Herstel voor nabestaanden van slachtoffers van levensdelicten. Kwalitatief onderzoek naar factoren die een rol (kunnen) spelen bij secundaire victimisatie.

Yinthe Feys
Alhoewel nabestaanden van slachtoffers van levensdelicten (moord en doodslag) ook slachtoffers zijn, krijgen zij vaak niet de aandacht die zij verdienen. In dit onderzoek werd dan ook getracht om, via kwalitatieve interviews, in kaart te brengen hoe dergelijke nabestaanden hun slachtofferschap ervaren. Hierbij werd nagegaan of er, naast een primaire victimisatie (de directe gevolgen van het misdrijf), ook sprake is van een secundaire victimisatie (ten gevolge van de houding van allerlei actoren waarmee de desbetreffende personen in contact komen).

Zijn nabestaanden van slachtoffers van levensdelicten ook slachtoffer?

Jaarlijks vinden nog te veel (dodelijke) verkeersongevallen of moordzaken plaats. In België lieten 727 mensen het leven bij een dodelijk verkeersongeval in 2014, 182 stierven ten gevolge van moord in 2012. Dergelijke slachtoffers kregen doorheen de jaren steeds meer aandacht, maar de nabestaanden van deze slachtoffers worden ook gevictimiseerd. Zij worden niet alleen geconfronteerd met een primaire victimisatie (namelijk de gevolgen van het misdrijf zelf), maar tevens met een mogelijke secundaire victimisatie. De manier waarop zij door de strafrechtelijke actoren behandeld worden, kan immers opnieuw het gevoel geven slachtoffer te zijn. Dit kan het verwerkingsproces van de desbetreffende nabestaanden nog meer bemoeilijken. Het is dan ook noodzakelijk dat deze specifieke doelgroep meer aandacht krijgt in zowel onderzoek als in de praktijk en het beleid. Om deze reden werden zowel nabestaanden van moordzaken en dodelijke verkeersongevallen als mensen uit de praktijk die met deze nabestaanden in contact komen, aan het woord gelaten.

Uit deze interviews bleek dat nabestaanden van levensdelicten een heel proces doorstaan, beginnend bij de slechtnieuwsmelding van de politie en de medische hulpverlening. De manier waarop deze eerste stappen verlopen, bepaalt voor een deel in welke mate nabestaanden in staat zijn de slechte ervaring een plaats te geven. Uit het onderzoek bleek echter dat deze slechtnieuwsmelding niet altijd even respectvol verloopt. Soms identificeren de politieambtenaren zich niet als dusdanig of nemen ze niet voldoende tijd om het gebeurde uit te leggen. De meningen over de medische hulpverlening waren eveneens verdeeld.

Vervolgens is er de afscheidsplechtigheid. Dit is een belangrijke fase van het verwerkingsproces waarbij de nabestaanden voldoende vrijheid moeten krijgen om de plechtigheid te laten verlopen zoals zij dit zelf willen. De aansleep naar de begrafenis of crematie is doorgaans een periode met veel administratieve taken (zoals het verwittigen van de begrafenisondernemer), waardoor het verwerkingsproces zelf even ‘on hold’ wordt gezet.

Daarna krijgen de nabestaanden te maken met het juridische proces. Ze komen in aanraking met allerhande strafrechtsactoren zoals rechters, advocaten en magistraten. Pas wanneer de juridische afwikkeling van het gebeurde voltooid is, blijkt het verwerkingsproces echt te kunnen aanvangen.

Doorheen de interviews konden een heel aantal gevolgen op zowel korte als lange termijn opgemerkt worden. Deze werden beschreven als een clusterbom. Nadat één centrale bom is afgegaan (namelijk het verliezen van een naaste), volgen allerlei ‘secundaire’ bommen die de verwerking van het misdrijf bemoeilijken. Enerzijds waren er primaire gevolgen (de directe gevolgen van het misdrijf). Deze konden opgedeeld worden in emotionele en psychische gevolgen (verdriet, angst, gemis, ongeloof, machteloosheid,…), lichamelijke gevolgen (ten gevolge van stress), maatschappelijke gevolgen (moeilijke communicatie met de sociale omgeving en de media), beroepsmatige gevolgen (het (tijdelijk) niet kunnen uitoefenen van het beroep en/of vrijetijdsactiviteiten), financiële gevolgen (onkosten ten gevolge van het misdrijf, materiële schade) en andere gevolgen (zoals administratieve taken en persoonlijkheidsveranderingen, bijvoorbeeld het aannemen van een meer teruggetrokken houding). Anderzijds kan echter ook een secundaire victimisatie optreden. Dit verwijst naar de houding van allerhande actoren waarmee nabestaanden in aanraking (kunnen) komen. Afhankelijk van de manier waarop nabestaanden door onder meer de advocaat, rechter, politie en justitiepersoneel behandeld worden, zal het verwerkingsproces bemoeilijkt of net bevorderd worden.

De nabestaanden rapporteerden een heel aantal behoeften om het verwerkingsproces te bevorderen. Deze behoeften konden eveneens in verscheidene categorieën opgedeeld worden. Er zijn emotionele en psychische behoeften (opvang, emotionele steun en erkenning), behoeften inzake het strafproces (respectvolle behandeling, procedurele aspecten en de gerechtelijke uitspraak), financiële behoeften (schadevergoeding) en andere behoeften (zoals praktische hulp en het hebben van een (nuttige) bezigheid).

De gevolgen en bijgevolg behoeften van nabestaanden zijn zeer uiteenlopend en individueel. Elke zaak veronderstelt dan ook een persoonlijke en aangepaste aanpak om deze personen zo goed mogelijk te helpen. Alhoewel deze doelgroep met een specifieke problematiek geconfronteerd wordt, krijgen zij niet de aandacht die ze verdienen en is er nog maar weinig over deze doelgroep geweten. Het is nochtans belangrijk om aandacht op deze groep te vestigen, zodat het verwerkingsproces niet onnodig bemoeilijkt wordt. De primaire gevolgen kunnen dan wel niet vermeden worden, maar een secundaire victimisatie zouden we wel zo veel mogelijk moeten proberen vermijden. Het is immers, zoals één van de nabestaanden in het onderzoek ook stelde, een proces van lange adem dat nooit volledig beëindigd wordt: “Da’s echt zoals water dat uitdijt, da’s een never ending story” (respondent4).

Alhoewel het een zeer gevoelig thema betreft, waren toch meerdere nabestaanden (en deskundigen) bereid hun verhaal te doen. Zij hopen immers dat toekomstige nabestaanden niet hetzelfde moeten doorstaan als zij hebben meegemaakt en hopen dat er in de toekomst verbeteringen aangebracht kunnen worden in de opvang en behandeling van nabestaanden van levensdelicten. Het verlies van een naaste is op zich al een verschrikkelijke gebeurtenis, maar de gerapporteerde gevolgen maken dit des te moeilijker. Dit is hopelijk dan ook een eerste stap in het verbeteren van de positie van nabestaanden van moordzaken en (dodelijke) verkeersongevallen. Ondanks de aandacht die recent uitgaat naar deze doelgroep, met als gevolg onder meer een uitbreiding van het aanbod aan slachtoffervoorzieningen en het verkrijgen van meer rechten, is er immers nog veel werk aan de winkel om deze nabestaanden zo min mogelijk (secundair) te victimiseren. Naast meer (wetenschappelijk) onderzoek naar deze doelgroep, zou ook ingezet moeten worden op sensibilisering naar de praktijk en het bredere publiek, evenals beleidsmatige verbeteringen voor nabestaanden van levensdelicten.

Bibliografie

Bibliografie

Aertsen, I. (2004). Slachtoffer-daderbemiddeling: Een onderzoek naar de ontwikkeling van een herstelgerichte strafrechtsbedeling. Leuven: Universitaire Pers Leuven.

Aertsen, I. (2010). Over de aandacht voor slachtoffers en punitiviteit. In I. Aertsen, K. Beyens, T. Daems, & E. Maes (Eds.), Panopticon Libri (pp. 107-131). Antwerpen-Apeldoorn: Maklu.

Aertsen, I. (2012). De intrede van het slachtoffer en herstel in het forensisch welzijnswerk. In R. Roose, F. Vander Laenen, I. Aertsen, & L. Van Garsse (Eds.), Handboek forensisch welzijnswerk: Ontwikkeling, beleid, organisatie en praktijk (pp. 71-89). Gent: Academia Press.

Aertsen, I., Christiaensen, S., Hougardy, L., & Martin, D. (2002). Politiële slachtofferbejegening. Gent: Academia Press.

Aertsen, I., & Hutsebaut, F. (2010). Kinderen als slachtoffer van het verkeer: Onderzoek naar de noden, behoeften en ervaringen van verkeersslachtoffers en hun nabestaanden. Brussel: Academic and Scientific Publishers.

Alba. (2015). Historiek herstelbemiddeling.   Retrieved 10/12/2016 from http://www.alba.be/bal_historiek.php

Belga. (2016, 7 februari). Voor ogen van vriendin doodgereden: Moeder geeft dader van vluchtmisdrijf aan. Het Laatste Nieuws. Retrieved 15/05/2016 from http://www.hln.be/hln/nl/957/Binnenland/article/detail/2609327/2016/02/…

Beyens, K., & Tournel, H. (2010). Mijnwerkers of ontdekkingsreizigers? Het kwalitatieve interview. In T. Decorte & D. Zaitch (Eds.), Kwalitatieve methoden en technieken in de criminologie (pp. 200-232). Leuven: Acco.

Broucker, M.-R., & Defever, C. (2009). Analyse van de vragenlijsten omtrent de justitiële afhandeling van verkeersongevallen met zwaargewonde en/of dodelijke verkeersslachtoffers. Brussel: Dienst voor het Strafrechtelijk Beleid.

Castrel, A. (2012). Slachtofferhulp. In R. Roose, F. Vander Laenen, I. Aertsen, & L. Van Garsse (Eds.), Handboek forensisch welzijnswerk: Ontwikkeling, beleid, organisatie en praktijk (pp. 397-404). Gent: Academia Press.

Claessens, K. (2012). Het Justitiehuis. In R. Roose, F. Vander Laenen, I. Aertsen, & L. Van Garsse (Eds.), Handboek forensisch welzijnswerk: Ontwikkeling, beleid, organisatie en praktijk (pp. 285-302). Gent: Academia Press.

Cotur, P. (2012). Als het verkeer je raakt: Praktische gids na een verkeersongeval. Gent: New Goff.

Creten, N. (2004). Politionele slachtofferbejegening. Antwerpen-Apeldoorn: Maklu.

D'Hondt, P. (2013). De behandeling van dodelijke verkeersongevallen: Een draaiboek. In F. Hutsebaut, F. Goossens, & F. Verbruggen (Eds.), Profs over proffen: Wenken vanuit het werkveld bij het afscheid van een academicus (pp. 285-291). Brussel: Politeia.

De Groof, K. (2013). Slachtofferzorg en slachtofferonderzoek. In F. Hutsebaut, F. Goossens, & F. Verbruggen (Eds.), Profs over proffen: Wenken vanuit het werkveld bij het afscheid van een academicus (pp. 273-284). Brussel: Politeia.

De Kimpe, S. (2008). 'Geef me een schandaal en ik bezorg je een hervorming!' - Schandalen als een impuls voor de politiehervorming. In K. Van Cauwenberghe (Ed.), De hervormingen bij politie en justitie: In gespreide dagorde (pp. 175-188). Mechelen: Kluwer.

De Koning, E., & Piette, M. (2014). A retrospective study of murder-suicide at the forensic institute of Ghent University, Belgium: 1935-2010. Medicine, Science and the Law, 54(2), 88-98.

De Mesmaecker, V. (2009). Ervaring met justitie als differentiërende factor in het oordeel over justitie: Een introductie tot procedurele rechtvaardigheid. Rechtskundig Weekblad, 10(14), 562-576.

Decorte, T. (2010). Kwalitatieve data-analyse in het criminologisch onderzoek. In T. Decorte & D. Zaitch (Eds.), Kwalitatieve methoden en technieken in de criminologie (pp. 442-471). Leuven: Acco.

Decorte, T., Tieberghien, J., & Petintseva, O. (2015). Methoden van criminologisch onderzoek: Ontwerp en dataverzameling. Gent: Docunet.

Denzin, N., & Lincoln, Y. (2003). Introduction: The discipline and practice of qualitative research. In N. Denzin & Y. Lincoln (Eds.), Collecting and interpreting qualitative materials (pp. 1-60). Thousand Oaks: Sage.

Devos, A. (2009). Balans van het tienjarig bestaan van de Justitiehuizen en perspectieven voor de komende jaren: Congresverslagboek colloquium 2 en 3 december 2009. Brussel: Federale Overheidsdienst Justitie.

Dickert, N. W., & Kass, N. E. (2011). Understanding respect: Learning from patients. Journal of Medical Ethics, 35(7), 419-423.

Dienst voor het Strafrechtelijk Beleid. (2015). Modernisering strafprocesrecht.   Retrieved 10/12/2016 from http://www.dsb-spc.be/web/index.php?option=com_content&task=view&id=79&…

Dienst voor het Strafrechtelijk Beleid. (2016). Bemiddeling.   Retrieved 14/05/2016 from http://www.dsb-spc.be/web/index.php?option=com_content&task=view&id=68&…

Douglas, E. (2002). Qualitative analysis: Practice and innovation. Londen: Routledge.

Duquet, N. (2014). Dodelijke statistieken: Van inzicht tot preventiestrategieën.   Retrieved 3/03/2016 from http://www.mo.be/analyse/dodelijke-statistieken-van-inzicht-tot-prevent…

Eliaerts, C., & Bitoune, R. (2001). Herstelrecht voor minderjarigen: Theorie en praktijk. In L. Dupont & F. Hutsebaut (Eds.), Herstelrecht tussen toekomst en verleden. Leuven: Universitaire Pers Leuven.

Fijnaut, C. (1999). Tien jaar (discussie over de) reorganisatie van het politiewezen. In C. Fijnaut, B. De Ruyver, & F. Goossens (Eds.), De reorganisatie van het politiewezen (pp. 13-41). Leuven: Universitaire Pers Leuven.

Fontana, A., & Frey, J. (2003). The interview: From structured questions to negotiated text. In N. Denzin & Y. Lincoln (Eds.), Collecting and interpreting qualitative materials (pp. 61-106). Thousand Oaks: Sage.

Geysen, W. (2007). Zonder afscheid: Als je kind sterft in het verkeer. Antwerpen: Standaard Uitgeverij.

Gill, P., Stewart, K., Treasure, E., & Chadwick, B. (2008). Methods of data collection in qualitative research: Interviews and focus groups. British Dental Journal, 204(6), 291-295.

Herbert, F. (2013). Hoe groter de aantallen, des te minder de aandacht? In F. Hutsebaut, F. Goossens, & F. Verbruggen (Eds.), Profs over proffen: Wenken vanuit het werkveld bij het afscheid van een academicus (pp. 313-330). Brussel: Politeia.

Heslinga, Y. H. (2001). De professionalisering van slachtofferhulp: Activiteiten en ontwikkelingen. Justitiële Verkenningen, 27(3), 10-19.

Hough, M., Jackson, J., & Bradford, B. (2014). Trust in justice and the legitimacy of legal authorities: Topline findings from a European comparative study. In S. Body-Gendrot, M. Hough, K. Kerezsi, R. Lévy, & S. Snacken (Eds.), The Routledge handbook of European criminology. New York: Routledge.

Hough, M., Jackson, J., Bradford, B., Myhill, A., & Quinton, P. (2010). Procedural justice, trust and institutional legitimacy. Policing: A Journal for Policy and Practice, 4(3), 203-210.

Jackson, J., Bradford, B., Hough, M., Kuha, J., Stares, S., Widdop, S., Fitzgerald, R., Yordanova, M., Galey, T. (2011). Developing European indicators of trust in justice. European Journal of Criminology, 8(4), 267-285.

Karriker, J. H., & Williams, M. L. (2009). Organizational justice and organizational citizenship behavior: A mediated multifoci model. Journal of Management, 35(1), 112-135.

Keirse, M. (2003). Helpen bij verlies en verdriet: Een gids voor het gezin en de hulpverlener. Tielt: Lannoo.

Kleemans, E., Weerman, F., & Enhus, E. (2007). Theoretische vernieuwing in de criminologie. Tijdschrift voor Criminologie, 49(3), 239-251.

Lauwaert, K. (2009). Herstelrecht en procedurele waarborgen. Antwerpen-Apeldoorn: Maklu.

Leventhal, G. S. (1980). What should be done with equity theory? New approaches to the study of fairness in social relationships. In K. J. Gergen, M. S. Greenberg, & R. H. Willis (Eds.), Social exchange: Advances in theory and research (pp. 27-55). New York: Plenum Press.

Lind, A., & Tyler, T. (1988). The social psychology of procedural justice. New York: Plenum Press.

Maes, E., Vanhout, W., & Wyseur, L. (2012). De federale overheidsdienst Justitie. In R. Roose, F. Vander Laenen, I. Aertsen, & L. Van Garsse (Eds.), Handboek forensisch welzijnswerk: Ontwikkeling, beleid, organisatie en praktijk (pp. 121-147). Gent: Academia Press.

Maesschalck, J. (2010). Methodologische kwaliteit in het kwalitatief criminologisch onderzoek. In T. Decorte & D. Zaitch (Eds.), Kwalitatieve methoden en technieken in de criminologie (pp. 120-145). Leuven: Acco.

Materstvedt, L. S., & Magelssen, M. (2015). Medical murder in Belgium and the Netherlands. Journal of Medical Ethics, 0(0), 1-4.

Moran, D. (2000). Introduction to phenomenology. Londen: Routledge.

Mortelmans, D. (2010). Het kwalitatief onderzoeksdesign. In T. Decorte & D. Zaitch (Eds.), Kwalitatieve methoden en technieken in de criminologie (pp. 76-118). Leuven: Acco.

Nederlandse encyclopedie. (2016). Psychosomatisch.   Retrieved 15/05/2016 from http://www.encyclo.nl/begrip/Psychosomatisch

Noaks, L., & Wincup, E. (2004). Criminological research: Understanding qualitative methods. Londen: Sage.

Nuytiens, A., & Scheirs, V. (2011). Etnografisch onderzoek en emoties: Over de (on)verenigbaarheid van mens en wetenschap. Panopticon, 32(1), 21-38.

Nuyts, K., Patterson, N., Clark, C., & De Groof, K. (2012). Forensische werkvormen binnen het algemeen welzijnswerk. In R. Roose, F. Vander Laenen, I. Aertsen, & L. Van Garsse (Eds.), Handboek forensisch welzijnswerk: Ontwikkeling, beleid, organisatie en praktijk (pp. 197-222). Gent: Academia Press.

O'Gorman, A., & Vander Laenen, F. (2010). Ethische aspecten van het kwalitatief onderzoek. In T. Decorte & D. Zaitch (Eds.), Kwalitatieve methoden en technieken in de criminologie (pp. 532-557). Leuven: Acco.

Ouders van Verongelukte Kinderen vzw. (2015). Ouders van Verongelukte Kinderen.   Retrieved 10/12/2015 from http://www.ovk.be/

Ponsaers, P., & Vynckier, G. (2012). Politiële ankers in het forensisch welzijnswerk. In R. Roose, F. Vander Laenen, I. Aertsen, & L. Van Garsse (Eds.), Handboek forensisch welzijnswerk: Ontwikkeling, beleid, organisatie en praktijk (pp. 303-310). Gent: Academia Press.

Rassin, E. (2001). Het getraumatiseerde slachtoffer: Behandeling, verhoor en hiaten in de herinnering. Justitiële Verkenningen, 27(3), 58-69.

Regionaal Informatiecentrum van de Verenigde Naties. (2014). Moord: Een globaal overzicht van de moorden in 2012.   Retrieved 3/03/2016 from http://www.unric.org/nl/nieuwsoverzicht/26626-moord-een-globaal-overzic…

Rubbens, A. (2013). Over een gedeeld engagement, betrokkenheid en eenvoud. In F. Hutsebaut, F. Goossens, & F. Verbruggen (Eds.), Profs over proffen: Wenken vanuit het werkveld bij het afscheid van een academicus (pp. 331-336). Brussel: Politeia.

Scheers, M. (2013). Criminelen op de weg: Pleidooi voor een specialisatie in de verkeerscriminologie. In F. Hutsebaut, F. Goossens, & F. Verbruggen (Eds.), Profs over proffen: Wenken vanuit het werkveld bij het afscheid van een academicus (pp. 337-344). Brussel: Politeia.

Schoeters, A. (2016). Statistisch rapport 2015 verkeersongevallen. Brussel: Belgisch Instituut voor de Verkeersveiligheid - Kenniscentrum Verkeersveiligheid.

Schuermans, F., & Vandermeersch, D. (2015). Het strafrechtelijk traject: De nieuwe justitieorganisatie in kaart. Brussel: Politeia.

Silverman, D. (2001). Interpreting qualitative data: Methods for analysing talk, text and interaction. Londen: Sage.

Storme, I., & Gyselinck, L. (2012). Van overheidsreclassering naar Psychosociale Dienst en dienst Justitiehuizen. In R. Roose, F. Vander Laenen, I. Aertsen, & L. Van Garsse (Eds.), Handboek forensisch welzijnswerk: Ontwikkeling, beleid, organisatie en praktijk (pp. 47-69). Gent: Academia Press.

Suggnomè. (2014). Procedurele rechtvaardigheid voor slachtoffers in herstelrecht. Retrieved 10/12/2015 from http://moderator.be/wp-content/uploads/2016/02/Fact-sheet_onderzoek-Van…

Suggnomè. (2015). Suggnomè: Forum voor Herstelrecht en Bemiddeling.   Retrieved 10/02/2016 from http://www.suggnome.be/vzw_visie.php

Ten Boom, A., & Kuijpers, K. F. (2007). Wat wil het slachtoffer? Justitiële Verkenningen, 33(3), 39-49.

Ten Boom, A., & Kuijpers, K. F. (2008). Behoeften van slachtoffers van delicten: Een systematische literatuurstudie naar behoeften zoals door slachtoffers zelf geuit. Tilburg: Boom Juridische Uitgevers.

Tijmstra, J., & Boeije, H. (2011). Wetenschapsfilosofie in de context van de sociale wetenschappen. Den Haag: Boom Lemma.

Touring. (2016). Achtergrond: Het rijbewijs met punten.   Retrieved 16/05/2016 from https://www.touring.be/nl/artikels/achtergrond-het-rijbewijs-met-punten

Tyler, T. (1988). What is procedural justice? Criteria used by citizens to assess the fairness of legal procedures. Law & Society Review, 22(1), 103-135.

Tyler, T. (2003). Procedural justice, legitimacy, and the effective rule of law. In M. Tonry (Ed.), Crime and justice: A review of research (pp. 283-357). Chicago: University of Chicago Press.

Tyler, T., & Bies, R. (2015). Beyond formal procedures: The interpersonal context of procedural justice. In J. S. Carroll (Ed.), Applied social psychology and organizational settings (pp. 77-98). Londen: Psychology Press.

Tyler, T., Braga, A., Fagan, J., Meares, T., Sampson, R., & Winship, C. (2007). Legitimacy and criminal justice: International perspectives. In T. Tyler (Ed.), Legitimacy and criminal justice: International perspectives (pp. 9-29). New York: Russel Sage Foundation.

Van Cauwenberghe, K. (2008). De hervormingen bij politie en justitie: Het verhaal van de haas en de schildpad? In K. Van Cauwenberghe (Ed.), De hervormingen bij politie en justitie: In gespreide dagorde (pp. 13-15). Mechelen: Kluwer.

Van Dale. (2016). Betekenis 'nabestaande'.   Retrieved 14/05/2016 from http://www.vandale.nl/gratis-woordenboek/betekenis/nederlands/nabestaan…

Van Damme, A. (2013). The roots and routes to compliance and citizens' cooperation with the Belgian police. European Journal of Policing Studies, 1(1), 40-63.

Van Damme, A., Pauwels, L., Pleysier, S., & Van de Velde, M. (2010). Beelden van vertrouwen: Het vertrouwen in politie en justitie in perspectief geplaatst. Orde van de Dag: Criminaliteit en Samenleving(52), 7-20.

Van den Bos, K. (2007). Procedurele rechtvaardigheid: Beleving bij burgers en implicaties voor het openbaar bestuur. In A. F. M. Brenninkmeijer (Ed.), Werken aan behoorlijkheid: De nationale ombudsman in zijn context (pp. 183-198). Den Haag: Boom Juridische Uitgevers.

Van den Wyngaert, C., & De Smet, B. (2014). Strafrecht en strafprocesrecht. Antwerpen-Apeldoorn: Maklu.

Van Dijk, J. (2009). De komende emancipatie van het slachtoffer: Naar een verbeterde rechtspositie voor gedupeerden van misdrijven. Tijdschrift voor Herstelrecht, 9(1), 20-39.

Van Gemert, F. (2010). Kwalitatieve databronnen in de criminologie. In T. Decorte & D. Zaitch (Eds.), Kwalitatieve methoden en technieken in de criminologie (pp. 148-171). Leuven: Acco.

Van Velthoven, B. C. J. (2011). Over het relatieve belang van een eerlijke procedure: Procedurele en distributieve rechtvaardigheid in Nederland. Rechtsgeleerd Magazijn Themis(1), 7-16.

Van Wijk, A., Van Leiden, I., & Ferwerda, H. (2013). Over leven na de moord: De gevolgen van moord en doodslag voor de nabestaanden van de slachtoffers en de ondersteuning door Slachtofferhulp Nederland. Den Haag: Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC).

Vander Laenen, F. (2010). Focusgroepen. In T. Decorte & D. Zaitch (Eds.), Kwalitatieve methoden en technieken (pp. 234-260). Leuven: Acco.

Vzw Ouders van een Vermoord Kind. (2015). Ouders van een Vermoord Kind.   Retrieved 10/12/2016 from http://www.oudersvaneenvermoordkind.be/

Walgrave, L. (2000). Met het oog op herstel: Bakens voor een constructief jeugdsanctierecht. Leuven: Universitaire Pers Leuven.

Walgrave, S., & Varone, F. (2008). Punctuated equilibrium and agenda-setting: Bringing parties back in: Policy change after the Dutroux crisis in Belgium. Governance: An International Journal of Policy, Administration, and Institutions, 21(3), 365-395.

 

Wet- en regelgeving

Aanbeveling van de Raad van Europa nr. R(85)11 van 28 juni 1985 betreffende de positie van het slachtoffer in het kader van het strafrecht en de strafprocedure, aangenomen in 1985 door de Raad van Europa.

Decreet van 8 mei 2009 betreffende het algemeen welzijnswerk, BS 8 juli 2009, 47.140.

Omzendbrief nr. 17/2012 van 12 november 2012 van het College van Procureurs-Generaal bij de hoven van beroep. Gemeenschappelijke omzendbrief van de minister van Justitie, de minister van Binnenlandse Zaken en het College van Procureurs-Generaal inzake het respectvol omgaan met de overledene, de mededeling van zijn overlijden, het waardig afscheid nemen en de schoonmaak van de plaats van de feiten, in geval van tussenkomst door de gerechtelijke overheden.

Samenwerkingsakkoord van 7 april 1998 tussen de staat en de Vlaamse Gemeenschap inzake slachtofferzorg.

Wet van 12 maart 1998 tot verbetering van de strafrechtspleging in het stadium van het opsporingsonderzoek en het gerechtelijk onderzoek, BS 2 april 1998, 10.027.

Universiteit of Hogeschool
Master in de Criminologische Wetenschappen
Publicatiejaar
2016
Promotor(en)
Professor dr. Antoinette Verhage
Kernwoorden
Share this on: