De kloof tussen mannen en vrouwen in de verdeling van extralegale voordelen

Lore Van Herreweghe
Anno 2016 worden we nog steeds wereldwijd geconfronteerd met een loonkloof tussen mannen en vrouwen. Werknemers hebben echter ook recht op bijkomende vormen van compensaties, bovenop het standaardloon. Hieruit kwam de vraag van de Nederlandstalige Vrouwenraad om deze eventuele bijkomende loonkloof te bestuderen.

De kloof tussen mannen en vrouwen in de verdeling van extralegale voordelen

Het voornaamste doel van deze masterproef betrof het nagaan van een eventuele kloof in de verdeling van extralegale voordelen tussen mannen en vrouwen. De empirische analyse toonde aan dat vrouwen vaker genieten van extralegale voordelen, met uitzondering van de maaltijdcheques en bedrijfswagens. Wanneer echter blijkt dat de voordelen die vrouwen ontvangen van mindere waarde zijn, kan er nog steeds een kloof in voordelen bestaan. Daarom keken we ook naar de waarde van het totale voordelenpakket.

Vrouwen zouden vaker opteren voor of recht hebben op “family friendly benefits”. Wanneer we dit soort voordelen omrekenen naar euro’s, blijken deze vaak van mindere waarde te zijn in vergelijking met andere extralegale voordelen (Lowen & Sicilian, 2009). Onze analyse toonde aan dat het voordelenpakket van een vrouw gemiddeld 46% minder waard is dan dat van een man. De loonkloof in extralegale voordelen in onze steekproef blijkt dus groter dan de kloof in netto maandlonen, die 21% bedroeg.

Eerdere onderzoeken hebben al uitgebreid aandacht besteed aan de factoren die de algemene loonkloof beïnvloeden. Het tweede luik van deze thesis gaat na of diezelfde factoren ook een invloed hebben op de kloof in extralegale voordelen. De verschillen in netto maandlonen konden we voor 30% verklaren met de variabelen op microniveau. De belangrijkste negatieve effect zagen we bij arbeidsregime. Dit sluit aan bij eerdere onderzoeken. Deeltijdse banen bevinden zich vaak in de minder goed betaalde sectoren en hebben een lagere uurloon omgerekend naar voltijdse equivalenten in vergelijking met voltijdse banen (Vanderbiesen, 2006). Bij de waarde van het totale voordelenpakket had deeltijds werken ook een negatief effect maar dit was echter niet zo groot als het negatieve effect van vrouw zijn. Bij het bepalen van het voordelenpakket speelt geslacht dus een belangrijkere rol dan arbeidsregime. Dit kan een gevolg zijn van directe discriminatie jegens vrouwen. Dit is het geval wanneer het loonverschil tussen mannen en vrouwen niet verklaard kan worden door verschillen in kwaliteiten en competenties (Deschacht et al., 2011). Daarom berekenden we het voordelenpakket voor zowel een mannelijke en vrouwelijke arbeider die beide over dezelfde hoeveelheid menselijk kapitaal beschikten. Als er geen sprake was van discriminatie op basis van geslacht, zou er ook geen verschil mogen zijn in samenstelling en waarde van het pakket voordelen. In de samenstelling zagen we inderdaad geen grote verschillen. De waarde van het pakket bleek echter 9% lager voor de vrouwelijke arbeider.

 

Bibliografie

Abendroth, A.-k., Maas, I., & Van Der Lippe, T. (2013). Human capital and the gender gap in authority in European countries. European Sociological Review, 29(2).

Anderson, D. J., Binder, M., & Krause, K. (2003). The motherhood wage penalty revisited: Experience, heterogeneity, work effort, and work-schedule flexibility. Industrial & Labor Relations Review, 56(2), 273-294.

Arulampalam, W., Booth, A., & Bryan, M. (2007). Is there a glass ceiling over Europe? Exploring the gender pay gap across the wage distribution. Industrial & Labor Relations Review, 60(2).

Baert, S., De Pauw, A.-S., & Deschacht, N. (2016). Do employer preferences contribute to Sticky Floors? Industrial & Labor Relations Review.

Baerts, A., Deschacht, N., & Guerry, M. A. (2008). Carrières van mannen en vrouwen: een literatuurstudie. Brussel: Vrije Universiteit Brussel.

Baughman, R., DiNardi, D., & Holtz-Eakin, D. (2003). Productivity and wage effects of “family-friendly” fringe benefits. International Journal of Manpower, 24(3), 247-259.

Bechter, D. M. (1975). The elementary microeconomics of private employee benefits. Economic Review(May), 3-12.

Becker, G. S. (1957). The Economics of Discrimination. Chicago: University of Chicago Press.

Becker, G. S. (1985). Human Capital, Effort and the Sexual Division of Labor. Journal of Labor Economics, 3(1).

Bevers, T., Collard, A., De Spiegeleire, M., De Vos, D., Gilber, V., & Van Hove, H. (2010). De loonkloof tussen vrouwen en mannen in België - Rapport 2010: Instituut voor de gelijkheid van mannen en vrouwen.

Blau, F., & Kahn, L. (2000). Gender Differences in Pay. The Journal of Economic Perspectives, 14(4), 75-99.

Blau, F., & Kahn, L. (2003). Understanding International Differences in the Gender Pay Gap. Journal of Labor Economics, 21(1).

Blau, F., & Kahn, L. (2007). The Gender Pay Gap: Have Women Gone as Far as They Can? , 21(1), 7-23.

66

Blau, F., & Kahn, L. (2008). Women's work and wages. The New Palgrave Dictionary of Economics.

Bradely, S., Green, C., & Mangan, J. (2015). Gender wage gaps within a public sector: evidence from personnal data. The Manchester School, 83(4), 379-397.
Cain, G. G. (1975). The challenge of dual and radical theories of the labor market to

orthodox theory. The American Economic Review, 65(2), 16-22.
Dale-Olsen, H. (2004). Wages, fringe benefits and worker turnover Labour

Economics, 13(1).
Davies, R., & Pierre, G. (2005). The family gap in pay in Europe: A cross-country

study. Labour Economics, 12, 469-486.
De Loo(n)pbaankloof. (2014). Brussel: Vrouwenraad.
De Vos, D. (2015). De loonkloof tussen vrouwen en mannen in België - Rapport 2015:

Instituur voor de gelijkheid van vrouwen en mannen
De Wachter, D., Valgaeren, E., De Winter, T., Koelet, S., Hendrickx, K., De biolley, I., &

Van Hove, H. (2012). Vrouwen aan de top. Brussel: Instituut voor de

gelijkheid van vrouwen en mannen.
Delmotte, J., Sels, L., Vandekerckhove, S., & Vandenbrande, T. (2010). De

samenstelling van de loonkloof in België. .
Deschacht, N. (2011). Gender en carrière: de promotieloonkloof tussen mannen en

vrouwen. Over Werk(3).
Deschacht, N., Baerts, A., & Guerry, M. (2009). De Loonkloof en het Glazen Plafond in

België: een onderzoek op basis van de Panelstudie van Belgische

Huishoudens. Retrieved from
Deschacht, N., Baerts, A., & Guerry, M. (2011). De m/v carrièreloonkloof.

Carrièreverschillen tussen vrouwen en mannen in België. Gent: Academia

Press.
Deschacht, N., De Pauw, A.-S., & Baert, S. (2014). Do Gender Differences in Career

Aspirations Contribute to Sticky Floors? : Mimeo.
Duncan, G. J. (1976). Earnings functions and nonpecuniary benefits. Journal of

Human Resources, 462-483. Eurostat. (2015). Gender employment gap

67

Gardeazabal, J., & Ugidos, A. (2003). Gender wage discrimination at quantiles. Journal of Population Economics, 2005(18), 165-179.

Gender Mainstreaming. (2014). Instituut voor de gelijkheid van mannen en vrouwen. Hakim, C. (1995). Five Feminist Myths about Women's Employment. The British

Journal of Sociology, 46(3), 429-455.
Hakim, C. (2006). Women, careers, and work-Life preferences. British Journal of

Guidance & Counselling, 34(3).
Hoger onderwijs in cijfers. (2014). In M. v. o. e. vorming (Ed.). Brussel.
Hoobler, J., Wayne, S., & Lemmin, G. (2009). Bosses' perceptions of family-work

conflict and women's promotability: glass ceiling effects. Academy of

Management Journal, 52(5), 939-957.
Jonung, C., & Persson, I. (1993). Women and market work: the misleading tale of

participation rates in international comparisons. Work, Employment &

Society, 7(2), 259-274.
Joshi, H. E., Layard, R., & Owen, S. J. (1985). Why are more women working in

Britain? Journal of Labor Economics, S147-S176.
Kalleberg, A. L., & Van Buren, M. E. (1996). Is bigger better? Explaining the

relationship between organization size and job rewards. American

sociological review, 47-66.
Kiker, B., & Rhine, S. (1987). Fringe Benefits and the Earnings Equation: A Test of the

Consistency Hypothesis. The Journal of Human Resources, 22(1), 126-137. Koelet, S. (2004). Standvastige verschillen: een analyse van theoretische benaderingen over de verdeling van het huishoudelijke werk van vrouwen en

mannen op basis van tijdsbudgetonderzoek: Vrije Universiteit Brussel.
Kristal, T., Cohen, Y., & Mundlak, G. (2011). Fringe benefits and income inequality.

Research in Social Stratification and Mobility, 29(4), 351-369.
Lowen, A., & Sicilian, P. (2009). "Family-friendly" fringe beneftis and the gender

wage gap Journal of Labor Research (Vol. 30, pp. 101-119).
Mitra, A. (2003). Access to supervisory jobs and the gender wage gap among

professionals. Journal Of Economic Issues, 37(4), 1023-1044. Neels, K. (2011). Inleiding mulivariate analyse. Leuven: Acco.

68

OECD Employment Outlook 2015. (2015). Organisation for Economic Co-operation and Development.

Olivetti, C., & Petrongolo, B. (2008). Unequal Pay or Unequal Employment? A Cross- Country Analysis of Gender Gaps. Journal of Labor Economics, 26(4).

Perman, L., & Stevens, B. (1989). Industrial segregation and the gender distribution of fringe benefits. Gender & Society, 3(3), 388-404.

Pierce, B. (2001). Compensation inequality. quarterly Journal of Economics, 1493- 1525.

Plasman, R., Rusinek, M., Rycx, F., & Tojerow, I. (2008). Loonstructuur in België: Vrije Universiteit Brussel.

Ramb, F. (2000). Employment gender gap in the EU is narrowing (Vol. 2007): Labour Market Trends.

Rhine, S. L. (1987). The determinants of fringe benefits: Additional evidence. Journal of Risk and Insurance, 790-799.

Rombaut, K., Cantillon, B., & Verbist, G. (2006). Determinanten van de differentiële slaagkansen in het Hoger onderwijs. Universiteit Antwerpen, Centrum voor sociaal beleid Herman Deleeck: Onuitgegeven onderzoeksrapport.

Schreurs, C., & Reuskens, H. (2012). Analyse van het loon in België: hoe relevant is geslacht? (Master in de toegepaste economische wetenschappen: beleidsmanagement), Universiteit Hasselt.

Solberg, E., & Laughlin, T. (1995). The gender pay gap, fringe benefits, and occupational crowding. Industrial & Labor Relations Review, 48(4), 692-708.

Van Herreweghe, D. (2015). Effecten van economische en arbeidsmarktcontext op transition to adulthood in Europa, 1970-2005. Antwerpen.

Vanderbiesen, W. (2006). De lonen in Vlaanderen Eindrapport WAV.
Vermandere, C., Vandekerckhove, S., Vandenbrande, T., Delmotte, J., & Sels, L.

(2011). Eindverslag WAGEGAP.
Vermandere, C., Vandenbrande, T., Delmotte, J., Theunissen, G., & Sels, L. (2011).

Genderloonverschillen in België: Raad van de Gelijke Kansen.
Waldfogel, J. (1998). The Family Gap for Young Women in the United States and Britain: Can Maternity Leave Make a Difference? Journal of Labor Economics,

16(3).

69

Weichselbaumer, D., & Winter-Ember, R. (2005). A meta-analysis of the international gender wage gap. Journal Of Economic Surveys, 19(3).

Zahidi, S., & Ibarra, H. (2010). The Corporate Gender Gap Report 2010. Geneva, Switzerland: World Economic Forum. 

Universiteit of Hogeschool
Sociaal Economische Wetenschappen
Publicatiejaar
2016
Promotor(en)
M
Kernwoorden
Share this on: