“Als ge slim zijt, dan leeft ge niet op uw planeet, maar leeft ge in uw planeet. Dan zit ge beschermd.”
De uitspraak komt uit een van de laatste interviews voor het onderzoek. De woorden bleven bij me hangen. Niet omdat ze vertellen dat iemand geen zorg wil, maar omdat ze iets anders zichtbaar maken: soms wordt de buitenwereld ervaren als een plek waartegen je jezelf moet beschermen.
Dat is niet het beeld dat we hebben van iemand die zorg mijdt. We spreken gemakkelijk over een ‘zorgmijder’, alsof het mijden een bewuste of onbewuste keuze is van de persoon zelf. Alsof iemand geen hulp wil, niet gemotiveerd is of zorg weigert. Mijn masterproef laat een complexer beeld zien.
Ik volgde zestien mensen met een ernstige psychische aandoening en onderzocht hun ervaringen met zorg aan de hand van interviews en participerende observaties. Niet om te achterhalen waarom iemand ‘geen zorg wil’, maar om te begrijpen wat er gebeurt in de ruimte tussen een persoon en de zorg.
Al snel werd duidelijk dat zorgmijding geen zwart/wit beslissing is. Het is eerder een voortdurende gevoelsmatige beweging tussen afstand en nabijheid. Mensen kunnen verlangen naar contact en zich tegelijk willen beschermen door mogelijke kwetsuren die datzelfde contact kunnen veroorzaken.
Doorheen de verschillende verhalen kwam ook het gevoel sterk naar voren gereduceerd te worden.
“Ze hebben allemaal een soort theorie, mensen typeren.”
Verschillende deelnemers beschreven hoe ze niet langer als een volledig persoon werden gezien, maar eerder als een diagnose of een probleem. Het eigen verhaal raakte op de achtergrond. In eerste instantie kon dit begrepen worden als een ervaring van minderwaardigheid: het gevoel gereduceerd te worden tot iets wat anderen over jou bepalen. Gaandeweg werd duidelijk dat er iets diepers onder lag. Het ging niet alleen over hoe iemand door anderen wordt gezien, maar ook over wat er gebeurt wanneer je steeds minder zeggenschap ervaart over je eigen verhaal, je eigen keuzes en uiteindelijk over jezelf. Zo kwam ook waardigheid in beeld. Hulp kan immers ook raken aan hoe iemand zichzelf ziet. Niet omdat iemand geen ondersteuning wil, maar omdat hulp toelaten soms kan betekenen dat je jezelf veroordeeld tot een reductie van je eigen identiteit.
Macht als relationele onderstroom
Vanuit die ervaringen van zeggenschap en waardigheid kreeg ook macht een centrale plaats in het onderzoek. Niet alleen de zichtbare macht van een gedwongen opname of bewindvoering, maar ook de minder zichtbare macht in de dagelijkse zorg.
Wie bepaalt wat iemand nodig heeft? Wie bepaalt welk verhaal klopt? Hoeveel zeggenschap blijft er over wanneer anderen voor jou beginnen te bepalen?
Macht bleek geen afzonderlijk thema, maar een onderstroom die door verschillende verhalen liep. Verschillende deelnemers beschreven hoe hun eigen beleving soms naar de achtergrond verdween ten voordele van professionele interpretaties of diagnostische kaders. Het ging daardoor niet alleen over wie er beslist, maar ook over wie mee mag bepalen welk verhaal over iemand wordt verteld. Ook kwaadheid kreeg vanuit dat perspectief een andere betekenis. Wat van buitenaf gemakkelijk als weerstand of agressie wordt gelezen, kan soms ook een poging zijn om iets van zichzelf terug te nemen wanneer iemand zich machteloos voelt.
Ook hulpverleners bewegen voortdurend tussen de dynamieken van macht en onmacht.
“Van het moment dat je denkt dat je goed bent als hulpverlener, ben je aan het missen eigenlijk… want als hulpverlener sta je bijna machteloos.”
In zorgrelaties zijn machtsdynamieken permanent aanwezig, terwijl hulpverleners zelf voortdurend botsen op de grenzen van wat ze kunnen doen. Macht en onmacht zijn daardoor geen tegenpolen, maar lopen voortdurend door elkaar. Wanneer onmacht binnen de zorgrelatie onvoldoende taal krijgt, ontstaat het risico dat controle of weerstand geleidelijk de plaats innemen van verbinding.
Tussen afstand en nabijheid
Die spanning tussen macht en onmacht bracht de aandacht steeds opnieuw naar de relatie zelf. Niet alleen naar wat de zorg doet, maar naar wie er tegenover iemand zit.
Vertrouwen kan jaren duren om op te bouwen en in één ervaring weer verdwijnen. Nabijheid kan tegelijk gewenst en bedreigend zijn. Achter het terugtrekken zit daardoor niet noodzakelijk een afwijzing van zorg, maar soms juist een poging om zichzelf beschermen.
Ook tijdens het onderzoek werd die beweging voelbaar. Soms zat ik uren op een bankje buiten te wachten, in de kou, zonder te weten of iemand zou komen. Het enige houvast als student-onderzoeker was: “Ze zal misschien komen.” Er was geen protocol dat vertelde hoe lang ik moest wachten. Om werkelijk contact te kunnen maken, moest ik mijn eigen verwachtingen loslaten, meebewegen met het ritme van de ander en vooral aanwezig proberen te zijn zonder meteen iets te willen bereiken.
Zorgmijding vertelt ook iets over de zorg
Achter het mijden van zorg ligt niet alleen weerstand. In de verhalen van deelnemers kwam een voortdurende zoektocht naar voren om het eigen verhaal te behouden, een plaats te vinden en verbinding toe te laten zonder zichzelf daarin kwijt te raken. Daarmee verschuift ook de blik op zorgmijding. Het ontstaat niet uitsluitend binnen de persoon zelf, maar krijgt mee vorm in de manier waarop zorg georganiseerd en aangeboden wordt. Macht, diagnostiek, verwachtingen, discontinuïteit en vormen van (in)formele dwang kunnen mee bepalen welke betekenis zorg krijgt. Dat betekent niet dat elke deur altijd open kan of dat hulpverleners voor elk probleem een oplossing hebben. Wel dat zorgmijding ons iets kan vertellen over wat er gebeurt tussen mensen en de zorg.
Mijn masterproef begon met de vraag waarom mensen zorg mijden. Uiteindelijk kwam ik uit bij een andere vraag:
“Wat gebeurt er wanneer de zorg die bedoeld is om veiligheid en verbinding te bieden, door iemand zelf als onveilig of bedreigend wordt ervaren?”
Misschien ligt daar ook de belangrijkste uitdaging: niet iemand overtuigen om zorg toe te laten, maar blijven onderzoeken wat er in die ontmoeting gebeurt.
Misschien was dat wachten wel meer dan een onderdeel van mijn onderzoek. Het liet iets zien van wat in de verhalen van deelnemers steeds opnieuw terugkwam: nabijheid kan pas ontstaan wanneer er ook ruimte is om afstand te houden.
Baart, A., & Timmerman, G. (2024). Rela%onal Caring and Presence Theory in Health
Care and Social Work: A Care-Ethical Perspec%ve.
h=ps://doi.org/10.2307/jj.15899289
Baart, A. (2001). Een theorie van de presenHe. Lemma.
Bové, J. (2026). De biopsychosociale invloedsmethodiek: Een systemisch instrument bij
gedwongen opname. Systeemtheore%sch Bulle%n, 44(1), 31–52.
Bryssinck, D. (2014). Recht en geestelijke gezondheidszorg. PenopHcon, 35(6), 558–564.
BuHna, M. (2015). A NarraHve Approach to QualitaHve Inquiry. American Society for
Clinical Laboratory Science, 28, 190–196.
h=ps://doi.org/10.29074/ascls.28.3.190
Chua, Y. C., Roystonn, K., Pushpa, K., Verma, S., & Tang, C. (2024). Reasons for
disengagement in first-episode psychosis – perspecHves from service users and
their caregivers. BMC psychiatry, 24(1), 788. h=ps://doi.org/10.1186/s12888-
024-06190-4
Coppens, E., Hermans, K., & Van Audenhove, C. (2021). Wetenschappelijke evaluaHe
van de pilootprojecten “Aanklampende zorg naar zorgmijdende mensen met
psychische problemen die sociaal huren”.
De Ruysscher, C., Magerman, J., Goethals, I., Chantry, M., Sinclair, D. L., Delespaul, P.,
De Maeyer, J., Nicaise, P., & Vanderplasschen, W. (2024). Islands in the stream:
A qualitaHve study on the accessibility of mental health care for persons with
substance use disorders in Belgium. FronHers in Psychiatry, 15,
1344020. h=ps://doi.org/10.3389/fpsyt.2024.1344020
Delaney, K. R., Sha=ell, M., & Johnson, M. E. (2017). Capturing the Interpersonal
Process of Psychiatric Nurses: A Model for Engagement. Archives of Psychiatric
Nursing, 31(6), 634–640. h=ps://doi.org/10.1016/j.apnu.2017.08.003
Delespaul, P., & Consensusgroep EPA. (2013). Consensus over de definiHe van mensen
met een ernsHge psychische aandoening (EPA) en hun aantal in Nederland.
Tijdschrij voor Psychiatrie, 55(6), 427–438.
George, M., Manuel, J. I., Gandy-Guedes, M. E., McCray, S., & Negatu, D. (2016).
"SomeHmes What They Think is Helpful is Not Really Helpful": Understanding
Engagement in the Program of AsserHve Community Treatment (PACT).Community mental health journal, 52(8), 882–890.
h=ps://doi.org/10.1007/s10597-015-9934-9
Grossman, S., Cooper, Z., Buxton, H., Hendrickson, S., Lewis-O'Connor, A., Stevens, J.,
Wong, L. Y., & Bonne, S. (2021). Trauma-informed care: recognizing and resisHng
re-traumaHzaHon in health care. Trauma surgery & acute care open, 6(1),
e000815. h=ps://doi.org/10.1136/tsaco-2021-000815
Hammer, J. H., Parent, M. C., & Spiker, D. A. (2018). Mental Help Seeking Aqtudes Scale
(MHSAS): Development, reliability, validity, and comparison with the ATSPPH-SF
and IASMHS-PO. Journal of counseling psychology, 65(1), 74–85.
h=ps://doi.org/10.1037/cou0000248
Hollweck, T. (2016). Robert K. Yin. (2014). Case Study Research Design and Methods
(5th ed.). Thousand Oaks, CA: Sage. 282 pages. The Canadian Journal of
Program Evalua%on, 30. h=ps://doi.org/10.3138/cjpe.30.1.108
Jaeger, M., & Rossler, W. (2010). Enhancement of outpaHent treatment adherence:
PaHents' percepHons of coercion, fairness and effecHveness. Psychiatry
Research, 180 1, 48–53. h=ps://doi.org/10.1016/j.psychres.2009.09.011
Klop, H. T., Evenblij, K., Gootjes, J. R. G., de Veer, A. J. E., & Onwuteaka-Philipsen, B. D.
(2018). Care avoidance among homeless people and access to care: an
interview study among spiritual caregivers, street pastors, homeless outreach
workers and formerly homeless people. BMC Public Health, 18(1), 1095.
h=ps://doi.org/10.1186/s12889-018-5989-1
Koekkoek, B., van Meijel, B., & Hutschemaekers, G. (2006). " Difficult paHents" in
mental health care: a review. Psychiatric Services, 57(6), 795–802.
h=ps://doi.org/10.1176/ps.2006.57.6.795
Lincoln, Y. S., & Guba, E. G. (1985). NaturalisHc inquiry. Sage.
Ma, R., Wang, Y., Wang, X. Q., Yu, K., Zhang, C. C., & Zhou, Y. Q. (2023). Analysis of
hindering and facilitaHng factors of help-seeking behavior in schizophrenia
based on COM-B model: a descripHve qualitaHve study. BMC psychiatry, 23(1),
770. h=ps://doi.org/10.1186/s12888-023-05226-5
Magerman, J., De Smet, S., De Maeyer, J., & Vanderplasschen, W. (2024). Iedereen doet
alles. Een blik op de competenHes van GGZ-professionals in een context van
deinsHtuHonalisering. Journal of Social IntervenHon: Theory and PracHce, 33(2),
62–76.
Mertens, L., Vandenberghe, J., Bekkering, G., Hannes, K., Delvaux, N., Van Bostraeten,
P., Jaeken, J., Aertgeerts, B., & Vermandere, M. (2025). NavigaHng powerimbalances and sHgma in mental healthcare: PaHent-reported barriers and
facilitators to parHcipaHon in shared decision-making in mental health care, a
qualitaHve meta-summary. Health ExpectaHons, 28,
e70239. h=ps://doi.org/10.1111/hex.70239
Mlay, J., Paruk, S., Tomita, A., & Lessells, R. (2025). Engagement, Disengagement and
Re-Engagement in Mental Health Services Among Young PaHents With First-
Episode Psychosis: A Scoping Review. Early interven%on in psychiatry, 19(10),
e70100. h=ps://doi.org/10.1111/eip.70100
Morrissey, J., & Higgins, A. (2022). Trauma and Trauma-Informed Care. In A. Higgins, N.
Kilkku, & G. Kort Kristofersson (Eds.), Advanced Prac%ce in Mental Health
Nursing: A European Perspec%ve (pp. 197–219). Springer InternaHonal
Publishing. h=ps://doi.org/10.1007/978-3-031-05536-2_9
Mortelmans, D. (2013). Handboek kwalita%eve onderzoeksmethoden. Acco.
Peplau, H. E. (1952). Interpersonal relaHons in nursing. G.P. Putnam's Sons.
Priebe, S., Wa=s, J., Chase, M., & Matanov, A. (2005). Processes of disengagement and
engagement in asserHve outreach paHents: qualitaHve study. The Bri%sh journal
of psychiatry : the journal of mental science, 187, 438–443.
h=ps://doi.org/10.1192/bjp.187.5.438
Roberts, V. N., Hutchinson, A. M., & Fiolet, R. L. (2025). The Impact of Trauma-Informed
Care on PaHent Engagement, Experience and Barriers to Care: A QualitaHve
Study: Empirical Research QualitaHve. Nursing open, 12(9), e70331.
h=ps://doi.org/10.1002/nop2.70331
Sco=, J. C. (1985). Weapons of the weak: Everyday forms of peasant resistance. Yale
University Press.
Schout, G., de Jong, G., & Zeelen, J. (2010a). Establishing contact and gaining trust: an
exploratory study of care avoidance. Journal of Advanced Nursing (John Wiley &
Sons, Inc.), 66(2), 324–333. h=ps://doi.org/10.1111/j.1365-2648.2009.05171.x
Snowden, D. J., & Boone, M. E. (2007). A leader’s framework for decision making.
Harvard Business Review, 85(11), 68–76.
Szmukler, G., & Appelbaum, P. S. (2008). Treatment pressures, leverage, coercion, and
compulsion in mental health care. Journal of Mental Health, 17(3), 233–244.
h=ps://doi.org/10.1080/09638230802052203Turan, C., & Sensen, O. (2026). PaHent dignity in mental health care: from inherent
worth to standing. Academia Mental Health and Well-Being, 3.
h=ps://doi.org/10.20935/MHealthWellB8168
Valerius, K., von Eitzen, L., Göbel, M., Ohlbrecht, H., van den Berg, N., Völzke, H., Grabe,
H. J., Schomerus, G., & Speerforck, S. (2024). Value-related aqtudes towards
mental health problems and help-seeking barriers: a sequenHal mixed-methods
design invesHgaHng parHcipants with reported depressive episodes in rural
Northern Germany with and without treatment experience. BMC psychiatry,
24(1), 153. h=ps://doi.org/10.1186/s12888-024-05521-9
van Os, J., Guloksuz, S., Vijn, T. W., Haxenscheid, A., & Delespaul, P. (2019). The
evidence-based group-level symptom-reducHon model as the organizing
principle for mental health care: Hme for change? World psychiatry : official
journal of the World Psychiatric Associa%on (WPA), 18(1), 88–96.
h=ps://doi.org/10.1002/wps.20609
van Os, J., Pries, L. K., Ten Have, M., de Graaf, R., van Dorsselaer, S., Bak, M., Kenis, G.,
Lin, B. D., Gunther, N., Luykx, J. J., Ru=en, B. P. F., & Guloksuz, S. (2023). Context
v. algorithm: evidence that a transdiagnosHc framework of contextual clinical
characterizaHon is of more clinical value than categorical diagnosis.
Psychological Medicine, 53(5), 1825–1833.
h=ps://doi.org/10.1017/s0033291721003445
Vandekerkhove, L., Magerman, J., Vanderplasschen, W., & Meesen, D. (2023). Beleving
van informele dwang bij zorggebruikers en hulpverleners in de geestelijke
gezondheidszorg. Journal of Social Interven%on Theory and Prac%ce, 32, 3–20.
h=ps://doi.org/10.54431/jsi.727
Vanheule, S., De Sloover, M., & Rabaey, B. (2025). Blauwdruk herstelondersteunende
psychosezorg. Universiteit Gent.
Verbeke, E. (2022). Psychiatrie op dri]: Over macht, ethiek en verzet. Mammoet.
Verbeke, E., Vanheule, S., Cauwe, J., Truijens, F., & Froyen, B. (2019). Coercion and
power in psychiatry: A qualitaHve study with ex-paHents. Social science &
medicine (1982), 223, 89–96. h=ps://doi.org/10.1016/j.socscimed.2019.01.031
Waumans, R. C., MunHngh, A. D. T., Draisma, S., Huijbregts, K. M., van Balkom, A., &
Batelaan, N. M. (2022). Barriers and facilitators for treatment-seeking in adults
with a depressive or anxiety disorder in a Western-European health care
seqng: a qualitaHve study. BMC psychiatry, 22(1), 165.
h=ps://doi.org/10.1186/s12888-022-03806-5Wertz, F., Charmaz, K., McMullen, L. M., Josselson, R., Anderson, R., & McSpadden, E.
(2011). Five Ways of Doing Qualita%ve Analysis: Phenomenological Psychology,
Grounded Theory, Discourse Analysis, Narra%ve Research, and Intui%ve Inquiry.
Wheeler, K. (2010). A relaHonship-based model for psychiatric nursing pracHce.
Perspec%ves in Psychiatric Care, 46(2), 151–159.
h=ps://doi.org/10.1111/j.1744-6163.2010.00285.x.
World Health OrganizaHon. (2018). Management of physical health condi%ons in adults
with severe mental disorders. WHO.
World Health OrganizaHon. (2025). Schizophrenia. h=ps://www.who.int/news-
room/fact-sheets/detail/schizophrenia
Wright, N., Callaghan, P., & Bartle=, P. (2011). Mental health service users' and
pracHHoners' experiences of engagement in asserHve outreach: a qualitaHve
study. Journal of psychiatric and mental health nursing, 18(9), 822–832.
h=ps://doi.org/10.1111/j.1365-2850.2011.01733.x