Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Oostende: een onverwachte wereldhaven en veeleisende meesteres: Een onderzoek naar scheepsongevallen in en rond de haven van Oostende tussen 1770 en 1792.

KU Leuven
2026
Arne
Hanson
Deze masterscriptie doet onderzoek naar scheepsongevallen in de haven van Oostende op het einde van de achttiende eeuw. Dat doet ze via de onderzoeksvraag: Welke soorten scheepsongevallen; welke oorzaken en welke evoluties kenmerkten die scheepsongevallen in en rond de haven van Oostende in de periode 1770 tot 1792 en wat was het gevolg voor deze schepen? Het onderzoek maakte gebruik van vier bronnen: de ‘Gazette van Gend’ een krant waarin scheepsongevallen vermeldt staan; de ‘Nauwkeurige beschryving der Oude en Beroemde Zee-Stad Oostende gelegen in Oostenrycksch Vlaenderen’ van Jacobus Bowens, een kroniek die contemporaine context verschaft; een rapport van Thomas de Grysperre dat een aantal oorzaken aangaf voor de scheepsongevallen die in voorkwamen in Oostende en tenslotte zeeprotesten uit het notariaat van Caillie. De zeeprotesten zijn aktes waarin kapiteins hun verslag deden over een ongeval en probeerden de schuld van zich af te schuiven door ze op de zee te leggen, vandaar de naam zeeprotest.
De meeste scheepsongevallen die in Oostende gebeurden waren strandingen. Andere ongevallen waren zinkende schepen, schepen met lekkages en schepen met averij. Er zijn vier mogelijke oorzaken voor deze ongevallen: het weer, strandingen, de verzanding van de haven en tenslotte onkunde. Bij slecht weer gebeurden er ongevallen omdat schepen afhankelijk waren van het weer en omdat Oostende onbeschut lag. Strandingen waren soms zodanig hard dat schepen aan stukken sloegen. Daardoor zijn zij zowel een soort als een oorzaak. Door verzanding was de haven ondiep waardoor zij verraderlijk was en soms voor ongevallen zorgde. Daarnaast was Oostende ook moeilijk te bereiken waardoor veel ervaring nodig was. Onkunde speelde dus ook een rol. Meestal gebeurde een ongeval door een combinatie van deze factoren.
Vervolgens werd de evolutie van het aantal scheepsongevallen bestudeerd. Een Pearson-Correlatiecoëfficiënt toont aan dat er een zwakke, positieve samenhang was tussen het aantal scheepsongevallen en het aantal inkomende schepen. Daarnaast was de correlatie statistisch niet significant. De evolutie van het aantal scheepsongevallen fluctueerde daarvoor te veel. De fluctuaties werden veroorzaakt door geïsoleerde gebeurtenissen en door de verbetering van de haveninfrastructuur in Oostende.
Het laatste aspect van dit onderzoek zijn de gevolgen voor de schepen na een ongeval. De schepen zelf konden meestal de haven van Oostende toch bereiken, waar ze gerepareerd werden. Als ze te beschadigd waren werden ze gerecycleerd, materiaal dat nog in goede staat was werd verkocht en het schip zelf werd tot brandhout gehakt. Wrakken bleven op de bodem liggen, waar ze op hun beurt ongevallen konden veroorzaken. Als de kapitein aan land kwam tekende hij een zeeprotest waardoor hij gevrijwaard was van schadeclaims op het schip of de lading. De bemanning speelde daarbij een belangrijke rol want zij moesten de onschuld van de kapitein bevestigen. Soms werd de schuld ook op de loods gelegd als hij in fout was. Tot slot konden handelaars hun goederen ophalen, maar konden geen schadeclaims opleggen door het zeeprotest. Dat was dus een zeer handig document om op zak te hebben.
Meer lezen

Fragmentation in the International Monetary System and The Pursuit of Chinese Macroeconomic Autonomy

Universiteit Gent
2026
Jannes
Bossaert
Hoe verschaft de internationalisering van de renminbi China macro-economische autonomie in plaats van hegemonie? De analyse conceptualiseert macro-economische autonomie in drie componenten. Zij combineert Cohens macht tot uitstel en macht tot afwenteling van de kosten van betalingsbalansaanpassing met een derde component, coërcitieve weerbaarheid, gedefinieerd als het vermogen om essentiële internationale transacties uit te voeren zonder infrastructuur te passeren die een mogelijke tegenstander beheerst. Beschrijvende statistiek en literatuuranalyse toetsen zes instrumenten aan deze componenten: de accumulatie van reserves en goud, swaplijnen, CFETS, clearingcentra, CIPS en de e-CNY met mBridge. Het resultaat is het nastreven van een dunne, op afwikkeling gerichte internationalisering, die enkel macro-economische autonomie oplevert en geen hegemonie, aangezien er geen sprake is van waardeslag op grote schaal, systemische liquiditeitsvoorziening of gezag over knelpunten.
Meer lezen

DE RECHTSVORDERING VAN RECHTSPERSONEN TER VERDEDIGING VAN ALGEMENE BELANGEN Aan poten en hoeven gebonden? De rechtsvordering van verenigingen ter verdediging van dierenwelzijn: een kritische toetsing

Vrije Universiteit Brussel
2025
Astrid
Pepermans
De mogelijkheid voor verenigingen om in rechte op te treden ter verdediging van algemene belangen – dat wil zeggen belangen die verband houden met hun statutair doel – vormt al jarenlang een bron van juridische en maatschappelijke discussie. Het vraagstuk werd recent opnieuw op scherp gesteld door het arrest van het Belgische Hof van Cassatie van 11 juni 2024, waarin de burgerlijke partijstelling van vzw Animal Rights onontvankelijk werd verklaard wegens een gebrek aan eigen belang in de zin van artikelen 17 en 18 van het Gerechtelijk Wetboek. De vzw had zich, naar aanleiding van ernstige schendingen van dierenwelzijnswetgeving, burgerlijke partij gesteld in een strafprocedure tegen een slachthuis en diens zaakvoerder. Hoewel het Gentse Hof van beroep het jaar voordien nog had geoordeeld dat de vzw een eigen belang kon aantonen op basis van haar statutair doel, kwam het Hof van Cassatie tot een tegengestelde conclusie.

De vraag of, en onder welke voorwaarden, dergelijke rechtspersonen een rechtsvordering kunnen uitoefenen, raakt aan fundamentele beginselen van het procesrecht en aan de klassieke tweedeling tussen het private en publieke domein waarop het Belgisch recht steunt. Deze indeling onderscheidt enerzijds private belangen, die via de burgerlijke procedure worden verdedigd door titularissen van subjectieve rechten of hun gemachtigden, en anderzijds het publieke belang, waarvoor doorgaans het openbaar ministerie optreedt, meestal binnen het strafrecht.

Deze bijdrage beoogt een diepgaande analyse van de ontvankelijkheidsvoorwaarden die de Belgische rechtsorde hanteert voor rechtspersonen die algemene belangen in rechte willen verdedigen, met bijzondere aandacht voor dierenwelzijnsverenigingen. De uiteenzetting vertrekt dan ook vanuit de centrale onderzoeksvraag: Hoe verhoudt de invulling van het belang, de hoedanigheid en de (potentieel) geleden schade als ontvankelijkheidsvoorwaarden voor de rechtsvordering van rechtspersonen ter verdediging van de algemene belangen zich tot de behartiging van dierenwelzijn?

Al in de jaren 60 wees de koninklijk commissaris bij het ontwerp van het gerechtelijk wetboek op het ontbreken van een uitgewerkte theorie rond de rechtsvordering, met inbegrip van vorderingen ingesteld door rechtspersonen. Een eenduidige, coherente en systematische wettelijke regeling kwam er tot op heden niet. Een wisselvallige rechtsleer én rechtspraak is het gevolg.

Om de centrale onderzoeksvraag te beantwoorden, vat dit artikel aan met een verkenning van het juridisch en rechtsdogmatisch kader waarin de rechtsvordering, het belang, de hoedanigheid en de schade wordt geconceptualiseerd en geïnterpreteerd. Ook een overzicht van de historische en actuele positie van de rechtsvordering van rechtspersonen ter verdediging van algemene belangen is onontbeerlijk. Door de juridische en politieke premissen te onderzoeken waarop uiteenlopend invulling is gegeven aan de toepassingsvoorwaarden ervan, en door na te gaan hoe deze verschillende benaderingen zich tot op vandaag in de praktijk manifesteren, brengt dit artikel bestaande lacunes en begripsverwarring in kaart.

De focus wordt vervolgens, aan de hand van een veldstudie, toegespitst op de mogelijkheid voor verenigingen die milieubescherming en dierenwelzijn nastreven om als burgerlijke partij op te treden in strafzaken. Deze veldstudie, ingegeven door het arrest van 11 juni 2024, toont aan dat zelfs na de hervorming van artikel 17 Gerechtelijk Wetboek – waarmee de initiatiefnemers beoogden de juridische mist rond de rechtsvordering weg te nemen – nog steeds geen sluitende interpretatie bestaat over de ontvankelijkheidsvoorwaarden van de rechtsvordering van rechtspersonen.

Dit is niet alleen problematisch in de burgerlijke rechtspraak. Zoals de analyse in deze bijdrage aantoont, treden verenigingen ook in strafzaken op om dierenleed onder de aandacht van de rechter te brengen, met inconsistente rechtspraak als resultaat. Gezien de maatschappelijke urgentie en het toenemende draagvlak voor handhaving van dierenwelzijnswetgeving, is de nood aan een eenduidig wettelijk kader en aan rechtszekerheid des te groter. In dat opzicht overstijgt deze bijdrage de technisch-processuele discussie over ontvankelijkheid, en raakt ze ook aan fundamentelere vragen over wie er het best geplaatst is om dierenwelzijn te verdedigen in het gerecht, op welke manier dierenleed kan worden gesignaleerd, erkend en gecompenseerd, en welke belangen – vooral wanneer ze niet worden gestut door eigen subjectieve rechten – al dan niet een juridische stem verdienen.

Daarbij wordt ook stilgestaan bij de mogelijkheid van verdere wetgevende actie. Twee wetsvoorstellen van 16 september 2024 en van 11 oktober 2024 trachtten het hiaat in de toegang van dierenwelzijnsverenigingen tot de rechter op te vullen door in artikel 17 Gerechtelijk Wetboek een uitdrukkelijke rechtsvordering toe te kennen aan deze verenigingen. Dit roept de vraag op of het wenselijk is om opnieuw een bijzonder wettelijk regime in te voeren, dan wel of het tijd is om de conventionele, binaire fundamenten van de rechtsvordering in België te herzien, in het licht van belangen die vandaag nog te vaak noodgedwongen zonder juridisch klankbord blijven.
Meer lezen

Balancing Act: Environmental Liability in the Realm of Insolvency Law

Universiteit Hasselt
2024
Mira
Jablonska
Deze thesis bestaat uit een beschrijvende en vergelijkende analyse van beschikbare wetgeving en mechanismen om het Europese principe “de vervuiler betaalt” te waarborgen tijdens faillissementsprocedures van private rechtspersonen. De analyse omvat zowel Europese als nationale wetgeving en instrumenten. Daarnaast wordt de relatie tussen milieuaansprakelijkheid en faillissementen als gevolg van milieuschade onderzocht. Verschillende vormen van aansprakelijkheid komen aan bod, elk met hun unieke gevolgen. Aansluitend, besteedt deze thesis aandacht aan verschillende mechanismen om het principe “de vervuiler betaalt” uitwerking te kunnen geven tijdens faillissementsprocedures, waaronder financiële zekerheden, verzekeringen en samenwerkingen die zijn ontstaan in de praktijk. Verder wordt er stil gestaan bij de verantwoordelijkheid van rechtspersonen om hun aansprakelijkheid, die tot insolventie zou kunnen leiden, te beperken.

De bestudeerde theorie wordt aangevuld met voorbeelden uit de praktijk om het gedane onderzoek in de juiste maatschappelijke context te plaatsen. Deze voorbeelden, voornamelijk over de financiële gevolgen van milieuschade, tonen de noodzaak van het ontwikkelen van duidelijk mechanismen en afspraken tussen de verschillende betrokken stakeholders.

Vervolgens volgt een kritische blik van de auteur op de bestaande mechanismen en wetgeving. Deze kritische blik wordt aangevuld met suggesties die betrekking hebben op het uitbreiden van bepaalde bestaande initiatieven, wetgevende hervormingen en algemene opmerkingen met betrekking tot het huidige wetgevend landschap. De belangrijke bevindingen onthullen de behoefte aan een meer geïntegreerde en adaptieve benadering van beleidsvorming, waarbij de nadruk wordt gelegd op het harmoniseren van aansprakelijkheidsregimes en het waarborgen van hollistische juridische uitkomsten.

Als laatste wordt er stilgestaan bij de potentiële invloed van nieuwe wetgevende initiatieven op de huidige aanpak. Ook hier wordt er aandacht besteed aan eventuele leemten met betrekking tot het beter integreren van het principe “de vervuiler betaalt” in insolventie procedures en aansprakelijkheidsmechanismen.
Meer lezen

A change of direction in the jurisprudence on wrongful birth claims

Vrije Universiteit Brussel
2024
Graciela
Pardo Burbano
In deze thesis wordt het onderwerp van schadevergoeding wegens een medische fout behandeld, in het bijzonder de zgn. 'wrongful life, wrongful birth en wrongful pregnancy' vorderingen. Na een analyse van Belgisch recht, een discussie over de debatten, en een vergelijking met andere rechtstelsels komt een voorstel van mogelijke artikels om dit onderwerp te reguleren.
Meer lezen

PERSMISDRIJVEN VOOR DE JURY: GRONDWETTELIJKE WAARBORG OF GERECHTELIJK FOSSIEL?

Universiteit Gent
2024
Milan
Maertens
De Belgische grondwetgever heeft de persvrijheid in 1830-1831 vastgelegd met speciale waarborgen. Eén van deze grondwettelijke garanties is de bevoegdheid van het hof van assisen om te oordelen over zogenaamde 'persmisdrijven' (huidig artikel 150 Grondwet).
Hoewel het evident moet lijken dat er recente assisenzaken zijn geweest waarin de jury zich over een persmisdrijf heeft moeten uitspreken, zijn er in de naoorlogse periode - met uitzondering van drie gevallen - vrijwel geen voorbeelden te vinden. Dat persmisdrijven decennialang nauwelijks vervolgd zijn voor het hof van assisen houdt verband met uiteenlopende inhoudelijke, beleidsmatige en organisatorische redenen.
Door middel van een analyse van wetgeving, rechtspraak en literatuur ging deze rechtshistorische studie op zoek naar een antwoord op de vraag waarom er vandaag geen persprocessen meer voor de jury komen. Het onderzoek steunde hierbij deels op archiefonderzoek, waarbij drie niet eerder geanalyseerde archiefdossiers van het Oost-Vlaamse hof van assisen zijn bestudeerd.
Meer lezen

De aansprakelijkheid van en de rechtshandhaving door de overheid tijdens de COVID-19-pandemie: Vergelijkend onderzoek tussen België, India en Zweden

Universiteit Antwerpen
2024
Elena
Butaye
Deze meesterproef onderzoekt of het recht op (toegang tot de) gezondheidszorg werd gewaarborgd tijdens de COVID-19-pandemie en indien de overheid bij nalatigheid aansprakelijk gesteld kan worden. Dit onderzoek wordt geleid door volgende onderzoeksvragen:

1. Wat houdt het recht op toegang tot de gezondheidszorg in en wanneer is er sprake van nalatigheid indien de toegang tot gezondheidszorg niet wordt verleend?

2. Welke wetgeving/maatregelen werd(en) er genomen tijdens de COVID-19-pandemie, opdat het recht op (toegang tot de) gezondheidszorg werd gewaarborgd?

3. Werden de rechten van de patiënt voldoende gewaarborgd in de gezondheidszorg tijdens de COVID-19-pandemie?

4. Vanaf wanneer kan de overheid aansprakelijk gesteld worden voor diens nalatigheid in het voorzien van de nodige gezondheidszorg tijdens een pandemie?

Hoewel alle drie de landen hebben geprobeerd het recht op (toegang tot de) gezondheid(szorg) te waarborgen tijdens de coronapandemie, werden ze geconfronteerd met verschillende uitdagingen en tekortkomingen. Deze meesterproef benadrukt het belang van veerkrachtige gezondheidszorgsystemen, een snelle beleidsreactie op een pandemie, goed functionerende juridische kaders en effectief crisisbeheer in het omgaan met mondiale gezondheidscrisissen.
Meer lezen

Proving a Causal Link in Climate Change Litigation

Universiteit Gent
2023
Jozef
Seghers
We onderzoeken hoe wetenschappelijk bewijs van het verband tussen drivers van klimaatverandering en de impact en schade die ze veroorzaken, vertaald wordt naar juridisch bewijs van causaliteit in de rechtzaal. De wetenschap is in staat is om met hoge betrouwbaarheid causale verbanden aan te tonen. Samen met nieuwe juridische benaderingen vergroot dat de kansen op succes voor eisers in klimaatzaken.
Meer lezen

Een koud kunstje? De Commissie Buysse na WO II. Een kijk achter de schermen van het Belgische onderzoek en herstelbeleid rond naziroofkunst.

Universiteit Gent
2023
Marie
De Beul
Een kijk achter de schermen van het Belgische onderzoek en herstelbeleid rond naziroofkunst.
Meer lezen

Copy-paste journalistiek door voetbalsites: bestraffen met een rode kaart of niet?

KU Leuven
2022
Louis
Descamps
Voetbalsites zoals Voetbalkrant en VoetbalPrimeur nemen vaak delen van artikels van andere media over. Met bronvermelding is dat geen probleem, zonder bronvermelding is dat illegaal.
Meer lezen

Impact van bestemming verzekeringsuitkering op toelaatbaarheid vordering

Universiteit Gent
2022
Michiel
Roels
Deze scriptie betreft een noot bij het arrest van het Hof van Cassatie van 11 december 2020. Het Hof maakte een foutieve redenering bij de invulling van het begrip "rechtmatig belang", doordat het de fase van de toelaatbaarheid van de vordering en deze van de gegrondheid door elkaar haalde. Het rechtzetten van dergelijke fouten is cruciaal, gezien het Hof garant staat voor het bewaren van de eenheid in de Belgische rechtspraak.
Meer lezen

Rechtspersoonlijkheid voor robots: een rechtsfilosofische afweging vanuit Belgisch juridisch perspectief

Vrije Universiteit Brussel
2022
Victor
Schollaert
Robots zijn in ons recht vandaag niets meer dan voorwerpen. Het wordt tijd om te overwegen of ze de status van personen verdienen in ons recht. Door middel van een rechtsfilosofische afweging wordt in dit onderzoek een voorzichtig positieve balans opgemaakt.
Meer lezen

De Betonstop: een journalistiek onderzoek naar een onhaalbaar beleid

Vrije Universiteit Brussel
2021
Mathijs
Minten
  • Annabel
    Meuleman
Betonstop
Meer lezen

Algemene vervoersvoorwaarden: een analyse van de verhouding tussen de algemene voorwaarden van Belgische transportmaatschappijen en het consumentenrecht

Universiteit Gent
2021
Alexander
Debouck
Onderzoek naar de algemene vervoersvoorwaarden van de Belgische transportmaatschappijen. In de scriptie is nagegaan of de bepalingen voldoen aan alle vereisten die opgelegd worden ter bescherming van de consument-reiziger.
Meer lezen

Een criminele kamer ter vervanging van een hof van assisen: tussen ambitie en traditie

KU Leuven
2021
Emilie
Hermans
Het hof van assisen is een instelling die sinds oudsher uitwerking kent in het Belgische rechtssysteem en de hervorming ervan is een gegeven dat al gedurende ruime tijd de politieke gemoederen verhit. Eén van de meest recente voorstellen is het initiatief van voormalig minister van Justitie Koen Geens om het huidige hof van assisen te vervangen door criminele kamers. Mijn masterthesis tracht een ontwerptekening te maken van hoe dergelijke criminele kamers vormgegeven kunnen worden, rekening houdend met specifieke kenmerken alsook waarborgen die de huidige assisenprocedure kentekenen.
Meer lezen

Schadevergoeding tot herstel bij de Raad van State: noodzakelijkheid en doeltreffendheid van de procedure

Hogeschool UCLL
2020
Luka
Geurts
Deze scriptie, geschreven in het kader van de opleiding Rechtspraktijk, handelt rond de procedure van schadevergoeding tot herstel bij de Raad van State. De hoofdvraag is de noodzakelijkheid en doeltreffendheid van de invoering van deze procedure.
Meer lezen

Vinden ze nog de weg naar huis? De zoektocht naar een geschikt beleid voor roofkunst uit de Tweede Wereldoorlog

Universiteit Gent
2020
Amber
Gardeyn
Deze scriptie gaat op zoek naar aanbevelingen aan de Belgische overheden om het huidige beleid voor roofkunst uit de Tweede Wereldoorlog op te krikken. De aanbevelingen zijn gebaseerd op een rechtsvergelijkende studie tussen België, Nederland, Frankrijk en Duitsland.
Meer lezen

Kinderarbeid in het kader van influencer marketing: product placement of illegaliteit?

KU Leuven
2019
Lauren
Daniels
Tegenwoordig worden kinderen steeds vaker ingeschakeld voor influencer marketing op Instagram. Deze trend doet zorgen baren in het licht van het verbod op kinderarbeid. Deze scriptie gaat na in welke mate influencer marketing met kinderen een vorm van verboden kinderarbeid uitmaakt, of de Belgische wetgeving in dat geval voldoende aangepast is aan deze moderne vorm van kinderarbeid en of welbepaalde voorstellen tot modernisering wenselijk zijn.
Meer lezen

De aansprakelijkheid van online platformen voor auteursrechtinbreuken

KU Leuven
2019
Arne
Saerens
De scriptie gaat na onder welke voorwaarden de ondernemingen achter online platformen aansprakelijk gesteld kunnen worden voor uploads van hun gebruikers die het auteursrecht van derden schenden. Hierbij komt het huidig juridische kader aan bod, alsook dat van de nabije toekomst ten gevolge van de nieuwe Auteursrechtrichtlijn die eerder in 2019 goedgekeurd werd op Europees niveau. Het onderwerp wordt op internationale wijze benaderd, gezien de grote impact van Europese regelgeving op dit gebied en het internationale karakter van de problematiek van auteursrechtelijke inbreuken in een digitale omgeving.
Meer lezen

Shared decision making en aansprakelijkheid in de geestelijke gezondheidszorg.

KU Leuven
2018
Stefaan
Baeten
Door het toenemende belang van keuzes in de zorg en een verschuiving naar een overlegmodel dient 'shared decision making' zich aan als alternatief voor het model van 'informed consent' in de geestelijke gezondheidszorg. Rechtsvergelijkend onderzoek toont aan dat er nood is aan een nieuw patiëntenrecht naast 'informed consent'.
Meer lezen

Walk the line, How to balance access to research and protection of the prisoner?

KU Leuven
2017
Mathijs
van Westendorp
In deze scriptie wordt gekeken naar de balans tussen de toegang tot wetenschappelijk onderzoek en de bescherming tegen misbruik van gedetineerden. Daarbij ligt de focus op het belang van de geïnformeerde toestemming en op de invloed van de gevangenisomstandigheden op de vrijwilligheid van deelname aan een onderzoek.
Meer lezen

Verweesde werken - een terminologisch onderzoek

KU Leuven
2017
Hannelore
Vanlinthout
In deze scriptie wordt de problematiek van verweesde werken besproken. Is de oplossing die Europa voorstelt voldoende. Een tweede luik behandeld te terminologie van het domein verweesde werken en met uitbreiding het autersrecht.
Meer lezen

Het aansprakelijkheidsregime bij accidentele olieverontreiniging op zee door schepen, met nadruk op de vergoeding.

Universiteit Gent
2017
Eline
Stevens
Bespreking van de regels met betrekking tot aansprakelijkheid naar aanleiding van accidentele olieverontreiniging. Een dieper onderzoek naar de vergoedingen die worden toegekend wanneer dergelijke rampen zich voordoen.
Meer lezen

Adolescente verkrachtingsslachtoffers: Ontwerp van een brochure ter bevordering van veerkracht

Hogeschool West-Vlaanderen
2017
Bieke
Longeville
In deze bachelorproef wordt een brochure ontworpen voor adolescente verkrachtingsslachtoffers waarvan op basis van wetenschappelijk vooronderzoek kan worden verwacht dat deze het herstel van jongeren na een eenmalige verkrachting stimuleert. Dergelijke informatie op maat van adolescenten bleek tot op heden immers te ontbreken, terwijl zij bijzonder kwetsbaar zijn voor secundaire victimisatie en de ontwikkeling van psychische klachten na verkrachting.
Meer lezen

Compartmentalisation and the principle of full compensation: Can’t see the wood for the trees in the 21st century

KU Leuven
2016
Pieter
Gillaerts
Wie foutief iemand anders schade berokkent, moet deze in België volledig vergoeden. Er zijn evenwel talloze uitzonderingen op deze regel, waardoor je het bos door de bomen niet meer ziet. Deze scriptie brengt de belangrijkste uitzonderingen in kaart en stelt een meer omvattende uitzondering voor op de regel van de volledige vergoeding, zodat de rechter in een concreet geval steeds in staat zou zijn om de schadevergoeding te matigen als die duidelijk onredelijk zou zijn.
Meer lezen

De collectieve vordering: een nuttig instrument voor de slachtoffers van onrechtmatige bedingen?

Universiteit Gent
2016
Céline
van Aalst
De scriptie bespreekt de collectieve vordering (class action) die werd ingevoerd in het Wetboek Economisch Recht en dit specifiek in de context van de onrechtmatige bedingen in hetzelfde wetboek. Er worden concrete gevallen behandeld en ten slotte worden er criteria ontwikkeld aan de hand waarvan het nut van de collectieve vordering ten opzichte van de klassieke proceduremogelijkheden concreet per situatie kan worden geëvalueerd.
Meer lezen

Herstel voor nabestaanden van slachtoffers van levensdelicten. Kwalitatief onderzoek naar factoren die een rol (kunnen) spelen bij secundaire victimisatie.

Universiteit Gent
2016
Yinthe
Feys
Alhoewel nabestaanden van slachtoffers van levensdelicten (moord en doodslag) ook slachtoffers zijn, krijgen zij vaak niet de aandacht die zij verdienen. In dit onderzoek werd dan ook getracht om, via kwalitatieve interviews, in kaart te brengen hoe dergelijke nabestaanden hun slachtofferschap ervaren. Hierbij werd nagegaan of er, naast een primaire victimisatie (de directe gevolgen van het misdrijf), ook sprake is van een secundaire victimisatie (ten gevolge van de houding van allerlei actoren waarmee de desbetreffende personen in contact komen).
Meer lezen

Kan de wetgever een fout maken op grond van art. 1382 BW en art. 1383 BW?

Universiteit Hasselt
2016
Elisa
Fiata
De kern van de scriptie betreft de rechtsvraag of de overheidsaansprakelijkheid voor fouten van de wetgever op dezelfde manier kan worden afgeleid uit de brug die gelegd werd voor de uitvoerende macht vanuit de artikelen 1382 BW en 1383 BW. Een belangrijke concretisering betreft de situatie waarbij de wetgever een wet uitvaardigt die in strijd is met de grondwet. De situatie waarbij de wetgever een wet uitvaardigt die in strijd is met een hogere rechtsnorm andere dan de grondwet werd duidelijk opgelost in de cassatierechtspraak.
Meer lezen

Over de compatibiliteit van ons huidig westers strafrecht met de recente inzichten in de neurobiologie rond het concept 'vrije wil'

KU Leuven
2015
Arne
De Jaegere
Natural born killers 2.0.Augustus 2012. Het ganse land schreeuwt moord en brand wanneer Michelle Martin onder voorwaarden vrijkomt. De federale politie moet versterking bieden om de menigte aan de poorten van het klooster van Malonne in bedwang te houden. En wanneer de echtgenote van de meest gehate burger van het land enkele maanden later beslist om een kappersbezoek te brengen aan de kust, is het hek volledig van de dam. Iedereen lijkt het er over eens te zijn: zo’n mens moet zwaar gestraft worden. Louter en alleen omdat ze het verdient.
Meer lezen

“Ce n’est pas uniquement avec des briques et du béton que l’on reconstruit des villes.” Sociale en politieke discussies tijdens de wederopbouw van Leuven en België na de Eerste Wereldoorlog

KU Leuven
2015
Sofie
Schoonjans
De Leuvense wederopbouw na de Eerste Wereldoorlog: niet gewoon een kwestie van bakstenen en betonLeuven kreeg in 1914 wereldwijde aandacht toen het Duitse leger de stad en haar befaamde universiteitsbibliotheek in lichterlaaie zette. De stad figureerde prominent in propagandacampagnes, die de boodschap van Brave Little Belgium en Duitse barbarij verspreidden. Gezien de symbolische waarde van de vernieling van deze stad, werd in deze thesis gekeken naar de berichtgeving over haar wederopbouw.
Meer lezen