Als zorg niet meer als zorg voelt

Arne
Van Geite

“Als ge slim zijt, dan leeft ge niet op uw planeet, maar leeft ge in uw planeet. Dan zit ge beschermd.”

De uitspraak komt uit een van de laatste interviews voor het onderzoek. De woorden bleven bij me hangen. Niet omdat ze vertellen dat iemand geen zorg wil, maar omdat ze iets anders zichtbaar maken: soms wordt de buitenwereld ervaren als een plek waartegen je jezelf moet beschermen. 

Dat is niet het beeld dat we hebben van iemand die zorg mijdt. We spreken gemakkelijk over een ‘zorgmijder’, alsof het mijden een bewuste of onbewuste keuze is van de persoon zelf. Alsof iemand geen hulp wil, niet gemotiveerd is of zorg weigert. Mijn masterproef laat een complexer beeld zien.

Ik volgde zestien mensen met een ernstige psychische aandoening en onderzocht hun ervaringen met zorg aan de hand van interviews en participerende observaties. Niet om te achterhalen waarom iemand ‘geen zorg wil’, maar om te begrijpen wat er gebeurt in de ruimte tussen een persoon en de zorg.

Al snel werd duidelijk dat zorgmijding geen zwart/wit beslissing is. Het is eerder een voortdurende gevoelsmatige beweging tussen afstand en nabijheid. Mensen kunnen verlangen naar contact en zich tegelijk willen beschermen door mogelijke kwetsuren die datzelfde contact kunnen veroorzaken.

Doorheen de verschillende verhalen kwam ook het gevoel sterk naar voren gereduceerd te worden.

“Ze hebben allemaal een soort theorie, mensen typeren.”

Verschillende deelnemers beschreven hoe ze niet langer als een volledig persoon werden gezien, maar eerder als een diagnose of een probleem. Het eigen verhaal raakte op de achtergrond. In eerste instantie kon dit begrepen worden als een ervaring van minderwaardigheid: het gevoel gereduceerd te worden tot iets wat anderen over jou bepalen. Gaandeweg werd duidelijk dat er iets diepers onder lag. Het ging niet alleen over hoe iemand door anderen wordt gezien, maar ook over wat er gebeurt wanneer je steeds minder zeggenschap ervaart over je eigen verhaal, je eigen keuzes en uiteindelijk over jezelf. Zo kwam ook waardigheid in beeld. Hulp kan immers ook raken aan hoe iemand zichzelf ziet. Niet omdat iemand geen ondersteuning wil, maar omdat hulp toelaten soms kan betekenen dat je jezelf veroordeeld tot een reductie van je eigen identiteit.

Macht als relationele onderstroom

Vanuit die ervaringen van zeggenschap en waardigheid kreeg ook macht een centrale plaats in het onderzoek. Niet alleen de zichtbare macht van een gedwongen opname of bewindvoering, maar ook de minder zichtbare macht in de dagelijkse zorg.

Wie bepaalt wat iemand nodig heeft? Wie bepaalt welk verhaal klopt? Hoeveel zeggenschap blijft er over wanneer anderen voor jou beginnen te bepalen?

Macht bleek geen afzonderlijk thema, maar een onderstroom die door verschillende verhalen liep. Verschillende deelnemers beschreven hoe hun eigen beleving soms naar de achtergrond verdween ten voordele van professionele interpretaties of diagnostische kaders. Het ging daardoor niet alleen over wie er beslist, maar ook over wie mee mag bepalen welk verhaal over iemand wordt verteld. Ook kwaadheid kreeg vanuit dat perspectief een andere betekenis. Wat van buitenaf gemakkelijk als weerstand of agressie wordt gelezen, kan soms ook een poging zijn om iets van zichzelf terug te nemen wanneer iemand zich machteloos voelt.

Ook hulpverleners bewegen voortdurend tussen de dynamieken van macht en onmacht.

“Van het moment dat je denkt dat je goed bent als hulpverlener, ben je aan het missen eigenlijk… want als hulpverlener sta je bijna machteloos.”

In zorgrelaties zijn machtsdynamieken permanent aanwezig, terwijl hulpverleners zelf voortdurend botsen op de grenzen van wat ze kunnen doen. Macht en onmacht zijn daardoor geen tegenpolen, maar lopen voortdurend door elkaar. Wanneer onmacht binnen de zorgrelatie onvoldoende taal krijgt, ontstaat het risico dat controle of weerstand geleidelijk de plaats innemen van verbinding.

Tussen afstand en nabijheid

Die spanning tussen macht en onmacht bracht de aandacht steeds opnieuw naar de relatie zelf. Niet alleen naar wat de zorg doet, maar naar wie er tegenover iemand zit.

Vertrouwen kan jaren duren om op te bouwen en in één ervaring weer verdwijnen. Nabijheid kan tegelijk gewenst en bedreigend zijn. Achter het terugtrekken zit daardoor niet noodzakelijk een afwijzing van zorg, maar soms juist een poging om zichzelf beschermen.

Ook tijdens het onderzoek werd die beweging voelbaar. Soms zat ik uren op een bankje buiten te wachten, in de kou, zonder te weten of iemand zou komen. Het enige houvast als student-onderzoeker was: “Ze zal misschien komen.” Er was geen protocol dat vertelde hoe lang ik moest wachten. Om werkelijk contact te kunnen maken, moest ik mijn eigen verwachtingen loslaten, meebewegen met het ritme van de ander en vooral aanwezig proberen te zijn zonder meteen iets te willen bereiken. 

Zorgmijding vertelt ook iets over de zorg

Achter het mijden van zorg ligt niet alleen weerstand. In de verhalen van deelnemers kwam een voortdurende zoektocht naar voren om het eigen verhaal te behouden, een plaats te vinden en verbinding toe te laten zonder zichzelf daarin kwijt te raken. Daarmee verschuift ook de blik op zorgmijding. Het ontstaat niet uitsluitend binnen de persoon zelf, maar krijgt mee vorm in de manier waarop zorg georganiseerd en aangeboden wordt. Macht, diagnostiek, verwachtingen, discontinuïteit en vormen van (in)formele dwang kunnen mee bepalen welke betekenis zorg krijgt. Dat betekent niet dat elke deur altijd open kan of dat hulpverleners voor elk probleem een oplossing hebben. Wel dat zorgmijding ons iets kan vertellen over wat er gebeurt tussen mensen en de zorg.

Mijn masterproef begon met de vraag waarom mensen zorg mijden. Uiteindelijk kwam ik uit bij een andere vraag:

“Wat gebeurt er wanneer de zorg die bedoeld is om veiligheid en verbinding te bieden, door iemand zelf als onveilig of bedreigend wordt ervaren?”

Misschien ligt daar ook de belangrijkste uitdaging: niet iemand overtuigen om zorg toe te laten, maar blijven onderzoeken wat er in die ontmoeting gebeurt. 

Misschien was dat wachten wel meer dan een onderdeel van mijn onderzoek. Het liet iets zien van wat in de verhalen van deelnemers steeds opnieuw terugkwam: nabijheid kan pas ontstaan wanneer er ook ruimte is om afstand te houden.

Bibliografie

Baart, A., & Timmerman, G. (2024). Rela%onal Caring and Presence Theory in Health

Care and Social Work: A Care-Ethical Perspec%ve.

h=ps://doi.org/10.2307/jj.15899289

Baart, A. (2001). Een theorie van de presenHe. Lemma.

Bové, J. (2026). De biopsychosociale invloedsmethodiek: Een systemisch instrument bij

gedwongen opname. Systeemtheore%sch Bulle%n, 44(1), 31–52.

Bryssinck, D. (2014). Recht en geestelijke gezondheidszorg. PenopHcon, 35(6), 558–564.

BuHna, M. (2015). A NarraHve Approach to QualitaHve Inquiry. American Society for

Clinical Laboratory Science, 28, 190–196.

h=ps://doi.org/10.29074/ascls.28.3.190

Chua, Y. C., Roystonn, K., Pushpa, K., Verma, S., & Tang, C. (2024). Reasons for

disengagement in first-episode psychosis – perspecHves from service users and

their caregivers. BMC psychiatry, 24(1), 788. h=ps://doi.org/10.1186/s12888-

024-06190-4

Coppens, E., Hermans, K., & Van Audenhove, C. (2021). Wetenschappelijke evaluaHe

van de pilootprojecten “Aanklampende zorg naar zorgmijdende mensen met

psychische problemen die sociaal huren”.

De Ruysscher, C., Magerman, J., Goethals, I., Chantry, M., Sinclair, D. L., Delespaul, P.,

De Maeyer, J., Nicaise, P., & Vanderplasschen, W. (2024). Islands in the stream:

A qualitaHve study on the accessibility of mental health care for persons with

substance use disorders in Belgium. FronHers in Psychiatry, 15,

1344020. h=ps://doi.org/10.3389/fpsyt.2024.1344020

Delaney, K. R., Sha=ell, M., & Johnson, M. E. (2017). Capturing the Interpersonal

Process of Psychiatric Nurses: A Model for Engagement. Archives of Psychiatric

Nursing, 31(6), 634–640. h=ps://doi.org/10.1016/j.apnu.2017.08.003

Delespaul, P., & Consensusgroep EPA. (2013). Consensus over de definiHe van mensen

met een ernsHge psychische aandoening (EPA) en hun aantal in Nederland.

Tijdschrij voor Psychiatrie, 55(6), 427–438.

George, M., Manuel, J. I., Gandy-Guedes, M. E., McCray, S., & Negatu, D. (2016).

"SomeHmes What They Think is Helpful is Not Really Helpful": Understanding

Engagement in the Program of AsserHve Community Treatment (PACT).Community mental health journal, 52(8), 882–890.

h=ps://doi.org/10.1007/s10597-015-9934-9

Grossman, S., Cooper, Z., Buxton, H., Hendrickson, S., Lewis-O'Connor, A., Stevens, J.,

Wong, L. Y., & Bonne, S. (2021). Trauma-informed care: recognizing and resisHng

re-traumaHzaHon in health care. Trauma surgery & acute care open, 6(1),

e000815. h=ps://doi.org/10.1136/tsaco-2021-000815

Hammer, J. H., Parent, M. C., & Spiker, D. A. (2018). Mental Help Seeking Aqtudes Scale

(MHSAS): Development, reliability, validity, and comparison with the ATSPPH-SF

and IASMHS-PO. Journal of counseling psychology, 65(1), 74–85.

h=ps://doi.org/10.1037/cou0000248

Hollweck, T. (2016). Robert K. Yin. (2014). Case Study Research Design and Methods

(5th ed.). Thousand Oaks, CA: Sage. 282 pages. The Canadian Journal of

Program Evalua%on, 30. h=ps://doi.org/10.3138/cjpe.30.1.108

Jaeger, M., & Rossler, W. (2010). Enhancement of outpaHent treatment adherence:

PaHents' percepHons of coercion, fairness and effecHveness. Psychiatry

Research, 180 1, 48–53. h=ps://doi.org/10.1016/j.psychres.2009.09.011

Klop, H. T., Evenblij, K., Gootjes, J. R. G., de Veer, A. J. E., & Onwuteaka-Philipsen, B. D.

(2018). Care avoidance among homeless people and access to care: an

interview study among spiritual caregivers, street pastors, homeless outreach

workers and formerly homeless people. BMC Public Health, 18(1), 1095.

h=ps://doi.org/10.1186/s12889-018-5989-1

Koekkoek, B., van Meijel, B., & Hutschemaekers, G. (2006). " Difficult paHents" in

mental health care: a review. Psychiatric Services, 57(6), 795–802.

h=ps://doi.org/10.1176/ps.2006.57.6.795

Lincoln, Y. S., & Guba, E. G. (1985). NaturalisHc inquiry. Sage.

Ma, R., Wang, Y., Wang, X. Q., Yu, K., Zhang, C. C., & Zhou, Y. Q. (2023). Analysis of

hindering and facilitaHng factors of help-seeking behavior in schizophrenia

based on COM-B model: a descripHve qualitaHve study. BMC psychiatry, 23(1),

770. h=ps://doi.org/10.1186/s12888-023-05226-5

Magerman, J., De Smet, S., De Maeyer, J., & Vanderplasschen, W. (2024). Iedereen doet

alles. Een blik op de competenHes van GGZ-professionals in een context van

deinsHtuHonalisering. Journal of Social IntervenHon: Theory and PracHce, 33(2),

62–76.

Mertens, L., Vandenberghe, J., Bekkering, G., Hannes, K., Delvaux, N., Van Bostraeten,

P., Jaeken, J., Aertgeerts, B., & Vermandere, M. (2025). NavigaHng powerimbalances and sHgma in mental healthcare: PaHent-reported barriers and

facilitators to parHcipaHon in shared decision-making in mental health care, a

qualitaHve meta-summary. Health ExpectaHons, 28,

e70239. h=ps://doi.org/10.1111/hex.70239

Mlay, J., Paruk, S., Tomita, A., & Lessells, R. (2025). Engagement, Disengagement and

Re-Engagement in Mental Health Services Among Young PaHents With First-

Episode Psychosis: A Scoping Review. Early interven%on in psychiatry, 19(10),

e70100. h=ps://doi.org/10.1111/eip.70100

Morrissey, J., & Higgins, A. (2022). Trauma and Trauma-Informed Care. In A. Higgins, N.

Kilkku, & G. Kort Kristofersson (Eds.), Advanced Prac%ce in Mental Health

Nursing: A European Perspec%ve (pp. 197–219). Springer InternaHonal

Publishing. h=ps://doi.org/10.1007/978-3-031-05536-2_9

Mortelmans, D. (2013). Handboek kwalita%eve onderzoeksmethoden. Acco.

Peplau, H. E. (1952). Interpersonal relaHons in nursing. G.P. Putnam's Sons.

Priebe, S., Wa=s, J., Chase, M., & Matanov, A. (2005). Processes of disengagement and

engagement in asserHve outreach paHents: qualitaHve study. The Bri%sh journal

of psychiatry : the journal of mental science, 187, 438–443.

h=ps://doi.org/10.1192/bjp.187.5.438

Roberts, V. N., Hutchinson, A. M., & Fiolet, R. L. (2025). The Impact of Trauma-Informed

Care on PaHent Engagement, Experience and Barriers to Care: A QualitaHve

Study: Empirical Research QualitaHve. Nursing open, 12(9), e70331.

h=ps://doi.org/10.1002/nop2.70331

Sco=, J. C. (1985). Weapons of the weak: Everyday forms of peasant resistance. Yale

University Press.

Schout, G., de Jong, G., & Zeelen, J. (2010a). Establishing contact and gaining trust: an

exploratory study of care avoidance. Journal of Advanced Nursing (John Wiley &

Sons, Inc.), 66(2), 324–333. h=ps://doi.org/10.1111/j.1365-2648.2009.05171.x

Snowden, D. J., & Boone, M. E. (2007). A leader’s framework for decision making.

Harvard Business Review, 85(11), 68–76.

Szmukler, G., & Appelbaum, P. S. (2008). Treatment pressures, leverage, coercion, and

compulsion in mental health care. Journal of Mental Health, 17(3), 233–244.

h=ps://doi.org/10.1080/09638230802052203Turan, C., & Sensen, O. (2026). PaHent dignity in mental health care: from inherent

worth to standing. Academia Mental Health and Well-Being, 3.

h=ps://doi.org/10.20935/MHealthWellB8168

Valerius, K., von Eitzen, L., Göbel, M., Ohlbrecht, H., van den Berg, N., Völzke, H., Grabe,

H. J., Schomerus, G., & Speerforck, S. (2024). Value-related aqtudes towards

mental health problems and help-seeking barriers: a sequenHal mixed-methods

design invesHgaHng parHcipants with reported depressive episodes in rural

Northern Germany with and without treatment experience. BMC psychiatry,

24(1), 153. h=ps://doi.org/10.1186/s12888-024-05521-9

van Os, J., Guloksuz, S., Vijn, T. W., Haxenscheid, A., & Delespaul, P. (2019). The

evidence-based group-level symptom-reducHon model as the organizing

principle for mental health care: Hme for change? World psychiatry : official

journal of the World Psychiatric Associa%on (WPA), 18(1), 88–96.

h=ps://doi.org/10.1002/wps.20609

van Os, J., Pries, L. K., Ten Have, M., de Graaf, R., van Dorsselaer, S., Bak, M., Kenis, G.,

Lin, B. D., Gunther, N., Luykx, J. J., Ru=en, B. P. F., & Guloksuz, S. (2023). Context

v. algorithm: evidence that a transdiagnosHc framework of contextual clinical

characterizaHon is of more clinical value than categorical diagnosis.

Psychological Medicine, 53(5), 1825–1833.

h=ps://doi.org/10.1017/s0033291721003445

Vandekerkhove, L., Magerman, J., Vanderplasschen, W., & Meesen, D. (2023). Beleving

van informele dwang bij zorggebruikers en hulpverleners in de geestelijke

gezondheidszorg. Journal of Social Interven%on Theory and Prac%ce, 32, 3–20.

h=ps://doi.org/10.54431/jsi.727

Vanheule, S., De Sloover, M., & Rabaey, B. (2025). Blauwdruk herstelondersteunende

psychosezorg. Universiteit Gent.

Verbeke, E. (2022). Psychiatrie op dri]: Over macht, ethiek en verzet. Mammoet.

Verbeke, E., Vanheule, S., Cauwe, J., Truijens, F., & Froyen, B. (2019). Coercion and

power in psychiatry: A qualitaHve study with ex-paHents. Social science &

medicine (1982), 223, 89–96. h=ps://doi.org/10.1016/j.socscimed.2019.01.031

Waumans, R. C., MunHngh, A. D. T., Draisma, S., Huijbregts, K. M., van Balkom, A., &

Batelaan, N. M. (2022). Barriers and facilitators for treatment-seeking in adults

with a depressive or anxiety disorder in a Western-European health care

seqng: a qualitaHve study. BMC psychiatry, 22(1), 165.

h=ps://doi.org/10.1186/s12888-022-03806-5Wertz, F., Charmaz, K., McMullen, L. M., Josselson, R., Anderson, R., & McSpadden, E.

(2011). Five Ways of Doing Qualita%ve Analysis: Phenomenological Psychology,

Grounded Theory, Discourse Analysis, Narra%ve Research, and Intui%ve Inquiry.

Wheeler, K. (2010). A relaHonship-based model for psychiatric nursing pracHce.

Perspec%ves in Psychiatric Care, 46(2), 151–159.

h=ps://doi.org/10.1111/j.1744-6163.2010.00285.x.

World Health OrganizaHon. (2018). Management of physical health condi%ons in adults

with severe mental disorders. WHO.

World Health OrganizaHon. (2025). Schizophrenia. h=ps://www.who.int/news-

room/fact-sheets/detail/schizophrenia

Wright, N., Callaghan, P., & Bartle=, P. (2011). Mental health service users' and

pracHHoners' experiences of engagement in asserHve outreach: a qualitaHve

study. Journal of psychiatric and mental health nursing, 18(9), 822–832.

h=ps://doi.org/10.1111/j.1365-2850.2011.01733.x

Download scriptie (2.59 MB)
Universiteit of Hogeschool
Universiteit Gent
Thesis jaar
2026
Promotor(en) en begeleiders
Sofie Verhaeghe, Jürgen Magerman, Eddy Deproost, Karel Desmet