Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Een duik in de leeswereld van 1B. Hoe kunnen we zorgen voor een stimulerende leeswereld, op maat van de leerling uit 1B?

Fien Van Raemdonck Fleur De Poorter Rayke Mannaert Ine Van Haevermaete
We namen een duik in de leeswereld van 1B en ontwikkelden een leesetiket dat specifiek gericht is op de huidige noden en behoeften van deze leerlingen.

Trends en evoluties inzake vrijwillige inzet door jongeren tussen 15 en 30 jaar in Vlaanderen

Aïsha Cordy Laura Anne Emma Vankeirsbilck Alison Dequidt Emily Vanmeenen Manon Detavernier Sara Tanghe
Het concept 'nieuwe vrijwilliger', is dit nog steeds aanwezig? In welke mate is er een match tussen vrijwilligersorganisaties en vrijwilligers? We onderzochten dit aan de hand van de trends en evoluties bij vrijwillige inzet door jongeren tussen 15 en 30 jaar in Vlaanderen.

Ruimtelijke ingrepen voor de reductie van luchtvervuiling en blootstelling in street canyons: case study Belgiëlei

Laura Adams
Verschillende ruimtelijke ingrepen, welke inzetten op de verbetering van de luchtkwaliteit en de vermindering van blootstelling aan polluenten in street canyons, worden allereerst gebundeld binnen een overzichtelijke toolbox. Vervolgens worden deze tools via ontwerpend onderzoek toegepast op een representatieve case, de Belgiëlei, waarbij scenario's inzetten op pollutie captatie, -ventilatie, blootstellings-reductie en haalbaarheid. De toolbox en de scenario's vormen een eerste belangrijke stap richting de meer praktische aanpak van street canyons.

Kleuters met weinig sociale wederkerigheid: van inzicht naar uitzicht (praktijkonderzoek in het ondersteuningsnetwerk Oost-Brabant)

Eleonora Tilkin-Franssens
Steeds meer kleuters worden bij het ondersteuningsnetwerk aangemeld met een (gemotiveerd) verslag type 9 of doorverwezen naar het buitengewoon onderwijs. Het ondersteuningsnetwerk waar ik voor werk, is een inclusiemotor die tracht zoveel mogelijk kinderen binnen het gewoon onderwijs tot leren te laten komen binnen het draagvlak van de school.
In dit onderzoek wordt onderzocht hoe ondersteuners leerkrachten beter kunnen begeleiden bij het creëren van een klasomgeving waarin kleuters met weinig sociale wederkerigheid wel tot ontwikkeling kunnen komen en waarbij de leerkracht minder gevoelens van onmacht, stress en handelingsverlegenheid ervaart.
Door uit te zoeken hoe de normale ontwikkeling van een kleuter er uitziet op het domein van sociaal-emotionele ontwikkeling, sociaal-communicatieve ontwikkeling, taalontwikkeling en spelontwikkeling probeert dit onderzoek een manier te vinden om leerkrachten en ondersteuners meer inzicht in de ontwikkeling van hun specifieke kleuter te bieden. Vanuit dat inzicht wordt getracht om te komen tot een beter afgestemde omgeving, aanpak en aanbod naar de kleuter toe.
Dit onderzoek tracht hierbij een antwoord te geven op wat ondersteuners en leerkrachten nodig hebben om dit te kunnen verwezenlijken en wat het gevolg is van een korte interventie op de beleving van de band tussen de leerkracht en de kleuter.
Overkoepelende conclusies trekken was niet mogelijk, aangezien de steekproef te klein was. Er kan wel afgeleid worden dat het inzetten van ondersteuners om de ontwikkeling van het jonge kind beter te begrijpen een meerwaarde kan betekenen.
Daarnaast is het aanreiken van een manier om kinderen te observeren en zo hun ontwikkelingsniveau te bepalen in combinatie met het bepalen van hun beleving van en door anderen een manier om te weten te komen waar net op kan ingezet worden om hun ontwikkeling te stimuleren.
Het opstellen van kleine, haalbare activiteiten om aan de band tussen kleuter en leerkracht te werken terwijl er naar een duidelijk doel wordt toegewerkt, kan ondersteuners helpen om gerichter de leerkrachten te ondersteunen zodat de kleuter zijn/haar ontwikkeling ook wordt gestimuleerd buiten ondersteuningstijd.

“Nee, ik hoor niet bij op school” Noden en ervaringen van ex-OKAN-leerlingen over ‘self-confidence’ en psychosociaal welzijn in het eerste reguliere schooljaar

Derrick Agyemang
Het psychosociaal welzijn en ‘self-confidence’ van anderstalige leerlingen in hun eerste schooljaar krijgt weinig aandacht in het onderwijs. Van deze jongeren verwacht men dat ze zich aanpassen aan de nieuwe schoolsituatie waarin men terecht komt en zullen presteren. Maar scholen vergeten dikwijls dat deze jongeren met verschillende, soms traumatische ervaringen naar België komen die niet verwerkt zijn in OKAN. Dit heeft dan mogelijk een effect op hun zelfvertrouwen, waardoor ze zich niet goed voelen of niet het gevoel hebben erbij te horen en dit dan mogelijk een impact heeft op de academische prestaties. Dit proces wordt bemoeilijkt door de sociale uitsluiting waarmee veel anderstalige jongeren geconfronteerd worden in hun eerste schooljaar in de vervolgschool.

Het doel van dit onderzoek is achterhalen hoe ‘self-confidence’ en psychosociaal welzijn op school ondersteund kan worden. Van daaruit kunnen suggesties gedaan worden hoe scholen deze jongeren kunnen benaderen, vooral in hun eerste schooljaar in de vervolgschool. Door het gebruik maken van een semigestructureerd interview wordt getracht mogelijke antwoorden te vinden wat de noden zijn van deze jongeren. Op grond van de informatie die verkregen is, wordt een brochure gemaakt voor scholen en meer bepaald hoe leerkrachten deze elementen van ex-OKAN-leerlingen kunnen ondersteunen. De participanten (ex-OKAN-leerlingen) worden gerekruteerd op KTA OKAN Brugge.

Uit dit onderzoek blijkt dat de overgang qua schoolervaring van moederland naar België soms onzekerheden met zich meebrengen bij nieuw ingestroomde ex-OKAN-leerlingen. Het verschil tussen het schoolsysteem kan ervoor zorgen dat ze twijfels krijgen over hun eigen bekwaamheid. Ook speelt het Nederlands een rol bij de schoolse omgang met klasgenoten en leerkrachten. Ze vertellen dat ze vaak niet te durven praten omdat ze uitgelachen worden om hun Nederlands. Daarnaast geven ze aan dat ze soms het gevoel hebben er niet bij te horen omdat leerkrachten soms dialect spreken in de les en geen rekening houden met hen. Er werd ook over hun traumatische gebeurtenis, de last en de verwerking ervan gepraat. Zo vertellen de meeste participanten dat ze geen vertrouwensgevoel hebben in de vervolgschool en dat ze het gevoel hebben niet terecht te kunnen op school voor hulp.

Aanvangsbegeleiding voor beginnende leraren als een recht en plicht: een mixed-method onderzoek.

Dries Mariën
Beginnende leraren hebben in de eerste jaren van hun onderwijsloopbaan extra nood aan kwaliteitsvolle ondersteuning en begeleiding. Sinds 1 september 2019 maakt de Vlaamse overheid middelen hiervoor vrij en is aanvangsbegeleiding een recht en een plicht voor elke beginnende leraar. Dit onderzoek gaat na hoe dit in de praktijk concreet vorm krijgt.

HOE KUNNEN WE TAALSTIMULATIE BEVORDEREN BIJ MINDERJARIGE VIB’S, MET OOG VOOR EEN HOGE OUDERLIJKE BETROKKENHEID, IN HET ASIELOPVANGCENTRUM IN HOUTHALEN-HELCHTEREN? ONTWIKKELING VAN THEMATISCHE TAALBOXEN VOOR HET GEZIN

Annika Steensels
Deze scriptie focust op de doelgroep van anderstalige gezinnen die verblijven in een asielopvangcentrum. Met deze scriptie wil ik anderstalige ouders ondersteunen en aansporen om samen met hun kinderen met taal bezig te zijn. De taalboxen die ik ontwikkelde, hebben als doel de gezinnen educatief materiaal aan te bieden dat ze samen met hun kinderen kunnen ontdekken ter bevordering van taalstimulatie.

Een kritische analyse van het recht op onderwijs in het internationale recht en diens openheid voor de verankering van de thuistaal van nieuwe minderheden

Joachim Vandevelde
In deze scriptie wordt de mogelijkheid onderzocht van de verankering van de thuistaal van anderstalige kinderen in het onderwijs vanuit het recht op onderwijs en vanuit mogelijke inspiratie van het VRPH.

Design of an e-bike specific cargo container system to stimulate sustainable commuting behaviour

Julian Adam
In mijn scriptie onderzocht ik hoe fietstassen specifiek voor e-bikes en speed pedelecs ontworpen kunnen worden. Hierbij slaagde ik er in om relatieve voordelen van de auto zoals beveiliging, bescherming van inhoud en het gebruiksgemak, weg te nemen. Zo kan een modal shift naar e-cycling bekomen worden.

Culture, cities & boundary drawing: Who can be found in the scene(s) of Brussels’ neighborhoods Matonge and Molenbeek?

Hannah Weytjens
Deze masterproef onderzoekt hoe mensen zich sorteren in scenes in de superdiverse maar gesegregeerde stad Brussel door te kijken naar het belang van culturele en esthetische elementen van de wijken Matonge en Molenbeek op het aantrekken van verschillende groepen mensen, zoals etnische minderheden of mensen met een middenklasse achtergrond.

Met de loep op onderzoek in de groene buitenruimte - Het kinderlabo in actie

Sarah Kestemont
Als kleuterleerkracht openstaan voor de ruimte die een kind nodig heeft om op onderzoek uit te gaan en vragen te stellen in de groene buitenruimte, blijkt soms makkelijker gezegd dan gedaan. Het is overduidelijk een proces waar je ook als professional in moet groeien.
Iedere kleuterleerkracht wil uiteraard die onderzoekende houding stimuleren bij deze leeftijdsgroep, maar meer dan anders betekent het afstappen van het traditionele uitwerken van thema’s en vooral durven openstaan voor het onbekende...

Bachelorproef kwaliteit van zorg en ondernemerschap

Ella Dethier
Deze scriptie gaat over communicatie binnen de gezondheidszorg. Meer specifiek over de patiëntoverdracht tussen verpleegkundigen op een ziekenhuisafdeling neonatologie. De literatuur werd doorzocht naar een geschikte methode om de overdracht te structuren, zodat er minder communicatiefouten worden gemaakt. Het eindresultaat is een flowchart volgens de SBARR en ABCDE methodiek.

Leven met dementie

Lisa Christiaens Roxanne Pensaert
Het belang van kwaliteitsvolle zorg in de gezondheidszorg neemt toe, ook in de woonzorgcentra. In deze bachelorproef komen de factoren aan bod die een invloed hebben op de kwaliteit van leven voor bewoners met dementie en op de kwaliteit van het werk van zorgverleners.

Kerk&* : De herwaardering van de Sint-Ritakerk

Quinten Malfait
De projectnota is opgesteld in het kader van de masterproef OMG! Van God Los en bundelt het onderzoekend en ontwerpend werk, opgebouwd uit drie blokken, opeenvolgend onderzoek, scenario’s en ontwerp. De masterproef spitst zich toe op het relevant en hedendaags vraagstuk rond de herbestemming van het kerkelijk erfgoed in Vlaanderen. Door de groeiende secularisering lopen de kerken, vaak gelegen in het centrum van een wijk of dorp, stilaan leeg. Toch zien architecten, stedenbouwkundigen en erfgoedspecialisten verschillende opportuniteiten ontstaan voor de gebouwen omwille van hun specifieke typologie, strategische ligging en publieke schaal. De casestudies richten zich specifiek toe op kerken gebouwd na de Tweede Wereldoorlog. De modernistische architectuur zowel in plan als opbouw verschilt fenomenaal van de kerken gebouwd voor de oorlog.
De vooropgestelde case van deze nota is de Sint-Ritakerk in Harelbeke van de Belgische architect Léon Stynen. De kerk staat als een losstaand sculpturaal artefact in een generische Vlaamse context. “Dit is een tent waar men God vindt”, concludeerde de pastoor bij de inwijding in 1966. De architectuur is een zoektocht naar de essentie van deze typologie waarin de sacraliteit wordt uitgedrukt in de piramidale oervorm en puurheid tussen het materiaal en structuur. Sinds 2016 is de kerk een beschermd monument.
De aanwezigheid van de Sint-Ritakerk laat zich gelden in de ruimte waarmee dit heilige object een spanningsveld creëert als monument op zijn omgeving. Hierom luidt de onderzoeksvraag als volgt: “Wat is de impact van een ‘beschermd monument’ op zijn omgeving op korte en lange termijn?”. De Sint-Ritakerk wordt hiermee niet enkel een ‘heilige’ plek voor christenen, maar ook voor architecten en erfgoedspecialisten.
Het uitgewerkte scenario is een masterplan dat de zones en perimeters die voortkomen uit de gedefinieerde spanningsvelden eerst gaat optekenen om ze vervolgens te gaan herformuleren in een groter netwerk. De intentie is om de kerk van zijn banale omgeving te onttrekken en hem een centrale rol als monument en kerk te geven in de nieuwe gecontroleerde stedelijke ruimte waar zowel de lokale als de globale actoren in en rond de kerk samenkomen. Het web van de kerk biedt zo een omkadering op uiteenlopende schaalniveaus dat de impact van de Sint-Ritakerk op zijn omgeving op korte en lange termijn kan meten.

REBORN - Cocooning in karton

Katrien De Keyser
In deze bachelorproe is een tijdelijke noodwoning ontworpen voor slachtoffers van mensenhandel. De bewoner zelf heeft dankzij het ontwerp helemaal niet het gevoel in een noodwoning te wonen en verblijft in een ruimte die welbevinden, zelfredzaamheid en verbinding stimuleert. Het ontwerp nodigt uit tot cocooning zonder volledig afgescheiden te zijn van de wereld. Het geeft mensen maximale kans op een nieuwe toekomst.

Opleidings- en tewerkstellingsniveau van doven: Maken tolken Vlaamse Gebarentaal in onderwijssituaties het verschil?

Margot Janssens
In deze masterproef wordt onderzocht in welke mate het inzetten van tolken Vlaamse Gebarentaal in onderwijssituaties een invloed heeft op het opleidings- en tewerkstellingsniveau van doven.

To CRISPR or not to CRISPR? Ethische bezwaren tegen het CRISPRen van mensen

Julie Muller
In deze scriptie bespreek ik vier van de meest voorkomende ethische bezwaren tegen de nieuwe revolutionaire techniek CRISPR.

De leeslestabel: een hulp bij het ontwerpen van lessen begrijpend lezen

Fien Vandenbussche Eline Boone Quinten De Baets Dolores Devoldere
Een onderzoek naar hoe leraren het leesbegrip bij leerlingen concreet kunnen bevorderen. Vanuit een inventarisatie van wat al dan niet werkt, ontstond een tool - een “leeslestabel” - een instrument om kwaliteitsvolle leeslessen te garanderen.

ASS in het kleuteronderwijs: Ondersteuningsnoden binnen de klascontext

Johan D'hooge
Onderzoek naar de noden en draagkracht in de kleuterklas met een kleuter met al dan niet vastgestelde ASS.

Leerkrachten doen opletten opdat leerlingen kunnen opletten.

Louise Janssens
Leerkrachten informeren over wat AD(H)D is en wat ze kunnen doen om leerlingen hiermee beter te begeleiden in de klas door middel van geanimeerde video's. Wat is AD(H)D nu juist? Hoeveel weten ze hier al over? Wat doen ze al voor deze leerlingen? Welke noden hebben deze leerkrachten? In welke mate hielp de informatie?

sociaal werker als brug tussen de oudere en het woonzorgcentrum

Greet Leemans
Ouder worden heeft een enorme impact op het leven. Verhuizen naar een woonzorgcentrum is een ingrijpende beslissing waarbij verschillende factoren een effect hebben. Thuiszorgdiensten, sociaal werkers en onthaalmedewerkers van een woonzorgcentrum zijn een eerste aanspreekpersoon bij de beslissing en hebben dan ook een belangrijke functie in de begeleiding naar de nieuwe leefomgeving. Voor dit onderzoek werd door middel van enquêtes aan sociaal werkers van ziekenhuizen en opnameverantwoordelijken van woonzorgcentra gevraagd hoe een opname naar een woonzorgcentrum verloopt en hoe men de ouderen bij een opname ondersteunt. Daarnaast werd ook de tuiszorgdiensten bevraagd om de ervaringen van deze dienst mee te nemen in de conclusies. De thuiswonende ouderen werd door middel van een enquête gevraagd naar de beeldvorming van woonzorgcentra en wat men belangrijk vindt. Daarnaast werd via interviews nagevraagd aan bewoners hoe men de opname heeft ervaren. Vanuit het literatuur- en praktijkonderzoek zijn er goede zaken naar boven gekomen maar vooral ook zeer veel tekortkomingen in de ondersteuning van ouderen bij de beslissing naar een woonzorgcentrum te verhuizen. Iedere dienst wil zich inzetten om ouderen de juiste ondersteuning te bieden om het welzijn te verbeteren maar krijgen vooral door beleidsmatige druk en veel administratief werk, veelal in functie van de financiering van de organisaties vanuit de overheid, hiervoor te weinig mogelijkheden. Om als sociaal werker de oudere zorgvrager beter te kunnen ondersteunen in het opnameproces door middel van psychosociale en praktische begeleiding is het belangrijk dat er een andere beeldvorming ontstaat over woonzorgcentra en deze beter aansluiten bij de leefwereld en zorgvragen van de ouderen. Daarnaast is het ook belangrijk dat deze betaalbaar worden en er meer werkmiddelen zijn in organisaties om tijd te kunnen vrij maken voor het welzijn van de ouderen. Hierdoor kan er op zoek gegaan worden naar mogelijkheden om de oudere zorgvrager beter te ondersteunen van thuis uit of vanuit het ziekenhuis en revalidatiecentrum naar het woonzorgcentrum. De sociaal werker wordt daardoor de vertrouwenspersoon van de oudere die beslissingsrecht heeft over zijn eigen leven.

Welbevinden van cognitief sterke leerlingen in het basisonderwijs. Bevindingen in gespecialiseerd lager onderwijs tegenover traditioneel onderwijs

Kathleen Vander Cruyssen
Er werd een online cross-sectioneel onderzoek uitgevoerd naar het welbevinden bij 187 leerlingen in het Vlaamse basisonderwijs met een vermoeden of diagnose van hoogbegaafdheid en hun ouders.
Onderzoeksvraag: “Is het welbevinden van cognitief sterke leerlingen die naar een gespecialiseerde lagere school (GS) gaan hoger dan dat van vergelijkbare leerlingen in traditionele scholen?” Aanvullend werd het verschil onderzocht in een gewone school: zonder extra ondersteuning (GO), individueel aangepast moeilijker leeraanbod (IA), deeltijds les met ontwikkelingsgelijken (‘peer grouping’) (PG) en individueel leeraanbod met ook ‘peer grouping’ (IP). Ten slotte werden leerlingen die één of meer leerjaren overgeslagen hebben vergeleken met niet-versnelde leerlingen.
Deze studie toont d.m.v. ANOVA en contrasten grote en positieve effecten aan van ondersteuningsmaatregelen (GS+IA+PG+IP) aan cognitief sterke leerlingen (versus GO) op algemeen welbevinden (d=2.369), tevredenheid algemeen (d=2.819), dingen die je hebt (d=1.825), waar je goed in wil zijn (d=2.616), die je dagelijks doet (d=1.42), relaties (d=1.589)) en schools welbevinden (welbevinden (d=2.977), tevredenheid (d=2.72), betrokkenheid (d=2.472), sociale relaties (d=1.823), pedagogisch klimaat (d=2.906)) en prestaties op rekenen (d=2.638). Volgens de ouders gaat meer aandacht naar kennis verwerven (d=1.623), sociaal emotioneel welzijn (d=3.187), differentiatie en persoonlijke aanpak (d=5.369) en creativiteit (d=2.179) dan in andere scholen.
Wanneer cognitief sterke leerlingen in een gespecialiseerde school (GS) les volgen, zijn er bijkomende positieve en grote effecten tegenover ondersteuning in gewone school (IA+PG+IP) op totaal schools welbevinden (d=.983), schoolse tevredenheid (d=.98), betrokkenheid (d=.994), sociale relaties (d=2.177) en pedagogisch klimaat (d=.98). Op academisch zelfconcept, prestaties voor rekenen (d=-1.354) en begrijpend lezen (d=-1.048) is er een negatief effect (referentiegroep verschilt). Er gaat meer aandacht naar kennis verwerven (d=3.402), sociaal emotioneel welzijn (d=3.916), differentiatie en persoonlijke aanpak (d=3.464) en creativiteit (d=2.820).
Er werden geen significante verschillen aangetoond tussen leerlingen in een gewone school met beide maatregelen versus één maatregel (IP vs IA+PG) en tussen versnelde leerlingen versus niet-versnelde leerlingen.

Zelfmanagement als kernactiviteit van persoonsgerichte MS-zorg. Zorgen waar het moet, ontzorgen waar het kan.

Elise Peeters
Zelfmanagement wordt aanzien als een belangrijke sleutel tot effectieve MS-zorg en impliceert dat de relatie tussen zorgverlener en zorgvrager vanuit een nieuw referentiekader moet bekeken worden. Maar zijn zorgverstrekker en patiënt voldoende empowered om de nieuwe rol, die hen toebedeeld is, op te nemen? Daarom wordt een kwalitatief uitgewerkt concept (SOCK) aangeboden dat alle sterke factoren van optimaal zelfmanagement omvat. Zodat de moderne zorgverlener een houvast heeft om de patiënt vanuit een holistische visie te versterken in het beheersen van zijn ziekte.

Naar een geïntegreerd seksualiteitsbeleid in de forensische psychiatrie: de noden en behoeften van seksuele dienstverleners

Lisa Huygens
Voorliggend kwalitatief onderzoek heeft getracht aan de hand van semigestructureerd diepte-interviews de noden en behoeften van seksuele dienstverleners, die werkzaam zijn binnen de forensische psychiatrie, in kaart te brengen. Deze resultaten bieden een (mogelijke) weg naar een geïntegreerd seksualiteitsbeleid in de forensische psychiatrie.

Inclusie op afstand. Communicatieve ervaringen van dove leerlingen en studenten tijdens het afstandsonderwijs in de COVID-19-pandemie. Door

Fien Andries
Tijdens de COVID-19-epidemie moesten onderwijsinstellingen overschakelen op afstandsonderwijs. Ook dove leerlingen en studenten die les volgen in het regulier onderwijs kregen tijdens die periode online lessen. Dove jongeren hebben echter andere communicatieve noden dan hun klasgenoten en medestudenten, vermits zij Vlaamse Gebarentaal (VGT) als voorkeurstaal hebben en/of nood hebben aan visuele communicatie. Ze hebben daarnaast de mogelijkheid om tolken VGT en/of schrijftolken in te zetten tijdens de lessen. Het doel van deze masterproef is om de ervaringen met afstandsonderwijs van dove (gebarentalige) leerlingen in kaart te brengen.