Niet-farmacologische pijninterventies zoals huid-op-huidcontact, gefaciliteerd instoppen spelen een cruciale rol in het verminderen van pijn en stress bij neonaten tijdens pijnlijke procedures zoals hielprikken en venapuncties op de neonatale intensive care unit (NICU). Echter, uit de literatuur blijkt dat deze interventies in de klinische praktijk niet altijd systematisch worden toegepast. Dit kan leiden tot verhoogde pijn- en stressblootstelling bij neonaten, negatieve gevolgen voor de neurologische ontwikkeling, verhoogde stress bij ouders en morele stress bij zorgverleners. Deze bachelorproef heeft als doel te onderzoeken hoe het niet-systematisch toepassen van niet-farmacologische interventies deze drie groepen beïnvloedt vanuit psychologisch, ethisch en juridisch perspectief.
Er werd een literatuurstudie uitgevoerd op basis van zes wetenschappelijke artikels, waaronder systematische reviews, een netwerkmeta-analyse en een prospectieve cohortstudie. De resultaten tonen aan dat interventies zoals huid-op-huidcontact, gefaciliteerd instoppen, orale sucrose, auditieve stimulatie en borstvoeding effectief zijn in het reduceren van pijn bij neonaten. Daarnaast blijkt dat ouderparticipatie een belangrijke rol speelt in pijnmanagement, maar sterk afhankelijk is van voorbereiding, adequate begeleiding en ondersteuning. Tegelijkertijd werd vastgesteld dat organisatorische barrières zoals beperkte scholing en het ontbreken van duidelijke richtlijnen, bijdragen tot inconsistente toepassing in de klinische praktijk.
De resultaten geven weer dat herhaalde blootstelling aan pijn en stress verband houdt met minder gunstige neurogedragsmatige uitkomsten (neurobehavioral outcomes) bij neonaten. Bij ouders kan het gebrek aan betrokkenheid leiden tot gevoelens van onzekerheid en stress. Bovendien kan het onvoldoende kunnen toepassen van optimale zorg leiden tot morele stress bij zorgverleners en een verminderde werktevredenheid.
Op basis van deze resultaten werd het NeoTripleComfort Programma ontwikkeld. Dit programma richt zich op drie pijlers. De eerste pijler omvat het systematisch toepassen van niet-farmacologische interventies bij neonaten. De tweede pijler bestaat uit het versterken van ouderparticipatie. De derde en laatste pijler impliceert het ondersteunen van zorgverleners. De implementatie van dit programma kan bijdragen tot meer consistente en kwaliteitsvolle pijnzorg, met aandacht voor de neonaat, de ouders en de zorgverleners.


