Wat als je lichaam iets vertelt waarvoor de juiste woorden nog niet bestaan? Met klei uit de Rupelstreek onderzocht Anne-Lise Krekels hoe lichamelijke herinneringen, vrouwelijkheid en taal met elkaar verbonden zijn. Het resultaat werd geen wetenschappelijke diagnose, maar een keramisch gesprek met haar eigen lichaam.
Mijn baarmoeder was een bouwwerf.
Jarenlang probeerde ik mijn lichaam te begrijpen binnen de medische wereld. Er kwamen onderzoeken, diagnoses, ingrepen en medicatie. Maar hoe meer mijn lichaam werd vertaald naar medische termen, hoe sterker het gevoel werd dat er iets ontbrak.
Een scan kan tonen wat er op dat ene moment in je lichaam gebeurt. Een diagnose kan een naam geven aan een probleem. Medicatie kan symptomen onderdrukken. Maar wat met alles wat zich niet laat vastleggen in een beeld, cijfer of grafiek?
Die vraag werd het vertrekpunt van mijn bacheloronderzoek.
De medische wetenschap heeft lange tijd het mannelijke lichaam als norm genomen. Vrouwelijke proefpersonen en proefdieren werden in heel wat onderzoek uitgesloten, onder meer omdat hormonale schommelingen de resultaten zogezegd complexer zouden maken. Daardoor zijn er nog altijd medische domeinen waarin kennis over vrouwen achterloopt.
Dat verschil is niet louter theoretisch. In mijn paper beschrijf ik bijvoorbeeld dat vrouwen volgens de aangehaalde literatuur een hoger risico lopen op bijwerkingen van geneesmiddelen en dat bepaalde aandoeningen bij vrouwen moeilijker herkend of gediagnosticeerd worden.
Voor mij kreeg die kenniskloof een heel persoonlijke betekenis.
Mijn lichaam voelde niet als een lichaam dat gewoon moest worden gerepareerd. Het veranderde, reageerde, protesteerde en zweeg soms tegelijk. Toch moest ik het telkens opnieuw proberen te vertalen naar de taal van een medisch dossier.
Ik begon me af te vragen: wat als niet mijn lichaam verkeerd is, maar de taal waarmee we het proberen te begrijpen te bekrompen is?
Die gedachte bracht me uiteindelijk naar de kleiputten in de Rupelstreek.
Ik trok naar de Rupelstreek, de omgeving waar ik ben opgegroeid. Als kind had ik er met klei gespeeld. Ik herinnerde me modder aan mijn schoenen, klei in mijn haren en zand en aarde tussen mijn vingers.
Deze keer nam ik een schop en een stevige plastiek zak mee.
Ik begon zelf klei te delven. Niet omdat ik vooraf wist wat ik ermee zou maken, maar omdat mijn lichaam me als het ware naar die plek terugbracht.
Dat bleek belangrijk. Klei is geen dood materiaal. De kleideeltjes kunnen tijdens het drogen opnieuw een eerdere oriëntatie aannemen. In mijn onderzoek werd dat een krachtige metafoor voor lichamelijk geheugen: ook mijn lichaam leek voortdurend terug te keren naar ervaringen die ik niet bewust probeerde op te roepen.
Tijdens het graven kwamen herinneringen terug. Niet als een film die zich opnieuw afspeelde, maar als bewegingen. Mijn handen wisten nog hoe het voelde. Misschien, bedacht ik, zit niet alle kennis in woorden. Misschien zit een deel ervan in onze handen.
Na het delven begon een traag proces. De klei moest drogen, worden vermalen, met water worden vermengd, bezinken, gezeefd en opnieuw gedroogd. Daarna volgde eindeloos kneden.
Ik maakte verschillende zogenaamde clay bodies: mengsels van de zelfontgonnen klei met andere grondstoffen. Vervolgens gingen ze de keramische oven in, bij temperaturen tot 1250 graden.
Maar ik wilde op voorhand juist niet weten wat er precies zou gebeuren.
De chemische samenstelling van de lokale klei was niet gekend. De toegevoegde grondstoffen konden op verschillende manieren met elkaar reageren. Sommige mengsels konden barsten, andere uitlopen of versmelten. Perfectie was dan ook niet het doel.
De onvoorspelbaarheid werd onderdeel van het onderzoek. Dat was niet toevallig. Ik wilde ervaren wat er gebeurt wanneer je niet alles controleert.
En dat bleek moeilijker dan gedacht.
Van de 50 kilo klei verwerkte ik 2450 gram tot kleipoeder, terwijl ik hooguit 800 gram nodig had. Ik wilde zoveel mogelijk experimenten uitvoeren en zoveel mogelijk antwoorden vinden. Maar de klei dwong me tot vertragen.
Terwijl de klei droogde, begon ik beter te luisteren. Naar mijn ademhaling. Naar mijn handen. Naar geluiden in de ruimte. Naar wat het materiaal deed.
Het onderzoek veranderde daardoor langzaam van een zoektocht naar antwoorden in een oefening in aandacht.
De klei kreeg uiteindelijk een nieuwe vorm.
Ik maakte een porseleinen vaas waarin de kleimengsels konden worden ondergebracht. De vaas was ongeveer zo groot als mijn baarmoeder en kreeg bewust een bolle bodem, waardoor ze niet stabiel stond.
Ze was geen klassieke, functionele vaas. Ze kon wankelen.
Toch droeg ze. Ze beschermde. Ze bewaarde.
Daarin werd de vaas een beeld voor het lichaam: kwetsbaar en veranderlijk, maar tegelijk een plek waarin iets kan ontstaan.
Ook mijn ideeën over vrouwelijkheid begonnen tijdens het proces te verschuiven. Ik wilde geen nieuwe definitie van ‘de vrouw’ vinden. Integendeel. Hoe langer ik nadacht over mythologische figuren en feministische denkers, hoe minder ik geloofde in één stabiele vorm van vrouwelijkheid.
Vrouwelijkheid kan tegelijk zorgend en strijdlustig zijn. Beschermend en vernietigend. Sterk en kwetsbaar. Misschien hoeft een lichaam niet in één vakje te passen.
Mijn onderzoek eindigde daarom niet met één antwoord. Wel met een installatie.
Ik maakte verschillende keramische vormen vanuit één moedervorm. Elke vorm kreeg een eigen bewerking, begeleid door een eigen fluisterfragment. De toeschouwer wordt letterlijk de drager van de werken. Dit gebaar is voor mij de kern van het hele onderzoek.
We zijn gewend om lichamen te bekijken, te meten en te beoordelen. Mijn werk vraagt nabijheid en zachtheid in het observeren.
De kritiek die ik uit met dit project richt zich niet op wetenschap zelf, maar op structuren die bepalen welk lichaam als norm geldt en welk lichaam als afwijkend wordt beschouwd.
Ik begon mijn onderzoek omdat ik mijn lichaam niet volledig herkende in de taal die ervoor bestond. In de klei vond ik geen medische oplossing. Wel een manier om opnieuw bewoner te worden van mijn eigen lichaam.
Mijn lichaam hoeft misschien niet eerst vertaald te worden om gehoord te kunnen worden. Ik schrijf mijn eigen taal.
Adamson, G. (2018). Fewer, better things: The hidden wisdom of objects. Bloomsbury Publishing.
Ajayi, A., & Akhigbe, R. (2020). Staging of the estrous cycle and induction of estrus in experimental rodents: An update. Fertility Research and Practice. Via https://fertilityresearchandpractice.biomedcentral.com/counter/pdf/10.1… Geraadpleegd op 9 mei 2026
Bachelard, G. (1964). Earth and reveries of will: An essay on the imagination of matter. Dallas Institute Publications. (Origineel werk gepubliceerd in 1948)
Bachelard, G. (1964). The poetics of space. Beacon Press. (Origineel werk gepubliceerd in 1958)
Bergson, H. (1939). Matière et mémoire. Presses Universitaires de France. (Origineel werk gepubliceerd in 1896)
Cirlot, J.E. (1962). A dictionary of symbols. Translated from the Spanish by Jack Sage. Philosophical Library.
Cixous, H. (1976). The laugh of the Medusa. The University of Chicago Press. Via https://www.jstor.org/stable/3173239
Clark, A. (2008). Supersizing the Mind. Oxford University Press.
de Bakker, B., (2026). Securly - Geolocation sharing. Amsterdamumc.org. via https://www.amsterdamumc.org/en/research/researchers/bernadette-de-bakk…. Geraadpleegd op 4 mei 2026
De Beauvoir, S. (1949). The second sex. Philosophy archive. Via https://www.marxists.org/reference/subject/ethics/de-beauvoir/2nd-sex/i….
Descartes, R. (1989). Rules for the direction of the mind. Cambridge University Press. (Origineel werk gepubliceerd 1628)
Dewey, J. (1934). Art as experience. Perigee Books.
DiFranco. (2026, April 1). Luca Vanello – Artist conversation. Catapult Platform. Via https://www.catapult-platform.art/luca-vanello-artist-conversation-difr… Geraadpleegd op 23 april 2026
Encyclopaedia Britannica. (2026). Upanishad. Via https://www.britannica.com/topic/Upanishad. Geraadpleegd op 10 mei 2026
Foreign Vessels. (2021). Foreign Vessels [Tentoonstellingsbrochure]. Byzantine and Post-Byzantine Collection of Chania, Griekenland. Via https://www.foreignvessels.com
Forum Der Letteren. (1991) Jaargang 1991. https://www.dbnl.org/tekst/_for004199101_01/_for004199101_01_0019.php
Fournier, L. (2021). Autotheory as feminist practice in art, writing, and criticism. MIT Press.
Gimbutas, M. (1989). The language of the goddess. Harper & Row.
Guthrie, S. E. (1993). Faces in the clouds: A new theory of religion. Oxford University Press.
Irigaray, L. (1985). This sex which is not one (C. Porter & C. Burke, Trans.). Cornell University Press
Jomon: A mother’s anthem. (z.d.). 5VIE. https://5vie.it/dna-event/48789/jomon-a-mothers-anthem//?lan=en
Klein, S. L., & Pekosz, A. (2014). Sex-based differences in immune function and responses to vaccination. Philosophical Transactions of the Royal Society B: Biological Sciences. Via https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC4447843/ Geraadpleegd op 9 mei 2026
Kuremoto, (2025). Jomon contemporary fertility vessels. Via https://www.noekuremoto.com/store-1/jomon-contemporary-fertility-vessel… Geraadpleegd op 18 mei 2026
Leclerc, A. (1974). Parole de femme. Paris: B. Grasset.
Louisiana Museum of Modern Art. (z.d.). Kaari Upson. https://louisiana.dk/en/exhibition/kaari-upson/ Geraadpleegd op 18 mei 2026
M Leuven. (z.d.). Valérie Mannaerts: Antennae. https://www.mleuven.be/programma/valerie-mannaerts. Geraadpleegd op 18 mei 2026
Matusevych, Y., Schatz, T., Kamper , H., Feldman, N. H., & Goldwater, S. (2020). Evaluating computational models of infant phonetic learning across languages. In arxiv. Cornell University. https://arxiv.org/abs/2008.02888. Geraadpleegd op 26 april 2026
Merleau-Ponty, M. (1962). Phenomenology of perception. Routledge. (Origineel werk gepubliceerd in 1945)
Michielsens, M., & Angioletti, W. (2009). Definiëring van het concept ‘seksisme’. MOH – Magda Michielsens Onderzoekshuis & Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen.
Paglia, C. (1990). Het seksuele masker – Kunst, seksualiteit en decadentie in de westerse beschaving. Promotheus. ROSA vzw. (z.d.) Geen kleine man [Audio podcast].via https://rosavzw.be/nl/actualiteit/podcast-geen-kleine-man. Geraadpleegd op 3 mei 2026
RTL Nieuws. (2026, 8 maart). Meer onderzoek naar vrouwspecifieke aandoeningen. Via https://www.rtl.nl/nieuws/artikel/5575652/meer-onderzoek-naar-vrouwspec… Geraadpleegd op 3 mei 2026
Smith, W. (1870). Dictionary of Greek and Roman biography and mythology. Taylor, Walton, and Maberly.
Soldin, O., Chung, S., & Mattison, D. (2011). Sex differences in drug disposition. Journal of Biomedicine and Biotechnology. Via https://doi.org/10.1155/2011/187103 Geraadpleegd op 9 mei 2026
Van den Haak, N. (1999). Muziek, metafoor en het semiotische. Tijdschrift voor muziektheorie. Via https://lup.be/wp-content/uploads/2024/07/Tvm-_JG_04-02_008_metafoor_en… Geraadpleegd op 16 mei 2026
Vaerman, M. (z.d.). Hoe het lichaam zich herinnert. Esthetica Utrecht University. Via https://estheticatijdschrift.wp.hum.uu.nl/wp-content/uploads/sites/175/… Geraadpleegd op 2 mei 2026
Van Heugten, K. (2026, 2 april). Het vrouwenlichaam is geen uitzondering: ‘Diagnose: Vrouw’ roept op tot actie. EOS Wetenschap. via https://www.eoswetenschap.eu/gezondheid/het-vrouwenlichaam-geen-uitzond…. Geraadpleegd op 3 mei 2026
Vrins, J. (2022). H5 kneden, recupereren, hechten en eigenaardigheden van klei [PowerPointpresentatie]
VRT NWS. (2026, 2 april). Clitoris in 3D in kaart gebracht: nieuwe studie toont zenuwen in detail. Via https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2026/04/02/clitoris-3d-model-zenuwen-weten…. Geraadpleegd op 4 april 2026
Wat is harm reduction? (2023). Trimbos-Instituut. via https://www.trimbos.nl/kennis/drugs/harm-reduction/wat-is-harm-reductio…. Geraadpleegd op 1 mei 2026
z.a., (2016). The Baltic Mythology. Baltic Run via https://www.balticrun.com/the-baltic-mythology/ Geraadpleegd op 18 mei 2026
Zucker, I. (2023). The mixed legacy of the rat estrous cycle. Biology of Sex Differences. Department of Integrative Biology, University of California, Berkeley. Via https://bsd.biomedcentral.com/counter/pdf/10.1186/s13293-023-00542-7.pdf