Intimiteit in de gevangenis, hoe werkt dat eigenlijk? Tinderdates of een spontane one-nightstand zitten er achter de tralies niet in. Zelfs het ongestoord bezoek, waarbij een persoon in detentie zonder toezicht van het gevangenispersoneel tijd kan doorbrengen met een partner, is niet voor iedereen weggelegd. Alleen wie een duurzame relatie van minstens zes maanden kan aantonen, komt ervoor in aanmerking. Voor sekswerk is binnen die regeling al helemaal geen plaats. Op papier althans. In de praktijk komen zulke bezoeken vandaag immers al voor, alleen informeel en zonder duidelijk kader.
Een streng keurslijf
Wie een verzoek tot ongestoord bezoek wil indienen, moet minstens één maand vastzitten. Gaat het om een bezoeker die niet tot de naaste familie behoort en evenmin de wettelijke partner is, dan moet naast een rechtmatig belang ook worden aangetoond dat er al minstens zes maanden een oprechte en duurzame band met die persoon bestaat. Een sekswerker komt daardoor in de praktijk niet in aanmerking. Niet omdat de wet dit uitdrukkelijk verbiedt, maar omdat de voorwaarden zo zijn geformuleerd dat sekswerkers er automatisch buiten vallen.
Toch valt er vanuit een re-integratieperspectief iets voor te zeggen om die mogelijkheid niet bij voorbaat uit te sluiten. Meer dan 90 procent van alle mensen in detentie komt ooit vrij. Voor velen van hen is het jaren geleden dat ze nog op een normale manier in contact kwamen met seks en intimiteit in het algemeen. Privacy voor masturbatie is in een cel die met drie personen wordt gedeeld allerminst vanzelfsprekend, en het onderhouden van een normaal relationeel of seksueel leven in detentie is nog moeilijker. Al in 2024 gingen er stemmen op om ongestoord bezoek met sekswerkers mogelijk te maken. Tot op vandaag kreeg die oproep echter geen gevolg. Waarom ligt dit onderwerp zo gevoelig?
Het vooroordeel van smokkel
Vaak wordt de veiligheid van de gevangenis als instelling als bezwaar aangehaald. Sekswerkers zouden, zo luidt de vrees, drugs of andere verboden goederen naar binnen kunnen smokkelen. Dat argument houdt echter weinig steek. Nergens is aangetoond dat sekswerkers een groter risico op smokkel vormen dan om het even welke andere bezoeker. Die veronderstelling lijkt vooral voort te komen uit het bredere taboe rond sekswerk en het aanhoudende wantrouwen tegenover mensen die dit beroep uitoefenen. Door sekswerkers bij voorbaat als een veiligheidsrisico te beschouwen, wordt dat stigma alleen maar verder in stand gehouden.
De veiligheid van sekswerkers
Dat neemt niet weg dat er situaties bestaan waarin extra voorzichtigheid nodig is. Bij sekswerkers die dit beroep uitoefenen vanuit een bijzonder precaire maatschappelijke of financiële situatie kan bijvoorbeeld de vrees bestaan dat ze gemakkelijker onder druk kunnen worden gezet. Dat is echter geen argument tegen sekswerkers in de gevangenis als zodanig, maar wel een argument om zorgvuldig na te denken over wie ervoor in aanmerking komt. De vraag verschuift zo van of sekswerkers een veiligheidsrisico vormen naar onder welke voorwaarden ze op een verantwoorde manier toegang tot de gevangenis kunnen krijgen.
Daarbij staat niet alleen de veiligheid van de gevangenis als instelling op het spel, maar ook die van de sekswerkers zelf. Gezien de band met het pooiersmilieu moet dit een belangrijk aandachtspunt blijven in elke procedure die ongestoord bezoek met een sekswerker mogelijk zou maken.
Een eerste veiligheidswaarborg zou erin kunnen bestaan enkel samen te werken met zelfstandige sekswerkers die aangesloten zijn bij een organisatie als Meerdanseks. Zij werken niet met foto's op hun website en leggen van meet af aan de nadruk op de band tussen dienstverlener en cliënt. Zo proberen ze afstand te nemen van de huidige transactionele en bijna consumerende benadering van de dienstverlening. Een dergelijke samenwerking biedt niet alleen een aanspreekpunt voor de gevangenis, maar kan er ook voor zorgen dat enkel sekswerkers die bewust en vrijwillig voor deze specifieke context kiezen, worden doorverwezen.
Een tweede mogelijkheid is uitsluitend samen te werken met erkende werkgevers die sekswerkers tewerkstellen onder een volwaardig arbeidscontract, zoals dat sinds de wet van 3 mei 2024 mogelijk is. Zulke werkgevers staan onder overheidstoezicht en moeten de rechten van hun werknemers waarborgen om hun erkenning te behouden. Dat biedt een bestaand kader waarbinnen de veiligheid en vrijwilligheid van de sekswerkers beter kunnen worden bewaakt. Hoe deze tweede piste zich in de praktijk zal ontwikkelen, moet nog blijken, want daarvoor is de wet nog te jong. Toch lijkt ze het overwegen waard.
Een principiële keuze, geen juridische onmogelijkheid
De huidige situatie is niet zozeer het gevolg van een juridische onmogelijkheid, maar eerder van een beleidsmatige keuze. Het ongestoord bezoek bestaat, de decriminalisering van samenwerkingen met sekswerkers is een feit, en toch blijft de combinatie van beide taboe. Wie kijkt naar de argumenten die tegen een uitbreiding worden ingebracht, stelt vast dat ze vooral pleiten voor een zorgvuldig omkaderd systeem: een individuele beoordeling per aanvraag, samenwerking met erkende werkgevers of betrouwbare organisaties, en voldoende aandacht voor de veiligheid van alle betrokkenen. Zolang die omkadering ontbreekt, blijft intimiteit voor wie geen vaste partner heeft een blinde vlek binnen het gevangenisbeleid.
BIBLIOGRAFIE
I. Wetgeving
België
Grondwet, art. 10, 11 en 22.
Strafwetboek, art. 417/5-417/11.
Wet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden, BS 1 februari 2005.
Wet van 23 maart 2019 betreffende de organisatie van de penitentiaire diensten en van het statuut van het penitentiair personeel, BS 2 april 2019.
Wet van 21 maart 2022 houdende wijzigingen aan het Strafwetboek inzake seksueel strafrecht, BS 21 maart 2022.
Wet van 3 mei 2024 houdende bepalingen betreffende sekswerk onder arbeidsovereenkomst, BS 3 mei 2024.
KB van 28 maart 1969 betreffende de vergoeding van beroepsziekten, BS 5 april 1969.
KB van 21 mei 2011 tot bepaling van de datum van inwerkingtreding en uitvoering van verscheidene bepalingen van titels III en V van de Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden, BS 27 mei 2011.
KB van 20 oktober 2024 tot vaststelling van de procedure aangaande de erkenning van werkgevers die sekswerkers tewerkstellen, BS 4 november 2024.
Ministeriële omzendbrief nr. 1792 van 11 januari 2007.
Ministerieel besluit van 2 juli 2025 tot erkenning van de onderneming Vanhimo Zen BV als werkgever van sekswerkers, BS 8 juli 2025.
Ministerieel besluit van 22 september 2025 tot erkenning van BV Bij Sofie als werkgever van sekswerkers, BS 26 september 2025.
Ministerieel besluit van 22 september 2025 tot erkenning van Dreams Thulin BV als werkgever van sekswerkers, BS 26 september 2025.
Ministerieel besluit van 23 september 2025 tot erkenning van BV Jdob als werkgever van sekswerkers, BS 26 september 2025.
Ministerieel besluit van 19 december 2025 tot erkenning van EdenMystique BV als werkgever van sekswerkers, BS 19 december 2025.
Ministerieel besluit van 9 februari 2026 tot erkenning van BLUE IN GREEN BIS BV als werkgever van sekswerkers, BS 12 februari 2026.
Ministerieel besluit van 9 februari 2026 tot erkenning van ALL INCLUDED BV als werkgever van sekswerkers, BS 12 februari 2026.
Ministerieel besluit van 2 maart 2026 tot erkenning van ISAMOT BV als werkgever van sekswerkers, BS 5 maart 2026.
Ministerieel besluit van 16 maart 2026 tot erkenning van STALVA BV als werkgever van sekswerkers, BS 19 maart 2026.
Nederland en internationaal
Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, 10 december 1948.
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, 4 november 1950.
Council of Europe. European Prison Rules. Straatsburg: Council of Europe, 2006 (herzien 2020).
United Nations. United Nations Standard Minimum Rules for the Treatment of Prisoners (the Nelson Mandela Rules). New York: United Nations, 2015.
Wet van 18 juni 1998 tot vaststelling van een Penitentiaire beginselenwet en daarmee verband houdende intrekking van de Beginselenwet gevangeniswezen met uitzondering van de artikelen 2 tot en met 5 en wijzigingen van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering alsmede enige andere wetten.
Besluit van 2 juni 2017 houdende regels inzake het Adviescollege levenslanggestraften, Stb. 2017, 214.
Regeling van de Minister voor Rechtsbescherming van 7 april 2020 houdende regels inzake toelating en weigering van bezoek en beperking van telefooncontacten in penitentiaire inrichtingen.
Regeling van 22 november 2025 model huisregels penitentiaire inrichtingen
II. Parlementaire stukken en voorbereidende werken
België
Memorie van toelichting bij het wetsontwerp betreffende seksueel strafrecht, Parl.St. Kamer 2020-21, nr. 2141/001.
Wetsontwerp houdende wijzigingen aan het Strafwetboek met betrekking tot het seksueel strafrecht, Parl.St. Kamer 2021-22, nr. 2141/006.
Vr. en Antw. Kamer 2012-13, nr. 53-b131-670, vraag nr. 670 van Philippe Goffin aan de minister van Justitie over “gsm-gebruik in gevangenissen”.
Nederland
Kamerstukken II 1996/97, 25437, nr. 3.
Kamerstukken II 2009/10, 32211, nr. 3.
III. Rechtspraak
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
EHRM 21 februari 1975, nr. 4451/70, Golder t. Verenigd Koninkrijk.
EHRM 13 juni 1979, nr. 6833/74, Marckx t. België.
EHRM 22 oktober 1981, nr. 7525/76, Dudgeon t. Verenigd Koninkrijk.
EHRM 28 juni 1984, nrs. 7819/77 en 7878/77, Campbell en Fell t. Verenigd Koninkrijk.
EHRM 16 december 1992, nr. 13710/88, Niemietz t. Duitsland.
EHRM 22 februari 1994, nr. 16213/90, Burghartz t. Zwitserland.
EHRM 26 mei 1994, nr. 16969/90, Keegan t. Ierland.
EHRM 27 oktober 1994, nr. 18535/91, Kroon e.a. t. Nederland.
EHRM 27 december 1999, nrs. 33985/96 en 33986/96, Smith en Grady t. Verenigd Koninkrijk.
EHRM 28 september 2000, nr. 25498/94, Messina t. Italië.
EHRM 31 juli 2000, nr. 35765/97, A.D.T. t. Verenigd Koninkrijk.
EHRM 6 februari 2001, nr. 44599/98, Bensaid t. Verenigd Koninkrijk.
EHRM 29 april 2002, nr. 2346/02, Pretty t. Verenigd Koninkrijk.
EHRM 11 juli 2002, nr. 28957/95, Christine Goodwin t. Verenigd Koninkrijk.
EHRM 29 april 2003, nr. 41220/98, Aliev t. Oekraïne.
EHRM 9 maart 2004, nr. 61827/00, Glass t. Verenigd Koninkrijk.
EHRM 12 mei 2005, nr. 46221/99, Öcalan t. Turkije.
EHRM 6 oktober 2005, nr. 74025/01, Hirst t. Verenigd Koninkrijk.
EHRM 4 december 2007, nr. 44362/04, Dickson t. Verenigd Koninkrijk.
EHRM 19 oktober 2010, nr. 20999/04, Özpınar t. Turkije.
EHRM 24 juni 2010, nr. 30141/04, Schalk en Kopf t. Oostenrijk.
EHRM 20 januari 2011, nr. 31322/07, Haas t. Zwitserland.
EHRM 23 mei 2012, nr. 39758/05, Trosin t. Oekraïne.
EHRM 29 augustus 2012, nr. 37862/02, Epners-Gefners t. Letland.
EHRM 12 december 2012, nr. 39908/05, Iglin t. Oekraïne.
EHRM 9 juli 2013, nrs. 66069/09, 130/10 en 3896/10, Vinter e.a. t. Verenigd Koninkrijk.
EHRM 9 juli 2013, nr. 42615/06, Varnas t. Litouwen.
EHRM 25 november 2014, nr. 64682/12, Vasilescu t. België.
EHRM 30 juni 2015, nr. 41418/04, Khoroshenko t. Rusland.
EHRM 23 september 2015, nr. 39633/10, Costel Gaciu t. Roemenië.
EHRM 26 april 2016, nr. 10511/10, Murray t. Nederland,
EHRM 16 mei 2017, nrs. 37768/13 en 36467/14, Sylla en Nollomont t. België.
EHRM 28 mei 2019, nr. 26564/16, Clasens t. België.
EHRM 28 augustus 2019, nr. 33172/16, Chaldayev t. Rusland.
EHRM 9 september 2020, nrs. 21132/10 en 41720/10, Pshibiyev en Berov t. Rusland.
EHRM 18 mei 2021, nr. 73329/16, Hasselbaink t. Nederland.
EHRM 18 mei 2021, nr. 10982/15, Maassen t. Nederland.
EHRM 18 mei 2021, nr. 69491/16, Zohlandt t. Nederland.
EHRM 1 oktober 2021, nr. 66424/09, Lesław Wójcik t. Polen.
EHRM 19 juli 2022, nr. 14802/04, Borisovskiy t. Rusland.
EHRM 14 november 2022, nr. 81292/17, Chocholáč t. Slowakije.
EHRM 21 juni 2023, nr. 20722/20, Deltuva t. Litouwen.
EHRM 21 april 2026, nrs. 28157/18 e.a., F.B. e.a. t. Nederland.
Europese Commissie voor de Rechten van de Mens
Rapport ECRM 19 juli 1969, Publ. E.C.H.R., serie B, vol. 10.
ECRM 18 juni 1971, nrs. 2832/66, 2835/66 en 2899/66, De Wilde, Ooms en Versyp t. België.
Grondwettelijk Hof
GwH 17 juli 2025, nr. 112/2025.
GwH, rolnr. 8385, BS 2 januari 2025.
Hoge Raad der Nederlanden
HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1326.
HR 19 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3185.
IV. Rechtsleer
Handboeken, proefschriften en masterproeven
BOTTOMS, A.E. en HAY, W., Prisons and the Problem of Order, Oxford, Clarendon, 1996.
BOULANGER, G., Seksualiteitsbeleving bij mannelijke gedetineerden in België. Een cross-sectionele studie, masterproef Vrije Universiteit Brussel, 2019.
BREMS E., SOTTIAUX S., VANDEN HEEDE P. en VANDENHOLE W., Vrijheden en vrijheidsbeneming: mensenrechten en gedetineerden, Antwerpen, Intersentia, 2005.
DUPONT, L., Samenleving, Criminaliteit en Strafrechtspleging: Op weg naar een beginselenwet gevangeniswezen, Leuven, Leuven University Press, 1998.
SMAERS, G., Gedetineerden en mensenrechten. De toepassing van het EVRM in penitentiaire detentiesituaties door de Europese jurisdicties en haar gevolgen voor de rechtspositie van veroordeelde gedetineerden in België, doctoraat KU Leuven, 1994.
SMAERS, G., Gedetineerden en mensenrechten, Antwerpen, Maklu, 1994.
VERMEULEN, G., Betaalseksrecht, Antwerpen, Maklu, 2018.
VENY L., CASTELAIN S. en VERBEECK B., Grondslagen van publiek recht, Brugge, Vanden Broele, 2003, 450-451.
Tijdschriftartikels en bijdragen
DAEMS, T., “Gekooid recht voor de gekooide mens. Stand van zaken basiswet gevangeniswezen en rechtspositie gedetineerden”, T.Strafr. 2011/5, 377.
DAEMS, T., EECHAUDT, V., MAES, E. en VANDER BEKEN, T., “De basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden: een status quaestionis”, T.Strafr. 2014/1, 34.
DE VOS, H., “Normalisering: een complex proces met subjectief karakter. Theoretisch kader voor de interpretatie en implementatie van het normaliseringsbeginsel”, Panopticon 2017/3, 180-190.
DIRKZWAGER, A., NIEUWBEERTA, P. en FISELIER, J., “Onbedoelde gevolgen van vrijheidsstraffen: Een literatuurstudie”, Tijdschrift voor Criminologie 2009, 21.
DOSSCHE, A., COLMAN, C. en FAVRIL, L., “Drugs over de muur: een scoping review van smokkelroutes en drugsmarkten in detentie”, Panopticon 2025/2, 100-115.
FAVRIL, L., STRANG, J. en FAZEL, S., “Drug use among people in prison: A global review of epidemiology, harms and interventions”, Addiction 2025, doi: 10.1111/add.70245.
GOETHALS, J. en VAN HAELEWYN, J., “Ongestoord bezoek in de gevangenis. Een empirisch onderzoek in Leuven-Centraal”, Panopticon 1993, 7.
GUTWIRTH, M., “Tussen norm en werkelijkheid: de gevangenisstraf als strafrechtelijk instrument onder druk”, T.Strafr. 2026, afl. 2, 92-101.
HOVIUS, B., “The limitation clauses of the European Convention on Human Rights: a guide for the application of section 1 of the Charter?”, Ottawa Law Review 1985, 258.
KETELAARS, E., “Opting-in in de relaxbranche, een legitieme oplossing?”, Recht der Werkelijkheid 2015/1, 22.
ÖSTERGREN, P., “From Zero-Tolerance to Full Integration: Rethinking Prostitution Policies”, 2017.
RAAIJMAKERS, E. e.a., “De subjectieve zwaarte van detentie”, Tijdschrift voor Criminologie 2014/3, 60.
RIMANQUE, K., “Noodzakelijkheid in een democratische samenleving – een begrenzing van beperkingen aan grondrechten” in Liber Amicorum Frédéric Dumon, Deventer, Kluwer, 1983, 1227.
ROYER, S., “Nieuw seksueel strafrecht”, De Juristenkrant 2022, afl. 446, 1-2.
SNACKEN, S. e.a., “Psychosociale gevolgen van vrijheidsberoving voor gedetineerden” in BEYENS, K. en SNACKEN, S. (eds.), Straffen: Een penologisch perspectief, Antwerpen, Maklu, 2017, 295-321.
SWART, N.J.L., “Mensenhandel en sekswerkregulering. Twintig jaar wetgeving in beeld”, Gst. 2021/3, 2-10.
VANDROMME, S., “Strafrechter breekt lans voor wettelijke regeling exploitatie van prostitutie”, De Juristenkrant 2003, afl. 72, 7.
VASSEUR, R., “Grondwettelijk Hof morrelt aan leeftijdsgrenzen seksueel strafrecht”, De Juristenkrant 2025, afl. 513, 7.
WOUTERS, K., VAN DAMME, P., VERCAUTEREN, A., VERHEYEN, J., CASTERMANS, S. en MEHEUS, A., “Seksueel overdraagbare infecties (SOI) bij prostituee(s) in Antwerpen, België: belang en haalbaarheid van een Hepatitis B-vaccinatieprogramma”, Archives of Public Health 2002, 60, 28-29.
CREWE, B., “Depth, weight, tightness: Revisiting the pains of imprisonment”, Punishment & Society 2011, 509, doi: 10.1177/1462474511422172.
Rapporten en institutionele bronnen
CCV, “Achtergrond Wet regulering sekswerk”, Het CCV 14 oktober 2025, https://hetccv.nl/themas/integraal-veiligheidsbeleid/sekswerkbeleid/ach….
Commissie van Toezicht Antwerpen, Jaarverslag 2023.
DE MAERE, W., HARIGA, F., BARTHOLEYNS, F. en VANDERVEKEN, M., Gezondheid en druggebruik in het penitentiair milieu. Ontwikkeling van een epidemiologisch onderzoeksinstrument, onderzoeksrapport, maart 2000.
European Committee for the Prevention of Torture, Report to the Belgian Government on the visit to Belgium, 1997.
European Committee for the Prevention of Torture, Report to the Belgian Government on the visit to Belgium, 2001.
European Committee for the Prevention of Torture, Report to the Belgian Government on the visit to Belgium, 2005.
European Committee for the Prevention of Torture, Report to the Belgian Government on the visit to Belgium, 2009.
European Committee for the Prevention of Torture, Report to the Belgian Government on the visit to Belgium, 2012.
European Committee for the Prevention of Torture, Report to the Belgian Government on the visit to Belgium, 2013.
European Committee for the Prevention of Torture, Public statement concerning Belgium, 13 juli 2017.
European Committee for the Prevention of Torture, Report to the Belgian Government on the visit to Belgium, 2022.
Federaal Mensenrechteninstituut, Bezoekrapport detentiehuizen van Vorst en Kortrijk, Nationaal Preventiemechanisme, 2026.
FEDRIS, Nieuwe erkende beroepsziekten voor sekswerkers, 2025.
Federale Overheidsdienst Justitie, “Soorten bezoek”, https://justitie.belgium.be/nl/themas/gevangenissen/belgische_gevangeni….
Nota Visitatie stafhouders, 10 december 2025.
Nota Visitatie stafhouders, 5 februari 2026
Openbaar Ministerie, “Drugsbezit in gevangenissen”, oktober 2025, https://www.om-mp.be/nl/blog-post/drugsbezit-gevangenissen.
UTSOPI, “Decriminalisering”, https://www.utsopi.be/nl/our-work/decriminalisering.
UTSOPI, “Belgische arbeidswet voor sekswerkers: wat en hoe?”, 3 mei 2024, https://www.utsopi.be/nl/our-work/decriminalisering/cadre-du-travail.
Krantenartikelen
REYNAERS, T., “Legaal als sekswerker aan de slag? Halfjaar na invoering baanbrekende wet slechts vier aanvragen”, De Standaard 20 mei 2025.
REYNAERS, T., “Eerste werkgever voor sekswerkers officieel erkend in België”, De Standaard 8 juli 2025.