Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

The iGEM-project 2020: biotechnical solutions to water scarcity

Marvi van Tongeren Luca Deroma Shauny Van Hoye Brent Vanvyaene
Biotechnologische oplossing voor waterschaarste met behulp van synthetische biologie. Een projectvoorstel om deel te nemen aan iGEM, een internationale competitie. Ons uiteindelijk doel is de creatie van een alternatief middel voor cloud seeding.

The Psychological Needs of the Fourth Age: The Role of Ego-Integrity and Contextual Need Support in Nursing Homes

Eveline Raemdonck
Een vragenlijststudie naar het psychologisch welbevinden van rusthuisbewoners in relatie tot de gehanteerde zorgstijl met aandacht voor kwetsbaarheid en veerkracht.

Superheroines And Stereotypes: A Queer Postfeminist Research into the Series of Arrowverse

Maxine De Wulf Helskens
Deze scriptie onderzoekt hoe superheldenseries vrouwelijke superhelden representeren vanuit een queer postfeministisch en intersectioneel perspectief. Het onderzoek bestaat uit een kwalitatieve, ideologische en formele tekstuele analyse van de series 'Arrow' en 'Supergirl'.

Genderverschillen aan de uitstroomzijde van de politieke arena

Maartje Du Pont
Hoe verschillen mannen en vrouwen bij het verlaten van de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers? Zijn er verschillen tussen de lengte van de ambtstermijn? Hebben mannen en vrouwen andere motieven om de politiek te verlaten en zijn er verschillen tussen partijen?

Een studie van remigratiemotieven van tweede en derde generatie hoogopgeleide Belgen met Turkse roots

Elif Lootens
Het migratiedebat verhit in West-Europa sinds de laatste decennia van de twintigste eeuw de gemoederen. Het debat is vooral gericht op instroom en integratie. Daarbij is emigratie een onderbelicht aspect. Zo is er weinig onderzoek gedaan naar de remigratie van migranten naar het land van herkomst.

Bij remigratie is het opleidingsniveau een relevante factor. Anders dan soms vermoed wordt, zijn het niet kansarme, laaggeschoolde jongeren die remigreren, maar eerder hoogopgeleide jonge migranten. Omdat net zij in Turkije een gedegen opleiding, meertaligheid en nuttige beroepservaring kunnen inbrengen als troef op de arbeidsmarkt.

Deze hoogopgeleiden ervaren in West-Europa beperkte vooruitzichten op zowel sociaal, persoonlijk als professioneel gebied. Hoogopgeleiden met Turkse roots hebben het gevoel dat zij in Turkije hun kansen beter kunnen benutten en zijn daardoor eerder geneigd te vertrekken.

Daarnaast wijzen onderzoekers erop dat de uitstroom van jonge hoogopgeleiden in tijden van vergrijzing en de daarmee samenhangende schaarstes op de arbeidsmarkt, nadelig kan zijn voor West-Europese economieën. Het vertrek van hoogopgeleide Turken is een ‘braindrain’ en een ‘verlies van menselijk kapitaal’. Dit veroorzaakt een onevenwicht tussen hoog- en laagopgeleiden migranten in Europa.

Wat opvalt is dat ondanks hun studies en diploma, deze hoogopgeleiden geconfronteerd worden met discriminatie op de arbeidsmarkt. Deze pessimistische toekomstperspectieven in Belgie voeden de drang tot remigratie. Etnische minderheden scoren beduident lager op vlak van jobtevredenheid. Volgens Vandevenne & Lenaers (2007) geeft ongeveer 64% van de hoogopgeleide etnische minderheden in Vlaanderen aan minder kans te hebben om door te stromen naar hogere functies en 61% meent zich door zijn afkomst extra te moeten bewijzen.

Hierbij komen we tot de integratieparadox die als een pushfactor meespeelt voor remigratie: hoogopgeleide Belgische Turken komen meer in aanraking met autochtonen, waardoor ze hun eigen posities op de arbeidsmarkt vergelijken en bijgevolg een ‘relatieve deprivatie’ ervaren waardoor hun eigen jobtevredenheid afneemt. Deze hooggeschoolden met een migratieachtergrond hebben immers vaak een baan onder hun opleidingsniveau, ervaren meer moeite om werk te vinden en krijgen minder promotiekansen. Hoogopgeleide en ondernemende migranten ervaren deze discriminatie intenser en zijn daarom sterker geneigd om elders het geluk te zoeken.

Bovendien hebben deze hoogopgeleiden de perceptie, met hun verworven competenties, betere jobkansen en doorgroeimogelijkheden te kunnen krijgen in Turkije. Vrouwen bevinden zich in een extra benadeelde positie doordat ze dubbel gediscrimineerd worden: naast het behoren tot een etnische minderheid, behoren ze ook tot de symbolische minderheid op vlak van gender. Hierdoor zou de wil om te migreren bij vrouwen eveneens hoger liggen, in de hoop op een gunstiger positie in het land van herkomst.

Uit resultaten van het onderzoek dat uitgevoerd werd bij kandidaat remigranten in België en effectieve remigranten in Turkije is er een duidelijke discrepantie te vinden in hun motivaties. Uit het onderzoek blijkt dat de economische factoren minder belangrijk geacht worden als drijfveer bij de hoogopgeleide aspirant-remigranten dan bij de effectieve remigranten, omdat ze min of meer tevreden zijn met hun huidige arbeidsmarktpositie in België. Bij aspirant-remigranten draait het vooral rond maatschappelijke beweegredenen. Ten eerste zijn er gevoelens van frustratie doordat de participanten zich aanvankelijk als deel van de Belgische samenleving beschouwen, maar anderzijds continu geconfronteerd worden met hun ‘anders’ zijn en steeds het gevoel kregen niet volledig aanvaard te worden als deel van de Belgische samenleving. De negatieve beeldvorming over etnische minderheden en moslims in de media lijkt hierin een katalysator te zijn.

Een tweede, opvallend resultaat, is dat de angst voor assimilatiedruk en het risico op verlies van de Turkse cultuur bij hun kinderen een veel gebruikt argument vormt om te overwegen om naar Turkije te verhuizen.

Het ervaren van een identiteitsconflict maakt de aantrekkingskracht van Turkije als toevluchtsoord bovendien groter. Remigratie biedt de mogelijkheid om voortaan tot de meerderheid te behoren. Door remigratie heft de remigrant zijn minderheidsstatus op.

Asprianten blijven in België tot zich een krachtige combinatie van negatieve en positieve acute gebeurtenissen voordoet die een kentering in hun leven te weeg brengt. Acute pushfactoren zoals ontslag, gemiste promotiekansen of een relatiebreuk stimuleren de aspirant-remigrant om de remigratiewens om te zetten in concrete plannen. Van zodra acute pullfactoren zich aandienen, zoals een aantrekkelijke werkaanbieding of een huwelijk, wordt het voornemen waargemaakt.

Bij de effectieve regimgranten zien we wel jobgerelateerde motieven zoals de ongunstige posities op de Belgische arbeidsmarkt en de ruimere carrièremogelijkheden in het land van origine. Het was voor hen niet evident om een job te vinden op het niveau van hun behaalde diploma, en ze maakten zich zorgen over hun loopbaanperspectieven. Daarenboven uiten deze hoogopgeleide participanten die op de sociale ladder willen opklimmen een gevoel van onbehagen. Vandaar dat deze groep zich niet langer uitsluitend op de Belgische arbeidsmarkt focuste en na ontslag of gefnuikte carrièrekansen tot het besef kwam dat ze beschikt over een alternatief, namelijk de arbeidsmarkt in Turkije. Na het maken van een kostenbatenanalyse verkoos deze groep te verhuizen naar Turkije, omdat zij daar een beter perspectief op werk en carrière zage. Een aantrekkelijke jobaanbieding in Turkije zorgde er uiteindelijk voor dat men daadwerkelijk de stap onderneemt.

XXX - What Women Want. An inductive thematic analysis of the female experience of porno and porna in a patriarchal society.

Rosanne Coetsier
Kwalitatieve inductieve thematische analyse van hoe jong volwassen vrouwen in een patriarchale samenleving porno en porna ervaren op vlak van representatie van de vrouw en de invloeden op hun eigen leven.

Studie naar het meten van voedselintegriteit en fraudegevoeligheid van voedingsbedrijven

Pauline Spagnoli
Deze thesis is een studie naar voedselintegriteit en fraudegevoeligheid en is opgebouwd uit 2 delen: een pilootstudie en een semi-kwantitatieve bedrijvenstudie. In de pilootstudie wordt de validiteit van het VIK-instrument nagegaan. In de bedrijvenstudie wordt een opmeting gemaakt van de huidige situatie betreffende voedselintegriteit in de Belgische Voedingsindustrie.

DE RELATIE TUSSEN ZWEDEN EN NAVO (1948-2020): MAAKT 'PARTNER NUMBER ONE' EEN EINDE AAN MEER DAN 200 JAAR NEUTRALITEIT?

Bruno Loosvelt
Een politiek-historische literatuurstudie omtrent de relaties tussen NAVO en Zweden, met oog op de lidmaatschapskwestie.

De effectiviteit van een nieuw soort anti-rook boodschappen rekening houdend met kennis, zelf-effectiviteit en positieve uitkomstverwachtingen

Aude Vangrysperre
Deze masterproef biedt een eerste evidentie voor de effectiviteit van een nieuw
soort anti-rookboodschappen in de vorm van getuigenissen van ex-rokers.

Een vlees- en zuivelrijk eetpatroon in tijden van klimaatcrisis, een ethische analyse

Channa Cattoir
Kunnen we ons vlees- en zuivelrijk dieet vandaag nog rechtvaardigen? In tijden van klimaatverandering, overbevolking en massa-extinctie dringen ethische vragen zich op.

Digitale Controle op Migratie vs. het Recht op Privacy en Gegevensbescherming in België: De toegang tot smartphones en sociale mediaprofielen in Belgische verzoekprocedures om internationale bescherming

Lore Roels
Deze masterscriptie bewandelt, zoals de titel doet vermoeden, de grens tussen het asielrecht en het privacy- en gegevensbeschermingsrecht. De scriptie gaat meer bepaald op zoek naar het evenwicht tussen het belang van een overheid, bij het bestrijden van misbruik in procedures om internationale bescherming, en het belang van verzoekers om internationale bescherming, bij de uitoefening van hun recht op privacy en gegevensbescherming. Er wordt hierbij gefocust op de recente wetswijziging van de Belgische Vreemdelingenwet (21 november 2017), die het (onder andere) mogelijk maakt voor het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen om zich toegang te verschaffen tot smartphones en sociale mediaprofielen van verzoekers, ter beoordeling van hun verzoek om internationale bescherming.

L'accord du participe passé, une histoire compliquée: accord ou pas d'accord? - L'effet de l'enseignement EMILE sur les connaissances grammaticales en FLE: le cas de l'accord du participe passé

Maayken Devenijn
Een onderzoek naar de mate waarin Nederlandstalige leerlingen de regel van "l'accord du participe passé" beheersen en in welke mate immersie-onderwijs (ook gekend onder de namen CLIL of EMILE) de beheersing van deze regel beïnvloedt.

Sport als aandachtspunt in de nazorg voor (ex-)gedetineerden

Marie-Lou Libbrecht
Sport is een eenvoudig hulpmiddel voor gevangenen om zich na hun vrijlating in de samenleving terug te integreren. Meer aandacht voor sport na een gevangenschap is dan ook aangewezen. Dit onderzoek gaat na of er voor (ex-)gevangenen wel enige nazorg voor sport is uitgewerkt of hoe deze gerealiseerd kan worden.

Een nieuwe kijk op toekomstige kledij: Een kritische review naar het sluiten van de kringloop in een circulaire textielindustrie.

Charlotte De Vooght
Een kritische review over mogelijke methodes voor de gewone mens die bijdragen aan een duurzamere textielindustrie. De methodes zijn gebaseerd op de Europese afvalhiërarchie. Tenslotte werd een platform, FabricK, gecreëerd die alle stakeholders samenbrengt om de bevolking te informeren en de industrie aan te zetten tot een duurzamere toekomst.

Het Koloniaal Monument als 'Ongehoorzame' Readymade - Demonumentalisering en Remythologisering van Intentioneel Memorerende Beeldhouwkunst

Adam Van Den Berghe
Een nieuw iconoclasme doet zijn intrede. Als zelfverklaarde mijlpalen in de geschiedenis en de
publieke ruimte worden symbolen van een geromantiseerde en eurocentrische visie op het
koloniaal verleden steeds meer onderhevig aan aantasting, bevraging en verwijdering. Als het
ware houden deze controversiële objecten een spiegel voor de ogen van de dagelijkse slenteraar.
In dit onderzoek is er gepoogd antwoord te krijgen op de hedendaagse relevantie van koloniale
monumenten in de openbare ruimte. Als centraal voorbeeld voor deze intentionele
memorerende monumenten worden de beeltenissen van Leopold II onder de loep genomen.
Hoewel deze objecten het tegenovergestelde van dekolonisatie symboliseren vormt deze
verhandeling geen betoog voor de aantasting of verwijdering van dergelijke monumenten.
Integendeel, het beheer en behoud van dergelijke monumenten in functie van
demonumentalisering en remythologisering geniet de voorkeur. Door herdefiniëring wordt
getracht een gemeenschappelijk koloniaal erfgoed en verleden na te streven.
De controversiële objecten omvatten, als voorbeelden van traditionele canonieke kunst, actuele
problematiek en hedendaagse relevantie. Als communicatiemiddel en metonymie van protest
stelt het koloniaal monument zichzelf aan de kaak. Dusdanig capteert het, als geval van
hedendaagse kunst, twee tegengestelde waarheden. Het object zelf als monument en pure vorm
van kolonialisme en het subject als strijd om de zuivere waarheid tussen de onderdrukker en de
onderdrukte. In dit onderzoek wordt getracht na te gaan of deze tegenstrijdige uitingen elkaar
in het object kunnen opheffen. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen twee
verschijningen die de standbeelden van Leopold II aannemen. Met name dat van een
intentioneel memorerend monument en dat van een koloniaal monument als readymade. Deze
nemen respectievelijk een amplische en een ciselante of beitelende fase aan.
De toestand van de mens verpersoonlijkt zich in het koloniaal monument als ongehoorzame
readymade. Het ziet zichzelf vervat in de terugkerende object-subject dialectiek die het beleeft.
De conclusie is dat de classificatie en criteria van een readymade ondersteuning biedt voor de
uitlijning van de maatschappelijke en politieke dilemma’s die de objecten meedragen. De inzet
is nog steeds de macht over tijd en ruimte. Het biedt een alternatieve werkwijze voor de
spektakeldemocratie waarin politiekers voor figuranten spelen en politieke correctheid als
illusie voor gelijkheid wordt gehanteerd. Als tweede verschijning nemen kunstenaars in dit
schouwtoneel de rol van burger-betoger op. Doormiddel van additivisme wordt er gemedieerd
tussen de verschillende actoren. Dit moet voldoen aan het erfgoedbeleid maar mag niet meer
als crimineel worden aanzien.

Wanneer problematisch middelengebruik een oplossing wordt: een kwalitatief onderzoek naar de particuliere verknoping van toxicomanie en psychose

Jolien Vandersmissen
Een kwalitatief onderzoek naar de diverse functies van toxicomanie bij personen met een psychotische kwetsbaarheid. Er wordt een overzicht gecreëerd van welke functies drugs en alcohol kunnen innemen bij deze personen en of deze functies samenhangen met de verschillende fases in een psychose.

Deep learning voor autosegmentatie van computertomografie (CT) beelden in radiotherapie

Jeffrey De Rycke
Dit onderzoek gebruikt een diep neuraal netwerk om de organen van een patiënt in te tekenen op een CT-scan. Hiermee wordt het werk van de radiotherapeut-oncoloog in de radiotherapie sterk verligt.

Een kijkend kind ziet anders: een kwantitatieve inhoudsanalyse naar diversiteit op drie Vlaamse kinderomroepen

Emma Devos
Deze kwantitatieve inhoudsanalyse onderzocht de representatie van diversiteit op de drie Vlaamse kinderomroepen Ketnet, VTM KIDS en Studio 100 TV. De diversiteit van personages werd onderzocht aan de hand van vier factoren: gender, seksuele voorkeur, etniciteit en het hebben van een beperking.

Analysis of the Belgian scale up gap

Justien Vervaeck
Hoe worden Belgische groeibedrijven gefinancierd? Is er in België een achterstand op financiering van potentiële innovatieve bedrijven? Welke factoren beïnvloedden de financiering van een groeibedrijf?

Stability and feasibility of the complete hemodynamic and anesthetic regulatory problem - a multivariable predictive control study

Frederik Kussé
Automatische toediening van medicatie heeft het potentieel onze relatie met geneesmiddelen te revolutioneren. In dit eindwerk werd aangetoond dat automatische toediening van verdovingsmiddelen mogelijk is. Het ontwikkelde algoritme garandeert de veiligheid van de patiënt en kan ook voor andere toepassingen gebruikt worden.

"Momenteel ben ik het niet waard om vader te zijn" - een kwalitatief onderzoek naar de perspectieven over opvoeding en vaderschap van vluchtelingenvaders in open asielcentra

Leni Linthout
Migratie en opvoeding zijn onlosmakelijk verbonden. In onderzoek en in vormgeving van
praktijk en asiel- en gezinsbeleid zien we echter dat stemmen van vaders op de vlucht, in
verhouding met die van moeders, onderbelicht blijven. Deze scriptie tracht hier verandering in
te brengen door een stem te geven aan vluchtelingenvaders in asielcentra, een complexe
context gekenmerkt door onzekerheid, tijdelijkheid en collectiviteit.

Characteristics of single women signing up for fertility treatment with donor sperm - A cross-sectional study in a Flemish university hospital

Helena Demey Stephanie Dekempe
Wereldwijd heerst controverse rond alleenstaande vrouwen met een kinderwens. Vrouwen zonder partner zouden psychologisch niet in staat zijn om hun kind de juiste opvoeding te geven. Dit onderzoek toont echter aan dat alleenstaande vrouwen met een kinderwens gemiddeld minder psychologische problemen vertonen dan de doorsnee populatie.

Jonge vrouwen in lokale politiek: de grote verdwijntruc?

Alana Verpaelst
Een onderzoek over de exit van jonge vrouwen in Vlaamse lokale politiek. Verdwijnen jonge vrouwen sneller van het politieke toneel en welke factoren hebben hier een invloed op?

LONG-TERM AUDITORY EFFECTS IN PATIENTS TREATED FOR BRAIN TUMORS DURING CHILDHOOD

Laura Bollé Astrid Rycx
Overlevenden van hersentumoren tijdens de kindertijd lopen het risico om late termijn effecten, zoals gehoorverlies te ontwikkelen. Het doel van deze studie is het bepalen van late termijn auditieve effecten bij volwassenen die tijdens de kindertijd voor een hersentumor werden behandeld.

Pension reform in a general equilibrium OLG model: Lessons from Japan

Thomas Lebbe
Pensioenhervorming in een algemeen evenwichtsmodel, met focus op pensioenbonus in Japan. Gemodelleerd door een overlapping generations model.