Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Er zit meer in een liedje dan je denkt: muzikaal activiteitenpakket voor taalverwerving bij anderstalige peuters samen met hun ouders

Tine Vanhaevre
De ontwikkeling van een muzikaal activiteitenpakket om kinderdagverblijven te ondersteunen in de taalverwerving van anderstalige peuters en hun ouders.

Employer branding in context van bedrijven met een negatief consumer brand

Nele Ruys

In deze masterproef onderzoeken we wat potentiële werknemers motiveert om te kiezen voor een bedrijf met een negatief consumer brand, waarom huidige werknemers blijven werken voor een bedrijf met een negatief consumer brand en hoe organisaties met een negatief consumer brand een positief, geloofwaardig employer brand kunnen ontwikkelen. We voerden deze studie uit omdat huidig onderzoek zich voornamelijk focust op bedrijven met een positief employer brand en omdat er nog niet veel geweten is omtrent het ontwikkelen van een positief, geloofwaardig employer brand. Deze studie werd uitgevoerd aan de hand van een kwalitatieve case study bij een internationale tabaksfabrikant. De resultaten van 32 respondenten werden voorgesteld aan de hand van een raamwerk. Uit dit onderzoek is gebleken dat potentiële en huidige werknemers ingedeeld kunnen worden in duidelijk te onderscheiden groepen. Dit enerzijds op basis van hun mindset en houding tegenover het consumer brand, en anderzijds op basis van organisatiekenmerken waardoor zij aangetrokken worden tot de organisatie of er blijven werken. Daarnaast is ook gebleken dat bedrijven met een negatief consumer brand een positief, geloofwaardig employer brand kunnen ontwikkelen door ervoor te zorgen dat extern gecommuniceerde kenmerken overeenkomen met intern gecommuniceerde kenmerken. Tot slot toonde dit onderzoek aan dat het inzetten op oprechtheid als werkgever zorgt voor een geloofwaardig employer brand.

Hoe is de sociale mix verdeeld bij de reconversie van oude havengebieden?

Jozefien Van den Bossche / /
Dit onderzoek beoogt het complexe stadsproject “het Eilandje” in Antwerpen te analyseren. Er zal achterhaalt worden of iedereen welkom is op Het Eilandje, of het een wijk is louter en alleen voor welvarende bewoners. Er zal onderzocht worden of de stadsontwikkeling in deze wijk geslaagd is en wat de weerslag hiervan is op maatschappelijk en sociaal vlak. Dit zal getoetst worden aan de hand van de aspecten: inkomen, leeftijd, type huishouden en etniciteit. Met andere woorden, hoe is de sociale mix verdeeld bij de reconversie van oude havengebieden?
Om geleidelijk aan tot een antwoord te komen op bovenstaande onderzoeksvraag, zal dit onderzoek verlopen in verschillende fases. Het eerste deel van dit onderzoek houdt een uitgebreide literatuurstudie in. Als eerste wordt er getracht het begrip stadsvernieuwing een kader te geven in de stad Antwerpen. Vervolgens wordt er onderzocht welke impact deze stadsvernieuwing heeft gehad op de cijfers. Aansluitend volgt het hoofdstuk waar het begrip reconversie uitgebreid omschreven wordt. Daarna wordt er geleidelijk dieper ingaan op de reconversie van oude havengebieden, om zo tot het hoofdstuk waterfrontontwikkeling te komen. Nadien wordt onderzocht welke sociale implicaties de stadsvernieuwing heeft waarbij de begrippen gentrificatie en sociale mix verder worden toegelicht.
In het tweede deel van dit eindwerk volgt de eigenlijke casestudie van het projectgebied het Eilandje. Vooreest zal de wijk gesitueerd worden in tijd en ruimte. Nadien wordt elk component van de sociale mix uitgebreid toegelicht. Daaropvolgend het hoofdstuk waarin oplossingen worden aangereikt om betaalbaar wonen in de stad mogelijk te maken. Tot slot werden experten uit het vakgebied geïnterviewd om meer kennis over het onderwerp te verwerven. Helemaal achteraan de bachelorproef kunt u de uitgeschreven interviews dan ook raadplegen.

The use of virtual reality in urban planning - Review paper on the (dis)advantages and a new perspective for future research

Anke Van Dessel
Onderzoek naar het gebruik van virtual reality binnen het domein van de ruimtelijke planning. Wat is de huidige stand met alle voor- en nadelen en waar zitten de hiaten in het huidige wetenschappelijk onderzoek naar dit onderwerp?

Bringing the future into the classroom. Action research based on Theory U (Otto Scharmer, MIT). Impact from a student-centered competence-oriented learning environment on learning approach.

Kristien Verbist
We leven in ontwrichtende tijden. Volgens de sociale innovatietheorie Theory U (Otto Scharmer, Massachussets Institute of Technology, MIT) hebben we daarom een 4.0 Onderwijs nodig, een ondernemende, co-creatieve, participatieve manier van leren die de student en zijn hoogst mogelijke potentieel centraal stelt. In dit praktijkonderzoek wordt onderzocht wat de impact van zo'n leeromgeving is op de leerapproach van leerlingen (kwantitatief onderzoek) én op de aanpak van de leerkracht (kwalitatief onderzoek). Uit het onderzoek blijkt dat de 4.0. aanpak een positieve impact heeft op de leerapproach van leerlingen én dat de leerkracht anders voor de klas staat.

Het mediahuis van morgen. Hoe het ontwerp van een mediahuis kan anticiperen op een veranderlijke toekomst, meer specifiek op de uitgesproken tendens tot uitbesteding.

Dorien Moonen
Deze masterproef gaat over het mediahuis van morgen en hoe het architecturale ontwerp kan anticiperen op een veranderende toekomst met een uitgesproken neiging tot outsourcing. De ontwerpmethode was echter net zo belangrijk omdat een fascinatie voor de context - de haven van Antwerpen - en het potentieel van zijn vormen werden gebruikt om het mediahuis van de toekomst te structureren en te stimuleren, wat resulteerde in deze 'mediacluster'.

Docentgedrag als student bekeken

Linde Domus
In onze snel veranderende maatschappij dient ook het onderwijs mee te evolueren. Binnen de leeromgeving speelt de docent een belangrijke rol. Het gedrag dat een docent stelt, heeft invloed op de relatie tussen student en docent enerzijds en, op onrechtstreekse wijze, op de motivatie van de student anderzijds. In het voortgezet onderwijs is er reeds veel bekend over de invloed van de docent-studentrelatie maar in het hoger onderwijs is hier nog weinig onderzoek naar gedaan. Het doel van dit praktijkonderzoek is te achterhalen welke docentgedragingen in het hoger onderwijs volgens studenten een positieve invloed hebben op de docent-studentrelatie, welke betekenis studenten hieraan toekennen en welke invloed dit heeft op hun motivatie. Vervolgens gaat dit onderzoek na welke verschillen er zijn in perceptie tussen docenten en studenten betreffende het docentgedrag.
Via twee vragenlijsten en een focusgroep werd data verzameld bij eerstejaars bachelorstudenten TEW en hun wiskundedocenten aan de Universiteit Antwerpen. Uit de antwoorden op de eerste vragenlijst bleek dat studenten voornamelijk leidend docentgedrag prefereerden gevolgd door helpend/vriendelijk en begrijpend docentgedrag. De focusgroep bevestigde deze resultaten enerzijds, maar voegde ook de meerwaarde van een meer terughoudende docent toe waardoor de student meer zelfstandigheid, verantwoordelijkheid en vrijheid verkrijgt afhankelijk van de werkvorm. De tweede vragenlijst peilde naar de percepties van de docenten en studenten betreffende de waargenomen geprefereerde docentgedragingen. Beschrijvende statistiek en t-testen toonden grotendeels significante discrepanties tussen de percepties van docenten en studenten. Volgens studenten voldeden de meeste docenten in grote mate aan het geprefereerde docentgedrag maar de inschattingen van de docenten varieerden onderling sterk.
De resultaten van dit onderzoek kunnen een aanknopingspunt vormen voor een grootschalig onderzoek naar docent-studentrelaties in het Vlaams hoger onderwijs. Dit ter verbetering van de onderwijskwaliteit en in functie van de professionalisering van docenten om een bewustwording te creëren over de invloed van hun gedrag.

Invloed van reële winststuring op de mate van cash holdings in Europa

Marissa Dhondt
In dit onderzoek wordt het verband nagegaan tussen de mate dat er aan reële winststuring wordt gedaan in een onderneming en de mate dat zij cash aanhouden. Er wordt in tegenstelling tot eerdere onderzoeken een negatief verband gevonden tussen deze twee variabelen in een Europese context.

Invloed van instructionele kwaliteit op plezier en academisch zelfconcept bij wiskunde

Laura Doens
In deze kwantitatieve studie wordt de invloed van instructionele kwaliteit op twee attitudes van leerlingen in het Vlaamse lager onderwijs ten opzicht van wiskunde bestudeerd: plezier in wiskunde en academisch zelfconcept voor wiskunde. Daarvoor wordt gebruikgemaakt van de vragenlijsten voor leerlingen uit het TIMSS-onderzoek van 2015.

Bridging Science and Technology: How important are individual industry-science links for high value inventions?

Timpe Callebaut
Om aan te tonen hoe de indivduele gegevensoverdracht verloopt tussen wetenschappers en uitvinders, gaan we door verschillende variabelen aantonen dat de sterkte van deze relatie tussen academici en uitvinders een belangrijk effect heeft op de uiteindelijke waarde van de uitvinding. We onderzoeken ook of deze relatie belangrijker is in het geval van novel research.

Adaptive architecture and flood permitting cities

Sophie Leemans
Deze masterproef onderzoekt en illustreert de architecturale mogelijkheden om water terug als een actief structurerend element te integreren in de stad. Het ontwerp wil meer dan een radicale verandering van bovenaf een evolutie in mentaliteit van binnenuit stimuleren, met een positieve impact op zowel ecologische als sociale duurzaamheid van een gemeenschap.

Graven in het Dialectloket: het nominale meervoud van het Hasselts

Robin Coolen
Deze scriptie bestudeert vanuit twee luiken de meervouden van zelfstandige naamwoorden in het Hasselts. Enerzijds door een literatuurstudie over de geschiedenis van de meervoudsuitgangen in het algemeen, over de verschillende meervouden in de Nederlandse dialecten, in het Standaardnederlands, in het Limburgs en in het Hasselts. Anderzijds wordt met concreet materiaal, een transcriptie van het Hasselts afkomstig van een opname op Dialectloket, die literatuurstudie vergeleken.

Het gebuik van de Stresstool door Inloopteam Zuidrand: een kwalitatief onderzoek naar naar de bruikbaarheid van de Stresstool bij ouders met een migratieachtergrond.

Emilie, Margot, Laurien, Marion, Maxime, Michelle Diels, Longeville, Taels, Lampaert, De Weerdt, De Belser
Inloopteam Zuidrand ontwikkelde een instrument om stress te meten bij ouders met een migratieachtergrond. In dit onderzoek worden gerelateerde thema's behandeld in de literatuurstudie, en wordt aan de hand van 3 onderzoeksmethoden de betrouwbaarheid en validiteit nagegaan en wordt tevens onderzocht of het testinstrument afgestemd is op de doelgroep.

Niet alle factchecks zijn factchecks

Pieter De Vocht
Niet alle factchecks zijn factchecks. Een onderzoek naar de kwaliteit van factchecks gepubliceerd in Vlaamse geschreven media op basis van grondigheid, transparantie, onpartijdigheid en systematiek.

Al Tweetend naar de sjerp.

Gaëtan Van Impe
Een onderzoek naar de invloed van Twitter op het aantal voorkeurstemmen van de kandidaten bij de lokale verkiezingen van 2018 in Vlaanderen

Een krachtige leeromgeving voor cognitief sterke leerlingen in het lager onderwijs.

Bieke Finet
Het doel van deze reviewstudie is tweeërlei: enerzijds een overzicht geven welke didactische maatregelen voor cognitief sterke leerlingen onderzocht zijn binnen de reguliere klas in het lager onderwijs en anderzijds duidelijkheid geven over de impact van deze maatregelen op de cognitieve prestaties van deze leerlingen.
De studie is als volgt opgebouwd: in de introductie wordt de nood aan kennis over effectieve didactische maatregelen voor deze doelgroep in Vlaanderen aangegeven. Daarna wordt dieper ingegaan op theorieën en modellen over begaafdheid en welke kennis over maatregelen beschikbaar is vanuit wetenschappelijk onderzoek. Dan volgt de toelichting over de afbakening van het onderzoeksonderwerp van deze reviewstudie. Nadien wordt een overzicht gegeven van de manier waarop een brede set onderzoeksartikels systematisch werden gereduceerd en geanalyseerd. Deze analyse leidde tot tien high impact kwantitatieve studies waarin didactische maatregelen werden uitgetest. Als resultaat worden zes effectieve didactische maatregelen gerapporteerd en als aanbeveling voor cognitief sterke leerlingen toegelicht: verrijking van hun curriculum ter vervanging van reeds gekende leerstof, ook voor cognitief sterke leerlingen expliciete instructie van strategieën en moeilijkheden voorzien, afwisseling in homogeen en heterogeen groeperen van de leerlingen, uitdagende actieve en onderzoeksgerichte opdrachten geven, tijdens het oefenen dynamisch feedback geven en ondersteuning voorzien, waaronder hints, en tenslotte de leerlingen leren reflecteren op hun leren. Tot slot worden enkele aandachtspunten bij deze reviewstudie geëxpliciteerd, zoals het belang van training en ondersteuning van de leerkracht bij het vormgeven van deze maatregelen in de klas en de nood aan longitudinaal onderzoek waarbij er gebruik gemaakt wordt van grotere samples en verschillende onderzoeksdesigns.

Eten & drinken, van dagelijkse kost tot partie plezier

Karen Luyckx Heidi Luyckx
Een thesis van Heidi Luyckx, stadsgids, afgestudeerd (school)jaar 2017-2018 met een zeer verrassende inhoud voor een niet alledaags publiek.

Ondersteunende handleiding voor leerkrachten 3de graad BSO moderealisatie en –verkoop

Max Thuy
Sinds het oprichten van het Nationaal Secretariaat van het Katholiek Onderwijs (NSKO) in 1957 kende de onderwijskoepel verschillende vernieuwingen; zo ook onze Modeopleiding. De laatste vernieuwing gebeurde in september 2016. Deze vernieuwing binnen de 3de graad BSO Moderealisatie en –verkoop is dan ook de aanleiding geweest voor mijn onderzoek.
Katholiek Onderwijs Vlaanderen (KOV) ontwierp een actueel leerplan met een nieuwe visie. Deze richt zich voornamelijk op 5 overkoepelende pijlers : Projectmatig en conceptueel werken, Recycling en upcycling, Vakoverschrijdend werken, Trend en lifstyle en de centrale plaats van de leerling.
KOV verwacht van de scholen over heel Vlaanderen die de optie 3de graad BSO Moderealisatie en –verkoop aanbieden dat ze met deze visie les geven.
De leerkrachten dienen zélf didactisch materiaal te ontwerpen en dit te koppelen aan lesdoelen die gelinkt zijn aan de leerplandoelen opgesteld in het leerplan 3de graad BSO Moderealisatie en –verkoop.
Door het gemis aan universeel cursusmateriaal dient een leerkracht zelf het leerplan te interpreteren en de visie te verwerken.
Tijdens het onderzoek hebben we gemerkt dat dit moeilijker is dan het lijkt.
Het werd duidelijk dat de leerkrachten ondersteuning kunnen gebruiken bij het opstellen van didactisch materiaal.
De conclusie om een ondersteunende handleiding op te stellen was voor de hand liggend. Deze wordt met hedendaagse ideeën gekoppeld aan actuele voorbeelden uit de modewereld om zo eigen cursusmateriaal te kunnen opstellen. Er is een lijst met richtlijnen bijgevoegd waar de leerkrachten hun projecten aan kunnen toetsen.
Eerst diende ik de visie van KOV te doorgronden aan de hand van het bestuderen van zowel het oude als het nieuwe leerplan en het gesprek met Isabelle Tack (pedagogische begeleidster) ter verduidelijking en aanvulling.
Ook diende er een grondige literatuurstudie te gebeuren om de exacte inhoud van de 5 pijlers te begrijpen.
Vervolgens heb ik een gesprek met Sarah Casier gehad. Zij geeft bijscholingen aan leerkrachten met betrekking tot het cursusmateriaal en de nieuwe visie binnen het modeonderwijs.
Er is bij een 30-tal Vlaamse leerkrachten een enquête afgenomen zodat hun meningen vergeleken kunnen worden en de noden kunnen worden opgelijst.
Als laatste ben ik de voorbeeldschool Ursulinen Mechelen gaan bezoeken die de vernieuwing optimaal benut.
Al deze stukjes hebben bijgedragen tot het ontwerpen van de ondersteunende handleiding.

De perceptie van een fietscorridor als wegwijzer voor Bicycle Oriented Development

Aurélie Ligon
Deze scriptie heeft als doel een geïntegreerde fietscorridor te ontwikkelen voor de stad Antwerpen. Het omvat een literatuuronderzoek naar de determinanten die van belang zijn om zich met de fiets te verplaatsen. Hierna volgt een casestudy-onderzoek op twee belangrijke fietsverbindingen tussen Mortsel en Antwerpen centrum. Tot slot worden concrete ontwerpvoorstellen geformuleerd op deze twee verbindingsassen.

Wat is de bereikbaarheid vanuit de multimodale knooppunten voor de fietsende reiziger in de stad Antwerpen?

Marjolein Jansens
‘Wat is de bereikbaarheid vanuit de multimodale knooppunten voor de fietsende reiziger in de stad Antwerpen?’ Is de grote onderzoeksvraag waar een analyse uit gaat volgen die gebruikt kan worden om de vragen in voorgaande alinea te beantwoorden. De analyses zullen uitgevoerd worden door een geografisch informatiesysteem te gebruiken.

Company reactions to disruptive innovation: an exploratory study of service industries

Luca De Ridder
Systematische literatuurstudie naar het empirisch onderzoek rond disruptieve innovatie (disruptive innovation) en een exploratief onderzoek naar de mogelijke bedrijfsreacties op disruptieve innovatie in dienstensectoren.

De Jongens van Luchtbal: gemeenschapsgevoel en identiteitsvorming bij adolescente jongens in een gestigmatiseerde wijk

Catharina Gerritsen

Dit kwalitatieve onderzoek gaat over de ervaringen van jongens van veertien tot eenentwintig jaar in Luchtbal, een buitenwijk van Antwerpen, en over hoe zij hun identiteit construeren binnen de context van hun gestigmatiseerde wijk. Er wordt gekeken welke strategieën zij hiervoor inzetten, door middel van participerende observaties en semigestructureerde interviews.

Groepsinterne belangenconflicten: is er nood aan hervorming ?

Jolien Bulcke
De scriptie handelt over de eventuele noodzaak tot bijkomende hervorming aan de bestaande groepsinterne belangenconflictregeling. Verder wordt beoordeeld of de geplande hervormingen in het kader van het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen zouden volstaan.

"If you put effort in, you'll have it." Een onderzoek naar de invloed van e-inclusieprojecten op burgerschap bij nieuwkomers in Antwerpen.

Elien Diels
Deze masterproef handelt over de invloed van e-inclusieprojecten op burgerschap bij nieuwkomers in Antwerpen. Op basis van een single-case onderzoek bestaande uit 22 interviews met zowel jongeren als volwassenen die als nieuwkomer in Antwerpen deelnamen aan e-inclusielessen, werden een aantal conclusies geformuleerd.

Bijten blaffende honden niet? De informatiepositie van de burgemeester bij de bestuurlijke aanpak van gewelddadige radicalisering en terrorisme in België en Nederland

Robin Dreesen
De masterscriptie gaat na of en hoe Belgische en Nederlandse burgemeesters geïnformeerd kunnen worden opdat ze bestuurlijke maatregelen zouden kunnen treffen en motiveren. De problematiek rond de informatiepositie van de burgemeester staat daarbij centraal. De focus ligt op de problematiek van gewelddadige radicalisering en terrorisme.