Help, ik zit vast!

Nick
Proot

Help, ik zit vast!

Hoe werkwoorden ruimte kunnen geven aan zelfstandige, creatieve keuzes

 

Een student kijkt naar het werk op tafel. Er is al iets, maar hoe kan het verder? Iets toevoegen? Opnieuw beginnen? De leerkracht wordt erbij gehaald.

Als docent en kunstenaar herken ik dat moment. Ik stel een volgende stap voor. Maar zodra ik die voorstel, krijgt mijn idee een plaats in het werk van de student. Is het niet belangrijker dat de student zelf keuzes leert maken? Mijn doel is steeds de autonomie van studenten te vergroten en hen te ondersteunen bij het ontwikkelen van hun eigen artistieke stem.

Voor mijn educatieve masterscriptie aan LUCA School of Arts ontwikkelde ik daarom de Werk-Woorden-Ruimte: een doos met kaarten die het denken stimuleert en studenten aanknopingspunten geeft om zelf verder te zoeken.

Kan een woord genoeg zijn?

In 1967-1968 schreef kunstenaar Richard Serra zijn Verb List: een lijst met werkwoorden zoals rollen, buigen, vouwen en snijden. Wie de woorden leest, kan zich al voorstellen wat ze met materiaal doen. Je handen willen bijna beginnen.

Serra’s lijst was een inspiratiebron voor mijn onderzoek. Het werkwoord ‘vouwen’ vertelt je nog niet wat je moet maken. Je kunt papier vouwen, maar ook textiel of metaal. De handeling geeft een vertrekpunt. Wat eruit ontstaat, blijft open.

Oké... en wat nu?

Haal de kaarten uit de doos. Leg twee werkwoorden naast elkaar en lees ze samen. Voeg eventueel een focuskaart toe. Wat roept die combinatie op bij het werk waarmee je bezig bent? Formuleer een korte instructie voor jezelf en probeer ze uit. Kijk daarna wat er veranderde.

De doos bevat negen zeshoekige kaarten met samen 54 werkwoorden, achttien focuskaarten, een handleiding en een lexicon. Wie meer houvast zoekt, kan daarin bladeren. Het lexicon opent verschillende betekenissen van een werkwoord.

En wat ga ik dan uiteindelijk maken?

Moet je vooraf al weten wat je gaat maken? Dat hoeft nog niet vast te liggen. De woorden geven je een handeling om te proberen. Wat daaruit ontstaat, ontdek je onderweg.

Een student die met takken werkte, liep vast. Ze combineerde 'delen' en 'transformeren'. Als focus koos ze eerst 'taal', maar verving die door 'ruimte'. Ze sneed de takken in stukken en herschikte ze in de ruimte. Zo ontdekte ze een nieuwe werkrichting.

Bij vastlopen werkt Werk-Woorden-Ruimte als een ontsteker. Zodra het onderzoek weer beweegt, kunnen de kaarten aan de kant. De student gaat zelf verder.

... en als het mislukt?

Ook haperen, verstoren, weigeren en loslaten hebben een plaats in de Werk-Woorden-Ruimte.

Een constructie valt om. Een ingreep maakt het beeld zwakker. Een materiaal doet iets onverwachts. Dat hoeft niet meteen opgelost te worden. Je kunt het bekijken, vastleggen en opnieuw onderzoeken.

De werkwoorden zijn verbonden met een creatiecyclus die ik ontwikkelde in aansluiting op het leerplan Kunstig Competent: waarnemen, experimenteren, abstraheren, reflecteren en communiceren. Weerstand kreeg een eigen plaats. Die gebieden vormen geen verplichte volgorde. Soms moet je eerst iets tonen om verder te kunnen. Soms brengt een mislukte poging je terug naar aandachtig kijken.

Dat moest ik zo doen van de leerkracht!

Het is een herkenbaar antwoord tijdens evaluatiemomenten. Het werk is gemaakt, maar de student kan de keuze nog niet als een eigen keuze benoemen.

Werk-Woorden-Ruimte reikt studenten een nieuwe woordenschat aan. Die helpt om keuzes en interpretaties te benoemen: wat heb ik veranderd of losgelaten? Waarom koos ik daarvoor? Hoe lees ik deze woorden? Wat betekenen ze voor mij en mijn werk?

Studenten leggen hun onderzoek zelf vast in een schrift of schetsboek: hun procesboek. Daarin verzamelen ze kaartcombinaties, eigen instructies, beelden en korte notities. Ook twijfels en mislukte pogingen krijgen er een plaats. Zo kunnen ze hun keuzes terugvinden en bespreken.

Dat raakt aan eigenaarschap. Wie kan benoemen hoe een keuze ontstond en wat die veranderde, kan het eigen proces beter begrijpen en dragen. De woorden stimuleren het maken én het nadenken over wat je maakt.

En euh... werkt het ook?

Ik onderzocht de werkwijze gedurende vijf weken in twee groepen van het Projectatelier, bij volwassenen in de vierde graad van het deeltijds kunstonderwijs. Ik volgde hun kaartcombinaties, zelfgeschreven instructies, keuzes en reflecties in hun procesboeken.

In deze korte periode zag ik hoe verschillende studenten na een blokkade zelf een volgende werkrichting formuleerden en hun keuzes konden benoemen. De woorden boden houvast zonder de oplossing vast te leggen. Juist doordat studenten zelf de combinatie moesten interpreteren, kwam de volgende stap vanuit hun eigen denken.

En wat doe ik dan als leerkracht?

Mijn rol als leerkracht is eerder die van een host. Ik creëer een omgeving waarin studenten kunnen onderzoeken, proberen en uitwisselen. Ik kijk mee, luister, stel vragen en breng technische kennis of referenties in wanneer die het onderzoek kunnen voeden. Ik blijf beschikbaar wanneer iemand vastloopt, maar laat de betekenis van de combinatie en de richting van het werk zoveel mogelijk bij de student.

Dus?

Werk-Woorden-Ruimte kan op verschillende manieren worden gebruikt. Ze biedt een open kader: houvast zonder een voorgeschreven route of eindresultaat. Een combinatie kan worden gevolgd, veranderd, vervangen of geweigerd.

Zowel studenten als collega’s kunnen ermee aan de slag. Een leerkracht kan bijvoorbeeld twee werkwoorden combineren als vertrekpunt voor een les of workshop.

Tot nu toe werd Werk-Woorden-Ruimte vooral onderzocht bij volwassenen in de vierde graad Beeld. Maar wat kan 'herhalen' betekenen in het domein Muziek? Wat doet 'weglaten' met een tekst? Ook voor het domein Woord en de derde graad zie ik mogelijkheden die nog onderzocht moeten worden. Voor jongere leerlingen zouden pictogrammen een ingang kunnen bieden.

 

Dus... Leg twee werkwoorden naast elkaar.

Wat zou jij ermee doen?

________

Bijschriften bij de afbeeldingen

De vormgeving van Werk-Woorden-Ruimte

1. Studenten formuleren hun eigen instructies.

2. Ontdekken van nieuwe werkrichtingen.

3. Het kaartenhuis van een student stortte telkens opnieuw in. Door ‘registreren’ en ‘loslaten’ te combineren, werd het vallen zelf onderzoeksmateriaal: een film van bouwen, instorten en opnieuw beginnen.

4. Fragment uit het procesboek van een student.

5. Een sandwich als vertrekpunt voor een workshop.

 

Grafische vormgeving van Werk-Woorden-Ruimte

 

Bibliografie

Warburg, A. — Bilderatlas Mnemosyne

Ono, Y. — Grapefruit: A Book of Instructions and Drawings

Serra, R. — Verb List (1967–1968)

Pietroiusti, C. — Voice Over Pedagogies

Reijnders, A. — Ontvouwing van betekenis

Borges, J. L. — De tuin met zich splitsende paden

Rosa, H. — Onbeschikbaarheid

Cortázar, J. — Rayuela (Hinkelspel)

Foucault, M. — De woorden en de dingen

Benjamin, W. — diverse essays

Masschelein, J. — pedagogische teksten en lezingen

Hofstadter, D. & Sander, E. — Analogie, de kern van ons denken

Download scriptie (19.8 MB)
Universiteit of Hogeschool
LUCA School of Arts
Thesis jaar
2026
Promotor(en) en begeleiders
Johan Teirlinck