Samen leren in diversiteit naar een inclusief en activerend auditoriumontwerp
In veel universiteiten is het traditionele frontaal georiënteerde auditorium de standaard lesruimte voor hoorcolleges. Toch toont onderzoek uit de laatste decennia de pedagogische voordelen van actieve, studentgecentreerde en collaboratieve leervormen aan. Daarnaast neemt de diversiteit van de studentenpopulatie toe, met uiteenlopende fysieke, sensorische en neurodivergente profielen. Deze evoluties vragen om een aangepaste leerruimte die voldoet aan de nieuwe noden. Hoewel de activerende pedagogie en inclusief ontwerp van leerruimtes afzonderlijk zijn bestudeerd, bestaat er geen ontwerpkader dat beide combineert voor grootschalige leerruimtes zoals auditoria. Dit onderzoek zal zich daarom richten op deze ontbrekende samenhang.
Het onderzoek start met een literatuurstudie waarmee de kwaliteiten en barrières van bestaande auditoria in kaart worden gebracht. In een contexthoofdstuk worden belangrijke ruimtelijke invloeden en relaties met het leren besproken. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van een model dat de wederzijdse beïnvloeding beschrijft van pedagogie, ruimte, en technologie. Daarnaast worden mogelijke gebruikersprofielen in auditoria bestudeerd, met aandacht voor diversiteit qua lichaamsbouw en mobiliteit, zintuiglijke (auditieve en visuele) diversiteit, en neurodiversiteit. Een belangrijk uitgangspunt in deze context is het sociaal model van beperking. De term beperking verwijst hier niet naar de gebruiker maar naar de beperkende omgeving die zorgt voor uitsluiting.
Op basis van deze theoretische achtergrond worden zes auditoriumvarianten ontwikkeld, verdeeld in drie categorieën: turn & learn-opstellingen, geclusterde opstellingen en een adaptieve opstelling. Daarna volgt een evaluatie van deze varianten via semigestructureerde interviews met diverse studenten en docenten. In de interviews worden zowel ruimtelijke, als sensorische en technologische aspecten bevraagd aan de gebruikers die door hun ervaring kunnen worden beschouwd als ervaringsdeskundige (user/expert).
Uit de analyse komen twee spanningsvelden naar voren: tussen capaciteit en inclusiviteit, en tussen samenwerking en individuele vrijheid. Traditionele auditoria hebben een hoge capaciteit maar door de compacte indeling kunnen gebruikers barrières ervaren, terwijl collaboratieve varianten meer inclusief zijn maar minder plaatsen hebben. Daarnaast wordt bij activerende pedagogie samenwerking en groepsvorming gestimuleerd, maar die verplichte nabijheid kan voor sommige gebruikers net een drempel zijn. Omgekeerd kan te veel keuzevrijheid op vlak van groepsvorming ook leiden tot stress doordat de gebruiker een grotere drempel voor groepsdeelname ondervindt. Deze spanningsvelden worden het best gebalanceerd in de turn & learn-variant met ovale groepstafels op hetzelfde niveau (T&L_O). Deze variant heeft bovendien een toegankelijke centrale hellingsbaan, verspreide rolstoelplaatsen, voldoende werkruimte en de laagdrempelige mogelijkheid tot samenwerking via een draaistoel.
Tot slot wordt op basis van de bevindingen een ontwerpkader opgesteld dat bestaat uit acht concrete ontwerpprincipes, het T&L_O-referentiemodel, en sensorische en technologische ontwerprichtlijnen. Het kader is bedoeld als bruikbaar instrument voor ontwerpers en onderwijsinstellingen om bestaande auditoria te evalueren of voor nieuwe inclusieve en activerende ontwerpen.
Meer lezen