Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Uitdagingen en kritische succesfactoren voor de lokale diensteneconomie. Een kwalitatief onderzoek naar de gevolgen van het nieuwe decreet voor ondernemingen binnen de sector

Diana Gebruers
Deze masterproef wil nagaan wat de mogelijke gevolgen van het nieuwe decreet lokale diensteneconomie zijn geweest voor de ondernemingen binnen de sector in Vlaanderen op vier vlakken: organisatie van de ondernemingen; toewijzing en bemiddeling van de doelgroepwerknemers; verplichte doorstroom; en financiering. Om de opvattingen van de respondenten over de veranderingen die de ondernemingen hebben ervaren in kaart te brengen werden zeven semigestructureerde interviews afgenomen bij medewerkers met leidinggevende functies van organisaties met verschillende dienstverleningen.

Naar een integrale armoedebestrijding dankzij de inkanteling van het OCMW in het gemeentebestuur?

Agneta Hendrickx
Deze scriptie doet onderzoek naar mogelijke synergieën binnen een lokaal bestuur, in het kader van een meer integrale armoedebestrijding.

Genderongelijkheid in de Vlaamse filmindustrie: een fabel of een feit?

Vicky Van Bellingen
In deze scriptie wordt genderongelijkheid binnen de Vlaamse filmindustrie onderzocht en vastgesteld. Aan de hand van cijfermateriaal wordt de ongelijkheid binnen verschillende segmenten weergegeven.

Hoe ervaren vluchtelingen hun individuele arbeidsmarktintegratietraject en welke rol kan een lokale organisatie als Rising You(th) hierbij spelen?

Robbert Leysen
Het doel van het onderzoek was om te achterhalen hoe vluchtelingen hun integratietraject zelf ervaren en welke rol een lokale organisatie kan spelen in de toeleiding naar duurzame tewerkstelling.

De sociale vangnetten van ex-gedetineerden

Marjolein Robert
Deze masterthesis betreft een ervaringsonderzoek naar de ondersteuning van ex-gedetineerden tijdens hun re-integratie. Hierbij wordt gefocust op hun bestaande en ontbrekende sociale vangnetten. Het gaat om kwalitatief onderzoek op basis van interviews.

Aan het werk met een psychische kwetsbaarheid. Wat werkt?

Anke Boone
Het Individuele Plaatsing & Steun (IPS) Model is een wetenschappelijk onderbouwde methodiek om mensen met een psychische kwetsbaarheid te ondersteunen in hun zoektocht naar werk. Dit onderzoek gaat dieper in op twee IPS-basisprincipes: (1) De inbedding van de IPS-coach in de zorgsector (2) Het place-then-train principe. Dit betekent meteen een job zoeken op de reguliere arbeidsmarkt, zonder langdurige training vooraf. Uit voorgaand onderzoek is gebleken dat deze twee principes cruciaal zijn voor een succesvolle IPS-implementatie, maar dat beiden beperkt toegepast worden in Vlaanderen. De bedoeling van dit onderzoek is om een eerste verkennende studie uit te voeren naar de percepties van de zorgsector (psychologen, psychiaters, sociaal werkers, …) en ervaringsdeskundigen (mensen met een psychische kwetsbaarheid) omtrent deze twee IPS-principes.

Familiale bedrijfsopvolging in het Vlaams Gewest

Matthias De Coninck
Deze scriptie omschrijft de Vlaamse gunstmaatregel voor de overdracht van familiale bedrijven. Daarnaast bevat de thesis ook een korte vergelijking van verschillende technieken voor het behoud van controle van de onderneming na de overdracht.

"If you put effort in, you'll have it." Een onderzoek naar de invloed van e-inclusieprojecten op burgerschap bij nieuwkomers in Antwerpen.

Elien Diels
Deze masterproef handelt over de invloed van e-inclusieprojecten op burgerschap bij nieuwkomers in Antwerpen. Op basis van een single-case onderzoek bestaande uit 22 interviews met zowel jongeren als volwassenen die als nieuwkomer in Antwerpen deelnamen aan e-inclusielessen, werden een aantal conclusies geformuleerd.

Transitie tussen onderwijs en arbeidsmarkt versterken: ComOP. Een praktijkonderzoek in samenwerking met IBSO Woudlucht OV2 en Blankedale vzw.

Kristin Havaux Hanne Vanreppelen
Te veel schoolverlaters van Buitengewoon Secundair Onderwijs (BuSO) opleidingsvorm 2 (OV2) zijn een jaar na het afstuderen nog niet aan de slag op de arbeidsmarkt. Hanne Vanreppelen en Kristin Havaux, alumnae Bachelor Ergotherapie aan PXL Hasselt, ontdekten een mismatch tussen school en maatwerkbedrijf wat betreft vraag en aanbod van competenties. Om alle neuzen in dezelfde richting te krijgen ontwikkelden Hanne en Kristin in samenspraak met IBSO Woudlucht en Blankedale vzw het Competentie Ontwikkeling Profiel of kortweg ComOP. Goede communicatie en een vlotte uitwisseling van informatie zijn immers de sleutel tot een vlotte transitie naar de arbeidsmarkt, vond het duo en zag dit ook bevestigd in de literatuur.

De digitalisering van het oprichtingsproces van vennootschappen - Knelpunten en best practices

Marie-Julie De Merlier
Tot op vandaag is het onmogelijk om alle Belgische vennootschappen digitaal op te richten. Moet de Belgische wetgever hier verandering in brengen of houden we beter vast aan ons klassiek oprichtingsproces? Hoe pakken andere landen een digitaal oprichtingsproces aan en kunnen wij dit als inspiratiebron gebruiken?

Sociale documenten: wie wordt er wijzer van?

Rita Laureys
De analyse toont aan dat het geen onhaalbare kaart is om tegelijkertijd de administratieve overlast aan te pakken die de sociale documenten veroorzaken voor ondernemingen, en tevens tegemoet te komen aan de cruciale informatiebehoeften van de overheid en van de werknemers.
Een win-win situatie voor alle partijen bereiken is, mits een aantal aandachtspunten, perfect mogelijk.

Economische analyse van de Europese verordeningen op insolventieprocedures

Estelle Christiaens
Economische analyse van de Europese verordeningen op insolventieprocedures.

De historische en theologische concretisering van een beleid omtrent "Dhimmīs" bij de Umayyaden en de ʿAbbāsiden

Mohammed Sefiani
Sinds de stichting van de islam door profeet Muḥammad (571-632) en zijn vlucht, of hijra, naar Yathrib in het jaar 6221 werd de beginperiode van deze religie vaker gekenmerkt door belangwekkende gebeurtenissen. In het jaar 630 was Mekka2 in handen van de moslims gekomen en na de dood van de Profeet en zijn eerste opvolger Abū Bakr (r. 632-634), veroverde Kalief ʿUmar b. al-Khaṭṭāb (r. 634-644) Jeruzalem3 rond het jaar 637.
Deze gebeurtenissen zijn van groot belang om te begrijpen hoe de Profeet en de vier Rechtgeleide Kaliefen ( al-Rāshidūn [r. 632-661]), tewerk zijn gegaan bij de stichting van het Islamitische Rijk en hoe ze omgingen met de volkeren die ze hadden overwonnen. Deze gebeurtenissen waren telkens zó belangwekkend dat er telkens een uitvoerige registratie door islamitische en niet-islamitische getuigen plaats vond.

Analysis and modelling of population evolutions in rural areas.

Bram Vandeninden
Analyse van de bevolkingsevolutie in rurale gebieden in Europa. Eerst een ruimtelijke analyse, gevolgd door een statistische analyse en het opstellen van een model dat de bevolkingsevolutie naar de toekomst toe voorspelt.

Case study: rural population dynamics and rural abandonment in the Marne department.

ARTEpreneur: Legal clinic voor student ondernemers

Nikita Colpaert Stijn Bril Ellen Broes Nikita Colpaert Robin Van de Sompel Fabienne Verschelde
Deze bachelorproef bestaat uit drie uitgeschreven juridische adviezen, elk met hun eigen standpunt en onderwerp. Elk advies werd volgens een vast stramien uitgewerkt en heeft telkens de juridische probleemstelling van de student-ondernemer als vertrekpunt. De topics van de juridische adviezen zijn: het beheren van een legale webshop, het creëren van een evenementenbureau en het tewerkstellen van kinderen jonger dan 15 jaar.

De lokale diensteneconomie en de activeringslogica: Een onderzoek naar de determinanten van de doorstroom van doelgroepwerknemers naar de reguliere economie

Daphné Crombez
In een steeds restrictiever wordende samenleving tracht de lokale diensteneconomie doelgroepwerknemers door te stromen naar de reguliere arbeidsmarkt. Dit onderzoek tracht te peilen naar belemmerende en faciliterende factoren bij doorstroom.

HERVORMING PWA-STELSEL NAAR WIJK-WERK: ONDER DE LOEP

Jolien De Hertog
Een hervorming van het PWA-stelsel naar wijk-werk, een transitie met vele gevolgen voor zowel de doelgroep, de PWA-beambten en de gebruikers. Met deze scriptie haalde ik de stem van de PWA-beambten, een belangrijke groep mensen die niet gehoord werden gedurende deze langdurige transitie naar boven.

Samenwerkingsverbanden in de strijd tegen sociale dumping in de transportsector: een evaluatie

Cathy Steelandt
Deze masterproef onderwerpt het fenomeen sociale dumping aan een uitvoerige analyse, met bijzondere aandacht voor het fenomeen binnen de transportsector. Het inventariseert alle betrokken spelers binnen het fraudebestrijdingslandschap en omvat tevens de resultaten van een kwalitatief empirisch onderzoek naar de huidige aanpak binnen de provincie West-Vlaanderen.

Voor de vader een zegen, voor de moeder een vloek? Een veldexperiment naar ongelijke behandeling in de Vlaamse arbeidsmarkt op basis van ouderschap

Lauren Aers
Correspondentieonderzoek naar de impact van ouderschap op de aanwervingskansen van mannen en vrouwen en de heterogeniteit van dit effect naar aantal kinderen, opleidingsniveau, gendervertegenwoordiging, sector en tewerkstellingsregime.

Identifying important consumer segments for predicting Belgian retail sales

Hanna De Schutter
Sinds de recente financiële crisis van 2008 heerst er een vernieuwde interesse in consumentenvertrouwen op toekomstige consumptie. Als gevolg van tegenstrijdige resultaten binnen de literatuur inzake de effectiviteit van consumentenvertrouwen voor het voorspellen van toekomstige consumptie, is binnen deze masterproef getracht om belangrijke consumenten segmenten en survey vragen te identificeren om retail sales in België te voorspellen.

Sociaal Werk? - Een filosofische zoektocht naar de (on)mogelijkheid van hedendaagse hulpverlening

Jonas Vanbrabant
In mijn scriptie ga ik uit van 'de mens' in de rol van hulpverlener of -vrager binnen de maatschappelijke context. Ik onderscheid drie mensbeelden; economisch, biologisch en relationeel. De dominantie van de twee eerstgenoemde op de laatste is daarbij een hindernis voor hedendaagse hulpverlening.

BIEDT HET VRIJWILLIGERSWERK MEER KANSEN OP DE ARBEIDSMARKT?

Aspet Khachatryan
In mijn scriptie wordt voornamelijk nagegaan op welke wijze vrijwilligerswerk kan hoog opgeleide anderstaligen helpen om een betere aansluiting te vinden met de arbeidsmarkt. Het is een combinatie van theoretische en praktijkgerichte/evaluerende studie in het kader van 3de jaars stage binnen het Servicepunt Vrijwilligerswerk.

Artikel 60 binnen OCMW Aalst, een goedlopende trein of een bij te sleutelen parcours?!

Karolien Devos
In dit onderzoek werd artikel 60 op mesoniveau, binnen het OCMW van Aalst, onderzocht. Dit met als doel een zo duidelijk mogelijk beeld te krijgen over hoe deze tewerkstelling loopt en waar er eventueel marge is voor verbetering.

Mijn onderzoeksopzet bestond enerzijds uit een interview met de beleidsmensen, met de ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor deze sociale tewerkstelling. Anderzijds uit een focusgesprek met ervaringsdeskundigen, met mensen die of een sociale tewerkstelling positief hebben beëindigd of nog steeds aan het werk zijn als artikel 60.

Aan de hand van mijn ervaring en mijn onderzoeksopzet heb ik mijn veranderingsdoelen opgemaakt. Gezien de ervaringsdeskundigen artikel 60 als een positieve ervaring beschouwden denk ik dat men eerst en vooral moet proberen meer tewerkstelling plaatsen te creëren. Meer plaatsen geeft ook meer kansen dus meer kwetsbare mensen die men zo kan helpen naar werkervaring of zelfs naar een doorstroom naar de reguliere arbeidsmarkt. Hiervoor zal de begeleiding anders moeten worden aangepakt en zal ook de bijhorende subsidiëring moeten herbekeken worden. Zowel op mesoniveau binnen het OCMW te Aalst als op macroniveau en dus op Vlaams, gezien dit recent is overgeheveld van Federaal naar Vlaams.

Een tweede veranderingsdoel, wat ik zou willen gerealiseerd zien, is het verbeteren van de sfeer op de werkvloer ten opzichte van de mensen in artikel 60. Het welbevinden op het werk draagt volgens mij ook bij naar enerzijds je goed voelen in je vel maar anderzijds ook het goed presteren op het werk zelf. Voor mensen in sociale tewerkstelling denk ik dat de motivatie om op zoek te gaan naar een job na artikel 60 groter zal zijn als men een positieve ervaring heeft mogen ervaren.

Ook na begeleiding moet volgens mij beter. In het focusgesprek gaf elke deelnemer aan dat men in het spreekwoordelijke zwarte gat valt na artikel 60. Ook hier zouden we door in te zetten op betere, intensievere begeleiding, de doorstroom naar de reguliere markt kunnen bevorderen.

Ik ben dit eerst en vooral juridisch gaan bekijken, wetgeving versus toepassingen die men hanteert in het OCMW te Aalst. Daaruit bleek onder andere dat een flexibel werktraject, bijvoorbeeld deeltijds werken, wettelijk wel kan. Iets wat mogelijk zou moeten zijn voor iedereen in deze hectische maatschappij, zeker voor kwetsbare mensen die geen (groot) sociaal opvangnet hebben. Ook het loon voor de artikels 60 bepaalt men zelf als OCMW. Naar privé werkgevers toe factureert men 740 euro, openbare instanties die mensen tewerk stelt in artikel 60 betalen niets. Ook het feit dat men enkel leefloon gerechtigden in artikel 60 toelaat, is specifiek voor Aalst en zou dus ook anders kunnen. Er is dus een duidelijk verschil tussen wat er wetmatig mag en wat er in Aalst wordt toegepast. De reden hiervoor ligt meestal bij de subsidiëring die men hiervoor krijgt.

In een tweede invalshoek heb ik de psychosociale bril opgezet. Daar bleek, door de analyse van verschillende theorieën met betrekking tot het welbevinden en het hebben van een job, dat er wel effectief gevolgen kunnen zijn door het al dan niet hebben van een job. Zeker naar kwetsbare mensen toe moeten we hiermee rekening houden, zij hebben misschien bepaalde werkattitudes niet meegekregen van thuis. Doordat ze niet aan het werk zijn, worden ze uitgesloten uit de maatschappij. Men verliest zijn status en heeft niet het gevoel ergens bij te horen, ergens deel vanuit te maken. Aan het werk zijn zal hen dus empoweren, zal hun psychosociaal welzijn erop verbeteren.

Een laatste invalshoek is de hulpverlening. Doordat onze maatschappij volop in transitie is, dient de hulpverlening herbekeken te worden. Sleutelwoord bij hulpverlening is empoweren. Niet enkel doen wat wetmatig moet maar mensen helpen hun doelen te laten stellen en deze te verwezenlijken. De houding van de hulpverlener moet op voet van gelijkwaardigheid zijn en met een onvoorwaardelijke positieve houding ten opzichte van de cliënt met als doel zijn eigenwaarde te versterken.

Ik breng aan de hand van mijn onderzoeksopzet en theoretische staving vijf veranderingsstrategieën naar voor. Eerst en vooral moet artikel 60 voor iedereen kunnen en niet enkel voor mensen met een leefloon. Zo sluiten we mensen uit die ook zouden geholpen zijn door op deze manier aan het werk te kunnen. Ik denk bijvoorbeeld van een vrouw op leeftijd die van haar man is gescheiden en jaren voor de kinderen heeft gezorgd. Iemand van een iets oudere leeftijd, met een ‘black hole’ in haar CV van enkele jaren, zal niet makkelijk werk vinden.

Een tweede veranderingsstrategie is de mogelijkheid naar een flexibeler traject. Zeker nu we langer zullen moeten werken, is dit geen overbodige luxe. Zoals we ook in Finland zien, werkt zo’n systeem. Meer en meer mensen nemen ook hier ouderschapsverlof, tijdskrediet of loopbaanonderbreking om voor hun gezin of voor zichzelf te kunnen zorgen. Ook en zelfs vooral kwetsbare mensen die weinig of geen ervaring hebben en vaak niet beschikken over een sociaal opvangnet, zouden dit dus zeker moeten kunnen doen. Meer mensen zullen slagen in hun te presteren dagen in de opgegeven referteperiode en mensen gaan ook meer gemotiveerd zijn aan het werk te blijven in deze drukke geluksmaatschpapij.

Een derde strategie is de begeleiding van de mensen op de werkvloer die met mensen in artikel 60 moeten werken. Het stigmatiseren van deze groep tegen gaan door preventief de mensen op de werkvloer zelf grondig te informeren en hen te duiden wat de intentie is. Zo kunnen we taboes en vooroordelen wegwerken en eventuele pesterijen voorkomen. Een ‘workbuddy’, een gezinswetenschapper die niet alleen de mensen in sociale tewerkstelling maar ook de collega’s hierin begeleidt.

Een vierde strategie is het herbekijken van de kosten die men factureert aan privé firma’s. Zij krijgen een factuur van 740 euro per maand voor een werknemer, openbare instanties en vzw’s niet. Men hanteert dit omdat dit de kost is die het OCMW zelf zou moeten bijleggen, die men dus niet krijgt via subsidieringen. Op macroniveau zouden we dus moeten inzetten in het herbekijken van deze subsidieringen om deze gelijk te stellen. Maar ook OCMW Aalst zou zelf de beslissing kunnen nemen dit niet als grondvoorwaarde te hanteren. Zo creëren we meer tewerkstellingsplaatsen en vergroten we ook de doorstroom.

Een laatste voorstel naar verandering is de betere (na)begeleiding. Mensen in de laatste weken goed toeleiden naar het einde van hun tewerkstelling en al klaarstomen naar solliciteren op de reguliere arbeidsmarkt. Ook een betere samenwerking met onder andere VDAB is opportuun zijn. Ook hier is een rol weggelegd die perfect zou zijn voor een gezinswetenschapper.

Referentielijst:

Adriaens, C. L. (2013). Praktisch handboek voor OCMW-recht. 612 Loopbaan met zorg. (2015). Betekenis van werk. Betekenis van werk.

Tine Van Regenmortel, K. H. (2013. Het concept ‘empowerende academische werkplaats’. Een innovatieve vorm van samenwerken aan werkzame kennis. Tijdschrift voor Welzijnswerk, 36-48 Van Regenmortel, S. (2015, april). Sociaal werk moet anders in de nieuwe samenleving. Entry-media

Vlieger, S. D. (2008, Juni). Schuld en schaamte: een vergelijkende studie tussen werkenden en werklozen. Gent: Universiteit Gent.

Vries, S. D. (2010). Basismethodiek psychosociale hulpverlening. In S. D. Vries, Basismethodiek psychosociale hulpverlening (p. 425). Hoten, Nederland: Bohn Stafleu van Loghum.

Analyse van de probitfunctie voor de effecten van overdruk op de mens - Het Vlaamse 40 mbar overdrukcriterium

Jeroen Debroey
In Vlaanderen wordt de kans op overlijden ten gevolge van de overdruk afkomstig van een explosie uitgedrukt door middel van een probitfunctie. In deze scriptie wordt de herkomst van de Vlaamse probitfunctie doorgelicht en vergeleken met alternatieve opvattingen en technieken. Uit dit onderzoek besluit de auteur dat de huidige Vlaamse probitfunctie anno 2016 te conservatief is. Hij ontwikkelt daarom een geactualiseerde probitfunctie, ten einde de Vlaamse probitfunctie opnieuw af te lijnen met moderne bouwfysische omstandigheden.

Attitudes van verpleegkundigen bij palliatieve sedatie en euthanasie

Valérie D'Haese
Mijn BP gaat over de attitudes van verpleegkundigen t.o.v. palliatieve sedatie en euthanasie. Allereerst leg ik het verschil uit tussen palliatieve sedatie en euthanasie en nadien licht ik verschillende attitudes van verpleegkundigen toe, bv. de attitude omtrent de diepte van de sedatie etc.