Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Hoe verlicht AI het werk van leerkrachten met weinig AI-ervaring?

AP Hogeschool Antwerpen
2026
Magnus
Van Dyck
  • Tayyba
    Chaudery
  • Ikram
    Saïd
  • Hafsa
    El Mousati
  • Brent
    Vanhoof
AI verlicht vooral taken zoals lesvoorbereiding, differentiatie, evaluatie, administratie en creatieve opdrachten. Leerkrachten kunnen hierdoor sneller materiaal ontwikkelen en efficiënter werken. Tegelijk blijft een kritische houding noodzakelijk: AI‑output moet gecontroleerd worden, scholen moeten duidelijke richtlijnen voorzien en leerkrachten hebben opleiding en tijd nodig om te experimenteren. AI ondersteunt het denkproces, maar mag het nooit vervangen.
Meer lezen

The lost creatives

Karel de Grote Hogeschool
2026
Melisa
Kurti
  • Emile
    De Pooter
Via dit document willen we de verschillende complexe processen achter het verhaal van de verloren creatievelingen onder de aandacht brengen. Eerst en vooral willen we een belangrijke evolutie van dit project verduidelijken die zal helpen de tijdlijn duidelijker te maken.

Aanvankelijk begon dit verhaal als een soloproject van mij, Melisa, waarbij het de bedoeling was dat het verhaal live zou worden uitgevoerd. Maar op advies en steun van mijn leraren besloot ik over te schakelen naar een stop-motion formaat om het artistieke aspect en de vaardigheden die ik tijdens mijn academische jaren had verworven, waardoor ik ze goed kon laten zien, niet te verliezen. Tijdens het productieproces had ik Emile bij me, wat leidde tot de evolutie van het verhaal van de Lost artist naar wat nu het verhaal is van de lost creatives.

oorspronkelijk ging ik ( Emile ) aan een ander project meewerken. Dit is door onzekerheid over mijn mogelijkheid om af te studeren met een buis op project audio-video in twijfel getrokken. eens er besloten was toch mijn bachelorproef dit jaar te doen. Ik was niet meer welkom in mijn groep, wat ervoor zorgde dat ik halverwege het tweede semester er alleen voor stond. Ik was doorheen het jaar op de hoogte van Melisa haar visie op de bachelorproef en vond het een zeer interessant concept grotendeels vanuit mijn eigen levenservaring. Dus heb ik snel de beslissing gemaakt te horen of er nog plaats was voor een extra groepsgenoot die graag zijn mening en visie op het verhaal en onderwerp wilde delen. Hierdoor zijn we een team geworden dat zich volledig wijdt aan het verhaal van de lost creatives. Dat ons nou aan het hart ligt.

Meer lezen

Onderwijsongelijkheid bespreekbaar maken in de klas: Een verkennend onderzoek naar de inzet van het spel Kansrijk? in de onderwijspraktijk

Thomas More Hogeschool
2026
Lien
Resseler
Het bordspel Kansrijk? helpt toekomstige leerkrachten om onderwijsongelijkheid niet alleen te begrijpen, maar ook écht te voelen. Het onderzoek toont hoe het spel werkt, wat het losmaakt bij studenten en welke extra tools nodig zijn om het spel goed te begeleiden.
Meer lezen

Geschiedenis begint in de kleuterklas

Odisee Hogeschool
2026
Emilia
Van Impe
Met de invoering van de nieuwe kennisrijke minimumdoelen binnen het Vlaamse basisonderwijs worden kleuterleerkrachten uitgedaagd om expliciet in te zetten op kennisopbouw. Voor veel leerkrachten vormt dit een nieuwe manier van werken, zeker binnen domeinen zoals geschiedenis. Op de stageschool Sint-Aloysius te Denderhoutem bleek dat er onzekerheid bestond over hoe een historisch thema zoals het Oude Egypte op een kennisrijke en ontwikkelingsgerichte manier aangeboden kan worden aan oudste kleuters. Vanuit deze vaststelling werd de centrale onderzoeksvraag geformuleerd: Hoe creëer je kennisrijke contexten voor de oudste kleuters rond het thema Oude Egypte vanuit de minimumdoelen? Om deze onderzoeksvraag te beantwoorden werd gebruikgemaakt van verschillende onderzoeksmethoden. Een literatuurstudie bracht inzichten aan over kennisrijke contexten, effectieve didactiek, kennisopbouw en de nieuwe minimumdoelen. Daarnaast werden vier leerkrachten van de derde kleuterklas bevraagd via een online vragenlijst. Voor de evaluatie van kennisverwerving werd de klasmentor geïnterviewd. Op basis van deze gegevens werd een kennisrijk thema rond het Oude Egypte ontworpen en uitgetest in een derde kleuterklas. Uit de resultaten blijkt dat een kennisrijke context gekenmerkt wordt door doelgerichte kennisopbouw, rijke materialen, betekenisvolle activiteiten, herhaling en een actieve rol van de leerkracht. Zowel de literatuur als de bevraagde leerkrachten benadrukken het belang van een rijke speelleeromgeving waarin kleuters nieuwe kennis kunnen verwerven binnen en buiten hun leefwereld. Daarnaast blijkt dat verhalen, visuele ondersteuning, interactieve gesprekken en onderzoekende activiteiten belangrijke didactische strategieën zijn om kennisopbouw en taalontwikkeling te stimuleren. Op basis van de nieuwe minimumdoelen en het leerplan Op.stap werd een kennisrijk thema rond het Oude Egypte uitgewerkt. Het ontwerp omvatte onder meer een boekenhoek, ontdektafel, schrijfhoek met hiërogliefen, bouwhoek rond piramides, rollenspelhoek, beeldende activiteit rond papyrus en een wiskundige programmeeractiviteit. Tijdens de uitprobeerfase toonden de kleuters een grote betrokkenheid en nieuwsgierigheid. De rijke impressies en concrete materialen bleken een belangrijke meerwaarde te zijn voor hun interesse en leerproces. De discussie toont aan dat het ontwerp een waardevolle bijdrage kan leveren aan het realiseren van kennisrijke contexten binnen de derde kleuterklas. Tegelijk kent het onderzoek enkele beperkingen, zoals het beperkte aantal respondenten en de korte implementatieperiode van twee dagen. Hierdoor kunnen de resultaten niet veralgemeend worden naar andere contexten. Geconcludeerd kan worden dat kennisrijke contexten rond het Oude Egypte haalbaar zijn binnen het kleuteronderwijs wanneer kennis wordt aangeboden via spel, exploratie en betekenisvolle activiteiten. Het ontwikkelde ontwerp biedt een concreet antwoord op het gestelde praktijkprobleem en kan leerkrachten inspireren bij de implementatie van de nieuwe kennisrijke minimumdoelen.
Meer lezen

Theorie ontmoet praktijk: een innovatieve learning skid voor de techniekers van morgen

Hogeschool VIVES
2026
Henri
Vervenne
  • Quentin
    Mary
Tijdens onze bachelorproef ontwierpen en realiseerden we een traningsmodule rond motion control. Deze testopstelling wordt ingezet om techniekers op een praktijkgerichte manier inzicht te geven in de aansturing en positionering van bewegingen binnen een industriële omgeving. De learning skid ondersteunt door middel van een bijhorende e-learning een technische opleiding rond toepassingen met servomotoren, frequentieregelaars en asynchrone motoren.

Meer lezen

Van meten naar beleven: het motiverend inrichten van langeafstandslopen in de lessen LO van de eerste en tweede graad secundair onderwijs.

Odisee Hogeschool
2026
Sverre
Van Britsom
Deze bachelorproef onderzocht op welke manier lessen langeafstandslopen in de eerste en tweede graad van het secundair onderwijs kunnen worden ingericht om de motivatie van leerlingen te verhogen. De motivatie van leerlingen hangt niet alleen af van de loopopdracht zelf, maar ook van de manier waarop deze wordt aangeboden, begeleid en geëvalueerd.
De resultaten tonen aan dat leerlingen langeafstandslopen vaak ervaren als een traditionele en weinig gevarieerde activiteit, meestal in de vorm van rondjes lopen of de Coopertest. Dit leidt regelmatig tot verveling, stress en een negatieve houding tegenover lopen. Zowel de literatuur als de onderzoeksresultaten tonen aan dat motivatie kan worden verhoogd wanneer lessen inspelen op de psychologische basisbehoeften van autonomie, verbondenheid en competentie. Concreet betekent dit dat leerlingen meer keuzevrijheid krijgen, samen kunnen werken, duidelijke doelen krijgen en positieve feedback ontvangen. Daarnaast blijkt dat speelse en gevarieerde werkvormen een positieve invloed hebben op de betrokkenheid en motivatie van leerlingen.
Op basis van deze inzichten werden de website “Lopen met beleving” ontwikkeld. Deze website bundelt inzichten rond gedragsbepalers voor motivatie, aanbevelingen voor motiverend evalueren en uitgewerkte loopvormen die onmiddellijk inzetbaar zijn binnen de lespraktijk. Hiermee biedt het product een concreet antwoord op de onderzoeksvraag.
De meerwaarde van deze bachelorproef ligt in de combinatie van inzichten en praktische toepasbaarheid. Het onderzoek toont aan dat langeafstandslopen niet beperkt hoeft te blijven tot traditionele duurloopvormen. De ontwikkelde website ondersteunt leerkrachten LO hierbij met bruikbare materialen en inspiratie. Op die manier kan deze bachelorproef bijdragen aan een positievere beleving van langeafstandslopen en een grotere betrokkenheid van leerlingen tijdens de lessen lichamelijke opvoeding.
Meer lezen

Wie zorgt voor de sociaal werker? Een onderzoek naar de normalisering, onderrapportering en structurele aanpak van agressie en geweld binnen het sociaal werk

Erasmushogeschool Brussel
2026
Ans
Schoepen
Agressie en grensoverschrijdend gedrag tegenover sociaal werkers komen frequent voor
in het sociaal werkveld, maar worden in de praktijk nog te vaak genormaliseerd en
ondergerapporteerd. Deze bachelorproef onderzoekt waarom agressie-incidenten niet
systematisch worden gerapporteerd, welke rol normalisering hierin speelt en welke
drempels sociaal werkers ervaren om incidenten te melden. Aanleiding tot dit onderzoek
was het overlijden van een OCMW-medewerker in Gent tijdens een huisbezoek in
augustus 2025, een gebeurtenis die de kwetsbaarheid van sociaal werkers op scherp
stelde en vragen opriep over hoe de sector omgaat met veiligheid.

Vanuit een kwalitatieve onderzoeksaanpak werden tien semigestructureerde interviews
afgenomen bij sociaal werkers uit uiteenlopende werkvelden, waaronder bijzondere
jeugdzorg, politie, straathoekwerk, straatzorg en onderwijs. De data werden thematisch
geanalyseerd om zowel overeenkomsten als verschillen in ervaringen en organisaties in
kaart te brengen.

Uit de resultaten blijkt dat verbale agressie de meest voorkomende vorm is en het sterkst
onderhevig aan normalisering. Verbale agressie wordt frequent beschouwd als een
“uiting van onmacht” en daardoor als inherent aan het beroep. Fysieke agressie wordt
vaker gemeld, maar zelfs dan belemmeren factoren zoals werkdruk, zware caseload,
gebrek aan opvolging en de vrees om de hulpverleningsrelatie te schaden het effectief
meldgedrag. De organisatiecultuur speelt een cruciale rol. In teams met ruimte voor
supervisie en collegiale opvang wordt agressie beter bespreekbaar gemaakt en zijn
sociaal werkers weerbaarder. Beginnende medewerkers en stagiaires blijken bijzonder
kwetsbaar voor de normalisering.

De gevolgen van agressie reiken verder dan het individu. De gevolgen beïnvloeden het
professioneel handelen, de kwaliteit van de hulpverleningsrelatie en leiden op
organisatieniveau tot verhoogd ziekteverzuim en uitstroom. Preventie- en
nazorgmaatregelen bestaan, maar zijn sterk contextafhankelijk en niet overal even
structureel verankerd. De opleiding sociaal werk bereidt studenten bovendien
onvoldoende voor op het omgaan met agressie en onveiligheid in de praktijk.

Deze bachelorproef besluit dat een veilige werkomgeving voor sociaal werkers vraagt om
een gedeelde, structurele verantwoordelijkheid: van opleiding over organisatie tot
overheid. Agressie mag niet langer worden beschouwd als “part of the job”, maar dient
erkend, geregistreerd en structureel aangepakt te worden, met aandacht voor zowel de
fysieke als de mentale en emotionele veiligheid van de sociaal werker.
Meer lezen

De ontbrekende schakel in het recht op werk voor personen met een handicap: Een Europees en internationaal perspectief op inclusieve arbeidsmarkten

Vrije Universiteit Brussel
2026
Gitte
Waege
Deze masterproef bestudeert het internationaal, Europees en Belgisch recht omtrent het thema recht op werk voor personen met een handicap zonder werkervaring. Er wordt extra aandacht besteedt aan redelijke aanpassingen en het non-discriminatiebeginsel. Het verhaal van “Noah”, een hoogopgeleide persoon met een handicap, die geen toegang vindt tot de reguliere arbeidsmarkt, illustreert dat er structurele, administratieve en wettelijke barrières zijn bij de overgang van onderwijs naar werk. Deze thesis analyseert het wettelijk kader rond werk en handicap door de focus te leggen op het VN verdrag voor personen met een handicap, de Europese richtlijn 2000/78/EG en de Belgische wetgeving. Deze analyse toont aan dat er een evolutie gaande is van het medisch model naar het sociaal model van handicap, waarbij de focus niet meer ligt op de handicap maar op de interactie met omgeving barrières. Redelijke aanpassingen zijn een essentieel instrument om toegang te krijgen tot werk. Deze masterproef toont aan dat er een kloof is tussen onderwijs en de arbeidsmarkt. Ondanks de verbeterde toegang tot hoger onderwijs, is de tewerkstellingsgraad van personen met een handicap significant lager dan personen zonder handicap. Structurele factoren, zoals segregatie van tewerkstelling, en inadequate transitie van de sociale economie naar de reguliere arbeidsmarkt spelen een centrale rol in deze kloof. Deze masterproef concludeert dat het recht op werk juridisch verankerd is, maar omwille van de beperkte afdwingbaarheid en het gebrek aan controle op internationaal en nationaal niveau vertaald het recht op werk voor personen met een handicap zich niet in de praktijk. Redelijke aanpassingen en een inclusieve arbeidsmarkt zijn cruciaal om het recht op werk voor personen met een handicap te verzekeren.
Meer lezen

Kindhuwelijken in Centraal-Lombok: Een orthopedagogisch perspectief op preventie en begeleiding

Karel de Grote Hogeschool
2025
Saloua
Bedraoui
In mijn scriptie onderzoek ik het fenomeen van kindhuwelijken in Lombok. Dit doe ik vanuit het perspectief van een praktijkgerichte orthopedagoog.
Meer lezen

Long-term public transport accessibility in Flanders and the Brussels-Capital Region, 2016–2025

KU Leuven
2025
Jonas
Vanhoef
Deze masterscriptie richt zich op de bereikbaarheid met het openbaar vervoer in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tussen 2016 en 2025. De studie maakt gebruik van een gravity-based model om de uitrol van het decreet basisbereikbaarheid van de Vlaamse overheid te evalueren. Dit decreet was erop gericht het openbaar vervoer van een aanbodgestuurd naar een vraaggestuurd model te brengen door middel van een resem aanpassingen aan de dienstregeling. Door de reistijden van en naar middelbare scholen en musea te berekenen kon de lokale en regionale bereikbaarheid afgeleid worden. Aangezien de bereikbaarheid berekend werd voor 2016, 2023, 2024 en 2025 kon het onderzoek de evolutie van de bereikbaarheid volgen over de verschillende fases van implementatie van het nieuwe beleid. Hieruit bleek dat de verbetering tijdens fase 2 in 2024 teniet werd gedaan door scherpe dalingen die samenvielen met fase 3 in 2025. Alles samengenomen was er tussen 2016 en 2025 een negatieve impact op de bereikbaarheid op lokaal niveau. Op regionaal niveau was er eerder een stabilisatie waarneembaar. Verder werd in de scriptie ook onderzocht of er verschillen waren in veranderingen van de bereikbaarheid tussen gebieden met een hoge en lage bevolkingsdichtheid. En tot slot werd er voor twee casestudies gekeken naar de invloed van specifieke wijzigingen in het openbaarvervoersnetwerk, zoals wijzigingen in de busfrequentie, haltelocaties, en reistijden.
Meer lezen

AI in het wiskundeonderwijs.

HOGENT
2025
Annelore
Liekens
  • Milan
    De Smet
AI in het wiskundeonderwijs.
Hoe kan leermateriaal binnen het wiskundeonderwijs met AI ontwikkeld
worden.
Meer lezen

Politieke in(kt)vloed: Een vergelijkende visuele analyse van politieke cartoons uit De Roode Vaan, De Schelde, Volk en Staat, en De Standaard (1929-1945)

KU Leuven
2025
Pauline
Stofferis
Een vergelijkende visuele analyse van politieke cartoons uit het communistische blad De Roode Vaan, het Vlaams-nationalistische dagblad De Schelde en zijn opvolger Volk
en Staat, en de centrumrechtse krant De Standaard van 1929 tot 1945.
Meer lezen

Framinganalyse van de zij-instromer in de Vlaamse pers tussen januari 2022 en juli 2025

KU Leuven
2025
Charlotte
Wright
In dit onderzoek werd nagegaan welke frames de Vlaamse kranten De Morgen, De Standaard, De Tijd, Het Laatste Nieuws, Het Nieuwsblad en het magazine Knack hanteren in hun berichtgeving over de zij-instromer tussen januari 2022 en juli 2025. Hiervoor werd een kwalitatieve, inductieve framinganalyse uitgevoerd. Naast deze centrale onderzoeksvraag werden ook twee deelvragen onderzocht. De eerste deelvraag richtte zich op mogelijke verschillen in de gebruikte frames tussen de
verschillende jaren binnen de onderzoeksperiode. De tweede deelvraag ging na hoe de frames verschillen tussen de kwaliteitsmedia (De Morgen, De Standaard, De Tijd en Knack) en de populaire media (Het Laatste Nieuws en Het Nieuwsblad).

Uit het onderzoek kwamen vier frames naar voren die het beeld van de zij-instromer in de Vlaamse pers tussen 2022 en midden 2025 vormgeven: ‘de uitvaller’, ‘de extra belasting’, ‘de meerwaarde’ en ‘de betekeniszoeker’. De eerste twee frames schetsen een eerder negatief beeld van de zij-instromer, terwijl de laatste twee frames juist een positief beeld uitdragen. Alle vier de frames kwamen terug in elk van de onderzochte jaren en waren aanwezig in zowel de kwaliteitsmedia als de populaire media.
Meer lezen

Ethiek in het tijdperk van AI: een lessenpakket

Hogeschool VIVES
2025
Jitske
Van Steenlandt
In mijn bachelorproef “Ethiek in het tijdperk van AI: een lessenpakket voor de tweede graad godsdienstonderwijs” onderzocht ik hoe jongeren bewust kunnen leren omgaan met de ethische grenzen van artificiële intelligentie. Uit mijn onderzoek bij leerkrachten en leerlingen bleek dat er grote interesse is in AI-ethiek, maar dat er weinig geschikt lesmateriaal bestaat. Daarom ontwikkelde ik een lessenpakket en ontwierp ik het bordspel Tussen Mens en Machine. Met dit spel denken leerlingen op een speelse manier na over morele dilemma’s, zoals: Mag een zelfrijdende auto kiezen wie overleeft? of Is AI altijd eerlijk? Het project wil jongeren leren kritisch omgaan met technologie en hen laten ontdekken dat AI niet enkel slim, maar ook menselijk doordacht moet zijn.
Meer lezen

De generatie'breuk': Een vergelijkend onderzoek naar het strategiegebruik bij het schatten van breuken op een getallenlijn in het zesde leerjaar en vijfde middelbaar

KU Leuven
2025
Ine
Meers
Breuken vormen een fundamenteel onderdeel van het curriculum in het basis- en secundair onderwijs. Toch blijkt uit onderzoek dat mensen meer moeilijkheden ervaren met het begrijpen van de numerieke grootte van breuken, in vergelijking met natuurlijke en decimale getallen. Dit heeft geleid tot verder onderzoek naar hoe leerlingen breuken begrijpen en welke strategieën zij daarbij gebruiken. Zo onderzocht Hofmans (2022) het strategiegebruik bij het schatten van breuken op een getallenlijn van leerlingen uit het zesde leerjaar met verschillende wiskundige competenties. Zij maakte daarbij gebruik van de Number Line Estimation (NLE)-taak, waarbij leerlingen verschillende breuken op een getallenlijn van 0 tot 1 moesten plaatsen. Daarnaast ontwikkelde ze een codeerschema waarmee ze het strategiegebruik systematisch kon coderen en analyseren in relatie tot item- en leerlingkenmerken. In dit driedelig codeerschema werd elke trial eerst globaal beoordeeld als ‘correct’, ‘inaccuraat’ of ‘rest’. Het schatten van de breuk werd vervolgens opgesplitst in drie stappen, namelijk ‘encoderen’, ‘positioneren’ en ‘finaliseren’.
Hoewel Hofmans (2022) aantoonde dat de strategiekeuze en adaptief strategiegebruik samenhingen met de schattingsnauwkeurigheid, beperkte haar studie zich enkel tot leerlingen uit het zesde leerjaar. Hierdoor werd niet duidelijk in hoeverre onderwijsniveau of expertise een invloed uitoefende op het strategiegebruik en de schattingsfouten.
Het huidig onderzoek vergeleek daarom leerlingen uit het zesde leerjaar en vijfde middelbaar. Er werd via een gelijkaardig onderzoeksopzet nagegaan hoe deze onderwijsniveaus verschilden in hun strategiegebruik en adaptiviteit en welk effect dit had op hun schattingsfouten. Hierbij werd er gebruikgemaakt van hetzelfde codeerschema, mits enkele aanpassingen, en de NLE-taak. De nauwkeurigheid van de schattingen van de leerlingen werd berekend door middel van de Percentage of Absolute Error (PAE).
Er werd onderzocht welke strategieën leerlingen hanteerden, hoe accuraat en hoe flexibel deze werden toegepast en in welke mate die samenhingen met leerling- of itemkenmerken. Er werd gekeken naar de algemene schattingsfout bij het positioneren van breuken op een getallenlijn en naar de verschillen in strategiegebruik en nauwkeurigheid tussen leerlingen uit verschillende onderwijsniveaus. Daarnaast werd onderzocht of er verschillen optraden in de nauwkeurigheid van de schattingen op leerling- en itemniveau. Ook de relatie tussen de strategiediversiteit van een leerling en diens onderwijsniveau werd geanalyseerd in relatie tot de schattingsnauwkeurigheid. Tot slot werd nagegaan of bepaalde itemkenmerken specifieke strategieën uitlokten en of dit leidde tot een grotere nauwkeurigheid in de schatting. Zo werd het adaptief strategiegebruik van leerlingen uit verschillende onderwijsniveaus in kaart gebracht worden.
Samenvattend toonden de resultaten aan dat zowel het onderwijsniveau als het strategiegebruik een rol spelen bij het accuraat schatten van breuken op een getallenlijn. Leerlingen uit het vijfde middelbaar schatten over het algemeen nauwkeuriger dan leerlingen uit het zesde leerjaar. Dit verschil leek eerder samen te hangen met het strategiegebruik binnen de stap ‘positioneren’ dan met ‘encoderen’ of ‘finaliseren’. Daarnaast bleek dat itemkenmerken, zoals de noemergrootte en de ligging ten opzichte van referentiepunten, het strategiegebruik en de schattingsnauwkeurigheid sterk beïnvloedden.
Meer lezen

Knowledge clips assisted instructions during English lessons

Odisee Hogeschool
2025
Tine
Vercauteren
Genomineerde longlist Klasseprijs
Deze bachelorproef onderzoekt het gebruik van kennisclips als didactisch hulpmiddel in het tweede jaar Engels (eerste graad, A-stroom) ter ondersteuning van het leren van grammatica. De studie is gebaseerd op de theorie van multimedia learning, die het gecombineerde gebruik van gesproken uitleg en visuele elementen benadrukt om het leerproces te versterken. Het onderzoek gaat na of kennisclips kunnen bijdragen aan een beter begrip en een verbeterde retentie van complexe grammaticale onderwerpen bij leerlingen. Op basis van de ontwerprichtlijnen uit de theorie van multimedia learning werd een checklist ontwikkeld om het ontwerp en de integratie van kennisclips in het lesonderdeel te ondersteunen. De resultaten tonen aan dat kennisclips grammatica lessen efficiënt kunnen ondersteunen, als ze goed ontworpen zijn, de checklist volgen en worden geïntegreerd in lessen met Generative Activities onder begeleiding van de leerkracht. Hoewel het onderzoek een beperkte reikwijdte heeft, suggereren de bevindingen dat een kennisclip-ondersteunde instructie ook toepasbaar en waardevol kan zijn in andere leerjaren en vakken binnen het secundair onderwijs, en zo een hulpmiddel biedt waarmee leerkrachten hun lespraktijk kunnen versterken.
Meer lezen

GenAI, MT en de vertaler van morgen

Vrije Universiteit Brussel
2025
Davina
Ferraris
De opkomst van generatieve artificiële intelligentie (GenAI) en machinevertaling (MT) verandert het beroep van vertaler drastisch, wat leidt tot toenemende onzekerheid over de toekomst van het beroep. Tegelijkertijd staan derdejaarsstudenten Toegepaste Taalkunde aan Vlaamse universiteiten voor belangrijke studie- en carrièrekeuzes, waaronder de keuze om vertaler te worden. Deze masterproef onderzoekt hoe zij het beroep van vertaler percipiëren in tijden van GenAI en MT en in hoeverre deze percepties hun keuze om vertaler te worden beïnvloeden.
Meer lezen

MORE DRAMA, MORE HAPPINESS? EEN KWALITATIEF ONDERZOEK NAAR HET VERBAND TUSSEN DRAMALESSEN EN HET MENTAAL WELBEVINDEN VAN 2E-GRAADS DOORSTROOM-STUDENTEN

Universiteit Gent
2025
Matthew
Wright
Deze studie werd uitgevoerd om te bepalen hoe 2e-graads doorstroomstudenten het verband tussen dramalessen en hun mentaal welbevinden ervaren. Het zes dimensionaal mentaal welbevinden model, ontwikkeld door Ryff (1989), toont deels overlap met de in de literatuur gevonden effecten van drama en werd daarom als theoretische basis gebruikt in dit onderzoek. De onderzoeksgroep bestaat uit 6 jongeren die een 2e-graads doorstroomrichting volgen en die gedurende 40 weken 24 keer één uur per week dramales kregen als keuzevak. De studie werd uitgevoerd aan de hand van semigestructureerde diepte-interviews die aan het einde van het schooljaar bij de leerlingen werden afgenomen. Om de gegevens te verwerken en analyseren werd een thematische analyse volgens Braun & Clarke (2006) toegepast. Als resultaat van het onderzoek werd er een duidelijke, positieve invloed vastgesteld op de persoonlijke groei, positieve relaties met anderen en zelfacceptatie dimensies. De invloed op de autonomie is matig en op de omgevingsbeheersing is de invloed gering. Er ontbreken gegevens om een besluit te maken over de doelgerichtheid dimensie, maar de verwachting is dat deze laag is. Het algemeen mentaal welbevinden van de participanten lijkt te zijn toegenomen na het volgen van dramalessen. Uit het onderzoek blijkt dat de invloed groter is bij jongeren wiens mentaal welbevinden laag is dan bij jongeren met een matig tot hoog mentaal welbevinden, al dient verder onderzoek dit verder te staven. De belangrijkste, niet eerder gevonden resultaten zijn dat participanten aangeven zich minder aan te trekken van de mening van anderen, makkelijker hun mening te kunnen uiten, meer te durven, meer open te staan voor nieuwe ervaringen en meer onbekenden durven aan te spreken. Vele andere resultaten bevestigen wat eerdere literatuur al bewees. Het onderzoek sluit af met een pleidooi om educatief drama een standaardonderdeel te maken van het curriculum van de middelbare school of het ten miste als potentieel keuzevak aan te bieden.
Meer lezen

Communicatie tussen scholen en anderstalige ouders: een kwalitatief onderzoek naar de nood aan sociaal tolken in het onderwijs

KU Leuven
2025
Sofie
Knockaert
Ouderbetrokkenheid beïnvloedt de schoolprestaties en het welbevinden van leerlingen (Bakker et al., 2013; Fantuzzo et al., 2004; Menheere & Hooge, 2010; Quezada, 2024). Een beperkte kennis van de schooltaal vormt voor anderstalige ouders een barrière in de communicatie met de school (Baxter & Kilderry, 2024; Beks & Natris, 2008; Benoit et al., 2009; Lawal, 2021; Stassen et al., 2005).
Het recentste Vlaamse regeerakkoord voorziet niet langer een financiële tegemoetkoming voor de inzet van sociaal tolken op school. Het beleid wil inzetten op de kennis van het Nederlands van de ouders en legt het vereiste niveau voor inburgeraars op B1, wat heel ambitieus is. Dit masterproefonderzoek schetst een beeld van de praktijk in Nederlandstalig onderwijs in Vlaanderen: hoe verloopt de communicatie tussen anderstalige ouders en scholen nu? Worden er nog sociaal tolken ingezet en zo ja, hoe worden ze betaald?
152 respondenten van 69 verschillende scholen uit het Nederlandstalig onderwijs in Vlaanderen beantwoordden hierover een vragenlijst. Deze antwoorden werden getrianguleerd met 15 semigestructureerde diepte-interviews. Om een zicht te krijgen op de financiering is er tijdens de interviews navraag gedaan bij de geïnterviewde directieteamleden, bij lokale besturen en betrokken instanties zoals het OVSG (Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten).
Het onderzoek toont dat de taalbarrière een optimale communicatie in de weg staat. Ouders beheersen het Nederlands vaak niet of onvoldoende. Volgens de ondervraagde leerkrachten zijn ze daardoor vaker afwezig op contactmomenten en komen ze als minder betrokken over. Scholen zoeken daarom naar oplossingen.
Als er geen tolk is, gebruiken leerkrachten een lingua franca (Engels of Frans), (child) language brokering en vertaalapps. Dat maakt direct contact met de ouders mogelijk, maar de kwaliteit van de communicatie wordt door de respondenten als niet goed beoordeeld. Er is bij leerkrachten onzekerheid of de boodschap is begrepen én frustratie over het verlies aan nuance.
Communicatie met een tolk wordt vooral positief beoordeeld: er is meer vertrouwen dat de boodschap correct wordt overgebracht én begrepen. Tolken maken complexe en diepgaande gesprekken mogelijk en voor leerkrachten is dit bevredigend: de communicatie verloopt in twee richtingen én in het Nederlands.
De grootste belemmering voor het inschakelen van tolken door de scholen zijn de hoge kosten. Omdat de overheid niet meer tussenkomt, springen lokale besturen blijkbaar in. Gegevens van meer dan twintig Vlaamse steden en gemeenten geven blijk van een grote verschillen hierin en suggereren bijgevolg een ongelijke toegang tot tolkdiensten voor de Vlaamse scholen, wat de facto het gelijkekansenbeleid in het onderwijs aantast: voor meer dan één op vier leerlingen in het Vlaams onderwijs is Nederlands niet de thuistaal (Statistiek Vlaanderen, 2025).
Meer lezen

Prototyping novel length measurement instruments

Universiteit Hasselt
2025
Stig
Konings
Genomineerde longlist mtech+prijs
Mijn scriptie draagt de titel Prototyping Novel Length Measurement Instruments. Het doel van dit onderzoek was het ontwikkelen van een meetinstrument dat meer gericht is op de mens en gebruiksvriendelijker is, in deze scriptie is StoryStick++ ontstaan.
Meer lezen

Over de relatie tussen het internationaal humanitair recht en de internationale mensenrechten in hedendaagse situaties van gewapend conflict

KU Leuven
2025
Yael
De Braekeleer
In de rechtsleer en rechtspraak is intussen erkend dat internationaal humanitair recht en internationale mensenrechten parallel kunnen co-existeren in de context van gewapende conflicten. De vraag is echter: hoe gaat men deze idee in de praktijk toepassen? Immers, in sommige gevallen kunnen de twee rechtstakken tot tegenstrijdige resultaten leiden wanneer ze op dezelfde feiten worden toegepast, omdat ze verschillende doelen weerspiegelen waarvoor ze in de eerste plaats zijn ontwikkeld. Dit leidt tot onduidelijkheid met betrekking tot de interpretatie en implementatie bij statelijke actoren. Sterker nog, sommige overheden misbruiken het internationaal humanitair recht om hun misdaden in gewapende conflicten te verantwoorden. Het grootste slachtoffer hiervan: de burgerbevolking. Zij wordt het zwaarst getroffen, terwijl het internationaalrechtelijke kader dit juist tracht te vermijden. Daarom gaat deze scriptie op zoek naar een andere invalshoek voor internationaal humanitair recht, die meer gebaseerd is op mensenrechten en minder ruimte geeft aan instrumentalisering. Met name, hoe kan men dit rechtskader gebruiken om zoveel mogelijk bescherming te bieden aan burgers? De hoop is dat het antwoord op deze vraag zal leiden tot minder mensenrechtenschendingen. Meer specifiek ligt de focus van deze masterproef op het recht op onderwijs in gewapend conflict. Dit grondrecht vormt de basis voor de ontwikkeling van de burgerbevolking, en draagt bij tot sociale cohesie en een vredevolle samenleving.
Meer lezen

Leraar en leerondersteuner samen aan zet: De kracht van samenwerking bij de realisatie van een inclusief onderwijsaanbod voor leerlingen met een verstandelijke beperking

Universiteit Antwerpen
2025
Bo
Matton
Alle leerlingen hebben recht op kwaliteitsvol en inclusief onderwijs, ook zij met een verstandelijke beperking. Toch blijft de realisatie van inclusie complex. In Vlaanderen wordt ingezet op leerondersteuners die zowel leerlingen als leraren ondersteunen. Deze kwalitatieve studie onderzocht, op basis van 18 interviews met negen duo’s, hoe leraren en leerondersteuners samenwerken en welke invloed dit heeft op de attitude en het zelfvertrouwen (zelfeffectiviteit) van leraren. De resultaten tonen dat samenwerking die wordt gekenmerkt door afstemming, gedeelde kennis, wederzijds vertrouwen en een gezamenlijke identiteit leidt tot intensere vormen van samenwerking, met een positieve invloed op zowel de realisatie van een inclusief onderwijsaanbod als het geloof van leraren in hun eigen kunnen.
Meer lezen

Schoon schip maken naar een betere en efficiëntere onderwijsomgeving

Hogeschool VIVES
2025
Selina
Gosens
  • Roos
    Van Lommel
Aan de slag gaan met executieve functies binnen een school voor buitengewoon onderwijs.
Meer lezen

Biedt het rechterlijk toezicht van het Amerikaanse Hooggerechtshof op discriminatie op grond van seksuele geaardheid een doeltreffendere bescherming dan het rechterlijk toezicht van het Hof van Justitie van de Europese Unie?

Vrije Universiteit Brussel
2025
Eline
Canon
Hoewel gelijkheid en non-discriminatie tot de hoekstenen van onze samenleving behoren, worden LGBTQ+-personen wereldwijd nog steeds geconfronteerd met discriminatie en juridische uitsluiting van bescherming. Om dit spanningsveld tussen theorie en praktijk te onderzoeken en te contrasteren, analyseert deze thesis hoe twee invloedrijke rechtsstelsels — het Europese en het Amerikaanse — omgaan met discriminatie op grond van seksuele geaardheid.

Om de waarborgen van non-discriminatie op grond van seksuele geaardheid in de praktijk te kunnen begrijpen, wordt aan de hand van een rechtsvergelijkende analyse van de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie en het Amerikaanse Hooggerechtshof nagegaan welk systeem vandaag de meest doeltreffende bescherming biedt, en of beide rechtssystemen iets van elkaar kunnen leren.

De bevindingen tonen aan dat het Hof van Justitie een coherent, consistent en stabiel beschermingskader biedt, in overeenstemming met de fundamentele waarden waarop de Unie is gebouwd, en met een sterke nadruk op de effectiviteit van het recht. In de Verenigde Staten daarentegen blijft de bescherming wisselvallig en kwetsbaar. Hoewel het Europese systeem institutionele en bevoegdheidsbeperkingen kent, waarborgt het een meer gestructureerde en voorspelbare bescherming.

Toch mag niet worden genegeerd dat bepaalde uitspraken van het Amerikaanse Hooggerechtshof in sommige gevallen verder gaan in hun bescherming. Die vaststelling moet echter worden genuanceerd in het licht van het huidige politieke klimaat en de samenstelling van het Hof, die weinig garanties bieden op verdere vooruitgang.

Meer lezen

Mijn praktijkonderzoek over "Inschrijving Onder Ontbindende Voorwaarde" in het regulier onderwijs"

Hogeschool VIVES
2025
Iris
Cuypers
Genomineerde shortlist Klasseprijs
De laatste jaren stromen steeds meer leerlingen vanuit het buitengewoon lager onderwijs in het regulier onderwijs in. Volgens de huidige regelgeving in Vlaanderen moeten leerlingen met een Individueel Aangepast Curriculum (IAC) of een OV4-verslag die starten in het gewoon secundair onderwijs, standaard ingeschreven worden onder ontbindende voorwaarde. Ik ging op zoek naar hoe een school een onderbouwde eindbeslissing kan nemen over een inschrijving onder ontbindende voorwaarde in het regulier onderwijs, met aandacht voor de betrokken leerling en diens ouders.
Meer lezen

Geautomatiseerde Analyse van Waargenomen Objecten en Kijkduur met behulp van Hoofd Gemonteerde Eyetracking in Zorgsimulaties.

HOGENT
2025
Ilian
Bronchart
Observatievaardigheden zijn van belang voor zorgverleners, zowel voor accurate diagnoses als voor empathische patiëntondersteuning.
De huidige evaluatie van deze vaardigheden in gesimuleerde omgevingen steunt vaak op subjectieve methoden zoals zelfrapportage en directe observatie door docenten.
Hoewel de Tobii eyetracking-brillen in het Zorglab van HOGENT objectieve blikdata leveren,
ontbreekt er tot op heden geschikte software om automatisch te analyseren welke objecten studenten waarnemen en voor hoe lang.
Deze bachelorproef beantwoordt hoe computervisiemodellen geïntegreerd kunnen worden met eyetrackingdata van Tobii Glasses om de observatieprestaties van studenten automatisch te analyseren.
De analyses dienen de feedback door docenten in het Zorglab te versterken.

Deze doelstelling werd uitgewerkt door middel van van een proof-of-concept (PoC) softwareapplicatie.
Dit proces startte met een literatuurstudie naar eyetracking-analyse en relevante computervisiemodellen (o.a. YOLO, SAM, DINOv2).
Vervolgens werd een prototype applicatie ontworpen en geïmplementeerd (Python, FastAPI, HTMX), inclusief een semi-automatische labeling-tool die gebruik maakt van SAM2 voor objectsegmentatie en -tracking.
Om de PoC te valideren, werd een gecontroleerd experiment uitgevoerd in het Zorglab.
Hier genereerden studenten aan de hand van Tobii Pro Glasses 3, eyetrackingopnames tijdens gesimuleerde observatietaken.
Deze opnames, samen met twee specifieke kalibratieopnames, werden gelabeld met de ontwikkelde tool om een grondwaarheidsdataset te creëren.
Een analysepijplijn werd ontworpen en geëvalueerd. In deze analyse werd de trackingfunctionaliteit van FastSAM gecombineerd met blikgestuurde filtering en classificatie van objectsegmenten, middels een getraind YOLOv11-objectdetectiemodel.
De prestaties werden geëvalueerd aan de hand van precisie, recall en F1-score, na optimalisatie via een grid search van hyperparameters.

Uit de resultaten bleek dat de combinatie van FastSAM-tracking met een YOLOv11-objectdetector (getraind op 1000 samples per klasse) de beste prestaties opleverde, met een F1-score van 0.80, een precisie van 0.94 en een recall van 0.70.
De hoge precisie toont aan dat het systeem met grote zekerheid de correcte objecten identificeert, hoewel een significant deel van de fout-positieven in de werkelijkheid correct gedetecteerde objecten bleken te zijn, die niet in de grondwaarheid waren opgenomen.
De lagere recall wijst erop dat niet alle bekeken objecten consistent werden gedetecteerd, voornamelijk door problemen met kleine, transparante objecten en door inconsistenties tussen de FastSAM-segmentaties en de grondwaarheid.
De FastSAM-tracking bleek de meest beperkende factor in de pijplijn.

Deze bachelorproef levert een werkend PoC en een methodologie op die de haalbaarheid van geautomatiseerde analyse van observatievaardigheden aantoont.
Het biedt een objectieve, datagestuurde basis om de feedback aan studenten te verbeteren en de effectiviteit van simulatietraining in de zorg te verhogen.
Op deze manier legt het een fundament voor verder onderzoek naar robuustere analysemethoden.
Meer lezen

Lesgeven in een andere taal CLIL in het Vlaams secundair onderwijs

AP Hogeschool Antwerpen
2025
Lien
Fack
  • Anne
    Vermeulen
Onze bachelorproef “Lesgeven in een andere taal – CLIL in het Vlaams secundair onderwijs” onderzoekt hoe CLIL (Content and Language Integrated Learning) vandaag in Vlaanderen wordt toegepast en welke factoren bijdragen tot kwaliteitsvol meertalig onderwijs.

We combineerden literatuuronderzoek met veldwerk in drie secundaire scholen (Brugge, Ekeren en Zottegem). Via observaties van zeven CLIL-lessen, een interview met een CLIL-leerkracht en een analyse van 149 schoolwebsites brachten we de sterktes, knelpunten en kansen van CLIL in kaart.

De resultaten tonen dat leerkrachten de doeltaal (meestal Engels) consequent gebruiken en leerlingen actief betrekken bij vaktaalverwerving. Tegelijk blijft samenwerking tussen leerlingen beperkt en worden taal- en inhoudsdoelen zelden expliciet gekoppeld. Ook de zichtbaarheid van CLIL op schoolwebsites is vaak laag.

Op basis van deze bevindingen formuleerden we tien aanbevelingen om CLIL verder te versterken. Ze richten zich tot scholen, lerarenopleidingen en beleid, en leggen nadruk op structurele samenwerking, professionalisering en de integratie van thuistalen.

Ons onderzoek bevestigt dat CLIL niet enkel taalvaardigheid bevordert, maar ook inclusie, motivatie en toekomstgerichte competenties versterkt.
Meer lezen

Virtual Reality in de lagere school - De meerwaarde van social virtual Reality in de lagere school

AP Hogeschool Antwerpen
2025
Yoran
Pedros Y Salvador
  • Rianne
    Konings
  • Monica
    Panis
  • Amber
    Damen
  • Arne
    van den Bergh
  • Ella-Victoria
    Feremans
De bachelorproef onderzoekt de meerwaarde van Social Virtual Reality (SVR) in het basisonderwijs. Aan de hand van literatuurstudie en praktijktests met Mozilla Hubs wordt nagegaan hoe virtuele leeromgevingen motivatie, samenwerking en begrip bij leerlingen kunnen bevorderen. De resultaten tonen dat SVR abstracte leerstof concreet maakt en differentiatie ondersteunt, vooral in vakken zoals geschiedenis en wereldoriëntatie. Ondanks technische en didactische uitdagingen (zoals infrastructuur, tijdsinvestering en beperkte ervaring) besluiten wij dat SVR, mits doordachte implementatie, een innovatieve en inclusieve aanvulling vormt op het traditionele onderwijs.
Meer lezen

Ritme en regels: een praktijkgerichte handleiding voor bodypercussie in de NT2-basiseducatie

Universiteit Antwerpen
2025
Sofie
Devos
In het superdiverse NT2-onderwijs van de basiseducatie stuiten docenten vaak op de grenzen van traditionele grammatica-instructie: abstracte regels bereiken cursisten onvoldoende, terwijl grammaticaal bewustzijn net als prosodische vaardigheden de verstaanbaarheid ten goede komen. Deze masterpraktijkproef richt zich daarom op het ontwerpen en documenteren van een docentenhandleiding voor bodypercussie als origineel multisensorieel didactisch instrument dat beweging, geluid en ritme combineert om grammatica en prosodie tastbaar te maken.

De methode is geïnspireerd door bodypercussie uit de muziekwereld en leunt op theorieën over embodied cognition, dual coding en de noticing hypothesis. Ontwerp, praktijk en reflectie volgen elkaar op in een lerend proces volgens het model van Design-Based Research. In samenwerking met docenten, mentoren en cursisten werd de methode met bijhorend materiaal stap voor stap ontworpen, getest, aangepast en verfijnd.

De centrale onderzoeksvraag luidt: Hoe kan er via een iteratief DBR-traject, een bruikbare en overdraagbare docentenhandleiding worden ontwikkeld voor het inzetten van bodypercussie als methode om grammatica en prosodie aan te brengen bij NT2-cursisten in de basiseducatie?

Het eindproduct is een helder gestructureerde docentenhandleiding, met iconen, instructiefilmpjes en een begeleidende presentatie. De materialen bieden NT2-lesgevers concrete ondersteuning om bodypercussie als didactische methode in te zetten bij het aanleren van onder meer de basiswoordvolgorde, inversie en klankgroepen. Deelnemers geven aan dat de multisensorische aanpak motiverend werkt en het taalbewustzijn van cursisten én docenten versterkt, met ruimte voor differentiatie, expressie en impliciete feedback. Bovendien kan de methode flexibel en creatief ingezet worden, bijvoorbeeld in combinatie met andere methodes zoals Body Grammar.

Deze masterpraktijkproef toont hoe praktijkgericht ontwerponderzoek kan bijdragen aan het ontwikkelen van gedeelde didactiek in een superdiverse klascontext. De bodypercussiemethode wordt niet gepresenteerd als wondermiddel, maar als laagdrempelige en overdraagbare methodiek binnen communicatief en participatief NT2-onderwijs. De resultaten vormen een uitnodiging tot verder gebruik, intervisie en impactonderzoek.
Meer lezen

Child Rights Lanka

Hogeschool UCLL
2025
Sofie
Voets
In Sri Lanka groeien veel jongeren op zonder kennis van hun kinderrechten. Tijdens een stage bij Child Action Lanka (CAL), een organisatie die zich richt op het ondersteunen van kwetsbare en straat-gerelateerde jongeren, leidde die vaststelling tot een onderzoek naar hoe een duurzame kinderrechtencultuur kan ontstaan in hun afterschool. Op basis van de Zelfdeterminatietheorie en gesprekken met jongeren, leerkrachten en een lokale onderwijsexpert werd een 8-stappenplan ontwikkeld dat veiligheid, verbondenheid en motivatie centraal stelt. Zo kunnen jongeren hun rechten niet enkel leren, maar ook beleven. Echte verandering begint bij een veilige basis, waar elk kind zich gezien en gehoord voelt, iets wat een kinderrechtencultuur op een duurzame en effectieve manier kan bieden.
Meer lezen