Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Burgervertrouwen in publieke organisaties na een AI-falen

Universiteit Gent
2026
Alex
Depinois
Wanneer een overheidsalgoritme burgers onterecht benadeelt, herstelt het vertrouwen in de verantwoordelijke leidinggevende aanzienlijk beter als die zelf de schuld op zich neemt. Wie naar het systeem of de leverancier wijst, blijft met een beschadigd vertrouwen zitten. Dat blijkt uit een experiment met 93 Belgen.
Meer lezen

Manifest voor autismevriendelijke schoolarchitectuur - ASPECTSS als methodiek voor een inclusieve brede school

Universiteit Hasselt
2026
Anouck
Cautaert
Genk is een zeer diverse en cultureel
rijke stad, waar ook sociaal-economische
ongelijkheden aanwezig zijn. Aan de hand
van deze scriptie probeer ik bij te dragen aan
de inclusie in de stad door in te zetten op
onder andere autismevriendelijk maken van
de schoolinfrastructuur van Zwartberg-Zuid.
De principes die later worden toegepast
voor de schoolsite De Appelboom en De
Wissel kunnen veralgemeend worden naar
de andere twee scholenclusters in Zwartberg.

Het eerste luik van de scriptie omvat dan
ook het onderzoek naar onder andere de
noden van mensen met autisme en het
algemeen gebrek - volgens Mostafa - aan
autismevriendelijke infrastructuur.
Hierna wordt er een link gemaakt naar
de projectlocatie, namelijk Zwartberg,
waarbij er een groeiende nood is aan
autismevriendelijke ondersteuning
binnen bestaande organisaties en
gebouwen, alsmede naar onderwijs- en
ontwikkelingskansen voor kinderen en
jongeren, te concluderen uit het interview met
de wijkmanager van Zwartberg. Momenteel
wordt er binnen deze infrastructuur minimaal
ingezet op autismeondersteunende
infrastructuur, waarbij datgene dat aanwezig
is niet kwalitatief is.
Ook wordt er een link gemaakt naar
Zwartberg door de relatie tussen autisme en
migratieachtergrond verder te onderzoeken,
onder andere blijkens het interview met
directeur Frank Bartholomé. Binnen deze
autismevriendelijke aanpak wordt er verder
ingegaan op de ASPECTSS-richtlijnen,
waarbij deze richtlijnen als ondersteunend
middel worden gezien.

Als tweede luik wordt er ingegaan op
het brede school-principe, waarbij in dit
beleidsidee wordt ingezet op onder andere
de maximale ontwikkelingskansen en de
brede leer- en leefomgeving van kinderen en
jongeren. Hierbij wordt er dieper ingegaan
op de organisatorische en ruimtelijke
organisatie van de brede school.
Als derde en tevens laatste luik wordt
voorgaande verzamelde info ruimtelijk
vertaald aan de hand van een case study
van twee projecten, die inzetten op
autismevriendelijke architectuur en het brede
school-principe.

De onderzoeksvraag van de scriptie is als
volgt: “Hoe kan architectuur bijdragen
om scholen, als ondersteunende
ontmoetingsplek, inclusiever te maken voor
kinderen en jongeren met autisme?”. Dit
wordt onder andere onderzocht aan de hand
van de theoretische ASPECTSS-richtlijnen
en het principe van de brede school. Echter
is het belangrijk om te benadrukken dat
de ASPECTSS-richtlijnen en het principe
van de brede school als hulpmiddel
dienen om de bestaande site in Zwartberg
autismevriendelijk te maken en in te zetten
op de sociale noden - in tegenstelling tot het
utopische beeld dat momenteel rond deze
principes hangt. Bijkomend dient vermeld
dat dit een persoonlijke interpretatie zal zijn
van hoe deze twee theoretische modellen
kunnen worden toegepast binnen een
nieuwbouw en herbestemming.

Dit onderzoek wordt aan de hand van
literatuuronderzoek, interviews en case
onderzoek gevoerd, om op deze manier
meer inzicht te krijgen in onder andere de
noden van deze doelgroep.
Meer lezen

Potential of African Diasporic Spatiality in Adaptive Reuse and Postcolonial Placemaking

Universiteit Hasselt
2026
Brenda Jerotich
Maswan
By examining the postcolonial condition of the European metropole, as influenced by colonial and postcolonial migration, this thesis explores how African diasporic communities in Brussels engage in spatial practices as a legitimate form of architectural knowledge. Focusing on Molenbeek-Saint-Jean and Matongé, it argues that the incremental, vernacular adaptations through which African migrants appropriate and reinterpret the European built environment constitute an alternative approach to placemaking. This approach has often been overlooked by conventional heritage and planning systems.
Drawing on postcolonial theory, diasporic urbanism, and African diasporic spatial
practice, this thesis develops a critical framework for reading African diasporic spatial
practice not as informality or deficit, but as a culturally embedded, socially driven
architectural knowledge. This framework is tested through ethnographic research of
Luce Beeckmans and site-writing, following Jane Rendell’s concept of critical spatial
practice, and applied through a design project for a former industrial complex at Rue
De Courtrai and Rue d’Ostende in Molenbeek.
The design proposes an adaptive reuse strategy grounded in the African diasporic
logic of negotiated visibility—the practice of managing presence and withdrawal
across the city and building scales simultaneously. By preserving existing street
façades, directing transformation inward through the inner block, and retaining existing
users, the project translates African diasporic spatial qualities into an architectural
methodology capable of producing an inclusive social infrastructure while resisting the
displacement pressures of ongoing urban renewal. In doing so, it positions adaptive
reuse not as a technical or aesthetic strategy but as a cultural and political redefinition
of space—one that recognises the African diaspora community in Molenbeek as
spatial agents in postcolonial placemaking.
Meer lezen

“‘Oh, maar je komt van andere achtergrond.’ Dat maakt niet uit, mijn brein werkt even goed.” Factoren die de instroom van studenten met een migratieachtergrond in het hoger onderwijs in Vlaanderen beïnvloeden

Universiteit Gent
2026
Eef
Soete
Internationaal onderzoek naar de instroom in het hoger onderwijs beschouwt lage inschrijvingskosten, beperkte toelatingsexamens en alternatieve doorstroomroutes als belangrijke voorwaarden voor inclusie. Vlaanderen vormt daarom een opvallende casus: hoewel deze formele drempels er grotendeels ontbreken, stromen studenten met een migratieachtergrond relatief weinig door naar het hoger onderwijs. Deze masterproef onderzoekt welke minder zichtbare mechanismen deze paradox helpen verklaren. Daartoe werden 31 semigestructureerde interviews met studenten aan de Universiteit Gent geanalyseerd via reflectieve thematische analyse. De resultaten tonen hoe systeemkennis, sociale netwerken, ouderlijke betrokkenheid, financiële mogelijkheden, de secundaire schoolloopbaan en institutionele representatie de instroom vormgeven. Daarbij loopt een dunne scheidslijn tussen drempel en hulpbron: dezelfde factor kan studenten ondersteunen of hun instroom bemoeilijken, afhankelijk van de context en de andere hulpbronnen waarop zij kunnen terugvallen. De formele toegangspoort mag in Vlaanderen dan openstaan, de wegen ernaartoe zijn niet voor iedereen even begaanbaar.
Meer lezen

Familie, migratie en de vele gezichten van verbondenheid. Sense of beloning binnen het Belgisch-Vlaams landbouwmigrantengezin Walraet in Frankrijk (1920-1967).

Universiteit Antwerpen
2026
Kaat
Vanderstukken
Deze masterproef onderzoekt hoe gevoelens van verbondenheid vorm kregen binnen het Belgisch-Vlaamse landbouwersgezin Walraet, dat zich in 1920 vanuit Vlaanderen in Frankrijk vestigde. Vertrekkend vanuit de vraag met welke gemeenschappen de gezinsleden zich verbonden voelden, analyseert dit onderzoek hoe sense of belonging werd gevormd, beleefd en onderhandeld tussen 1920 en 1967. De studie situeert zich binnen de migratiegeschiedenis van Belgische migranten in Frankrijk en kiest voor een microhistorische en cultureel-historische benadering waarin de subjectieve beleving van migratie centraal staat.
Het onderzoek vertrekt vanuit de eigen familiegeschiedenis als casus, wat toegang biedt tot moeilijk traceerbare ervaringen en aansluit bij “history from within”. De familie Walraet fungeert zo als venster op bredere processen van migratie en identiteitsvorming.
Theoretisch steunt het onderzoek op het concept place-belongingness van Marco Antonsich, waarin verbondenheid wordt begrepen als een dynamisch en relationeel proces. Methodologisch wordt orale geschiedenis gecombineerd met familiale bronnen en archiefmateriaal, waaronder interviews, postkaarten en naturalisatiedossiers.
De analyse toont dat verbondenheid geen homogeen of lineair proces was, maar het resultaat van een complexe wisselwerking tussen familiale, culturele, economische en persoonlijke factoren. De gezinsleden ontwikkelden uiteenlopende en soms contra-intuïtieve vormen van verbondenheid met België, Frankrijk en lokale gemeenschappen. Onderwijs, huwelijk en nationaliteitskeuzes speelden hierin een belangrijke rol. De studie benadrukt dat verbondenheid niet samenvalt met taal, nationaliteit of geboorteplaats, maar voortdurend wordt heronderhandeld in dagelijkse praktijken en familiale relaties.
Meer lezen

"We worden een deel van de omstandigheden". Een intersectionele en familiehistorische analyse van de postkoloniale migratie van een Belgisch koppel naar Congo en Burundi (1964-1969)

Universiteit Antwerpen
2026
Emmelie
Degreef
Met een intersectionele en familiehistorische analyse van de microcasus van mijn grootouders, Floris Degreef en Maria Billet, onderzoekt deze masterthesis gelaagde relaties van ras, klasse en gender in de Congolese en Burundese samenleving in de jaren zestig. Dit microhistorisch onderzoek belicht de alledaagse sociale dynamieken die door een focus op postkoloniale macroconflicten vaak overschaduwd worden. De familiehistorische benadering maakte de bespreking van zowel gevoelige en emotionele als alledaagse ervaringen mogelijk. De methodologische valkuilen die gepaard gaan met de beperkte afstand tot de historische actoren zijn via bronnenverweving en discoursanalyse opgevangen. De intersectionele analyse benadert de categorieën ras, gender en klasse als verschuivende processen die met elkaar in verband staan en een invloed uitoefenen op machtsverhoudingen. Individuele privileges veranderden in de Congolese en Burundese postkoloniale context van de jaren zestig voortdurend en zijn heel plaatsafhankelijk. Binnen de bedrijfscontext werd Floris’ positie gekenmerkt door een oudkoloniale ‘witte’ dominantie en ontwikkelingsideologie. Daarbuiten werd de wisselwerking tussen Floris’ ras en klasse complexer. Als witte vrouw bevond Maria zich daarnaast op een complex kruispunt. Binnen de transformerende raciale hiërarchieën ervaarde ze angst, maar tegelijkertijd verkreeg ze een meer egalitaire positie binnen een expatgemeenschap waarin rigide sociale conventies vervaagden. De geografische vergelijking benadrukt tot slot dat het Hutu-Tutsi-conflict in Burundi door blijvende etnisch-koloniale structuren gedomineerd werd, waardoor de raciale concurrentie, zoals die in Congo duidelijk aanwezig was, naar de achtergrond gedrukt werd.
Meer lezen

Normativiteit in het "niet-opvangbeleid"

KU Leuven
2026
Manon
Rupus
In 2023 kondigde Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Nicole de Moor aan dat alleenstaande mannelijke asielzoekers tijdelijk geen opvang meer zullen krijgen in het netwerk van Fedasil. Terwijl deze maatregel vaak wordt voorgesteld als een praktisch antwoord op een capaciteitstekort, stelt dit onderzoek de vraag in hoeverre onderliggende cis-heteronormatieve ideeën over gender, gezin en kwetsbaarheid doorwerken in deze beleidskeuze.

Enerzijds kijkt een kritische discoursanalyse naar hoe beleid, media en middenveldorganisaties spreken over (mannelijke) asielzoekers en hun "deservingness" voor opvang. Anderzijds wordt aan de hand van interviews en via narratieve en visuele methoden ingezoomd op de ervaringen van queer asielzoekers in België. Hoe worden zij geconfronteerd met deze normatieve assumpties? Hoe beïnvloeden die hun traject naar en binnen huisvesting? En hoe gaan ze daarmee om in hun dagelijkse leven?

Het onderzoek toont dat "deservingness" voor opvang sterk afhankelijk is van normatieve constructies van herkenbaarheid en kwetsbaarheid, wat resulteert in inclusie of exclusie van de opvang. Alleenstaande mannelijke asielzoekers worden binnen het dominante discours zelden als inherent kwetsbaar erkend en hun nood aan opvang komt vooral voor in de vorm van uitzonderingen. De voorrang van gezinnen en kinderen blijkt bovendien ingebed in cisheteronormatieve ideeën over het ‘normale’ en herkenbare asielzoekers. En hoewel men vaak stelt dat queer asielzoekers kwetsbaar zijn, wordt ook hun toegang tot opvang beïnvloed door hun gender, hun gezinsstatus en hoe hun kwetsbaarheid wordt ingeschat. Echter negotiëren ze die assumpties ook zelf. In hun huisvestingstraject bewegen ze tussen hun queerness zichtbaar maken of juist niet, ze benadrukken hun kwetsbaarheid wanneer dat nodig is tegenover overheidsinstanties, maar kloppen ook aan bij hulporganisaties en informele netwerken. Bovendien passen queer asielzoekers strategieën toe in hun dagelijks leven in asielopvang om het leven daar leefbaar te houden.

Deze thesis stelt dat uitsluiting in het opvangbeleid niet los kan worden gezien van bredere normatieve structuren rond gender, seksualiteit en kwetsbaarheid. Door deze mechanismen bloot te leggen, draagt het onderzoek bij aan een kritischer begrip van huisvesting voor asielzoekers als politiek en normatief geladen domein. Tegelijk wil de thesis aanzetten tot verder onderzoek én tot reflectie in beleid en praktijk. In een context waarin het recht op opvang steeds meer onder druk staat en het debat verhardt, pleit dit onderzoek voor een benadering die vertrekt vanuit menselijke waardigheid, in plaats van uit normatieve vooringenomenheid.
Meer lezen

Waarom kiezen jongeren voor een politieke carrière?

KU Leuven
2026
Cleo
Pavoncelli
Onderzoek toont aan dat jongeren vaak ondervertegenwoordigd zijn in parlementen (Stockemer & Sundström, 2025). Een gebrek aan vertegenwoordiging kan ertoe leiden dat hun belangen onderbelicht blijven en dat zij vervreemden van het traditionele politieke systeem. Bestaand onderzoek naar jongerenparticipatie richt zich voornamelijk op structurele en institutionele factoren, zoals het kiesstelsel. Deze benaderingen bieden echter geen afdoende verklaring waarom individuen politieke ambitie ontwikkelen en uiteindelijk beslissen om zich kandidaat te stellen (Fox & Lawless, 2005; Lawless, 2011). Daardoor blijft het onduidelijk welke persoonlijke motivaties jongeren tot deze stap aanzetten en welke drempels zij daarbij ervaren.
Een mogelijk verklarend kader is Public Service Motivation (PSM), een concept dat veelvuldig wordt toegepast in onderzoek naar werknemers in de publieke sector. De toepassing ervan in een politieke context is echter nog beperkt onderzocht.
Dit kwalitatieve onderzoek heeft tot doel de motivaties van jonge volksvertegenwoordigers (maximaal 35 jaar bij de start van de legislatuur) in het Vlaams Parlement in kaart te brengen. Hiervoor werden semi-gestructureerde interviews afgenomen bij negen respondenten. Er werd gezorgd voor variatie in leeftijd (zowel respondenten boven als onder de 30 jaar), partijaffiliatie, gender en migratieachtergrond.
De resultaten van dit onderzoek tonen aan dat de omgeving een rol kan spelen in de ontwikkeling van politieke interesse en ideologische voorkeuren. Zowel de interesse voor een politiek mandaat als de specifieke partijkeuze worden echter niet noodzakelijk doorgegeven binnen het gezin. Respondenten wijzen op uiteenlopende motivaties voor hun engagement, waaronder onvrede met huidige situaties, de wens om verandering te realiseren, rolmodellen en de interne partijcultuur. Daarnaast wijst dit onderzoek op de rol van PSM: alle vier dimensies van dit concept komen naar voren in de data. ‘Aantrekking tot beleidsvorming’ lijkt vaker voor te komen bij eerder conservatieve respondenten, terwijl progressieve respondenten vaker verwijzen naar ‘toewijding aan het algemeen belang’ en ‘medeleven’. Voor de dimensie zelfopoffering treden dergelijke verschillen minder duidelijk op. Verder kwantitatief onderzoek is echter nodig om deze tendensen te bevestigen.
Verder wijzen de resultaten op de belangrijke rol van politieke partijen in het lijstvormingsproces. Gevraagd worden door de partij blijkt dan ook een belangrijke factor in de beslissing om zich kandidaat te stellen, evenals in de keuze van het bestuursniveau. Desondanks vertonen de respondenten een uitgesproken voorkeur voor het Vlaams Parlement, voornamelijk omwille van de specifieke bevoegdheidsdomeinen. Tot slot worden verschillende drempels geïdentificeerd. Een politieke carrière nastreven blijkt minder evident voor minderheidsgroepen, zoals vrouwen met een migratieachtergrond. Andere obstakels zijn het bindend karakter van een politieke carrière, en een gebrek aan netwerk en ervaring en de tijdsintensiteit van het mandaat. De respondenten beschouwen hun jonge leeftijd eerder als een troef dan als een nadeel, onder meer vanwege hun grotere voeling met de leefwereld van jongeren.
Meer lezen

Tussen podium en dansvloer: de migratie van performatieve ravepraktijken naar theater- en clubcontext

Universiteit Gent
2026
Otto
van Sloun
In deze scritpie over "rave tussen podium en dansvloer", wordt onderzocht wat er gebeurt met de energie en collectiviteit van ravecultuur wanneer deze terechtkomen in meer georganiseerde artistieke contexten.
De scriptie vertrekt vanuit het idee dat een rave meer is dan muziek en dans: het is een collectieve lichamelijke ervaring waarin lichaam, muziek, ruimte, ritme en publiek voortdurend op elkaar reageren. De zogenaamde rave-energy ontstaat daardoor niet bij één individu, maar tussen mensen en hun omgeving.
Aan de hand van twee casestudy’s wordt onderzocht hoe deze energie verandert:
- Room With A View van (LA)HORDE toont hoe rave-elementen naar het theater worden vertaald. De spontane en horizontale rave-ervaring wordt daar meer geënsceneerd, zichtbaar en gecontroleerd.
- Choreomania van Temporary Pleasure onderzoekt hoe choreografie, licht en camera juist kunnen worden ingezet om publieksparticipatie en collectieve energie in een clubomgeving te versterken.
De centrale conclusie is dat rave niet simpelweg een stijl of esthetiek is die naar het theater of de club wordt gekopieerd. Rave kan beter worden begrepen als een methode om collectiviteit, lichamelijkheid, ritme en gedeelde intensiteit te organiseren. Wanneer de rave naar een andere context verhuist, verandert ook de manier waarop publiek, performer, ruimte en energie zich tot elkaar verhouden.
Meer lezen

Mona Hatoum voor ontwerpers: Strategieën toegepast op een pendeltraject tussen Lokeren en Gent

Universiteit Gent
2026
Aslinur
Cakal
Deze masterproef onderzoekt hoe we met een open blik naar onze alledaagse, vertrouwde omgeving kunnen kijken. Het onderzoek vertrekt vanuit een diepgaande analyse van het oeuvre van kunstenares Mona Hatoum. Hatoum transformeert huiselijke objecten tot installaties die thema's als ontheemding en 'thuis' tastbaar maken. Uit haar werk zijn specifieke beeldmanipulatiestrategieën gedistilleerd, zoals schaalmanipulatie, herkaderen en vervangen. Deze artistieke strategieën zijn vervolgens vertaald naar de schaal van architectuur en openbare infrastructuur. Als case-study fungeert het dagelijkse pendeltraject van de auteur tussen Lokeren en Gent. Dit resulteert in hybride collages waarin publieke transitruimtes versmelten met de intieme, private sfeer van thuis. Het project is fysiek vormgegeven als een enorme, gelaagde en opvouwbare kaart die vraagt om zintuiglijke interactie. Daarnaast biedt het werk een kritische reflectie op hoe politieke grenzen in de wereld ruimtes vaak eenzijdig benaderen. Uiteindelijk is deze thesis een krachtige oproep om meer te observeren en minder snel te oordelen.
Het eerste deel is de analyse van Mona Hatoums werk. Het tweede deel is een zoektocht naar strategieën. Het derde deel is het experiment met de strategieën in de vorm van collages en het laatste deel is de reflectie op wereldgrenzen.
Meer lezen

Perinatale zorg door de ogen van Afrikaanse vrouwen en zorgverleners

Hogeschool VIVES
2026
Soha
Agredousse
Deze bachelorproef onderzoekt hoe vrouwen met een Afrikaanse migratieachtergrond de perinatale zorg in België ervaren en welke barrières zij ondervinden bij de communicatie met zorgverleners. De bestaande literatuur werd in kaart gebracht door middel van een literatuurstudie. Daarnaast werd een praktijkonderzoek uitgevoerd aan de hand van de podcast "Luisteren naar zorg", waarin vier vrouwen met verschillende Afrikaanse migratieachtergronden en vier zorgverleners uit verschillende disciplines hun ervaringen en perspectieven deelden.

Uit de literatuur en het praktijkonderzoek kwamen terugkerende barrières naar voren. Deze situeren zich op individueel, interactie- en maatschappelijk niveau. De resultaten van dit onderzoek tonen aan dat deze factoren elkaar kunnen versterken en de toegankelijkheid en kwaliteit van de perinatale zorg kunnen beïnvloeden. Tegelijkertijd verschillen de ervaringen sterk van vrouw tot vrouw. De bachelorproef benadrukt daarom het belang van cultuursensitieve, toegankelijke en persoonsgerichte zorg, waarbij zowel aandacht is voor de bredere context van deze vrouwen als voor effectieve communicatie.
Meer lezen

Small Town Immigrants: Comparing the Position of Alien Residents in Late Medieval Harwich & Fowey

Vrije Universiteit Brussel
2026
Noémi
Tomaszynski
Deze thesis onderzoekt de positie van transnationale migranten in kleine steden in het laatmiddeleeuwse Engeland en vult daarmee een merkbare leemte in het bestaande onderzoek naar historische migratie, dat zich lange tijd heeft gericht op grote stedelijke centra. Aan de hand van de ‘alien subsidies’ en lokale rechtbankverslagen worden de steden Harwich en Fowey – kleine havensteden met vergelijkbare institutionele en economische structuren – geanalyseerd om de uiteenlopende posities van migranten in kleine steden te onderzoeken. Uit het onderzoek blijkt dat de dynamiek van kleine steden, waaronder beperkte anonimiteit, hechte sociale netwerken en kenmerkende burgerpraktijken, de zichtbaarheid, het gevoel van verbondenheid en de behandeling van migranten op een andere manier beïnvloedde dan in grote steden. Door vier variabelen te vergelijken, namelijk de samenstelling van de bevolking, economische complementariteit, institutionele participatie en de geopolitieke context, toont het artikel aan dat de ervaringen van migranten in kleine steden veranderlijk en gevarieerd waren en sterk afhankelijk waren van de lokale omstandigheden.
Meer lezen

An Istanbul Tale - A Research on Identity and Belonging

Hogeschool PXL
2026
Busra
Kilisli
Dit project en deze scriptie zijn geïnspireerd door migratie en hebben geleid tot onderzoek naar identiteit en wat erbij horen inhoudt. Dit bracht mij ertoe deze onderwerpen te verkennen via het vertellen van verhalen en het weven. Een verhaal vertellen over Istanbul toen de stad nog heel was. Aan de hand van de vraag ‘Hoe kan de praktijk van het vertellen van verhalen worden verweven met culturele identiteit?’ werd een poging gedaan om een interpretatie van identiteit te bieden. De eerste stap was te begrijpen wat elk woord betekent. De verbanden tussen de sleutelwoorden ‘praktijk, vertelling, verhalen vertellen, weven, culturele identiteit’ werden onderzocht aan de hand van de vrije associatiemethode. Vervolgens werd elk woord op zijn betekenis geanalyseerd. De scriptie is opgebouwd uit drie hoofdhoofdstukken. Het eerste hoofdstuk behandelt de historische achtergrond van Istanbul, aangevuld met enkele persoonlijke citaten die van invloed zijn geweest op dit project. Aangezien Istanbul centraal staat in dit project, is het belangrijk om eerst over de stad te lezen alvorens zich te verdiepen in het literatuuronderzoek. Het tweede hoofdstuk analyseert het literatuuronderzoek. Het onderzoek wordt ondersteund door de benaderingen van kunstenaars ten aanzien van deze onderwerpen, geïllustreerd met voorbeelden van hun werken. Het derde hoofdstuk beschrijft de toegepaste methodologie.
Eerst werd het verhaal geschreven; vervolgens werden, door middel van een stapsgewijze analyse van het verhaal, de kleuren en patronen voor het weven onderzocht. Het hele project staat symbool voor de tijd die zowel aan het verhaal als aan het weven is besteed. Elke geweven draad en elke geschreven regel vertelt het verhaal van een deel van een onvervangbaar moment – of dat nu uitgesproken of beleefd is.
Een element dat alle trefwoorden met elkaar verbond, was de traditionele Turkse volkskunst, namelijk weven en verhalen vertellen. Een ondergewaardeerd onderzoeksgebied in Turkije. In hoofdstuk twee wordt uitgelegd wat deze praktijken inhouden en in hoofdstuk drie wordt getoond hoe ze in het project zijn verwerkt. Er zijn maar weinig kunstenaars zoals CANAN, Bedri Rahmi Eyüboğlu en Sabahattin Eyüboğlu die volkskunst waarderen en in hun praktijk integreren. Behalve CANAN zijn twee van hen overleden; er zijn dan ook geen hedendaagse toepassingen van volkskunst, noch in de literatuur, noch in de beeldende kunst. Literaire werken gaan niet veel verder dan een verzameling verhalen. Kunstwerken – weven, miniatuurschilderijen – worden, vooral onder de huidige politieke omstandigheden, gemaakt in het kader van ‘islamitische kunst’. In dit onderzoek is getracht traditionele vertelmethoden aan te passen aan een hedendaags verhaal. Bij dit project vormden het met de hand weven en het onderzoeken van verschillende weefpatronen, in een poging een manier te vinden om deze via het ritme van het verhaal met elkaar te verbinden, de grootste uitdaging. Het was tevens een manier om de traditionele manier van weven te doorbreken. Bij de traditionele werkwijze kiest de wever doorgaans een weefschets, selecteert hij de kleuren, spant hij het weefgetouw op en weeft hij volgens de enkele kleuren die hij heeft gekozen. Hier verandert het weefpatroon voortdurend, net als de tijd.
Meer lezen

Unraveling the drivers of river lamprey migration using telemetry data

Universiteit Gent
2026
Wannes
Perdaen
Wereldwijd worden rivieren gefragmenteerd door menselijke constructies zoals sluizen en stuwen. Ze vormen barrières die de migratie van vissen bemoeilijken en hun levenscyclus ernstig verstoren. In het kader van dit probleem onderzoekt deze masterproef de impact van rivierfragmentatie op de stroomopwaartse migratie van de Europese rivierprik (Lampetra fluviatilis). Met akoestische zendertechnologie werden vijftig rivierprikken doorheen de Schelde gevolgd, en werd hun migratiegedrag geanalyseerd, samen met de factoren die hun migratiesucces beïnvloeden. Daarnaast werden overlevingsanalyse en een individu-gebaseerd model gebruikt om migratiepatronen te bestuderen en verschillende scenario’s voor rivierbeheer te simuleren.

Slechts drie van de vijftig gezenderde rivierprikken raakten voorbij de eerste twee grote migratieknelpunten. De resultaten toonden aan dat waterafvoer, waterniveau en de bediening van stuwen de kans op een succesvolle passage beïnvloeden. Aangelegde vispassages maakten oversteek mogelijk voor de beperkte groep vissen die ze bereikte. Bovendien benadrukten simulaties het belang van vispassages en aangepast stuwbeheer voor het verbeteren van de vismigratie. De resultaten brengen belangrijke knelpunten in kaart en bieden aanknopingspunten voor een beter rivierbeheer, ook met het oog op toekomstige droogteperiodes.
Meer lezen

Issue congruentie als prisma van democratische legitimiteit

Vrije Universiteit Brussel
2026
Tim
Cauwenberghs
Issue congruentie is de mate waarin kiezers overeenstemmen met de beleidsstandpunten van de partij of vertegenwoordiger waarvoor men stemt bij verkiezingen. Dit maakt dat issue congruentie een belangrijke maatstaf is om te kunnen spreken van een goed functionerende democratie. In deze scriptie werd onderzocht hoe zowel de aard van beleidsthema's als de kenmerken van de kiezers zelf invloed hebben op de mate van issue congruentie. Daarbij werden variabelen zoals politieke interesse, partij-identificatie en electorale volatiltieit gebruikt om de samenhang met issue congruentie te bepalen. Deze analyse gebeurde met data van de UAntwerpen.
Meer lezen

Identifying optimal locations to install permanent Chinese mitten crab traps in East Flanders

HOGENT
2026
Sander
Benoot
The Chinese mitten crab is a widespread invasive alien species. To mitigate its impacts,
eƯective management measures, such as the deployment of permanent traps, are essential. To
date, however, an objective method for selecting sites for this costly infrastructure has been
lacking. This study aims to objectify the site selection process by systematically evaluating
potential locations using an assessment protocol to prioritize the most suitable sites.
A two-tiered approach was implemented for this purpose. First, a macro-level analysis was
conducted through data acquisition, a GIS analysis, and the use of a decision tree. The resulting
locations were subsequently validated using the assessment protocol to evaluate their local
suitability on-site.
The evaluation yielded locations with varying scores. Two sites achieved the maximum 'A'
score, indicating they theoretically oƯer the highest potential for installing permanent traps in
the future. No critically poor locations were identified, with a 'C' score being the lowest
recorded. This indicates that the pre-study serves as a reliable initial filter. Nevertheless, the
field evaluations exposed several contradictions and redundancies within the protocol,
particularly regarding parameters such as flow velocity, permitting procedures, and private
property access.
In conclusion, combining a GIS pre-study with the (originally British) assessment protocol
proves to be an eƯective methodology for site selection, given that no truly poor locations were
identified. Provided that minor adjustments are made to align the protocol with the Flemish
context, this workflow oƯers a good framework. Through this approach, poor site-selection can
be avoided, and investments can be made where they are eƯectively needed.
Meer lezen

"Van ambachtsman tot stadselite?" "Een dynamische studie aangaande sociale mobiliteit in laatmiddeleeuws Kortrijk a.d.h.v. sociale conflicten en opstanden." (ca. 1250 - ca. 1550)

Universiteit Gent
2026
Thomas E.J.
Vanwelsenaere
Ik ben nagegaan of je in het graafschap Vlaanderen als gewone ambachtsman kon opklimmen tot de stadselite. Omdat in de geschiedschrijving de aandacht vooral gaat naar Brugge, Gent en Ieper, heb ik als uitgangspunt de stad Kortrijk genomen.

Om een duidelijk antwoord te krijgen op mijn onderzoeksvraag, omtrent een open of een gesloten elite, heb ik verschillende methoden toegepast. Voorts heb ik zo'n 300 jaar Kortrijkse geschiedenis onder de loep genomen, waarbij zowel de socio-politieke, de socio-economische en de socio-culturele verhoudingen aan bod komen.

Finaal blijkt dat middeleeuwse ambachtslieden in Kortrijk wel degelijk konden promoveren tot de stadselite. Vooral diegenen die kapitaalkrachtig waren kwamen hiervoor in aanmerking. Via een uitgekiemde huwelijkspolitiek nam de kans tot sociale promotie ook significant toe. Ondanks men vaak denkt dat Kortrijk uit een gesloten elite bestond, blijkt dit echter niet het geval te zijn. Niettegenstaande de financiële en politieke macht in laatmiddeleeuws Kortrijk in hoofdzaak wel in handen lag van kleine groepen, rijke families, kon je als gegoede ambachtsman wel degelijk sociaal promoveren tot de stadselite.

Meer lezen

Innovatieve verpleegkundige oplossingen voor wachttijden in de eerstelijnszorg

Hogeschool UCLL
2026
Hannelore
Pasques
Lange wachttijden in de eerstelijnszorg vormen een groeiend probleem in België. Ze treffen alle patiënten, maar hebben vaak een extra grote impact op kwetsbare groepen, zoals mensen met chronische aandoeningen, een migratieachtergrond of een beperkte financiële draagkracht.
In deze bachelorproef onderzocht ik welke innovatieve verpleegkundige interventies kunnen bijdragen aan een snellere en toegankelijkere zorgverlening. Hiervoor combineerde ik een systematische literatuurstudie met semigestructureerde interviews met verpleegkundigen uit het wijkgezondheidscentrum De Ridderbuurt, gezondheidseconoom Jonas Steel en professor gezondheidsrecht Tom Goffin.
De resultaten tonen aan dat er verschillende interventies mogelijk zijn om wachttijden in de eerstelijnszorg te verminderen. Vooral de inzet van verpleegkundig specialisten springt daarbij in het oog. Uit de literatuur blijkt dat zij bepaalde taken van artsen veilig kunnen overnemen, met behoud van zorgkwaliteit en een hoge patiëntentevredenheid. Daarnaast bieden verpleegkundige triage, het Advanced Access-model, inclusieve eHealth-toepassingen en artificiële intelligentie kansen om de toegankelijkheid en efficiëntie van de zorg te verbeteren. De implementatie van deze innovaties wordt echter nog vaak afgeremd door juridische, financiële en organisatorische uitdagingen.
De toekomst van de zorg wacht op de moed om verpleegkundigen eindelijk de autonomie te geven die ze verdienen. Want een gezondheidssysteem dat niemand in de wachtzaal laat zitten, begint met het vertrouwen in de expertise die vandaag al aanwezig is.
Meer lezen

Reframing Security in the Age of CLIMATE REfugees, A Comparative Study of Syria and Bangladesh Through Security Perspectives

Universiteit Gent
2025
ilkay
kesebir
This thesis examines how climate change reshapes security and mobility by comparing two distinct pathways of climate-related displacement: rapid-onset drought and agricultural collapse in Syria, and slow-onset sea-level rise and salinization in Bangladesh. Building on Environmental Security, Human Security, and Securitization Theory, the study argues that these frameworks illuminate important mechanisms—such as climate change as a “threat multiplier” and the political construction of (in)security—but remain limited by state- and anthropocentric assumptions. To address these limits, the thesis advances a Green Theory–informed perspective that centers ecological integrity and climate justice as core security referents. Methodologically, the research employs a comparative case design with process-tracing and pattern-matching across secondary data (peer-reviewed studies, attribution science, displacement statistics, and policy reports). The Syria case links multi-year drought, rural–urban migration, and governance failures to heightened social unrest and onward displacement. The Bangladesh case shows how chronic inundation, salinity intrusion, and livelihood erosion generate primarily internal, incremental mobility with long-term human security risks. Cross-case synthesis demonstrates convergent vulnerabilities (exposure, adaptive capacity, and institutional response) alongside divergent temporal dynamics and policy needs. The thesis contributes in two ways: empirically, by integrating visual and quantitative evidence on climate impacts and mobility patterns across contrasting contexts; and normatively, by proposing elements of a sui generis protection regime for climatedisplaced persons (eligibility criteria for planned relocation, responsibility-sharing formula, and dedicated financing and monitoring). Overall, it reframes security in the Anthropocene toward ecocentric and justice-oriented protection that better aligns with the lived realities of climate-affected populations.
Meer lezen

Erfgoediseren van digitale cultuur: door musea en andere erfgoedinstellingen

KU Leuven
2025
Floor
Arnauts
Digitale cultuur ontwikkelt zich in een ongekend tempo en wordt gekenmerkt door zowel overvloed als kwetsbaarheid. De vluchtigheid van digitale creaties, van interactieve installaties tot websites, sociale mediaplatformen en andere databestanden, stelt musea en erfgoedinstellingen voor fundamentele vragen. Hoe kan born-digital erfgoed worden geïdentificeerd als cultureel waardevol, duurzaam worden vastgelegd en vervolgens toegankelijk en betekenisvol worden gepresenteerd? Dit onderzoek benadert deze uitdaging vanuit het proces van erfgoedisering, waarbij de vier kernfuncties waarderen, verzamelen, bewaren en presenteren centraal staan. In de digitale context blijken deze functies niet los van elkaar te opereren, maar voortdurend op elkaar in te grijpen. Door middel van beleidsanalyse, theoretische kaders en casestudies van Vlaamse erfgoedinstellingen, waaronder Design Museum Gent, Amsab, de Hendrik Conscience Bibliotheek en KADOC, wordt zichtbaar hoe technische, juridische en beleidsmatige drempels een structurele inbedding van born-digital erfgoed bemoeilijken. Tegelijkertijd tonen innovatieve praktijken aan dat interdisciplinariteit, het gebruik van open standaarden en samenwerking met makers en publiek effectieve strategieën kunnen opleveren. De bevindingen wijzen erop dat een geïntegreerde en structureel verankerde aanpak onontbeerlijk is om digitale cultuur niet alleen te bewaren, maar ook haar betekenis te behouden voor toekomstige generaties.
Meer lezen

Hoe framen Europese populistisch radicaal-rechtse partijen het Israëlisch-Palestijns conflict na 7 Oktober?

Universiteit Gent
2025
Sien
Daeninck
Populistisch radicaal-rechtse partijen zoals Vlaams Belang (VB) en het Franse Rassemblement National (RN) gebruiken het Israëlisch-Palestijns conflict om hun kernboodschappen over migratie, veiligheid en islamitisch extremisme te versterken. Beide partijen kaderen het conflict als een bedreiging die door migratie naar Europa wordt overgebracht en sluiten zo aan bij de ideologische pijlers: nativisme, autoritarisme en populisme. Toch verschillen ze in hun benadering: RN kiest nadrukkelijk de kant van Israël, terwijl VB een neutralere, pragmatische houding aanneemt. Die verschillen tonen aan dat radicaal-rechts geen homogene groep is, maar hun discours aanpast aan nationale en geopolitieke contexten.
Meer lezen

Une vague de femmes françaises? Een studie naar professionele beroepsmigratie van buitenlandse sekswerkers in Antwerpen tijdens de periode november 1922 tot juni 1925

Universiteit Gent
2025
Helena
Van Hiel
Tussen november 1922 en juni 1925 was Antwerpen getuige van een opmerkelijke migratiegolf van buitenlandse vrouwelijke sekswerkers. Deze migratie werd niet alleen gekenmerkt door haar aanzienlijke omvang, maar ook door de homogeniteit van de migranten. Bijna al deze vrouwen kwamen uit dezelfde regio, werden binnen korte tijd geregistreerd bij de zedendienst van de stad, werkten in een beperkt aantal bordelen – voornamelijk gelegen in de Spuistraat, een straat die bekend stond om haar sekswerk – en verhuisden na een kort verblijf naar een andere stad, meestal Parijs. Deze gelijkenissen wijzen op georganiseerde beroepsmigratie binnen de gereguleerde seksindustrie.
Meer lezen

Game of Tones A longitudinal analysis of media tone towards political parties in Flemish newspapers (2004-2024)

Universiteit Antwerpen
2025
Janne
Verschraegen
Hoe politieke partijen in de media worden voorgesteld, beïnvloedt hoe burgers hen waarnemen, beoordelen en uiteindelijk ook stemmen. Evaluatieve toon functioneert daarbij als een belangrijke interpretatieve shortcut. Deze studie onderzoekt hoe de toon van nieuwsberichtgeving over Vlaamse politieke partijen geëvolueerd is tussen 2004 en 2024, en in welke mate er structurele verschillen bestaan tussen partijen en tussen kranten.

Met behulp van een RoBERTa-taalmodel wordt op zinsniveau het sentiment gemeten in meer dan 275.000 artikels uit zeven Vlaamse kranten. De analyse toont dat negatieve berichtgeving structureel overheerst, maar dat deze geleidelijk is afgenomen over de tijd. Tegelijkertijd worden systematische verschillen vastgesteld tussen partijen en tussen kranten. Vlaams Belang en N-VA worden over de hele periode het meest negatief voorgesteld, terwijl Groen vaker voorkomt in positieve contexten. Kwaliteitskranten zoals De Morgen, De Standaard en De Tijd zijn in het algemeen kritischer dan populaire kranten zoals Het Laatste Nieuws, Het Nieuwsblad, Gazet van Antwerpen en Het Belang van Limburg. Opvallend is dat die kwaliteitskranten relatief minder negatief zijn over Vlaams Belang dan de populaire kranten.

Hoewel alle partijen een lichte afname in negativiteit vertonen, daalt het negatieve sentiment tegenover Vlaams Belang het sterkst, wat mogelijk wijst op een proces van normalisering. PVDA vormt hierop een uitzondering: de partij is de enige waarvoor het negatieve sentiment (licht) toeneemt over de tijd. Beperkingen van het onderzoek liggen in het feit dat het model niet gefinetuned werd op de Vlaamse politieke context, en dat de analyse geen objectieve maatstaf hanteert voor bias, maar enkel patronen van toon in kaart brengt. Toekomstig onderzoek kan nagaan welke factoren bijdragen aan verschillen in toon, bijvoorbeeld door te controleren voor electorale macht, partijcommunicatie en issue coverage.
Meer lezen

DE ADOLESCENTE MOSLIM ALS IDENTITEITSZOEKER: EEN KWALITATIEVE STUDIE BIJ HULPVERLENERS NAAR RADICALISERING ALS EEN PROCES IN RELATIE TOT DE ADOLESCENTIE ALS LEVENSFASE

Universiteit Gent
2025
Rania
Ikoubaân
Deze masterproef onderzoekt hoe hulpverleners radicalisering bij adolescenten binnen een islamitische context begrijpen, met bijzondere aandacht voor de rol van identiteitsontwikkeling en de uitdagingen van de adolescentiefase. Sinds de aanslagen van 9/11 en de opkomst van homegrown terrorism is radicalisering een centraal thema geworden in zowel het publieke als wetenschappelijke discours. Desondanks ontbreekt een eenduidige definitie en worden radicalisering, extremisme en terrorisme vaak ten onrechte met elkaar en met de islam geassocieerd. Eerder onderzoek richtte zich vooral op justitiële dossiers of op de ervaringen van geradicaliseerde individuen, waardoor het perspectief van hulpverleners onderbelicht bleef. In dit kwalitatieve onderzoek werden twaalf bestaande, semi-gestructureerde interviews met Belgische hulpverleners geanalyseerd volgens een thematische analyse. De analyse toont dat hulpverleners radicalisering niet zien als een geïsoleerd ideologisch fenomeen, maar als een betekenisvolle oplossingspoging voor onderliggende psychische en sociale kwetsuren, vaak gerelateerd aan migratiepijn, structurele uitsluiting, intergenerationele conflicten en identiteitsproblemen. De adolescentiefase wordt door hulpverleners beschouwd als een periode van verhoogde kwetsbaarheid, waarin radicalisering kan fungeren als een poging om met gevoelens van onzekerheid, vervreemding en identiteitsvragen om te gaan. Deze bevindingen onderstrepen de noodzaak van een genuanceerde benadering van radicalisering, die oog heeft voor de individuele beleving en de bredere maatschappelijke context, en bieden waardevolle aanknopingspunten voor beleid en klinische praktijk.
Meer lezen

A Language of Silence: Lived Experiences of Return among Burundian Returnees in Bujumbura Mairie

KU Leuven
2025
Nina
SOUDAN
Silence is often described in paradoxical terms, “loud”, “heavy”, “muted”, or “deafening”, reflecting its complex and contradictory nature. This dissertation explores the lived experiences and narratives of Burundian returnees, with a focus on the events of 1993 and 2015. Marked by violence, displacement and return, these events serve as points of departure for understanding returnees’ interconnected narratives that emerge from realities of political conflict and forced displacement. In particular, it examines how silence is constructed and expressed within these narratives. While expressions of silence vary, returnees’ experiences are consistently marked by the space silence occupies and the meaning it holds in relation to how return is perceived and interpreted. Based on short-term ethnographic fieldwork conducted in Bujumbura, Burundi, in March 2025, this research uses a combination of various qualitative methods, including participant observation, semi-structured interviews, informal meetings and interactions.

In a context where a highly politicised discourse surrounding return converges with a long-standing institutionalised culture of silence, this dissertation argues that silence in Burundi functions as an ambivalent space of negotiation between being silent and being silenced, capable of both upholding and subverting power. Drawing on the notion of historicity, the relationality between the past, present and future, it explores how silence operates as a language through which returnees articulate the complexities of their return. In the end, what emerges is a form of enlisement in silence, a sinking into the language of silence that permeates the everyday, as a response to legacies of violence and displacement.
Meer lezen

GEMEENTEFACTOREN EN POPULISTISCH RADICAAL RECHTS STEMGEDRAG

Universiteit Gent
2025
Amaana
Vandenberghe
Genomineerde longlist Vlaamse Scriptieprijs
Deze studie onderzoekt welke gemeentelijke factoren in Vlaanderen in 2024 samenhangen met steun voor populistisch radicaal rechtse partijen, met Vlaams Belang als casus. Via een cross-sectionele multivariate regressie op 300 gemeenten worden drie theoretische modellen getoetst: sociaaleconomisch, demografisch-cultureel en psychologisch-institutioneel. We vinden sterkste samenhangen voor een lager aandeel hoger opgeleiden, hoger politiek wantrouwen en negatievere diversiteitshoudingen. Het eindmodel heeft R² ≈ 0,80. De resultaten bieden nieuwe inzichten in de lokale context van PRRP-steun en vormen zo een aanvulling op verklaringen die zich uitsluitend op het individuele niveau richten.
Meer lezen

Image, Archive, and Erasure: Visual Strategies of Italian Identity from Fascism to the Present.

HOGENT
2025
Davide
Degano
Image, Archive, and Erasure: Visual Strategies of Italian Identity from Fascism to the Present.
This thesis investigates how photographic and archival practices have shaped the construction of Italian national identity from unification to the present, exposing the continuities between colonial, fascist, and post-fascist visual regimes. Through the case study of Leone Jacovacci — an Italian-Congolese boxer whose 1928 victory was erased from public record — the research examines how archives function as instruments of power that define visibility and belonging. Drawing on the theoretical frameworks of Achille Mbembe, Ariella Azoulay, and Saidiya Hartman, it argues that absence within the archive is never neutral but a form of epistemic violence that structures collective memory.

By tracing the evolution of Italian image culture — from Lombroso’s pseudo-scientific photography to Mussolini’s propagandistic iconography and contemporary media — the study reveals how the aesthetic foundations of whiteness and exclusion persist beneath post-war and neoliberal narratives of modernity. Engaging both institutional and personal archives, the project proposes an alternative methodology grounded in solidarity and speculation: one that re-reads the archive not as a closed repository, but as a site of struggle and potential reactivation. Ultimately, it calls for a re-imagining of visual history as an ethical and political practice, where to look is also to take responsibility for what has been made invisible.
Meer lezen

Vrijwillige kinderloosheid onder de loep: concepten, discoursen en machtsverhoudingen in verandering

Universiteit Gent
2025
Saar
De Coster
Mijn scriptie onderzoekt vrijwillige kinderloosheid en laat zien hoe wetenschap vaak vanzelfsprekendheden reproduceert waardoor bepaalde stemmen structureel onzichtbaar blijven. Uit een analyse van 23 wetenschappelijke artikelen blijkt dat onderzoek zich voornamelijk richt op witte, hoogopgeleide westerse vrouwen, terwijl LGBTQ+-personen, vrouwen met een migratieachtergrond, mensen met een beperking en mensen in precaire sociaaleconomische situaties nauwelijks aan bod komen. Veel studies beschouwen kinderloosheid als een volledig autonome keuze, terwijl sociale, culturele en economische factoren juist een grote rol spelen. Het onderscheid tussen “vrijwillig” en “onvrijwillig” blijkt vaak te simplistisch; in werkelijkheid bevindt kinderloosheid zich op een continuüm van uitstel, noodzaak en bewuste keuze. Mijn onderzoek toont dat inclusief en kritisch onderzoek nodig is om de blinde vlekken zichtbaar te maken en een vollediger beeld te krijgen van menselijke ervaringen rondom vrijwillige kinderloosheid.
Meer lezen

Balancing Sovereignty, Solidarity and EU Discourse: Türkiye’s Contradictory Approaches to Kurdish Autonomy and Palestinian Rights

KU Leuven
2025
Zozan
Arslan
Mijn masterscriptie onderzoekt hoe de Europese Unie reageert op het standpunt van Turkije over twee gevoelige kwesties: de onderdrukking van de Koerdische minderheid in eigen land en de steun voor de Palestijnse zaak in het buitenland. Door EU-rapporten en toespraken van president Erdoğan te analyseren, laat ik zien hoe Europa haar politieke principes inconsistent toepast. Als het om Koerdische rechten gaat, zijn EU-documenten voorzichtig en bureaucratisch. Maar in het geval van Turkije's steun aan Hamas wordt de taal van de EU scherp en moreel. Deze vergelijking laat zien dat de reacties van de EU niet altijd worden geleid door universele mensenrechtennormen, maar vaak door geopolitieke belangen.
Meer lezen

“Ze vertelden me dat het zeker geen gevangenis was.” De onterechte opsluiting van buitenlandse studenten in Belgische gesloten detentiecentra

Vrije Universiteit Brussel
2025
Zoye
Provoost
  • Lore
    Allegaert
  • Tuur
    Tisseghem
We deden onderzoek naar de onterechte opsluiting van buitenlandse studenten in Belgische administratieve detentiecentra. We spraken met zeven studenten die zijn opgesloten. Dit leidde bij hen allemaal tot traumatische ervaringen, studievertraging of afgebroken opleidingen. Ons onderzoek toont aan dat een gebrek aan expertise en capaciteit bij de grenspolitie, gecombineerd met een verouderd juridisch systeem, deze situatie in stand houdt.
Meer lezen