Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

The diversity of aquatic and moss-inhabiting diatom communities in the Westfjords, northern Iceland

Universiteit Antwerpen
2026
annika
coomans
De diversiteit van zoetwaterdiatomeeën in IJsland is nog onvoldoende gedocumenteerd, vooral in afgelegen regio's zoals de Westfjorden. Hierdoor blijft de biodiversiteit en ecologische structuur van diatomeeëngemeenschappen in deze regio grotendeels onbekend. In deze studie werd de zoetwaterdiatomeeënflora van de Westfjorden geïnventariseerd en werden patronen in de gemeenschapsstructuur onderzocht over verschillende aquatische en mosgebonden habitats. Tweeënzestig stalen afkomstig uit meren, poelen, rivieren, beken, watervallen en moshabitats werden geanalyseerd met behulp van lichtmicroscopie en, waar nodig, scanningelektronenmicroscopie. De diatomeeëngemeenschappen werden geïdentificeerd tot op het laagst mogelijke taxonomische niveau en geanalyseerd aan de hand van diversiteitsschattingen,
ordinatietechnieken en multivariate gemeenschapsanalyses. In totaal werden 403 taxa uit 71 genera geregistreerd, waaronder 317 taxa vastgesteld tijdens kwantitatieve tellingen en 86 aanvullende taxa die werden gedetecteerd tijdens kwalitatieve observaties. Schattingen van de soortenrijkdom suggereerden dat een aanzienlijk deel van de regionale flora nog niet werd waargenomen. Meer dan 60% van alle geregistreerde taxa kwam voor in minder dan 5% van de onderzochte stalen, wat wijst op het grote belang van zeldzame taxa binnen de diatomeeënflora van de Westfjorden. Er werden drie belangrijke diatomeeëngemeenschappen onderscheiden, die voornamelijk samenhingen met verschillen in habitattype en hydrologische omstandigheden. Daarnaast droeg het onderzoek bij aan de beschrijving en taxonomische herziening van verschillende taxa, waaronder de formele beschrijving van Planothidium islandicum als een nieuwe soort voor de wetenschap. De resultaten tonen aan dat de Westfjorden een uitzonderlijk diverse en ecologisch gedifferentieerde zoetwaterdiatomeeënflora herbergen. Deze studie levert een belangrijke basis voor toekomstig onderzoek naar biodiversiteit, biogeografie en ecologische veranderingen in IJslandse zoetwatersystemen.
Meer lezen

Integrating Important Shark and Ray Areas into Marine Protected Area Network Design in the Australian Exclusive Economic Zone

Vrije Universiteit Brussel
2026
Helena
Verbruggen
Mariene beschermde gebieden (MPA’s) groeien door de wereldwijde doelstelling om tegen 2030 30% van de oceaan te beschermen. Biodiversiteitsconservatie hangt echter niet alleen af van de totale beschermde oppervlakte, maar ook van de mate waarin zij
kwetsbare soorten en belangrijke leefgebieden omvatten. Haaien, roggen en draakvissen – samen de kraakbeenvissen – behoren tot de meest bedreigde groepen mariene
gewervelden, voornamelijk door visserijdruk. Deze studie onderzocht hoe doeltreffend
Australische no-take-MPA’s – waar visserij verboden is – de verspreiding van
kraakbeenvissen en Important Shark and Ray Areas (ISRA’s) beschermen. ISRA’s zijn
belangrijke gebieden voor onder meer voortplanting, foerageren, rust en verplaatsing.
Daarnaast werden twee ruimtelijke planningsscenario’s vergeleken waarin no-take-
bescherming werd uitgebreid tot 30% van de Australische wateren. Het eerste scenario
versterkte de bescherming binnen bestaande MPAs, terwijl het tweede ook nieuwe no-
take-gebieden buiten de huidige MPA-grenzen toeliet. Ondanks het uitgebreide
Australische MPA-netwerk overlapten bestaande no-takegebieden slechts beperkt met de verspreiding van kraakbeenvissen en ISRAs. De soortenrijkdom was het hoogst in gebieden waar visserij was toegestaan en buiten MPA’s. Hogere bescherming binnen bestaande MPA’s verbeterde de vertegenwoordiging van soorten en ISRA’s, maar veel
conservatiedoelstellingen bleven onbereikt. Bescherming buiten bestaande MPA’s
verdubbelde het aantal behaalde doelstellingen en verlaagde het gemiddelde tekort van
18,9 ± 29,8% naar 3,4 ± 6,4%. Onvervangbare gebieden concentreerden zich op het
continentale plat en de continentale helling, waar de soortenrijkdom en ISRA-dekking het
hoogst waren. Het grootste deel van de bestaande no-take-gebieden lag daarentegen in de diepzee. De resultaten tonen dat oppervlaktedoelstellingen alleen niet volstaan. Door
verspreidingsgegevens te combineren met ecologisch belangrijke leefgebieden, kunnen
kraakbeenvissen representatiever en strategischer beschermd worden.
Meer lezen

The ecological impact of rock climbing on cliff-face vegetation: Diversity, functional traits, and microclimate in Freyr, Belgium

Universiteit Antwerpen
2025
Sarane
Coen
Deze thesis onderzoekt de invloed van rotsklimmen en abiotische kenmerken op de vegetatie van kalksteenrotsen van Freyr in België, een ecosysteem dat ondanks zijn hoge biodiversiteit weinig wetenschappelijke aandacht krijgt. Vegetatiegegevens werden verzameld op 248 subplots van 1 m² verspreid over 13 transecten met verschillende klimintensiteiten. De studie analyseert zowel soortenrijkdom, bedekking en diversiteit als functionele eigenschappen van planten (Grime CSR-strategieën, pH- en temperatuuraffiniteit) en meet microklimaatverschillen tussen noord- en zuidgerichte kliffen.

De resultaten tonen dat vegetatiepatronen vooral worden bepaald door abiotische kenmerken van de rotsen, met hogere soortenrijkdom op kliffen met lage klimintensiteit en veel microtopografische variatie. Klimmen leidt tot een vermindering van competitieve soorten en een verschuiving naar meer ruderale soorten, terwijl stress-tolerante soorten dominant blijven. Noordgerichte kliffen hebben over het algemeen hogere bedekking en diversiteit, maar temperatuurvoorkeuren van de vegetatie veranderen niet ondanks microklimaatverschillen.
Meer lezen

Vergunningverlening op krediet in een vol stikstofbad. Een milieurechtelijke en wetenschappelijke analyse van de Vlaamse PAS.

Universiteit Antwerpen
2024
Sybren
Cardoen
De gemiddelde totale stikstofdepositie bedraagt in Vlaanderen 22,5 kg N/ha.jaar, met uitschieters tot 49,4 kg N/ha.jaar. Deze depositie is voornamelijk afkomstig van verzurende en vermestende ammoniakemissies. Atmosferische stikstofdepositie in de vorm van NHx en NOx leidt tot bodemverzuring, wat kan resulteren in een afname van soortenrijkdom, en tot vermesting, wat kan leiden tot het verdwijnen van stress-tolerante soorten. Onder meer als gevolg van de overmatige stikstofdepositie bevindt 90% van de stikstofgevoelige habitattypen zich in een zeer ongunstige staat van instandhouding. In 65% van deze habitats ligt de stikstofdepositie boven de kritische depositiewaarde (KDW).

De habitatspecifieke kritische depositiewaarden die in de Vlaamse programmatische aanpak stikstof (PAS) worden gehanteerd, zijn gebaseerd op achterhaalde wetenschappelijke kennis, waardoor de kwaliteit van habitats ook onder deze grens significant kan worden aangetast. Hierdoor worden zowel de impactscore als de neerwaartse depositietrend die worden gehanteerd binnen de vergunningenkaders van het stikstofdecreet, onbruikbaar in de passende beoordelingsprocedure van artikel 6, lid 3 van de Habitatrichtlijn. Ook de herziene habitatspecifieke KDW’s van Wamelink et al. (2023) kunnen significante negatieve effecten niet uitsluiten. In het licht van het voorzorgsprincipe kan alleen de onderste grens van de KDW-range, vastgesteld door Bobbink et al. (2022), significante effecten voldoende uitsluiten.

De PAS betrekt instandhoudingsmaatregelen en preventieve maatregelen in de programmatische passende beoordeling (PB), gericht op het realiseren van een reductie van 50% van de gemiddelde overschrijding van de KDW tegen 2030. Het vergunningenkader van het stikstofdecreet maakt vergunningverlening ‘op krediet’ mogelijk, waarbij vooruitgelopen wordt op de toekomstige positieve gevolgen o.b.v. de voorgestelde maatregelen. Hierdoor is de totale actuele hoeveelheid stikstofdepositie, passend beoordeeld binnen de Vlaamse D-PAS, onverenigbaar met de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000-gebieden. Daarnaast blijkt uit de programmatische PB niet dat projecten onder de de minimisdrempels geen significante gevolgen kunnen veroorzaken voor de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden.

Sleutelwoorden: Stikstofdepositie, Habitatrichtlijn, Natura 2000, Kritische depositiewaarden, PAS, Passende beoordeling, Stikstofdecreet, Hof van Justitie.
Meer lezen

Investigating vegetational survey efficiency using a long-term phenological survey along a subarctic elevation gradient

Universiteit Antwerpen
2024
Beau
Ramaekers
The warming of the global climate system, particularly pronounced in Arctic regions, poses significant challenges to plant species, communities and ecosystems. Understanding the dynamics of Arctic flora in response to this changing climate is crucial for predicting and mitigating its impacts. Long-term vegetational surveys are crucial monitoring tools to capture these dynamics in species diversity, distribution and phenology. Nevertheless, their observations and projections are frequently based on data lacking sufficient temporal and spatial resolution and often neglect the error caused by imperfect observations. Here, we show that species detection is influenced not only by the inherent dynamics of vegetation, including seasonal and year-to-year fluctuations and the broader context of long-term climate change, but also by other temporal, spatial and species-specific variation within the plant community. Interdependent effects of factors such as growing season temperature, seasonal timing of observation, elevation, total plot species richness, and species-specific traits were found to have a crucial impact on species observation accuracy, often manifesting through changes in phenology and morphology across different dimensions. As such, the changing climate directly and indirectly influences these factors through space and time, making it challenging to make a distinction between inherent species dynamics and inaccurate observations. Our findings highlight the need for multiple surveys per year, effective timing of monitoring within the growing season, year-to-year comparisons and adopting adequate spatial scales to account for imperfect observations, especially when studying species’ temporal dynamics. These insights contribute to broader discussions on the complexities of ecological monitoring and underscore the importance of adapting adequate survey methods to effectively capture species dynamics in a changing climate. This to avoid making misleading conclusions, resulting in over- or underestimations of species dynamics.
Meer lezen

Moss-inhabiting diatoms from Campbell Island (sub-Antarctic)

Universiteit Antwerpen
2020
Charlotte
Goeyers
In deze studie werden diatomeeën, verborgen in een historische mos-collectie, grondig bestudeerd. De collectie werd een halve eeuw geleden verzameld op Campbell Island, een eiland nabij het zuidpoolgebied. Zes nieuwe soorten werden ontdekt.
Meer lezen

Functional diversity in natural forests along an elevational transect in northern Ecuador

Universiteit Gent
2020
Tine
Bommarez
Deze thesis bespreekt de taxonomische en functionele diversiteit van de tropische bossen op de westelijke flank van de Ecuadoraanse Andes.
Meer lezen

Effecten van biogene mosselriffen op ecosysteemdiensten in het Belgisch deel van de Noordzee - focus visserijproductie kabeljauw

Universiteit Antwerpen
2020
Marlies
De Corte
Mariene ecosystemen bieden belangrijke ecosysteemdiensten als waterkwaliteitsregulatie,
golfdemping voor kustbescherming, visserij. Niettemin zorgen menselijke activiteiten als visserij, baggerwerken, zand- en grindextractie... voor een homogenisering van de zeebodem habitatstructuren. Het zandbankensysteem in het Belgisch deel van de Noordzee bestaat hoofdzakelijk uit zandbanken met een variërende sedimentsamenstelling en een geassocieerde soortenverspreiding. Zandbanken met fijne sedimenten en een hoog moddergehalte, zeldzamer in ruwe omstandigheden offshore, herbergen de hoogste soortendiversiteit en -dichtheid. Echter
verlaagt nutriëntenaanrijking uit kustgebieden soortenrijkdom. Habitatstructurerende soorten als de blauwe mossel zijn gekend het fijn zand in te vangen en het moddergehalte te verhogen.
Verschillende studies tonen een hogere vis- en kreeftachtigenproductie nabij tweekleppige riffen.
Meer lezen

De diklip-cichliden van het Edwardmeer-systeem

KU Leuven
2017
Nathan
Vranken
  • Maarten
    Van Steenberge
We hebben in het Afrikamuseum in Tervuren vijf nieuwe vissoorten (cichliden) ontdekt. Deze komen voor in het Edwardmeer, gelegen op de grens van Congo en Oeganda. Een van deze soorten is onmiddelijk herkenbaar aan zijn dikke lippen, terwijl de andere vier een uniek eetpatroon hebben.
Meer lezen

Landschapsverandering in het Hageland: extinctieschuld en kolonisatiekrediet van plantensoorten in semi-natuurlijke habitattypes

KU Leuven
2017
Jozefien
Goovaerts
Gedurende de laatste eeuwen vonden, net zoals in de rest van West-Europa, grote landschapsveranderingen plaats in het Hageland, een regio in het noordoosten van Vlaams-Brabant. In dit onderzoek gingen we na in welke mate deze landschapsveranderingen hebben geleid tot extinctie, extinctieschuld of kolonisatiekrediet bij karakteristieke hooiland-, heide- en bossoorten.
Meer lezen

Liana abundance and functional diversity along an altitudinal gradient in northern Ecuador

Universiteit Gent
2017
Camille
Meeussen
De voorbije decennia is er een toename in densiteit en biomassa van lianen waargenomen in tropische bossen in de Neotropen. Dit heeft een impact op onder andere boom mortaliteit, groei en diversiteit en zal ook de koolstofbalans en dynamiek worden beïnvloeden. Daarom deze studie van veranderingen in het voorkomen en in de functionele identiteit van lianen langsheen een hoogtegradiënt in Ecuador. Zo kunnen wijzigingen in de vegetatie worden gelinkt met veranderende biotische en abiotische factoren langsheen de gradiënt.
Meer lezen

Movement patterns, nesting preferences and population estimates of the digger wasp Bembix rostrata

Universiteit Gent
2015
Adinda
Vanommeslaeghe
Bedreiging en behoud van de harkwespDe laatste jaren is er heel wat bezorgdheid over het (al dan niet plaatselijk) achteruitgaan en uitsterven van soorten. Een belangrijke reden hiervoor is dat geschikte leefgebieden verdwijnen, verkleinen of ongeschikt worden door veranderingen in het milieu.Een heel ecologisch waardevol gebied zijn de Europese kustduinen. Winddynamieken zorgen voor voortdurende zandverstuivingen, die leiden tot een systeem met continue verstoring. Dit resulteert in een heel verscheiden landschap, met een groot aantal verschillende habitattypes en een hoge soortenrijkdom.
Meer lezen

Environmental conditions as explanatory variables for the distribution of beaver dams in Flanders

Universiteit Antwerpen
2014
Anneleen
Rutten
Beverdammen, kunnen we voorspellen waar ze gebouwd zullen worden?De bever is Europa’ s grootste knaagdier en is erg bekend voor het bouwen van dammen. Spijtig genoeg komen bevers regelmatig negatief in het nieuws in verband met overstromingsproblemen door beverdammen. Deze beverdammen zorgen voor conflicten met betrokken landbouwers of omwonenden. Het kunnen voorspellen waar bevers dammen zullen bouwen zou een grote stap vooruit zijn om een goede verstandhouding met de bever tot stand te brengen.
Meer lezen

Drijfveren van Invasieve Vogelsoortenrijkdom

Universiteit Antwerpen
2014
Alexander
Mertens
  • Diederik
    Strubbe
Invasieve soorten zijn al de organismen die zich buiten hun natuurlijke soortverspreiding bevinden en een negatieve invloed hebben op zowel de biodiversiteit als de mens zelf. Zulke negatieve invloeden zijn bijvoorbeeld de introductie van nieuwe ziekten, competitie aangaan met natuurlijk voorkomende soorten, schade aan landbouw, etc. Het identificeren van factoren die niet-inheemse soorten toestaan om zelfvoorzienende populaties te ontwikkelen buiten hun natuurlijk distributiegebied is één van de hoofddoelen van invasieve biologie.
Meer lezen

Morfologische taxonomie en DNA barcoding van een geselecteerde groep nachtvlinders uit Afrika

Universiteit Antwerpen
2013
Johan
De Gruyter
Heeft ieder levend wezen een streepjescode?We weten nog steeds niet hoeveel plant- en diersoorten er precies bestaan op aarde, vooral omdat de identificatie ervan zeer moeilijk en specialistenwerk is. Een nieuwe, veelbelovende moleculaire techniek – DNA barcoding – gebruikt een kort stuk van het genetisch materiaal (de DNA barcode), om soorten te identificeren. Maar is DNA barcoding wel zo doeltreffend als men denkt?
Meer lezen

Verschillen in de zaadbanksamenstelling tussen oude en recent herstelde kalkgraslanden in de Viroinvallei.

KU Leuven
2013
Reinhardt
Strubbe
Kalkgraslanden zijn één van de soortenrijkste habitats ter wereld op kleine schaal. Door het stopzetten van het beheer en de aanplant van naaldboomplantages zijn deze biodiversiteitshotspots echter serieus in aandeel afgenomen. Vele restauratieprojecten focussen zich op het herstel van kalkgraslanden. Herstel vanuit de zaadbank is vaak een doeltreffende methode voor habitatherstel, maar betreffende deze habitats blijken de mogelijkheden echter beperkt.Deze studie probeert om de kwaliteit na te gaan van de zaadbank van kalkgraslanden van een verscheidene ouderdom uit de Viroinvallei.
Meer lezen

THE INFLUENCE OF MOOSE (ALCES ALCES) ON NUTRIENT DYNAMICS IN A FEN ECOSYSTEM

Universiteit Antwerpen
2012
Kassiopeia
Devriendt
  • Rudy
    van Diggelen
  • Dries
    Kuijper
  • Bogumiła
    Jędrzejewska
Elanden redden kostbare natuur nietNatuurbeheer staat voor belangrijke taken. Verstedelijking gaat voort, steeds meer land wordt in cultuur gebracht en het areaal aan natuur krimpt in. Bovendien hebben menselijke verstoringen zo’n grote gevolgen dat ecosystemen dikwijls niet uit zichzelf kunnen herstellen.Moerasgebieden herbergen vaak een hoge biodiversiteit en bevatten specifieke leefgebieden voor bepaalde soorten. Daarnaast zorgen moerassen voor belangrijke ecosysteemfuncties zoals waterregulatie, -zuivering en -opslag.
Meer lezen