Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Hydrogels for space radiation shielding applications

Universiteit Gent
2026
Sara
Declerck
Mijn masterthesis onderzoekt innovatieve hydrogels als stralingsbescherming voor toekomstige ruimtemissies. Daarnaast werd een menselijk driedimensionaal huidmodel ontwikkeld om de biologische effecten van ruimtestraling te bestuderen en in de toekomst de beschermende werking van deze hydrogels te evalueren.
Meer lezen

Systematic Analysis of Simulated Atrial Electrograms to Distinguish Scar from Slow Conduction

Universiteit Gent
2026
Robbe
Daelman
Inleiding: Het plannen van cardiale ablatie vereist een nauwkeurige identificatie van niet-geleidend weefsel. Huidige methoden, zoals fasekaarten en voltagekaarten, overschatten vaak de omvang van niet-geleidende gebieden en geven slechts een vereenvoudigde weergave van de onderliggende elektrogram (EGM)-signalen. Bovendien kunnen huidige markers structurele remodellering niet betrouwbaar onderscheiden van functionele trage geleiding. Deze thesis onderzoekt of bijkomende, uit EGM afgeleide kenmerken gebruikt kunnen worden om verschillen in de elektrische geleidingssnelheid doorheen hartweefsel te onderscheiden.

Methoden: Simulaties werden uitgevoerd voor vijf verschillende weefselconfiguraties met toenemende complexiteit en afnemende symmetrie. Alle simulaties werden in 2D uitgevoerd met een enkele stimulus en bevatten een centraal obstakel omringd door een raster van EGM-elektroden. Uit elk EGM-signaal werden 11 kenmerken geëxtraheerd, gebaseerd op grootheden die eerder in de literatuur beschreven zijn of vaak gebruikt worden in ECG-analyse. Vervolgens werd PCA toegepast om de lineaire combinaties van kenmerken te identificeren die de grootste variantie in de data verklaren. De belangrijkste principal components werden daarna gebruikt in gesuperviseerde machine learning-benaderingen om de geleidingssnelheid en de afstand tot aangetast weefsel te voorspellen.

Resultaten: De eerste principal component verklaarde 65–70% van de variantie over alle simulatietypes en werd gedomineerd door kenmerken gerelateerd aan signaalsterkte, waaronder de maximale amplitude en de totale signaaloppervlakte. De tweede tot en met de vierde principal components verklaarden samen ongeveer 25% van de variantie en bevatten voornamelijk kenmerken gerelateerd aan piekstructuur, timing en signaalasymmetrie. De waarden van deze principale componenten, in het bijzonder de eerste component, verschilden systematisch tussen simulaties met verschillende geleidingssnelheden. Een logistische regressie classificeerde tussen het wel of niet in aangetast weefsel liggen met een balanced accuracy van 89,3%. Een random forest regressor kon de gemiddelde geleiding voorspellen met een absolute gemiddelde fout (MAE) van 1,2%.

Conclusie: Uit EGM-afgeleide kenmerken, naast fase en maximale spanning, ontstaat onderscheidende informatie over de geleidingseigenschappen van hartweefsel. De laagdimensionale structuur geïdentificeerd door PCA generaliseert over weefselconfiguraties met toenemende complexiteit, en de resulterende kenmerkrepresentaties ondersteunen zowel de classificatie van de afstand van de elektrode tot aangetast weefsel als de voorspelling van de lokale geleidingssnelheid. Deze bevindingen suggereren dat multidimensionale EGM-kenmerkanalyse een geschikter kader biedt om littekenweefsel te onderscheiden van functionele trage-geleidingsgebieden dan geïsoleerde signaalmerkers alleen.
Meer lezen

Rubens' portretkunst als spiegel voor zijn interesse in fysiognomie

Universiteit Gent
2025
Mariette
Van Gysegem
Mijn onderzoek bekijkt de portretpraktijk van Peter Paul Rubens vanuit een fysiognomische lens. Vooraleer dit denkkader kan toegepast worden op zijn oeuvre, wordt Rubens' fascinatie voor fysiognomie in zijn culturele context bekeken. Het vertrekt vanuit de oorsprong en ontwikkeling van het gedachtegoed om zo het belang in de leefwereld van Rubens te contextualiseren. Vervolgens onderzoekt het de connectie tussen fysiognomie en de vroegmoderne kunstpraktijk. Hierna wordt ingezoomd op Rubens' aantoonbare interesse in het onderwerp als vereiste voor het gebruik van een fysiognomische lens.

Daarna wordt het fysiognomisch denkkader toegepast op case-studies binnen zijn oeuvre. Hierbij richt de beeldanalyse zich op vorm, kleur en textuur, aangezien bestaand onderzoek vaak enkel naar vorm keek. Voor de karaktertypologie werden primaire zeventiende-eeuwse fysiognomische traktaten bestudeerd en zo de typerende elementen van verschillende karaktertypes geïdentificeerd om ze toe te passen op de case-studies. De afbakening tot portretkunst is een logisch gevolg van het gezicht als primaire plek voor de fysiognomische lezing. Binnen zijn portretten wordt gefocust op familieportretten en kopieën naar oude meesters aangezien hij bij deze genres het meeste vrijheid had om te experimenteren.

Voor deze analyse werd een methodologie ontwikkeld die vertrekt vanuit het uitgangspunt van de fysiognomie, waarbij het uiterlijk en het innerlijk van een persoon onlosmakelijk verbonden zijn. Het onderzoek bekijkt deze connectie in twee richtingen. Ten eerste worden familieportretten geanalyseerd om te onderzoeken in hoeverre het innerlijk iets zegt over het uiterlijk, met het sanguinische temperament als uitgangspunt, omdat dit karaktertype als positief en zeldzaam werd beschouwd en Rubens vermoedelijk warme genegenheid voor zijn familieleden voelde. Ten tweede worden zijn kopieën naar oude meesters bestudeerd om de omgekeerde richting te ondervragen. Het uitgangspunt is de beeldanalyse van visuele aanpassingen die Rubens doorvoert in zijn kopie ten opzichte van het origineel. Vervolgens wordt gekeken of deze aansluiten bij de representatie van een specifiek innerlijk karakter.

De analyse toont hoe Rubens systematisch ronde vormen, roodheid en glanzende huidaccenten gebruikte, kenmerken die overeenstemmen met het sanguinische temperament, dat in zijn tijd overwegend positief gewaardeerd werd. Hierdoor creëerde Rubens een fysiognomisch ideaaltype dat functioneerde binnen de beeldcommunicatie met zijn publiek. Dit onderzoek vult een lacune in de bestaande literatuur, die vaak enkel de passies en niet de fysiognomie in Rubens’ werk behandelde. Bovendien wordt dit gedachtegoed nooit bekeken zij-aan-zij met het effectieve kunstwerk, hoewel deze combinatie cruciaal is. Het besluit dat Rubens’ intellectuele fascinatie voor fysiognomie niet enkel een persoonlijke interesse was, maar een diep ingebed cultureel referentiekader dat zijn portretkunst beïnvloedde.

Deze studie opent de weg om Rubens’ intellectuele interesses concreet te verbinden met zijn oeuvre en suggereert verdere uitbreiding via technische beeldanalyses zoals kleuranalyse en reflectografie. Daarnaast vormt ze een vertrekpunt om ook andere categorieën binnen zijn portretkunst, zoals de keizerportretten, door een fysiognomische lens te bestuderen. Verdere analyses kunnen nagaan hoe andere temperamenten werden verbeeld en in welke mate Rubens’ leerlingen en tijdgenoten dit gedachtegoed overnamen of er eigen invullingen aan gaven.
Meer lezen

Wandering through the osteocyte network of zebrafish vertebrae

Universiteit Gent
2025
Faith
Maes
Osteocyten, levende botcellen in de botmatrix, zijn de meest voorkomende botcellen bij zoogdieren. Ze reguleren botgroei, herstructurering en metabolisme via hun uitgebreid netwerk. Hoewel de zebravis een courant modelorganisme is in biomedisch onderzoek, richten de meeste studies naar zebravis botbiologie zich op botcellen die bot vormen (osteoblasten), gelegen op het botoppervlak en vroege ontwikkelingsstadia, vóór de ontwikkeling van osteocyten. Deze studie pakt het gebrek aan kennis over osteocyten in het volwassen zebravis skelet aan, specifiek hun morfologie, oriëntatie en distributie binnen de wervelkolom. We maken gebruik van continue seriële parasagittale coupes van volwassen zebravissen om de rugwervels te doorlopen. Lichtmicroscopie is gebruikt om osteocyten te meten en te beschrijven, en gepolariseerde lichtmicroscopie om de oriëntatie van het cellichaam en de cel uitlopers te identificeren ten opzichte van de oriëntatie van de vezels van de botmatrix. Osteocyt processen (of ook wel dendrieten genoemd) vormen een lacuno-canaliculair netwerk. De sterkte hiervan wordt beoordeeld door de osteocyt dichtheid te kwantificeren en de vertakking van dendrieten te evalueren. De studie focust op de osteocyt morfologie en de distributie van het lacuno-canaliculair netwerk tussen en binnen regio's van de wervels. Variaties in osteocyten grootte, vorm en distributie zowel tussen als binnen verschillende wervelregio’s werden geobserveerd. De osteocyten hebben een circulaire oriëntatie aan de uitersten van het wervellichaam (de eindplaten), maar zijn parallel met de anteroposteriore as in het midden van het wervellichaam. Dit komt overeen met de oriëntatie van de collageen vezels van de botmatrix. In de eindplaten van de wervelkolom is er een hoge abundantie van osteocyten ter hoogte van de Sharpey vezels met een dens netwerk van dendrieten die daarop loodrecht georiënteerd zijn. Het doornuitsteeksel heeft osteocyten met een verschillende morfologie. Ze zijn lang en dun met gepolariseerde lange dendritische processen die parallel georiënteerd zijn met de collageen vezels. Deze studie presenteert inzichten in osteocyten morfologie, densiteit en organisatie in wervellichamen van Danio rerio.
Meer lezen

Credibility analysis of a multi-constituent microstructurally-informed finite element model of arterial tissue

KU Leuven
2025
Hannes
Wolfs
This thesis evaluates the credibility of a multi-constituent microstructurally-informed finite element model of arterial tissue. Understanding the link between arterial microstructure and mechanical function is essential for defining cardiovascular diseases like atherosclerosis and aneurysms. Representative volume element (RVE) models are increasingly used to explore this link by efficiently connecting microstructure to mechanics. However, many existing RVEs lack experimental calibration using tissue with selectively modified constituents, systematic validation across loading conditions, and biofidelic microstructural networks. Furthermore, there is limited understanding of how uncertainties in input parameters affect model predictions. Therefore, this study aims to assess and improve the credibility of an RVE model by addressing these gaps through detailed characterisation. The model is evaluated against experimental data from both native and enzymatically-treated tissue, and parameter sensitivity analyses are conducted.

To achieve this, uniaxial tensile tests were performed on native porcine aortic samples. Crucially, to isolate the mechanical roles of key constituents, samples were treated with the enzymes collagenase or elastase to deplete collagen or elastin, respectively. The resulting data calibrated and validated the RVE model, focusing on the collagen and elastin networks and the model’s anisotropic predictive capacity. Subsequently, a surrogate model based on an artificial neural network emulated the RVE’s mechanical response, enabling efficient Sobol' sensitivity analysis of six key microstructural, mechanical, and model parameters.

Enzymatic depletion confirmed distinct constituent roles: collagen-deficient tissue exhibited a linearised response with slight stiffening at high strains, whereas elastase-digested samples demonstrated increased compliance but lost structural integrity. RVE model validation emphasised the importance of accurately representing the anisotropic architecture. Furthermore, the sensitivity analysis revealed that uncertainties in six key input parameters substantially influence RVE output variance, with elastin properties predominantly governing low-strain behaviour and collagen-related parameters dictating high-strain responses.

The calibrated and validated microstructurally-informed RVE model can reliably predict aortic mechanics if tissue anisotropy is adequately accounted for. The sensitivity analysis provided crucial insights into which parameters most significantly impact model output variance. This will guide future efforts in model refinement and highlight parameters that require precise experimental characterisation to reduce predictive uncertainty. Furthermore, it will strengthen the RVE's potential as a credible tool in arterial biomechanics research by establishing a more robust, uncertainty-aware modelling framework.
Meer lezen

Afval: cultuur en natuur in de prullenbak?

Universiteit Antwerpen
2024
Roos
van der Zaan
Deze masterthesis onderzoekt het natuur-cultuuronderscheid in relatie tot afval, met bijzondere aandacht voor de filosofische perspectieven van het nieuw materialisme en het historisch materialisme. Het doel van het onderzoek is om aan te tonen dat de studie van afval een nieuw licht werpt op de relevantie van dit onderscheid ten tijde van de ecologische crisis. De methodiek van deze masterthesis omvat een vergelijking tussen de monistische ontologie van het nieuw materialisme en de dualistische ontologieën van het symbolisch-structuralisme en het economisch-materialisme, in relatie tot de studie van afval. Er wordt daarbij een kritische evaluatie geboden van de cultuurfilosofische these dat de materialiteit van afval het natuur-cultuuronderscheid ondermijnt en enkel begrepen kan worden vanuit de monistische ontologie van het nieuw materialisme.
Meer lezen

KORTETERMIJNEFFECTEN VAN STRAW PHONATION OP DE STEMKWALITEIT VAN 65+’ERS

Universiteit Gent
2024
Casey
Dewanckele
Genomineerde longlist Vlaamse Scriptieprijs
Doelstellingen: Deze studie ontstond vanuit een tekort aan onderzoek naar de mogelijke effecten van stemtraining bij ouderen, een populatie die heel wat leeftijdsgebonden veranderingen ondergaat. Het doel van deze studie was de kortetermijneffecten van straw phonation (SP) op de stemkwaliteit van gezonde 65+’ers te bepalen. De effecten van SP in lucht en SP in 5 cm water werden bepaald en vervolgens vergeleken met een controlegroep zonder interventie.
Methode: Deze studie omvatte 21 gezonde 65+’ers (gemiddelde leeftijd: 74,9 jaar, min-max: 65,0-86,9) in een gerandomiseerd multigroep pretest posttest design met twee experimentele groepen en één controlegroep. De experimentele groepen ondergingen één maand tweemaal per week 20 minuten training met SP in lucht (n = 7) of SP in 5 cm waterdiepte (n = 7). De controlegroep (n = 7) onderging geen interventie. Tijdens de eerste drie sessies en de laatste sessie werden drinkrietjes (5 mm; 21 cm) gebruikt, dit in kader van comfort en transfer. Bij de overige trainingen werden roerrietjes (3 mm; 21 cm) gehanteerd om de effecten te maximaliseren. Voor (pre) en één week na (post) de interventie ondergingen alle deelnemers een klassiek logopedisch stemonderzoek met enerzijds objectieve metingen, waaronder de bepaling van multiparametrische stemkwaliteitsindexen (Dysphonia Severity Index (DSI) en Acoustic Voice Quality Index (AVQI)), maximale fonatietijd (MFT), akoestische metingen en het Voice Range Profile (VRP). Anderzijds werden subjectieve metingen uitgevoerd via zelfbeoordelingsschalen (Voice Handicap Index (VHI) en Vocal Tract Discomfort Scale (VTDS)), evenals een auditief-perceptuele beoordeling (GRBASI).
Resultaat: Enkel voor de parameter Asthenia (A) van de GBRASI werden significante tijdstip x groep interacties, een verschil in evolutie in de tijd tussen de drie groepen, aangetoond na de analyses met Linear Mixed Model. Voor de noise-to-harmonics ratio (NHR), A en Strain (S) kon een significant tijdseffect gevonden worden, wat wijst op een intrinsieke verandering in de steekproef gedurende de tijd, onafhankelijk van de groepsindeling. Analyses binnen de specifieke groepen toonden na SP in 5 cm water een significante verbetering op de NHR, A en VTDS aan. Bovendien werd een licht stijgende trend in DSI waargenomen, samen met een trend tot daling van de AVQI en jitter (indicatief voor verbetering). Daartegenover werd ook een ongewenste significante toename in S opgemerkt. Na SP in lucht waren de resultaten eerder beperkt. Hoewel er een trend zichtbaar was richting verbetering in DSI en shimmer en een lichte uitbreiding van het VRP bleek, waren de effecten na training niet significant.
Conclusie: Straw phonation kan bij gezonde 65+’ers leiden tot een positieve ontwikkeling van de stem- capaciteiten en de stemkwaliteit. De meest veelbelovende effecten werden gevonden na SP in 5 cm water. De extra weerstand verkregen na onderdompeling in water lijkt beter te compenseren voor leeftijdsgebonden veranderingen bij veroudering. Belangrijk hierbij is een geleidelijke opbouw in training. Het stimuleren tot voldoende zelfstandige training thuis zal noodzakelijk zijn om mogelijke effecten te maximaliseren. Verder onderzoek is noodzakelijk om de ideale trainingsduur, waterdiepte en diameter voor het uitvoeren van SP in deze populatie te bepalen.
Meer lezen

Exploratieve studie naar een benoemtest die rekening houdt met visuele inputstoornissen bij personen met afasie

KU Leuven
2024
Klara
Spooren
  • Jana
    Sevenants
Genomineerde shortlist Eosprijs
Ontwikkeling van een nieuwe benoemtest om personen die een beroerte hebben doorgemaakt maximaal te ondersteunen. Binnen deze test wordt woordvinding getest aan de hand van auditieve input in plaats van de klassieke visuele input. Dit blijkt uit ons onderzoek een gepast alternatief om personen met visuele inputstoornissen optimaal te ondersteunen.
Deze test wordt binnenkort gepubliceerd om patiënten in praktijk te kunnen helpen.
Meer lezen

Parelmoer pour toujours: Consolidatie van lacque burgauté op Pierre Gole tafel uit collectie Smidt van Gelder

Universiteit Antwerpen
2023
Vadim
Van Meenen
Genomineerde shortlist Eosprijs
Onderzoek naar consolidatieproducten voor lacque burgauté op een unieke Barokke pronktafel van Louis XIV.
Meer lezen

Frivoliteit en moderniteit. Parasols in de lange 19de eeuw: een analyse van de collecties van het Museum Kunst & Geschiedenis en het Mode & Kant Museum in Brussel

KU Leuven
2023
Elena
Vanden Abeele
Deze scriptie analyseert de parasol als mode-accessoire in de lange 19de eeuw. Hierbij gaat de aandacht zowel naar de objecten zelf en hun plek in de mode, als naar hun plaats in de tijdgeest en zijn ideologieën. Het vertrekpunt van dit onderzoek zijn twee parasolcollecties uit de volgende Brusselse musea: het Museum Kunst & Geschiedenis en het Mode & Kant Museum.
Meer lezen

Localisation of neural progenitor cells and the influence of age in the African turquoise killifish

KU Leuven
2022
Ine
Jacobs
In dit project lokaliseerden we verschillende types stamcellen in de hersenen van de Afrikaanse turquoise killivis.
Meer lezen

Voltooid leven in de verleden tijd? Een exploratie van levensmoeheid bij Belgische ouderen vanaf 1850

KU Leuven
2022
Stefanie
Meul
Deze masterproef is in de eerste plaats een begripsgeschiedenis van levensmoeheid. Door de vermeldingen van levensmoeheid in historische bronnen vanaf 1850 onder de loep te nemen en deze historisch te kaderen wil dit onderzoek de totstandkoming van het huidige fenomeen verklaren. Daarnaast krijgen ook onderwerpen als zelfdoding, psychiatrische diagnostiek en ouderdom een historische uitdieping. Het huidige concept voltooid leven is immers een clusterbegrip, wat de complexiteit van de problematiek mee verklaart.
Meer lezen

The effect of prebiotics and probiotics on human memory: a systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials

Vrije Universiteit Brussel
2021
Pieter-Jan
Lenaerts
Deze scriptie onderzoekt aan de hand van een systematic review en een meta-analyse wat de effecten zijn van pre- en probiotica op het menselijk geheugen.
Meer lezen

Is physical activity associated to inflammation, T-cell phenotypes and/or (pre-)frailty in community-dwelling persons aged 80+ years?

Vrije Universiteit Brussel
2020
Emelyn
Mathot
In deze scriptie wordt het effect van fysieke activiteit, uitgevoerd tijdens dagdagelijkse activiteiten, op kwetsbaarheid, immunosenescentie en ontsteking nagegaan in zelfstandige volwassenen ouder dan 80 jaar.
Meer lezen

Changes in taste perception in patients with interstitial lung disease: The need for new diets and food products.

Andere
2019
Viktor
Proesmans
Welke voedingsstoffen hebben een effect op interstitiële longziektes, wat voor dieet kunnen we maken om mensen verder te ondersteunen in hun complex ziekteproces?
Meer lezen

The Perception of Painful Images: a closer reading of passport pictures

Universiteit Antwerpen
2019
Kaat
Somers
Fenomenologisch onderzoek naar de context en representatie van paspoortfoto's in vreemdelingendossiers van joodse slachtoffers van Wereldoorlog II. De som van vier casussen vormt een vraagstelling naar de perceptie en representatie van paspoortfoto's in het kader van de herdenking van de Shoah.
Meer lezen

De nierdialysepatiënt en zijn/haar ervaren impact van de behandeling op het dagelijks functioneren.

Universiteit Gent
2019
Stephanie en Eline
Van Duyse en Van Samang
  • Stephanie
    Van Duyse
  • Eline
    Van Samang
Een combinatie van kwalitatief en kwantitatief onderzoek naar de kwaliteit van leven bij nierdialysepatiënten. Het onderzoek heeft als doel de behandeling voor deze patiënten te optimaliseren via revalidatie.
Meer lezen

Effect of ubiquitination on Parkinson’s Disease associated proteins alpha-synuclein and synphilin-1 in humanized yeast models

KU Leuven
2019
Jens
Loncke
Dit project onderzocht de rol van ubiquitinatie op de toxiciteit en het aggregeren van alfa-synucleïne en synphilin-1 in gehumaniseerde gistmodellen voor de ziekte van Parkinson.
Meer lezen

Early-life X-ray exposure: At risk for premature ageing and neurodegeneration?

KU Leuven
2018
Manon
Coone
Genomineerde longlist Vlaamse Scriptieprijs
Ernstige cognitieve stoornissen kunnen optreden bij hersentumor overlevenden als gevolg van craniale radiotherapie op jonge leeftijd. De processen hierachter zijn gelijkaardig aan verouderingsprocessen en kunnen een verhoogd risico betekenen voor het ontwikkelen van de ziekte van Alzheimer. In deze thesis werden de effecten van bestraling tijdens een kritische periode van de hersenontwikkeling bestudeerd aan de hand van een transgeen Alzheimer muismodel.
Meer lezen

De predictieve waarde van de Neuropsychiatric Inventory Questionnaire (NPI-Q) in het conversieproces van Mild Cognitive Impairment naar dementie: een retrospectieve dossierstudie.

Vrije Universiteit Brussel
2018
Samantha
Dequanter
Mild Cognitive Impairment (MCI) is reeds veelvuldig in verband gebracht met evolutie naar dementie. Naast een veranderende cognitieve en functionele status kunnen ook neuropsychiatrische symptomen (NPS) vroege
signalen zijn van een dergelijk evoluerend proces. Deze studie trachtte na te gaan wat de predictieve waarde is van NPS, gemeten met de Neuropsychiatric Inventory Questionnaire (NPI-Q), in het evolutieproces van MCI naar dementie.
Meer lezen

De overtuigingskracht en het effect van humor bij dreigementen in gezondheidscampagnes.

KU Leuven
2017
Liza
De Vleeschouwer
Hoewel humor uitvoerig benut wordt in de reclamewereld, is onderzoek naar het gebruik van humor in dreigende campagnes, of threat appeals, geringer. Derhalve onderzoekt deze studie het effect van humor in dreigende boodschappen, in relatie met individuele variabelen. De studie omvat een experimenteel onderzoek naar de invloed van leeftijd en betrokkenheid op de doeltreffendheid van antirookcampagnes.
Meer lezen

Ionizing radiation: a road to a senescent cardiovascular system?

Universiteit Antwerpen
2017
Liese
De Ridder
Onderzoek naar de effecten van ioniserende straling op de inductie van senescentie bij endotheelcellen en mogelijke beschermende geneesmiddelen.
Meer lezen

ProNGF and nociception: an expression profiling study in TgproNGF #3 mice

Universiteit Antwerpen
2016
An
Buckinx
Desondanks het grote aanbod aan pijnmedicatie ondervinden zo'n 300 miljoen mensen geen pijnstilling. De nood is dus hoog aan onderzoek naar nieuwe mogelijke aangrijpingspunten in pijn. NGF is een erg belangrijke factor in de ontwikkeling van chronische pijn, maar zijn voorlopereiwit werd nooit eerder onderzocht. In genetisch gemanipuleerde TgproNGF#3 muizen, die meer proNGF uitdrukken in vergelijking met normale muizen, werden verschillen geobserveerd op genetisch, moleculair, en gedragsmatig vlak die wijzen op een rol van proNGF in pijn.
Meer lezen

Solar Decathlon - Aansluitingen van prefabpanelen bij de renovatie van naoorlogse woontorens

Universiteit Gent
2016
Stéphanie
Van Linden
Energie-efficiënt bouwen is tegenwoordig geen optie meer maar een must. Naoorlogse woontorens zijn verantwoordelijk voor een groot deel van het energieverbruik en moeten op een snelle en goedkope manier gerenoveerd worden. Prefabpanelen kunnen hiervoor een oplossing bieden. De voegen tussen deze panelen dienen echter lucht-en waterdicht afgesloten te worden. Deze scriptie beschrijft de prestatie en duurzaamheid van verschillende materialen die hiervoor kunnen toegepast worden, aan de hand van een experimenteel onderzoek.
Meer lezen

The neural correlates of the contextual interference effect in the learning of a complex bimanual task in younger and older adults: an fMRI study

KU Leuven
2016
Celine
Maes
  • Lisa
    Pauwels
  • Sima
    Chalavi
In deze scriptie wordt het effect van twee verschillende oefenschema's (geblokt en gerandomiseerd oefenschema) op motorisch leren bestudeerd bij zowel jongeren als ouderen. Het onderzoek wordt afgenomen in de MRI scanner om zo een uitspraak te kunnen doen over de activatie in de hersenen die gepaard gaan met de taak en de verschillende oefenschema's.
Meer lezen

Cross-sectional and longitudinal study of the radiological characteristics of the intervertebral disc. Evolution in function of age. Influence of repetitive micro trauma. Influence of (macro) trauma.

Universiteit Gent
2016
Charlotte
Van Langenhove
Retrospectief onderzoek naar de karakteristieken van de discus en de aanliggende wervellichamen, zowel cervicaal als lumbaal.
Meer lezen

De invloed van acute inflammatie en inflammaging op het regeneratief potentieel van de zebravisretina

KU Leuven
2015
An
Beckers
De zebravis in de strijd tegen de ziektes van Alzheimer en ParkinsonZebravissen; amper 3 cm grote visjes, horizontale strepen op hun buik en levend in de tropische rivieren van Zuid-Azië. Wat zouden deze kleine visjes spontaan kunnen wat de ‘machtige’ mens niet kan? Schade aan hersencellen herstellen! Inderdaad, de ziektes van Alzheimer en Parkinson, ALS, dementie en MS, allemaal hebben ze gemeen dat hersencellen afsterven en dat de mens er niet op kan reageren door de schade te herstellen.
Meer lezen

Humanized yeast models to study aggregation of the Parkinson’s Disease related proteins alpha-synuclein and synphilin-1

KU Leuven
2015
Jordi
Doijen
Gist brengt nieuw inzicht in de ziekte van ParkinsonDe immense toename van de medische kennis en de ontwikkeling van nieuwe medicijnen heeft een stijging in de levensverwachting van mensen in de Westerse wereld teweeggebracht. Deze stijging zorgt voor een enorme groep 60-plussers met als gevolg  dat bepaalde ziekten, waarbij ouderdom een risico-factor is, meer voorkomen en dus meer van belang worden voor de gezondheidszorg. Voorbeelden van ouderdomsziekten met een enorme impact op de gezondheidszorg en economie zijn de hersenaandoeningen Alzheimer en Parkinson.
Meer lezen

Functional and cellular changes after royalactin treatment in C. elegans

KU Leuven
2015
Pieter
Van de Walle
Genomineerde shortlist Eosprijs
Wormen in de troonzaal: wat één eiwit uit koninginnengelei kan betekenen voor mens en dierIn de bijenkorf heerst een absolute monarchie: de koningin is groter dan de werksterbijen, leeft tien keer langer en legt tot 1.500 eieren per dag. Een scherp contrast met de grotendeels steriele onderklasse dus, en dat heeft wetenschappers al jaren lang geïntrigeerd. Hoe komt het dat sommige bijen uitgroeien tot koninginnen en anderen niet? Het antwoord heeft voor één keer niets met genetica te maken, maar alles met voeding.
Meer lezen

Een queeste naar Coughlins universal dimension of support. Een internationaal-vergelijkende analyse van de relatieve deservingness van ouderen, zieken en werklozen.

KU Leuven
2015
Tijs
Laenen
  • Tijs
    Laenen
Wie verdient er steun van onze welvaartsstaat?Sinds de economische crisis van 2008 en de meer actuele vluchtelingenstroom, is het besef dat er steeds minder te verdelen valt over een almaar groeiende bevolking sterk doorgedrongen in het politieke discours en in de gedachtenwereld van de doorsnee burger. De vraag aan wie de schaarse publieke middelen het best toebedeeld worden, wint andermaal aan belang. U hebt er ongetwijfeld een mening over, en u hebt er allicht al menigmaal over gedebatteerd met vrienden en familie.
Meer lezen