Hormonale invloeden op zeeziekte
Margaux HERMANS
Voorwoord
De combinatie van hormonen en zeeziekte is een thema dat binnen de maritieme sector nog weinig
onderzocht is. Nochtans blijkt het in de praktijk bijzonder relevant, zeker voor vrouwelijke
zeevarenden. Tijdens mijn eerdere literatuurstudie werd duidelijk hoe complex de interactie is
tussen hormonale schommelingen en gevoeligheid voor zeeziekte. Dit wekte mijn interesse op om
het onderwerp verder te verdiepen, zowel theoretisch als aan de hand van empirische gegevens
verzameld in een realistische maritieme omgeving. Deze masterproef vormt daarom ook een
vervolg op mijn bachelorproef en biedt een eerste aanzet om dit onderbelichte thema beter te
begrijpen.
De totstandkoming van deze masterproef is slechts mogelijk gemaakt dankzij de steun van
verschillende betrokkenen. In de eerste plaats wens ik mijn promotor Kapitein Kathy Speelman en
mijn co-promotor Camille Debandt te bedanken voor hun begeleiding, kritische inzichten en
ondersteuning gedurende het volledige traject. Hun expertise binnen dit domein vormde een
waardevolle leidraad.
Daarnaast ben ik bijzonder dankbaar voor de bijdragen van gynaecologe en zeilster S. Huyghe, die
dit werk verrijkte met zowel medische inzichten als praktijkervaring op zee. Ook prof. F. Wuyts
(Universiteit Antwerpen) wil ik bedanken voor het delen van zijn uitgebreide kennis over
bewegingsziekte en voor zijn bereidheid om mee te denken over de wetenschappelijke en
methodologische aanpak. Mijn dank gaat eveneens uit naar psychologe C. Deblieck (Universiteit
Antwerpen) voor haar perspectieven binnen dit onderzoeksveld, en naar Kapitein M. Van der Voort,
die zijn eigen onderzoekservaringen rond zeeziekte deelde.
Een bijzondere dank gaat uit naar alle deelnemers aan boord van de Dar Mlodziezy die dagelijks
hun vragenlijsten invulden en hierdoor het empirische luik van dit onderzoek mogelijk maakten.
Hun nauwkeurigheid en inzet vormden de kern van de dataverzameling.
Ik hoop dat deze masterproef kan bijdragen aan een beter begrip van zeeziekte bij vrouwen en aan
een grotere bewustwording rond dit thema binnen de maritieme sector.
ISamenvatting
Zeeziekte is een veelvoorkomend fenomeen binnen de maritieme sector en kan een aanzienlijke
impact hebben op het functioneren en welzijn van zeevarenden. Hoewel bekend is dat vrouwen
mogelijk gevoeliger zijn voor zeeziekte dan mannen, is weinig onderzocht in welke mate hormonale
factoren hierin een rol spelen. Deze masterproef brengt dit onderbelichte thema in kaart aan de
hand van een observatiestudie uitgevoerd tijdens een vier weken durende zeereis aan boord van
het opleidingsschip Dar Mlodziezy.
In totaal registreerden 36 deelnemers dagelijks hun level van algemene gevoelstoestand,
misselijkheid, stress en hersenmist. Voor vrouwelijke deelnemers werd bijkomend het gebruik van
hormonale anticonceptie en, indien van toepassing, hun menstruele cyclus bijgehouden. Deze
systematische dataverzameling in een realistische maritieme setting bood een uitzonderlijke
mogelijkheid om patronen over langere tijd te analyseren zonder verstoringen van dagelijkse
omgeving.
Uit resultaten blijkt dat vrouwelijke deelnemers in deze groep gemiddeld meer zeeziekte
gerelateerde klachten rapporteerden dan mannelijke deelnemers. De verschillen waren zichtbaar
voor alle onderzochte variabelen en kwamen consequent terug doorheen de gehele
onderzoeksperiode. Binnen de vrouwelijke groep vertoonden vrouwen die hormonale
anticonceptie gebruikten op het merendeel van de dagen hogere symptoomscores dan vrouwen
zonder anticonceptie. In deze dataset werd dus geen aanwijzing gevonden dat anticonceptie
beschermend werkt tegen zeeziekte.
De analyses van de menstruele cyclus leverden geen duidelijke verschillen tussen cyclusfasen op,
voornamelijk door het beperkte aantal vrouwen met een natuurlijke cyclus. Hierdoor konden geen
uitspraken gedaan worden over variaties in gevoeligheid tijdens bijvoorbeeld menstruatie of
ovulatie. Daarnaast werd vastgesteld dat deelnemers die een zeeziektepil innamen gemiddeld
meer hersenmist rapporteerden. Dit sluit aan bij zowel de ernst van hun symptomen als bij bekende
bijwerkingen van dergelijke medicatie, zonder dat de oorzaak kon worden vastgesteld.
Deze bevindingen suggereren dat vrouwen in deze onderzoeksgroep gevoeliger waren voor
zeeziekte dan mannen, maar tonen geen duidelijk effect van de hormonale anticonceptie of
cyclusfasen op de ervaren klachten. De beperkte omvang van de subgroepen vraagt om
voorzichtigheid in de interpretatie. De resultaten benadrukken tegelijk de nood aan verder
onderzoek met grotere populaties en nauwkeurigere hormonale registratiemethoden, zodat de
relatie tussen hormonen en zeeziekte in de toekomst preciezer kan worden bepaald.
IIIIIAbstract
Seasickness is a common phenomenon in the maritime sector and can significantly affect the
functioning and well-being of seafarers. Although it is known that women may be more susceptible
to seasickness than men, little research has examined the extent to which hormonal factors
contribute to this difference. This master’s thesis explores this under-researched topic through an
observational study conducted during a four-week sea voyage onboard the training vessel Dar
Mlodziezy.
A total of 36 participants recorded their daily levels of general feeling, nausea, stress and brain fog.
For female participants, the use of hormonal contraception and, when applicable, their menstrual
cycle were additionally documented. This systematic data collection in a realistic maritime
environment provided a unique opportunity to analyze patterns over time without interference
from external factors.
The results indicate that female participants in this study reported more seasickness-related
symptoms on average than their male colleagues. These differences were observed across all
measured variables and remained consistent throughout the entire research period. Within the
female group, women using hormonal contraception reported higher symptom scores on most days
compared with women not using contraception. In this dataset, no indication was found that
hormonal contraception provides any protective effect against seasickness.
The analyses of menstrual cycle phases revealed no clear differences, primarily due to the limited
number of women with a natural cycle. As a result, no conclusions could be drawn regarding
variations in susceptibility during phases such as menstruation or ovulation. Additionally,
participants who took seasickness pills reported higher levels of brain fog. This aligns with both the
severity of their symptoms and known side effects of such medication, although no causal
relationship could be established.
These findings suggest that women in this study were more susceptible to seasickness than men,
but they do not demonstrate a clear effect of hormonal contraception or menstrual cycle phases
on the symptoms experienced. The limited size of the subgroups calls for cautious interpretation.
The results also highlight the need for further research involving larger populations and more
precise hormonal tracking methods to better understand the relationship between hormones and
seasickness in the future.
IVVInhoudstafel
Voorwoord ................................................................................................................................................. I
Samenvatting ............................................................................................................................................ II
Abstract ................................................................................................................................................... IV
Inhoudstafel ............................................................................................................................................ VI
Lijst van figuren ........................................................................................................................................ IX
Lijst van tabellen ....................................................................................................................................... X
Lijst van afkortingen ................................................................................................................................. XI
Verklarende woordenlijst – Engelse termen ........................................................................................... XIII
Verklarende woordenlijst – Nederlandse termen .................................................................................. XIV
Deel I – Inleiding ........................................................................................................................................ 1
Deel II – Literatuurstudie: De hormonale invloeden op zeeziekte ............................................................... 3
1. Inleiding ................................................................................................................................................ 3
2. Verantwoording bronnenonderzoek ..................................................................................................... 4
2.1 2.2 Zoeken en selecteren van bronnen ............................................................................................. 4
Kwaliteitscriteria en beperkingen ................................................................................................ 4
3. 3.1 Structuur en functie van hormonen ...................................................................................................... 5
Relevantie voor deze studie ......................................................................................................... 7
4. Hormonale klieren ................................................................................................................................ 8
4.1 De hypothalamus ......................................................................................................................... 8
4.2 De hypofyse ................................................................................................................................. 8
4.3 De epifyse .................................................................................................................................... 9
4.4 De schildklier .............................................................................................................................. 10
4.5 De pancreas ............................................................................................................................... 11
4.6 De bijnieren ............................................................................................................................... 12
4.7 De eierstokken ........................................................................................................................... 12
4.8 De testikels ................................................................................................................................ 13
5. Neurotransmitters en hormonale reacties ......................................................................................... 14
6. De menstruatiecyclus .......................................................................................................................... 15
7. Bewegingsziekte ................................................................................................................................. 18
7.1 Kinetose ..................................................................................................................................... 18
7.2 7.3 Mal de Débarquement Syndroom ............................................................................................. 22
Migraine en zeeziekte ................................................................................................................ 24
8. Vrouwen, hun menstruatie en zeeziekte ............................................................................................. 25
Deel III – Methodologie ........................................................................................................................... 26
1. Onderzoeksopzet ................................................................................................................................ 26
VI1.1 1.3 Centrale onderzoeksvraag en doelstellingen ............................................................................. 26
1.2 Onderzoeksdesign ..................................................................................................................... 26
Verantwoording gekozen methodologie ................................................................................... 27
1.4 Ethische goedkeuring ................................................................................................................. 27
2. Empirische methodiek ........................................................................................................................ 28
3. Gebruikte tools en digitale ondersteuning ......................................................................................... 29
3.1 3.2 3.4 Gebruik van artificiële intelligentie ............................................................................................ 29
Taal-, vertaal- en schrijfondersteuning ...................................................................................... 29
3.3 Vragenlijsten .............................................................................................................................. 29
Bronnenbeheer en data-analyse ............................................................................................... 30
4. Reflectie op het onderzoeksproces ..................................................................................................... 31
4.1 4.2 Rol van de onderzoeker ............................................................................................................. 31
Reflectie op dataverzameling en analyse .................................................................................. 31
4.3 Slotreflectie ................................................................................................................................ 32
Deel IV – Empirische bevindingen ............................................................................................................ 34
1. Inleiding .............................................................................................................................................. 34
2. Hormonale invloeden op zeeziekte bij vrouwen ................................................................................. 35
2.1 Misselijkheid .............................................................................................................................. 36
2.2 Algemene gevoelstoestand ....................................................................................................... 37
2.3 Stress ......................................................................................................................................... 38
2.4 Hersenmist ................................................................................................................................. 39
2.5 Toestanden per cyclusfase ......................................................................................................... 40
2.6 Conclusie .................................................................................................................................... 40
3. Symptomen ......................................................................................................................................... 41
4. Gebruik van zeeziektepillen ................................................................................................................ 42
5. Overzicht van de empirische bevindingen .......................................................................................... 44
5.1 Hoofdhypothese: Vrouwen zijn gevoeliger voor zeeziekte dan mannen. ................................. 44
5.2 Sub-hypothese 1: Het gebruik van hormonale anticonceptie maakt vrouwen minder gevoelig
voor zeeziekte. ........................................................................................................................................ 44
5.3 Sub-hypothese 2: Vrouwen zijn tijdens de ovulatie minder gevoelig voor zeeziekte. .............. 44
5.4 Sub-hypothese 3: Vrouwen zijn gevoeliger voor zeeziekte in bepaalde fasen van hun
menstruatiecyclus. .................................................................................................................................. 45
Deel V – Discussie .................................................................................................................................... 46
1. Bevindingen bespreken ....................................................................................................................... 46
2. Suggesties voor volgend onderzoek .................................................................................................... 47
Deel VI – Besluit ...................................................................................................................................... 49
Bibliografie .............................................................................................................................................. 51
Bijlagen ................................................................................................................................................... 56
A. Informed consent (ENG) ..................................................................................................................... 56
B. Informed consent (NL) ........................................................................................................................ 58
C. Algemene vragenlijst .......................................................................................................................... 60
D. Vragenlijst over hormonen ................................................................................................................. 61
VIIE. F. Vragenlijst zeeziekte – MANNEN ........................................................................................................ 62
Vragenlijst zeeziekte + hormonen – VROUWEN ................................................................................. 63
VIIILijst van figuren
Figuur 1 Hormonale werking _______________________________________________________________
6
Figuur 2 Hormoonstelsel
6
__________________________________________________________________
Figuur 3 Hypothalamus ___________________________________________________________________
8
Figuur 4 Hypofyse ________________________________________________________________________
9
Figuur 5 Epifyse ________________________________________________________________________
10
Figuur 6 Schildklier
11
______________________________________________________________________
Figuur 7 Pancreas
11
_______________________________________________________________________
Figuur 8 Bijnieren
12
_______________________________________________________________________
Figuur 9 Eierstokken
13
_____________________________________________________________________
Figuur 10 Testikels
13
______________________________________________________________________
Figuur 11 Het vrouwelijke geslachtsdeel
16
_____________________________________________________
Figuur 12 De menstruatiecyclus ____________________________________________________________
16
Figuur 13 Tijdlijn - van menstruatie tot menopauze
17
____________________________________________
Figuur 14 Het evenwichtssysteem en zeeziekte ________________________________________________
19
Figuur 15 Het binnenoor en het evenwichtsorgaan/ het slakkenhuis _______________________________
20
Figuur 16 Fluctuaties van oestrogeen, progesteron en luteïniserend hormoon tijdens een typische 28-dagen
menstruatiecyclus _______________________________________________________________________
23
Figuur 17 De link tussen migraine en bewegingsziekte __________________________________________
24
Figuur 18 Verdeling van de deelnemers per gender (n = 36) ______________________________________
34
Figuur 19 Gebruik van hormonale anticonceptie onder de vrouwelijke deelnemers (n = 15) _____________
34
Figuur 20 Gemiddelde misselijkheidsscores bij mannen en vrouwen, vergeleken naar anticonceptiegebruik
(met/ zonder AC) ________________________________________________________________________
36
Figuur 21 Gemiddelde gevoelsstoestand bij mannen en vrouwen, vergeleken naar anticonceptiegebruik
(met/zonder AC) ________________________________________________________________________
37
Figuur 22 Gemiddelde stressscore bij mannen en vrouwen, vergeleken naar anticonceptiegebruik (met/
zonder AC) _____________________________________________________________________________
38
Figuur 23 Gemiddelde score op hersenmist bij mannen en vrouwen, vergeleken naar anticonceptiegebruik
(met/ zonder AC) ________________________________________________________________________
39
Figuur 24 Gemiddelde gevoelstoestanden per cyclusfase (n = 7) __________________________________
40
Figuur 25 Frequentie van zeeziekte gerelateerde symptomen van de totale onderzoekspopulatie ________
41
Figuur 26 Gebruik van zeeziektepillen bij mannen en vrouwen, per dag ____________________________
42
Figuur 27 Hersenmist in functie van het gebruik van zeeziektepillen _______________________________
43
IXLijst van tabellen
Tabel 1 Overzicht van de variabelen in de dagelijkse vragenlijst ___________________________________
28
XLijst van afkortingen
AB: Able-Bodied seaman
ACTH: adrenocorticotroop hormoon
ADH: antidiuretisch hormoon
AI: Artificiële Intelligentie
AMA: Antwerp Maritime Academy
APA: American Psychological Association
AVG: Algemene Verordening Gegevensbescherming
DHEA: dehydro-epiandrosterone
DOI: Digital Object Identifier
FSH: follikelstimulerend hormoon
GABA: gamma-aminoboterzuur
GDPR: General Data Protection Regulation
GnRH: gonadotropin-releasing hormone
HPT-as: Hypothalamic-Pituitary-Thyroid-axis (ENG) = Hypothalamus-Hypofyse-Schildklier-as (NL)
LH: luteïniserend hormoon
MdDS: Mal de Débarquement Syndrome
PMS: premenstrueel syndroom
TSH: thyreoïdstimulerend hormoon
T4: thyroxine
T3: triiodothyronine
VIMS: Visually Induced Motion Sickness
WOM: Wetenschappelijke Onderzoeksmethodologie
XIXIIVerklarende woordenlijst – Engelse termen
- Bobbing: Een verticale beweging van een schip in het water; een combinatie van heaving
en pitching.
- Heaving: Een verticale beweging van een schip, veroorzaakt door de impact van de golven.
- Informed consent: Een geïnformeerde toestemming. De onderzoeker legt op een duidelijke
en begrijpelijke manier uit wat het voorgestelde onderzoek inhoudt, en de deelnemer gaat
akkoord met deze werkwijze.
- Dizziness: Duizeligheid.
- Peer-reviewed: Beoordeeld door experts (peers). Het gaat hier om een wetenschappelijk
werk of artikel dat is beoordeeld door andere experts in hetzelfde vakgebied voordat het
gepubliceerd werd.
- Pitching: Een op- en neerwaartse beweging van een schip rond haar dwarsscheepse as,
waardoor de boeg en het achtersteven op en neer bewegen. De beweging is vergelijkbaar
met die van een wipplank.
- Swaying: Een transversale beweging van een schip, waarbij het onderhevig is aan wind of
golven.
- Rolling: Rollen is een zijwaartse kantelbeweging van een schip, waarbij het schip van
bakboord naar stuurboord heen en weer beweegt, langs haar langsscheepse as.
- Vomiting tendenices: Braakneigingen.
- Yawing: Een beweging van een schip waarbij de boeg en het achtersteven van bakboord
naar stuurboord bewegen. Als de boeg naar bakboord gaat zal het achtersteven naar
stuurboord gaan (en omgekeerd).
- Brain fog: Moeilijk om zich te concentreren, moeilijk om helder te denken, moeilijk om
helder te redeneren.
- Galley: De keuken aan boord.
- Messroom: De eetzaal aan boord.
XIIIVerklarende woordenlijst – Nederlandse termen
- Adolescentie: Puberteit. De overgangsperiode tussen jeugd en volwassenheid, gekenmerkt
door opmerkelijke lichamelijke, psychologische en sociale veranderingen.
- Endocriene klieren: Een klier die hormonen direct aan het bloed afgeeft.
- Interageren: Inwerken op elkaar, een wisselwerking aangaan.
- Homeostase: Het vermogen van een organisme om de interne omgeving stabiel en constant
te houden, ondanks veranderingen in de omgeving. Het is een proces van zelfregulering dat
zorgt voor een intern evenwicht.
- Circadiaans ritme: Een interne biologische klok van ongeveer 24 uur, die fysieke, mentale
en gedragsveranderingen reguleert, zoals de slaap-waakcyclus.
- Metabolisme: De stofwisseling is het geheel van chemische en fysische processen die
optreden in een lichaam.
- Exocriene functies: Tegengesteld aan de endocriene functies. Deze geven geen stoffen af
aan de bloedsomloop.
- Vestibulair systeem: Het binnenoor-systeem, dat verantwoordelijk is om het evenwicht en
de oogbewegingen te controleren.
- Proprioceptieve waarneming: Een zintuiglijke waarneming waarmee het lichaam de
hersenen informatie geeft over de activiteit, toestand of positie van de spieren, gewrichten
en pezen in het lichaam.
- Neuroplasticiteit: Het vermogen van het zenuwstelsel om de structuur en de functie tijdens
een leven te veranderen, in reactie op diversiteit in de omgeving.
- Discrepanties: Verschillen, tegenstrijdigheden of gebrek aan overeenstemming tussen twee
zaken.
- Prevalentie: Het percentage van een groep mensen dat een specifiek kenmerk heeft tijdens
een bepaalde periode.
- Premenstrueel syndroom: Een combinatie van lichamelijke en emotionele klachten die
vrouwen ervaren in de week voorafgaand aan hun menstruele fase. Symptomen zoals
prikkelbaarheid, stemmingswisselingen, vermoeidheid, hoofdpijn of een opgeblazen gevoel
verdwijnen meestal zodra de menstruatie begint.
- Neuronale banen: Netwerken van neuronen (gespecialiseerde zenuwcellen) die
verschillende delen van het zenuwstelsel met elkaar verbinden.
- Pijnmodulatie: Vermindering van langdurige pijn door medische ingrepen.
XIV- Trigeminovasculaire systeem: Dit bestaat uit sensorische neuronen van de driegeledige
zenuw en bloedvaten. Het systeem is betrokken bij de overdracht van pijnsignalen in het
hoofd, vooral bij hoofdpijn zoals migraine en clusterhoofdpijn.
- Trigeminale zenuw: De drielingzenuw of de vijfde hersenzenuw die zorgt voor het gevoel
van het gezicht en de controle over de kauwspieren.
- Trigeminal nucleus caudalis: Het onderste deel van de spinale trigeminuskern in de
hersenstam.
- Nucleus tractus solitarius: Een kern in de hersenstam die inwendige sensorische informatie
verwerkt.
XVDeel I – Inleiding
Zeeziekte is een vorm van bewegingsziekte die ontstaat bij een conflict tussen het visuele en
vestibulaire systeem (Bos J. E., 2011). Voor zeevarenden vormt dit een veelvoorkomend en soms
aanzienlijk beperkend fenomeen. Hoewel de symptomen doorgaans tijdelijk zijn, kunnen ze een
enorme impact hebben op het functioneren, de alertheid en het algemene welzijn aan boord (Bos
J. E., 2011). Om die reden blijft zeeziekte een relevant aandachtspunt binnen zowel de maritieme
opleidingen als de praktijk op zee.
Binnen de wetenschappelijke literatuur bestaat uitgebreide kennis over bewegingsziekte in het
algemeen, waaronder kinetose, visually induced motion sickness (VIMS) en het Mal de
Débarquement Syndroom (MdDS). Daarnaast is er afzonderlijke literatuur beschikbaar over
hormonale regulatie, menstruatiecycli en geslachtshormonen. Op basis van de beschikbare
literatuur lijkt de combinatie van beide onderzoeksdomeinen – hormonale fluctuaties en
gevoeligheid voor zeeziekte – echter beperkt onderzocht. Enkele studies suggereren dat vrouwen
mogelijk gevoeliger zijn voor bewegingsziekte dan mannen (Mucci et al., 2022; Hemmerich et al.,
2019) en dat hormonale schommelingen, zoals variaties in oestrogeen en progesteron, een invloed
kunnen hebben op de ernst van symptomen (Matchock et al., 2008; Mucci et al., 2022).
Dit onderzoek speelt in op die kennislacune door te analyseren of hormonale factoren de
gevoeligheid voor zeeziekte beïnvloeden bij maritieme studenten tijdens hun eerste maand op zee.
De focus ligt daarbij op de vrouwelijke studenten, aangezien hun hormonale cyclus natuurlijke
fluctuaties kent die het evenwichtssysteem, misselijkheid en de perceptie van de
scheepsbewegingen kunnen beïnvloeden (Mucci et al., 2022; Hemmerich et al., 2019).
Tegelijk wordt een groep mannelijke deelnemers geobserveerd als referentiegroep, wat toelaat om
eventuele verschillen tussen de geslachten vast te stellen.
De centrale onderzoeksvraag luidt: In welke mate beïnvloeden hormonen zeeziekte bij vrouwen?
De hypotheses die in dit onderzoek werden geëvalueerd zijn de volgende:
1) (Hoofdhypothese) Vrouwen zijn gevoeliger voor zeeziekte dan mannen.
2) (Sub-hypothese 1) Het gebruik van hormonale anticonceptie maakt vrouwen minder
gevoelig voor zeeziekte.
3) (Sub-hypothese 2) Vrouwen zijn tijdens de ovulatie minder gevoelig voor zeeziekte.
4) (Sub-hypothese 3) Vrouwen zijn gevoeliger voor zeeziekte in bepaalde fasen van hun
menstruatiecyclus.
1Tegen de achtergrond van een groeiende aandacht voor genderdiversiteit binnen de maritieme
sector wordt inzicht in gender gerelateerde verschillen steeds belangrijker. Voor maritieme
opleidingen biedt deze kennis handvatten om studenten beter voor te bereiden op hun carrière op
zee.
Deze thesis bestaat uit zes delen. In deel II wordt de bestaande literatuur besproken over
hormonen, menstruatiecycli en bewegingsziekte. Deel III beschrijft de methode en
dataverzameling. Deel IV geeft de resultaten van het onderzoek weer. Deel V bespreekt de
bevindingen uit het onderzoek kritisch en koppelt terug naar de literatuur. In deel VI volgt een
besluit en worden suggesties voor toekomstig onderzoek gedaan.
2Deel II – Literatuurstudie: De hormonale invloeden op zeeziekte
1. Inleiding
Hormonen hebben een opmerkelijke invloed op hoe het menselijk lichaam functioneert. Ze bepalen
hoe iemand zich voelt, beweegt en reageert op de omgeving. Ook aan boord van een schip, waar
het evenwicht voortdurend wordt uitgedaagd, spelen hormonen onbewust een belangrijke rol.
Zeeziekte is een veelvoorkomend verschijnsel onder zeevarenden en kan zowel hun welzijn als het
functioneren beïnvloeden. Hoewel vrijwel iedereen er ooit mee te maken krijgt, tonen
verschillende onderzoeken aan dat vrouwen mogelijk gevoeliger zijn voor bewegingsziekte dan
mannen. Deze verhoogde gevoeligheid lijkt niet toevallig: hormonale schommelingen kunnen het
evenwichtssysteem beïnvloeden en zo bepalen hoe hevig misselijkheid wordt ervaren.
Deze literatuurstudie onderzoekt of er een verband bestaat tussen hormonale factoren en
zeeziekte, en op welke manier dat verband zich uit. Hierbij ligt de focus op vrouwelijke
geslachtshormonen zoals oestrogeen en progesteron, maar ook op hormonale veranderingen
tijdens de menstruatiecyclus, de menopauze en het gebruik van hormonale anticonceptie.
Daarnaast worden verwante fenomenen zoals migraine en het Mal de Débarquement syndroom
besproken, aangezien ook daar duidelijke hormonale invloeden zijn vastgesteld.
Aangezien onderzoek dat hormonale schommelingen rechtstreeks koppelt aan zeeziekte nog
beperkt is, worden inzichten uit verschillende wetenschappelijke domeinen samengebracht. Deze
multidisciplinaire benadering biedt de mogelijkheid om een vollediger beeld te vormen van de
fysiologische processen die mogelijk bijdragen aan verschillen in gevoeligheid voor
bewegingsziekte.
Deze literatuurstudie beoogt een beter begrip te creëren van de rol van hormonale factoren bij
zeeziekte, en hoopt hiermee een basis te leggen voor toekomstige preventieve of ondersteunende
strategieën die het comfort en de veiligheid van zeevarenden kunnen vergroten.
32. Verantwoording bronnenonderzoek
2.1 Zoeken en selecteren van bronnen
Voor de literatuurstudie werd gebruikgemaakt van verschillende betrouwbare databanken en
wetenschappelijke platforms. Relevante artikelen werden gezocht via PubMed, Elsevier
ScienceDirect, Springer, en de scriptiedatabase van de Antwerp Maritime Academy. Daarnaast
werden diverse peer-reviewed tijdschriften geraadpleegd om recente en betrouwbare informatie
te bekomen. Tijdens een lezing van de KU Leuven verzamelde de onderzoeker bijkomende
inzichten, die nadien werden geverifieerd en teruggevonden in wetenschappelijke publicaties. Een
verdere toelichting over de gehanteerde zoekstrategie volgt in deel III, waar de methodologie
uitgebreid wordt beschreven.
2.2 Kwaliteitscriteria en beperkingen
Bij het selecteren van de literatuur werd rekening gehouden met verschillende kwaliteitscriteria
om de betrouwbaarheid van de gebruikte bronnen te waarborgen. Voornamelijk peer-reviewed
artikelen werden opgenomen, bij voorkeur recente publicaties of werken die methodologisch sterk
onderbouwd zijn. Daarnaast werd gelet op de transparantie van de onderzoeksopzet en de
relevantie voor het onderzoeksdomein. Zowel experimentele studies als observationeel onderzoek
en systematische reviews werden in overweging genomen om een breed en onderbouwd inzicht te
verkrijgen. Toch kende het bronnenonderzoek zijn beperkingen. Het onderzoeksveld waarin
hormonale invloeden worden gekoppeld aan bewegingsziekte, en specifieker aan zeeziekte, is
namelijk nog zeer beperkt ontwikkeld. Hoewel er tamelijk wat literatuur beschikbaar is over
bewegingsziekte in het algemeen, en daarnaast afzonderlijk over zeeziekte, Mal de Débarquement
Syndroom (MdDS), en Visually Induced Motion Sickness (VIMS), bestaan er nauwelijks studies die
deze fenomenen combineren met hormonale schommelingen. Hierdoor was het noodzakelijk om
informatie uit verschillende, maar verwante onderzoeksgebieden samen te brengen.
Dit beperkte de mogelijkheid om rechtstreeks vergelijkbare studies te vinden en bemoeilijkte het
formuleren van afgebakende causale verbanden. Bovendien verschilden de gevonden onderzoeken
sterk in opzet, meetmethoden, en onderzochte populaties, wat interpretatie en vergelijking van de
resultaten bijkomend beïnvloedde. Deze beperkingen worden in rekening gebracht bij de verdere
analyse en bespreking van de literatuur.
43. Structuur en functie van hormonen
De term hormoon is afkomstig van het Griekse woord hormao, wat letterlijk “in beweging zetten”
betekent. Deze taalkundige oorsprong sluit nauw aan bij hun biologische functie: hormonen
fungeren als boodschappers die via de bloedbaan signalen doorgeven aan specifieke cellen en
weefsels. Eenmaal aangekomen bij hun doelwit, activeren of remmen ze processen die essentieel
zijn voor het functioneren van het lichaam. Zo beïnvloeden hormonen onder meer de spijsvertering,
voortplanting, bloeddruk, slaap, stemming, gewicht en energieniveau – zoveel vitale functies dat
men zich eerder kan afvragen waar hormonen geen impact op hebben (Theys, 2023).
In grote lijnen worden hormonen onderverdeeld in twee types. Een eerste groep bestaat uit de
eiwithormonen. Deze binden zich aan receptoren aan de buitenkant van het celmembraan en
geven hun signaal door zonder de cel binnen te dringen. Een tweede groep zijn de
steroïdhormonen, opgebouwd uit cholesterol. In tegenstelling tot de eiwithormonen passeren ze
wel door het celmembraan en beïnvloeden ze rechtstreeks de activiteit binnenin de cel. Het
merendeel van de geslachtshormonen behoort tot deze laatste categorie (Mandoki et al., 2004).
Hormonen worden vaak spontaan geassocieerd met de puberteit, een levensfase waarin hun
effecten duidelijk zichtbaar zijn. Onder invloed van onder andere oestrogeen en testosteron vinden
tijdens de adolescentie ingrijpende lichamelijke en emotionele veranderingen plaats: de
ontwikkeling van secundaire geslachtskenmerken, borstvorming bij meisjes, en typische
stemmings- en gedragswisselingen (Klein et al., 2017).
Toch reiken hormonale invloeden veel verder dan enkel geslachtshormonen. Het menselijk lichaam
wordt overspoeld met een diversiteit aan hormonen die processen reguleren en coördineren. Deze
stoffen worden systematisch afgegeven door endocriene klieren en circuleren in de bloedbaan.
Hierin gaan ze interageren met doelbewuste weefsels om homeostase te volbrengen en belangrijke
lichaamsfuncties te reguleren. De hormonale regulaties zijn betrokken bij vele processen, variërend
van stofwisselingsregulatie en immuunrespons tot het controleren van de bloeddruk en het
reguleren van de voortplantingscyclus. Het is van cruciaal belang dat een complex netwerk zoals
het hormonale systeem nauwkeurig georganiseerd wordt, aangezien zelfs kleine verstoringen in
deze balans enorme gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid en het welzijn van de mens
(Theys, 2023).
5Figuur 1 Hormonale werking
Bron: R. Ir. Moorman (2023)
Figuur 2 Hormoonstelsel
Bron: R. Ir. Moorman (2023)
63.1 Relevantie voor deze studie
De hormonale achtergrondinformatie is relevant voor deze studie omdat hormonen de
neurologische systemen beïnvloeden. Deze systemen spelen een belangrijke rol bij zeeziekte.
Geslachtshormonen zoals oestrogeen en progesteron onderhouden de werking van het vestibulaire
systeem, de verwerking van sensorische prikkels en de misselijkheidsregulerende centra in de
hersenen. Schommelingen in hormoonspiegels kunnen daardoor de gevoeligheid voor
bewegingsziekte verhogen of verlagen (Mucci et al., 2022).
Begrijpen hoe hormonen functioneren is dus cruciaal om te verklaren dat bepaalde personen – en
vooral vrouwen in specifieke fasen van hun cyclus – meer vatbaar zijn voor zeeziekte.
74. Hormonale klieren
4.1 De hypothalamus
Het menselijk lichaam beschikt over zeven endocriene klieren, waarvan er één geslachtsgebonden
is en dus verschilt bij mannen en vrouwen. Deze klieren functioneren binnen een hiërarchisch
systeem, waarbij de hypothalamus een centrale rol inneemt. De hypothalamus, gelegen in de
tussenhersenen, produceert neurohormonen die de activiteit van andere endocriene klieren
reguleren. Door deze regulerende functie wordt de hypothalamus vaak beschouwd als het
“controlecentrum” van het hormonale stelsel. Opmerkelijk is dat bepaalde delen van de
hypothalamus geslachtsgebonden zijn, wat betekent dat er verschillen bestaan in de structuur bij
vrouwen en mannen (Leng & MacGregor, 2018; Puelles et al., 2012).
Figuur 3 Hypothalamus
Bron: R. Ir. Moorman (2023)
4.2 De hypofyse
De hypofyse is een kleine endocriene klier die een centrale rol vervult in de hormonale regulatie
van het lichaam. Het produceert en scheidt een breed scala aan hormonen af die essentieel zijn
voor groei, voortplanting, stofwisseling, en emotioneel welzijn. Zo stimuleert het groeihormoon de
celgroei en het weefselherstel, terwijl prolactine bij vrouwen zorgt voor de melkproductie tijdens
de borstvoedingsperiode en bij mannen een rol speelt in de spermaproductie (Shiue et al., 2013).
Het follikelstimulerend hormoon (FSH) en het luteïniserend hormoon (LH) reguleren de
voortplantingscyclus en de geslachtsklierfunctie. Daarnaast activeert het thyreoïdstimulerend
hormoon (TSH) de schildklier en beïnvloedt zo de stofwisseling, terwijl adrenocorticotroop
hormoon (ACTH) de bijnieren stimuleert om cortisol en andere steroïdhormonen aan te maken. Het
antidiuretisch hormoon (ADH) draagt bij aan de waterhuishouding door de nieren aan te sturen
(Sav et al., 2025).
8Een bijzonder hormoon dat eveneens door de hypofyse wordt geproduceerd is oxytocine. Dit
hormoon beïnvloedt sociaal en emotioneel gedrag en bevordert binding en vertrouwen. Oxytocine
komt vrij tijdens fysieke interacties, zoals knuffelen, seksuele activiteiten of massage, maar ook
tijdens sociale interacties en het delen van emotionele momenten. Een tekort aan oxytocine wordt
in verband gebracht met gevoelens van angst, depressie, afstandelijkheid en eenzaamheid (Sav et
al., 2025).
De hypofyse staat in directe verbinding met de hypothalamus, die de afgifte van
hypofysehormonen aanstuurt. Samen vormen zij het belangrijkste regelcentrum van het
endocriene systeem. Verstoring van deze samenwerking kan leiden tot ingrijpende hormonale
disbalansen met gevolgen voor de gezondheid en het welzijn (Shiue et al., 2013).
Figuur 4 Hypofyse
Bron: R. Ir. Moorman (2023)
4.3 De epifyse
De epifyse, ook wel pijnappelklier genoemd, is een kleine endocriene klier die zich diep in de
hersenen bevindt. Deze is voornamelijk verantwoordelijk voor de productie van melatonine, een
hormoon dat een cruciale rol speelt in de regulatie van het circadiaans ritme en de slaap-
waakcyclus. Naarmate de melatoninespiegel stijgt, wordt de slaap dieper en langer. De productie
van melatonine wordt sterk beïnvloed door blootstelling aan licht: hoe meer licht de ogen
waarnemen, hoe sterker de melatonineproductie in de epifyse wordt afgeremd. Hierdoor volgt het
dag- en nachtritme initieel de cyclus van het zonlicht. Kunstmatig licht, zoals beeldschermen of
lampen, kan dit natuurlijke patroon echter verstoren en zelfs slaapproblemen met zich
meebrengen.
9Naast de rol in de slaapregulatie beïnvloedt melatonine ook de lichaamstemperatuur, de
bloeddruk, en het immuunsysteem. Bovendien is de epifyse betrokken bij de seksuele rijping: voor
de puberteit remt het de productie van de geslachtshormonen af (Oliviera et al., 2018).
Figuur 5 Epifyse
Bron: R. Ir. Moorman (2023)
4.4 De schildklier
De schildklier is een vlindervormige endocriene klier die oppervlakkig aan de voorzijde van de hals
ligt en de luchtpijp gedeeltelijk omsluit. De klier meet gemiddeld vijf centimeter in de lengte en
twee centimeter in de breedte. De belangrijkste functie van deze is het produceren van de
hormonen thyroxine (T4), de inactieve vorm, en trijoodthyronine (T3), de actieve vorm. Deze
hormonen spelen een essentiële rol bij de regulatie van de stofwisseling en zijn nauw verbonden
met de energielevering van het lichaam (Nilsson & Fagman, 2017).
De schildklier maakt deel uit van de hypothalamus-hypofyse-schildklier-as (HPT-as), een regelkring
waarbij de hypothalamus en de hypofyse de activiteit van de schildklier nauwkeurig controleren.
Wanneer er sprake is van een dysfunctie van de schildklier, kan dit leiden tot uiteenlopende
klachten zoals vermoeidheid, gewichtstoename, haaruitval, en een verhoogde gevoeligheid voor
koude. Dergelijke symptomen zijn vaak aspecifiek en worden niet altijd onmiddellijk gelinkt aan een
schildklieraandoening. Daarnaast kunnen afwijkingen zoals vergrote schildklierweefsels of de
aanwezigheid van knobbeltjes optreden. Dit kan, onder andere door druk op de omliggende
structuren, leiden tot een hese stemklank (Dittrich et al., 2011).
10Figuur 6 Schildklier
Bron: R. Ir. Moorman (2023)
4.5 De pancreas
De pancreas of alvleesklier is een langwerpig orgaan dat zich achter de maag en tegen de
twaalfvingerige darm bevindt. De klier vervult zowel een endocriene als een exocriene functie. Het
endocriene deel staat in voor de productie van verschillende hormonen die essentieel zijn voor het
metabolisme. Zo worden in de pancreas insuline en glucagon geproduceerd, twee hormonen die
samen instaan voor het in balans houden van de bloedsuikerspiegel. Daarnaast worden er ook
somatostatine, dat de afgifte van insuline en glucagon reguleert en pancreaspolypeptide, dat de rol
speelt in de spijsvertering, afgescheiden (Zhou & Melton, 2018).
Naast deze hormonale functie vervult de pancreas ook een exocriene rol, namelijk het
ondersteunen van de vertering van voedsel door de productie van spijsverteringsenzymen. Hoewel
de pancreas de belangrijkste producent van insuline is, dragen ook andere klieren zoals de bijnieren
en de eierstokken bij aan de regulatie van de bloedsuikerspiegel (Edlund, 1999).
Figuur 7 Pancreas
Bron: R. Ir. Moorman (2023)
114.6 De bijnieren
De bijnieren zijn gepaarde endocriene klieren die zich boven op de nieren bevinden, al ligt de
rechterbijnier iets lager in de buik, net onder de lever, dan de linker bijnier. Ondanks hun naam
hebben de bijnieren een totaal andere functie dan de nieren zelf. Ze produceren verschillende
hormonen die essentieel zijn voor de stressrespons, het immuunsysteem, de bloeddrukregulatie,
de regulatie van de bloedsuikerspiegel en het libido (Al-Khanaty et al., 2025).
De bijnieren zijn opgebouwd uit twee functionele delen: het bijniermerg en de bijnierschors. Het
bijniermerg scheidt adrenaline en noradrenaline af, hormonen die het lichaam activeren in situaties
van angst of stress. De bijnierschors produceert onder meer cortisol, dat een cruciale rol speelt bij
de bescherming en de bevoorrading van het lichaam tijdens stress, aldosteron, dat belangrijk is
voor de regulatie van de bloeddruk en de water- en zoutbalans, en daarnaast ook
geslachtshormonen zoals dehydro-epiandrosteron (DHEA) (Kempná & Flück, 2008).
Figuur 8 Bijnieren
Bron: R. Ir. Moorman (2023)
4.7 De eierstokken
Bij vrouwen vormen de eierstokken de zevende endocriene klier. Deze organen zijn
verantwoordelijk voor de productie en afgifte van de geslachtshormonen oestrogeen, progesteron,
en in mindere mate testosteron. Deze hormonen spelen een sleutelrol in de voortplanting, de
menstruatiecyclus en het libido, maar hebben daarnaast ook een bredere invloed op het lichaam.
Zo zijn ze onder meer betrokken bij de ontwikkeling van secundaire geslachtskenmerken, de
borstontwikkeling, de botdichtheid, de kwaliteit van slijmvliezen en het mentale welzijn (Fuqua &
Eugster, 2022).
12Figuur 9 Eierstokken
Bron: R. Ir. Moorman (2023)
4.8 De testikels
Bij mannen vormen de testikels de zevende endocriene klier. Deze organen zijn de belangrijkste
producent van testosteron, het hormoon dat een essentiële rol speelt in de voortplanting, de
spermaproductie, het libido, de spier- en botmassa, de ontwikkeling van secundaire
geslachtskenmerken zoals baardgroei, en het mentale welzijn (Deborah et al., 2010).
Figuur 10 Testikels
Bron: R. Ir. Moorman (2023)
De geslachtsklieren – de eierstokken bij vrouwen en de testikels bij mannen – zijn verantwoordelijk
voor de productie van geslachtshormonen. Hun activiteit wordt gereguleerd door de hypothalamus
en de hypofyse, die de afgifte stimuleren van gonadotropine-releasing hormoon (GnRH),
follikelstimulerend hormoon (FSH) en luteïniserend hormoon (LH). Deze hormonen zetten de
geslachtsklieren aan tot productie van oestrogeen en progesteron bij vrouwen, en testosteron bij
mannen (Fuqua & Eugster, 2022).
135. Neurotransmitters en hormonale reacties
Neurotransmitters zijn signaalstoffen die prikkels overdragen tussen zenuwcellen. Deze spelen een
cruciale rol in de regulatie van talrijke lichamelijke en psychische processen. Er worden zeven
belangrijke neurotransmitters onderscheiden: serotonine, dopamine, gamma-aminoboterzuur
(GABA), noradrenaline, endorfine, glutamaat en acetylcholine (De Vries et al., 2022).
Serotonine heeft een afremmende werking en beïnvloedt onder meer het humeur, de slaap, het
libido, de eetlust, de spierfunctie, het geheugen en de verwerking van pijnprikkels. Het staat
bovendien in nauwe relatie tot melatonine, aangezien een tekort aan serotonine leidt tot een
verminderde melatonineproductie en daardoor tot slechtere slaap (Erland & Saxena, 2017).
Dopamine daarentegen werkt stimulerend en speelt een rol bij beloning, motivatie, libido en
spierspanning. Het bevordert de herhaling van activiteiten die als aangenaam ervaren worden
(Horvitz et al., 2007). GABA is een remmende neurotransmitter die overprikkeling voorkomt en zo
de rust in het lichaam bewaakt. Het is sterk betrokken bij angst, bioritme, slaapkwaliteit en
spierfunctie, maar heeft ook een rol in bloeddrukregulatie, leverwerking en immuunsysteem
(Jorgensen, 2005).
Endorfines beïnvloeden pijnperceptie en plezier (Sprouse-Blum et al., 2010). Acetylcholine is van
belang voor spierfunctie, aandacht en leervermogen (De Vries et al., 2022). Glutamaat is essentieel
voor geheugen en leerprocessen (Gao & Cheung-Hoi Yu, 2025). Tot slot speelt noradrenaline een
rol in alertheid, stemming en aandacht (Prokopová, 2010).
Hormonen en neurotransmitters werken via een receptorbindingsmechanisme. Elke hormoon- of
neurotransmittersoort bindt uitsluitend aan een specifieke receptor op het doelorgaan. De respons
van het doelorgaan hangt af van zowel de hormoon- of neurotransmitterconcentratie als de
gevoeligheid van de receptor. Wanneer meer moleculen zich aan de receptor binden, kan de
gevoeligheid toenemen en ontstaat een sterkere werking (Leng & MacGregor, 2018).
Het hormoonsysteem fungeert daarnaast volgens kettingreacties. Een klier produceert een bepaald
hormoon dat een andere klier stimuleert tot de productie van een volgend hormoon. Dit proces
herhaalt zich totdat het gewenste effect bereikt is. Zodra dit doel bereikt is, treedt er een negatieve
feedback op: een remmend signaal dat aangeeft dat voldoende hormonen zijn vrijgekomen om de
functie te vervullen, waardoor verdere productie wordt afgeremd (Gao & Cheung-Hoi Yu, 2025).
146. De menstruatiecyclus
De menstruatiecyclus is een belangrijke indicator van de algemene gezondheid van de vrouw. De
cyclus duurt gemiddeld tussen de 23 en 35 dagen, afhankelijk van persoon tot persoon. Deze wordt
onderverdeeld in opeenvolgende fasen die worden gekenmerkt door specifieke hormonale en
fysiologische veranderingen (Baker et al., 2020).
De cyclus begint op de eerste dag van de menstruatie. Tijdens deze fase verliest de vrouw bloed en
bevinden de geslachtshormonen zich op hun laagste niveau. De menstruatie duurt doorgaans drie
tot zeven dagen. Aansluitend volgt de folliculaire fase, waarin onder invloed van de hypothalamus
en de hypofyse het follikelstimulerend hormoon (FSH) wordt vrijgemaakt. Dit hormoon stimuleert
de groei van follikels in de eierstokken en de productie van oestradiol, een subtype van oestrogeen.
De stijgende oestradiolconcentratie leidt tot verdikking van het baarmoederslijmvlies en verdere
rijping van de follikels (Draper, Duisters, Weger, et al., 2018).
De ovulatie of eisprong vormt het volgende stadium. Tijdens deze fase, waarin de vruchtbaarheid
het hoogst is, bereiken oestradiol en testosteron een piek. Het verhoogde testosteronniveau draagt
bij aan een toegenomen libido. De follikel waaruit de eicel vrijkomt ontwikkelt zich tot het gele
lichaam – het corpus luteum – dat vervolgens progesteron produceert (Alzueta & Baker, 2023).
In de daaropvolgende luteale fase, stijgt de concentratie progesteron aanzienlijk. Dit hormoon
bereidt het baarmoederslijmvlies voor op een mogelijke innesteling van een bevruchte eicel. Indien
er geen bevruchting plaatsvindt, dalen de hormoonspiegels opnieuw en volgt de afbraak van het
baarmoederslijmvlies, waarmee de menstruatiecyclus opnieuw begint (Alzueta & Baker, 2023).
Deze beschrijving heeft betrekking op de natuurlijke menstruatiecyclus, dat wil zeggen zonder
hormonale anticonceptiemiddelen zoals de pil, minipil, vaginale ring, implantaat, hormoonspiraal,
koperspiraal of prikpil. Bij gebruik van dergelijke contraceptiva wordt het natuurlijke patroon
doorbroken en verandert het hormonale verloop (Theys, 2023).
Daarnaast kunnen externe factoren de cyclus beïnvloeden. Chronische stress kan leiden tot een
verhoogde productie van prolactine door de hypofyse, wat menstruatie-onregelmatigheden of zelfs
het volledig uitblijven van de cyclus kan veroorzaken. Ook de schildklier speelt een belangrijke rol.
Een verminderde productie van schildklierhormonen kan de afgifte van FSH en LH door de hypofyse
negatief beïnvloeden, wat resulteert in een verlaagde productie van geslachtshormonen en
verstoring van de cyclus (Draper, Duisters, Weger, et al., 2018).
15Figuur 11 Het vrouwelijke geslachtsdeel
Bron: M. Leten (2023)
Figuur 12 De menstruatiecyclus
Bron: M. Leten (2023)
16Figuur 13 Tijdlijn - van menstruatie tot menopauze
Bron: M. Leten (2023)
177. Bewegingsziekte
7.1 Kinetose
Zeeziekte is geen ziekte. Het is compleet normaal dat mensen zeeziek worden aan boord van een
schip, omdat het menselijk lichaam van nature niet is gemaakt om zich in een bewegend vaar-
,
vlieg- of voertuig voort te bewegen. Dit fenomeen kan omschreven worden als een verzameling
klinische symptomen die bij vrijwel iedereen kunnen optreden, uitgezonderd personen zonder een
functionerend evenwichtsorgaan (Leyers et al., 2021).
De oorzaak van zeeziekte ligt in een verschil tussen de verwachte en de werkelijke beweging die
het lichaam ervaart. Dit sensorisch conflict duidt op een tegenstrijdigheid tussen de signalen
afkomstig van het visuele systeem, het vestibulair systeem en de proprioceptieve waarneming.
Wanneer deze signalen niet met elkaar overeenkomen, kan men zich misselijk en gedesoriënteerd
voelen. Personen die zelf het voer-, vlieg- of vaartuig besturen, ervaren doorgaans geen
bewegingsziekte, aangezien men anticipeert op de bewegingen en men hierdoor geen conflict
tussen de zintuiglijke signalen zal ondervinden (De Thierry De Faletans et al., 2024). Men kan zich
ook buiten aan dek begeven om de symptomen te verlichten. Dit effect is niet enkel te danken aan
de frisse lucht, maar vooral aan het feit dat het visuele systeem de beweging van de omgeving (bv.
de horizon) kan volgen, waardoor de waarneming van bewegingen beter overeenkomt met de
signalen van het evenwichtsorgaan. Het bewust richten van de blik op de horizon is daarom een
eenvoudige en doeltreffende manier om het eerder benoemd sensorisch conflict te vermijden
(Staab J. P. Bisdorff A. et al., 2021).
Wanneer de maag voldoende gevuld is en het lichaam goed uitgerust is, vertoont een persoon
doorgaans een lagere gevoeligheid voor zeeziekte. Een stabiele energiebalans en voldoende rust
versterken de fysiologische weerstand tegen de symptomen van bewegingsziekte. Na enkele dagen
blootstelling aan een bewegende omgeving past het zenuwstelsel zich geleidelijk aan dit nieuwe
sensorische patroon aan. Dit proces, bekend als gewenning, berust op de neuroplasticiteit van het
brein, waarbij het leert om tegenstrijdige sensorische signalen beter te interpreteren en te
compenseren. Hierdoor vermindert de gevoeligheid voor zeeziekte doorgaans naarmate de
blootstelling voortduurt (Cohen et al., 2019).
Hoewel zeeziekte een frequent voorkomend fysiologisch verschijnsel is, dat veroorzaakt wordt door
discrepanties tussen fysieke en visuele bewegingen, kan het bij gezonde individuen een aanzienlijke
invloed hebben. In situaties waarin een hoge mate van concentratie, coördinatie en alertheid
vereist is – zoals tijdens navigatie of andere operationele taken aan boord – kan zeeziekte prestaties
negatief beïnvloeden en daardoor veiligheid in gevaar brengen (Bos J. E., 2011).
18Wanneer men na een langere zeereis terugkomt aan de wal, moet het brein zich opnieuw
aanpassen aan een omgeving die niet langer in beweging is. Tijdens deze aanpassing kan het Mal
de Débarquement-syndroom (MdDS) optreden. MdDS is een vorm van landziekte, vergelijkbaar met
het fenomeen dat in de volksmond bekendstaat als “zeemansbenen”, maar dan in een extremere
vorm. In tegenstelling tot de gebruikelijke tijdelijke landziekte, die doorgaans binnen enkele uren
tot een dag spontaan verdwijnt, blijven de symptomen bij MdDS langdurig aanwezig en vereisen ze
vaak medische begeleiding. Het syndroom ontstaat doordat de hersenen de aan boord ontwikkelde
compensatiemechanismen voor de voortdurende beweging blijven toepassen, ook nadat deze niet
langer nodig zijn. Dit leidt tot een voortdurende perceptie van beweging, wat zich kan uiten in
klachten zoals duizeligheid en misselijkheid (DeFlorio & Silbergleit, 2006).
Figuur 14 Het evenwichtssysteem en zeeziekte
Bron: N. Fockedey (2003)
Bij zeeziekte raakt het vestibulaire systeem verstoord. Dit systeem is bij ieder mens aanwezig en
speelt onder normale omstandigheden een essentiële rol bij het behouden van evenwicht, rechtop
staan en wandelen. Het vestibulaire systeem werkt door veranderingen in lichaamspositie te
registreren via drie primaire receptoren: het evenwichtsorgaan, het zicht en de diepe gevoeligheid
in de zenuwen. Eén van deze receptoren is het binnenoor, dat diep in de schedel ligt en beschermd
wordt door het rotsbeen. Het binnenoor bestaat uit een complex netwerk van met vloeistof gevulde
kanalen en holtes, waarin het evenwichtsorgaan gelegen is. Dit orgaan detecteert versnellingen en
veranderingen in de positie van het hoofd (Cohen et al., 2019).
19Naast het vestibulaire systeem dragen ook de ogen bij door visuele informatie over de omgeving te
leveren, terwijl de proprioceptie informatie verstrekt over de positie en beweging van het lichaam
in de ruimte. De signalen van deze drie receptoren worden doorgestuurd naar een centraal
integratiecentrum in de medulla oblongata (het verlengde merg), dat de hersenstam met het
ruggenmerg verbindt. Hier worden de binnenkomende prikkels verwerkt en gecoördineerd. Als
reactie activeert het lichaam spiergroepen om het hoofd en de romp in balans te houden ten
opzichte van de omgeving. De regulatie van het vestibulaire systeem gebeurt onder controle van
de cerebrale cortex (de grote hersenen) en het cerebellum (de kleine hersenen). Deze
mechanismen functioneren grotendeels automatisch, maar kunnen tot op zekere hoogte ook
bewust worden beïnvloed (Kuiper et al., 2020).
Figuur 15 Het binnenoor en het evenwichtsorgaan/ het slakkenhuis
Bron: N. Fockedey (2003)
Mensen zijn van nature niet gewend aan de onvoorspelbare bewegingen van een schip en de
bijbehorende visuele verstoringen. Deze ongebruikelijke prikkels worden door het centrale
zenuwstelsel als tegenstrijdig ervaren, waardoor de coördinatie binnen het vestibulaire systeem
wordt verstoord. Dit leidt tot symptomen zoals evenwichtsverlies en duizeligheid. Daarnaast
kunnen reflexmatige reacties optreden in de ademhalings- en buikspieren, evenals het autonome
zenuwstelsel. Deze reacties kunnen zich uiten in misselijkheid, braken, zweten, diarree en een bleke
gezichtskleur (Cohen et al., 2019).
20De term nausea – het Engelse woord voor misselijkheid – is etymologisch afgeleid van het Griekse
naus, wat “schip” betekent. Tijdens langere zeereizen verdwijnen de symptomen doorgaans na drie
tot vier dagen als gevolg van het proces van gewenning. De hersenen leren de voorheen abnormale
bewegingen van het schip als normaal te interpreteren en passen zich hieraan aan. Naast de
primaire symptomen kunnen ook secundaire verschijnselen optreden, waaronder hoofdpijn,
geeuwen, slaperigheid, zuchten, verminderde concentratie en een afgenomen interesse in de
omgeving of de uit te voeren jobs (Maffert & Beust, 2022).
217.2 Mal de Débarquement Syndroom
Het Mal de Débarquement syndroom (MdDS) is een zeldzame neurologische aandoening die het
vestibulaire systeem aantast. Het betreft een vorm van bewegingsziekte zonder daadwerkelijke
beweging. Patiënten ervaren een aanhoudend gevoel van schommelen of deining, vergelijkbaar
met het bewegen aan boord van een schip, terwijl er objectief geen beweging plaatsvindt.
MdDS kan optreden na blootstelling aan langdurige passieve beweging – bijvoorbeeld na een
zeereis – waarbij de patiënt aan wal het gevoel van beweging niet kwijtraakt. Daarnaast kan het
ook spontaan ontstaan, zonder duidelijke bewegingstrigger, onder andere bij zwangerschappen, na
chirurgische ingrepen of in periodes van ernstige stress. De symptomen van MdDS kunnen
hersenmist zijn, houdingsinstabiliteit, stemmingsstoornissen en migraine. In de meeste gevallen is
medische behandeling noodzakelijk.
De studie Mucci et al. (2018) was de eerste die de relatie onderzocht tussen MdDS en het
hormonale profiel van de getroffen patiënten. De onderzoekers bestudeerden de rol van
geslachtshormonen, de aanwezigheid van hormonale aandoeningen, de hormonale invloed op de
symptomatologie en mogelijke verschillen tussen beweging getriggerde en spontane vormen van
MdDS. Daarnaast werd aandacht besteed aan nevenfactoren zoals prevalentie van migraine en
bewegingsziekte en hun mogelijke verband met MdDS.
Uit resultaten bleek dat vrouwen oververtegenwoordigd zijn in de MdDS-populatie, met een piek
in de (peri-)menopauzale leeftijdscategorie (40- à 50-jarigen). De auteurs suggereren dat dit
verband kan houden met een dalend oestrogeenniveau in deze levensfase. Hormonale
schommelingen tijdens de perimenopauze zouden vrouwen mogelijk kwetsbaarder maken voor de
ontwikkeling van MdDS. De data-analyse toonde bovendien aan dat MdDS-patiënten frequenter
hormonale stoornissen vertonen dan de algemene populatie, wat kan wijzen op een onderliggende
hormonale disbalans die bijdraagt aan het ontstaan van het syndroom.
Hoewel de studie een hoge prevalentie van migraine onder MdDS patiënten rapporteerde, werd
geen significante relatie vastgelegd tussen bewegingsziekte en MdDS. De auteurs benadrukken
echter dat de invloed van hormonen op migraine een belangrijke rol kan spelen bij vrouwelijke
MdDS patiënten. In het bijzonder zouden dalende oestrogeenspiegels tijdens de perimenopauze en
bij het premenstrueel syndroom (PMS) leiden tot veranderende symptomen, waaronder
onregelmatige menstruatie, migrainegevoeligheid en verhoogde sensitiviteit voor
bewegingsziekte. Bij mannen werden geen verhoogde niveaus van hormonale afwijkingen
vastgesteld ten opzichte van de algemene bevolking (Mucci et al., 2018).
22Figuur 16 Fluctuaties van oestrogeen, progesteron en luteïniserend hormoon tijdens een typische 28-dagen
menstruatiecyclus
Afkortingen: EST = oestrogeen; PROG = progesteron; LH = luteïniserend hormoon.
Bron: Mucci et al. (2018)
237.3 Migraine en zeeziekte
Hoofdpijn, misselijkheid, duizeligheid, slaperigheid en veranderingen in lichaamstemperatuur zijn
vaak voorkomende symptomen bij zowel migraine als zeeziekte. Dit wijst erop dat dezelfde
neuronale banen bij beide aandoeningen betrokken zijn. De symptomen worden vermoedelijk
veroorzaakt door reflexmechanismen in de hersenstam, mogelijk in diezelfde gebieden die tijdens
een migraineaanval actief worden. Een verhoogde sensitiviteit van deze hersenstamreflexen kan
ertoe leiden dat individuen frequenter migraineaanvallen ervaren en gevoeliger zijn voor het
ontwikkelen van zeeziekte (Grunfeld et al., 1998; Lentz, z.d.).
Figuur 17 De link tussen migraine en bewegingsziekte
Bron: Cuomo-Granston & Drummond (2010)
Bovenstaand schema biedt een duidelijk overzicht van de onderlinge mechanismen en hun invloed
op de symptomen van migraine en zeeziekte. De belangrijkste hersenstamstructuren die bij deze
processen betrokken zijn, zijn de trigeminal nucleus caudalis, de vestibulaire kernen en de nucleus
tractus solitarius. De pijlen in het schema geven de richting van neurale activatie weer, terwijl platte
lijnen wijzen op remming binnen pijnmodulatieprocessen (Cuomo-Granston & Drummond, 2010).
Wanneer deze remmende pijnmodulatie wordt verstoord, kan dit leiden tot een verhoogde
gevoeligheid voor licht, geluid en pijn in het hoofd en de nek. Dit kan migrainesymptomen uitlokken
en de betrokken hersenstamkernen verder sensibiliseren. Eenmaal geactiveerd, kan het
24trigeminovasculaire systeem de pijnprikkels in de trigeminale zenuw versterken door een vicieuze
cirkel van ontsteking en vaatverwijdering buiten de schedel in stand te houden.
Daarnaast kunnen interacties tussen de trigeminal nucleus caudalis en de nucleus tractus solitarius
bijdragen aan het verergeren van misselijkheid en hoofdpijn, terwijl verbindingen tussen de
trigeminal nucleus caudalis en de vestibulaire kernen kunnen leiden tot evenwichtsstoornissen. Een
aanhoudende hypersensitiviteit van deze hersenstamkernen verhoogt uiteindelijk de
kwetsbaarheid voor zowel zeeziekte als migraine (Grunfeld & Gresty, 1998).
8. Vrouwen, hun menstruatie en zeeziekte
Voor dit onderdeel wordt verwezen naar het onderzoek van Matchock et al. (2008), waarin wordt
verondersteld dat fluctuerende oestrogeenspiegels tijdens de menstruatiecyclus invloed kunnen
uitoefenen op de wijze waarop vrouwen misselijkheid en zeeziekte ervaren. Deze bevindingen
ondersteunen de eerder besproken studie over Mal de Débarquement syndroom, waarin eveneens
werd vastgesteld dat dalende oestrogeenniveaus een belangrijke rol spelen bij het ontstaan en de
ernst van de symptomen. Daarnaast wordt rekening gehouden met de verhoogde gevoeligheid van
vrouwen voor dergelijke hormonale invloeden, met name in situaties waarin illusionaire
lichaamsbewegingen en andere misselijkheidopwekkende prikkels een rol spelen (Hemmerich et
al., 2019).
Een cruciale factor bij onderzoek naar de invloed van de menstruatiecyclus op zeeziekte bij vrouwen
is het gebruik van hormonale anticonceptie. Anticonceptiva wijzigen de hormonale concentraties
in het lichaam en kunnen daardoor de onderzoeksresultaten beïnvloeden. Vrouwen die hormonale
anticonceptiva gebruiken, ervaren doorgaans geen natuurlijke menstruatiecyclus. Het bloedverlies
tijdens de stopweek is geen gevolg van een ovulatie, maar betreft een onttrekkingsbloeding
veroorzaakt door hormonale schommelingen. Deze vrouwen ovuleren meestal niet, waardoor zij
mogelijk niet profiteren van het beschermende effect dat de ovulatiefase kan bieden tegen
misselijkheid en zeeziekte (Matchock et al., 2008; Grunfeld & Gresty, 1998).
Als betekenis voor zeevarenden suggereert de literatuur dat vrouwen gevoeliger kunnen zijn voor
zeeziekte in fasen met lage oestrogeenspiegels (menstruatie, late luteale fase) en minder in fasen
met hogere spiegels (folliculaire fase, ovulatie). Voor zeevarenden betekent dit dat hun
kwetsbaarheid doorheen de cyclus kan fluctueren en beïnvloed kan worden door
werkomstandigheden op zee. Hormonale anticonceptie kan deze variatie afvlakken.
25Deel III – Methodologie
1. Onderzoeksopzet
1.1 Centrale onderzoeksvraag en doelstellingen
Dit onderzoek vertrekt vanuit de vraag in welke mate hormonale factoren de gevoeligheid voor
zeeziekte bij vrouwen beïnvloeden. Hierbij wordt onderzocht of (1) vrouwen gevoeliger zijn dan
mannen en (2) welke rol anticonceptie en menstruatiecycli spelen bij de ervaring van symptomen.
De hypothesen zijn reeds uiteengezet in deel I en vormen de leidraad voor de empirische analyses.
1.2 Onderzoeksdesign
Het onderzoek werd opgezet als een prospectieve observationele studie. De deelnemers leefden
en werkten samen gedurende vier weken aan boord van het trainingsschip Dar Mlodziezy. De reis
vond plaats van 22 maart tot en met 18 april 2025, een periode waarin alle deelnemers aan
vergelijkbare omstandigheden werden blootgesteld: scheepsbewegingen (rolling, pitching, yawing,
swaying), weersomstandigheden en het wachtsysteem. Deze uniforme setting bood een
uitzonderlijk kader om individuele verschillen in zeeziekte te documenteren.
Voor vertrek kregen de studenten een toelichting over het doel, de werkwijze en de
vertrouwelijkheid van het onderzoek. Deelname gebeurde vrijwillig en stond los van academische
evaluaties. Elke deelnemer tekende een informed consent en kreeg een persoonlijke code ter
bescherming van de privacy. Het sleutelbestand met de koppeling tussen naam en code werd na
de reis vernietigd, zodat de dataset volledig geanonimiseerd werd.
In totaal namen 62 deelnemers deel aan de algemene vragenlijst voorafgaand aan de zeereis en 36
van hen vulden de dagelijkse registratie gedurende de volledige periode in. De vrouwelijke
deelnemers gaven bijkomende informatie over hun anticonceptiegebruik en, indien van toepassing,
hun menstruele cyclus.
Het onderzoek kende geen interventies: de deelnemers werden in hun natuurlijke omgeving
opgevolgd. Deze keuze liet toe een realistisch beeld te vormen van hoe zeeziekte zich ontwikkelt
tijdens een langdurige reis op zee, zonder verstoring van hun dagelijkse ritme.
261.3 Verantwoording gekozen methodologie
Een observationeel ontwerp was de meest geschikte aanpak om subtiele verschillen in
symptoombeleving vast te leggen. Zeeziekte is immers een subjectieve ervaring, die uitsluitend
door de deelnemers zelf correct kan worden beoordeeld. De eenheid van de setting, gecombineerd
met de dagelijkse metingen, bood de mogelijkheid om patronen en fluctuaties nauwkeurig te
volgen.
De aanwezigheid van de onderzoeker aan boord had een ondersteunende functie: het zorgde
ervoor dat vragen onmiddellijk konden worden verduidelijkt en dat deelnemers gemotiveerd
werden om hun data consequent bij te houden. De gekozen observatieperiode van ongeveer één
maand maakte het mogelijk ten minste één volledige cyclus te volgen bij vrouwen met een
natuurlijke cyclus. Doordat de rol van de onderzoeker beperkt bleef tot praktische ondersteuning
en geen invloed had op de antwoorden zelf, was er geen sprake van onderzoekersbias.
Hoewel klinische metingen of continue observatie theoretisch waardevolle informatie hadden
kunnen bieden, waren ze in de context van het trainingsschip noch praktisch haalbaar, noch
wenselijk. De autonomie van de deelnemers en het ritme aan boord moesten gerespecteerd
blijven. De gekozen methodologische strategie bood dan ook een evenwicht tussen haalbaarheid
en wetenschappelijke betrouwbaarheid.
1.4 Ethische goedkeuring
De onderzoeksopzet werd vooraf voorgelegd aan en goedgekeurd door de Ethische Commissie van
de Universiteit Antwerpen. Zowel de dataverzameling als de verwerking verliepen volledig conform
de AVG/GDPR-regelgeving. Deelnemers gaven schriftelijk informed consent vooraleer de studie van
start ging.
272. Empirische methodiek
De dagelijkse vragenlijst werd door elke deelnemer één keer per dag ingevuld, op een moment naar
keuze. Zowel dagen met klachten als dagen zonder klachten werden geregistreerd, waardoor het
verloop van symptomen doorheen de reis kon worden gevolgd. De vragenlijst bestond uit Likert-
schalen voor algemene gevoelstoestand, misselijkheid, stress en hersenmist. Bij alle Likert-schalen
stond een score van 1 gelijk aan meer klachten en een score van 5 aan minder klachten. Daarnaast
duiden de deelnemers aan of zij tijdens de afgelopen 24 uur een zeeziektepil hadden ingenomen,
en konden zij specifieke symptomen selecteren uit een vooraf bepaalde lijst.
Vrouwelijke deelnemers registreerden bovendien dagelijks hun menstruele fase (menstruatie,
folliculaire fase, ovulatie, luteale fase) of gaven aan geen natuurlijke cyclus te hebben als gevolg
van het gebruik van hormonale anticonceptie. Aangezien objectieve metingen van
hormoonspiegels aan boord niet mogelijk waren, werd de cyclusfase bepaald op basis van de eigen
rapportage van de deelnemer.
De dataverzameling verliep via de mobiele Excel-app, waarop alle deelnemers hun vooraf
gedownloade vragenlijsten ter beschikking hadden. Wanneer hun toestel opnieuw
internetverbinding kreeg, synchroniseerde de app automatisch met de centrale dataset. Sommige
registraties bleken onvolledig en werden behandeld als onvolledige data.
Tabel 1 Overzicht van de variabelen in de dagelijkse vragenlijst
Eigen werk, 2025
Variabele Type Schaal Toelichting
Algemene
Ordinaal Likert 1-5
Dagelijkse zelfrapportage
gevoelstoestand
(1 = veel klachten,
5 = geen klachten)
Stress Ordinaal Likert 1-5 Dagelijkse zelfrapportage
Misselijkheid Ordinaal Likert 1-5 Dagelijkse zelfrapportage
Hersenmist Ordinaal Likert 1-5 Dagelijkse zelfrapportage
Gebruik zeeziektepil Nominaal Ja / Nee Afgelopen 24 uur
Symptomen Nominaal
Keuze uit lijst Additionele
(meervoudig)
symptoomrapportage
Menstruele fase
Nominaal Menstruatie/
Dagelijkse zelfrapportage,
(alleen vrouwen)
Folliculaire fase/
op basis van
Luteale fase/
cyclusinformatie
Geen natuurlijke cyclus
283. Gebruikte tools en digitale ondersteuning
3.1 Gebruik van artificiële intelligentie
In dit onderzoek werd er gebruik gemaakt van artificiële intelligentie op een verantwoorde manier,
in overeenstemming met de richtlijnen voor verantwoord gebruik van generatieve AI van de
Antwerp Maritime Academy. AI werd hier enkel en alleen gebruikt als ondersteunend element van
het schrijfproces en taalverwerking en niet voor het genereren van data, inhoud of besluiten.
3.2 Taal-, vertaal- en schrijfondersteuning
Ter ondersteuning van het schrijfproces werd gebruiktgemaakt van ChatGPT en Microsoft Copilot.
Deze werden gebruikt voor het controleren van grammatica, herformulering van zinnen (wellicht
zonder inhoudelijke aanpassingen), verfijning van de terminologie, optimalisatie van academische
schrijfstijl en ondersteuning voor structuur in de ganse tekst.
Alle AI-suggesties werden door de onderzoeker persoonlijk nagekeken op correctheid en context.
De inhoud van deze thesis is volledig gecreëerd door de onderzoeker zelf, die AI zuiver ter
ondersteuning heeft gebruikt.
Tijdens de oriënterende beginfase van deze thesis, werd AI ingezet als hulpmiddel om het
onderzoeksdomein te verkennen. Meer specifiek om synoniemen te vinden voor de toen nog
ongekende wetenschappelijke termen, en het in- en uitzoomen op bepaalde ideeën.
Voor vertalingen en uitbreiding van woordenschat werd beroep gedaan op DeepL, Reverso en
Google Translate. DeepL voor vertalingen van Engelstalige begrippen en korte stukken tekst;
Reverso voor interpretatie in context en vertalingen van Engelse termen; en Google Translate voor
simpele vertalingen van woordenschat.
De ganse thesis werd geschreven in Microsoft Word. Dit programma beschikt over enkele handige
ingebouwde tools, zoals controle voor spelling, grammatica, zinsbouw en consistentie van
academische woordenschat. Deze tools werden enkel en alleen gebruikt ter ondersteuning. De
inhoud werd door de onderzoeker zelf geschreven.
3.3 Vragenlijsten
De data voor dit onderzoek werd verzameld via twee digitale wegen: SurveyMonkey en Microsoft
Excel. SurveyMonkey werd gebruikt voor de algemene vragenlijsten voor aanvang van de zeereis.
De deelnemers vulden vragen in over hun gezondheidstoestand, eerdere ervaringen met
29bewegingsziekte, dagelijks gebruik van medicatie en voor de vrouwelijke deelnemers ook over hun
menstruele cyclus. SurveyMonkey is een zeer gebruiksvriendelijk platform om bevragingen uit te
voeren, maar aan boord was er geen internet dus kon er hier helaas geen gebruik van gemaakt
worden.
Voor het dagelijks registreren aan boord werd beroep gedaan op Microsoft Excel. Deelnemers
hadden voor ze aan boord gingen de vragenlijst gedownload op hun smartphone of tablet, en
konden op die manier een maandlang zonder internet al hun gegevens bijhouden in het
Exceldocument. Vanaf het moment dat hun smartphone of tablet geconnecteerd werd met
internet, werden de ingevulde gegevens automatisch gesynchroniseerd op de Excel app. Dankzij de
automatische synchronisatie had de onderzoeker meteen toegang tot de data.
Nadat alle deelnemers de vragenlijsten in SurveyMonkey beantwoord hadden, zijn deze gegevens
geconverteerd naar een Excelbestand. Dit werd gedaan om achteraf alle data in één programma te
hebben staan en een uniforme, makkelijkere data-analyse uit te voeren.
3.4 Bronnenbeheer en data-analyse
AI werd niet ingezet voor het vergaren van literatuur, statistische berekeningen, dataverwerking of
inhoudelijke besluiten te vormen.
Voor bronnenbeheer werd Zotero gebruikt, een programma dat werd aangeboden tijdens de lessen
van Wetenschappelijke Onderzoeksmetodologie (WOM) in de derde bachelor nautische
wetenschappen. Zotero biedt mogelijkheden om referenties correct op te slaan en te organiseren,
APA-stijlen automatisch te hanteren, DOI-gegevens te controleren en consistentie in de bibliografie
te garanderen. Bronnen werden steeds volledig gelezen door de onderzoeker, handmatig
ingegeven in het programma en eveneens gecontroleerd op correctheid vooraleer ze gebruikt
werden.
Het analyseren van de data werd uitgevoerd door de onderzoeker zelf, in het programma Microsoft
Excel. Microsoft Excel werd gebruikt voor het coderen van variabelen (nominaal, ordinaal, Likert-
schalen), voor het dagelijks loggen van data per deelnemer, voor het berekenen van statistieken
(frequenties, gemiddelden) en voor het genereren van grafieken en tabellen. Ontbrekende
waarden in de datasets werden benoemd als missing values en niet geanalyseerd. Alle
berekeningen werden handmatig uitgevoerd en gecontroleerd.
304. Reflectie op het onderzoeksproces
4.1 Rol van de onderzoeker
De onderzoeker voerde dit werk uit in het kader van haar masterproef binnen de opleiding
nautische wetenschappen aan de Antwerp Maritime Academy. Door eerdere vaartijd op
verschillende schepen – waaronder de Dar Mlodziezy, een containerschip en een passagiersschip –
beschikt zij over praktische kennis van de operationele realiteit aan boord. Deze achtergrond bood
een voordeel bij het begrijpen van de context waarin zeeziekte optreedt en bij het interpreteren
van omstandigheden tijdens de dataverzameling.
Tijdens de voorbereidingsfase verdiepte de onderzoeker zich in de relevante theoretische en
medische basis. Ze volgde onder meer een lezing over het endocriene systeem aan de KU Leuven
en raadpleegde meerdere domeinexperts. Deze gesprekken hadden geen formeel kwalitatief
onderzoeksdoel, maar dienden ter aanscherping van de onderzoeksvraag en methodologische
keuzes. Zij fungeerden dus als preliminaire inhoudelijke verdieping, zonder dat ze systematisch
werden geanalyseerd zoals bij formele interviews.
Aangezien de onderzoeker tijdens de dataverzameling aan boord aanwezig was in de rol van coach,
is het belangrijk mogelijke beïnvloedende factoren te erkennen. Haar aanwezigheid kon de
toegankelijkheid vergroten en de bereidheid van deelnemers verhogen, maar bracht tegelijk een
risico op responsbias met zich mee. Bijvoorbeeld doordat deelnemers sociaal wenselijke
antwoorden zouden geven. Om dit te beperken werden de vragenlijsten volledig anoniem
afgenomen, werd de doelstelling van het onderzoek duidelijk toeglicht en werd de begeleidende
rol van de onderzoeker strikt gescheiden gehouden van het invullen en verwerken van de data.
De praktische ervaring van de onderzoeker met zeeziekte en maritieme operaties vormde eveneens
een factor binnen het onderzoeksproces. Deze voorkennis bood voordelen bij de interpretatie van
dagelijkse omstandigheden aan boord, maar kon ook aanleiding geven tot onbewuste
veronderstellingen. Om dit te vermijden werd de analyse zo objectief mogelijk uitgevoerd, werd er
systematisch gewerkt met transparante documentatie en werden interpretaties steeds getoetst
aan bestaande literatuur.
4.2 Reflectie op dataverzameling en analyse
Het bepalen van een geschikte dataverzamelingsmethode vormde een uitdaging in de
voorbereidende fase van het onderzoek. In eerste instantie werd gebruiktgemaakt van
SurveyMonkey, dat voorafgaand aan de zeereis werd ingezet. Deze tool bleek bijzonder
31gebruiksvriendelijk en bood, dankzij de betalende versie, toegang tot extra functionaliteiten
waarmee de vragenlijst optimaal kon worden ontwikkeld en getest. Daarnaast werd
geëxperimenteerd met andere digitale mogelijkheden zoals Qualtrics, M-Path, Google Forms, en
Microsoft Excel, evenals met een mogelijke papieren versie van de vragenlijsten. Elke methode had
hierbij zijn eigen voor- en nadelen.
De uiteindelijke keuze werd sterk beïnvloed door de omstandigheden aan boord: tijdens de
volledige duur van de zeereis was er geen internetverbinding beschikbaar. Hierdoor bleek
SurveyMonkey, net als de andere internetafhankelijke tools, niet haalbaar voor gebruik aan boord.
Microsoft Excel bood in dit opzicht een oplossing, omdat de mobiele Excel-app toeliet om de
gegevens volledig offline in te voeren en tijdelijk lokaal op te slaan. Zodra er weer
internetverbinding beschikbaar was, werd de ingevoerde data automatisch gesynchroniseerd,
waardoor de onderzoeker alle gegevens op haar eigen toestel kon raadplegen.
De analyse bleek in de praktijk complexer dan verwacht. De ruwe Excel-bestanden bestonden uit
meerdere tabbladen per deelnemer, waardoor de gegevens niet onmiddellijk in één uniforme
dataset beschikbaar waren. Dit vereiste een uitgebreide fase van herstructureren, samenvoegen
en controleren van de dataset alvorens de echte analyses konden worden uitgevoerd. Daarnaast
zorgden het wisselende aantal ingevulde dagen, ontbrekende waarden en sterke verschillen in
datarapportage tussen deelnemers ervoor dat keuzes moesten worden gemaakt over welke data
bruikbaar waren voor verwerking. Ook het opsplitsen van de vrouwelijke deelnemers in subgroepen
(met anticonceptie, zonder anticonceptie) bemoeilijkte de analyses door de kleine aantallen.
Hoewel Excel voldoende mogelijkheden bood voor basisanalyses en het genereren van grafieken,
bleek het uitvoeren van meer verfijnde vergelijkingen en het visueel correct weergeven van trends
soms tijdsintensief en technisch uitdagend. Ondanks deze beperkingen kon de data-analyse
uiteindelijk op een systematische manier worden uitgevoerd. De interpretatie van de resultaten
dient echter met voorzichtigheid te gebeuren gezien de kleinschalige dataset en de praktische
beperkingen van de analysetools. Daarnaast werd niet alle verzamelde data opgenomen in de
uiteindelijke analyse. Er werd bewust gefocust op die variabelen die rechtstreeks bijdragen aan het
beantwoorden van de centrale onderzoeksvraag en de vooropgestelde hypotheses.
4.3 Slotreflectie
Het onderzoeksproces vormde een intensieve en leerrijke ervaring waarin zowel praktische als
methodologische uitdagingen samenkwamen. Het ontbreken van internet aan boord en het werken
met uiteenlopende datavormen maakten duidelijk hoe belangrijk flexibiliteit en nauwkeurigheid
32zijn bij empirisch onderzoek in een maritieme context. De noodzaak om data handmatig te
structureren en de beperkte steekproefgrootte onderstreepten het belang van een zorgvuldig en
transparant analyseproces.
De combinatie van de rol van coach en onderzoeker bracht zowel voordelen als aandachtspunten
met zich mee. Hoewel de vertrouwensband met de deelnemers de betrokkenheid mogelijk
verhoogde, vereiste deze dubbele positie voortdurende alertheid voor mogelijke vormen van
onderzoekersbias. Het gebruik van anonieme vragenlijsten en duidelijke rolafbakening hielp om de
objectiviteit van het onderzoek te waarborgen.
Terugkijkend bood het onderzoek waardevolle inzichten in de complexiteit van zeeziekte en de vele
factoren die hierop een invloed kunnen hebben. Tegelijkertijd heeft het proces bijgedragen aan de
ontwikkeling van onderzoeksvaardigheden zoals kritisch redeneren, methodologische
nauwkeurigheid en het omgaan met beperkingen binnen een realistische setting. Deze ervaring
vormt een belangrijke meerwaarde voor toekomstige professionele stappen binnen de maritieme
sector.
33Deel IV – Empirische bevindingen
1. Inleiding
In totaal ondertekenden 62 deelnemers de informed consent na het infomoment op de AMA.
Slechts 36 deelnemers vulden alle vragenlijsten dagelijks volledig in. Deze groep van 36 deelnemers
vormt daarom de analysegroep voor de empirische resultaten in dit hoofdstuk. De volledige dataset
bestaat uit 15 vrouwen en 21 mannen, waardoor de genderverhouding voldoende evenwichtig
blijft voor beschrijvende vergelijkingen (zie Figuur 18).
Binnen de groep vrouwelijke deelnemers, nemen er acht vrouwen geen hormonale anticonceptie
(zie Figuur 19). Één van deze acht gaf aan geen stabiele cyclus te hebben, waardoor zij niet kon
worden opgenomen in de analyse rond natuurlijke menstruatiecycli. Voor deze analyses blijft dus
een zeerbeperkte groep over (n = 7). Dit is een belangrijk aandachtspunt bij de interpretatie van de
cyclusresultaten.
Gender
15
Vrouw
Man
21
Figuur 18 Verdeling van de deelnemers per gender (n = 36)
Eigen data, 2025
Hormonale anticonceptie
7
8
Geen
anticonceptie
Wel
anticonceptie
Figuur 19 Gebruik van hormonale anticonceptie onder de vrouwelijke deelnemers (n = 15)
Eigen data, 2025
34De leeftijd van de deelnemers varieerde tussen 18 en 37 jaar. Geen van de vrouwelijke deelnemers
bevond zich in de menopauze, waardoor alle resultaten betrekking hebben op jonge volwassenen.
Daarnaast dient rekening te worden gehouden met de onderbreking van vier dagen midden in de
maand, namelijk van dag 14 tot en met dag 17. Op dag 14 kwam het schip in de voormiddag toe in
de haven. Dag 15 en 16 werden volledig aan wal doorgebracht, waarna op dag 17 opnieuw ’s
middags werd uitgevaren. Tijdens deze periode werden de deelnemers dus niet blootgesteld aan
zeecondities, wat duidelijke invloed kan hebben gehad op het ervaren en rapporteren van
zeeziektesymptomen. Deze onderbreking vormt daarom een belangrijke contextuele factor bij het
interpreteren van de trends in de dataset.
Dit hoofdstuk beschrijft louter wat de data laten zien, zonder verder in te gaan op mogelijke
verklaringen. De interpretatie van deze patronen volgt in deel V, de discussie.
2. Hormonale invloeden op zeeziekte bij vrouwen
De centrale onderzoeksvraag van deze studie richt zich op de mogelijke invloed van hormonale
factoren op de ervaring van zeeziekte bij vrouwen. In het onderzoek werd hierbij gekeken naar
twee empirisch beschikbare hormonale parameters binnen de groep vrouwelijke deelnemers:
(1) het gebruik van hormonale anticonceptie, en
(2) de gerapporteerde cyclusfase.
Alle vrouwelijke deelnemers rapporteerden dagelijks data over algemene gevoelstoestand,
misselijkheid, stress en hersenmist. Dezelfde vragenlijst werd gebruikt voor vrouwen met en zonder
hormonale anticonceptie, waardoor beide groepen rechtstreeks met elkaar vergeleken konden
worden.
352.1 Misselijkheid
Misselijkheid
Likter-scale
6
5
4
3
2
1
0
mannen
vrouwen
zonder AC
vrouwen
met AC
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28
Dagen
Figuur 20 Gemiddelde misselijkheidsscores bij mannen en vrouwen, vergeleken naar anticonceptiegebruik (met/ zonder
AC)
Eigen data, 2025
Figuur 20 toont de gemiddelde misselijkheidsscores voor mannen, vrouwen met antinconceptie en
vrouwen zonder anticonceptie. Uit de dagelijkse misselijkheidsscores blijkt dat vrouwen met
hormonale anticonceptie op 22 van de 28 dagen lagere scores rapporteerden dan vrouwen zonder
anticonceptie (zie Figuur 20).
Aangezien een lagere score overeenkomt met meer misselijkheid, betekent dit dat deze groep in
deze dataset op een meerderheid van de dagen meer misselijkheid rapporteerde. Slechts op zes
dagen lag de score van de groep zonder anticonceptie lager.
Ook in vergelijking met mannelijke deelnemers rapporteerden vrouwen gemiddeld lagere
misselijkheidsscores. Mannen noteerden doorheen de volledige periode hogere gemiddelde
waarden, wat overeenkomt met minder misselijkheid. Deze resultaten zijn beschrijvend en tonen
enkel de gerapporteerde verhoudingen binnen deze steekproef.
362.2 Algemene gevoelstoestand
Algemene gevoelstoestand
6
5
mannen
4
Likert-scale
3
vrouwen
met AC
2
1
vrouwen
zonder
AC
0
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28
Dagen
Figuur 21 Gemiddelde gevoelsstoestand bij mannen en vrouwen, vergeleken naar anticonceptiegebruik (met/zonder AC)
Eigen data, 2025
Figuur 21 geeft een overzicht van de gemiddelde scores van de algemene gevoelstoestand.
Mannelijke deelnemers rapporteerden in deze dataset gemiddeld hogere scores dan vrouwen.
Binnen de vrouwelijke groep bleef het verschil tussen vrouwen met en zonder hormonale
anticonceptie zeer klein. Slechts op vier van de 28 dagen was er een zichtbaar, maar telkens beperkt
verschil tussen beide groepen.
Op basis van de dagelijkse registraties kan in dit hoofdstuk enkel worden vastgesteld dat de scores
voor algemene gevoelstoestand in deze dataset vergelijkbaar zijn voor vrouwen met en zonder
anticonceptie. Interpretaties over mogelijke oorzaken worden besproken in deel V.
372.3 Stress
Stress
6
5
mannen
4
Likert-scale
3
vrouwen
met AC
2
1
vrouwen
zonder
AC
0
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28
Dagen
Figuur 22 Gemiddelde stressscore bij mannen en vrouwen, vergeleken naar anticonceptiegebruik (met/ zonder AC)
Eigen data, 2025
De stressscores zijn weegegeven in Figuur 22. Hieruit blijkt dat vrouwen in deze dataset gemiddeld
lagere (dus minder gunstige) stressscores rapporteerden dan mannen. Wanneer binnen de
vrouwelijke groep wordt gekeken naar anticonceptiegebruik, blijkt dat vrouwen die hormonale
anticonceptie nemen op 23 van de 28 dagen lagere stressscores noteerden dan vrouwen zonder
anticonceptie.
382.4 Hersenmist
Hersenmist
6
5
mannen
4
Likert-score
3
vrouwen
met AC
2
1
vrouwen
zonder AC
0
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28
Dagen
Figuur 23 Gemiddelde score op hersenmist bij mannen en vrouwen, vergeleken naar anticonceptiegebruik (met/ zonder
AC)
Eigen data, 2025
De resultaten voor hersenmist zijn weergegeven in Figuur 23. Vrouwen die hormonale
anticonceptie gebruiken rapporteerden in deze dataset op 22 van de 28 dagen lagere scores voor
hersenmist dan vrouwen zonder anticonceptie. Dit komt overeen met meer ervaren hersenmist.
Vrouwen zonder anticonceptie noteerden op slechts zes dagen lagere waarden. Wanneer de
vrouwelijke subgroepen worden vergeleken met de mannelijke groep, valt op dat mannen
gedurende de volledige onderzoeksperiode hogere scores rapporteren, wat overeenkomt met
minder hersenmist.
392.5 Toestanden per cyclusfase
Toestanden per cyclusfase
5
gemiddelde
gevoelstoestand
4
Likert-score
gemiddelde brain
fog
3
gemiddelde
stress
2
gemiddelde
misselijkheid
1
Folliculaire fase Luteale fase Menstruatie Ovulatie
Cyclusfasen
Figuur 24 Gemiddelde gevoelstoestanden per cyclusfase (n = 7)
Eigen data, 2025
De cyclusresultaten zijn samengebracht in Figuur 24. Aangezien slechts zeven vrouwen een
natuurlijke cyclus rapporteerden, is de dataset voor cyclusvergelijkingen zeer beperkt. De
gemiddelde scores voor de verschillende fasen (menstruatie, folliculaire fase, ovulatie, luteale fase)
liggen dicht bij elkaar en vertonen geen systematische variatie.
Op basis van deze beperkte gegevens kunnen geen uitspraken worden gedaan over mogelijke
verschillen in gevoeligheid tussen cyclusfasen. De interpretatie hiervan volgt in deel V.
2.6 Conclusie
De eerste resultaten van dit onderzoek wijzen erop dat vrouwen in deze studie meer zeeziekte
gerelateerde klachten rapporteerden dan mannen. Voor misselijkheid, stress, algemene
gevoelstoestand en hersenmist liggen de gemiddelde Likert-scores van vrouwen systematisch lager,
wat overeenkomt met meer symptomen.
Binnen de vrouwelijke groep blijkt dat het gebruik van hormonale anticonceptie niet gepaard gaat
met minder klachten. Vrouwen die anticonceptie gebruiken rapporteerden in deze steekproef
vaker meer misselijkheid, stress en hersenmist dan vrouwen die het niet gebruiken, terwijl het
verschil in algemene gevoelstoestand minimaal blijft. Dit suggereert dat hormonale anticonceptie
in deze populatie geen beschermend effect liet zien.
40Samengevat tonen de eerste resultaten dat vrouwen in dit onderzoek gevoeliger lijken voor
zeeziekte dan mannen en dat hormonale anticonceptie geen vermindering van klachten liet zien.
Deze bevindingen dienen voorzichtig geïnterpreteerd te worden gezien de beperkte omvang van
de steekproef.
3. Symptomen
Symptomen (M+V)
vomiting tendencies
swaying
bobbing
dizziness
tired
pitching
rocking
flu
headache
Figuur 25 Frequentie van zeeziekte gerelateerde symptomen van de totale onderzoekspopulatie
Eigen data, 2025
Figuur 25 toont de frequentie van de symptomen die door de volledige populatie werden
gerapporteerd. De meest voorkomende symptomen zijn vomiting tendencies, swaying, en
dizziness. Deze klachten maken het grootste deel uit van alle geregistreerde symptomen en sluiten
aan bij typische kenmerken van zeeziekte. Wanneer de symptomen per gender worden bekeken,
blijkt dat zij in deze dataset procentueel even frequent voorkomen bij mannen als bij vrouwen.
Binnen deze steekproef werd dus geen duidelijk gendergebonden verschil in symptoomtypes
vastgesteld.
414. Gebruik van zeeziektepillen
Gebruik van zeeziektepillen
Aantal personen
40
35
30
25
20
15
10
5
0
9 7 7 9 10 11 11 10 8 12 9 9 13 13 13 13 13 10 12 10 11 12 12 12 12 12 12 12
15 16
15
8
8
6
5 5
16
6
16
5
4 4 4
17
17 16
4 5
4
4
3
3
16
17 17
17
16
16
17
17
17 17 17 17 17 18 18
17 19 20 20 19
7
6 6
5
5
4
3
3
3 3 3 3 3
2
3 3
4
4 4
3 3 3 3
2
2
3 3
3 3 3 3 3
2 2
2 2
1
1
0 0
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28
Dagen
Vrouwen
NO
Mannen
NO
Vrouwen
YES
Mannen
YES
Figuur 26 Gebruik van zeeziektepillen bij mannen en vrouwen, per dag
Eigen data, 2025
Het dagelijks gebruik van zeeziektepillen wordt weergegeven in Figuur 26. Gedurende vrijwel de
volledige onderzoeksperiode waren er dagelijks meer deelnemers die geen zeeziektepil namen dan
wel. Zowel bij mannen als bij vrouwen is deze verhouding vergelijkbaar. Een opvallende constante
is dat er gedurende bijna de hele reis drie mannen en drie vrouwen waren die dagelijks een
zeeziektepil namen. Andere deelnemers namen slechts sporadisch een pil, zonder herkenbaar
patroon.
Wanneer de gegevens per gender worden opgesplitst, zijn de verschillen klein en niet consistent
over de dagen heen. Binnen deze dataset kan daarom geen duidelijke gendergebonden trend
worden vastgesteld in medicatiegebruik.
42Hersenmist x Zeeziektepil
5
4
Likert-score
Zonder
zeeziektepil
3
Met
zeeziektepil
2
1
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28
Dagen
Figuur 27 Hersenmist in functie van het gebruik van zeeziektepillen
Eigen data, 2025
Figuur 27 toont de gemiddelde hersenmist-scores van de deelnemers die gedurende de afgelopen
24 uur een zeeziektepil innamen, vergeleken met de deelnemers die er geen namen. In deze dataset
rapporteerden deelnemers die een zeeziektepil namen op vrijwel alle dagen lagere Likert-scores
voor hersenmist dan deelnemers die geen pil namen. Aangezien een lagere score overeenkomt met
meer hersenmist, betekent dit dat de groep die medicatie gebruikte in deze steekproef gemiddeld
meer hersenmist rapporteerde dan de groep zonder medicatie.
Hetzelfde patroon komt terug wanneer de resultaten per dag worden bekeken: op de meeste dagen
ligt de gemiddelde score van medicatiegebruikers lager. Slechts op enkele dagen liggen de scores
van beide groepen dichter bij elkaar.
435. Overzicht van de empirische bevindingen
5.1 Hoofdhypothese: Vrouwen zijn gevoeliger voor zeeziekte dan mannen.
Op basis van deze steekproef rapporteerden vrouwelijke deelnemers gemiddeld meer zeeziekte
gerelateerde klachten dan mannelijke deelnemers. Voor alle onderzochte variabelen (algemene
gevoelstoestand, misselijkheid, stress en hersenmist) lagen de gemiddelde Likert-scores van
vrouwen systematisch lager dan die van mannen, wat overeenkomt met het meer ervaren van
symptomen.
Deze resultaten zijn gebaseerd op beschrijvende gemiddelden. Er werd geen statistische toetsing
uitgevoerd. De bevindingen tonen daarom enkel de trend binnen deze dataset en laten geen harde
uitspraken toe over mogelijke verschillen tussen mannen en vrouwen in een bredere populatie.
5.2 Sub-hypothese 1: Het gebruik van hormonale anticonceptie maakt vrouwen minder
gevoelig voor zeeziekte.
De beschrijvende resultaten uit deze dataset onderstuenen deze hypothese niet. Vrouwen die
hormonale anticonceptie gebruikten rapporteerden in de meerderheid van de dagen meer
misselijkheid, meer stress en meer hersenmist dan vrouwen zonder anticonceptie. Alleen in de
algemene gevoelstoestand bleven de verschillen zeer beperkt.
In deze onderzoeksgroep werd dus geen aanwijzing gevonden dat hormonale anticonceptie
gepaard ging met minder zeeziektesymptomen. Binnen deze steekproef kwam zelfs vaker het
omgekeerde patroon voor. Ook hier gaat het om beschrijvende trends zonder statistische toetsing.
5.3 Sub-hypothese 2: Vrouwen zijn tijdens de ovulatie minder gevoelig voor zeeziekte.
Op basis van de eerste resultaten uit deze beperkte subgroep (n = 7) kan deze hypothese niet
worden bevestigd. De groep vrouwen met een natuurlijke cyclus was zeer klein, waardoor
vergelijkingen tussen de verschillende cyclusfasen slechts beperkt mogelijk waren.
In de beschrijvende scores voor algemene gevoelstoestand, misselijkheid, stress en hersenmist
werd geen patroon gevonden dat wijst op een lagere gevoeligheid tijdens de ovulatie. De data uit
deze steekproef tonen dus geen aanwijzingen dat vrouwen tijdens de ovulatiefase minder gevoelig
waren voor zeeziekte.
445.4 Sub-hypothese 3: Vrouwen zijn gevoeliger voor zeeziekte in bepaalde fasen van hun
menstruatiecyclus.
Ook voor deze hypothese bieden de beschrijvende resultaten uit deze kleine subgroep (n = 7) geen
ondersteuning. De gemiddelde scores per cyclusfase lagen dicht bij elkaar en vertoonden geen
systematische variatie. Binnen deze dataset werd dus geen duidelijk verschil gevonden tussen
menstruatie, folliculaire fase, ovulatie en luteale fase. Door de beperkte groepsomvang moeten
deze bevindingen met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden.
45Deel V – Discussie
1. Bevindingen bespreken
Wanneer de verzamelde gegevens worden geïnterpreteerd vanuit de centrale onderzoeksvraag,
ontstaan er een aantal patronen die toelaten de positie van hormonale factoren binnen deze
populatie te situeren. In deze steekproef rapporteerden vrouwen gemiddeld meer zeeziekte
gerelateerde klachten dan mannen voor alle onderzochte variabelen (algemene gevoelstoestand,
misselijkheid, stress en hersenmist).
Dit beschrijvende patroon komt overeen met bevindingen uit eerdere literatuur die aangeven dat
vrouwen gemiddeld gevoeliger kunnen zijn voor bewegingsziekte dan mannen (Mucci et al., 2022;
Hemmerich et al., 2019). De huidige resultaten passen binnen deze tendens, maar bieden geen
inzicht in onderliggende mechanismen, aangezien geen statistische toetsing werd uitgevoerd.
Binnen de groep vrouwelijke deelnemers werd onderzocht in welke mate hormonale factoren,
zoals het gebruik van hormonale anticonceptie of verschillen tussen de fasen van de
menstruatiecyclus, een rol speelden. In deze dataset werden geen aanwijzingen gevonden dat
hormonale anticonceptie beschermend zou werken tegen zeeziektesymptomen. Integendeel,
vrouwen met hormonale anticonceptie rapporteerden vaker meer misselijkheid, stress en
hersenmist dan vrouwen zonder hormonale anticonceptie. De verschillen in algemene
gevoelstoestand waren klein.
De analyses van de natuurlijke menstruatiecycli (n = 7) boden onvoldoende basis om duidelijke
conclusies te trekken over verschillen in gevoeligheid tussen de cyclusfasen. De gemiddelde scores
voor menstruatie, folliculaire fase, ovulatie en luteale fase lagen dicht bij elkaar en vertoonden in
deze kleine groep geen systematische variatie. De afwezigheid van een patroon kan wijzen op een
beperkte invloed van hormonale fluctuaties, maar kan evengoed het gevolg zijn van het zeer kleine
aantal observaties. Met slechts zeven deelnemers is het niet mogelijk conclusies te trekken,
waardoor de resultaten strikt beschrijvend blijven.
De bevindingen rond het gebruik van zeeziektepillen tonen tot slot een samenloop van factoren. In
deze steekproef rapporteerden deelnemers die een zeeziektepil namen gemiddeld meer
hersenmist dan deelnemers die dat niet deden. Een mogelijke verklaring, die niet rechtstreeks uit
de data kan worden afgeleid, is dat deelnemers met ernstigere klachten sneller geneigd waren
medicatie te gebruiken. Daarnaast staat in de literatuur beschreven dat bepaalde
zeeziektemedicatie bijwerkingen kan veroorzaken zoals slaperigheid en verminderde alertheid, wat
46de ervaring van hersenmist kan versterken. De relatie tussen medicatiegebruik en symptomen mag
daarom niet louter causaal worden geïnterpreteerd.
2. Suggesties voor volgend onderzoek
De bevindingen van dit onderzoek tonen aan dat verdere verdieping noodzakelijk is om de invloed
van hormonale factoren op zeeziekte bij vrouwen beter te begrijpen. Op basis van de beperkingen
en inzichten uit deze studie kunnen een aantal suggesties geformuleerd worden voor toekomstig
onderzoek.
Een eerste belangrijke suggestie betreft het vergroten van de steekproefgrootte en in het bijzonder
het aantal vrouwelijke deelnemers met een natuurlijke menstruatiecyclus. De huidige analyses
werden sterk beperkt door het kleine aantal vrouwen zonder hormonale anticonceptie, waardoor
verschillen tussen de cyclusfasen moeilijk te detecteren waren. Een grotere en evenwichtigere
steekproef zou toelaten om betrouwbaardere vergelijkingen te maken.
Daarnaast zou het wenselijk zijn om de menstruele cyclus preciezer in kaart te brengen.
Toekomstige onderzoeken kunnen hiervoor gebruikmaken van ovulatietesten aan boord. Door
vooraf ovulatietesten aan te kopen en systematisch af te nemen op vooraf bepaalde momenten,
kan de exacte ovulatie-dag objectief worden vastgesteld. Dit biedt een betrouwbaarder alternatief
voor zelfrapportage van de cyclusfase. Aanbevolen wordt om de cyclus ten minste twee maanden
voor de zeereis en twee maanden erna te loggen, zodat een duidelijker beeld ontstaat van het
individuele hormonale patroon van elke deelnemer. Op deze manier kan het onderzoek veel
gerichter uitgevoerd worden, met nauwkeurige fasetoewijzing op basis van biologische markers in
plaats van zelfinschatting.
Verder kan toekomstig onderzoek profiteren van kwalitatieve aanvullingen op de dagelijkse
vragenlijsten. Een wekelijkse groepsreflectie of een gesprekssessie aan boord kan waardevolle
contextinformatie opleveren. Tijdens zulke sessie kunnen deelnemers toelichten hoe en wanneer
zij zeeziekte hebben ervaren, welke activiteiten of jobs aan boord hun symptomen triggerden en
op welke locaties zij zich het meest vatbaar voelden (op dek, in de galley, in de kajuit, in de
messroom, ...). Dit kan helpen bij het identificeren van de omgevingsfactoren die mogelijk
interageren met hormonale gevoeligheid.
Ook het systematisch registreren van het type en de timing van medicatiegebruik kan zinvol zijn.
Verschillende zeeziektepillen hebben uiteenlopende bijwerkingen. Een nauwkeuriger
registratiesysteem zou toelaten om beter te onderscheiden welke symptomen door de
47onderliggende zeeziekte worden veroorzaakt en welke mogelijk door medicatiegebruik worden
versterkt.
Ten slotte kan toekomstig onderzoek overwegen om naast zelfrapportage ook objectievere
fysiologische metingen te integreren, zoals hartslagvariabiliteit, balansmetingen en
bewegingssensoren. Deze gegevens kunnen helpen om individuele gevoeligheid voor
bewegingsprikkels op een meer verfijnde manier te kwantificeren.
Kortom, toekomstige studies kunnen baat hebben bij een grotere steekproef, nauwkeurigere
hormonale tracking, aanvullende kwalitatieve data en een gedetailleerdere registratie van
medicatiegebruik aan boord. Deze verbeteringen vergroten de mogelijkheid om de complexe
interactie tussen hormonen, omgevingsfactoren en zeeziekte beter te begrijpen.
48Deel VI – Besluit
Deze thesis had als doel te onderzoeken in welke mate hormonale factoren de gevoeligheid voor
zeeziekte bij vrouwen beïnvloeden. In deze steekproef rapporteerden vrouwelijke deelnemers
gemiddeld meer zeeziekte gerelateerde klachten dan de mannelijke deelnemers. Dit lijkt aan te
sluiten bij eerdere literatuur waarin een verhoogde gevoeligheid voor bewegingsziekte bij vrouwen
werd beschreven (Grunfeld et al., 1998; Grunfeld & Gresty, 1998; Hemmerich et al., 2019).
Binnen de groep vrouwelijke deelnemers werd vervolgens nagegaan of hormonale anticonceptie
een invloed uitoefende op het ervaren van zeeziektesymptomen. In deze dataset rapporteerden
vrouwen die hormonale anticonceptie gebruikten op het merendeel van de dagen hogere
symptoomscores dan vrouwen zonder anticonceptie. Op basis van deze beschrijvende gegevens
werden dus geen aanwijzingen gevonden dat hormonale anticonceptie gepaard ging met minder
klachten.
De analyses van de menstruele cyclus leverden geen duidelijke verschillen op tussen de cyclusfasen.
Het aantal vrouwen met een natuurlijke cyclus (n = 7) was echter te beperkt om uitspraken te
kunnen doen over mogelijke variaties in gevoeligheid doorheen de cyclus. De afwezigheid van
verschillen mag daarom niet geïnterpreteerd worden als het ontbreken van een effect, maar
weerspiegelt vooral de beperkte omgvang van deze subgroep.
Daarnaast rapporteerden deelnemers die een zeeziektepil innamen gemiddeld meer hersenmist
dan deelnemers die er geen innamen. Dit sluit aan bij de literatuur waarin beschreven wordt dat
sommige zeeziektepillen gepaard gaan met bijwerkingen zoals slaperigheid en verminderde
alertheid (Staab J. P. Bisdorff A. et al., 2021). Op basis van deze gegevens kan echter niet worden
bepaald of de hogere hersenmist verband houdt met medicatiegebruik of van de ernst van de
symptomen waarvoor de medicatie werd ingenomen.
Bij interpretatie van deze resultaten moeten enkele beperkingen in acht worden genomen. De
steekproef was relatief klein en de verdeling tussen de vrouwelijke subgroepen was beperkt,
waarbij vooral de groep vrouwen met een natuurlijke cyclus zeer klein was. De gegevens waren
volledig zelf gerapporteerd en er werd geen statistische toetsing uitgevoerd, waardoor uitsluitend
beschrijvende trends konden worden weergegeven. Deze factoren beperken de mate waarin de
bevindingen gegeneraliseerd kunnen worden.
De resultaten bieden eerste aanwijzingen over mogelijke verbanden tussen hormonale factoren en
zeeziekte, maar bevestigen vooral dat verdere studie noodzakelijk is. Grotere en meer evenwichtige
49steekproeven, objectievere hormonale metingen en een nauwkeurigere opvolging van symptomen
kunnen bijdragen aan een beter begrip van de rol van hormonen in de gevoeligheid van zeeziekte.
50Bibliografie
Adashi, E. (1994). Endocrinology of the ovary.
https://doi.org/10.1093/oxfordjournals.humrep.a138602
Al-Khanaty, A., Guduguntla, A. N., Lawrentschuk, N., Bolton, D., & Eapen, R. (2025). Adrenal
Anatomy and Physiology. Urologic Clinics of North America, 52(2), 169-179.
https://doi.org/10.1016/j.ucl.2025.01.001
Alzueta, E., & Baker, F. C. (2023). The Menstrual Cycle and Sleep. Sleep Medicine Clinics, 18(4),
399-413. https://doi.org/10.1016/j.jsmc.2023.06.003
Baker, F. C., Siboza, F., & Fuller, A. (2020). Temperature regulation in women: Effects of the
menstrual cycle. Temperature, 7(3), 226-262. https://doi.org/10.1080/23328940.2020.1735927
Cohen, B., Dai, M., Yakushin, S. B., & Cho, C. (2019). The neural basis of motion sickness. Journal
of Neurophysiology, 121(3), 973-982. https://doi.org/10.1152/jn.00674.2018
Cuomo-Granston, A., & Drummond, P. D. (2010). Migraine and motion sickness: What is the link?
Progress in Neurobiology, 91(4), 300-312. https://doi.org/10.1016/j.pneurobio.2010.04.001
De Thierry De Faletans, C., Misericordia, M., Vallier, J. M., Duché, P., & Watelain, E. (2024). Effects
of dynamic visual feedback system on seasickness. Applied Ergonomics, 119, 104318.
https://doi.org/10.1016/j.apergo.2024.104318
De Vries, L. P., Van De Weijer, M. P., & Bartels, M. (2022). The human physiology of well-being: A
systematic review on the association between neurotransmitters, hormones, inflammatory
markers, the microbiome and well-being. Neuroscience & Biobehavioral Reviews, 139, 104733.
https://doi.org/10.1016/j.neubiorev.2022.104733
Deborah, A. K., Marvin, L. M., & Cheung, M. R. (2010). Chapter 27—The testicle. 653-675.
DeFlorio, P. T., & Silbergleit, R. (2006). Mal de Debarquement presenting in the Emergency
Department. The Journal of Emergency Medicine, 31(4), 377-379.
https://doi.org/10.1016/j.jemermed.2006.04.010
Dittrich, R., Beckmann, M. W., Oppelt, P. G., Hoffmann, I., Lotz, L., Kuwert, T., & Mueller, A.
(2011). Thyroid hormone receptors and reproduction. Journal of Reproductive Immunology, 90(1),
58-66. https://doi.org/10.1016/j.jri.2011.02.009
Draper, C. F., Duisters, K., & Weger, B. (2018). Menstrual cycle rhythmicity: Metabolic patterns in
healthy women. Scientific Reports, 8(1), 14568. https://doi.org/10.1038/s41598-018-32647-0
51Draper, C. F., Duisters, K., Weger, B., Chakrabarti, A., Harms, A. C., Brennan, L., Hankemeier, T.,
Goulet, L., Konz, T., Martin, F. P., Moco, S., & Van Der Greef, J. (2018). Menstrual cycle
rhythmicity: Metabolic patterns in healthy women. Scientific Reports, 8(1), 14568.
https://doi.org/10.1038/s41598-018-32647-0
Edlund, H. (1999). Pancreas: How to get there from the gut? Current Opinion in Cell Biology, 11(6),
663-668. https://doi.org/10.1016/S0955-0674(99)00033-2
Erland, L. A. E., & Saxena, P. K. (2017). Melatonin Natural Health Products and Supplements:
Presence of Serotonin and Significant Variability of Melatonin Content. Journal of Clinical Sleep
Medicine, 13(02), 275-281. https://doi.org/10.5664/jcsm.6462
Fuqua, J. S., & Eugster, E. A. (2022). History of Puberty: Normal and Precocious. Hormone
Research in Paediatrics, 95(6), 568-578. https://doi.org/10.1159/000526464
Gao, K., & Cheung-Hoi Yu, A. (2025). Glutamate, a Key for Astrocytes to Participate in Brain
Function and Diseases. Neurochemical Research, 50(3), 166. https://doi.org/10.1007/s11064-025-
04418-7
Grunfeld, E., & Gresty, M. A. (1998). Relationship between motion sickness, migraine and
menstruation in crew members of a “round the world” yacht race. Brain Research Bulletin, 47(5),
433-436. https://doi.org/10.1016/S0361-9230(98)00099-9
Grunfeld, E., Price, C., Goadsby, P., & Gresty, M. (1998). Motion sickness, migraine, and
menstruation in mariners. The Lancet, 351(9109), 1106. https://doi.org/10.1016/S0140-
6736(05)79388-0
Hemmerich, W. A., Shahal, A., & Hecht, H. (2019). Predictors of visually induced motion sickness
in women. Displays, 58, 27-32. https://doi.org/10.1016/j.displa.2018.11.005
Horvitz, J. C., Choi, W. Y., Morvan, C., Eyny, Y., & Balsam, P. D. (2007). A “Good Parent” Function
of Dopamine: Transient Modulation of Learning and Performance during Early Stages of Training.
Annals of the New York Academy of Sciences, 1104(1), 270-288.
https://doi.org/10.1196/annals.1390.017
Jorgensen, E. M. (2005). GABA. WormBook. https://doi.org/10.1895/wormbook.1.14.1
Kempná, P., & Flück, C. E. (2008). Adrenal gland development and defects. Best Practice &
Research Clinical Endocrinology & Metabolism, 22(1), 77-93.
https://doi.org/10.1016/j.beem.2007.07.008
52Klein, D. A., Emerick, J. E., Sylvester, J. E., & Vogt, K. S. (2017). Disorders of Puberty: An Approach
to Diagnosis and Management. American Family Physician, 96(9), 590-599.
Kuiper, O. X., Bos, J. E., Diels, C., & Schmidt, E. A. (2020). Knowing what’s coming: Anticipatory
audio cues can mitigate motion sickness. Applied Ergonomics, 85, 103068.
https://doi.org/10.1016/j.apergo.2020.103068
Leng, G., & MacGregor, D. J. (2018). Models in neuroendocrinology. Mathematical Biosciences,
305, 29-41. https://doi.org/10.1016/j.mbs.2018.07.008
Lentz, J. M. (z.d.). Three studies of motion sickness susceptibility.
Leyers, E., Wuyts, F., Verbist, R., & Courtois, I. (2021, januari 25). #3 Ziek, zeeziek en zot. Over wat
de oceaan kan doen met een mens. (No. 3) [Broadcast].
https://open.spotify.com/episode/2Q0Gogh97WGHq6wIR5R9wA?si=dGUTZLVwSESg…
Maffert, A., & Beust, L. (2022). Preliminary study after two years of use of Nausicaa system for
seasickness management. International Maritime Health, 73(4), 172-177.
https://doi.org/10.5603/IMH.2022.0030
Mandoki, J. J., Mendoza-Patiño, N., Molina-Guarneros, J. A., Jiménez-Orozco, F. A., & Velasco-
Velázquez, M. A. (2004). Hormone multifunctionalities: A theory of endocrine signaling, command
and control. Progress in Biophysics and Molecular Biology, 86(3), 353-377.
https://doi.org/10.1016/j.pbiomolbio.2003.10.001
Matchock, R. L., Levine, M. E., Gianaros, P. J., & Stern, R. M. (2008). Susceptibility to Nausea and
Motion Sickness as a Function of the Menstrual Cycle. Women’s Health Issues, 18(4), 328-335.
https://doi.org/10.1016/j.whi.2008.01.006
Morgane Leten. (2023). Het Cyclus Kompas (4de dr.). Lannoo.
Mucci, V., Canceri, J. M., Brown, R., Dai, M., Yakushin, S. B., Watson, S., Van Ombergen, A.,
Jacquemyn, Y., Fahey, P., Van De Heyning, P. H., Wuyts, F., & Browne, C. J. (2018). Mal de
Debarquement Syndrome: A Retrospective Online Questionnaire on the Influences of Gonadal
Hormones in Relation to Onset and Symptom Fluctuation. Frontiers in Neurology, 9, 362.
https://doi.org/10.3389/fneur.2018.00362
Mucci, V., Hamid, M., Jacquemyn, Y., & Browne, C. J. (2022). Influence of sex hormones on
vestibular disorders. Current Opinion in Neurology, 35(1), 135-141.
https://doi.org/10.1097/WCO.0000000000001019
53Nancy Fockedey. (2003). Zeeziekte: De schrik van menig zeevaarder. 4.
Nilsson, M., & Fagman, H. (2017). Development of the thyroid gland. Development, 144(12), 2123-
2140. https://doi.org/10.1242/dev.145615
Oliviera, P. F., Sousa, M., & Monteiro, M. P. (2018). Pineal Gland and Regulatory Function. 472-
477. https://doi.org/10.1016/B978-0-12-801238-3.64618-4
prof. dr. Bos, J. E. (2011). Gaan, staan, kijken en kokken met het evenwichtsorgaan.
Prokopová, I. (2010). Noradrenaline and behavior. Ceskoslovenska Fysiologie, 59(2), 51-58.
Puelles, L., Martinez-de-la-Torre, M., Bardet, S., & Rubenstein, J. L. R. (2012). Hypothalamus. In
The Mouse Nervous System (pp. 221-312). Elsevier. https://doi.org/10.1016/B978-0-12-369497-
3.10008-1
Ralph Ir. Moorman. (2023). De Hormoonfactor. https://www.dehormoonfactor.nl/hormoonstelsel
Sav, A., Menna, G., & Serra, C. (2025). Anatomy of the pituitary gland. Best Practice & Research
Clinical Endocrinology & Metabolism, 39(3), 102013. https://doi.org/10.1016/j.beem.2025.102013
Shiue, Y.-L., Chen, L.-R., Tsai, C.-J., Yeh, C.-Y., & Huang, C.-T. (2013). Emerging roles of peroxisome
proliferator-activated receptors in the pituitary gland in female reproduction. Biomarkers and
Genomic Medicine, 5(1-2), 1-11. https://doi.org/10.1016/j.gmbhs.2013.04.008
Sprouse-Blum, A. S., Smith, G., Sugai, D., & Parsa, F. D. (2010). Understanding endorphins and
their importance in pain management. Hawaii Medical Journal, 69(3), 70-71.
Staab J. P. Bisdorff A., Cha, Y.-H., Golding, J. F., Keshavarz, B., Furman, J., Kim, J.-S., Lopez-
Escamez, J. A., Magnusson, M., Yates, B. J., & Lawson, B. D. (2021). Motion sickness diagnostic
criteria: Consensus Document of the Classification Committee of the Bárány Society. Journal of
Vestibular Research, 31(5), 327-344. https://doi.org/10.3233/VES-200005
Theys, L. (2023). Onze hormonen, onderschatte helden. Lannoo.
Zhou, Q., & Melton, D. A. (2018). Pancreas regeneration. Nature, 557(7705), 351-358.
https://doi.org/10.1038/s41586-018-0088-0
5455Bijlagen
A. Informed consent (ENG)
Informed Consent NON-ANONYMOUS RESEARCH
Dear participant,
You wish to participate in a scientific study of hormonal influences on seasickness, carried out
by Margaux Hermans under the direction of mrs. Debandt and mrs. Speelman.
It was explained to you during the information moment exactly what the study entails. Your role
in this will be to fill out some questionnaires and track symptoms in case of seasickness. Female
participants will also have to track and voluntarily monitor their menstrual cycle and, if
necessary, take an ovulation test to capture the hormonal peak. The study will take place during
the internship (March-April 2025).
When participating in this study, you are recognizable to our researchers during the collection
of data and/or in the data we collect. According to GDPR-legislation, we are required to register
your first- and surname when you agree to participate. We store the consent forms in which you
are recognizable separately and digitally (digitized if necessary) for 10 years in password-
protected files in a separate location on secure servers of the AMA (Antwerp Maritime
Academy). These consent forms are only accessible to mrs. Debandt and mrs. Speelman.
You will be given a code that you will apply to successive questionnaires. A key file will be created
to link these codes to the participants. This key file will be secured by researcher Margaux
Hermans on her personal computer for the duration of the internship and then kept, separately,
in password protected files in a separate location on secure servers of the AMA, and accessible
only to the promoters of this study, being mrs. Debandt and mrs. Speelman. The key file will be
deleted before the start of the analyses of the data. From then on, you will not be identifiable in
any way in the datasets and results of this study. The anonymous datasets will be kept digitally
for 10 years after the study has ended.
You have the right to view files in which you are recognizable as long as these files are stored.
You can only view data about yourself in these files. Changing or deleting data may be
exceptionally allowed if this does not jeopardise the purpose of the research.
You have the right to refuse to participate and to stop your participation at any time. You do not
have to explain this and this will not entail any disadvantage or loss of benefits. The data already
collected can be deleted at your request if this does not jeopardize the purpose of the research.
56The researchers of this study have the right to share anonymous databases (in which
participants are not recognizable to anyone) with (inter)national colleagues in the context of
(this and/or later) scientific research. These data files are not accessible to other parties,
including yourself or companies/organizations that do not fit within scientific research
institutions.
If you have any further questions or comments, please contact the contact person of this project
kathy.speelman@hzs.be of camille.debandt@hzs.be. If you have any questions or comments
about the collection of data with which you are recognizable, you can also contact the Data
Protection Officer or the Privacy Service of the University of Antwerp: privacy@uantwerpen.be.
If you believe that one of the aforementioned persons is not processing your personal data
lawfully and in accordance with the legal requirements, you have the right to lodge a complaint
with the Data Protection Authority (contact details available at:
https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/). We do recommend, in case of complaints,
to first contact our data protection officer. Often any problems or misunderstandings can be
solved quickly and easily in this way.
I have read and understood the information in the information document and (tick as
appropriate):
O I voluntarily agree to participate,
O I do not wish to participate in this study (no name and signature required).
NAME & FIRST NAME participant:
DATE:
SIGNATURE:
57B. Informed consent (NL)
Informed Consent NIET ANONIEM ONDERZOEK
Beste deelnemer,
Je wenst deel te nemen aan een wetenschappelijke studie naar hormonale invloeden op
zeeziekte, uitgevoerd door Margaux Hermans onder leiding van mevrouw Debandt en mevrouw
Speelman.
Er werd u tijdens het infomoment uitgelegd wat de studie precies inhoudt. Uw rol hierin zal het
invullen zijn van enkele vragenlijsten en bijhouden van symptomen in geval van zeeziekte.
Vrouwelijke deelnemers zullen eveneens hun menstruele cyclus moeten opvolgen en vrijwillig
en indien nodig een ovulatietest kunnen afnemen om de hormonale piek te kunnen vastleggen.
Het onderzoek zal tijdens de stage (maart-april 2025) plaatsvinden.
Bij deelname aan deze studie ben je tijdens het verzamelen van data en/of in de gegevens die
we verzamelen herkenbaar voor onze onderzoekers. Volgens de AVG/GDPR zijn we vereist om
bij instemming tot deelname uw naam en voornaam te registreren. De
toestemmingsformulieren waarin je herkenbaar bent bewaren we afzonderlijk en digitaal (zo
nodig gedigitaliseerd) gedurende 10 jaar in met paswoord-beveiligde bestanden op een
afzonderlijke locatie op beveiligde servers van de AMA (Antwerp Maritime Academy). Deze
toestemmingsformulieren zijn enkel toegankelijk voor: mevrouw Debandt en mevrouw
Speelman.
Je krijgt een code die je zal toepassen op de opeenvolgende vragenlijsten. Een sleutelbestand
zal opgemaakt worden om deze codes aan de deelnemers te linken. Dit sleutelbestand zal door
onderzoeker Margaux Hermans beveiligd worden op haar persoonlijke computer voor de duur
van de stage en nadien, afzonderlijk, in met paswoord beveiligde bestanden op een afzonderlijke
locatie op beveiligde servers van de AMA bewaard worden, en enkel toegankelijk zijn voor de
promotoren van deze studie, zijnde mevrouw Debandt en mevrouw Speelman. Het
sleutelbestand wordt verwijderd voor de start van de analyses van de data. Vanaf dan ben je op
geen enkele wijze meer herkenbaar in de datasets en resultaten van deze studie. De anonieme
datasets worden digitaal bewaard tot 10 jaar na het beëindigen van de studie.
Je hebt het recht bestanden waarin jij herkenbaar bent in te kijken zolang deze bestanden
bewaard worden. Je kan in deze bestanden enkel gegevens over jezelf inkijken. Het wijzigen of
schrappen van gegevens kan uitzonderlijk en als dit het doel van het onderzoek niet in gevaar
brengt.
58Je hebt het recht te weigeren om deel te nemen en te allen tijde jouw deelname te stoppen. Je
hoeft hiervoor geen uitleg te geven en dit zal geen enkel nadeel of verlies van voordelen met
zich meebrengen. De dan reeds verzamelde data kunnen op jouw vraag geschrapt worden als
dit het doel van het onderzoek niet in gevaar brengt.
De onderzoekers van deze studie hebben het recht anonieme databestanden (waarin
deelnemers voor niemand herkenbaar zijn) te delen met (inter)nationale collega’s in het kader
van (dit en/of later) wetenschappelijk onderzoek. Deze databestanden zijn niet toegankelijk voor
andere partijen, inclusief jezelf of bedrijven/organisaties die niet kaderen binnen
wetenschappelijke onderzoeksinstellingen.
Bij verdere vragen of opmerkingen kan je contact opnemen met de contactpersoon van dit
project kathy.speelman@hzs.be of camille.debandt@hzs.be. Met vragen of opmerkingen inzake
het verzamelen van gegevens waarmee je herkenbaar bent kan je tevens contact opnemen met
de Data Protection Officer of de Privacy dienst van Universiteit Antwerpen:
privacy@uantwerpen.be. Als je denkt dat iemand van de bovenvermelde personen jouw
persoonsgegevens niet rechtmatig en volgens de wettelijke vereisten verwerkt, dan heb je recht
om klacht in te dienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit (contactgegevens beschikbaar via:
https://www.gegevensbeschermingsautoriteit.be/). In geval van klachten raden wij evenwel aan
om eerst onze functionaris voor gegevensbescherming te contacteren. Vaak kunnen eventuele
problemen of misverstanden op deze manier snel en eenvoudig opgelost worden.
Ik heb de informatie in het inlichtingenformulier gelezen en begrepen en (kruis aan wat van
toepassing is):
O Ik stem geheel vrijwillig in tot deelname,
O Ik wens niet deel te nemen aan deze studie (geen naam en handtekening vereist).
NAAM & VOORNAAM deelnemer:
DATUM:
HANDTEKENING:
59C. Algemene vragenlijst
Vraag 0, 1, 3, 4, 5, 6, 7 zijn open vragen en verplicht te beantwoorden.
Vraag 2 is een meerkeuzevraag met één mogelijk antwoord en verplicht te beantwoorden.
0) Participants code?
1) What is your age? (in years)
2) What is your gender?
> M (Male)
> F (Female)
> X (Other)
3) What is your length? (in centimeters)
4) What is your weight? (in kilograms)
5) How do you score your overall health? (in percentage)
6) Have you ever experienced balance disorders when you were ashore? If yes, please
elaborate.
7) Do you take medication on a regular basis? If yes, please specify which.
60D. Vragenlijst over hormonen
Vraag 0, 1 zijn openvragen en verplicht te beantwoorden.
Vraag 2 is een meerkeuzevraag met één mogelijk antwoord en verplicht te beantwoorden.
0) Participants code?
1) Do you use contraception? If yes, please specify what type of contraception.
2) In which phase of your menstrual cycle are you at this moment?
> Menstruating
> Follicular phase
> Luteal phase
> Ovulating
> I don’t know
> I don’t have a menstrual cycle
61E. Vragenlijst zeeziekte – MANNEN
Dagelijks, startende van 22/03/2025 tot en met 18/04/2025
Vraag 0 is een open vraag, verplicht te beantwoorden
Vraag 1 t.e.m. vraag 4 zijn Likert-schaalvragen (zeer negatief tot zeer positief), verplicht te
beantwoorden
Vraag 5 is een meerkeuzevraag met één of meerdere mogelijke keuzes, verplicht te beantwoorden.
Vraag 6 is een ja/nee-vraag, verplicht te beantwoorden.
0) Participants code: MXX
1) 2) 3) 4) 5) 6) At this moment, how do you feel?
(1 = bad, 5 = excellent)
At this moment, how stressed are you?
(1 = extremely stressed, 5 = not stressed at all)
At this moment, how nauseous are you?
(1 = extremely nauseous, 5 = not nauseous at all)
At this moment, are you experiencing any brain fog?
(1 = a lot of brain fog, 5 = no brain fog at all)
(*Brain fog = difficulty to concentrate, difficulty to think clearly, difficulty to reason clearly.)
At this moment, what symptoms are you experiencing?
> Swaying = Deining (NL) = Oscillant (FR)
> Bobbing = Dobberend (NL) = Bobbinage (FR)
> Dizziness = Duizelig (NL) = Vertige (FR)
> Vomiting (tendencies) = Braken (NL) = Vomir (FR)
> None of these
> Other (please elaborate)
Did you take a seasickness pill during the last 24 hours?
> YES
> NO
62F. Vragenlijst zeeziekte + hormonen – VROUWEN
Dagelijks, startende van 22/03/2025 tot en met 18/04/2025
Vraag 0 is een open vraag, verplicht te beantwoorden
Vraag 1 t.e.m. vraag 4 zijn Likert-schaalvragen (zeer negatief tot zeer positief), verplicht te
beantwoorden
Vraag 5 is een meerkeuzevraag met één of meerdere mogelijke keuzes, verplicht te beantwoorden.
Vraag 6 is een ja/nee-vraag, verplicht te beantwoorden.
Vraag 7 is een meerkeuzevraag met één mogelijk antwoord, verplicht te beantwoorden.
0) Participants code: VXX
1) 2) 3) 4) 5) 6) At this moment, how do you feel?
(1 = bad, 5 = excellent)
At this moment, how stressed are you?
(1 = extremely stressed, 5 = not stressed at all)
At this moment, how nauseous are you?
(1 = extremely nauseous, 5 = not nauseous at all)
At this moment, are you experiencing any brain fog?
(1 = a lot of brain fog, 5 = no brain fog at all)
(*Brain fog = difficulty to concentrate, difficulty to think clearly, difficulty to reason clearly.)
At this moment, what symptoms are you experiencing?
> Swaying = Deining (NL) = Oscillant (FR)
> Bobbing = Dobberend (NL) = Bobbinage (FR)
> Dizziness = Duizelig (NL) = Vertige (FR)
> Vomiting (tendencies) = Braken (NL) = Vomir (FR)
> None of these
> Other (please elaborate)
Did you take a seasickness pill during the last 24 hours?
> YES
> NO
637) At this moment, in which phase of your menstrual cycle are you?
> Menstruating (start of a new cycle)
> Follicular phase (just after menstruation)
> Ovulation (middle of your cycle, feeling good)
> Luteal phase (end of your cyle)
> No menstrual cycle (in case you use contraception)
64
Adashi, E. (1994). Endocrinology of the ovary.
https://doi.org/10.1093/oxfordjournals.humrep.a138602
Al-Khanaty, A., Guduguntla, A. N., Lawrentschuk, N., Bolton, D., & Eapen, R. (2025). Adrenal
Anatomy and Physiology. Urologic Clinics of North America, 52(2), 169-179.
https://doi.org/10.1016/j.ucl.2025.01.001
Alzueta, E., & Baker, F. C. (2023). The Menstrual Cycle and Sleep. Sleep Medicine Clinics, 18(4),
399-413. https://doi.org/10.1016/j.jsmc.2023.06.003
Baker, F. C., Siboza, F., & Fuller, A. (2020). Temperature regulation in women: Effects of the
menstrual cycle. Temperature, 7(3), 226-262. https://doi.org/10.1080/23328940.2020.1735927
Cohen, B., Dai, M., Yakushin, S. B., & Cho, C. (2019). The neural basis of motion sickness. Journal
of Neurophysiology, 121(3), 973-982. https://doi.org/10.1152/jn.00674.2018
Cuomo-Granston, A., & Drummond, P. D. (2010). Migraine and motion sickness: What is the link?
Progress in Neurobiology, 91(4), 300-312. https://doi.org/10.1016/j.pneurobio.2010.04.001
De Thierry De Faletans, C., Misericordia, M., Vallier, J. M., Duché, P., & Watelain, E. (2024). Effects
of dynamic visual feedback system on seasickness. Applied Ergonomics, 119, 104318.
https://doi.org/10.1016/j.apergo.2024.104318
De Vries, L. P., Van De Weijer, M. P., & Bartels, M. (2022). The human physiology of well-being: A
systematic review on the association between neurotransmitters, hormones, inflammatory
markers, the microbiome and well-being. Neuroscience & Biobehavioral Reviews, 139, 104733.
https://doi.org/10.1016/j.neubiorev.2022.104733
Deborah, A. K., Marvin, L. M., & Cheung, M. R. (2010). Chapter 27—The testicle. 653-675.
DeFlorio, P. T., & Silbergleit, R. (2006). Mal de Debarquement presenting in the Emergency
Department. The Journal of Emergency Medicine, 31(4), 377-379.
https://doi.org/10.1016/j.jemermed.2006.04.010
Dittrich, R., Beckmann, M. W., Oppelt, P. G., Hoffmann, I., Lotz, L., Kuwert, T., & Mueller, A.
(2011). Thyroid hormone receptors and reproduction. Journal of Reproductive Immunology, 90(1),
58-66. https://doi.org/10.1016/j.jri.2011.02.009
Draper, C. F., Duisters, K., & Weger, B. (2018). Menstrual cycle rhythmicity: Metabolic patterns in
healthy women. Scientific Reports, 8(1), 14568. https://doi.org/10.1038/s41598-018-32647-0
51Draper, C. F., Duisters, K., Weger, B., Chakrabarti, A., Harms, A. C., Brennan, L., Hankemeier, T.,
Goulet, L., Konz, T., Martin, F. P., Moco, S., & Van Der Greef, J. (2018). Menstrual cycle
rhythmicity: Metabolic patterns in healthy women. Scientific Reports, 8(1), 14568.
https://doi.org/10.1038/s41598-018-32647-0
Edlund, H. (1999). Pancreas: How to get there from the gut? Current Opinion in Cell Biology, 11(6),
663-668. https://doi.org/10.1016/S0955-0674(99)00033-2
Erland, L. A. E., & Saxena, P. K. (2017). Melatonin Natural Health Products and Supplements:
Presence of Serotonin and Significant Variability of Melatonin Content. Journal of Clinical Sleep
Medicine, 13(02), 275-281. https://doi.org/10.5664/jcsm.6462
Fuqua, J. S., & Eugster, E. A. (2022). History of Puberty: Normal and Precocious. Hormone
Research in Paediatrics, 95(6), 568-578. https://doi.org/10.1159/000526464
Gao, K., & Cheung-Hoi Yu, A. (2025). Glutamate, a Key for Astrocytes to Participate in Brain
Function and Diseases. Neurochemical Research, 50(3), 166. https://doi.org/10.1007/s11064-025-
04418-7
Grunfeld, E., & Gresty, M. A. (1998). Relationship between motion sickness, migraine and
menstruation in crew members of a “round the world” yacht race. Brain Research Bulletin, 47(5),
433-436. https://doi.org/10.1016/S0361-9230(98)00099-9
Grunfeld, E., Price, C., Goadsby, P., & Gresty, M. (1998). Motion sickness, migraine, and
menstruation in mariners. The Lancet, 351(9109), 1106. https://doi.org/10.1016/S0140-
6736(05)79388-0
Hemmerich, W. A., Shahal, A., & Hecht, H. (2019). Predictors of visually induced motion sickness
in women. Displays, 58, 27-32. https://doi.org/10.1016/j.displa.2018.11.005
Horvitz, J. C., Choi, W. Y., Morvan, C., Eyny, Y., & Balsam, P. D. (2007). A “Good Parent” Function
of Dopamine: Transient Modulation of Learning and Performance during Early Stages of Training.
Annals of the New York Academy of Sciences, 1104(1), 270-288.
https://doi.org/10.1196/annals.1390.017
Jorgensen, E. M. (2005). GABA. WormBook. https://doi.org/10.1895/wormbook.1.14.1
Kempná, P., & Flück, C. E. (2008). Adrenal gland development and defects. Best Practice &
Research Clinical Endocrinology & Metabolism, 22(1), 77-93.
https://doi.org/10.1016/j.beem.2007.07.008
52Klein, D. A., Emerick, J. E., Sylvester, J. E., & Vogt, K. S. (2017). Disorders of Puberty: An Approach
to Diagnosis and Management. American Family Physician, 96(9), 590-599.
Kuiper, O. X., Bos, J. E., Diels, C., & Schmidt, E. A. (2020). Knowing what’s coming: Anticipatory
audio cues can mitigate motion sickness. Applied Ergonomics, 85, 103068.
https://doi.org/10.1016/j.apergo.2020.103068
Leng, G., & MacGregor, D. J. (2018). Models in neuroendocrinology. Mathematical Biosciences,
305, 29-41. https://doi.org/10.1016/j.mbs.2018.07.008
Lentz, J. M. (z.d.). Three studies of motion sickness susceptibility.
Leyers, E., Wuyts, F., Verbist, R., & Courtois, I. (2021, januari 25). #3 Ziek, zeeziek en zot. Over wat
de oceaan kan doen met een mens. (No. 3) [Broadcast].
https://open.spotify.com/episode/2Q0Gogh97WGHq6wIR5R9wA?si=dGUTZLVwSESg…
Maffert, A., & Beust, L. (2022). Preliminary study after two years of use of Nausicaa system for
seasickness management. International Maritime Health, 73(4), 172-177.
https://doi.org/10.5603/IMH.2022.0030
Mandoki, J. J., Mendoza-Patiño, N., Molina-Guarneros, J. A., Jiménez-Orozco, F. A., & Velasco-
Velázquez, M. A. (2004). Hormone multifunctionalities: A theory of endocrine signaling, command
and control. Progress in Biophysics and Molecular Biology, 86(3), 353-377.
https://doi.org/10.1016/j.pbiomolbio.2003.10.001
Matchock, R. L., Levine, M. E., Gianaros, P. J., & Stern, R. M. (2008). Susceptibility to Nausea and
Motion Sickness as a Function of the Menstrual Cycle. Women’s Health Issues, 18(4), 328-335.
https://doi.org/10.1016/j.whi.2008.01.006
Morgane Leten. (2023). Het Cyclus Kompas (4de dr.). Lannoo.
Mucci, V., Canceri, J. M., Brown, R., Dai, M., Yakushin, S. B., Watson, S., Van Ombergen, A.,
Jacquemyn, Y., Fahey, P., Van De Heyning, P. H., Wuyts, F., & Browne, C. J. (2018). Mal de
Debarquement Syndrome: A Retrospective Online Questionnaire on the Influences of Gonadal
Hormones in Relation to Onset and Symptom Fluctuation. Frontiers in Neurology, 9, 362.
https://doi.org/10.3389/fneur.2018.00362
Mucci, V., Hamid, M., Jacquemyn, Y., & Browne, C. J. (2022). Influence of sex hormones on
vestibular disorders. Current Opinion in Neurology, 35(1), 135-141.
https://doi.org/10.1097/WCO.0000000000001019
53Nancy Fockedey. (2003). Zeeziekte: De schrik van menig zeevaarder. 4.
Nilsson, M., & Fagman, H. (2017). Development of the thyroid gland. Development, 144(12), 2123-
2140. https://doi.org/10.1242/dev.145615
Oliviera, P. F., Sousa, M., & Monteiro, M. P. (2018). Pineal Gland and Regulatory Function. 472-
477. https://doi.org/10.1016/B978-0-12-801238-3.64618-4
prof. dr. Bos, J. E. (2011). Gaan, staan, kijken en kokken met het evenwichtsorgaan.
Prokopová, I. (2010). Noradrenaline and behavior. Ceskoslovenska Fysiologie, 59(2), 51-58.
Puelles, L., Martinez-de-la-Torre, M., Bardet, S., & Rubenstein, J. L. R. (2012). Hypothalamus. In
The Mouse Nervous System (pp. 221-312). Elsevier. https://doi.org/10.1016/B978-0-12-369497-
3.10008-1
Ralph Ir. Moorman. (2023). De Hormoonfactor. https://www.dehormoonfactor.nl/hormoonstelsel
Sav, A., Menna, G., & Serra, C. (2025). Anatomy of the pituitary gland. Best Practice & Research
Clinical Endocrinology & Metabolism, 39(3), 102013. https://doi.org/10.1016/j.beem.2025.102013
Shiue, Y.-L., Chen, L.-R., Tsai, C.-J., Yeh, C.-Y., & Huang, C.-T. (2013). Emerging roles of peroxisome
proliferator-activated receptors in the pituitary gland in female reproduction. Biomarkers and
Genomic Medicine, 5(1-2), 1-11. https://doi.org/10.1016/j.gmbhs.2013.04.008
Sprouse-Blum, A. S., Smith, G., Sugai, D., & Parsa, F. D. (2010). Understanding endorphins and
their importance in pain management. Hawaii Medical Journal, 69(3), 70-71.
Staab J. P. Bisdorff A., Cha, Y.-H., Golding, J. F., Keshavarz, B., Furman, J., Kim, J.-S., Lopez-
Escamez, J. A., Magnusson, M., Yates, B. J., & Lawson, B. D. (2021). Motion sickness diagnostic
criteria: Consensus Document of the Classification Committee of the Bárány Society. Journal of
Vestibular Research, 31(5), 327-344. https://doi.org/10.3233/VES-200005
Theys, L. (2023). Onze hormonen, onderschatte helden. Lannoo.
Zhou, Q., & Melton, D. A. (2018). Pancreas regeneration. Nature, 557(7705), 351-358.