Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Langlezend!

Hogeschool PXL
2026
Nina
Reumers
Binnen deze bachelorproef werd onderzocht hoe bibliotheken en scholen sterker kunnen
samenwerken rond leesbevordering binnen de eerste graad A-stroom. Aan de hand van
literatuuronderzoek, interviews met bibliotheken en leerkrachten, analyses van leerplannen
en methodes en overlegmomenten binnen het project Langlezend! werd nagegaan welke
noden er vandaag bestaan rond leesmotivatie en leesbevordering binnen de
onderwijspraktijk.

Uit het onderzoek bleek dat veel leerkrachten nood hebben aan overzichtelijke, betrouwbare en direct bruikbare materialen rond lezen en literatuur. Tegelijk organiseren bibliotheken al heel wat sterke initiatieven, maar vinden deze niet altijd hun weg naar de klaspraktijk, of proberen ze veel dezelfde dingen uit in hun regio en zouden ook zij graag inspiratie opdoen.

Vanuit deze vaststellingen werd in samenwerking met smartICT een databank ontwikkeld waarin leesbevorderend materiaal, bibliotheekinitiatieven en lesideeën centraal verzameld worden. Deze databank zal in september 2026 officieel gelanceerd worden.

Daarnaast werd ook gewerkt rond een samenleesapp die in de toekomst gelanceerd zal
worden. Op basis van deze app werd een interactieve lessenreeks ontwikkeld waarin leerlingen samen lezen, reageren op teksten en deelnemen aan digitale leesgroepen. De lessenreeks werd geïntegreerd binnen de databank als voorbeeld van innovatief leesbevorderend materiaal.

Deze bachelorproef toont aan hoe belangrijk de ondersteuning van leerkrachten is binnen leesbevordering en hoe scholen en bibliotheken elkaar hierin kunnen versterken.
Meer lezen

Girl, so authentic...: Over percepties van authenticiteit, performativiteit en gender in hedendaagse popmuziek: de casus Brat van Charli xcx (2024)

Universiteit Gent
2026
Robin
De Bel
Mijn scriptie onderzoekt hoe authenticiteit wordt geconstrueerd en gepercipieerd binnen hedendaagse popmuziek, met Brat (2024) van Charli xcx als casus. Centraal staat de vraag hoe opvattingen over authenticiteit veranderen in een popcultuur die sterk wordt gekenmerkt door performance, commercialisering en digitalisering. Daarnaast wordt onderzocht hoe gender en de culturele positie van luisteraars deze percepties beïnvloeden.

Aan de hand van vijftien semigestructureerde diepte-interviews met jonge luisteraars en een reflexieve thematische analyse toont het onderzoek dat authenticiteit steeds minder wordt verbonden aan de afwezigheid van performance of commercie. Luisteraars blijken zich sterk bewust van de geconstrueerde aard van popmuziek, maar ervaren die constructie niet noodzakelijk als strijdig met authenticiteit. Zelfbewuste performance, ironie en hyperstilisering kunnen juist bijdragen aan de geloofwaardigheid van een artiest.

Tegelijk blijkt authenticiteit geen neutraal criterium. Heteromannelijke respondenten verbinden authenticiteit vaker aan artistieke ernst, muzikaliteit en afstand tot mainstream pop, terwijl vrouwelijke respondenten sterker nadruk leggen op emotionele herkenning en identificatie. Ook digitale platformen spelen een belangrijke rol: sociale media creëren een gevoel van nabijheid tussen artiest en publiek, hoewel luisteraars zich bewust blijven van de strategische en commerciële mechanismen daarachter.

De scriptie concludeert dat authenticiteit binnen hedendaagse popcultuur het best kan worden begrepen als een relationeel en voortdurend onderhandelingsproces tussen artiest, media en publiek. Brat illustreert daarbij hoe performativiteit, commercialiteit en authenticiteit niet noodzakelijk elkaars tegenpolen zijn, maar steeds sterker met elkaar verweven raken.
Meer lezen

Sterren komen, Sterren gaan

Universiteit Antwerpen
2026
Helena
Remans
Deze masterscriptie onderzoekt hoe de taal van het rouwen tot uiting komt en wordt begrepen in online herdenkingsberichten op sociale media na het overlijden van publieke figuren. Op basis van onderzoek naar digitaal rouwen, parasociale relaties en publieke emoties op sociale media benadert deze studie rouwen als een communicatief, cultureel en normatief proces dat plaatsvindt in openbare, gemedieerde omgevingen. Hoewel de bestaande literatuur aanzienlijke aandacht besteedt aan online uitingen van verdriet, blijft het minder duidelijk hoe dergelijke uitingen worden ontvangen, gevalideerd of betwist in openbare digitale contexten.
Om deze leemte te onderzoeken, maakt deze studie gebruik van een kwalitatieve, multimodale en vergelijkende casestudiebenadering. Concreet werden 1.200 reacties geanalyseerd op Facebook- en Instagram-berichten met betrekking tot het overlijden van Matthew Perry en Charlie Kirk. De analyse richtte zich op zes dimensies: uitingen van verdriet, verhalen en betekenisvorming, parasociale articulatie, reacties op betekenis, normativiteit en legitimiteit, en platformlogica.
De resultaten tonen aan dat digitaal rouwen in hoge mate gestandaardiseerd en multimodaal is, maar toch afhankelijk blijft van de culturele positie van de overledene. In het geval van Matthew Perry domineren affectieve, nostalgische en verbindende reacties, terwijl reacties op Charlie Kirk meer gepolariseerd, ideologisch geladen en normatief omstreden zijn. Bovendien lijkt het erop dat Facebook vaker narratieve diepgang mogelijk maakt, terwijl Instagram meer beknopte en visuele uitingen aanmoedigt. Dit onderzoek toont dus aan dat digitaal rouwen niet louter een uitdrukking van verlies is, maar ook een publieke praktijk waarin voortdurend wordt
onderhandeld over emoties, betekenissen en sociale normen.
Meer lezen

Computational fluid dynamics (CFD) simulatie en validatie van wandbevochtiging voor methanol poortbrandstofinjectie

Universiteit Gent
2026
Lien
Spruytte
De wereldwijde maritieme sector staat onder toenemende druk om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, onder meer door regelgevingen zoals het Europese Fit for 55-pakket. Methanol wordt daarbij gezien als een veelbelovende alternatieve brandstof voor bestaande motoren die worden omgebouwd naar een dual-fuelwerking. De hoge verdampingswarmte en lage vluchtigheid van methanol zorgen er echter voor dat de brandstof gemakkelijk op de cilinderwand neerslaat. Dit kan leiden tot problemen met de homogeniteit van het brandstof-luchtmengsel en de stabiliteit van de motor.

Als eerste stap wordt in deze thesis een uitgebreide literatuurstudie uitgevoerd. Hierbij wordt de achtergrond van methanol als alternatieve brandstof besproken, samen met de belangrijkste gevolgen ervan voor de werking van de motor. Vervolgens wordt de huidige stand van de kennis over wandbevochtiging (wall wetting) in systemen met poortbrandstofinjectie (Port Fuel Injection, PFI) kritisch geanalyseerd. Op basis van deze literatuurstudie wordt een duidelijke onderzoekskloof geïdentificeerd en worden de onderzoeksvragen geformuleerd.

In deze thesis wordt vervolgens een op Computational Fluid Dynamics (CFD) gebaseerd model ontwikkeld en gevalideerd in CONVERGE om het gedrag van methanol op de cilinderwand bij poortbrandstofinjectie te simuleren. Het model maakt gebruik van een Lagrangiaanse-Euleriaanse aanpak, gecombineerd met het Bai-Gosman-model voor de interactie tussen de brandstofspray en de wand en met conjugate heat transfer. Het numerieke model wordt gevalideerd aan de hand van experimentele gegevens en de beperkingen van het model worden besproken.

Tot slot wordt met behulp van een systematische Latin Heuristic Sampling-studie onderzocht welke invloed de injectiedruk, brandstoftemperatuur en omgevingstemperatuur hebben op de dikte, oppervlakte en massa van de brandstoffilm op de wand.
Meer lezen

Pictogrammen als ondersteunend hulpmiddel bij medicatiemanagement voor mensen met een taalbarrière in de eerstelijnszorg

Universiteit Antwerpen
2026
Hanne
Jacobs
De toenemende diversiteit in de maatschappij brengt uitdagingen in de gezondheidszorg met zich mee. Patiëntgerichte zorg en veiligheid worden bedreigd door taalbarrières, wat kan leiden tot medicatiefouten en frustraties. Eerstelijnszorginstellingen gebruiken tolkdiensten en vertaalapplicaties om deze barrières te overbruggen. Bovendien tonen studies aan dat hulpmiddelen, zoals pictogrammen met medicatie-instructies, de kennis en therapietrouw kunnen verbeteren. Culturele afstemming van pictogrammen is echter cruciaal voor
effectieve begrijpelijkheid. Deze studie onderzoekt de begrijpelijkheid en moeilijkheidsgraad van USP-pictogrammen voor geneesmiddeleninstructies bij mensen met een taalbarrière in de eerstelijnszorg. Ook relaties met en de invloed van sociodemografische factoren worden geanalyseerd.
Er werd een kwantitatieve cross-sectionele studie uitgevoerd. Twee huisartsenpraktijken, wijkgezondheidscentra en het opvangcentrum Fedasil in Arendonk namen deel. De datacollectie werd uitgevoerd met behulp een digitale, meertalig vertaalde vragenlijst. Begrijpelijkheid van USP-pictogrammen werd beoordeeld volgens de ISO-normen.
Meer lezen

No more queueing at the ladies' room: modeling, analysis and simulation of waiting times at toilet facilities with "ladies first" scheduling policies

Universiteit Gent
2026
Stan
De Troyer
Op grote evenementen staan vrouwen vaak langer aan te schuiven voor het toilet dan mannen. Gelijke vloeroppervlakte betekent namelijk niet per se gelijke capaciteit: vrouwen doen langer over een toiletbezoek en mannen kunnen gebruikmaken van snelle urinoirs. In mijn masterproef onderzoek ik met een computersimulatie hoe je met dezelfde ruimte zowel de wachttijden als het verschil tussen mannen en vrouwen kunt verkleinen. Ik vergelijk zes toiletindelingen onder realistische, schommelende drukte, en test daarna vier voorrangsregels voor vrouwen op de beste indeling.

De beste indeling combineert 14 gedeelde hokjes met 8 urinoirs. Die verkort de gemiddelde wachttijd met 43% en het verschil tussen mannen en vrouwen met 84%, vergeleken met de beste gescheiden indeling. Een slimme voorrangsregel (Dynamic Aging) werkt het resterende verschil van ongeveer 12 seconden weg, maar enkel bij een gelijke verdeling van mannen en vrouwen (50/50).
Meer lezen

Contextafhankelijke modellering van de vervangratio bij autodelen in Vlaamse gemeenten: Een beslissingsondersteunend model voor onderbouwde inschattingen van privéautovervanging

Universiteit Hasselt
2026
Ole
Siemons
In deze masterproef wordt onderzocht hoe lokale factoren in een gemeente van invloed kunnen zijn op het aantal privéauto's dat vervangen wordt door één deelwagen. Aan de hand van twee gebruikerspopulaties die doen aan autodelen worden contextafhankelijke factoren geïdentificeerd en gemodelleerd. De resultaten worden vertaald naar een rekenmodel en een beslissingsondersteunend model waarmee voor Vlaamse gemeenten een onderbouwde, contextafhankelijke vervangratio kan worden ingeschat. De praktische toepasbaarheid hiervan wordt getoetst aan de hand van een Use Case in de Stad Gent.
Meer lezen

Grondig gewaardeerd: Voedselsoevereiniteit op en naast het veld

Universiteit Gent
2026
Hannah
De Clercq
Deze masterproef vertrekt vanuit de waardering voor een praktijk van voedselsoevereiniteit, namelijk de praktijk die Plukboerderij Grondig uitoefent. De plukboerderij bevindt zich grofweg op de snijlijn van Gentbrugge, Melle-Merelbeke en
Heusden. Het plukveld, de serre, het boerenerf en andere weides liggen verspreid
in het gebied opgespannen door de dorpskern van Heusden en het beschermd
natuurgebied van de Schelde. Grondig is een CSA, een “community supported
agriculture”, wat betekent dat een gemeenschap van leden financieel mee draagt
in teeltrisico’s. Beleid en ruimtelijke planning voorzien geen of weinig ruimte voor
praktijken van voedselsoevereiniteit. (Jonge) Boeren die voor een gemeenschap
voedsel produceren, krijgen moeilijk toegang tot grond en infrastructuur. Onderzoek
naar voedselsoevereiniteit richt zich voornamelijk op praktijken in het Globale
Zuiden, of is heel theoretisch van aard. Er bestaat nog maar weinig onderzoek naar
praktijken die in Vlaamse context sociale en ecologische doelstellingen met elkaar
verbinden, en naar hoe omgevingen eruit zien die deze praktijken bemoeilijken of
bevorderen. Aan de hand van veldwerk (participatieve observatie), semi-gestructureerde interviews met boeren als betrokkenen tot Grondig en gesprekken
met boeren en andere stagiairs, dient er zich steeds meer kennis en verdieping
aan over de praktijk van Grondig. Verder helpt literatuur me taal te voorzien om
beter te benoemen wat er zich op als naast het veld afspeelt. Grondig boert in
een onaangepaste omgeving, maar creëert overlevingsstrategieën. Ze maakt een
netwerk, waaronder de gemeenschap, waarin zowel kennis als grondstoffen worden
uitgewisseld die het mogelijk maken om op een relatief autonome manier voedsel te
produceren voor die lokaal verankerde gemeenschap.
Meer lezen

Hergebruik van geprefabriceerde betonnen welfsels, een technisch-economische analyse op basis van het Europese hergebruiklandschap

Universiteit Gent
2026
Gilles
Vandenbussche
Hoewel de roep om circulair bouwen in de academische wereld steeds luider klinkt, blijft de praktische uitvoering vaak beperkt tot de herwaardering van niet-structurele materialen. Waarom laten we de grootste kansen op verduurzaming onbenut? Gezien de enorme milieu-impact van beton en de aanhoudende vroegtijdige sloop van
gebouwen, is het essentieel om de stap naar het hergebruiken van structurele elementen te zetten. Deze masterproef richt zich specifiek op het hergebruikpotentieel van geprefabriceerde betonnen holle welfsels, die door hun groot aandeel in de structurele massa van Belgische gebouwen een cruciaal aandachtspunt vormen
binnen de circulaire economie.

Het onderzoek brengt eerst de huidige stand van zaken van betonelementhergebruik in Europa in kaart. Op basis
van deze analyse en inbreng door instanties in de constructiesector is een praktisch stappenplan ontwikkeld om de technische en economische haalbaarheid van het oogsten en hergebruiken van holle welfsels aan te tonen. Het resultaat is een beslissingsdiagram dat niet alleen toepasbaar is op welfsels, maar ook ontwerpprincipes aanreikt voor andere betonelementen. Verschillende hergebruiktrajecten resulteren in een lagere kostprijs per eenheid, waardoor het hergebruiken van betonelementen in deze scenario’s economisch competitief wordt. Om de cirkel volledig te sluiten, besluit het onderzoek met concrete voorstellen voor demontabele bouwdetaillering, waardoor de geoogste elementen ook in de toekomst eenvoudig opnieuw inzetbaar blijven.
Meer lezen

Fysische modellering en validatie van een krachtgeactiveerd afdaalsysteem

KU Leuven
2026
Wannes
Tijskens
Vrijwel elk zeker- en afdaaltoestel leidt het touw langs een vast pad in bochten om, waarbij de energie wordt omgezet in wrijvingswarmte in het contact tussen touw en toestel. Het touw is daardoor tegelijk draagelement en remelement. De Slow-Fall vertrekt van een ander uitgangspunt: de spanning in het touw wordt via de wigwerking van een V-vormige groef omgezet in een axiale kracht op een afzonderlijke wrijvingsrem, waar de energie wordt gedissipeerd. Het toestel werd iteratief ontwikkeld en werkt in de praktijk, maar waarom het werkt was niet gekend. Daardoor kon geen enkele ontwerpvraag beantwoord worden zonder opnieuw te bouwen en te beproeven, wat de verdere ontwikkeling uiteindelijk stillegde.

Deze masterproef bouwt daarom een experimenteel getoetst fysisch model van het toestel. Het mechanisme werd eerst ontleed tot zijn afzonderlijke krachtoverdrachts- en dissipatie-mechanismen, die vervolgens elk op een zelfontworpen testopstelling gekarakteriseerd werden. Het dynamisch gedrag van het klimtouw werd bepaald uit vrije-valproeven, waarbij uit de dempingsenveloppe en de ogenblikkelijke frequentie van het gemeten signaal een nieuw equivalent model werd afgeleid: het KVC-KV-model, waarin een Coulomb-demper als schakelend element de topologie van het touw laat afhangen van de systeemtoestand. Het geeft als enige zowel de tweeledige dempingsenveloppe als de stijgende oscillatiefrequentie tijdens het uitdempen weer. Daarnaast werden de wrijving tussen touw en cilinder, de belastingsafhankelijke capstanwerking van het gripwiel en het V-wiel, en het remkoppel tussen remschijf en remwiel gemeten en in wiskundige vorm gegoten; voor het gewikkelde touwcontact bleek een machtswetmodel nodig in plaats van de wet van Amontons-Coulomb.

De deelmodellen werden samengebracht in een dynamisch model van het volledige toestel, opgesteld met de methode van Lagrange, uitgebreid met een Rayleigh-dissipatiefunctie en met de droge wrijving als niet-conservatieve gegeneraliseerde krachten. Vier gegeneraliseerde coördinaten volstaan; de overgangen tussen de wrijvingsregimes werden als gebeurtenisgestuurde schakelingen geformuleerd en numeriek geïmplementeerd in Matlab. Om het model te toetsen met touw, wikkelingen, rem en last gelijktijdig actief, werd een hoofdtestopstelling ontworpen en gebouwd. Daarin legt een servoaandrijving op het zekeruiteinde een reproduceerbaar verplaatsingsprofiel op, terwijl de krachten over de volledige krachtweg gemeten worden: zekerkracht, lastkracht, axiale kracht op de remschijf en reactiekracht op het geleidingswiel.

De vergelijking met de metingen legde drie afwijkingen bloot, die elk aan een fysisch mechanisme werden toegewezen en met gerichte correcties opgevangen. Daaruit volgt een beschrijving van de werking: de Slow-Fall is een tweetraps krachtversterker. De wikkelingen rond het gripwiel slippen permanent, waardoor de eerste trap een vaste versterking van de zekerkracht levert; de tweede trap ligt niet vast, omdat de lastspanning volgt uit de beweging van de last zelf. Beide bepalen samen de axiale kracht op de rem, waardoor het toestel een teruggekoppeld systeem is: met de zekerkracht verschuift de gebruiker het werkpunt van die terugkoppeling. Het merendeel van de energie wordt effectief in de rem gedissipeerd, wat het uitgangspunt van het ontwerp bevestigt. Ten slotte rangschikt het model de ontwerp-parameters, waardoor ontwerpkeuzes voortaan eerst doorgerekend en pas daarna beproefd kunnen worden.
Meer lezen

Naamgeving in het digitale tijdperk: Een kwalitatieve studie naar de rol van traditionele media, sociale media, apps in het keuzeproces van voornamen bij jonge ouders

Universiteit Antwerpen
2026
Marieke
Vanooteghem
Het kiezen van een voornaam is een betekenisvolle beslissing waar ouders veel tijd en moeite in steken. Eerder onderzoek toonde al de rol van traditionele media in naamgevingspraktijken aan, maar de invloed van sociale media en apps op dit proces blijft onderbelicht. Deze studie onderzoekt de rol van traditionele media, sociale media en apps in het beslissingsproces in de voornaamkeuze bij jonge ouders. Aan de hand van semigestructureerde diepte-interviews met 21 respondenten, waaronder tien koppels die samen geïnterviewd werden en één alleenstaande moeder, werd het naamgevingsproces in kaart gebracht volgens het fasenmodel van Aldrin (2014), dat loopt van de inspiratiefase tot de narratieve fase. De resultaten tonen aan dat media een rol spelen in verschillende fasen van het naamgevingsproces, al is dat niet in alle fasen het geval en verschilt de mate van invloed. De inspiratiefase vertoonde de sterkste media-betrokkenheid. Websites, en in het bijzonder de databank van Kind en Gezin, werden systematisch gebruikt, Instagram fungeerde als een belangrijke bron van zowel toevallige als gerichte blootstelling aan namen, en babynaam-apps hielpen koppels bij het opstellen van een eerste shortlist. In de vergelijkingsfase vervulden media-gerelateerde associaties een filterfunctie, terwijl media in de narratieve fase een betekenisgevende rol op zich namen. Een opmerkelijke bevinding was het opkomende gebruik van AI-tools bij enkele respondenten, wat wijst op een trend die verder onderzoek verdient. Deze bevindingen tonen aan dat het naamgevingsproces in het digitale tijdperk sterk verweven is geraakt met dagelijks mediagebruik, en roepen op tot verder onderzoek naar de rol van platformen zoals TikTok en AI-tools.
Meer lezen

Linking genotype to behaviour: the genetic and regulatory basis of predator-induced plasticity in Daphnia magna

KU Leuven
2026
Anton
de Jong
Deze thesis onderzoekt hoe de watervlo Daphnia magna haar gedrag aanpast als reactie op de aanwezigheid van vis-predatoren, en welke genen daaraan ten grondslag liggen. Met een gedragsassay werd bij 101 klonen uit 20 Vlaamse vijvers gemeten hoe blootstelling aan chemische vis-signalen (kairomonen) de verticale positie in de waterkolom en de zwemsnelheid beïnvloedt. Klonen uit vijvers zonder historische vis-predatie vertoonden geen (of een omgekeerde) ontwijkingsrespons, wat wijst op verlies van plasticiteit bij afwezigheid van predatiedruk.

Een genoombrede associatiestudie (GWAS) koppelde de basale verticale positie aan een opsine-achtig gen, en plasticiteit in zwemsnelheid aan genen die lijken op Rotund-eiwitten, mogelijk betrokken bij geurwaarneming. Transcriptoomanalyse toonde daarnaast brede metabole en neurologische veranderingen na kairomoonblootstelling, en door dit te combineren met ATAC-seq-data werd een voorlopig genregulatorisch netwerk opgebouwd rond twee centrale transcriptiefactoren. Samen leveren deze resultaten nieuwe inzichten op in de moleculaire basis van gedragsplasticiteit bij predatiegevaar.
Meer lezen

Mucus Diffusion of Apremilast Nanocrystals in Healthy and Cystic Fibrosis Models for Pulmonary Drug Delivery

Universiteit Gent
2026
Marion
Van Hulle
Dit onderzoek focust op nanogeneeskunde, in het bijzonder voor pulmonale geneesmiddeltoediening, waarbij zowel de beperkte wateroplosbaarheid van veel geneesmiddelen als de barrièrefunctie van mucus belangrijke formulatie uitdagingen vormen. Apremilast (APR), een slecht wateroplosbare fosfodiësterase 4 inhibitor met therapeutisch potentieel voor cystic fibrosis (CF), vereist een formulering die de oplosbaarheid verhoogt en diffusie door mucus mogelijk maakt. De centrale vraag is of APR nanokristallen (NCs) diffunderen door gezonde en CF-mucusmodellen en welke formulatie en mucusgerelateerde parameters deze diffusie bepalen. Hiervoor beoogt dit onderzoek de ontwikkeling en karakterisering van APR NCs, het formuleren van gezonde en CF mucusmodellen en de evaluatie van APR NC transport doorheen deze barrières.
APR NCs worden geproduceerd via geminiaturiseerde natte kogelmaling (WBM) en gestabiliseerd met Lutrol F127 (Lut), natriumcholaat (NaChol) of NaChol gecombineerd met chitosan HCl (Chit). De NCs worden gekarakteriseerd op deeltjesgrootte, polydispersiteit, zeta potentiaal (ZP) en structurele integriteit. Alle formuleringen leveren gemiddelde deeltjesgroottes onder 250 nm, ruim binnen het vereiste bereik van 200–400 nm en FT IR bevestigt dat APR zijn structuur behoudt. Na één maand opslag bij 4 °C worden kleine deeltjesgroottetoenames gezien voor APR NaChol en APR Chit NaChol. De ZP weerspiegelt de gebruikte stabilisator en duidt op matig stabiele dispersies. Gezonde en CF mucusmodellen met en zonder mucine worden ontwikkeld en gevalideerd via reologie. Shear thinning en visco elastisch gedrag wordt waargenomen, kenmerkend voor luchtwegmucus. CF modellen vertonen hogere viscositeiten en moduli dan gezonde modellen, conform met literatuurgegevens. De diffusie van APR NCs door de mucusmodellen wordt beoordeeld met Franz cellen en gekwantificeerd via HPLC. In alle mucinebevattende modellen is de permeatie van de drie APR NC formuleringen na 6 u consequent 14–40% lager dan in de mucinevrije varianten, wat aangeeft dat mucine een meer restrictieve en fysiologisch realistische diffusiebarrière vormt. In het CF-model met mucine vertoont APR Lut de hoogste permeatie na 6u, waarbij ongeveer 50% geneesmiddeldiffusie wordt bereikt, APR NaChol vertoont een zeer vergelijkbaar niveau en APR Chit NaChol vertoont duidelijk minder permeatie.
Dit onderzoek benadrukt dat WBM de controle over deeltjesgrootte en oppervlaktesamenstelling van NCs mogelijk maakt, waarbij de stabilisator de uiteindelijke oppervlakte eigenschappen en daarmee de mucusdiffusie bepaalt. Een geschikte stabilisator moet een muco inert, sterisch gehydrateerd en neutraal oppervlak creëren dat elektrostatische en hydrofobe interacties met mucine minimaliseert. Dit onderzoek bevestigt de waarde van alginaat/mucine hydrogels als reproduceerbaar platform voor vroege screening van mucustransport. Toekomstig werk omvat langetermijn stabiliteitsstudies, extra oppervlaktemodificaties van NCs en de incorporatie van meer CF specifieke componenten in de mucusmodellen.
Meer lezen

Strategische markttoetreding tot de Duitse voedingssupplementensector

Hogeschool UCLL
2026
Brent
Goris
Verschillende Vlaamse kmo’s actief in de voedingssupplementensector richten zich in de beginfase voornamelijk op de Belgische, Nederlandse en Franse markt. Dit is grotendeels te verklaren door het feit dat zowel het Frans als het Nederlands in Vlaanderen de meest gesproken talen zijn, wat de toetredingsdrempel tot deze markten verlaagt. Echter grenst België ook aan een andere veelbelovende markt: de Duitse markt. Met ruim 83 miljoen inwoners is deze markt qua omvang bijna even groot als de Belgische, Nederlandse en Franse markt samen. Maar hoe kan een Vlaamse kmo actief in de voedingssupplementensector succesvol intrede doen tot deze markt?

Het doel van dit onderzoek is dan ook om de Vlaamse kmo’s actief in de voedingssupplementensector een beter beeld te geven van deze markt en haar potentieel. Hiervoor is de volgende onderzoeksvraag opgesteld: Hoe kan de Vlaamse onderneming We’R Nutrition zich strategisch voorbereiden op een succesvolle markttoetreding in Duitsland?
Onder ‘strategische voorbereiding’ wordt in deze context verstaan: het grondig in kaart brengen van de Duitse markt voor voedingssupplementen, waarna de onderneming een beter inzicht krijgt in de relevante factoren die een potentiële markttoetreding bepalen en beïnvloeden.

Om een antwoord te kunnen formuleren op deze onderzoeksvraag werden er een aantal deelvragen opgesteld waarin er een combinatie van desk- en fieldresearch voorkomt. Zo wordt er binnen deskresearch onder andere dieper onderzoek gedaan naar de Duitse markt waarin het marktpotentieel duidelijk in kaart wordt gebracht. In het kader van fieldresearch werden Duitse consumenten effectief bevraagd over hun aankoopgedrag en voorkeuren met betrekking tot voedingssupplementen. Uit de resultaten van de bevraging bleek dat een meerderheid van de Duitse consument wetenschappelijke productonderbouwing en transparantie zeer belangrijk vindt. Daarnaast werd een case study uitgevoerd op een Belgisch merk, dat reeds succesvol zijn intrede heeft gedaan op de Duitse markt, en werden de bevindingen uit het deskresearch afgetoetst met de praktijk door middel van een eigen praktijktoetsing tijdens de stageperiode bij We'R Nutrition.

Op basis van deze resultaten wordt ten slotte een strategisch stappenplan uitgewerkt, met concrete aanbevelingen die We’R Nutrition kan toepassen om een effectieve en doordachte intrede te realiseren op de Duitse markt. Op die manier biedt dit onderzoek niet enkel voor We'R Nutrition, maar ook voor andere Vlaamse kmo's binnen de voedingssupplementensector, een waardevol referentiekader bij het overwegen van een internationale uitbreiding naar de Duitse markt. Het is aan de ondernemingen zelf om na het lezen van de aanbevelingen een uiteindelijke go/no-go-beslissing te nemen.
Meer lezen

De meerwaarde van systematisch tandenpoetsen bij geïntubeerde patiënten op intensieve zorgen.

Hogeschool UCLL
2026
Yonne
Van der Vorst
Inleiding:
Ventilator-geassocieerde pneumonie (VAP) vormt een belangrijke complicatie bij geïntubeerde patiënten op de intensieve zorgen (IZ) en gaat gepaard met verhoogde morbiditeit, mortaliteit en zorgkosten (Simmons et al., 2024). Mondzorg speelt een cruciale rol in de preventie van deze infecties, maar in de klinische praktijk bestaat er variatie in de uitvoering ervan (Kelly et al., 2023).

Doelstelling:
Deze bachelorproef onderzoekt de meerwaarde van systematisch tandenpoetsen ten opzichte van het gebruik van swabs met een chloorhexidine oplossing 0,12% (CHX 0,12%) bij geïntubeerde patiënten. De centrale onderzoeksvraag is of tandenpoetsen effectiever is binnen evidence-based mondzorg en bij het reduceren van infectierisico’s.

Methodologie:
Er werd een literatuuronderzoek uitgevoerd waarbij recente wetenschappelijke artikels geanalyseerd werden. Geselecteerde studies werden kritisch beoordeeld op relevantie en kwaliteit, met focus op interventies binnen mondzorg en hun effect op klinische uitkomsten zoals VAP, beademingsduur en opnameduur.

Resultaten:
Uit de literatuur blijkt dat systematisch tandenpoetsen een essentiële interventie is binnen de mondzorg bij geïntubeerde patiënten. Mechanische reiniging met een zachte tandenborstel (met of zonder water of tandpasta) verwijdert tandplaque en bacteriële biofilm effectiever dan swabs met CHX 0,12% alleen, waardoor het risico op respiratoire infecties vermindert (Santos et al., 2024; Kelly et al., 2023). Dagelijks tandenpoetsen wordt geassocieerd met een lagere incidentie van ziekenhuisopgelopen pneumonie (HAP), een kortere beademingsduur en een verkorte opname op de IZ (Ehrenzeller & Klompas, 2024). Hoewel CHX 0,12% een antimicrobieel effect heeft, blijkt het als afzonderlijke interventie alleen onvoldoende effectief en worden mogelijke nadelen zoals mucosale irritatie en een verhoogde mortaliteit bij niet-cardio chirurgische IZ patiënten beschreven (Simmons et al., 2024). De combinatie van tandenpoetsen lijkt effectiever dan alleen het gebruik van CHX 0,12% met een swab (Sozkes & Sozkes, 2023; Vidal et al., 2017). Daarnaast tonen observaties op de IZ van Noorderhart Pelt aan dat de uitvoering van mondzorg in de praktijk varieert en dat tandenpoetsen niet consequent wordt toegepast, ondanks bestaande protocollen. Deze discrepantie tussen theorie en praktijk wordt ook beschreven door Kelly et al. (2023).

Conclusie:
Systematisch tandenpoetsen heeft een duidelijke meerwaarde ten opzichte van swabs met CHX 0,12% als afzonderlijke interventie binnen de mondzorg bij geïntubeerde patiënten. Mechanische biofilmverwijdering vormt een essentiële pijler van evidence-based mondzorg en draagt bij aan het verminderen van infectierisico’s, waaronder VAP, evenals aan betere klinische uitkomsten (Ehrenzeller & Klompas, 2024; Santos et al., 2024). CHX 0,12% swabs kunnen aanvullend gebruikt worden, maar blijkt onvoldoende effectief zonder mechanische reiniging en wordt bovendien geassocieerd met mogelijke nadelige effecten bij langdurig routinematig gebruik (Simmons et al., 2024). De combinatie van tandenpoetsen (met of zonder water of tandpasta) en een CHX 0,12% swab toont betere resultaten dan het gebruik van CHX 0,12% swabs alleen (Sozkes & Sozkes, 2023; Vidal et al., 2017). De resultaten benadrukken daarnaast de noodzaak van een uniforme implementatie van evidence-based mondzorgprotocollen binnen de klinische praktijk (Kelly et al., 2023). Aanbevolen wordt om tandenpoetsen systematisch als standaardinterventie toe te passen en verpleegkundigen verder te ondersteunen via opleiding, sensibilisering en duidelijke richtlijnen.
Meer lezen

Typologie van sharenting-inhouden op Instagram

Universiteit Antwerpen
2025
Nena
Huybrechts
Sharenting is een veelvoorkomende praktijk onder jonge ouders. Deze ouders hebben vaak verschillende motieven om aan sharenting te doen, maar zijn zich ervan bewust dat deze praktijk ook bepaalde gevolgen kan hebben voor de privacy en veiligheid van hun kinderen. Aan het begin van deze studie werd een literatuuronderzoek uitgevoerd om deze motieven en gevolgen te identificeren, om te definiëren wat als risicovolle inhoud geldt en om de mindful sharenting-technieken te identificeren die ouders kunnen toepassen. Vervolgens werd een kwalitatieve inhoudsanalyse uitgevoerd en werd een steekproef van openbare Instagram-berichten verzameld met behulp van relevante hashtags zoals #kids en #momlife. De berichten werden systematisch gecodeerd en geanalyseerd op basis van een vooraf opgesteld codeboek.

Het belangrijkste doel van deze studie was het ontwikkelen van een typologie van sharenting-inhoud en specifiek het onderzoeken van het delen van risicovolle inhoud en het gebruik van mindful sharenting-technieken. De resultaten tonen aan dat ouders voornamelijk foto’s delen van alledaagse momenten, verjaardagen en gezinsuitstapjes. Ongeveer 34% van de geanalyseerde berichten bevatte risicovolle inhoud. Dit waren berichten die identificeerbare informatie bevatten of waarin negativiteit of naaktheid werd getoond. 28% van de ouders in deze studie paste bewust technieken toe die wijzen op mindful sharenting, zoals alleen de achterkant van het kind tonen of het gezicht van het kind afdekken met een emoji om de privacy te beschermen. Deze bevindingen suggereren dat er sprake is van een beperkte maar groeiende bewustwording omtrent de bescherming van de online privacy van kinderen. Verdere bewustwordingscampagnes worden aanbevolen om ouders beter te helpen de potentiële risico’s van het delen van beelden van hun kinderen online te begrijpen.
Meer lezen

Pilgrimage Reconfigured: Vision 2030, Religious Tourism, and the Shifting Imaginaries of Flemish Muslims

Universiteit Gent
2025
Amina
Bouslah
Voor veel Vlaamse moslims is het een levensdoel om de Hajj of Umrah ondernemen naar Mekka en Medina. Eeuwenlang draaide die reis uitsluitend om spiritualiteit en verbondenheid met God. Maar sinds Saudi-Arabië in 2016 Vision 2030 lanceerde, verandert ook de manier waarop pelgrims hun reis ervaren.

In mijn onderzoek sprak ik met 125 Vlaamse moslims en deed ik aanvullende interviews. Hun verhalen tonen een dubbel beeld. Enerzijds blijft de pelgrimage een diep religieuze ervaring. Anderzijds krijgen pelgrims steeds meer te maken met moderne infrastructuur, apps zoals Nusuk en een overheid die zichzelf via sociale media als toeristische topbestemming in de markt zet.

Dat leidt tot nieuwe inzichten én spanningen. Veel pelgrims waarderen het comfort en de efficiëntie, maar anderen maken zich zorgen over de commercialisering rond de heilige plaatsen, de zichtbare armoede buiten de pelgrimszones en de rol van migrantenarbeid. Ook politiek weegt mee, sommigen ervaren ongemak over Saudi-Arabië’s internationale positie.

Mijn studie toont hoe Vision 2030 de bedevaart hertekent tot meer dan een spirituele reis. Het wordt ook een verhaal van toerisme, modernisering en geopolitiek.
Meer lezen

De Financiële en Ecologische Impact van Renovatiestrategieën Voor Vlaamse Eengezinswoningen

Universiteit Gent
2025
Jordi
Buseyne
Deze scriptie onderzocht 2160 renovatie strategieën op typische Vlaamse woningen. Het huidige renovatiedebat legt te veel nadruk op financieel rendement, terwijl het echte doel ecologische winst is: minder CO₂-uitstoot, minder energieverspilling en een gezonder binnenklimaat. Kostenefficiënte maatregelen zoals spouwmuur- en dakisolatie zijn economisch aantrekkelijk, maar hebben beperkt effect op de uitstoot. Alleen doorgedreven renovaties naar energielabel A, inclusief warmtepomp, leveren een structurele CO₂-reductie op. Mijn onderzoek toont dat het gedrag van bewoners de grootste invloed heeft op het klimaat. Een eerlijk systeem zou een betaalbaar basisverbruik garanderen, terwijl de grote verbruikers de volledige meerkost dragen, zodat duurzaamheid zowel effectief als sociaal rechtvaardig wordt.
Meer lezen

Op weg naar zelfstandigheid!

Hogeschool PXL
2025
Jana
Kerfs
Winnaar Klasseprijs
In het tweede leerjaar van Vrije Basisschool De Puzzel bleek dat de leerlingen vaak onmiddellijk de hulp van de leerkracht inriepen bij het maken van een oefening. Hoewel de kinderen gemotiveerd waren, waren ze onzeker om een taak zelfstandig aan te pakken. Vanuit dit praktijkprobleem ontwikkelde ik een toolbox met acht praktische tools en een handleiding voor de leerkracht, gericht op het versterken van zelfsturing bij jonge kinderen.

De toolbox focust op vier executieve functies: taakinitiatie, organisatie, volgehouden aandacht en reactie-inhibitie. Op basis van observaties in een methodeschool, interviews met experten, deelname aan een workshop en een grondige literatuurstudie werden ontwerpcriteria opgesteld. Hierbij zijn belangrijke pijlers: het formuleren van haalbare weekdoelen in leerlingentaal, het beoordelen van zichzelf en het voorzien van aanpasbare ondersteuning (scaffolding) door de leerkracht. Daarnaast zijn de tools inzetbaar in alle leergebieden.

De tools werden getest in de klas en bijgestuurd waar nodig. De leerlingen en de leerkracht reageerden erg positief. Zo groeide de Wachtwijzer, een hulpmiddel om eerst na te denken alvorens te starten, uit tot een vast onderdeel bij dictees. Daarnaast werden ouders betrokken bij de zelfsturing van hun kind via de Zwem Bingo, een visuele checklist om te controleren of de zwemzak compleet is.

Met deze bachelorproef toon ik aan dat kleinschalige, doelgerichte ingrepen een positief effect kunnen hebben in de klaspraktijk. De toolbox is ontworpen voor de eerste graad van het basisonderwijs, maar kan mits aanpassingen ook in hogere leerjaren worden ingezet.
Meer lezen

Impact van Onyx-injectiesnelheid bij endovasculaire embolisatie: een computationele meerfasestromingsstudie van een patiënt-specifieke arterioveneuze malformatie

Universiteit Gent
2025
Kaat
Wille
Cerebrale arterioveneuze malformaties (AVM’s) zijn afwijkingen in de hersenvaten waarbij slagaders en aders rechtstreeks met elkaar verbonden zijn, zonder tussenliggende haarvaten. Dit veroorzaakt een complex netwerk van bloedvaten dat risico’s op bloedingen, epileptische aanvallen en neurologische aandoeningen met zich meebrengt. Een veelgebruikte behandeling is endovasculaire embolisatie, waarbij een vloeibaar embolisch middel – vaak Onyx – via een microkatheter wordt ingespoten om de AVM te blokkeren. Het succes van deze procedure hangt af van de ervaring van de behandelede arts, onder andere bij het bepalen van de katheterpositie en injectiesnelheid. Hierdoor groeit de interesse naar kwantificatie van deze parameters.
Hoewel de FDA (Food and Drug Administration) een aanbevolen injectiesnelheid van 0.16 ml/min en een bovengrens van 0.30 ml/min voorschrijft, wordt dit in de praktijk zelden actief gemonitord. In deze thesis wordt met behulp van computationele vloeistofdynamica (CFD) onderzocht hoe de injectiesnelheid de verdeling en stroming van Onyx beïnvloedt. Hiervoor worden de bloed- en Onyx-stromingen gemodelleerd in een patiënt-specifieke AVM-geometrie, gebaseerd op medische beeldvorming.
De resultaten tonen aan dat de injectiesnelheid een duidelijk effect heeft: hogere snelheden versnellen de verspreiding van Onyx, beïnvloeden de verdeling binnen de AVM en veroorzaken hogere lokale drukverschillen. Dit benadrukt dat de injectiesnelheid een kritische parameter is die in de klinische praktijk meer aandacht verdient. Verdere studies met uitgebreidere patiënten data en experimentele validatie zijn nodig om deze bevindingen te bevestigen en te vertalen naar de kliniek.
Meer lezen

Resight — An Adaptive Typographic and Reading System for Central Vision Loss

Hogeschool PXL
2025
Monica
Hutama
Age-related macular degeneration (AMD) is the leading cause of blindness in developed countries and currently affects over 200 million people worldwide—a figure projected to reach 300 million by 2040 (Wong et al., 2014). Despite this high prevalence, most assistive reading technologies continue to prioritize magnification or contrast enhancements, offering limited support for the specific visual challenges posed by central vision loss. In particular, the potential of typography, despite its ubiquity, remains underutilized as an adaptive tool for addressing the specific demands of peripheral vision.

This thesis responds to this gap by proposing a hypothesis-driven reading system that integrates adaptive typography, kinetic text presentation, and eccentric viewing support. Grounded in interdisciplinary evidence from typographic research, vision science, low vision rehabilitation, and reading technology, the project repositions typography as an active contributor to accessible reading.

Two key outcomes were developed: Locus Serif, a variable typeface optimized for peripheral legibility through research-led modifications of multiple typographic parameters, including stroke weight (set between 22–33% of x-height), low stroke contrast, increased x-height, adjustable letter width (narrowing in the foveal region and widening toward the periphery), and scalable serif length (shortened progressively to maintain spatial balance with wider forms). These coordinated adjustments also influence the typeface’s visual rhythm, aiming to achieve an effective balance between heterogeneity and homogeneity—critical for supporting word segmentation and perceptual clarity in peripheral reading. The second component, ReSight, is a horizontal scrolling reading interface aligned to the user’s Preferred Retinal Locus (PRL), incorporating optional PRL calibration via a simplified Amsler grid, high-contrast display, fixation support, and adjustable scrolling controls.

Together, these components demonstrate how typographic design, when grounded in scientific research and implemented responsively, can enhance reading accessibility for individuals with central vision loss. The project offers a design-led framework that invites future empirical validation and potential integration into assistive reading technologies across platforms and scripts.
Meer lezen

Alcohol als koopwaar en anti-koopwaar. Inzicht in voedselsoevereiniteit en culturele duurzaamheid op het Lassithiplateau, Griekenland.

KU Leuven
2025
John Paul
Jose
Deze thesis onderzoekt de rol van het traditionele rakimaken bij het in stand houden van voedselsoevereiniteit en culturele continuïteit op het Lassithiplateau op Kreta. In deze rurale, bergachtige regio, bekend om haar sterke gemeenschapsbanden en seizoensgebonden landbouwritmes, gaat de praktijk van rakidistillatie verder dan alcoholproductie. Zij fungeert als een culturele instelling waar sociale banden worden vernieuwd, ecologische kennis wordt doorgegeven en de gemeenschapsidentiteit wordt versterkt. De rakiproductie in Lassithi werkt als een vorm van anti-koopwaar: het primaire doel is niet winst, maar het onderhouden van een gedeelde levenswijze geworteld in samenwerking, zorg en circulair gebruik van natuurlijke hulpbronnen.

De bevindingen tonen aan dat raki van buitenaf vaak wordt gezien als een eenvoudig product, maar in werkelijkheid een levendige traditie vertegenwoordigt die diep is ingebed in de cultuur en natuur van de lokale gemeenschap. Tegelijkertijd ontstaan er uitdagingen door regelgevingskaders die raki behandelen als een industrieel goed en zo de diepgaande culturele functies en gemeenschapswaarden achter de productie over het hoofd zien. Vergunningsstelsels, belastingregels en geografische aanduidingen houden geen rekening met het unieke, niet-commerciële karakter van deze praktijk. Deze regulatoire druk dreigt zowel het product als de cultuur te beperken in hun vermogen om zich te ontwikkelen, aan te passen en de gemeenschap te blijven dienen.

Bovendien wijst het onderzoek op een fundamentele kloof tussen top-down marktlogica en de geleefde culturele realiteit van plattelandsgemeenschappen. Terwijl beleidsmakers vaak focussen op output en naleving, richten locals zich eerder op het bewaren van traditie, het handhaven van ecologische balans en het waarborgen dat culturele praktijken betekenisvol blijven voor toekomstige generaties. Deze spanning weerspiegelt bredere tegenstellingen tussen uniforme beleidslijnen en diverse, plaatsgebonden levenswijzen.

De thesis laat zien dat de bescherming van traditionele praktijken zoals rakimaken een verschuiving vergt in hoe we cultureel ontstane producten waarderen en besturen. Het erkennen van de eigen herkomst, functie en evolutie van dergelijke praktijken is essentieel om duurzame en rechtvaardige plattelandsontwikkeling te ondersteunen. Door de culturele processen te beschermen—niet alleen het eindproduct—behouden we ecologische wijsheid, sociale cohesie en door de gemeenschap gedreven innovatie. Tradities zoals rakimaken kunnen stilletjes verzet bieden tegen homogenisering en waardevolle lessen aanreiken om duurzaamheid, veerkracht en vooruitgang in een snel veranderende wereld te herdenken. Deze studie onderstreept dat landbouwproducten fungeren als een instrument om cultuur te tonen en te bewaren, waarbij in een plaats verankerde culturele activiteiten laten zien hoe complexe culturele systemen van gemeenschappen werken.
Meer lezen

AI en toeristische B2B- en B2C-communicatie

Hogeschool PXL
2025
Maartje
Kerfs
Mijn bachelorproef gaat over AI binnen toeristische B2B- en B2C-communicatie. De communicatiemedewerkers van Visit Limburg - een toeristische organisatie die het toerisme in de provincie Limburg ontwikkelt en promoot - wensen artificiële intelligentie te gebruiken om de communicatie met partners én toeristen te verbeteren. Het resultaat is een praktische handleiding met tips over prompten en uitleg over AI-tools.
Meer lezen

Ils occupent, (i)elles s’occupent: Een cultuursociologische analyse van zes vormen van durf in de Brusselse skatescene

Vrije Universiteit Brussel
2025
Charlotte
Cool
Deze studie onderzoekt hoe (sub)culturele genderhiërarchieën binnen de Brusselse skatescene zowel worden gereproduceerd als geherconfigureerd. Hoewel skateboarden doorgaans gepresenteerd wordt als open, vrij en inclusief, blijft het in de praktijk doordrongen van een geïnstitutionaliseerde mannelijke hegemonie. Internationaal is er relatief weinig aandacht voor hoe vrouwelijke en non- binaire skaters patriarchale structuren actief bevragen; in België ontbreekt onderzoek naar de skatecultuur volledig. Deze studie adresseert die lacune via een kwalitatieve casestudy, gebaseerd op diepte-interviews en participerende observatie, met bijzondere aandacht voor het Brusselse collectief BX’Elles. De resultaten worden thematisch geanalyseerd via zes vormen van durf waarmee niet- traditionele skaters navigeren tussen uitsluiting en culturele hertekening: durven identificeren, beginnen, plaatsnemen, herconfigureren, verzetten en differentiëren. De studie toont hoe genderongelijkheid zich manifesteert via symbolisch geweld, verhoogde bewijslast en structurele belemmeringen tot ruimtegebruik. Tegelijkertijd bouwen niet-traditionele skaters via initiatieven zoals Only Girls-sessies en publieke, gendergemengde tours aan alternatieve praktijken waarin zorg wordt gevaloriseerd als subcultureel kapitaal. Opvallend is dat mainstreaming, vaak door mannelijke coreskaters afgewezen als bedreiging voor authenticiteit, voor deze groepen net een toegangspoort vormt. Vanuit die bredere openheid geven zij een nieuwe invulling aan de oorspronkelijke, subversieve skatewaarden van ruimteclaiming, marginaliteit en collectiviteit. Toch blijven deze transformaties precair zolang de hegemonische neutraliteit van mannelijke skaters onaangeroerd blijft. Beleidsmatig pleit dit onderzoek daarom voor co-creatieve infrastructuur, steun voor exclusieve sessies, en educatieve trajecten gericht op mannelijke bondgenootschappen, eventueel gebundeld in een Brussels skatefestival.
Meer lezen

Ignoring the Decoy: Tackling Forensic Distractions in Fake Image Detection

Universiteit Gent
2025
Xander
Staelens
Detectiemethoden proberen met slimme AI-technieken te achterhalen of een afbeelding al dan niet bewerkt is. In deze scriptie onderzocht ik hoe het toevoegen van logo's of tekst deze methoden kan afleiden waardoor ze vervalsingen missen. Om dit problem aan te pakken ontwikkelde ik een techniek, namelijk gemaskerde AI, die deze methoden veel robuuster maakt, waardoor afleidingen bijna geen invloed meer hebben.
Meer lezen

The role of melatonin in reducing chemotherapy-induced jejunal toxicity in a mouse-model for hepatocellular carcinoma

HOGENT
2025
Sophie
Haumont
While chemotherapy is a key component of cancer treatment, it often damages healthy gastrointestinal cells, resulting in toxicity marked by symptoms such as diarrhea, pain, and impaired nutrient absorption. The damage disrupts the gut mucosal barrier integrity and epithelial function, compromising the patient well-being and treatment continuity. These side effects limit chemotherapy’s effectiveness and highlight the need for protective strategies targeting the gut. This study investigates the
potential protective effect of melatonin in mitigating chemotherapy-induced gastrointestinal toxicity.
Meer lezen

Using common gen-AI tools to generate reading materials for A2-level ESL learners.

Universiteit Gent
2025
Annelies
Pandelaers
De toenemende beschikbaarheid van generatieve artificiële intelligentie (genAI) biedt taalonderwijzers nieuwe mogelijkheden om leesmateriaal op maat van hun leerlingen te ontwikkelen. Deze masterpraktijkproef onderzoekt of vrij toegankelijke gen-AI-platformen (met name ChatGPT en Google Gemini) in staat zijn om Engelstalige leesteksten te genereren die aansluiten bij het ERK niveau A2. Via een vergelijkende corpusanalyse werden AI-gegenereerde teksten geëvalueerd tegenover teksten uit twee gevestigde bronnen: Vlaamse handboeken en het Key A2 English-examen van Cambridge. De lexicale profilering gebeurde met behulp van AntWordProfiler om de woorddekkingsgraad van elke tekst te analyseren. Uit de resultaten van dit beperkte corpus blijkt dat de AI-gegenereerde teksten een hogere lexicale dekking bereikten dan de handboek- en examenteksten. De AI-teksten benaderden de drempel van 95% dekking die volgens het Coverage Comprehension Model noodzakelijk wordt geacht voor tekstbegrip. De teksten gegenereerd door Google Gemini bleken lexicaal sterker en beter afgestemd op pedagogische richtlijnen dan die van ChatGPT. De bevindingen suggereren dat genAI, mits aangestuurd door zorgvuldig geformuleerde prompts, inderdaad niveau-adequate teksten kan produceren. Dit kan mogelijk de werklast van leerkrachten verlichten en hen in staat stellen om leesteksten af te stemmen op specifieke onderwerpen of onderwijsnoden. Deze studie formuleert praktische richtlijnen voor promptontwikkeling en benadrukt de nood aan verder praktijkgericht onderzoek naar het begrip en de ervaring van AI-gegenereerde teksten door leerlingen.
Meer lezen

Multi-branch Neural Networks for Drug-target Interaction Prediction and Target-conditioned de novo Drug Design

Universiteit Gent
2025
Robbe
Claeys
Het ontdekken van nieuwe interacties tussen geneesmiddelen en proteïne-doelwitten (DTIs) is cruciaal voor therapeutische innovatie, maar experimentele validatie is kostelijk
en schaalt niet naar de astronomische omvang van chemische mogelijkheden. Heterogene, schaarse bindingsdata en beperkte diversiteit belemmeren robuuste voorspelling en de mogelijkheden voor in silico moleculaire ontwerp. Deze scriptie presenteert een geïntegreerd raamwerk dat data, representaties en modellen opschaalt voor DTI-voorspelling en doelwit-gestuurd de novo geneesmiddelontwerp.

Een gecombineerd DTI-corpus (339k interacties) en twee grote pretrainingsbronnen werden samengesteld om zowel supervised als unsupervised leerdoelen te ondersteunen. Centraal in het raamwerk is een flexibele, modulaire multi-branch architectuur: elke branch van het model (geneesmiddel of doelwit) kan geïnstantieerd worden als een encoder met enkele invoer, of als een multi-invoer-encoder die complementaire representaties fuseert (bijv. graaf, vingerafdruk, aminozuursequentie, DNA-signalen).
De geneesmiddel branch kan ook een variatie-sampling kop en een latent-gestuurde, discrete diffusie gebaseerde moleculaire graaf-generator omvatten. Branches kunnen
gezamenlijk getraind worden voor supervised DTI-voorspelling, of onafhankelijk met unsupervised/self-supervised leerdoelen om biologische voorkennis langs domeinen
heen in te brengen.

Resultaten tonen een regime-afhankelijk beeld: in data-arme regimes zijn foundationmodel embeddings het effectiefst, terwijl moleculaire vingerafdrukken de leiding hebben
wanneer data abundant zijn. Analyses tonen aan dat geneesmiddel-representaties de DTI-voorspellingsnauwkeurigheid sturen, met graaf-gebaseerde representaties als
meest invloedrijk; aminozuur- en DNA-signalen zijn complementair voor proteïnen. Algemeen verduidelijkt deze studie wanneer en hoe leren van meerdere representaties
en transfer learning helpen, biedt het een reproduceerbare basis voor DTI-voorspelling, en toont het de haalbaarheid aan van latent-gestuurde omgekeerde diffusie voor het
genereren van chemisch valide, doelwit-specifieke moleculen waarvan de farmacofore kenmerken consistent zijn met de bredere biochemische literatuur.
Meer lezen

FOMO OF JOMO: WAT MISSEN JONGEREN ECHT?

Universiteit Gent
2025
Hymke
Van der Meeren
In dit onderzoek werd nagegaan hoe Fear of Missing Out (FoMO) en Joy of Missing Out (JoMO) het mentaal welzijn en de zelfwaardering van jongeren (18-25 jaar) beïnvloeden. FoMO verwijst naar de angst om sociale activiteiten of ervaringen te missen, terwijl JoMO staat voor de vreugde en rust die men kan ervaren door bewust offline of afwezig te zijn.
Via een grootschalige survey met meer dan 1000 jongeren werd onderzocht hoe deze twee fenomenen samenhangen met mentaal welzijn, zelfwaardering, problematisch smartphonegebruik en sociale vergelijking.
De resultaten tonen dat FoMO een negatieve impact heeft: jongeren die sterker lijden aan FoMO vergelijken zich vaker met anderen en gebruiken hun smartphone problematischer, wat leidt tot meer stress en een lager zelfbeeld. JoMO heeft daarentegen een beschermend en positief effect: jongeren die JoMO ervaren, vergelijken zich minder met anderen, gebruiken hun smartphone gezonder en rapporteren een hoger welzijn en meer zelfwaardering.
De studie concludeert dat een evenwichtige omgang met sociale media cruciaal is. Het ontwikkelen van JoMO kan een tegengewicht vormen voor de schadelijke effecten van FoMO. Dit opent perspectieven voor preventieve initiatieven en educatieve programma’s rond digitale weerbaarheid.
Meer lezen

Thuismedicatie in zelfbeheer

Arteveldehogeschool Gent
2025
Chelsea
Vervaeck
  • Jolisa
    Bracke
Onze scriptie gaat over de mogelijkheid van zelfbeheer van thuismedicatie tijdens ziekenhuisopnames. Dit concept zou voordelen kunnen bieden zoals tijdwinst voor verpleegkundigen en het verhogen van autonomie voor de patiënten. In de praktijk blijkt dat dit alles niet zo eenvoudig te realiseren valt en dat er weerstand heerst bij de verpleegkundigen. Om dit project te kunnen laten slagen, is er nood aan specifieke voorwaarden. Dit alles werd onderzocht in onze bachelorproef.
Meer lezen