Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Mapping and understanding farmers’ responses to gully-induced problems in the Abaya-Chamo Sub-Basin, Southern Ethiopia

KU Leuven
2026
Jeanne
Vandenbrande
Gully erosion threatens the livelihoods of rural farmers by causing direct cropland loss and reducing agricultural productivity. In the Shafe catchment of southern Ethiopia, smallholder farmers facing severe food insecurity have implemented gully interventions (GIs) to counter this land degradation. Yet the spatial distribution of these GIs remains highly uneven. This study investigates which GIs have been implemented, what drives their adoption, and whether this adoption has spread as a diffusion process over time.

To investigate GI adoption, fieldwork was conducted across two rural administrative units in the Shafe catchment. GI presence was mapped for 751 gullies based on field observations and drone surveys. Additionally, a household survey of 178 farmers was conducted, providing socio-economic and perceptual data of the farmers, their plots and their gullies. Variables were tested through univariate screening and logistic regression models. Finally, spatial clustering and spatio-temporal modelling were used to investigate the adoption of GIs over time.

Results indicate that GIs in the Shafe catchment are dominated by loose rock check dams and banana plantations. Conservation and economic motivations drive farmers to combine these interventions, since they promote gully stabilisation through sediment infilling while simultaneously creating additional agricultural opportunities on the gully floor. Field observations identified at least one GI in 18% of mapped gullies, with treated gullies being larger and located closer to roads and settlements.

The household survey, capturing individual farmer decisions across multiple gullies, suggests 48% of farmer-reported gullies have been treated at some point. Farmers across the study area share a broadly similar subsistence-oriented profile. With 88% of the farmers having implemented at least one GI somewhere on their land, motivation is near-universal. The central question is therefore not who adopts, but where: farmers preferentially treat gullies that are accessible, on productive plots close to the homestead, exclusively owned, and perceived as severely impacted. Adoption likelihood is slightly higher for farmers exclusively dependent on agriculture and those with sufficient economic surplus. Predictive models based on spatial variables and socio-economic variables provide a step towards a practical targeting framework.

This study also presents one of the first attempts to diffusion analysis for gully interventions. GI adoption shows significant spatial clustering. A weak but detectable diffusion effect suggesting that farmers are more likely to adopt GI when neighbouring farmers have done so in prior years, pointing to informal knowledge spreading. However, data limitations remain substantial and further research should confirm this with more complete data.
Meer lezen

Water Dichter, een metabool ontwerp voor een zwembare Roosterbeek

Universiteit Hasselt
2026
Jilles
van der Linde
Deze masterscriptie onderzoekt de grens tussen lichaam en water, door een kleine waterloop als zwembaar te benaderen. Waterlopen werden in Vlaanderen lang beschouwd als infrastructuur, hygiënisch risico of juridische last, waardoor de directe lichamelijke ervaring van water uit het dagelijks leven verdween. De laatste jaren ontstaat een voorzichtige kentering die buitenzwemmen opnieuw op de politieke agenda heeft gezet. Binnen die context onderzoekt deze scriptie onder welke ruimtelijke, ecologische en lichamelijke voorwaarden een kleine, waterloop opnieuw zwembaar kan worden, en hoe een ontwerp deze voorwaarden in één samenhangend systeem kan brengen.

De Roosterbeek in Midden-Limburg dient als case. Het onderzoek combineert een lichamelijke verkenning van de beek, gesprekken met experts uit waterbeheer en ecologie, een literatuurstudie naar zwembeleid en de fenomenologische omgang met water, en ontwerpend onderzoek waarin de bevindingen ruimtelijk worden getoetst. De analyse brengt verschillende obstakels voor zwembaarheid naar voren. De beek is op meerdere plekken ingebuisd, snijdt zich steeds dieper in door versnelde afvoer, en wordt bij regen vervuild door een riooloverstort. Deze problemen zijn niet apart oplosbaar; ze vragen om een aanpak die ecologie, infrastructuur en lichamelijke beleving samenbrengt.

Het ontwerp Water Dichter vertaalt deze inzichten in een sequentie van ingrepen waarin elk obstakel niet wordt weggewerkt maar omgekeerd. Rioolslib wordt warmte, buizen worden constructies, vervuild water wordt gezuiverd en gevierd. Het ontwerp positioneert zwembaarheid als ontwerpcriterium en zorg, die uit lichamelijk contact ontstaat, als ontwerpvoorwaarde. Daarmee biedt het een aanpak voor de herdenking van vergelijkbare kleine waterlopen in Vlaanderen.
Meer lezen

BURN-OUT BIJ VROEDVROUWEN IN HET ZIEKENHUIS Impact op de kwaliteit van de zorg, preventie en re-integratie

Arteveldehogeschool Gent
2025
Camille
Hendrickx
Burn-out onder vroedvrouwen in ziekenhuizen vormt een groeiend probleem dat niet alleen het welzijn van de zorgverleners bedreigt, maar ook de kwaliteit van de verstrekte zorg significant vermindert. Deze bachelorproef onderzoekt de impact van burn-out op vroedvrouwen en de directe en indirecte gevolgen voor de patiëntenzorg. Centraal staat de vraag: Welke maatregelen kunnen de impact van burn-out bij vroedvrouwen op de kwaliteit van de zorg verkleinen? Door een uitgebreide literatuurstudie en analyse van bestaande preventie- en re-integratiestrategieën wordt een overzicht geboden van effectieve interventies op micro-, meso- en macroniveau. Daarnaast wordt een preventiebrochure ontwikkeld, gericht op vroedvrouwen en hun leidinggevenden, met praktische tips voor vroegtijdige herkenning en zelfzorg. Uit de bevindingen blijkt dat factoren zoals werkdruk, emotionele belasting en persoonlijke kenmerken bijdragen aan de ontwikkeling van burn-out. Daarnaast worden de negatieve gevolgen voor de zorgkwaliteit benadrukt, waaronder verminderde empathie, toename in fouten en een hogere intentie om het beroep te verlaten. Het belang van preventieve maatregelen en ondersteuning is evident om de veerkracht van vroedvrouwen te versterken en de zorgstandaard te waarborgen. Concluderend onderstrepen de resultaten dat een holistische aanpak, gericht op zowel preventie als re-integratie, essentieel is om burn-out te voorkomen en de continuïteit en kwaliteit van de verloskundige zorg te garanderen.
Meer lezen

Why Architects Wear Prada

Universiteit Gent
2025
Mira
Nietvelt
Flagship fashion stores zijn geëvolueerd van eenvoudige commerciële ruimtes tot meeslepende omgevingen waarin architectuur bepaalt hoe mode wordt ervaren, herinnerd en begrepen. Deze thesis onderzoekt hoe ruimtelijk ontwerp bijdraagt aan merkidentiteit door retail te transformeren tot een zintuiglijke en culturele ervaring. Via materiaalkeuze, licht, circulatie en sfeer fungeert architectuur als een narratief medium dat gedrag stuurt en betekenis versterkt.

Ondanks hun prominente aanwezigheid worden modieuze retailruimtes vaak over het hoofd gezien in academische architectuurprogramma’s. Dit onderzoek vult dat gat door flagship stores, ontworpen door architecten, te analyseren als scenografische platforms die storytelling verbinden met ruimtelijke beleving. Het volgt de ontwikkeling van meeslepende flagship-architectuur vanaf OMA’s Prada Epicenter (2001) in New York tot recente casestudy’s in Londen, Tokio, Parijs en Miami.

De methodologie combineert theoretisch onderzoek, het opstellen van een historische tijdslijn en veldwerk op locatie. Persoonlijke bezoeken en zintuiglijke observatie voeden de analyse van hoe ruimte emoties oproept, merkwaarden uitdrukt en gebruikerservaringen vormgeeft.

De bevindingen laten zien dat deze modespecifieke ruimtes de grenzen vervagen tussen publiek en privé, spektakel en intimiteit, economie en cultuur. Ze maken duidelijk dat architectuur niet ondergeschikt is aan mode, maar integraal deel uitmaakt van haar uitdrukking. Door identiteit te ensceneren en emotionele betrokkenheid uit te lokken, herdefiniëren flagship stores wat het betekent om te ontwerpen voor consumptie. De thesis pleit voor hun opname in architectuurtheorie als cruciale plekken waar culturele, symbolische en ervaringsgerichte krachten samenkomen.
Meer lezen

Uitwerken van een sensibiliseringscampagne voor studenten en personeelsleden van de Associatie Universiteit-Hogescholen Limburg richting een duurzame modal shift

Universiteit Hasselt
2024
Seppe
Van Springel
  • Myrthe
    Bouckaert
De masterthesis richt zich op het realiseren van een duurzame gedragsverandering bij studenten en personeelsleden van de Associatie Universiteit-Hogescholen Limburg (AUHL), bestaande uit de onderwijsinstellingen PXL, UCLL en UHasselt. Het doel is om autoverplaatsingen te verminderen, duurzame vervoersmodi te stimuleren en parkeer- en verkeersproblemen rond de campussen te voorkomen. De centrale onderzoeksvraag is hoe strategische communicatie campusbeleidsmaatregelen kan inzetten om duurzame verplaatsingsgedragingen te bevorderen. De masterthesis combineert een literatuurstudie over het COM-B model met gedragsveranderingsstrategieën, traditionele en moderne communicatiemethoden, en technologische toepassingen. Het onderzoek omvat een analyse van COM-B componenten, uienschillen en kleurtabellen, campagnetijdlijnen en strategische communicatie. Dit biedt inzicht in het creëren van effectieve boodschappen en het beter afstemmen van communicatiestrategieën op studenten en personeel, wat de kans op succesvolle gedragsverandering vergroot.
Meer lezen

Frivoliteit en moderniteit. Parasols in de lange 19de eeuw: een analyse van de collecties van het Museum Kunst & Geschiedenis en het Mode & Kant Museum in Brussel

KU Leuven
2023
Elena
Vanden Abeele
Deze scriptie analyseert de parasol als mode-accessoire in de lange 19de eeuw. Hierbij gaat de aandacht zowel naar de objecten zelf en hun plek in de mode, als naar hun plaats in de tijdgeest en zijn ideologieën. Het vertrekpunt van dit onderzoek zijn twee parasolcollecties uit de volgende Brusselse musea: het Museum Kunst & Geschiedenis en het Mode & Kant Museum.
Meer lezen

Een dérive van de Demer in Hasselt. Psychogeografie als sleutelconcept voor een ruimtelijke analyse.

Universiteit Hasselt
2023
Oguzhan
Aydin
Dit onderzoek vormt een wandeling door de stad Hasselt met de Demer als leidraad. Na een beknopte literatuurstudie wordt een dérive, een vrije wandeling, uitgevoerd en vervolgens gebruikt als inspiratie voor een (anti-)architectuurproject. Het belang van dit soort wandeling wordt op een organische manier duidelijk gemaakt met het project.
Meer lezen

De invloed van de COVID-19 crisis op de modewereld: een jaar in beeld

KU Leuven
2021
Bas
Verwaetermeulen
Een overzichtswerk van de mode industrie tijdens de COVID-19 crisis. Aan de hand hiervan worden de grote tendensen van het afgelopen jaar geschetst. Deze worden aangevuld met informatie van experten binnen deze industrie.
Meer lezen

Interactie bij nieuwe sociale media in de modesector

Hogeschool UCLL
2020
Kika
Rooselaer
Sociale media is uitgegroeid tot een onmisbare tool voor de marketing van een bedrijf. Recentere ontwikkelingen in sociale media, met bijkomende interactiemogelijkheden, doen de vraag rijzen wat het nut ervan kan zijn voor de marketing in de modewereld.
Meer lezen

Richtlijnen voor het opstarten van een therapeutische tuin en betekenisvolle groenactiviteiten in wzc.

Hogeschool PXL
2019
Barbara
Sternotte
  • Marleen
    Jacobs
Op basis van twee onderzoeksvragen binnen twee verschillende wzc, zijn vragenlijsten opgesteld. Deze onderzoeksvragen fungeren als leidraad voor de ontwikkeling van systeemgerichte richtlijnen die in de toekomst gebruikt kunnen worden voor het opstarten van een therapeutische tuin en betekenisvolle groenactiviteiten in woonzorgcentra.
De eerste onderzoeksvraag gaat als volgt:
Wat zijn de behoeften, wensen en noden van ouderen, familie en mantelzorgers, hulpverleners, vrijwilligers en betrokkenen van het wzc voor het opstarten en gebruik van een therapeutische tuin en balkon voor de gesloten afdeling ?
twee onderzoekvraag:
Hoe kan BAM (4) de bestaande groenactiviteiten ondersteunen ?”
Meer lezen

Evaluatie en vergelijking van vier verschillende toestellen voor de kwantificatie van HbA1c

Hogeschool West-Vlaanderen
2016
Cedric
Vandemergel
  • Sylvie
    Mulliez
  • Michel
    Langlois
- informatie over HbA1c als merker voor de monitoring van diabetes en de behandeling van vasculaire complicaties
- labo onderzoek voor de evaluatie van vier HbA1c analyzers
- motivatie en advies voor finale keuze analyzer
Meer lezen

De ontwikkeling en verspreiding van trends

Hogeschool West-Vlaanderen
2016
Camille
Mortier
Dagelijks worden we, of we het nu willen of niet, geconfronteerd met modetrends. Maar hoe ontstaan die modetrends eigenlijk en hoe komen ze tot bij ons? Op deze vragen probeer ik een antwoord te geven in mijn scriptie.
Meer lezen

Wordt de Relatie tussen Gendertokenisme en Mentale Gezondheid Gemodereerd door een Feminine/Masculine Organisatiecultuur? Masterproef II

Universiteit Gent
2015
Elien
Moereels
Voelt een man zich goed in zijn vel tussen alleen maar vrouwen? Vrouwen houden graag een koffieklets op het werk, bespreken de laatste modetrends en maken zich samen zorgen over hun kinderen. Allemaal heel gezellig maar voelt een mannelijke collega zich hierdoor uitgesloten? Mannen daarentegen praten graag over sport en halen weleens een grap uit met elkaar. Heeft een vrouwelijke collega daardoor gevoel dat ze niet geaccepteerd wordt?Uit een onderzoek van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid1 uit 2008 blijkt dat één op vier Belgen een slechte mentale gezondheid heeft.
Meer lezen

Hogere werkbereidheid bij 50+ werknemers op de Vlaamse arbeidsmarkt. Een toepassing van het ‘Motivation-Ability-Opportunity’ model op de vervroegde uittredingskwestie.

Universiteit Antwerpen
2015
Dorien
Verckist
Werken tot 67 jaar: “het is van de moetens”, maar hoe?59,6 jaar. Dat is de gemiddelde leeftijd waarop Belgen hun werk inruilen voor het pensioen. Het maakt van België een land met één van de jongste uittredingsleeftijden van de Europese Unie. Samen met een werkzaamheidsgraad (dit is het aandeel werkenden in de actieve bevolking  van zo’n 42% voor de 50-plussers in ons land resulteert dit cijfer in een hoog kostenplaatje voor de sociale zekerheid. Om de financiële dam te stutten, heeft de regering beslist om de wettelijke pensioenleeftijd op te trekken tot 67.
Meer lezen

De cross-culturele verschillen in de relaties van resources en demands met bevlogenheid en burn-out

KU Leuven
2014
Annelies
Costers
Het job demands-resources model, toepasbaar in alle culturen?Modellen op basis van werkkenmerken, zoals onder andere het job demands-resources model (Bakker, Demerouti, & Verbeke, 2004), worden vaak toegepast in verschillende culturen. Maar zijn deze modellen wel correct toepasbaar voor verschillende culturen? Zou het niet kunnen dat cultuurverschillen de relaties in het job demands-resources model zodanig beïnvloeden dat het niet op correcte wijze kan worden toegepast? Is het mogelijk dat het overnemen van dit model in verschillende culturen tot vertekende resultaten kan leiden?
Meer lezen

Farming systems in Lake Tana basin, Ethiopia: Land surface management and its impact on runoff response

Universiteit Gent
2014
Elise
Monsieurs
  • Jan
    Nyssen
  • Enyew
    Adgo
  • Mekete
    Dessie
Afwatering van de akkers in Ethiopië, een vloek of zegen?Van jongs af aan staan kinderen in Ethiopië al mee op het veld met hun vader om de akkers te bewerken. De manier waarop hij dit doet, heeft hij geleerd van zijn vader die het op zijn beurt ook heeft geleerd van zijn vader enz. Zo worden akkers op grote schaal afgewaterd, waarbij de techniek gebaseerd is op duizenden jaren akkerbouw met de ploeg. Echter is deze techniek weinig omschreven, laat staan geanalyseerd.
Meer lezen

Intelligente sturing ter beheersing van overstromingen langs de Demer

KU Leuven
2013
Evert
Vermuyten
  • Bert
    Van den Zegel
Natte voeten of niet: Intelligente sturing maakt het verschilTussen 1980 en 2009 werden wereldwijd 2,8 miljard mensen getroffen door watersnood. Intelligente sturing via Model Predictive Control (MPC) is een innovatieve sturingstechniek voor het beheersen van overstromingen. Bert Van den Zegel en Evert Vermuyten maakten voor hun scriptie in de ingenieurswetenschappen gebruik van deze techniek om de sturing van hydraulische regelstructuren zoals stuwen langs waterlopen te optimaliseren.
Meer lezen

Monotemporal assessment of amount of Acacia's (individuals, tree groups) and estimation of crown diameter classes of Acacia raddiana in Bou-Hedma National Park, Tunisia

Universiteit Gent
2010
Kevin
Delaplace
Boominventarisatie vanuit de ruimte
Nieuwe satellietsystemen leveren beelden met zeer hoge resolutie, waarvan afgeleide producten beschikbaar zijn via o.a. GoogleEarth. Op deze beelden zijn individuele objecten, zoals bomen en huizen, heel goed zichtbaar. Naast gebruik in deze openbare atlas, hebben deze satellietsystemen ook andere toepassingen. In de scriptie werd een boominventarisatie uitgevoerd van de steppe in Bou-Hedma Nationaal Park (Tunesië) aan de hand van een GeoEye satellietbeeld. Deze informatie is belangrijk om de dynamiek van dit ecosysteem op te volgen in de toekomst, o.a.
Meer lezen

Onderzoek naar de fysische sedimentkarakteristieken van de Demer en haar bijrivieren: Sedimentatieproeven in natuurlijk rivierwater

Universiteit Gent
2010
Patty
Cant
 
Cant Patty
 
Onderzoek naar fysische sedimentkarakteristieken van de Demer en haar bijrivieren
Sedimentatieproeven in natuurlijk rivierwater
 
Het Demerbekken heeft een oppervlakte van 2.267 km². De Demer ontspringt te Ketsingen op een hoogte van 89 m TAW (= Tweede Algemene Waterpassing) en vloeit van hier over een afstand van 85 km naar het westen richting Werchter waar de rivier uitmondt in de Dijle op een hoogte van 10 m TAW.
Meer lezen

Overstromingsbeheersing van de Demer met Model Predictieve Controle

KU Leuven
2009
Maarten
Breckpot
Winnaar Eosprijs
Winnaar mtech+prijs
700 doden, een half miljoen daklozen, meer dan 25 miljard euro schade, ... Dat is de harde realiteit na meer dan 100 zware overstromingen in Europa tussen 1998 en 2004. Bovendien is het aantal overstromingen wereldwijd de laatste decennia significant toegenomen ondanks de huidige technologische mogelijkheden.
Meer lezen

Hedendaagse concurrentie-ideologie en haar impact op het denken over welvaart en welzijn: zijn er nog roependen in de woestijn?

Odisee Hogeschool
2005
Sacha
Stassen

 

 
Het concurrentiekrachtargument
Iedere dag wordt er ons in gehamerd dat het onze economie ontbreekt aan concurrentiekracht en als we onze verworvenheden niet afbouwen er voor de volgende generatie een economische apocalyps zal aanbreken. De vaak hoge heren die deze stelling poneren, zoals Marc De Vos (Prof. arbeidsrecht), hebben vaak -toevallige- liberale banden. In het geval van Dhr.
Meer lezen

Vegetatiebeheer in de streek van El Limonal, provincie Imbarura, Ecuador.

Universiteit Gent
2005
Stijn
Daelman
Herbebossingprogramma’s na brand: nutteloos!
 
Vegetatiebranden hebben een ingrijpend effect op het plantenleven. Enkele jaren na een vegetatiebrand kan men echter reeds spreken van verhouting van de vegetatie en van natuurlijke bosvorming. Doordat de branden een traditie zijn en dus jaarlijks terugkeren, krijgt de natuur geen kans op herstel. Het investeren van middelen in  herbebossing is dan ook nutteloos. Het kost veel geld en bij een volgende traditionele brand gaat alle werk verloren. Het is dweilen met de kraan open.
Meer lezen