Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Van der edelre hertoginne vrouwe johanne: De bestuursbijdrage van Johanna van Brabant in het hertogdom Brabant van 1376 tot 1380.

KU Leuven
2026
janneke
de keersmaecker
Deze masterproef onderzoekt de bestuursbijdrage van Johanna van Brabant in het hertogdom Brabant tussen 1376 en 1380. De bestaande historiografie reduceerde Johanna lange tijd tot een passieve zwakke vorstin naast haar echtgenoot, Wenceslas van Bohemen. Een beeld dat grotendeels steunde op narratieve bronnen of nationalistische en teleologische lezingen ervan. Dit onderzoek stelt dat beeld bij door praktijkbronnen te betrekken in het debat en de dagdagelijkse bestuurspraktijk zichtbaar te maken. Het gaat na hoe Johanna haar macht uitoefende, welke middelen zij daartoe inzette en hoe haar bestuursbijdrage zich verhield tot die van haar echtgenoot. De analyse is opgebouwd rond drie grote thema’s. Het eerste hoofdstuk behandelt de financiële basis van haar bestuur op een kleine schaal, via haar weduwegoeden na de dood van haar eerste echtgenoot, Willem IV van Henegouwen, Holland en Zeeland. Hoewel deze inkomsten beperkt waren en niet altijd vlot doorvloeiden, toont deze scriptie dat Johanna ze actief aanwendde voor lokaal bestuur. Het tweede hoofdstuk verlegt de focus naar haar diplomatieke rol en haar plaats op het internationale toneel. Johanna’s bemiddeling was geen uitzonderlijk optreden binnen grote politieke taferelen, maar een alledaagse bestuurspraktijk. Haar reizen, bodenverkeer, geschenkuitwisseling en het entertainment aan het hof bevestigen een duidelijke taakverdeling binnen het koppel. Waar Wenceslas zich richtte op het grote Europese en keizerlijke toneel, lag Johanna’s focus op de stabiliteit van Brabant en haar buurregio’s. Vervolgens komt een analyse aan bod van Johanna’s religieuze en literaire patronage. Ze zette religieuze schenkingen bewust in als politiek instrument en cultiveerde haar vroomheid als onderdeel van haar publieke rol. Het vermeende verval van de hofcultuur na Wenceslas’ dood was niet het gevolg van haar desinteresse, maar van de financiële uitputting na de reeks oorlogen die Brabant trof in deze periode. Het centrale argument doorheen deze scriptie is een van complementariteit. Johanna en Wenceslas opereerden als een gezamenlijk bestuur waarin zij vanuit een gedeeld Brabants perspectief verschillende, maar complementaire taken op zich namen. Johanna was geen bijfiguur, maar een zelfstandig medebestuurder wier handelingsruimte aandacht verdient ongeacht de afloop of het succes van haar beleid.
Meer lezen

Op jacht naar de Wilde Jagers: Een vergelijkend onderzoek naar de karakterisering van de leider van de Wilde Jacht

KU Leuven
2026
Nele
Peeters
Dit paper onderzoekt de karakterisering van de leider van de Wilde Jacht. Dit gebeurde door middel van een reeks casestudies waarin verschillende figuren aan bod kwamen: Odin, vrouw Holle, Tilke, Herne the Hunter, Gwyn ap Nudd en Arawn. Van de eerste vijf personages uit deze selectie bestaan verhalen waarin ze functioneren als leider van de Wilde Jacht. Het laatste personage lijkt echter geen leider van de Wilde Jacht te zijn hoewel zijn attributen en karakterisering in zijn eigen mythologie verder grotendeels vergelijkbaar is met die van Gwyn ap Nudd die deze rol wel bekleed. Verder wordt ook de rol van het paard en de hond binnen de Wilde Jacht onder de loep genomen met Sleipnir, de Cŵn Annwn en de Britse black dog-folklore als voorbeelden. Bij het onderzoeken van de karakterisering van deze personages wordt er zowel naar hun eigen mythologie los van de Jacht, als naar hun Jachtverhalen gekeken. Wanneer deze personages vergeleken worden, blijkt dat er een archetype bestaat waaraan de leider van de Wilde Jacht moet voldoen: hij of zij moet zich vrij kunnen verplaatsen, is in staat om de grenzen tussen rijken over te steken, mag niet beperkt worden tot een normale menselijke levensspanne en moet moreel ambigu of kwaadaardig zijn.
Meer lezen

Mondeling advies over de huisvesting van konijnen (Oryctolagus cuniculus) in Vlaamse dierenspeciaalzaken

Hogeschool VIVES
2026
Yasmine
Degroot
Dit onderzoek analyseert het mondelinge advies dat medewerkers van Vlaamse dierenspeciaalzaken geven over de huisvesting van gezelschapskonijnen (Oryctolagus cuniculus) en in welke mate dit overeenkomt met de richtlijnen van Dierenwelzijn Vlaanderen. Correcte huisvesting is essentieel voor konijnenwelzijn, maar eigenaars zijn sterk afhankelijk van het advies dat zij in winkels ontvangen.
In totaal werden 25 medewerkers uit vijf verschillende winkelketens geïnterviewd via een gestructureerde vragenlijst. De vragen bevroegen de achtergrond van medewerkers, advies over hokformaat, sociale huisvesting en kennis van de Vlaamse dierenwelzijnsrichtlijnen. Slechts 6 van de 25 medewerkers hebben een diergerelateerde opleiding; de overige baseren hun advies op interne opleiding of
ervaring, wat leidt tot grote variatie in gegeven advies.
Advies over hokgrootte is zeer uitlopend, 14 medewerkers noemen enkel een minimale lengte, waarvan acht medewerkers 1,20 m aanhalen. Anderen geven het aan in oppervlakte, zoals 1 of 4 m² of benadrukken dat een hok “zo groot mogelijk” moet zijn. Slechts vier medewerkers adviseren spontaan een ren, hoewel literatuur
het belang hiervan duidelijk aantoont. Het winkelassortiment beïnvloedt het advies bij 16 medewerkers. Zij geven aan dat het beschikbare aanbod hun aanbevelingen stuurt, waarbij traliekooien het vaakst worden verkocht.
Wat verrijking betreft, bevelen 15 medewerkers knaagmateriaal, speelgoed of schuilplaatsen aan, maar ondanks bekende gezondheidsrisico’s verwijzen twee nog naar knaagstenen. Advies over sociale huisvesting is eveneens inconsistent. Hoewel 11 medewerkers aangeven dat konijnen niet alleen gehouden mogen worden, vinden 16 medewerkers dat andere diersoorten zoals cavia’s geschikt gezelschap zijn. Dit is tegenstrijdig met de soortspecifieke behoeften en de Vlaamse dierenwelzijnsrichtlijnen. De bekendheid met de richtlijnen van Dierenwelzijn Vlaanderen is bijzonder laag.
Achttien medewerkers kennen ze niet en geen enkele kan minimale afmetingen benoemen. Hierdoor ontvangen eigenaars vaak onvolledige of foutieve informatie.
De resultaten tonen een duidelijke kloof tussen wetenschappelijke aanbevelingen en het verstrekte advies. Beperkte opleiding, variatie in ervaring, commerciële assortimentskeuzes en onbekendheid met richtlijnen leiden tot inconsistente en soms incorrecte aanbevelingen. Het onderzoek benadrukt de nood aan gerichte opleidingen, een welzijnsgericht assortiment en betere opvolging van de Vlaamse richtlijnen, om het welzijn van gezelschapskonijnen systematisch te kunnen verbeteren.
Meer lezen

Het besparingspotentieel van een Energie Management Systeem (EMS)

AP Hogeschool Antwerpen
2025
Walter
D'Amico
‘Het besparingspotentieel van een Energie Management Systeem (EMS)’
Student: Walter D’Amico – AP Hogeschool Antwerpen
Stageplaats: VEKA – Vlaams Energie- en Klimaatagentschap
Opleiding: Professionele bachelor Energiemanagement (2024-2025)
In een energiemarkt gekenmerkt door prijsschommelingen, capaciteitsheffingen en digitalisering, worden huishoudens en KMO’s uitgedaagd om hun verbruik slimmer te beheren. Energie Management Systemen (EMS’en) vormen hierbij een sleuteltechnologie: ze sturen het verbruik automatisch op basis van realtime prijs- en netdata. Toch blijft de rendabiliteit ervan voor veel gebruikers onduidelijk. Deze bachelorproef brengt daar verandering in.
Ik ontwikkelde een interactieve rekenmodule die op basis van gebruikersinput – zoals woningtype, toestellen, gedrag en contractvorm – de Total Cost of Ownership (TCO) en de Terugverdientijd (TVT) van een EMS berekent. Via Google Sheets en Apps Script wordt automatisch een gepersonaliseerd rapport gegenereerd, inclusief scenariovergelijking, besparingsgrafieken en benchmarkanalyse.
De tool werd ontworpen met reproduceerbare logica, gevoeligheids- en correctiefactoren, en werd getest op meer dan 550 realistische scenario’s. De resultaten tonen dat voor gebruikers met meerdere regelbare toestellen en een dynamisch of een contract bij een Flexibility Service Provider of aggregator, de jaarlijkse besparing kan oplopen tot honderden euro’s, met een gemiddelde terugverdientijd van net boven de 5 jaar. Daartegenover staan profielen waar de investering minder loont – wat de nood aan maatwerk aantoont.
Het project is technisch en beleidsmatig relevant. VEKA gaat deze rekenmodule zeker verder bespreken om te integreren in de website www.maakjemeterslim.be en zal dan worden ingezet in campagnes van VEKA als extra stimulans om potentiële gebruikers te overtuigen. Daarnaast is het inzetbaar als simulatie-instrument bij energieloketten, netbeheerders of leveranciers die contractoptimalisatie en flexibiliteitsdiensten willen ondersteunen. De methodiek is uitbreidbaar naar andere technologieën (zoals warmtepompen of batterijen) en types aansluitingen (zoals AMR).
Deze bachelorproef koppelt praktijkervaring, innovatie en systeeminzicht met een breed maatschappelijk nut. Het biedt gebruikers helderheid, en beleidsmakers een onderbouwde basis om het potentieel van EMS’en gericht te stimuleren in het kader van de energietransitie.
Meer lezen

Detentie op tafel leggen tussen ouder en kind

Erasmushogeschool Brussel
2025
Tine
Janssen
Genomineerde shortlist Vlaamse Scriptieprijs
Deze bachelorproef onderzoekt hoe familiebegeleiders bij detentie thuisouders en ouders in detentie kunnen ondersteunen in het bespreekbaar maken van detentie bij hun kinderen. Dit onderwerp is verbonden met mijn stage bij CAW Oost-Brabant – Familiebegeleiding bij detentie, waar ik van september 2024 tot mei 2025 stage liep binnen de opleiding sociaal werk. Ik bevroeg gezinnen met jonge kinderen waarvan de vader in Leuven Hulp of in Leuven Centraal verbleef. Daarnaast ligt het onderwerp nauw aan mijn hart, omdat ik zelf een papa in detentie heb. Ik wil graag de openheid die in mijn gezin aanwezig is om over het onderwerp te spreken, inzetten om andere gezinnen te ondersteunen. Met de data uit het onderzoek en onze ervaringsdeskundigheid, zijn mijn mama, zus en ik opzoek gegaan naar een tool die open gesprekken en verbinding tussen ouder en kind mogelijk maakt in de bezoekzaal. Deze wens heeft vorm gekregen in placemats die detentie op tafel leggen.
Meer lezen

De Rol van Vrouwen in Vredesprocessen

KU Leuven
2025
Ruben
Vanbrabant
Mijn scriptie onderzoekt welke barrières de participatie van vrouwen in vredesprocessen belemmeren en hoe hun betrokkenheid bijdraagt aan duurzame vrede in post-conflictgebieden. Aan de hand van drie casestudies (Liberia, Colombia en Bosnië en Herzegovina) analyseert het onderzoek zowel formele als informele vormen van participatie. De resultaten tonen aan dat vrouwen cruciale bijdragen leveren aan verzoening en rechtvaardigheid, maar vaak structureel worden uitgesloten van formele onderhandelingen.
Meer lezen

Een analyse van gewasschade door wilde zwijnen in Zuid-Dijleland

Hogeschool PXL
2024
Wout
Verschuere
De gemeenten Overijse, Huldenberg, Bertem en Tervuren kennen een stijgende populatie van wilde zwijnen, zoals vele andere regio’s in Vlaanderen na de officiële terugkomst van het dier in 2006 (Rutten et al., 2018). De everzwijnen foerageren in het typische Vlaamse mozaïeklandschap en dit brengt veel schade aan landbouwgewassen met zich mee. Deze schade leidt tot economische verliezen bij landbouwers. Dit project onderzoekt de situatie van de problematiek in het projectgebied, in samenwerking met Agentschap Natuur en Bos en de lokale wildbeheereenheden Tussen Voer & Yse en Bertembos. Semigestructureerde interviews met landbouwers uit het projectgebied zijn uitgevoerd om informatie te verzamelen rond everzwijnschade. Uit statistische analyses van de schadedata blijkt dat grasstroken het meeste schade ondervinden van everzwijnen in het gebied. Vervolgens zijn ook maispercelen en graslanden heel gevoelig. Mais kent meer schade in de periode dat het gewas oogstklaar is, graslanden in de winter wanneer er weinig andere voedselbronnen te vinden zijn. Bijkomend werd geanalyseerd of de afstand van landbouwpercelen tot bosgebieden invloed zou hebben op het schadegehalte. De analyse wijst op een negatieve regressie van schadepercentages bij een toenemende afstand tot bos. Er moet wel in rekening worden gebracht dat ook andere factoren invloed kunnen hebben op de schade. Verder is ondervonden dat het in de toekomst essentieel is om moderne technologieën in te zetten om de schadeproblematiek aan te pakken. Het gaat dan over technologieën als drones en artificiële intelligentie. Gebruik maken van deze toepassingen kan een grote hulp zijn bij het in kaart brengen van gewasschade op een ondubbelzinnige wijze, alsook voor jachtdoeleinden om wilde zwijnen in het gebied te beheren. Samenwerkingen met de lokale wildbeheereenheden en het Instituut voor Natuur en Bos Onderzoek zijn hiervoor essentieel. Het blijft bijkomend ook belangrijk om nauw contact te houden met landbouwers en omwonenden om hun noden te begrijpen.
Meer lezen

Help! My character is non-binary: A English-Dutch translation informed by a survey of young Flemish readers’ comprehension of and preferences for the Dutch non-binary pronouns die/diens, hen/hun and die/hun

KU Leuven
2024
Lisa
Van Poucke
Deze masterproef is ontworpen als een hulpmiddel voor vertalers Engels-Nederlands bij het beslissen hoe non-binaire voornaamwoorden te vertalen. Een deel bestaat uit een reader-response vragenlijst van een cohort van zestien- tot negentien-jarigen waarvan gevraagd werd om een door mij vertaald fragment uit een verhaal met een non-binair personage te begrijpen en hun voorkeuren daaromtrent te uiten. De resultaten werden dan gebruikt om een geïnformeerde beslissing te maken voor de uiteindelijke vertaling, wat het tweede, praktische deel van de thesis inhield. Er zijn in het Nederlands tot op heden geen officiële richtlijnen omtrent non-binaire voornaamwoorden en vertalers worden zo geregeld geconfronteerd met onduidelijkheid rond het vertalen van een tekst met non-binaire voornaamwoorden. Dit onderzoek is aanvullend onderzoek bij het werk van Vos en Nutters (2022), maar verschilt in dat het zich focust op Nederlandstalige jongeren in België. Door middel van de reader-response vragenlijst werd onderzocht hoe de respondenten scoorden op vlak van ‘narrative engagement’ en ‘mental imagery’ tijdens het lezen van mijn vertaling van het eerste hoofdstuk uit de novelle The Empress of Salt and Fortune van Nghi Vo (2020).

In de kritische literatuurstudie wordt een overzicht gegeven van strategieën en inzichten uit andere talen of uit de strijd voor inclusief taalgebruik, onder andere uit het werk van Blaubergs (1980), Gustafsson Sendén et al. (2015), Waszink (2022) en Wehle (2020). Daarnaast werd er ook gekeken hoe literatuur een hulpmiddel kan zijn bij het verbeteren van real-life houdingen tegenover non-binaire en genderqueer mensen door het ‘mere exposure’ effect (Zajonc, 1968) en de transportation theorie (Green & Brock; 2000).

De enquête was gebaseerd op de vragenlijst gebruikt door Vos en Nutters (2022) en bevatte de narrative engagement-schaal ontwikkeld en getest door Buselle en Bilandzic (2009) en een onderdeel rond mental imagery van Kuijpers et al. (2014). De enquête werd verstuurd naar scholen in Vlaanderen en 100 volledig ingevulde enquêtes werden teruggestuurd en geanalyseerd. De deelnemers werden gevraagd het eerste hoofdstuk van The Empress of Salt and Fortune te lezen en beantwoordden daarna de vragen gebaseerd op hun leeservaring. Om het verschil in begrip te onderzoeken, werden drie identieke teksten waar enkel de voornaamwoorden verschilden willekeurig onder de respondenten verspreid. De non-binaire voornaamwoorden die gebruikt werden voor dit onderzoek waren die/hen/hun, die/die/diens en hen/hen/hun. De voornaamwoorden die het hoogst scoorden op reading engagement en mental imagery werden gebruikt in de uiteindelijke vertaling aangezien ervan uit gegaan wordt dat deze het meest kans maken om door een Nederlandstalig leespubliek geaccepteerd te worden. Verschillende subgroepen gebaseerd op bepaalde demografische gegevens, zoals provincie, werden ook onderzocht om de impact van deze factoren op het begrip van non-binaire voornaamwoorden te bestuderen.

De resultaten wijzen uit dat er slechts minieme verschillen in begrip waren tussen de drie verschillende groepen non-binaire voornaamwoorden. Alle teksten scoorden slecht op vlak van transportation, maar het begrip lag met die/die/diens voornaamwoorden algemeen iets hoger. Bijgevolg werd de volledige vertaling van de eerste vijf hoofdstukken van de novelle vertaald met die/die/diens voornaamwoorden.
Meer lezen

Assessing the effect of forest management on carbon stock and sequestration by remote sensing

KU Leuven
2024
Sofie
Van Winckel
Om te groeien zetten bomen koolstofdioxide (CO2) om in biomassa met behulp van
energie die ze halen uit licht (fotosynthese). Dit proces wordt ook wel koolstofvastlegging
genoemd en zo absorberen bossen zo’n 27% van de jaarlijkse wereldwijde uitstoot van
fossiele brandstoffen. CO2 is een broeikasgas dat warmte vasthoudt en door een enorme
stijging in onnatuurlijke uitstoot in de laatste decennia, zoals door industrialisatie en
ontbossing, is het een cruciale factor in klimaatverandering. Bomen absorberen niet enkel
koolstof uit de lucht, ze houden die ook vast voor een erg lange tijd, bijvoorbeeld in hun
boven- en ondergrondse biomassa. Zo’n 45% van de koolstof op aarde is opgeslagen in
bossen. Daarom bieden bossen veelbelovende toepassingen in de wereldwijde
initiatieven tegen klimaatopwarming. Het beheer van deze bossen speelt hierin een
sleutelrol, maar wetenschappers zijn het nog niet eens of het in deze context juist beter
is om bossen wel of niet te beheren. In deze thesis werden geavanceerde teledetectietechnieken gebruikt om de bovengrondse koolstofvoorraden in een Atlantisch (Nationaal
Park Brabantse Wouden, Vlaanderen, België) en Mediterraan (Catalonië, Spanje)
studiegebied te modelleren, gebaseerd op veldmetingen die als referentie dienden. Paren
en tripletten van beheerde en onbeheerde bossen werden vergeleken om vier
onderzoeksvragen te beantwoorden: 1) Is de combinatie van meerdere teledetectiebronnen superieur voor het schatten van de bovengrondse koolstofvoorraad? 2) Wat is
het effect van bosbeheer op de koolstofvoorraad? 3) Wat is het effect van bosbeheer op
koolstofvastlegging? 4) Wat is het effect van de koolstofvoorraad en het bosbeheer op de
kwetsbaarheid voor kruinbranden? De combinatie van verschillende teledetectiebronnen
bleek voordelig om koolstofopslag te voorspellen, vooral voor hoge biomassa’s. Uit de
veldgegevens in België bleek vervolgens dat onbeheerde bossen een hogere
koolstofopslag hebben dan beheerde bossen. Hoewel het bekomen model accuraat
genoeg voorspellingen maakte, werd dit verschil echter niet succesvol gedetecteerd door
het teledetectie-model, o.a. door saturatie bij signaaldetectie. In Spanje werd geen
verschil in koolstofopslag gemeten, en werd geen succesvol model verkregen. Het
gevarieerde reliëf, het tekort aan observaties en de technologische tekortkomingen
bieden hiervoor een verklaring. Vervolgens werd de koolstofopslag in België geschat voor
alle jaren tussen 2017 en 2023 volgens het finale model, om vervolgens de
koolstofvastlegging doorheen de tijd te berekenen. Hierbij werd geen verschil gevonden
tussen beheerde en onbeheerde bossen, mogelijks omdat ze nog niet lang genoeg
onbeheerd waren of het verschil niet gedetecteerd werd door teledetectie. Klimaatrampen
zoals bosbranden vormen een grote bedreiging voor de koolstofopslag in bossen, zeker
in droogtegevoelige regio’s zoals Spanje. In dit studiegebied werd een kwalitatieve
analyse gedaan naar het verband tussen koolstofopslag, bosbeheer, en de gevoeligheid
voor kruinbranden (waarbij het vuur zich via de kruin aan hoge snelheid verspreidt).
Beheerde bossen zijn over het algemeen minder gevoelig voor kruinbranden, maar er
werd geen verband gevonden met de totale koolstofopslag. Echter, hoe meer biomassa
in kleine bomen opgeslagen is, hoe gevoeliger, omdat het vuur via deze lage vegetatie
de kruin kan bereiken. Verder onderzoek naar de invloed van concrete beheersregimes
kan leiden tot meer specifieke beheersrichtlijnen.
Meer lezen

Van de laatste kasteelvrouwe van Gaasbeek naar de Belgische Staat

KU Leuven
2024
Emma
Wouters
Dit onderzoek gaat na hoe het schenkingsproces van het Kasteel van Gaasbeek door markiezin Arconati Visconti aan de Belgische Staat verliep aan het begin van de twintigste eeuw. De schenking hield naast het kasteel ook het park, de gronden, de collecties en een bijkomende som van 200 000 frank in. In dit onderzoek wordt bestudeerd welke motieven ze had om het landgoed aan verschillende mogelijke ontvangstpartijen aan te bieden.

Het karakter van de markiezin werd getekend door haar antiklerikale, patriottische en republikeinse waarden. Een groot deel van haar tijd spendeerde ze aan corresponderen, salons organiseren en het bevorderen van wetenschappen en kunsten, met bijzondere aandacht voor historische wetenschappen. Ze stond bekend als gulle weldoenster door haar uitgebreide verzamel- en schenkingspolitiek. Dit was mogelijk door de aanzienlijke erfenis, waaronder het Kasteel van Gaasbeek, die ze in bezit had gekregen na de dood van haar echtgenoot markies Giammartino Arconati Visconti in februari 1876. Vooral vanaf de jaren 1890 hield ze zich hier frequent mee bezig. Tijdens het Brusselse burgemeesterschap van Émile De Mot (1899-1909), kreeg de markiezin voor het eerst het idee om haar geliefde Kasteel van Gaasbeek weg te schenken. Het schenkingsproces stuitte echter op enkele obstakels. Pas na drie mislukte schenkingspogingen aan respectievelijk de stad Brussel onder De Mot, de Belgische Staat en koning Albert I, kon de werkelijke schenking kon plaatsvinden. Toen de markiezin de Belgische Staat voor een tweede keer benaderde om het kasteel aan te bieden, had ze namelijk meer succes. Uiteindelijk kon de schenkingsakte op 30 augustus 1921 ondertekend worden.

De schenking en haar motieven daartoe passen binnen de bredere schenkingspolitiek van de markiezin. Ten eerste waren haar kinderloze status als weduwe, haar fysieke verzwakking en haar confrontatie met vergankelijkheid door de dood van enkelen van haar dierbaren, drijfveren om bij haar schenkingspolitiek een versnelling hoger te schakelen. Daardoor paste haar schenking eveneens binnen de algemene schenkingspolitiek uit die tijdsgeest. Meer specifiek voor de schenking van het Kasteel van Gaasbeek was een eerste motief haar bewondering voor België door de dappere bescherming van Frankrijk tijdens de Eerste Wereldoorlog die ze daaraan toeschreef. Door bij te dragen aan de opbouw van het Belgisch nationaal patrimonium wilde ze haar sympathie uiten, hoewel ze België bleef bekijken met haar Franse blik. Ten tweede wilde ze het behoud van het kasteel op lange termijn verzekeren. Verder wilde ze bijdragen aan de bevordering van kunsten en wetenschappen. Daarnaast wilde ze de herinnering aan overleden geliefden eren, en hoopte ze ook dat het museum voor haarzelf attent bleef. Omwille van dit alles wenste ze dat de schenking zou leiden tot de creatie van een publiek museum, waar alle objecten van de collectie tentoongesteld zouden blijven.

De schenking leverde de markiezin veel dankbaarheid op. Tot op de dag van vandaag wordt ze herinnerd omwille van haar vrijgevigheid. Na de afronding van het proces doken er toch nog enkele problemen op. Zo maakten er nog enkele nazaten van de Arconati Visconti’s aanspraak op een deel van de schenking. De uitkomst daarvan is echter onduidelijk. Daarenboven vormde de benoeming van de eerste conservator ook voor discussies binnen de Ministerraad. Vooral een machtsstrijd tussen twee betrokken ministers lagen aan de basis van die spanningen. Ondanks die discussies was het uiteindelijk Georges Lockem die de eerste conservator werd en die functie dan ook bekleedde bij de opening van het kasteel-museum voor het publiek op 11 februari 2024.
Meer lezen

Bouwen Aan Een Actief Agrarisch Grond- En Pandenbeleid

Universiteit Gent
2024
Bart
Laridon
Deze thesis verkent en ontwikkelt een duurzaam en actief agrarisch-ruimtelijk beleid, gericht op het versterken en beschermen van de Vlaamse agrarische structuur tegen toenemende verstedelijking en niet-agrarisch ruimtegebruik. De studie identificeert zowel tekortkomingen in het huidige beleid als de belangrijkste uitdagingen voor de agrarische sector. Er werd onderzocht welke instrumenten ingezet kunnen worden in zo’n beleid. Dit resulteert in een prototype voor een actief agrarisch grond- en pandenbeleid. Hiermee formuleert het thesisonderzoek concrete oplossingen die het behoud en optimalisatie van de Vlaamse agrarische structuur kunnen ondersteunen. De aanbevelingen onderstrepen de urgentie voor een geïntegreerde beleidsvisie en -aanpak, waarin omgevings- en landbouwbeleid nauw worden afgestemd. De betrokkenheid van lokale en regionale overheden en andere stakeholders is cruciaal voor de succesvolle implementatie en effectiviteit van dit beleid.
Meer lezen

HET HOF VAN CASSATIE OVER HET LOT VAN ONRECHTMATIG BEWIJS IN CIVIELE ZAKEN: MISSION ACCOMPLISHED?

Vrije Universiteit Brussel
2023
Jory
Brabants D'Hooghe
Het Hof van Cassatie heeft zich in 2021 gebogen over het lot van onrechtmatig (verkregen) bewijs in zuiver privaatrechtelijke zaken (civiel recht). Net zoals in het strafrecht, besluit het Hof dat bewijsuitsluiting de uitzondering wordt en de feitenrechter met verschillende criteria en omstandigheden rekening moet houden.
Meer lezen

Pan-European News Media reporting on EU enlargement with Ukraine: a Frame Analysis comparing news articles by Politico Europe, Euractiv, Euronews and EUobserver in 2022-2023

Universiteit Gent
2023
Febe
De Brabanter
Oekraïne, een land vollop in oorlog, is sinds 2022 officieel kandidaat-lidstaat van de EU. Met welke bril kijken invloedrijke media hiernaar?
Meer lezen

Psycho-educatie rond trauma bij schoolgaande kinderen (6-12 jaar)

Hogeschool VIVES
2023
Naéla
Coolsaet
In deze bachelorproef is er onderzoek verricht naar het geven van psycho-educatie rond trauma aan schoolgaande kinderen. De doelstelling van dit onderzoek bestaat uit het ontwikkelen van een toolbox waarbij verschillende methodieken worden aangereikt.
Meer lezen

"Abeilles, poissons, gibier et animaux sauvages": de verhouding tussen dier, habitat en mens in Brabant tijdens de negentiende eeuw op basis van de Dictionnaire Géographique van Vandermaelen

Universiteit Gent
2023
Paulien
Daelman
Volgende scriptie onderzoekt of het mogelijk is om nieuwe referentiepunten te construeren betreffende de biodiversiteit van wilde dieren in Brabant tijdens de negentiende eeuw door een grotendeels onbekend bronnencorpus in de spotlights te zetten: de voorbereidende werken voor de Dictionnaire Géographique de Brabant van Vandermaelen en Meisser. Meer specifiek tracht ze de distributie, hoeveelheden, migratie en leefpatronen van wilde dieren in deze regio in interrelatie met de habitat en antropogene factoren te onderzoeken. Het doel is om vanuit deze nieuwe bron te vertrekken om te ontdekken wat hij kan bieden aan informatie over de fauna van Brabant.
Meer lezen

untprevalentie en geschiktheid van antimicrobiële therapie in Vlaams- Brabantse woonzorgcentra: Focus op urineweginfecties

KU Leuven
2023
Irem
Yener
  • Jade
    Vanderstraeten
  • Dries
    Kolacny
  • Jochen
    Tittillion
Deze thesis behoort tot de CAPTAIN (Check of APpropriaTeness of AntImicrobial therapy in Nursing homes) studie. Het doel van de CAPTAIN studie is het bepalen van de prevalentie en de geschiktheid van het gebruik van antimicrobiële geneesmiddelen binnen WZC’s. In deze thesis wordt gefocust op de prevalentie en geschiktheid van geneesmiddelen ter behandeling van UWI’s en de prevalentie van voedingssupplementen ter preventie of ter behandeling van UWI’s.
Meer lezen

De Sint-Rochuskerk (1925-1928) te Halle: een innovatieve betonbouw

Vrije Universiteit Brussel
2022
Bart
Pierreux
Deze masterproef onderzoekt de Sint-Rochuskerk in Halle (Vlaams-Brabant), een innovatieve betonbouw in België, gerealiseerd in 1928. De kerk werd met een complexe genese opgetrokken in het interbellum door de samenwerking van drie architecten. Ondanks haar innovatieve karakter werd de kerk nog niet eerder wetenschappelijk bestudeerd.
Meer lezen

STEAM onderwijs: Waar staan we vandaag in Vlaanderen?

Universiteit Hasselt
2022
Eva
Severens
STEM-onderwijs kennen we intussen allemaal, maar hoe zit het met STEAM? Hoe wordt STEAM vandaag de dag geïmplementeerd in het Vlaamse onderwijs? En wat is de meerwaarde van de A? In deze scriptie geven verschillende leerkrachten een zicht op de werking met STEAM in ons huidige scholenlandschap.
Meer lezen

Kleuters met weinig sociale wederkerigheid: van inzicht naar uitzicht (praktijkonderzoek in het ondersteuningsnetwerk Oost-Brabant)

AP Hogeschool Antwerpen
2022
Eleonora
Tilkin-Franssens
Steeds meer kleuters worden bij het ondersteuningsnetwerk aangemeld met een (gemotiveerd) verslag type 9 of doorverwezen naar het buitengewoon onderwijs. Het ondersteuningsnetwerk waar ik voor werk, is een inclusiemotor die tracht zoveel mogelijk kinderen binnen het gewoon onderwijs tot leren te laten komen binnen het draagvlak van de school.
In dit onderzoek wordt onderzocht hoe ondersteuners leerkrachten beter kunnen begeleiden bij het creëren van een klasomgeving waarin kleuters met weinig sociale wederkerigheid wel tot ontwikkeling kunnen komen en waarbij de leerkracht minder gevoelens van onmacht, stress en handelingsverlegenheid ervaart.
Door uit te zoeken hoe de normale ontwikkeling van een kleuter er uitziet op het domein van sociaal-emotionele ontwikkeling, sociaal-communicatieve ontwikkeling, taalontwikkeling en spelontwikkeling probeert dit onderzoek een manier te vinden om leerkrachten en ondersteuners meer inzicht in de ontwikkeling van hun specifieke kleuter te bieden. Vanuit dat inzicht wordt getracht om te komen tot een beter afgestemde omgeving, aanpak en aanbod naar de kleuter toe.
Dit onderzoek tracht hierbij een antwoord te geven op wat ondersteuners en leerkrachten nodig hebben om dit te kunnen verwezenlijken en wat het gevolg is van een korte interventie op de beleving van de band tussen de leerkracht en de kleuter.
Overkoepelende conclusies trekken was niet mogelijk, aangezien de steekproef te klein was. Er kan wel afgeleid worden dat het inzetten van ondersteuners om de ontwikkeling van het jonge kind beter te begrijpen een meerwaarde kan betekenen.
Daarnaast is het aanreiken van een manier om kinderen te observeren en zo hun ontwikkelingsniveau te bepalen in combinatie met het bepalen van hun beleving van en door anderen een manier om te weten te komen waar net op kan ingezet worden om hun ontwikkeling te stimuleren.
Het opstellen van kleine, haalbare activiteiten om aan de band tussen kleuter en leerkracht te werken terwijl er naar een duidelijk doel wordt toegewerkt, kan ondersteuners helpen om gerichter de leerkrachten te ondersteunen zodat de kleuter zijn/haar ontwikkeling ook wordt gestimuleerd buiten ondersteuningstijd.
Meer lezen

Intense handelsrelaties tussen de Noordzee en het Baltische Zeegebied: de weg van Vlaamse lakenloodjes

Vrije Universiteit Brussel
2021
Ingrid
De Weert
Vlaanderen was in de middeleeuwen en vroegmoderne periode een gerenommeerd gebied voor de productie en handel van laken. Lakenloodjes aangetroffen in het Baltische Zeegebied getuigen hier van. Deze loden merktekens zijn een dankbaar, maar complex hulpmiddel om de lakenhandel in een ander perspectief te bekijken.
Meer lezen

Hoe kan VOKA Vlaams-Brabant hybride werkvormen en nieuwe mobiliteitsmodi faciliteren om de tevredenheid van zijn werknemers te verhogen?

Erasmushogeschool Brussel
2021
Hannelore
Van Biesbroeck
In deze scriptie werd onderzocht of hybride werken en nieuwe mobiliteitsmodi, vanuit het charter baanbrekende werkgever, VOKA Vlaams-Brabant zou helpen om de werknemerstevredenheid te vergroten.
Meer lezen

Herbestemming Sint-Maartensberg

Universiteit Hasselt
2020
Nele
Hanssens
Ik wil met dit onderzoek het accent leggen op de erfgoedwaarde van het gebouw. De manifeste aanwezigheid van het verleden en tevens ook het geheugen van Sint-Maartensberg loopt als een rode draad doorheen mijn thesis.
Meer lezen

Welke verwachtingen stellen pleinverantwoordelijken naar hun animatoren op Vlaamse Gemeentelijke vakantiespeelpleinen?

Vrije Universiteit Brussel
2020
Celien
Goyvaerts
Dit onderzoek gaat over de werkdruk bij animatoren op Vlaamse Gemeentelijke speelpleinen. Vanwaar komt de werkdruk en hoe kunnen we hier als organisatie of als gemeenten mee omgaan?
Meer lezen

De effectiviteit van een mobile stroke unit in UZ Leuven

KU Leuven
2020
Arnout
Demarsin
In deze thesis wordt de impact van de invoer van een mobile stroke unit in UZ Leuven voor patiënten met een ischemische beroerte ingeschat. De meest ingrijpende invloedsfactoren op de effectiviteit van de mobile stroke unit zijn de drieminutenregel en de performantie van de nooddispatch. De gemiddelde tijdswinst tot behandeling voor beroertepatiënten in oost Vlaams-Brabant varieert sterk afhankelijk van de implementatiewijze van de mobile stroke unit.
Meer lezen

Gedrag succesvol veranderen

Hogeschool UCLL
2019
Sofie
Tirez
Vormingplus Oost-Brabant wil met haar werking mensen aanzetten tot gedragsverandering om zo te komen tot een duurzame, inclusieve, solidaire en democratische maatschappij. In het LAB-traject experimenteert ze met nabesprekingen na educatieve activiteiten over duurzame thema’s. In deze bachelorproef deed ik onderzoek naar hoe Vormingplus OostBrabant deelnemers door middel van deze nabesprekingen kan aanzetten tot het veranderen van hun gedrag. Ik ging op zoek naar de betekenis van gedragsverandering voor Vormingplus Oost-Brabant, naar succesfactoren van een nabespreking om gedragsverandering te bekomen, hoe een begeleider tijdens een nabespreking tot deze gedragsverandering kan bijdragen en wat de impact van zo een nabespreking op de deelnemers ervan is. Om dit te onderzoeken, deed ik een literatuurstudie, zes expertinterviews, een focusgroep met medewerkers van Vormingplus Oost-Brabant en een online enquête bij deelnemers aan activiteiten die gevolgd werden door een nabespreking. Ook deed ik beroep op mijn eigen observaties en ervaringen. Ik bekwam een reeks van praktische handvaten die Vormingplus Oost-Brabant en andere organisaties kunnen gebruiken om een nabespreking vorm te geven.
Meer lezen

Een hogere klanttevredenheid door een betere passenger flow op Luchthaven Oostende-Brugge

Odisee Hogeschool
2019
Thomas
De Spiegeleer
Een advies over hoe de passagiersbeleving op Luchthaven Oostende-Brugge kan verbeterd worden om zo de uiteindelijke klanttevredenheid te verhogen.
Meer lezen

Hoe beïnvloedt de kostprijs het vrijwillig engagement van jongeren die leiding zijn bij de Chiro? Een onderzoek bij Chirogroepen in het Gewest Zizo

Vrije Universiteit Brussel
2019
Charlotte
Pierreux
Chiro is de grootste jeugdbeweging uit Vlaanderen. De leiding die elke week klaar staat om de jongeren te begeleiden doet dit volledig vrijwillig. Echter blijkt uit de realiteit dat de leiding geconfronteerd wordt met extra kosten. Dit onderzoek wil bekijken wat de invloed is van deze kosten op het engagement van de leiding, door middel van zowel kwantitatief als kwalitatief onderzoek aan de hand van een online enquête, gevolgd door twee focusgesprekken. Om af te sluiten vond er een gesprek plaats met een expert van Chirojeugd Vlaanderen. Het onderzoek focust zich op de zeventien Chirogroepen binnen het Gewest Zizo, een verzameling van Chirogroepen uit Vlaams-Brabant.
De eerste onderzoeksvraag bekijkt wat de kostprijs is voor leiding, daarna wordt de invloed van deze prijs op het engagement bevraagd. Om af te sluiten wordt de mening van de leiding tegenover een mogelijke financiële vergoeding gevraagd.
Uit de resultaten blijkt dat de kostprijs van groep tot groep verschilt, met een variatie van 40 tot 400 euro. Deze kosten worden meestal betaald door de leiding zelf of hun ouders. De Chirogroepen mogen autonoom hun kostprijs bepalen, al hoopt Chirojeugd Vlaanderen dat deze prijzen toegankelijk blijven voor iedereen.
Als we kijken naar het toekennen van een vergoeding zijn de meningen verdeeld. Uit de survey blijkt dat 20 procent te vinden is voor een financiële beloning, 55 procent is geen voorstander. De overige 25 procent twijfelt aangezien een vergoeding ingaat tegen het vrijwillig engagement van Chiroleiding. Uit de focusgesprekken blijkt dat leiding liever een materiële beloning heeft dan een financiële, zoals een bedankingsdag of extra hulp vanuit de gemeente.
Na dit onderzoek kunnen we concluderen dat de kostprijs weldegelijk een invloed heeft op het engagement. Indien het bedrag te hoog zou oplopen, zal een deel van de jonge vrijwilligers afhaken en niet meer deelnemen aan de niet-verplichte activiteiten.
Meer lezen

(Standaard)nederlands: de sleutel tot integratie in Vlaanderen?

Universiteit Gent
2018
Ella
van Hest
'(Standaard)nederlands: de sleutel tot integratie in Vlaanderen?' is een sociolinguïstisch-etnografische studie naar de implementatie van het NT2-beleid bij volwassen nieuwkomers en de effecten ervan op hun interacties met moedertaalsprekers.
Meer lezen

Zot van drank! Syndroom van Korsakov ten gevolge van overmatig alcoholgebruik. Verpleegkundig handelen in de thuiszorg.

Thomas More Hogeschool
2018
Evelien
Wils
Wat is het Syndroom van Korsakov en hoe kunnen deze mensen geholpen worden om hun plaats in de maatschappij te behouden. Een e-learning werd gemaakt om de kennis hierover op te doen.
Meer lezen

"ik hebbe nog vergeeten te seggen dat..." Oraliteit in de reiskronieken van twee napoleontische soldaten

Vrije Universiteit Brussel
2018
Eline
Lismont
Reisverslagen van napoleontische soldaten zijn niet enkel inhoudelijk interessant. In deze masterscriptie dragen ze immers bij aan het reconstrueren van de Nederlandse taalgeschiedenis. Binnen het domein van de historische sociolinguïstiek trachten we de taal van de lagere maatschappelijke lagen in kaart te brengen, om zo een volledig beeld van de taalgeschiedenis te schetsen.
Meer lezen