Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Bijen op school

Odisee Hogeschool
2026
Mehdi
Brik
Deze bachelorproef onderzoekt hoe een schoolproject rond solitaire bijen kan bijdragen aan biodiversiteitseducatie in het lager onderwijs. Via ontwerpgericht onderzoek werd een schoolbrede werking uitgewerkt waarin drie elementen samenkomen: een educatieve leerlijn, de ecologische inrichting van de schoolomgeving en betrokkenheid van ouders en buurt. Leerlingen krijgen per graad een eigen rol als creatieve, planten- of nestelambassadeur. Ze observeren, planten, ontwerpen en bouwen onder meer aan een bijenburcht. Zo wordt de schoolomgeving ingezet als levende leeromgeving. De evaluatie toont vooral de meerwaarde van de koppeling tussen leren en handelen. Hoewel de leerwinst en ecologische impact niet kwantitatief werden gemeten, biedt het ontwerp een bruikbaar en haalbaar kader voor scholen die biodiversiteitseducatie concreet en betekenisvol willen maken.
Meer lezen

‘Kom mee op het leerpad van je kind!’ Groeien naar een educatief partnerschap in Basisschool Brugge Centrum

Arteveldehogeschool Gent
2026
Leilah
Lierman
Mijn scriptie beschrijft een verandertraject rond educatief partnerschap binnen Basisschool Brugge Centrum. Uit een praktijkonderzoek bleek dat zowel leerkrachten als ouders kansen zien om de samenwerking rond het leren van kinderen te versterken. Wetenschappelijke literatuur bevestigt bovendien dat een sterke samenwerking tussen school en ouders een positieve invloed kan hebben op de leerontwikkeling, motivatie en het welbevinden van leerlingen.

Op basis van een literatuurstudie, bevragingen bij ouders en leerkrachten en gesprekken binnen het schoolteam ontwikkelde ik aanbevelingen voor een schooleigen, evidence-informed visie op educatief partnerschap. Deze visie vormt het fundament voor een verandertraject van drie jaar, waarbij ouders steeds meer als partners worden betrokken bij het leerproces van hun kind.

Samen met een kernteam en het schoolteam werken we aan concrete, leergerichte ouderactiviteiten en initiatieven die de verbinding tussen school en thuis versterken. Daarbij vertrekken we vanuit wat al goed werkt binnen de school en bouwen we stap voor stap verder. Het uiteindelijke doel is om het educatief partnerschap duurzaam te verankeren in de schoolwerking en zo bij te dragen aan maximale leerwinst en ontwikkelingskansen voor elke leerling.
Meer lezen

Ingenieur in de Maak? De Impact van een Projectmatige STEM-Interventie op de Ingenieursidentiteit van Vlaamse Scholieren

KU Leuven
2026
Lola
Demol
Om maatschappelijke uitdagingen aan te pakken, is de vraag naar sterke STEM-profielen en ingenieurs groot. De instroom blijft echter beperkt doordat jongeren vaak een stereotiep beroepsbeeld hebben en drempels ervaren om zich met het vakgebied te identificeren. Projectmatige STEM-interventies in het secundair onderwijs trachten jongeren te motiveren door de kloof met de praktijk te dichten. De impact hiervan op de ontwikkeling van de ingenieursidentiteit is echter onvoldoende systematisch onderzocht. Deze masterproef brengt de ingenieursidentiteit van Vlaamse leerlingen in de derde graad secundair onderwijs in kaart. Specifiek wordt onderzocht welke factoren hiermee samenhangen aan de startlijn en hoe deze evolueert na deelname aan een STEM-interventie.

In dit onderzoek werd een kwantitatief design met een voor- en nameting via vragenlijsten gehanteerd om de impact van verschillende projectmatige STEM-interventies doorheen het schooljaar te evalueren. De initiële steekproef bestond uit 459 leerlingen uit de derde graad van het secundair onderwijs met minstens enige interesse in ingenieurswetenschappen. Voor de effectmeting werd een subset van 283 leerlingen geanalyseerd die zowel de pre- als de post-test voltooiden. De data werden geanalyseerd via t-testen, variantieanalyses en meervoudige lineaire regressies. Uit de startmeting bleken significante structurele verschillen: binnen de geïnteresseerde groep scoorden jongens hoger dan meisjes op alle componenten van ingenieursidentiteit: interesse, competentie en erkenning. Daarnaast rapporteerden leerlingen van wie de ouders een master- of doctoraatsdiploma bezaten een hogere perceptie van de eigen competentie dan de leerlingen van wie de ouders een bachelor diploma bezaten. Wat betreft de psychologische componenten toonden de regressiemodellen aan dat sense of belonging (het gevoel erbij te horen) met voorsprong de sterkste verklarende factor was voor de opbouw van een ingenieursidentiteit, met een aanzienlijk grotere invloed dan louter de initiële interesse in engineering of STEM. Verder wezen de pre-post analyses op een algemene daling van de ingenieursidentiteit na de projecten, ongeacht het type interventie of de periode in het schooljaar. Bij leerlingen met een matige interesse (de 'twijfelaars') vertaalde dit zich in een afname op alle identiteitsschalen. Bij sterk geïnteresseerde leerlingen daalde enkel de interesse, terwijl hun gevoel van competentie en erkenning stabiel bleef.

De resultaten suggereren dat sense of belonging een fundamentelere laag vormt voor de ontwikkeling van een ingenieursidentiteit dan louter inhoudelijke interesse. Dit impliceert dat onderwijsinterventies niet uitsluitend moeten inzetten op technologische uitdagingen, maar expliciet moeten investeren in een inclusief leerklimaat om drempels voor ondervertegenwoordigde groepen, zoals meisjes, weg te werken. De geobserveerde daling in identiteitsscores hoeft niet als falen geïnterpreteerd te worden. Naast ongemeten doelen zoals leerwinst, fungeerde de interventie voor velen immers als een realistische oriëntatietool om verwachtingen te kalibreren voor het hoger onderwijs.
Meer lezen

Reflectie over de dominante meetcultuur in het onderwijs. Een literatuuronderzoek naar de visie van Gert Biesta op goed onderwijs

Universiteit Antwerpen
2026
Adinda
Top
Het Bildungideaal vertrekt vanuit het idee dat mensen zichzelf vormen door in interactie te treden met de wereld. In de huidige onderwijscontext wordt dit vormingsideaal echter gekoppeld aan competenties die nodig zijn in een samenleving waarin leren centraal staat. Tegelijkertijd wordt onderwijs in toenemende mate gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en gestuurd door prestaties, indicatoren en vergelijkingen. Ook in Vlaanderen worden prestatiegegevens steeds vaker ingezet voor de monitoring van het onderwijs. Hoewel data-geïnformeerd werken waardevolle kennis kan opleveren, wijzen verschillende auteurs op de risico’s van een sterke nadruk op meetbare prestaties, waaronder een vereenvoudiging van complexe onderwijsprocessen. Gert Biesta is een Nederlandse onderwijsfilosoof die binnen deze discussie een prominente plaats inneemt. Door zijn kritiek op de meetcultuur en zijn alternatieve visie op goed onderwijs vormt zijn werk een geschikt kader om de hedendaagse meetcultuur kritisch te analyseren. Aan de hand van een literatuuronderzoek wordt onderzocht welke kritiek Biesta formuleert op de meetcultuur en welke alternatieve visie op goed onderwijs hij daartegenover plaatst. De resultaten laten zien dat Biesta de opkomst van de meetcultuur in verband brengt met de toenemende focus op leren, wat Biesta omschrijft als de ver-lering van onderwijs. Daarnaast bekritiseert hij de sterke focus op gemakkelijk meetbare aspecten die impliciet de doelen van onderwijs dreigen te worden. Als alternatief stelt Biesta een brede en normatieve visie op onderwijs voor, waarin kwalificatie, socialisatie en subjectificatie beschouwd worden als een samenhangend geheel. Deze visie impliceert dat het noodzakelijk is dat scholen ruimte bieden aan subjectificatie en dat leerkrachten gezien worden als pedagogische professionals. Voor beleidsmakers is het van belang om eerst de doelen van onderwijs te bepalen alvorens te gaan meten, onderwijskwaliteit breder te benaderen dan enkel meetbare uitkomsten en te erkennen dat onderwijs een open en onvoorspelbare praktijk is.
Meer lezen

Van visie naar praktijk: de (leer)KRACHT in een buitengewone context

Arteveldehogeschool Gent
2026
Davina
Van Campenhout
De maatschappelijke relevantie van deze bachelorproef is groot. Wanneer de capaciteitsdruk binnen het type 2-onderwijs steeds verder toeneemt, dreigen de meest kwetsbare leerlingen onvoldoende kansen te krijgen om zich te ontwikkelen. Het onderwijs van andere types, zoals basisaanbod, zien we geleidelijk aan uitdoven. Deze evolutie, gebaseerd op data, confronteerde ons als schoolteam met een fundamentele vraag: "Waar staan wij voor als schoolteam met betrekking tot ons didactisch aanbod, wat zijn onze gemeenschappelijke pijlers en hoe bieden wij krachtig onderwijs in de praktijk aan onze kwetsbare doelgroep?"

Deze vraag zette ons aan om te denken vanuit groeikansen in plaats vanuit beperkingen. We onderzochten samen of expliciete directe instructie (EDI) een krachtig antwoord kan bieden binnen onze type 2-context. Wat begon als een zoektocht naar effectieve didactiek, groeide uit tot een bredere pedagogische ontdekkingstocht. We herontdekten de (leer)KRACHT in onze buitengewone context.

De resultaten brachten waardevolle inzichten over hoe ook leerlingen met complexe ondersteuningsnoden doelgericht, betekenisvol en op hun eigen tempo kunnen leren en groeien. Ze bevestigden voor ons dat beperkingen niet het vertrekpunt hoeven te zijn van onderwijs. Groeikansen en het geloof van de mogelijkheden bij elk kind moeten dat wel zijn.

Met deze bachelorproef willen we daarom verder kijken dan onze eigen schoolmuren. We hopen andere scholen en onderwijsprofessionals te inspireren om ook binnen een type 2-context kritisch te kijken naar hun didactische aanpak en te durven inzetten op effectieve, onderbouwde onderwijspraktijken. Want ook wanneer leren er anders uitziet, blijft de vraag dezelfde: "Hoe kunnen wij als onderwijsprofessionals het verschil maken in de ontwikkeling van elke leerling?"

Deze bachelorproef wil informeren, inspireren en vooral een overtuiging versterken: elke leerling kan groeien. Het is aan ons om die groei te zien, mogelijk te maken, erin te geloven en er doelgericht aan bij te dragen.
Meer lezen

VAN DEK NAAR DIEPTE: EEN LONGITUDINALE STUDIE NAAR DE IMPACT VAN EEN EDUCATIEVE ZEE-ERVARING OP OCEAN LITERACY EN NATURE CONNECTEDNESS

Universiteit Gent
2026
Binke
D'Haese
Een dag op zee aan boord van een onderzoeksschip: watermonsters nemen, bodemstalen bekijken, live marien onderzoek meemaken. Voor 63 deelnemers was het een unieke ervaring. Maar wat doet zo'n dag nu echt met je kennis over de oceaan, je verbondenheid met de natuur, en je bereidheid om er iets voor te doen?

Deze masterproef onderzocht de impact van een educatieve vaardag op oceaangeletterdheid en natuurverbondenheid bij volwassen deelnemers, via een longitudinaal onderzoeksdesign met drie meetmomenten: voor de tocht, direct erna en zes maanden later.
De resultaten tonen een genuanceerd beeld. Oceaankennis nam toe na de vaartdag en bleef zes maanden later overeind, wat wijst op duurzame cognitieve leerwinst. De affectieve dimensie vertelde een ander verhaal: het gevoel van verbondenheid met de natuur piekte direct na de ervaring, maar zakte daarna terug. Houding en gedragsintenties bleven grotendeels stabiel, wat deels verklaard wordt door de al hoge uitgangsscores van dit publiek.
Opvallend was dat de leerwinst niet afhing van hoe natuurverbonden iemand al was voor de tocht. Iedereen leerde evenveel, ongeacht achtergrond of voorkennis.
De studie bevestigt het potentieel van ervaringsgerichte mariene educatie als inclusief instrument, maar wijst ook op een belangrijke beperking: één dag volstaat niet voor blijvende gedragsverandering. Herhaling, verdieping en opvolging zijn noodzakelijk om de verwondering die een vaardag opwekt ook structureel te laten beklijven.
Meer lezen

AI in het wiskundeonderwijs.

HOGENT
2025
Annelore
Liekens
  • Milan
    De Smet
AI in het wiskundeonderwijs.
Hoe kan leermateriaal binnen het wiskundeonderwijs met AI ontwikkeld
worden.
Meer lezen

BUITENGEWOON MEERTALIG Een exploratief onderzoek naar meertaligheid en klaspraktijken van leraren in het buitengewoon basisonderwijs.

Universiteit Gent
2025
Evy
Ho Tiu
Deze masterproef onderzoekt de meertalige realiteit in het buitengewoon basisonderwijs type basisaanbod en gaat na hoe leerkrachten hiermee omgaan in hun klaspraktijk. In dit type onderwijs zitten opvallend veel leerlingen die thuis een andere taal spreken dan het Nederlands. Vaak combineren zij die meertalige achtergrond met een beperking en een kwetsbare sociaaleconomische thuissituatie. Dat profiel blijft grotendeels onzichtbaar in onderwijsbeleid en statistieken, terwijl net deze groep structureel in een kwetsbare positie terechtkomt.
Het onderzoek combineerde kwantitatieve data van AGODI en de Datawijzer met vijftien diepte-interviews met leraren, logopedisten en therapeuten in drie scholen. Uit de data blijkt dat ongeveer één op drie leerlingen thuis geen Nederlands spreekt en meer dan de helft opgroeit in een gezin met lage sociaaleconomische status. Toch zeggen deze cijfers weinig over de talige repertoires van leerlingen of hun onderwijsnoden.

De interviews tonen dat leerkrachten sterk inzetten op zorg en betrokkenheid, maar meertaligheid zelden expliciet benoemen. Vaak overheerst een eentalige logica: Nederlands geldt als vanzelfsprekende norm, terwijl thuistalen amper erkend of benut worden. Bovendien ontbreekt een gedeelde visie of systematische aanpak binnen het lerarenteam.
Het onderzoek benadrukt de nood aan verfijnde dataverzameling, structurele professionalisering en beleidsmatige visieontwikkeling. Alleen zo krijgen meertalige leerlingen erkenning voor hun volledige identiteit en kunnen hun thuistalen en talenten benut worden als bron van verbondenheid en leerwinst.
Meer lezen

Beyond Self-Assessment: Exploring Student-Teacher Agreement on Social and Emotional Skills (SEMS) Using the Too Little/Too Much (TLTM) Scale

Universiteit Gent
2025
Jana
De Smedt
Context
De sociaal-emotionele vaardigheden (SEMS) van leerkrachten worden steeds vaker erkend als essentieel voor het creëren van een positieve klasdynamiek. Toch baseert onderzoek zich doorgaans op zelfrapportage door leerkrachten om deze vaardigheden te meten.

Nieuwheid
Deze scriptie introduceert een leerlinggebaseerde evaluatie met behulp van de ‘Too Little/Too Much’-schaal (TLTM) en onderzoekt de mate van overeenstemming (self-other agreement, SOA) tussen SEMS beoordelingen door leerlingen en leerkrachten. Daarnaast wordt nagegaan in hoeverre deze overeenstemming – of het gebrek daaraan – verband houdt met de houding van leerkrachten ten aanzien van ontvangen feedback.

Methode
Gegevens werden verzameld bij 65 leerkrachten en 866 leerlingen uit het secundair onderwijs in Vlaanderen, verspreid over twee meetmomenten. Via exploratieve factoranalyse (EFA) werd de structuur van de TLTM-schaal onderzocht. Vervolgens werden correlaties en multilevel regressiemodellen gebruikt om de overeenstemming tussen leerkracht- en leerlingbeoordelingen van SEMS in kaart te brengen. Tot slot werd met lineaire regressiemodellen nagegaan in welke mate waargenomen discrepanties samenhangen met de feedbackattitude van leerkrachten.

Belangrijkste Bevindingen
Sommige TLTM-subschalen vertoonden een aanvaardbare betrouwbaarheid, terwijl andere meer variabiliteit lieten zien. De overeenstemming tussen leerkrachten en leerlingen was het sterkst voor expressieve, observeerbare gedragingen zoals het gebruik van persoonlijke anekdotes en/of humor in de klas. De verschillen tussen zelfbeoordelingen en leerlingbeoordelingen bleven over het algemeen beperkt. Leerkrachten stonden bovendien overwegend positief tegenover de ontvangen feedback.

Conclusie
Deze bevindingen onderstrepen het potentieel van door leerlingen geïnformeerde feedback om de professionele ontwikkeling van leerkrachten te versterken, vooral wanneer die feedback op een constructieve en contextgebonden manier wordt aangeboden. Dat leerkrachten over het algemeen positief reageerden, suggereert dat volledige overeenstemming geen voorwaarde is voor het ervaren van feedback als zinvol. De studie biedt voorlopige aanwijzingen dat genuanceerde, leerlinggebaseerde beoordelingen – zoals de TLTM-schaal – reflectie kunnen verdiepen en bijdragen aan een meer participatieve feedbackcultuur in het onderwijs.
Meer lezen

In de klas van juf Uil: Neurodiversiteit in het basisonderwijs

Hogeschool UCLL
2025
Stien
Van Rooy
Tegen 2035-2039 streeft de overheid naar de volledige realisatie van inclusief onderwijs. Een cruciale voorwaarde hiervoor is het creëren van bewustwording rond diversiteit in het algemeen, en neurodiversiteit in het bijzonder, binnen de klaspraktijk. Zowel mijn persoonlijke ervaring als die van vele andere leerlingen toont aan dat er in het lager onderwijs vaak sprake was van onbegrip, voornamelijk veroorzaakt door een gebrek aan kennis en erkenning van verschillende manieren van denken, leren en voelen. Het bestaande LEANS-programma (Learning about Neurodiversity at School) levert een waardevolle bijdrage aan deze bewustwording, maar richt zich pas op leerlingen vanaf de derde graad. Dit bracht mij tot de vraag: waarom starten we niet reeds vanaf de eerste graad met het aanreiken van inzichten in neurodiversiteit? Juist in deze vroege fase komen kinderen reeds in contact met diversiteit. Een tijdige bewustwording kan bijdragen aan een verdraagzame klasomgeving, waarin samenwerking en wederzijds begrip centraal staan. Momenteel besteden leerkrachten dagelijks veel tijd aan het oplossen van conflicten die voortkomen uit onbegrip en gebrekkige samenwerking. Wanneer bewustwording van neurodiversiteit geïntegreerd wordt in het klasgebeuren, kan deze tijd efficiënter worden benut, wat de klasdynamiek en de leerwinst ten goede komt.
Aan de hand van individuele interviews en focusgroepen, geanalyseerd via deductieve codering, werden de ontwerpeisen en de bestaande kennis over het betreffende thema systematisch geïnventariseerd. Het onderzoek resulteerde in de ontwikkeling van het verhaal “Iedereen denkt anders: verhalen uit de klas van juf Uil”, een prentenboek voor de eerste graad. In dit verhaal staat een klas vol unieke dieren centraal, elk met hun eigen manier van zijn, denken en voelen. Het verhaal introduceert op een laagdrempelige en toegankelijke manier verschillende vormen van neurodiversiteit aan jonge kinderen. Elk hoofdstuk wordt gevolgd door een klasgesprek, waarbij leerlingen worden uitgenodigd om zich in te leven, erkenning te geven aan verschillen en samen te reflecteren over inclusie en betrokkenheid.
Meer lezen

Aanleren van SketchUp for Schools a.d.h.v een stappenplan

Odisee Hogeschool
2025
Ilias
Thienpondt
In een steeds digitaler onderwijsklimaat worden leerkrachten uitgedaagd om hun
instructievormen af te stemmen op de behoeften van jongeren. Deze bachelorproef
onderzoekt het effect van twee verschillende instructiemethodes, een geschreven stappenplan en een videostappenplan, bij het aanleren van het 3D-tekenprogramma SketchUp for Schools aan leerlingen van de eerste graad secundair onderwijs.
Het praktijkonderzoek werd uitgevoerd in twee klassen uit de A- en B-stroom, waarbij de leerlingen beide instructievormen kregen aangeboden. Er werden data verzameld aan de hand van observaties en reflectievragenlijsten. De resultaten werden geanalyseerd aan de hand van vier onderzoeksthema’s: begrijpelijkheid van de instructies, gebruiksgemak, leerresultaten en motivatie.
De conclusies zijn duidelijk: het videostappenplan wordt door de meerderheid van de
leerlingen als duidelijker, motiverender en gebruiksvriendelijker ervaren. Leerlingen konden zelfstandiger werken en begrepen de stappen beter dankzij de visuele en auditieve ondersteuning. Bij het geschreven stappenplan hadden meer leerlingen behoefte aan extra uitleg of begeleiding. De leerresultaten tonen aan dat beide methodes functioneel zijn, maar het videomateriaal iets sterker scoorde op nauwkeurigheid en foutvermijding.
Deze bachelorproef toont aan dat video-instructies een waardevolle aanvulling zijn op het klassieke lesmateriaal. Leerkrachten kunnen met beperkte middelen kwalitatieve videolessen maken die inspelen op de leerstijl van hun leerlingen. De bevindingen zijn bruikbaar voor elke school die technische software wil integreren in haar onderwijspakket.
Meer lezen

Kleuters als expert: ‘Mantle of the Expert’ in het kleuteronderwijs

Hogeschool West-Vlaanderen
2023
Priscilla
Bellecoste
Onderzoek naar het implementeren van Mantle of the Expert in het kleuterwijs.
Kan een dramamethode meer leerwinst geven aan kleuters.
Hoe kunnen we een methode vereenvoudigen maar toch de essentie niet verliezen.
Meer lezen

Muziek doet leren: Liedjes en riedels in de NT2-klas

Thomas More Hogeschool
2023
Nele
Van Mechelen
Muziek stimuleert het taalverwervingsproces Nederlands voor anderstaligen. Dankzij muzische werkvormen wordt leren leuker, effectiever en groepsverbindend. Deze scriptie biedt NT2-leerkrachten concrete tips en didactisch materiaal om met muziek aan de slag te gaan.
Meer lezen

Self- & ipsative assessment en de relatie met testangst: een interviewstudie bij leerlingen en hun leerkrachten in het Vlaams secundair onderwijs

Universiteit Gent
2023
Nona
Van De Maele
Deze scriptie onderzoekt wat de mogelijke oorzaken zijn van testangst bij leerlingen in het Vlaams secundair onderwijs en hoe formatieve evaluatie in het algemeen en self- en ipsative assessment specifiek hieraan tegemoet kunnen komen
Meer lezen

Een gedifferentieerd contractwerk

Odisee Hogeschool
2023
Karlien
De Baere
In de literatuur vinden we heel weinig onderzoek naar het uitproberen van differentiatievormen die al vele jaren hun nut hebben bewezen in het basisonderwijs, in andere contexten. Kijk maar naar bijvoorbeeld contractwerk, het is een differentiatievorm die men vaak toepast in het basisonderwijs, maar bijna niet in het secundair onderwijs. Maar wat is nu het effect van zo’n gedifferentieerd contractwerk op het welbevinden, leerwinst en leermotivatie van leerlingen in het secundair onderwijs?
Meer lezen

Het gebruik van Machine Translation in het algemeen secundair onderwijs in Vlaanderen: een surveyonderzoek naar de visie van leraren moderne vreemde talen in de tweede en derde graad

Universiteit Gent
2022
Taike
Vanhooren
Aangezien de kwaliteit van vertalingen gegenereerd door automatische vertaalsystemen de laatste jaren enorm verbeterd is, dringt onderzoek naar het gebruik van dergelijke systemen binnen de schoolcontext zich dan ook op. Aan de hand van een enquête werd de visie van leraren, die lesgeven in de tweede of derde graad van het Algemeen Secundair Onderwijs, bevraagd. Daarbij werd enerzijds gepeild naar hun persoonlijk MT-gebruik en anderzijds naar hun visie op het gebruik van MT door leerlingen in de les, voor huistaken en voor toetsen en examens.
Meer lezen

De impact van de COVID-19 schoolsluiting op de vroege leesontwikkeling

KU Leuven
2022
Elisa
Put
  • Paulien
    Eymael
Onderzoek naar de impact op lange termijn van de COVID-19 schoolsluiting op de leesontwikkeling van leerlingen uit het tweede leerjaar. Het lezen en fonemisch bewustzijn van de leerlingen werden vergeleken met de normgroep van de gestandaardiseerde testen en een controlegroep van het jaar 2013-2014. Daarnaast wordt de invloed van (een ondersteunende) omgeving op het leesniveau onderzocht.
Meer lezen

Syntax in de turnzaal: het effect van een les woordvolgorde geïntegreerd met sport

Universiteit Gent
2021
Judith
Van Braeckel
In deze scriptie wordt het effect van lessen woordvolgorde gecombineerd met beweging onderzocht. Twee OKAN-klassen kregen een traditionele les over Nederlandse woordvolgorde in het klaslokaal en twee lessen Nederlandse woordvolgorde met beweging in de turnzaal, telkens gevolgd door een vragenlijst en een kennistest over woordvolgorde. De resultaten geven aan dat er een mogelijke leerwinst schuilt in gecombineerde lessen met beweging, maar dat er verschillende voorwaarden aan verbonden zijn, die verder onderzoek vereisen.
Meer lezen

L’acquisition incidente du vocabulaire par la présentation de matériaux audiovisuels : élèves dyslexiques et typiques

KU Leuven
2021
Janka
Maes
Een onderzoek naar het onbewust verwerven van nieuwe Franse woordenschat bij jongeren met en zonder dyslexie. Deze woordenschat wordt onbewust opgepikt terwijl de deelnemers naar een aflevering kijken van een Franse kinderserie.
Meer lezen

Fysieke inspanning in een klascontext bij adolescenten voor meer leerwinst en welzijn

Universiteit Hasselt
2021
Lindsay
Everaert
  • Els
    De Smet
  • Umare
    Cöl
  • Lara
    Prenen
Deze masterproef onderzoekt het effect van beweging op leerresultaten van adolescenten in een klascontext. Draagt beweging daadwerkelijk bij tot het behalen van betere resultaten? Hoe werken lichaam en geest samen? En wat zijn de achterliggende processen? Dit onderzoek beantwoordt al deze vragen.
Meer lezen

Hoe kan een escaperoom ingezet worden om leerkrachten van het zesde leerjaar te motiveren spelend leren in hun lessen te integreren?

Hogeschool West-Vlaanderen
2020
Miep
Verfaillie
De voordelen en wetenschappelijke onderzoeken omtrent spelend leren worden in deze scriptie besproken. Daaruit wordt er een volledig nieuwe educatieve escaperoom ontwikkeld. Deze bachelorproef kan u zien als een handleiding met concrete en praktische tips voor in de klas.
Meer lezen

PeaceCraft en 21st century skills

Universiteit Gent
2019
Maya
Pannier
Dit kwalitatief onderzoek bespreekt de ervaringen van leerlingen, leerkrachten en experts met spelvormen zoals games en theater, die de houding tegenover maatschappelijke onderwerpen zoals vluchtelingen willen verbeteren. Specifiek wordt ingezoomd op de mogelijkheden ervan in het onderwijs en de rol van leerkrachten en scholen.
Meer lezen

Schaken implementeren in onze ziekenhuisschool: een meerwaarde of niet?

Hogeschool VIVES
2017
Lieve
Verswijvel
Genomineerde shortlist Bachelorprijs
In deze scriptie onderzoek ik of en hoe schaken een meerwaarde kan bieden in onze ziekenhuisschool. Voor mijn onderzoek leg ik me toe op drie patiëntengroepen: leerlingen met functionele klachten, leerlingen met een lichte en matige verstandelijke handicap en leerlingen met een NAH.
Meer lezen

Multidisciplinaire samenwerking tussen studenten in het hoger onderwijs. Een exploratief onderzoek vanuit een multi-actorenperspectief.

Universiteit Gent
2015
Hilke
Peynsaert
Beste sollicitant, bent u goed in samenwerken?“Omdat het moet en ik er door wil zijn.” Studenten zien vaak het doel van opdrachten niet in. Hoe komt dat? Ligt het aan de student of scheelt er iets met ons hoger onderwijs? En, bereiden we onze studenten voldoende voor op het werkleven? Wat moeten studenten écht kunnen wanneer ze aan het werk gaan?Multidisciplinaire samenwerking tussen studentenOp basis van deze vragen ging ik op zoek naar antwoorden in het hoger onderwijslandschap.
Meer lezen

Collegiale observaties en feedback in het Vlaams secundair onderwijs: een exploratieve studie naar de percepties en ervaringen

Universiteit Gent
2014
Brent
Philipsen
Hoe kunnen leraren van elkaar leren?“Dat is eigenlijk het belangrijkste punt van heel dit project, dat ik echt wel ineens een heel andere manier van aanpak hanteer in het eerste jaar dan voordien.”Leraren die hun collega’s observeren en feedback geven: wat zegt de literatuur?Allereerst biedt het observeren van een collega leraar een duidelijke meerwaarde tegenover enkel het spreken over het klasgebeuren, zoals dit vaak het geval is tijdens de pauzes.
Meer lezen

Het actief direct instructiemodel voor wiskunde in de eerste graad: een meerwaarde of toch niet?

Hogeschool West-Vlaanderen
2013
Gianna
Labeke
  • Melanie
    Servais
  • Gianna
    Labeke
Het actief direct instructiemodel voor wiskunde in de eerste graad: een meerwaarde of toch niet?Leraren zijn steeds op zoek  naar een instructievorm die het meest effectieve leertijd garandeert. Daarnaast wil men ook streven naar een instructievorm die de leerling aanspreekt door de kracht van de leeromgeving. Steeds meer wordt duidelijk dat er in een klas moet gedifferentieerd worden. Wanneer leerlingen les krijgen volgens het klassieke instructiemodel, krijgen ze allemaal dezelfde instructie waarna ze zelfstandig aan de slag gaan.
Meer lezen

collectieve verantwoordelijkheid in het onderwijssysteem

Universiteit Gent
2013
WILLY
VERMORGEN
997 WOORDEN + 17 woorden uit tekening bijlage COLLECTIEVE VERANTWOORDELIJKHEID IN HET ONDERWIJSSYSTEEM Het Decreet over de Rechtspositie van het Personeel besteedt aandacht aan het begrip ‘aansprakelijkheid en het Decreet over de Vlaamse Kwalificatiestructuur neemt het begrip ‘verantwoordelijkheid’ als niveaudescriptor op om het niveau van de kwalificatie te bepalen.  Een leraar is juridisch aansprakelijk voor de leerlingen en individueel verantwoordelijk voor de uitvoering van het leerproces.
Meer lezen

Meisjes en techniek

Karel de Grote Hogeschool
2013
Glenn
Present
Antwerpen - In een scriptie in de Karel De Grote Hogeschool, gemaakt door een laatstejaarsstudent leerkracht lager onderwijs, is ontdekt dat de hervormingen die men recent heeft doorgevoerd geen extra wetenschappers en techniekers zal opleveren. In de scriptie komt aan het licht dat meer dan 95% van de leerlingen al in de lagere school hebben beslist of wetenschap en techniek iets voor hen is.
Meer lezen