(Standaard)nederlands: de sleutel tot integratie in Vlaanderen?

Ella van Hest
'(Standaard)nederlands: de sleutel tot integratie in Vlaanderen?' is een sociolinguïstisch-etnografische studie naar de implementatie van het NT2-beleid bij volwassen nieuwkomers en de effecten ervan op hun interacties met moedertaalsprekers.

Is Standaardnederlands de sleutel tot integratie in Vlaanderen?

“Dialectles bevordert integratie”, kopte een krantenartikel van 24 oktober 2017 in de jaarlijkse taalweek van De Standaard. Zoals wel vaker het geval is, stond die taalweek in het teken van taalvariatie. We lezen hoe taaltrainster Sofie Begine ervan overtuigd is dat anderstaligen naast de standaardtaal ook tussentaal of dialect aangeleerd moeten krijgen om hun integratie te bevorderen. Vanwaar dat pleidooi?

Standaardnederlands versus tussentaal

Wie in Vlaanderen komt wonen, moet ‘Nederlands als tweede taal’ (afgekort: NT2) leren. In principe leren anderstaligen in de klas Standaardnederlands. Buiten het NT2-klaslokaal spreken echter maar weinig Vlamingen Standaardnederlands en horen we het gebruik ervan bijna alleen maar bij nieuwslezers, radiopresentatoren en leerkrachten Nederlands. Dat wil niet zeggen dat Vlamingen alleen maar dialect spreken. Dialecten komen zeker nog voor, maar wat de laatste decennia steeds vaker hoorbaar is in Vlaanderen, is tussentaal. Taalkundigen gebruiken ‘tussentaal’ als parapluterm voor elk soort taalgebruik dat niet tot een dialect behoort, maar dat ook niet kan worden gezien als standaardtaal. Tussentaal ligt met andere woorden letterlijk ‘tussen’ Standaardnederlands en dialect omdat het ingrediënten bevat van allebei. Door de dialectische ingrediënten kan tussentaal nogal verschillen van regio tot regio. Zo kunnen we spreken van Oost-Vlaamse tussentaal, Brabantse tussentaal enzovoort. Dé tussentaal bestaat dus niet, maar tegelijkertijd zijn er aanwijzingen dat tussentaalvariëteiten uit verschillende regio’s steeds meer naar elkaar toegroeien. Zo zeggen een heleboel Vlamingen ‘gij’ en ‘u’ in plaats van ‘jij’ en ‘jou’ en hebben ze het over een ‘boekske’ en een ‘stukske’ in plaats van een ‘boekje’ en een ‘stukje’. Ook laten ze vaak de t-klank aan het einde van een woord weg, denk maar aan zinnetjes als “Wa was da?” of “Da mag nie”.

De aanwezigheid van tussentaal in Vlaanderen wordt door sommige taalkundigen gezien als een gevolg van de standaardiseringsijver in de media tijdens de jaren 50 en 60 van de twintigste eeuw. Met allerlei taalzuiveringsprogramma’s en -rubrieken op televisie en in kranten moesten de Vlamingen ‘beschaafd’ leren spreken. In de negentiende eeuw had men namelijk beslist om het Standaardnederlands van onze noorderburen over te nemen als taalnorm, in plaats van een standaardtaalnorm te creëren op basis van bestaande Vlaamse dialecten. Dat had tot gevolg dat de Vlamingen als het ware plots een vreemde taal moesten leren. In dat leerproces zijn ze steeds meer afgestapt van hun dialecten, maar hebben ze nooit de vooropgestelde ‘perfectie’ van het Standaardnederlands kunnen (of willen) bereiken. Het resultaat: tussentaal. Uit onderzoek blijkt dat tussentaal niet alleen voorkomt in informele en regionale contacten, maar dat Vlamingen het ook spreken in contexten waar vroeger enkel Standaardnederlands gepast was. Denk maar aan interviews en televisieprogramma’s, maar ook aan het onderwijs. Veel taalkundigen en politici wijzen tussentaal echter sterk af, ondanks de alomtegenwoordigheid ervan.

Weinig bewustzijn, weinig onderzoek

Doordat tussentaal zo vaak voorkomt, is het niet ondenkbaar dat anderstaligen het moeilijk kunnen hebben om Vlamingen buiten het klaslokaal te verstaan. Toch staan beleidsmakers nauwelijks stil bij het fenomeen. Bovendien beperken de schaarse aanwijzingen van een problematiek zich voornamelijk tot anekdotes, gesprekken met NT2-leerkrachten en -cursisten en kleinschalige enquêtes. Er is nauwelijks uitgebreid wetenschappelijk onderzoek naar gevoerd. Tot nu. In een gedetailleerde casestudy observeerden we gedurende twee weken een NT2-klas in Gent en maakten we met een microfoontje bij vier NT2-cursisten uit die klas opnames van gesprekken met moedertaalsprekers Nederlands buiten de klas. We interviewden ook de vier participanten. Het doel van de studie was om na te gaan hoe het taalbeleid lokaal wordt toegepast en welke gevolgen dat heeft op hoe anderstaligen mondeling communiceren met Vlamingen.

Klaslokaal versus realiteit

Uit het onderzoek binnen de klas is gebleken dat taalvariatie nauwelijks expliciet aan bod kwam tijdens de lessen. De cursisten in de klas zeiden wel dat ze moeite hadden met het taalgebruik van Vlamingen en er graag meer over zouden leren. Een duidelijk taalbeleid binnen de school is er niet: hoewel er in principe Standaardnederlands moet worden onderwezen, vindt de directie het zinvol dat leerkrachten ook aandacht hebben voor niet-Standaardnederlands. Veel leerkrachten in de school geven hun studenten bovendien informatie over niet-Standaardnederlands in hun lessen, maar doen dat elk op hun eigen manier. Zowel de cursisten als de leerkrachten in het onderzoek vonden het enkel nuttig om niet-Standaardnederlands te leren begrijpen, maar niet om het zelf te leren spreken.

Uit het onderzoek buiten de klas is dan weer gebleken dat niet-Standaardnederlands inderdaad een struikelblok vormt. Zo was er Farideh, die tijdens haar vrijwilligerswerk in een basisschool leerkrachten en kinderen niet goed verstond als ze met een sterke Oost-Vlaamse tongval spraken. Olivia verstond dan weer haar gesprekspartner niet omdat die erg Gents sprak. De andere twee participanten zeiden in hun interview dat ze moeite hebben om Nederlands te verstaan dat afwijkt van de norm. Daarnaast zagen we in het onderzoek echter ook dat er nog andere redenen zijn waarom de participanten hun Nederlandstalige gesprekspartners niet verstonden. Zo gebruikten de Vlamingen soms woordenschat die de anderstaligen (nog) niet kenden of spraken ze soms (te) snel.

Het gebruik van dialect of tussentaal door Vlamingen is dus niet de enige, maar wel een belangrijke oorzaak van communicatiemoeilijkheden voor anderstaligen. Bovendien zagen we dat er in de gesprekken veel niet-standaardtalige elementen voorkwamen die niet zozeer tot een dialect maar wel tot tussentaal behoorden. Het ging om vaak terugkerende kenmerken, waardoor we ons zouden kunnen afvragen of het misschien nuttig is om anderstaligen een paar van die kenmerken aan te leren. In de opgenomen gesprekken kwamen echter ook heel wat regionale kenmerken terug die slechts in bepaalde gebieden in Vlaanderen voorkomen.

We weten dus dat niet-Standaardnederlands in de NT2-lessen vaker aan bod komt dan de richtlijnen doen vermoeden, maar we zien ook dat dat erg zelden gebeurt en op een ongestructureerde manier. Tegelijkertijd zien we dat de vier geobserveerde anderstaligen buiten de klas in contact komen met niet-standaardtalig taalgebruik van Vlamingen en daar moeite mee hebben. Het pleidooi van Sofie Begine komt dus niet uit het niets. Maar als we willen weten of en hoe het in de praktijk haalbaar is om anderstaligen het reële, tussentalige taalgebruik van Vlamingen bij te brengen in de NT2-klas, is er nog veel meer onderzoek nodig.

Bibliografie

Bibliografie

Absillis, K. (2012). Taal tussen tuin en wildernis: een aanzet tot een historisch-discursieve analyse van het Vlaamse tussentaaldebat. In K. Absillis, J. Jaspers, & S. Van Hoof (Red.), De manke usurpator: over Verkavelingsvlaams (pp. 67–97). Gent: Academia Press.

Absillis, K., Jaspers, J., & Van Hoof, S. (Red.). (2012a). De manke usurpator: over Verkavelingsvlaams. Gent: Academia Press.

Absillis, K., Jaspers, J., & Van Hoof, S. (2012b). Inleiding. In K. Absillis, J. Jaspers, & S. Van Hoof (Red.), De manke usurpator: over Verkavelingsvlaams (pp. 3–35). Gent: Academia Press.

Allan, K. (2016). Going beyond language: Soft skill-ing cultural difference and immigrant integration in Toronto, Canada. Multilingua, 35(6), 617–647. https://doi.org/10.151

Allwood, J., & Abelar, Y. (1984). Lack of understanding, misunderstanding and language acquisition. In G. Extra & M. Mittner (Red.), Proceedings of the AILA-Conference in Brussels 1984. Brussel.

Auer, P. (2005). Europe’s sociolinguistic unity, or: A typology of European dialect/standard constellations. In N. Delbecque, J. van der Auwera, & D. Geeraerts (Red.), Perspectives on Variation: Sociolinguistic, Historical, Comparative (pp. 7–42). Berlijn ; New York: Mouton de Gruyter.

Begine, S. (2017, oktober 31). De resultaten van onze enquête bij 294 NT2-leerkrachten. Geraadpleegd 7 december 2017, van https://www.goestingintaal.com/blog/de-resultaten-van-onze-enquete-bij-…

Blommaert, J., & Dong, J. (2010). Ethnographic fieldwork: a beginner’s guide. Tilburg University.

Bolten, A. (2004). “Zedde zot!”: Vlaamse inburgeringscursisten struikelen over tussentaal. Onze Taal, 73(9), 237–238.

Bourgeois, G. (2009). Beleidsnota 2009-2014. Inburgering en Integratie. Brussel: Vlaams Ministerie van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand. Geraadpleegd van https://www.vlaamsparlement.be/parlementaire-documenten/parlementaire-i…

Buurtmonitor Stad Gent. (2016). Bevolking van buitenlandse herkomst. Geraadpleegd van https://gent.buurtmonitor.be/dashboard/Nationaliteit-en-herkomst/Bevolk…

Chertkovskaya, E., Watt, P., Tramer, S., & Spoelstra, S. (2013). Giving notice to employability. Ephemera, 13(4), 701–716.

Cook-Gumperz, J., & Gumperz, J. J. (2011). Frames and Contexts: Another Look at the Macro-Micro Link. Pragmatics, 21(2), 283–286.

Crevits, H. (2014). Beleidsnota 2014-2019. Onderwijs. Brussel: Vlaams Ministerie van Onderwijs. Geraadpleegd van https://www.vlaanderen.be/nl/publicaties/detail/beleidsnota-2014-2019-o…

De Caluwe, J. (2009). Tussentaal wordt omgangstaal in Vlaanderen. Nederlandse Taalkunde, 14(1), 8–25.

De Caluwe, J. (2012). Deletie van tussentaal: de kloof tussen het taalbeleid en de taalpraktijk op school. In De manke usurpator: over Verkavelingsvlaams (pp. 101–122). Gent: Academia Press.

De Caluwe, J., Delarue, S., Ghyselen, A.-S., & Lybaert, C. (Red.). (2014). Tussentaal: over de talige ruimte tussen dialect en standaardtaal in Vlaanderen. Gent: Academia Press.

De Decker, B. (2014). De chattaal van Vlaamse tieners: een taalgeografische analyse van Vlaamse (sub)standaardiseringsprocessen tegen de achtergrond van de internationale chatcultuur. Universiteit Antwerpen, Antwerpen.

De Niel, H., Devlieger, M., Lambrechts, D., Mertens, E., Meulewaeter, M., Steverlynck, C., & Van Nooten, M.-R. (2016). OP(-)MAAT: Een onderzoek naar de behoeftedekkendheid en de behoeftegerichtheid van het NT2-aanbod in Vlaanderen. Brussel: Vlaamse Overheid. Geraadpleegd van https://www.vlaanderen.be/nl/publicaties/detail/op-maat

De Sutter, G., Grondelaers, S., & Delarue, S. (2017, november 13). Het verkrampte standaardtaalideaal. MO. Geraadpleegd van https://www.mo.be/opinie/het-verkrampte-standaardtaalideaal

De Vreese, W. (1899). Gallicismen in het Zuidnederlandsch: proeve van taalzuivering. Gent: Siffer.

Debrabandere, F. (2005). Het echec van de ABN-actie in Vlaanderen. Nederlands van Nu, 53, 27–31.

Del Percio, A., & Van Hoof, S. (2017). Enterprising Migrants: Language and the Shifting Politics of Activation. In M.-C. Flubacher & A. Del Percio (Red.), Language, Education and Neoliberalism: Critical Studies in Sociolinguistics. Multilingual Matters.

Delarue, S. (2012). Met open vizier: meer aandacht voor taalvariatie in media en onderwijs in Vlaanderen. Over Taal, 51(1), 20–21.

Delarue, S. (2016). Bridging the policy-practice gap: how Flemish teachers’ standard language perceptions navigate between monovarietal policy and multivarietal practice. Universiteit Gent, Gent.

Devos, M., & Vandekerckhove, R. (2005). West-Vlaams. Tielt: Lannoo.

Deygers, B., Van den Branden, K., & Van Gorp, K. (2017). University entrance language tests: A matter of justice. Language Testing, 0(0), 1–28. https://doi.org/10.1177/0265532217706196

 Diepeveen, J., & Hüning, M. (2013). Tussentaal als onderwerp van (vreemdetalen)onderwijs: een buitenlands perspectief. Ons Erfdeel, 4, 82–89.

Duranti, A. (2003). Language as culture in US anthropology. Current Anthropology, 44(3), 323–347. https://doi.org/10.1086/368118

Europese Commissie, & Directoraat-General Communicatie. (2014). De Europese Unie in het kort: onderwijs, opleiding, jeugd en sport. Luxemburg: Bureau voor publicaties van de Europese Unie. Geraadpleegd van https://europa.eu/european-union/topics/education-training-youth_nl

Flubacher, M.-C., & Yeung, S. (2016). Discourses of integration: Language, skills, and the politics of difference. Multilingua, 35(6), 599–616. https://doi.org/10.1515

Geeraerts, D. (1998). VRT-Nederlands en soap-Vlaams. Nederlands van Nu, 46, 75–77.

Ghyselen, A.-S. (2016). Verticale structuur en dynamiek van het gesproken Nederlands in Vlaanderen: een empirische studie in Ieper, Gent en Antwerpen. Universiteit Gent, Gent.

Grondelaers, S., & Lybaert, C. (2017). Bepaalt wat we denken en voelen over taal ook wat we doen in taal? Percepties, attitudes, evaluaties, en hun omkaderende ideologieën in het (Belgische) Nederlands. In G. De Sutter (Red.), De vele gezichten van het Nederlands in Vlaanderen. Een inleiding tot de variatietaalkunde (pp. 163–181). Gent: Acco.

Grondelaers, S., Van Gent, P., & Lybaert, C. (2017). VRT-Dutch is (not) dead (yet): on the omnipotence of zombie standards. Gepresenteerd bij Sociolinguistics Circle, Tilburg: Universiteit Tilburg.

Grondelaers, S., & van Hout, R. (2011). The standard language situation in the Low Countries: top-down and bottom-up variations on a diaglossic theme. Journal of Germanic Linguistics, 23(3), 199–243.

Grondelaers, S., van Hout, R., & van Gent, P. (2016). Destandardization is not destandardization: Revising standardness criteria in order to revisit standard language typologies in the Low Countries. Taal & Tongval, 68(2), 119–149. https://doi.org/105117

Hendrickx, R. (1998, juli 17). VRT-taalcharter. Geraadpleegd van https://taal.vrt.be/taalcharter

Hertmans, S. (2012, augustus 31). Onzin, onzinnig en onzindelijk. De Standaard, p. 20.

Hiligsmann, P. (2010). ), Moet Algemeen Nederlands nog steeds als norm fungeren voor het NVT-onderwijs in Franstalig België? In E. Hendrickx, K. Hendrickx, W. Martin, H. Smessaert, W. Van Belle, & J. Van der Horst (Red.), Liever meer of juist minder? Over normen en variatie in taal. (pp. 215–229). Gent: Academia Press.

Homans, L. (2014). Beleidsnota 2014-2019. Integratie en Inburgering. Brussel: Vlaams Ministerie van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding. Geraadpleegd van https://www.vlaanderen.be/nl/publicaties/detail/beleidsnota-2014-2019-i…

Homans, L. (2016). Uitbouw van een slagkrachtig NT2-beleid. Conceptnota. Brussel: Vlaams Ministerie van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Wonen, Gelijke Kansen en Armoedebestrijding. Geraadpleegd van https://www.vlaanderen.be/nl/publicaties/detail/uitbouw-van-een-slagkra…

Houthuys, A. (2017, oktober 24). Dialectles bevordert integratie. De Standaard. Geraadpleegd van http://www.standaard.be/cnt/dmf20171023_03149445

Jaspers, J. (2001). Het Vlaamse stigma: over tussentaal en normativiteit. Taal & Tongval, 53(2), 129–153.

Jaspers, J. (2007). Algemeen Nederlands in interactie op een stedelijke school. In D. Sandra, R. Rymenans, P. Cuvelier, & P. Van Petegem (Red.), Tussen taal, spelling en onderwijs: essays bij het emeritaat van Frans Daems (pp. 59–69). Gent: Academia Press.

Jaspers, J. (Red.). (2009). De klank van de stad: stedelijke meertaligheid en interculturele communicatie (1. dr). Leuven: Acco.

Kind en Gezin. (2017). Borelingen naar meest voorkomende talen tussen moeder en kind Vlaams gewest. Geraadpleegd van https://www.kindengezin.be/cijfers-en-rapporten/cijfers/taal-en-nationa…

Kuppens, A., & De Houwer, A. (2003). Dialect is niet voor kinderen: attitudes tegenover Standaardnederlands en dialect in kindgerichte spraak. In T. Koole, J. Nortier, & B. Tahitu (Red.), Artikelen van de Vierde Sociolinguïstische Conferentie (pp. 268–276). Delft: Eburon.

Lønsmann, D. (2014). Linguistic diversity in the international workplace: Language ideologies and processes of exclusion. Multilingua, 33(1–2), 89–116. https://doi.org/10.1515/multi-2014-0005

Lybaert, C. (2014). Het gesproken Nederlands in Vlaanderen: percepties en attitudes van een spraakmakende generatie. Universiteit Gent, Gent.

Lybaert, C. (2016). Moet tussentaal een (grotere) plaats krijgen in lessen Nederlands voor nieuwkomers? Over Taal, 55(3), 6–8.

Lybaert, C. (2017). A direct discourse-based approach to the study of language attitudes: the case of tussentaal in Flanders. Language Sciences, 59, 93–116. https://doi.org/10.1016/j.langsci.2016.09.002

 Lybaert, C., & Delarue, S. (2017a). ’k Spreek ekik ver altijd zo: over de opmars van taalvariatie in Vlaanderen. In G. De Sutter (Red.), De vele gezichten van het Nederlands in Vlaanderen. Een inleiding tot de variatietaalkunde (pp. 142–162). Gent: Acco.

Lybaert, C., & Delarue, S. (2017b). Stereotypes and attitudes in a pluricentric language area: the case of Belgian Dutch. In G. Stickel (Red.), Contributons to the EFNIL Conference 2016 in Warsaw. Budapest: Research Institute for Linguistics - Hungarian Academy of Sciences.

Meert, H. (1899). Onkruid onder de tarwe. Gent: Siffer.

Milroy, J., & Milroy, L. (1987). Authority in language: investigating language prescription and standardisation. London: Routledge & Kegan Paul.

Noppe, J., Vanweddingen, M., Doyen, G., Stuyck, K., Feys, Y., & Buysschaert, P. (2018). Vlaamse migratie- en integratiemonitor 2018. Brussel: Agentschap Binnenlands Bestuur. Geraadpleegd van https://www.vlaanderen.be/nl/publicaties/detail/vlaamse-migratie-en-int…

Rampton, B., Maybin, J., & Roberts, C. (2014). Methodological foundations in linguistic ethnography. In J. Snell, S. Shaw, & F. Copland (Red.), Linguistic Ethnography: Interdisciplinary Explorations.

Rosiers, K., Van Lancker, I., & Delarue, S. (in druk). Beyond the traditional scope of translanguaging: comparing translanguaging practices in Belgian multilingual and monolingual classroom contexts. Language & Communication.

Rys, K., & Taeldeman, J. (2007). Fonologische ingrediënten van Vlaamse tussentaal. In D. Sandra, R. Rymenans, P. Cuvelier, & P. Van Petegem (Red.), Tussen taal, spelling en onderwijs: essays bij het emeritaat van Frans Daems (pp. 1–9). Gent: Academia Press.

Rys, K., van der Meulen, M., Hinskens, F., Van der Gucht, F., De Caluwe, J., Heeringa, W., & van der Peet, M. (2017). Staat van het Nederlands: over de taalkeuzes van Nederlanders en Vlamingen in  het dagelijks leven. Taalunie. Geraadpleegd van http://taalunieversum.org/sites/tuv/files/downloads/Staat_van_het_Neder…

Smet, P. (2011). Samen taalgrenzen verleggen. Conceptnota. Brussel: Vlaams Ministerie van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel. Geraadpleegd van https://coc.be/files/publications/.175/20110722%20talennota%20Smet.pdf

Taeldeman, J. (2005). Oost-Vlaams. Tielt: Lannoo.

Taeldeman, J. (2008). Zich stabiliserende grammaticale kenmerken in Vlaamse tussentaal. Taal & Tongval, 60(1), 26–50.

Timmermans, B. (2008). Klink klaar: uitspraak- en intonatiegids voor het Nederlands. Leuven: Davidsfonds/Leuven.

Van de Poel, K., & Teuwen, Z. (2000). Onkruid in mijn tuin: intensieve cursus Antwerps - intensieve cursus Nederlands? In S. Gillis, J. Nuyts, & J. Taeldeman (Red.), Met taal om de tuin geleid: een bundel opstellen voor Georges De Schutter ter gelegenheid van zijn pre-emiritaat (pp. 351–363). Antwerpen: Universitaire Instelling Antwerpen.

Van der Horst, J. (2008). Het einde van de standaardtaal: een wisseling van Europese taalcultuur. Amsterdam: Meulenhoff.

Van Hoof, S. (2015). Feiten en fictie: een sociolinguïstische analyse van het taalgebruik in fictiereeksen op de Vlaamse openbare omroep (1977-2012). Gent: Academia Press.

Van Hoof, S. (2016). Knowing the ins and outs of linguistic standardization: enregisterment of standard Dutch and dialect in late 1970s Flemish TV fiction. In G. Rutten & K. Horner (Red.), Metalinguistic Perspectives on Germanic Languages: European Case Studies from Past to Present (Vol. 4, pp. 131–156). Oxford: Peter Lang.

Van Hoof, S., & Jaspers, J. (2012). Hyperstandaardisering. Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde, 128(1), 97–125.

Van Istendael, G. (1989). Het Belgisch labyrint: de schoonheid der wanstaltigheid (2e druk). Amsterdam: Arbeiderspers.

Van Istendael, G. (2012, augustus 30). Geert van Istendael: Dad ambetant Schoo Vlaams, da stom Abeejen. De Morgen, p. 21.

Van Lancker, I. (2017). Een linguïstisch-etnografische analyse van het hedendaags gesproken Nederlands in een Oost-Vlaamse secundaire school. Universiteit Gent, Gent.

Van Veen, C., van Kampen, H., Olijhoek, V., & Stumpel, R. (Red.). (2012). Uitspraaktrainer in de les: uitspraakverbetering voor anderstaligen. Amsterdam: Boom.

Vandenbroucke, F. (2007). De lat hoog voor talen in iedere school: goed voor de sterken, sterk voor de zwakken. Brussel: Vlaams Ministerie van Onderwijs en Werk. Geraadpleegd van http://www.coc.be/files/publications/.88/talenbeleidsnota_.pdf

Vandenbussche, W. (2010). Standardization through the media: the case of Dutch in Flanders. In P. Gilles, J. Scharloth, & E. Ziegler (Red.), Variatio delectat: Empirische Evidenzen und theoretische Passungen sprachlicher Variation (für Klaus J. Mattheier zum 65. Geburtstag) (pp. 309–322). Frankfurt am Main: Peter Lang Verlag.

Vanhecke, N. (2010, oktober 18). ‘Migrant leert Nederlands niet in de klas’. De Standaard. Geraadpleegd van http://www.standaard.be/cnt/t230u6c8

Varonis, E. M., & Gass, S. M. (1985). Miscommunication in Native/Nonnative Conversation. Language in Society, 14(3), 327–343.

Verhulst, D. (2012, augustus 31). Het volk dat Nederlands weigert te leren. De Morgen, p. 21.

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. (2014). Opleiding Nederlands tweede taal. Richtgraad 1. Geraadpleegd van http://www.nt2020.be/sites/default/files/Nederlands-tweede-taal-Richtgr…

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. (2014). Opleiding Nederlands tweede taal. Richtgraad 2. Geraadpleegd van http://www.nt2020.be/sites/default/files/Nederlands-tweede-taal-Richtgr…

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. (2014). Opleiding Nederlands tweede taal. Richtgraad 3. Geraadpleegd van http://www.nt2020.be/sites/default/files/Nederlands-tweede-taal-Richtgr…

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. (2014). Opleiding Nederlands tweede taal. Richtgraad 4. Geraadpleegd van http://www.nt2020.be/sites/default/files/Nederlands-tweede-taal-Richtgr…

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. (2016). Leerlingenkenmerken in het Nederlandstalig onderwijs naar gemeente woonplaats. Schooljaar 2015-2016. Geraadpleegd van https://onderwijs.vlaanderen.be/nl/rapporten-op-gemeenteniveau-woonplaa…

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. (2017). Leerlingenkenmerken basis- en secundair onderwijs. Geraadpleegd van http://dataloep-publiek.vlaanderen.be/QvAJAXZfc/notoolbar.htm?document=…

Vlaamse Onderwijsraad. (2015). Knelpuntennota NT2. Geraadpleegd van https://www.vlor.be/advies/knelpuntennota-nt2-0

Voionmaa, K. (1984). Lexikal overföring och rationaletet. In Papers presented to the 4th Scandinavian Conference on Bilinguism. Uppsala.

Zinzen, W. (2017, november 3). Leer je talen, vreemdeling! MO. Geraadpleegd van https://www.mo.be/column/vreemdeling-talen-leren

Universiteit of Hogeschool
Master of Arts in het Tolken (Nederlands-Duits-Spaans)
Publicatiejaar
2018
Promotor(en)
Chloé Lybaert
Kernwoorden