Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Towards a circular turn in heritage. Spolia, a bridge between past and present in Brussels' and Flemish contemporary preservation practices.

Vrije Universiteit Brussel
2025
Judith
Cools
De klimaatopwarming is een feit, en onderzoekers vertellen ons al jaren over de snel aankomende gevolgen daarvan. Één van de transities die we kunnen maken om de klimaatopwarming een halt toe te roepen is overstappen naar een circulaire economie, en voor de constructiesector is dat niet anders. Een circulaire bouweconomie introduceren kan op verschillende manieren: 1. Het omkeerbaar ontwerpen van gebouwen, zodat wanneer ze niet meer van dienst kunnen zijn, we hun onderdelen elders opnieuw kunnen gebruiken 2. Het retrofitten van bestaande gebouwen 3. Materialen en bouwelementen recupereren en hergebruiken na volledige of gedeeltelijke demontage. De bouwsector volledig circulair maken kan dus niet door enkel in de toekomst slim te ontwerpen, maar ook alle bestaande gebouwen zijn deel van deze transitie. In Brussel en Vlaanderen tezamen hebben meer dan 130.000 van deze gebouwen erfgoedwaarde. Maar hoe kunnen we circulariteit en erfgoed laten samengaan om ook deze gebouwen van cultureel en historisch belang in de transitie te betrekken? Binnen de erfgoedpraktijk is traditioneel en strikt beschermen en behouden vaak dé strategie bij uitstek. Deze gebouwen strikt beschermen én conform houden aan onze duurzaamheidsvereisten van vandaag kost veel tijd, aandacht, geld, etc. Gebruik van deze strategie is onhaalbaar en onwenselijk voor al die 130.000 gebouwen. Daarnaast heeft een evoluerende maatschappij ook steeds veranderende noden. Zo werd het herbestemmen van gebouwen waarbij flexibiliteit, aanpassingen maken en respect voor het erfgoed gecombineerd en steeds gangbaarder onder titel 'adaptive reuse'. Alhoewel dit al een enorme stap is richting duurzaamheid voor zowel mens als maatschappij, wordt er vaak over het hoofd gezien dat er bij flexibele erfgoedbewaarstrategieën fragmenten overblijven die de selectie niet halen en zo later ‘afval’ worden. Daarom beargumenteer ik in dit onderzoek waarom ook het demonteren, verplaatsen en herintegreren van architecturale erfgoedfragmenten deel is van een volledige transitie naar een circulaire bouweconomie. Echter is de erfgoedpraktijk nog sceptisch over het transporteren van erfgoedfragmenten als bewaarstrategie. Met een betoog, uitgediept op niveau van theoretische debatten, lokale beleidsdocumenten en praktijkvoorbeelden, toont deze thesis aan dat het verplaatsen van erfgoedfragmenten ook bijdraagt aan een inclusievere erfgoedzorg. Indien toegepast onder voorwaarden, kan het verplaatsen van erfgoedfragmenten bijdragen aan een rijker begrip van erfgoedwaarden en -betekenissen. In deze masterproef wordt er getracht de complexe match tussen hergebruik van bouwmaterialen en architecturale erfgoedfragmenten te benutten en aan te tonen dat beide disciplines op deze manier de volgende stap kunnen zetten richting duurzaamheid. Tenslotte is er niet enkel een ecologische voetafdruk verbonden aan materialen en fragmenten, maar dus ook een culturele/historische voetafdruk. Niet alleen biedt deze masterproef een grondige basis, gebaseerd op theorie, beleid en praktijk voor stakeholders uit beide disciplines om dit innovatief debat verder te voeren, ze biedt ook een concrete uiteenzetting hoe deze transitie in de praktijk gerealiseerd kan worden. Dit gebeurt met een voorstel om erfgoed- en bouwbeleid te integreren en zo niet alleen geschiedenis en cultuur, maar ook de 'embodied carbon en energy' te waarborgen.
Meer lezen

PLEIDOOI VOOR BROEDRUIMTE

Universiteit Gent
2024
Jef
Potargent
  • Astrid
    Berlengé
DEEL 1: ATLAS VAN BROEDPLEKKEN:
In een continu veranderende maatschappij, lijkt een verlies van het
gemeenschapsgevoel op te treden. Om de uitdagingen die voor ons
liggen te lijf te gaan, lijkt er een nood aan een nieuwe maatschappelijke
infrastructuur. Een infrastructuur die erin slaagt mensen samen te brengen,
een concreet antwoord te bieden op hedendaagse vragen en wijken te
transformeren tegen ongewenste stedelijke tendensen in. Deze plekken
lijken te ontstaan, vaak bottom-up en kleinschalig maar met lokaal
een grote impact. Mensen werken samen op nieuwe manieren en gaan
inventief te werk om hun eigen leefwereld en die van andere mensen in
hun omgeving vorm te geven. Hetzij uit noodzaak, hetzij uit persoonlijke
motivatie, wordt er zo concreet gewerkt aan een nieuwe typologie binnen
de sociale infrastructuur.
Dit eerste luik van deze (tweedelige) thesis probeert een begrip te
maken van dit soort plek en bloot te leggen welke instrumenten en
strategieën erachter schuilen. Vooraleerst werd na een eerste verkenning
een afbakening gemaakt van geschikte cases, op basis van een aantal
kenmerken die wij als noodzakelijk aanvoelden. Deze filter werd uitgedrukt
aan de hand van het begrip ‘broedplekken’. Zich verhoudend ten opzichte
van anderen die dit begrip reeds gebruikten, formuleerden we een eigen
definitie voor het begrip aan de hand van drie pijlers: het concretiseren van
maatschappelijke thema’s, het vooropstellen van sociaal kapitaal en het
adaptief karakter.
Deze drie kenmerken omvatten alle bekeken cases maar leveren zeker
geen eenduidig resultaat op. In de manier waarop deze definitie tot uiting
komt, zit een grote verscheidenheid. Dit komt door de vele facetten waaruit
een broedplek bestaat. Om hier vat op te krijgen, bouwden we deze thesis
op in twee delen. Een eerste deel behandelt in zes afzonderlijke essays
een verschillend aspect omtrent broedplekken en bespreekt enkele
exemplarische cases, om zo te bouwen aan een bril om de broedplek te
bekijken. Deze werden geordend aan de hand van de drie kenmerken van
de definitie, om die gericht uit te diepen. In een 2de deel bekijken we dan
een selectie van zeven cases op alle facetten en maken we een grafische
vertaling van de inzichten die we kregen door verdere analyse. De twee
onderdelen samen brachten ons het besef dat ‘de ideale broedplek’ niet
te definiëren valt, maar dat we wel tot een waaier aan instrumenten,
strategieën en motieven komen die in wisselende samenstellingen achter
de cases schuilgaan.
Zo kunnen broedplekken testkamers zijn voor nieuwe aanpakken op bredere
maatschappelijke vraagstukken. Hun sterkte blijkt bovendien te liggen in
het verbinden van meerdere thema’s en zo testkamer te bieden richting een
duurzame transitie, zonder deze op zichzelf te proberen bewerkstelligen.
Het tweede en derde essay diepen de tweede pijler, het sociaal kapitaal,
uit. Zo blijkt een nauwe samenwerking met een stadsbestuur cruciaal
voor het duurzaam verder leven van een broedplek. Indien de verhouding
tussen de twee ontbreekt, lijkt de impact van korte duur. Daarnaast
lijken broedplekken ook een interessante piste voor stadsbesturen zelf,
aangezien ze een instrument kunnen zijn om aan gemeenschapsopbouw
te doen. Hiervoor is de toegankelijkheid van broedplekken cruciaal. Ze
willen zich enerzijds openstellen voor een breed publiek maar hebben
anderzijds nood aan drempels zodat bepaalde groepen zich er ook veilig
voelen. Een continue balans, waarbij zaken als de toegang, zichtbaarheid
en de symboliek van zowel het gebouw als de ingrepen hierop een rol
spelen. De derde eigenschap is die waarmee broedplekken zich het
meeste onderscheiden van bestaande typologieën: hun adaptief karakter.
We merken dat broedplekken vaak startten uit tijdelijke invullingen, wat
noopt tot een creatieve aanpak. Ze evolueren echter doorheen de tijd en
nemen zo meerdere gedaantes aan. Om hiermee om te gaan, is er een
bijzondere aandacht voor de infrastructuur die de brug maakt tussen de
vaak onaangepaste gebouwen en hun missie. Dit maatwerk zorgt voor een
flexibiliteit. Deze flexibiliteit uit zich in een multifunctionaliteit, zowel in tijd
als in ruimte, waarmee broedplekken zich onderscheiden van bestaande
publieke gebouwen. Deze kunnen zich hierdoor laten inspireren, al kunnen
ze de aanpak ook niet zomaar kopiëren.
Deze thesis legt zo veel bloot, al roept ze evenveel vervolgonderzoeken
op. Daarom werd er in drie vervolgonderzoeken dieper ingegaan op een
bepaald thema via ontwerpend onderzoek. Deze steunen op de lessen die
uit deze Atlas getrokken werden en proberen enkele bijkomende vragen te
beantwoorden.

DEEL 2: PLEIDOOI VOOR BROEDRUIMTE: De Herontwikkeling van het Maria-Magadalenaklooster naar een semi-permanente broedplek. Dit werk sluit aan op de ‘atlas van broedplekken’ een casuïstische analyse van broedplekken. Broedplekken zijn stedelijke laboratoria, die zowel sociale als ruimtelijke weefsels verdichten door maatschappelijke uitdagingen te concretiseren
op een plek. Ze stellen de ontwikkeling van sociaal kapitaal voorop en zijn constant in evolutie. Ze hebben een adaptief karakter waardoor ze kort op de bal kunnen spelen bij veranderingen in de maatschappij.
Uit de analyse in de atlas leerden we dat tijdelijkheid een handig middel kan zijn voor broedplekken. Een tijdelijke bezetting zorgt ervoor dat men flexibel moet zijn op ruimtelijk en organisatorisch vlak. Het geeft broedplekken het vermogen om snel te kunnen reageren op de urgente behoeften van de buurt. Een tijdelijke opzet heeft een sociaal-experimenteel karakter dat lokale buurtontwikkeling kan ondersteunen. Tegelijk dwingt tijdelijkheid een noodgedwongen afscheid af. Duurzame oplossingen vragen om stabiliteit, wat tijdelijke invullingen niet altijd kunnen bieden. Het maakt broedplekken
dus ook kwetsbaar. Gebruikers worden aan de deur gezet vanaf dat de renovatie of herontwikkeling van de site begint. Het engagement gaat zo verloren en sociale linken worden verbroken. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat dit niet gebeurt? ‘Een Pleidooi voor broedruimte: De herontwikkeling van het Maria-Magdalenaklooster naar een semi-permanente broedplek’ handelt over de paradoxale aspecten van tijdelijke buurtontwikkeling, toegepast op de case Mona van Toestand in het Maria-Magdalenaklooster. Het doel van Toestand is om de lokale partners en de buurt tijdelijk te begeleiden om een gezamenlijke plek te maken voor en door iedereen, met de hoop dat ze hierna op hun eigen benen kunnen staan. De sociale impact primeert in het project van intensieve maar kortstondige ondersteuning. Het model van Toestand, gefocust op
tijdelijkheid, heeft echter haar limieten. Wat gebeurt er na hun vertrek? Het moet sommige initiatieven alleen achterlaten, wat het succes van buurtontwikkeling en sociale ondersteuning ondermijnt. Kan deze tijdelijke invulling ook fungeren als een test voor
toekomstig gebruik van de ruimte die niet alleen de buurtontwikkeling ondersteunt, maar ook helpt bij de herontwikkeling van een site? Wat kunnen we leren uit deze tijdelijke
bezetting en welke aspecten nemen we mee om de toekomst van dit klooster vorm te geven?
Deze thesis zoekt via ontwerpend onderzoek naar manieren om een semi-permanente broedplek vorm te geven, die tijdelijkheid met stabiliteit combineert. We gebruiken deze tijdelijke invulling als hefboom om het Maria-Magdalenaklooster te
herontwikkelen. We verbeelden drie verschillende toekomstscenario’s voor
het Maria-Magdalenaklooster. De architecturale ontwerpen van de broedplek gaan om met de paradox van tijdelijkheid door de stabiliteit van een langetermijnvisie en de wendbaarheid van tijdelijkheid te combineren. Voortbouwend op het engagement van Toestand zoeken de toekomstscenario’s naar een balans tussen de belangen van de private eigenaar, de gebruikers en de buurt. De scenario’s focussen op de samen-
werking tussen actoren en programma’s en werken met minimale architecturale ingrepen. Ze zijn gestructureerd volgens een tijdlijn, een stappenplan dat het traject richting de toe-
komst bevattelijk probeert te maken. Vanuit de reflectie op de ontwerpen destilleren we tot slot de essentie. We maken een pleidooi, formuleren eisen die als advies kunnen dienen bij de herontwikkeling van het Maria-Magdalenaklooster.
Meer lezen

VR en educatieve games inzetten in technische lessen

Thomas More Hogeschool
2024
Britt
Broekaert
Genomineerde longlist mtech+prijs
Genomineerde shortlist Klasseprijs
En daar gaat de bel! Tijd om weer te verhuizen naar het zoveelste klaslokaal met de traditionele opstelling van stoelen en banken. De leerkracht staat vooraan al klaar om aan de les te beginnen en de invulboeken komen weer boven. Is dit het onderwijs van de toekomst? Motiveren we op deze manier de jongeren van vandaag én is dit de rol die ik als toekomstige leerkracht wil spelen? Of kan het ook anders?

Open samen de deuren naar een onbegrensde wereld, waar leren veel meer is dan boeken en duffe klaslokalen. Stap binnen in een tijdperk dat de verbeelding prikkelt en de toekomst vormgeeft!
Meer lezen

De rol van de kredietmakelaar voor hypothecaire kredieten in de veranderende maatschappij

Universiteit Gent
2023
Emma
Weyne
De rol van de kredietmakelaar voor hypothecaire kredieten in de veranderende maatschappij:
- De rol van de kredietmakelaar bij het verminderen van het aantal fysieke bankkantoren, de digitalisering van de hypothecaire markt
- De neutraliteit van de kredietmakelaar bij het verstrekken van een hypothecair krediet
- De rol van de kredietmakelaar bij de vergroening van de woning
Meer lezen

De Sint-Rochuskerk (1925-1928) te Halle: een innovatieve betonbouw

Vrije Universiteit Brussel
2022
Bart
Pierreux
Deze masterproef onderzoekt de Sint-Rochuskerk in Halle (Vlaams-Brabant), een innovatieve betonbouw in België, gerealiseerd in 1928. De kerk werd met een complexe genese opgetrokken in het interbellum door de samenwerking van drie architecten. Ondanks haar innovatieve karakter werd de kerk nog niet eerder wetenschappelijk bestudeerd.
Meer lezen

Op welke afdeling hoor ik thuis chef? Een kritisch interpretatieve synthese over de classificatie van transgenders in de gevangenis.

Universiteit Gent
2021
Phaedra
D'hauwer
Deze scriptie legt de focus op transpersonen in detentie en de problematieken tijdens detentie. De hoofdfocus is hun plaatsingskeuze en het tekort aan informatie en beleid. In deze scriptie werd gebruikt gemaakt van een kritisch interpretatieve synthese als onderzoeksmethode.
Meer lezen

Stat-te-wat?-Inspiratiegids statistiek voor leerkrachten in de B-stroom

Hogeschool PXL
2021
Yoni
Uten
Statistiek wordt niet altijd als het leukste en eenvoudigste lesonderwerp beschouwd door leerlingen en leerkrachten. Het onderwerp aanbieden aan een iets complexere doelgroep, leerlingen uit de eerste graad B-stroom van het secundair onderwijs, kan toch wel een heikel punt zijn, mede door de invoering van vernieuwde eindtermen in de B-stroom.
In dit onderzoek onderzocht ik wat deze eindtermen vernieuwend maken, waarom de leerlingen uit de B-stroom als een complexere doelgroep worden beschouwd en wat zowel leerkrachten als leerlingen verlangen van het ondersteunend materiaal voor dit onderwerp. Vanuit deze verzamelde gegevens ben ik aan de slag gegaan met het ontwikkelen van een inspiratiegids voor leerkrachten die wiskunde, afzonderlijk of geïntegreerd in een ander vak, onderwijzen in de B-stroom. Hiermee kunnen de leerkrachten statistiek stapsgewijs en op een maatschappelijk en leerlinggebonden manier aanbrengen. Tevens geeft deze gids ook meer achtergrond over enkele onderdelen die pas in de 2de en 3de graad arbeidsfinaliteit worden behandeld.
Meer lezen

“We are all different but the same.” Een sprookje, fantasieverhaal of juist een echt hier-en-nu-verhaal?

Hogeschool PXL
2021
Lore
Koopmans
In deze bachelorproef wordt uitgegaan van een allesomvattende definitie van diversiteit en ga ik samen met de medewerkers van Narrata vzw op zoek naar een manier om voorlezen en de kracht van verhalen in te zetten om kinderen voor te bereiden op het leven in een steeds veranderende en diverse samenleving.
Meer lezen

Burgerparticipatie in de Europese Unie: De juridische impact van verordening 788/2019 op het ‘Europees burgerinitiatief’

Vrije Universiteit Brussel
2021
Gide
Van Cappel
De recente verandering binnen het Europees burgerinitiatief wordt onderzocht, met name de impact van verordening 788/2019. De focus ligt op de implicaties die deze nieuwe regels hebben voor de artikelen 1,10 en 11 van het verdrag betreffende de Europese Unie. De onderzoeksvraag luidt :

" Slaagt verordening 788/2019 erin om het EBI toegankelijker, gebruiksvriendelijker en minder omslachtig te maken "

In lijn met de onderzoeksvraag zal ook de rol van de Europese commissie onder de loep genomen worden. Hierbij zal er gepeild worden naar de legislatieve rol van de Commissie.
Meer lezen

Verstandig Zelfstandig.

Odisee Hogeschool
2020
Robbe
Wauman
Voor het bevorderen van zelfstandigheid bij leerlingen van de derde graad is het belangrijk dat een leerkracht aandacht geeft aan alle executieve functies (voornamelijk aan cognitieve flexibiliteit en probleemoplossend denken). Binnen de klasorganisatie kan een leerkracht een aantal zaken aanpassen zodat de omgeving zelfstandigheid beter kan stimuleren.
Meer lezen

Coderen in het buitengewoon basisonderwijs type 2

Odisee Hogeschool
2019
Emily
Mortier
In deze bachelorproef werd onderzocht in welke mate leerkrachten in het buitengewoon basisonderwijs type 2 reeds aan de slag gingen met coderen (vaardigheid waarmee men opdrachten kan laten uitvoeren door robots of computerprogramma’s). Het onderzoek in deze scriptie wees uit dat slechts weinig leerkrachten hiermee aan de slag gingen, waarop er een handleiding werd uitgewerkt die tracht om aan de hand van op maat gemaakte activiteiten, kennis over coderen en een voorstelling van mogelijke codeermaterialen bestaande drempels weg te werken.
Meer lezen

Docentgedrag als student bekeken

Universiteit Antwerpen
2019
Linde
Domus
In onze snel veranderende maatschappij dient ook het onderwijs mee te evolueren. Binnen de leeromgeving speelt de docent een belangrijke rol. Het gedrag dat een docent stelt, heeft invloed op de relatie tussen student en docent enerzijds en, op onrechtstreekse wijze, op de motivatie van de student anderzijds. In het voortgezet onderwijs is er reeds veel bekend over de invloed van de docent-studentrelatie maar in het hoger onderwijs is hier nog weinig onderzoek naar gedaan. Het doel van dit praktijkonderzoek is te achterhalen welke docentgedragingen in het hoger onderwijs volgens studenten een positieve invloed hebben op de docent-studentrelatie, welke betekenis studenten hieraan toekennen en welke invloed dit heeft op hun motivatie. Vervolgens gaat dit onderzoek na welke verschillen er zijn in perceptie tussen docenten en studenten betreffende het docentgedrag.
Via twee vragenlijsten en een focusgroep werd data verzameld bij eerstejaars bachelorstudenten TEW en hun wiskundedocenten aan de Universiteit Antwerpen. Uit de antwoorden op de eerste vragenlijst bleek dat studenten voornamelijk leidend docentgedrag prefereerden gevolgd door helpend/vriendelijk en begrijpend docentgedrag. De focusgroep bevestigde deze resultaten enerzijds, maar voegde ook de meerwaarde van een meer terughoudende docent toe waardoor de student meer zelfstandigheid, verantwoordelijkheid en vrijheid verkrijgt afhankelijk van de werkvorm. De tweede vragenlijst peilde naar de percepties van de docenten en studenten betreffende de waargenomen geprefereerde docentgedragingen. Beschrijvende statistiek en t-testen toonden grotendeels significante discrepanties tussen de percepties van docenten en studenten. Volgens studenten voldeden de meeste docenten in grote mate aan het geprefereerde docentgedrag maar de inschattingen van de docenten varieerden onderling sterk.
De resultaten van dit onderzoek kunnen een aanknopingspunt vormen voor een grootschalig onderzoek naar docent-studentrelaties in het Vlaams hoger onderwijs. Dit ter verbetering van de onderwijskwaliteit en in functie van de professionalisering van docenten om een bewustwording te creëren over de invloed van hun gedrag.
Meer lezen

De betrokkenheid van ouders verhogen door schoolopbouwend te werken.

Odisee Hogeschool
2019
heidie
joos
De rol van de ouders in het onderwijs wordt steeds belangrijker. De overheid moedigt de samenwerking tussen school en ouders aan. Hoe kunnen ouders en scholen de handen in elkaar slaan, om tot een goed partnership te komen?
De opvoeding van de kinderen gebeurt niet alleen meer thuis, maar ook op school. Ouders zijn erg verbonden met de veilige en goede toekomst van hun kinderen. Hierdoor kunnen zij vragen en zorgen hebben. Scholen kunnen hierin ouders helpen, om antwoorden te vinden.
Scholen kunnen het best om dit partnership te bekomen, ouders erkennen in hun opvoeding, cultuur, stijl en maatschappelijke invloeden. We moeten de opvoeding zien als een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Op deze manier kan het kind de alle kansen krijgen op groei en ontwikkeling.
Als onderwijs en opvoeding goed op elkaar zijn afgesteld heeft dit een invloed op het gezin-, de thuissituatie en het schoolleven. De betrokkenheid van de ouders bij de schoolloopbaan van hun kinderen kent verschillende factoren. Om de betrokkenheid bij ouders te verhogen is het voor scholen erg belangrijk om zo laagdrempelig mogelijk te werken. Op deze manier kunnen ouders steeds bij de school terecht.
Een school die voor vragen, tips, een luisterend oor biedt en openstaat voor ouders, verhoogt het gevoel van betrokkenheid. Voor deze goede samenwerking speelt communicatie met de ouders een grote rol. Ouders kunnen naar scholen toe op verschillende manieren communiceren. Dit is sterk afhankelijk van hun vraag, probleem, taalvaardigheid, enzovoort.
Als gezinswetenschapper is het erg belangrijk om in deze verschillende situaties de verworven communicatie opgang te houden en te bevorderen. Het is erg doorslaggevend om als school extra inspanningen te leveren naar ouders die moeilijk bereikbaar zijn. Ouders kunnen om verschillende redenen de stap naar de school moeilijk of niet zetten. Om deze communicatie te bevorderen kan een herwerking van de info- brochure voor laagtaalvaardige ouders een grote meerwaarde bieden. Men kan deze verstaanbaar en begrijpbaar maken door pictogrammen te gebruiken.
Om ouders de school op een andere manier te laten zien en kennen, kan de opening van een oudercafé en het geven van info- avonden een grote meerwaarde bieden. De info- avonden kunnen opgebouwd worden rond allerlei maatschappelijke thema’s of gericht op vragen van de ouders. Ik werkte met veel aandacht een info- avond uit met betrekking tot gezonde voeding, wat zit er in mijn brooddoos. Zo kunnen ouders ook met elkaar in contact komen en is het mogelijk om onderling steun en antwoorden te vinden bij opvoedingsvragen en/ of problemen. Samen met andere ouders in contact komen, geeft een gevoel van verbondenheid. Zo kunnen ouders ervaringen uitwisselen en elkaar tips geven. De school kan op deze manier een “brede” school worden. De school wordt een open leer- en ontmoetingscentrum, waarin er plaats is voor de samenwerking met de lokale gemeenschap.
Zo dragen scholen en ouders samen de opvoeding, in een steeds veranderende maatschappij. Door samen met de ouders en lokale partners, …de schoolpoorten open te zetten, krijgt de school het vertrouwen terug van de ouders. Het kind krijgt op deze manier de maximale ontwikkelingskansen, op termijn heeft dit ook een grote invloed op de kwaliteit van het aangebonden onderwijs.
Meer lezen

Verzekering en het gezin

KU Leuven
2018
Cédric
Vaes
Deze masterproef handelt over het onderwerp ‘Verzekering en het gezin’ en heeft specifiek betrekking op de aansprakelijkheidsverzekering privéleven.

In deze masterscriptie wordt de huidige regelgeving, rechtspraak en rechtsleer betreffende de aansprakelijkheidsverzekering privéleven uiteengezet om vervolgens de volgende centrale onderzoeksvraag te beantwoorden: ‘Biedt de huidige wettelijke regeling en polispraktijk inzake de aansprakelijkheidsverzekering privéleven voldoende bescherming voor ‘nieuwe gezinssamenstellingen/gezinssituaties’ en ‘nieuwe risico’s’ in het privéleven?’.
Meer lezen

Professionele bachelorproef

AP Hogeschool Antwerpen
2017
Brent
Claessens
  • Nick
    Meskens
In deze bachelorproef onderzoeken we wat STEM juist inhoudt binnen de eerste graad secundair onderwijs. Als toekomstige leerkrachten techniek willen we daarbij ook te weten komen wat de rol is van de leerkracht techniek binnen het STEM-onderwijs en of dit onderdeel effectief belangrijk is om STEM te vervolledigen. We onderzochten dit in het kader van onze opleiding Secundair Onderwijs aan de AP Hogeschool te Antwerpen in opdracht van onze eindproef.
Meer lezen

Wat zijn de determinanten van social freezing bij Belgische vrouwen en hoe kan de vroedvrouw hier een rol in spelen?

Hogeschool VIVES
2017
Megan
Dhelft
  • Liese
    Deslee
Social freezing is het laten invriezen van eicellen omwille van niet medische redenen. Wij waren nieuwsgierig in welke mate het onderwerp bekend is bij de medemens. We hebben dit onderzocht binnen ons praktijkdeel aan de hand van enquêtes die werden verspreid via sociale media.
Meer lezen

Expandable houses: Exploring the potential of anticipated extensions in terms of changing lifestyles, material efficiency and life cycle costs

Vrije Universiteit Brussel
2017
Charlotte
Cambier
Het onderzoek vertrekt vanuit de knelpunten van de Vlaamse woningmarkt. De invloed van transformeerbaar bouwen, en specifiek van woningen met uitbreidingspotentieel, werd onderzocht op vlak van aanpasbaarheid, financiële en ecologische kosten. Er is gewerkt met ontwerpend onderzoek en scenarioplanning om de toekomstige onzekerheden in rekening te brengen. Vervolgens werden verschillende bouwmethodes toegepast en de levenscycluskosten berekend.
Meer lezen

Leiderschap en teamleren: Wat maakt dat leiders teamleren mogelijk maken en hoe stimuleren leiders teamleren?

Universiteit Hasselt
2017
Fryderyk
Sevens
Wat maakt nu dat bepaalde leidinggevenden inzien dat ze afhankelijk zijn van hun teamleden en zichzelf bescheidener opstellen in plaats van de egocentrische leider te zijn? In de wetenschappelijke literatuur is al wat geweten over hoe leiders teamleren stimuleren, maar over de beweegredenen waarom ze teamleren mogelijk maken nog niet.
Meer lezen

HET BELANG VAN CONNECTIE ALS NIEUWE HETEROTOPIE IN BESTAANDE STEDELIJKE WEEFSELS

KU Leuven
2017
Sara
Vandewalle
Architecturaal onderzoek naar hoe de architect als activist kan optreden in een stedelijk weefsel.
CASE STUDY / RENOVATIEPROJECT VAN HET SHOPPINGCENTER T'ZUID GENT
Daar waar taal te kort schiet tussen verschillende culturen en generaties, kan ‘het doen’ alle grenzen doorbreken. Daarbij kan connectie vinden via kleine maakbaarheid en co-creatie een oplossing zijn. Hoe kunnen we een collectief brein vormen in stedelijke omgeving?
Meer lezen

Superdiversiteit op de materniteit: communicatie tussen allochtone patiënten en vroedvrouwen op een Belgische kraamafdeling.

Universiteit Antwerpen
2016
Emmelie
Muylaert
  • Sofie
    Michielsen
De scriptie gaat over de uitdagingen in het communicatieproces voor de vroedvrouwen van het Sint-Vincentiusziekenhuis in Antwerpen. Er wordt nagegaan hoe de vroedvrouwen communiceren met allochtone patiënten, of taal- en/of cultuurbarrières al dan niet een impact hebben op de zorgverlening en of de vroedvrouwen zich voldoende voorbereid voelen vanuit hun opleiding vroedkunde.
Meer lezen

De Groote Oorlog herbeleefd. De impact van Wereldoorlog I op de tijdsgeest en de weergave ervan in Vlaams theater: een vergelijking van het interbellum met FRONT en DeKleineOorloG

Universiteit Antwerpen
2015
Hannah
Schiltz
De Groote Oorlog herbeleefd. De impact van Wereldoorlog I op de tijdsgeest en de weergave ervan in Vlaams theaterWie kent nu niet iemand die de Musical 14-18 van Studio 100 gezien heeft, het boek Oorlog en Terpijn van Stefan Hertmans heeft gelezen of het In Flanders Fields Museum in Ieper heeft bezocht? Met het herdenkingsjaar in 2014 werd volop op de Eerste Wereldoorlog ingezet. En dat niet alleen in het commerciële discours. Ook binnen het theater maakten verschillende gezelschappen een voorstelling waarin rechtstreeks of onrechtstreeks naar de Eerste Wereldoorlog werd verwezen.
Meer lezen

Terra Incognita - Architectuur & melancholie

KU Leuven
2015
Delfien
Rabaey
TERRA INCOGNITAArchitectuur & melancholieMelancholie; je kent het wel, dat mysterieuze gevoel dat ons overvalt zonder enige duidelijke aanleiding. Onderweg zijnd, starend naar het landschap vanuit de trein. Je blik op oneindig. In een melancholische bui bekijk je de realiteit van op een afstand, een aangenaam gevoel waarbij de tijd lijkt stil te staan.  Niettemin willen we deze stemming koesteren, dit zachte droevige gevoel waarbij tranen licht de ogen prikkelen. Want melancholie biedt troost. Als een pauze in het hectische leven, een zelfreflectie.
Meer lezen

Het verhogen van anonimiteit bij peer-assessment door het gebruik van responstechnologie in het secundair onderwijs

Universiteit Gent
2012
Hannelore
Montrieux
Het gebruik van stembakjes bij peer assessment in het secundair onderwijs: hot or not ?!? “ Ik vind het erg leuk en leerzaam om te werken met stemtechnologie, leraren moeten dit in de toekomst meer gebruiken!                                                                                                                                                                             “Voor mij zijn de stembakjes zeker voor herhaling vatbaar” “ Met de stembakjes was een betere manier om te stemmen en veel toffer”.In onze snel veranderende maatschappij zijn een combinatie van kennis, vaardigheden en a
Meer lezen

De tolk en de journalist: twee verwante werelden?

AP Hogeschool Antwerpen
2008
Els
Vanbrabant
 


De tolk en de journalist: twee verwante werelden?

“Wat heb jij gestudeerd?” “Ik ben licentiaat vertaler en master tolk.” Die ene zin zorgt al voor heel wat verwarring. Dat die licentiaat gelijkwaardig is aan een master, dat weten de meeste mensen ondertussen wel. Maar waarom ik twee diploma’s nodig heb voor wat toch hetzelfde beroep is?

 
Een vertaler is geen tolk. Wat is een tolk dan wel? Eenvoudig gesteld iemand die een gesproken idee zo exact mogelijk overbrengt van de ene taal in de andere. (Diriker, 2003) Vertalen gebeurt dan weer schriftelijk.
Meer lezen

De evolutie van Shylock in Vlaanderen. ‘De Jood’ uit De koopman van Venetië onderzocht tegen een theaterhistorische, maatschappelijke, politieke en internationale achtergrond.

KU Leuven
2007
Bart
Magnus
Shylock, Shakespeares ‘hondse Jood’, in Vlaanderen
 
Hondse, duivelse en vuile Joden komen niet enkel voor in Mein Kampf, ook de wellicht meest bejubelde en gelauwerde auteur aller tijden schreef erover: William Shakespeare. We hebben het over Shylock, een Joods personage uit The Merchant of Venice. Hoe heeft Shakespeare hem neergeschreven, hoe werd hij op Vlaamse podia geïnterpreteerd en wat zegt dat alles over het theater in Vlaanderen?
 
De koopman van Venetië doet ongetwijfeld een belletje rinkelen.
Meer lezen