rusthartslag en rustademhaling, snellere vermoeidheid en/of prikkelbaarheid, exponentieel gewichtsverlies en verhoogde spierstijfheid. Er werd bij één paard binnen de testpopulatie een patroon van overtraining vastgesteld met een score van 7/10. Dit kon naast de afvinklijst geïllustreerd worden met een sterk verlaagd maximaal lactaatgehalte van slechts 4,4 mmol/L in contrast met het groepsgemiddelde van gezonde paarden van 13,6 mmol/L. Ook bevestigden de retrospectieve casussen dit beeld van de lactaattest curve.
Verdere validatie van de voorgestelde drempelscore en standaardisatie van detectiemethoden voor overtraining binnen grotere populaties blijft noodzakelijk.
Het sportpaard thuis monitoren met behulp van het opgemaakte model is essentieel om het welzijn en de prestaties van sportpaarden te waarborgen.
Meer lezen

VAN DEK NAAR DIEPTE: EEN LONGITUDINALE STUDIE NAAR DE IMPACT VAN EEN EDUCATIEVE ZEE-ERVARING OP OCEAN LITERACY EN NATURE CONNECTEDNESS

Universiteit Gent
2026
Binke
D'Haese
Een dag op zee aan boord van een onderzoeksschip: watermonsters nemen, bodemstalen bekijken, live marien onderzoek meemaken. Voor 63 deelnemers was het een unieke ervaring. Maar wat doet zo'n dag nu echt met je kennis over de oceaan, je verbondenheid met de natuur, en je bereidheid om er iets voor te doen?

Deze masterproef onderzocht de impact van een educatieve vaardag op oceaangeletterdheid en natuurverbondenheid bij volwassen deelnemers, via een longitudinaal onderzoeksdesign met drie meetmomenten: voor de tocht, direct erna en zes maanden later.
De resultaten tonen een genuanceerd beeld. Oceaankennis nam toe na de vaartdag en bleef zes maanden later overeind, wat wijst op duurzame cognitieve leerwinst. De affectieve dimensie vertelde een ander verhaal: het gevoel van verbondenheid met de natuur piekte direct na de ervaring, maar zakte daarna terug. Houding en gedragsintenties bleven grotendeels stabiel, wat deels verklaard wordt door de al hoge uitgangsscores van dit publiek.
Opvallend was dat de leerwinst niet afhing van hoe natuurverbonden iemand al was voor de tocht. Iedereen leerde evenveel, ongeacht achtergrond of voorkennis.
De studie bevestigt het potentieel van ervaringsgerichte mariene educatie als inclusief instrument, maar wijst ook op een belangrijke beperking: één dag volstaat niet voor blijvende gedragsverandering. Herhaling, verdieping en opvolging zijn noodzakelijk om de verwondering die een vaardag opwekt ook structureel te laten beklijven.
Meer lezen

Van meten naar beleven: het motiverend inrichten van langeafstandslopen in de lessen LO van de eerste en tweede graad secundair onderwijs.

Odisee Hogeschool
2026
Sverre
Van Britsom
Deze bachelorproef onderzocht op welke manier lessen langeafstandslopen in de eerste en tweede graad van het secundair onderwijs kunnen worden ingericht om de motivatie van leerlingen te verhogen. De motivatie van leerlingen hangt niet alleen af van de loopopdracht zelf, maar ook van de manier waarop deze wordt aangeboden, begeleid en geëvalueerd.
De resultaten tonen aan dat leerlingen langeafstandslopen vaak ervaren als een traditionele en weinig gevarieerde activiteit, meestal in de vorm van rondjes lopen of de Coopertest. Dit leidt regelmatig tot verveling, stress en een negatieve houding tegenover lopen. Zowel de literatuur als de onderzoeksresultaten tonen aan dat motivatie kan worden verhoogd wanneer lessen inspelen op de psychologische basisbehoeften van autonomie, verbondenheid en competentie. Concreet betekent dit dat leerlingen meer keuzevrijheid krijgen, samen kunnen werken, duidelijke doelen krijgen en positieve feedback ontvangen. Daarnaast blijkt dat speelse en gevarieerde werkvormen een positieve invloed hebben op de betrokkenheid en motivatie van leerlingen.
Op basis van deze inzichten werden de website “Lopen met beleving” ontwikkeld. Deze website bundelt inzichten rond gedragsbepalers voor motivatie, aanbevelingen voor motiverend evalueren en uitgewerkte loopvormen die onmiddellijk inzetbaar zijn binnen de lespraktijk. Hiermee biedt het product een concreet antwoord op de onderzoeksvraag.
De meerwaarde van deze bachelorproef ligt in de combinatie van inzichten en praktische toepasbaarheid. Het onderzoek toont aan dat langeafstandslopen niet beperkt hoeft te blijven tot traditionele duurloopvormen. De ontwikkelde website ondersteunt leerkrachten LO hierbij met bruikbare materialen en inspiratie. Op die manier kan deze bachelorproef bijdragen aan een positievere beleving van langeafstandslopen en een grotere betrokkenheid van leerlingen tijdens de lessen lichamelijke opvoeding.
Meer lezen

De Rol van Fort van Breendock tijdens de Duitse Bezetting in België

Thomas More Hogeschool
2026
Luca
Guarrera
Fort van Breendonk

Stel je voor dat een plek die ooit bedoeld was om een land te verdedigen, later verandert in een plaats van angst, pijn en onderdrukking. Dat is precies wat er gebeurde met het Fort van Breendonk tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Oorspronkelijk werd het fort gebouwd tussen 1904 en 1914 als onderdeel van de verdedigingslinie rond Antwerpen. Maar in mei 1940, tijdens de Duitse inval, viel het vrijwel zonder verzet in handen van de Duitsers.

Vanaf dat moment veranderde alles. Het fort werd door de SS omgevormd tot een detentiekamp waar gevangenen werden opgesloten, mishandeld en gedwongen tot zware arbeid. Mensen leefden er in angst, zonder te weten wat hun toekomst zou worden.

Wat dit verhaal extra aangrijpend maakt, is dat niet alleen verzetsstrijders, maar ook onschuldige burgers werden vastgehouden. Het fort werd een symbool van terreur en controle.

In mijn thesis onderzoek ik hoe het Fort van Breendonk van een verdedigingsfort veranderde in een plaats van onderdrukking, en welke rol het speelde tijdens de Duitse bezetting van België.

Dit is niet zomaar geschiedenis. Het is een verhaal van menselijk leed, overleven en herinnering.
Meer lezen

Wie zorgt voor de sociaal werker? Een onderzoek naar de normalisering, onderrapportering en structurele aanpak van agressie en geweld binnen het sociaal werk

Erasmushogeschool Brussel
2026
Ans
Schoepen
Agressie en grensoverschrijdend gedrag tegenover sociaal werkers komen frequent voor
in het sociaal werkveld, maar worden in de praktijk nog te vaak genormaliseerd en
ondergerapporteerd. Deze bachelorproef onderzoekt waarom agressie-incidenten niet
systematisch worden gerapporteerd, welke rol normalisering hierin speelt en welke
drempels sociaal werkers ervaren om incidenten te melden. Aanleiding tot dit onderzoek
was het overlijden van een OCMW-medewerker in Gent tijdens een huisbezoek in
augustus 2025, een gebeurtenis die de kwetsbaarheid van sociaal werkers op scherp
stelde en vragen opriep over hoe de sector omgaat met veiligheid.

Vanuit een kwalitatieve onderzoeksaanpak werden tien semigestructureerde interviews
afgenomen bij sociaal werkers uit uiteenlopende werkvelden, waaronder bijzondere
jeugdzorg, politie, straathoekwerk, straatzorg en onderwijs. De data werden thematisch
geanalyseerd om zowel overeenkomsten als verschillen in ervaringen en organisaties in
kaart te brengen.

Uit de resultaten blijkt dat verbale agressie de meest voorkomende vorm is en het sterkst
onderhevig aan normalisering. Verbale agressie wordt frequent beschouwd als een
“uiting van onmacht” en daardoor als inherent aan het beroep. Fysieke agressie wordt
vaker gemeld, maar zelfs dan belemmeren factoren zoals werkdruk, zware caseload,
gebrek aan opvolging en de vrees om de hulpverleningsrelatie te schaden het effectief
meldgedrag. De organisatiecultuur speelt een cruciale rol. In teams met ruimte voor
supervisie en collegiale opvang wordt agressie beter bespreekbaar gemaakt en zijn
sociaal werkers weerbaarder. Beginnende medewerkers en stagiaires blijken bijzonder
kwetsbaar voor de normalisering.

De gevolgen van agressie reiken verder dan het individu. De gevolgen beïnvloeden het
professioneel handelen, de kwaliteit van de hulpverleningsrelatie en leiden op
organisatieniveau tot verhoogd ziekteverzuim en uitstroom. Preventie- en
nazorgmaatregelen bestaan, maar zijn sterk contextafhankelijk en niet overal even
structureel verankerd. De opleiding sociaal werk bereidt studenten bovendien
onvoldoende voor op het omgaan met agressie en onveiligheid in de praktijk.

Deze bachelorproef besluit dat een veilige werkomgeving voor sociaal werkers vraagt om
een gedeelde, structurele verantwoordelijkheid: van opleiding over organisatie tot
overheid. Agressie mag niet langer worden beschouwd als “part of the job”, maar dient
erkend, geregistreerd en structureel aangepakt te worden, met aandacht voor zowel de
fysieke als de mentale en emotionele veiligheid van de sociaal werker.
Meer lezen