Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

From soil to satellite: wildfire detection and vegetation recovery monitoring

Universiteit Gent
2026
Astrid
Peeters
Deze thesis onderzoekt de ecologische gevolgen van de bosbrand van 23 maart
2025 in de Clingse Bossen en evalueert het gebruik van satellietbeelden voor de
detectie van verbrande gebieden en de monitoring van vegetatieherstel. De brand
in Clinge vond plaats in een ecosysteem dat reeds onder druk stond door een
grootschalige fijnsparsterfte (Picea abies) als gevolg van aantastingen door de let
terzetter (Ips typographus). De resultaten tonen aan dat de brand, ondanks haar
relatief lage intensiteit, duidelijke effecten had op zowel de bodem als de vegetatie.
Verbrande bodems vertoonden veranderingen in waterafstotendheid, bulkdichtheid
en pH. Zowel de vegetatiebedekking als het aantal soorten namen toe tijdens het
eerste jaar na de brand, maar het herstel werd sterk gedomineerd door schapenzur
ing (Rumex acetosella), een pionierssoort die goed aangepast is aan droge, voed
selarme en verstoorde zandgronden.

Daarnaast werd onderzocht hoe verschillende spectrale indices op basis van Sentinel
2 kunnen worden ingezet voor branddetectie en post-brandmonitoring. Hiervoor
werden brandlocaties in Clinge, Arlon, Maasmechelen en Houffalize geanalyseerd.
Indices zoals NDVI, NDVI red edge, NBR, NBR+, NBR2, NDSWIR en BAI werden
vergeleken voor het detecteren van verbrande zones, waarbij NBR over het alge
meen de beste resultaten opleverde. Daarnaast werd de Post-Fire Stability Index
(PFSI), gebaseerd op NBR2, gebruikt om vegetatieherstel doorheen de tijd op te
volgen. De resultaten tonen aan dat Sentinel-2 en afgeleide indices waardevolle
instrumenten zijn voor het detecteren van natuurbranden en het monitoren van
herstelprocessen in België.
Meer lezen

Oddie - Hulpmiddel voor agressieregulatie bij kinderen in een zorgcontext

Universiteit Antwerpen
2026
Hebe
Van Bel
Boos zijn we allemaal wel eens en dat mag. Maar de manier waarop kinderen die boosheid uiten, moet veilig zijn, voor henzelf en hun omgeving. Leren omgaan met boosheid en agressie is niet vanzelfsprekend, zeker niet bij een bijkomende stoornis of kwetsbaarheid. Mijn thesis onderzoekt hoe we kinderen kunnen ondersteunen bij hevige emoties en houvast bieden op moeilijke momenten.
Onderzoek bij en met de doelgroep toonde aan dat vroegtijdig leren omgaan met emoties cruciaal is, waardoor de focus kwam te liggen op agressieregulatie bij kinderen van zes tot twaalf jaar.

Na gesprekken met experten en met de kinderen zelf groeide het idee om geborgenheid te combineren met bewustwording van de ademhaling: twee elementen die elk afzonderlijk kalmeren en samen krachtiger zijn.

Zo ontstond Oddie: een verzwaarde knuffel met ademhalingsbegeleiding, gemaakt van duurzaam materiaal. Via een visuele indicator leert het kind de eigen ademhaling bewust in te zetten. Regelmatig oefenen maakt dit een vertrouwd patroon, toepasbaar zodra emoties opkomen. Oddie stigmatiseert niet en is bedoeld voor iedereen die nood heeft aan rust.

Oddie is inzetbaar in scholen, jeugdzorg, kinderpsychiatrie en thuis. Een begeleidend boekje leert kinderen het product zelfstandig te gebruiken, wat hun autonomie bevordert. Een app helpt begeleiders vertrouwd te raken met de ademhalingstechnieken en Oddie.
Meer lezen

FROM SPATIAL ECOLOGY TO ECOSYSTEM IMPACT: LARGE GRAZERS IN HEATH AND DUNE LANDSCAPES LINKING MOVEMENT BEHAVIOUR, HABITAT SELECTION, AND VEGETATION DYNAMICS IN THE WESTHOEK AND KALMTHOUTSE HEIDE

Universiteit Gent
2026
Jobbe
Vermandere
Het inzetten van vrij rondlopende grote herbivoren vormt een hoeksteen van het natuurbeheer in Europa. De bedoeling is om via extensieve begrazing natuurlijke processen te herstellen, zoals het tegenhouden van snelle vegetatiesuccessie en het in stand houden van de structurele diversiteit van open landschappen. Hierdoor wordt dit type beheer ook wel procesbeheer genoemd. In voedselarme ecosystemen, zoals kustduinen en laaglandheiden, heeft de wijdverspreide stikstofdepositie en het wegvallen van historische verstoringen geleid tot een snelle structurele achteruitgang. Dit uit zich voornamelijk in de vestiging van sterk competitieve grassen en kruidachtigen (vergrassing of verruiging) en de vestiging van dicht struikgewas (verstruweling),
waardoor gespecialiseerde pioniersoorten worden verdrongen en de biodiversiteit afneemt. Hoewel begrazing voor natuurbeheer op grote schaal wordt ingezet om deze bedreigingen te verminderen, blijven de precieze ruimtelijke mechanismen waarmee deze dieren habitat selecteren en interageren met fysieke infrastructuur complex en contextgebonden. Deze studie evalueerde de ruimtelijke ecologie en het vermogen tot ecosysteembeïnvloeding van grote herbivoren in twee structureel verschillende landschappen: de kustduinen van de Westhoek (begraasd door een gemengde groep paardachtigen bestaande uit Konikpaarden en Shetlandpony’s en een kudde Schotse hooglanders) en de laaglandheide van de Kalmthoutse Heide (begraasd door een kudde Galloway-runderen). Om de kloof tussen de bewegingen van individuele dieren en successieveranderingen op landschapsschaal te overbruggen, maakte dit onderzoek gebruik van een meerledig
methodologisch kader dat was onderverdeeld in drie afzonderlijke werkpakketten (WP). Ten eerste
werd Continuous-Time Movement Modelling (ctmm) toegepast op GPS-telemetriegegevens om
het gebruik van ruimte met grensbeperkingen en ruimtelijke verzadiging in kaart te brengen (WP1).
Deze benadering corrigeerde wiskundig voor inherente temporele autocorrelatie en maakte gebruik
van Degrees of Freedom (DOF)-filtering om robuuste Autocorrelated Kernel Density Estimates
(AKDE) te extraheren. Ten tweede werden geïntegreerde Resource Selection Functions (iRSF)
ingezet om de habitatkeuze op kleine schaal en de onderliggende milieubeperkingen te evalueren
(WP2). De iRSF-modellen gebruikten specifiek het AKDE-gebied van elk dier als
beschikbaarheidsbasis, waardoor de habitatkeuze strikt werd geëvalueerd ten opzichte van het
toegankelijke landschap, terwijl tegelijkertijd rekening werd gehouden met continue variabelen
zoals topografie, afstand tot water en afstand tot antropogene infrastructuur (paden en hekken).
Ten slotte werden vegetatiehoogtekaarten met hoge resolutie uit 2020 en 2025 in de Westhoek
geanalyseerd om dit ruimtelijk gedrag te koppelen aan structurele landschapsveranderingen
(WP3). Door ruimtelijke pixels te categoriseren in vegetationele overgangstoestanden (Stabiel,
Regressie of Toename), werd de cumulatieve ruimtegebruiksintensiteit van de paarden
gemodelleerd tegen abiotische stressfactoren om de werkelijke drijvende krachten achter de
vegetatiedynamiek te bepalen.
De ruimtelijke modellen (WP1) brachten fundamentele verschillen in de ruimtelijke basisecologie
aan het licht, die worden bepaald door eigenschappen op soortniveau en de dynamiek binnen de
kudde. Uit de ruimtelijke tracking bleek dat noch de paardachtigen in de Westhoek (na de corridor
opening) noch de Galloway-runderen op de Kalmthoutse Heide biologisch verzadigd zijn. Hun
leefgebieden worden dus niet volledig bepaald door de fysieke grenzen van de reservaten, wat
wijst op actieve en doelgerichte ruimtelijke keuzes. De Galloway-runderen vertoonden relatief grote
seizoensgebonden schommelingen in de omvang van het leefgebied, wat wijst op dynamische
aanpassingen aan de beschikbaarheid van voedselbronnen. Omgekeerd vertoonden de
paardachtigen in de Westhoek het hele jaar door relatief stabiele leefgebieden, wat wijst op een
biologisch verschil waarbij paardachtigen minder gevoelig zijn voor seizoensgebonden fenologie.
De paardachtigen vertoonden echter wel significante seizoensgebonden verschuivingen in hun
kerngebieden, wat bevestigt dat, hoewel hun totale gebied stabiel blijft, hun interne foerageerfocus
dynamisch verschuift. Bovendien zorgde een lage interindividuele variatie voor een vrij
samenhangende kuddedynamiek bij de runderen, terwijl een hoge interindividuele variatie onder
de paardachtigen leidde tot duidelijke divergentie tussen subkuddes. Daarnaast evalueerde WP1
de impact van het herstel van de landschapsconnectiviteit in de Westhoek via de opening van een
corridor in de winter van 2022-2023. Hoewel de opening een aanzienlijke uitbreiding van de
absolute omvang van de leefgebieden van de paardachtigen veroorzaakte, werd deze uitbreiding
niet uniform door de hele groep overgenomen, wat benadrukt dat landschapsconnectiviteit wordt
gemedieerd door lokale locatietrouwheid en interne sociale structuren.
De evaluatie van de habitatkeuze op kleinschalig niveau (WP2) bevestigde deze verschillen op
soortniveau nog eens extra. Op de Kalmthoutse Heide fungeerden de runderen als biologische
filters: ze zochten actief habitat op met een begraasbare laag (bijvoorbeeld gras- of boomopslag)
en vermeden zuivere heidegebieden zonder begraasbare laag. Deze selectie was het sterkst
tijdens de voorjaarsgroei en werd geleidelijk breder naarmate het groeiseizoen ten einde liep. In
de Westhoek kozen paardachtigen onevenredig vaak voor open, grasrijke vegetatie boven dicht
struikgewas, hoewel morfologische verschillen de kleinere Shetlandpony's waarschijnlijk in staat
stelden om ijle vegetatie (bijv. Schaarsbegroeid) en laag struikgewas (Kruipwilg_laagstruweel)
gunstiger te exploiteren. Deze divergentie geeft aan dat kleinere paardachtigen niches kunnen
exploiteren die grotere paardachtigen negeren of waarin ze niet kunnen overleven door gebruik te
maken van andere biomechanische eigenschappen en kleinere beetgroottes, waardoor de totale
ecologische impact op het landschap wordt verbreed.
Naast de categorische vegetatie werd de ruimtelijke verspreiding aanzienlijk beïnvloed door
voortdurende abiotische en antropogene beperkingen. Nabijheid van water bleek in beide
reservaten geen beperkende factor te zijn; noch de paardachtigen, noch de runderen vertoonden
een afhankelijkheid van stilstaand oppervlaktewater, maar toonden ruimtelijke neutraliteit of actieve
vermijding. Topografisch gezien kozen de runderen (in de lente), de grotere Konik-paarden (in de
zomer en herfst) en de Shetlandpony (in de herfst) actief voor vlakker terrein, waarschijnlijk om de
metabolische bewegingskosten te minimaliseren. Hoewel de Shetlandpony deze voorkeur voor
vlakker terrein in de herfst deelde, week hij in de zomer af van de Koniks door topografisch neutraal
te blijven. Deze seizoensgebonden divergentie suggereert ofwel dat de kleinere lichaamsmassa
van de pony voor meer wendbaarheid zorgt, waardoor het relatieve metabolische nadeel van
voortbeweging op steilere hellingen afneemt, ofwel dat de solitaire pony door de Konik-kuddes of
de Schotse hooglander kudde competitief wordt verdrongen naar minder gunstige, steilere
topografie. Wat de menselijke infrastructuur betreft, dwongen de modellen een heroverweging af
van de visie van algemene antropogene vermijding. Terwijl de omheiningen van het reservaat
fungeerden als een ruimtelijke barrière voor de paardachtigen (in de lente en winter, voornamelijk
gedreven door de Shetlandpony), fungeerden ze als een ruimtelijk aantrekkingspunt voor de
Galloway-runderen in de lente. Gelijkaardig werkten de interne paden als ruimtelijke
aantrekkingspunten voor zowel de Shetlandpony als de Galloway-runderen. Dit toont aan dat grote
herbivoren, in plaats van menselijke infrastructuur universeel te vermijden, padennetwerken
potentieel kunnen gebruiken als navigatiecorridors, en omheiningen als structurele
oriëntatiepunten.
Terwijl WP1 en WP2 vaststelden hoe de paardachtigen in de Westhoek navigeren en hun habitat
selecteren, evalueert WP3 de wederzijdse ecologische impact: hoe de langdurige ruimtelijke
aanwezigheid van deze herbivoren actief het successietraject van de vegetatie in het reservaat
beïnvloedt. Door veranderingen in vegetatiehoogte te modelleren tegen de achtergrond van
cumulatieve ruimtegebruiksintensiteit en abiotische beperkingen, ontstaat een ruimtelijk verhaal
over de voordelen en beperkingen van top-downcontrole door grazers. De vegetatiemodellering
toonde aan dat een hoog cumulatief ruimtegebruik door paardachtigen fungeert als een effectieve
preventieve barrière tegen de initiële vorming en verspreiding van ruige vegetatie. De gegevens
definieerden echter tegelijkertijd de grenzen van deze top-down biologische controle. Zodra
houtige of ruige vegetatie de initiële herbivoriebarrière met succes doorbreekt, volstaat intens
ruimtegebruik niet meer om de terugtrekking ervan af te dwingen. Gedreven door een
synergetische combinatie van lokale nutriëntenafzetting, mechanische bodemverstoring en
verminderde concurrentie, kan intensief ruimtegebruik door paardachtigen zelfs de verticale groei
van gevestigd hoog struikgewas bevorderen. De ontmanteling van vegetatie in een laat, volwassen
stadium wordt uitsluitend aangedreven door bottom-up abiotische stressfactoren in plaats van top
down herbivorie. De diepte van het grondwater in het voorjaar had het meest uitgesproken effect
op de vegetatiedynamiek: het bepaalde de stabiliteit van pioniersmatrices, stimuleerde de
terugtrekking van ruige vegetatie en fungeerde als de belangrijkste natuurlijke stressfactor die de
voortdurende groei of aanwezigheid van laag en hoog struikgewas voorkwam. Bovendien werd de
dynamiek van ondieper gewortelde grassen en kruiden gedicteerd door hoge omgevingsstress,
waarbij deze matrices groeiden en afnamen in gebieden die gekenmerkt worden door diep
grondwater, steilere hellingen en een hoge blootstelling aan de zon.
Voor natuurbeheer biedt deze thesis duidelijke, op gegevens gebaseerde aanbevelingen met
betrekking tot het gebruik van vrij rondlopende grote herbivoren. Uiteindelijk toont deze studie aan
dat de impact van deze grote herbivoren als ecosysteemingenieurs niet uniform of absoluut is. De
ruimtelijke dynamiek bevestigt dat ruimtegebruik een effectief, gericht instrument kan zijn om
vroege successie te stoppen, open matrices in stand te houden en gedegradeerde habitats aan te
pakken. Omdat grazers echter geen gevestigd struikgewas kunnen ontmantelen, vereist het
terugdringen van volgroeide houtige begroeiing een strategische, dubbele beheersaanpak die
biologisch ruimtegebruik koppelt aan gerichte mechanische ingrepen. Bovendien benadrukt de
ruimtelijke divergentie van de Shetlandpony de cruciale waarde van morfologische diversiteit.
Specifiek geeft deze divergentie aan dat kleinere paardachtigen, door gebruik te maken van andere
biomechanische eigenschappen en een kleinere hapgrootte, niches kunnen benutten die grotere
paardachtigen negeren of waarop ze niet kunnen overleven, waardoor de totale ecologische impact
op het landschap wordt verbreed. Ten slotte wijst de aantrekkingskracht van paden en het
verspreidingseffect van corridors op nieuwe, proactieve beheersmogelijkheden. In plaats van
menselijke infrastructuur als een verstoring te beschouwen, kunnen beheerders strategisch interne
padennetwerken en corridors ontwerpen die als biologische trechters fungeren, waardoor grazers
naar specifieke doelgebieden worden geleid en de ecologische manipulatie (engineering) in het
bredere landschap wordt gemaximaliseerd.
Meer lezen

Circulair gebruik van natuurmaaisel: Een case study voor veengebied De Zegge

Universiteit Antwerpen
2025
Lien
Van Breda
Het beheer van veengebied De Zegge genereert jaarlijks een aanzienlijke hoeveelheid natuurmaaisel, die tegen hoge kosten wordt afgevoerd naar composteringsinstallaties. Tegelijkertijd wordt natuurmaaisel in Vlaanderen erkend als biomassareststroom met circulair potentieel. Deze masterproef onderzoekt welke circulaire waardeketens toepasbaar en rendabel zijn voor De Zegge.
De jaarlijkse maaiselopbrengst wordt geschat op 94,5 ton droge stof. Een brede inventarisatie brengt tien mogelijke waardeketens rond natuurmaaisel in beeld, waarbij de ketens rond veenvrije potgrond, grasisolatie en graspapier het meeste perspectief bieden. Ook is er toekomstpotentieel voor boerderijcompostering, zodra het nieuwe wettelijk kader hiervoor wordt uitgerold. Belangrijke knelpunten voor circulaire inzet van natuurmaaisel zijn biologische stabilisatie, een efficiënte logistiek en de ontwikkeling van verdienmodellen die aantrekkelijk zijn voor alle partijen binnen een strikt en complex regelgevend kader. De vier geselecteerde waardeketens demonstreren echter voldoende technologische maturiteit, ecologische meerwaarde en economisch potentieel om deze knelpunten te overkomen.
Meer lezen

Effects of soil compaction in nature management and restoration

KU Leuven
2023
Merel
Vandermeeren
In natuurgebieden wordt steeds vaker met zware machines gemaaid, maar dit zorgt voor bodemverdichting. Daardoor verhogen de concentraties nutriënten en toxische elementen in de bodem, verandert de samenstelling van het bodemmicrobioom en treedt er plantensterfte op. Elk van deze effecten kan een negatieve invloed hebben op planten, waardoor handmatig maaien te verkiezen is boven maaien met zware machines.
Meer lezen

Holocene Vegetation Reconstruction of the Zwarte Beek Catchment, Campine Area (Belgium). A Pollen-based and Multivariate Statistical Approach

KU Leuven
2019
Femke
Augustijns
In deze scriptie wordt er gebruik gemaakt van pollen om de vegetatieveranderingen in de vallei van de Zwarte Beek over de afgelopen duizenden jaren op te helderen. Op die manier krijgen we een beter inzicht in het functioneren van dit ecosysteem en kunnen we vroegere menselijke verstoringen opsporen.
Meer lezen

Automated recognition of people and identification of animal species in camera trap images

Universiteit Gent
2018
Laura
Hoebeke
  • Michiel
    Stock
  • Stijn
    Van Hoey
  • Jim
    Casaer
In deze masterthesis werd een convolutioneel neuraal netwerk getraind om mensen te herkennen en dieren te identificeren in cameravalbeelden. Cameravallen worden namelijk steeds vaker gebruikt om dieren in het wild te monitoren, maar het verwerken van het enorme aantal beelden vormt hierbij nog een knelpunt. Bovendien is het omwille van privacyredenen noodzakelijk om foto's van toevallige voorbijgangers te verwijderen alvorens de beelden publiek gemaakt kunnen worden.
Meer lezen

The Spatial Organisation of Nest Aggregates in a Digger Wasp (De ruimtelijke organisatie van nest aggregaten bij de harkwesp)

Universiteit Gent
2017
Femke
Batsleer
In deze scriptie werd het ruimtelijk patroon van de nesten van de harkwesp (Bembix rostrata) onderzocht. Een uitgebreid areaal aan veld- en analysetechnieken werd toegepast. Het clusteren van de nesten werd verklaard door het beschikbaar nesthabitat (de bottom-up regulator) en de invloed van een broedparasiet (de top-down regulator). De resultaten worden opengetrokken en in context geplaatst om implicaties voor natuurbeheer te bespreken.
Meer lezen

GEBIEDSGERICHT MAATWERK: De structurerende kracht van open ruimte in de landelijke gemeente Deurne-Diest.

Universiteit Hasselt
Zander
Rutten
Veel mensen gaan in hun vrije tijd op zoek naar groen en rust. Anderen kiezen er uitdrukkelijk voor om zich te vestigen op het platteland omwille van de mooie natuur, de gezelligheid van een dorpskern, de rust en de ruimte. Vaak zijn ze echter mede oorzaak van de teloorgang van de open ruimte. Groenstructuren lijken te worden teruggedrongen door de bouwzucht van de Vlaming. De open ruimte staat onder druk (Tempels, Bomans, & Verbeek, 2012, p. 18). Dagelijks verdwijnt er in Vlaanderen namelijk 6 ha open ruimte onder invloed van deze tendens.
Meer lezen

Zware metalen en voedingsgewassen: impact van atmosferische depositie nabij spoorlijnen

Universiteit Gent
2015
Sofie
Longueville
Verhoogde metaalconcentraties in groenten gekweekt langsheen spoorwegenHet is algemeen geweten dat groenten die geteeld worden langsheen een drukke weg of op een verontreinigde bodem vaak te veel zware metalen bevatten. Maar hoe zit het met groenten gekweekt langsheen spoorwegen?
Meer lezen

Foliar water uptake and its link to growth in Avicennia marina (Forskk.) Vierh.

Universiteit Gent
2015
Jeroen
Schreel
Bomen drinken met handen en voetenKunnen bomen drinken met hun bladeren? Het is algemeen geweten dat bomen vocht opnemen met behulp van de wortels. Uit recent onderzoek is echter gebleken dat dit niet de enige manier zou zijn waarop bomen kunnen drinken.Bossen bestrijken ongeveer een derde van al het beschikbare landoppervlak in de wereld. Deze gebieden produceren zuurstof en bieden een woonplaats voor vele mensen, dieren en planten. Daarnaast bieden deze bossen talrijke voordelen als zuiver water, voedsel en traditionele medicijnen.
Meer lezen

Environmental conditions as explanatory variables for the distribution of beaver dams in Flanders

Universiteit Antwerpen
2014
Anneleen
Rutten
Beverdammen, kunnen we voorspellen waar ze gebouwd zullen worden?De bever is Europa’ s grootste knaagdier en is erg bekend voor het bouwen van dammen. Spijtig genoeg komen bevers regelmatig negatief in het nieuws in verband met overstromingsproblemen door beverdammen. Deze beverdammen zorgen voor conflicten met betrokken landbouwers of omwonenden. Het kunnen voorspellen waar bevers dammen zullen bouwen zou een grote stap vooruit zijn om een goede verstandhouding met de bever tot stand te brengen.
Meer lezen

Het Duinendecreet: een historische wandeling doorheen de grote polemiek over het Vlaamse klein duintje

Universiteit Gent
2014
Pauline
Van Bogaert
 “Driewerf boe-hoera voor ons Vlaams klein duintje”Onze kust is lelijk.  Dat is geen feit, maar een mening van velen.De verkavelingen voor villagrond, de bouw van zomerhuisjes, de aanleg van kampeerterreinen, en vooral de constructie van grijze wolkenkrabbers, hebben onze zakdoekbrede kustlijn onttoverd tot een banale betonnen eenheidsworst. Het gevolg is dat deze van oudsher geliefkoosde ontmoetingsplaats tussen land en zee enkel nog de moeite waard is met de rug naar het hinterland. “Zicht op de duinen” is immers reeds lang vervangen door “zicht op beton”.
Meer lezen

Kolonisatie van afgebrande heide door grondbroedende vogels: Een studie op de Kalmthoutse Heide

Universiteit Antwerpen
2013
Annelies
Jacobs
BRAND OP DE KALMTHOUTSE HEIDE: EEN RAMP VOOR BROEDVOGELS? Eind mei 2011 woedde een enorme brand over het natuurgebied ‘de Kalmthoutse Heide’. Meer dan 400 hectare heidegebied ging in de vlammen op. De timing van de brand viel midden in het broedseizoen. Verschillende vogelnesten met eieren of jongen gingen verloren in het vuur. Vooral soorten die op de grond of laag in de begroeiing nestelen, werden zwaar getroffen. Het getroffen gebied bleef achter als een troosteloze vlakte met zwartgeblakerde bomen. De media omschreef deze heidebrand als ‘de grootste ecologische ramp ooit in Vlaanderen’.
Meer lezen

A case study of local practices of Participatory Forest Management in Kaffa, Ethiopia. Self formation between principle&practice

Universiteit Gent
2012
Nathalie
Vandenabeele
 Een wetenschappelijk verhaal over populaire mensen: lokale praktijken in een bosbeheer project in Agama, Ethiopië. For it is the nature of people to love, then destroy, then love again what they value most.(Neale Donald Walsh)De scene: van ontbossing tot gemeenschappelijk bosbeheer “But we are born here and relate to the forest. Yesterday we lived, today we live, and tomorrow we pass the forest to other generation. So we struggle, we survive. And from any direction, somebody comes to destroy this forest, we together lose our life.
Meer lezen

THE INFLUENCE OF MOOSE (ALCES ALCES) ON NUTRIENT DYNAMICS IN A FEN ECOSYSTEM

Universiteit Antwerpen
2012
Kassiopeia
Devriendt
  • Rudy
    van Diggelen
  • Dries
    Kuijper
  • Bogumiła
    Jędrzejewska
Elanden redden kostbare natuur nietNatuurbeheer staat voor belangrijke taken. Verstedelijking gaat voort, steeds meer land wordt in cultuur gebracht en het areaal aan natuur krimpt in. Bovendien hebben menselijke verstoringen zo’n grote gevolgen dat ecosystemen dikwijls niet uit zichzelf kunnen herstellen.Moerasgebieden herbergen vaak een hoge biodiversiteit en bevatten specifieke leefgebieden voor bepaalde soorten. Daarnaast zorgen moerassen voor belangrijke ecosysteemfuncties zoals waterregulatie, -zuivering en -opslag.
Meer lezen

Beleidsondersteunend onderzoek naar een relictpopulatie van de adder (Vipera berus L.) in Lille, Antwerpen

Universiteit Antwerpen
2012
Christoffel
Bonte
De adder. Bedreigd, niet bedreigend..In Vlaanderen komen drie soorten slangen voor: de ringslang, de gladde slang en de adder. De laatstgenoemde is de enige gifslang in Vlaanderen en is te herkennen aan zijn rode ogen met een verticale pupil en een duidelijke zigzag-tekening op een vaalgrijze tot bruinrode basiskleur. Hoewel veel mensen een inherente angst hebben voor slangen,In ons dichtbevolkte land gaat het immers niet goed met deze, nog veel te vaak ongeliefde, soorten.
Meer lezen

Onderzoek naar het habitatgebruik van nachtzwaluwen (Caprimulgus europaeus) met behulp van radiotelemetrie in Bosland (Limburg)

KU Leuven
2011
Ruben
Evens
Big Brother voor de mysterieuze nachtzwaluwDe nachtzwaluw behoort tot de meest geheimzinnige en meest bedreigde diersoorten in Vlaanderen. Een beschermingsplan maken voor een vogelsoort die bovendien nauwelijks waarneembaar is, ligt dus niet voor de hand. Gelukkig schiet de technologie ons ter hulp.Een mysterieuze vogelsoortDe nachtzwaluw is een nachtactieve vogelsoort die we hoofdzakelijk terugvinden in de  (voormalige-) heidegebieden van de Kempen. Hier voedt zij zich voornamelijk met nachtvlinders.
Meer lezen