Kan men bloemen kweken in de hel? De Belgische kunsthandel tijdens de Eerste Wereldoorlog

Alexia Coussement
De studie gaat na hoe de Belgische kunsthandel zich tijdens de Eerste Wereldoorlog handhaafde. De verschillende oorzaken voor de heropleving van de kunsthandel worden hierbij stelselmatig toegelicht.

Kan men bloemen kweken in de hel?

De Belgische kunsthandel tijdens de Eerste Wereldoorlog.

“Kunst is eigenlijk een luxeartikel, een overtolligheid in ’t leven, iets dat voor de geest is, ’t geen taart, likeur en sigaren zijn voor het lichaam. En wie denkt nog aan die dingen als er geen zekerheid is dat men het uiterst noodzakelijke brood zal krijgen, waarvan ’t leven eigenlijk afhangt?”  

Bovenstaande woorden schreef Stijn Streuvels in zijn oorlogsdagboek. Had kunst nog een plaats in tijden van totale schaarste? Kon men aan schoonheid denken toen de wereld brandde? Ons collectief beeld van de Eerste Wereldoorlog laat weinig ruimte voor een bloeiende kunsthandel. Ook in de wetenschappelijke literatuur gaan historici er gewoon van uit dat een Belgische kunstmarkt tijdens de oorlogsjaren onbestaande was.

Wanneer de Duitse troepen op 4 augustus 1914 België binnen marcheerden, sloten de kunstgalerijen hun deuren, staakten de musea hun aankopen en werd de kunstpers opgedoekt. Daarnaast weken de meeste artiesten uit naar het buitenland of ze gingen strijden aan het front. In de eerste oorlogsmaanden lag de Belgische kunsthandel er inderdaad verlamd bij, maar in het begin van 1915 herrees ze.

 

‘Macht durch Kultur’

Drie maanden na de inval bezette Duitsland het grootste deel van België. Enkel een klein gebied achter de IJzer bleef in geallieerde handen. Wanneer de invasie uitdraaide op een patstelling, bracht Duitsland een bezettingspolitiek met een bijhorend cultuurbeleid in België tot stand.

Dit beleid had drie programmapunten, met als eerste het doorvoeren van een Flamenpolitik, waarbij Vlaanderen in een bevoorrechte positie kwam te staan tegenover Wallonië. Daarnaast zette de bezetter zich in voor de Kunstschutz of kunstbescherming van het Belgische erfgoed. Ten slotte wilde Duitsland het culturele leven in België doen heropleven door bibliotheken, musea, schouwburgen en andere culturele instellingen te heropenen. Deze drieledige cultuurpolitiek stond in voor het herstel van het bezoedelde imago van Duitsland dat internationaal terug als Kulturnation erkend wilde worden.

 

De herrijzenis van het kunstbedrijf

Naast het Duitse cultuurbeleid speelden nog vier factoren mee in de heropleving van de Belgische kunsthandel. Als eerste was de accommodatie een belangrijke oorzaak. Wanneer de bezetting een feit was en de gemoederen bedaarden, viel het dagelijkse leven min of meer terug in de plooi. Dit was eveneens het geval voor de kunsthandel, waarbij kunst opnieuw werd gemaakt, tentoongesteld en verkocht.

Een tweede factor was de oorlogsmoeheid. De Belgen vonden het aan het begin van de oorlog een onpatriottisch gebaar om te genieten van kunst, wanneer zo vele landgenoten hun leven gaven aan het front. Hoe langer het conflict echter aansleepte, hoe meer ze afstand namen van deze principes. De Belgen zakten dan ook weer massaal af naar muziekavonden, voordrachten en tentoonstellingen. Er werd opnieuw gelachen, gedronken en geld uitgegeven aan kunst.

Vervolgens vormde de artiest zelf een belangrijke schakel in de heropleving van de kunstmarkt. De kunstenaars die nog in het bezette België verbleven, raakten door de oorlog in financiële problemen doordat ze hun werk moeilijker verkocht kregen. Musea, kunstgalerijen en liefdadigheidsinitiatieven in binnen- en buitenland begonnen daarom kunst aan te kopen om de artiest in kwestie financieel te steunen.

Een laatste oorzaak moet gezocht worden bij de opkomst van de ‘zeepbaronnen’. Dit waren oorlogswoekeraars die enorme winsten vergaarden op de zwarte markt. Deze nieuwe rijken dongen naar sociale promotie en stelden het aankopen van kunst gelijk aan een toegangskaartje tot de maatschappelijke elite. Voor de gevestigde burgerij hoorde het financieel steunen van de artiest namelijk tot hun takenpakket. Het werd van hen verwacht en hiermee bevestigden ze dus de eigen status. De ‘zeepbaronnen’ speelden op dit sociaal verwachtingspatroon in. Door zelf kunst aan te kopen, met zogenaamd dezelfde beweegreden, profileerden ze zich als gelijkwaardig aan de gevestigde elite.

           

Belgische kunst in den vreemde

Naast de voortzetting van de Belgische kunsthandel, dient er ook op haar netwerk gewezen te worden. De transacties tussen binnen- en buitenland werden door de oorlog vanzelfsprekend belemmerd, maar wel niet volledig gestaakt. De meeste artiesten vluchtten bij het uitbreken van de oorlog naar het neutrale Nederland, naar Groot-Brittannië of naar Frankrijk. Mede dankzij de hulp van de plaatselijke bevolking en overheid slaagden ze erin terug aan het werk te gaan. Ze stelden hun kunstwerken vervolgens tentoon in lokale exposities waar ze, voornamelijk uit liefdadigheid, werden gekocht. Daarnaast werd kunst ook vanuit België naar het buitenland gesmokkeld om ze op deze manier te beschermen tegen diefstal of vernieling.

Ook meldden heel wat artiesten zich aan bij het Belgische leger. Daar was in mei 1916 de Section Artistique opgericht. Deze artistieke afdeling stond in voor het documenteren van het krijgsleven aan de hand van de beeldende kunsten. Daarna werden deze werken in De Panne en in het buitenland, voornamelijk in Londen en in Parijs, tentoongesteld en verkocht ten voordele van de militairen.

 

Het antwoord

De Belgische kunsthandel stagneerde tijdens de oorlog, maar ze kende geen volledig respijt. Dit beantwoordt Streuvels’ vraag of kunst een plaats had tijdens de oorlog. Men kan bloemen kweken in de hel, laat het dan wel klaprozen zijn, want net als de taaie poppie kon de kunsthandel overleven in een ontwrichte omgeving. 

Bibliografie

Bibliografie

 

BRONNEN

 

 

Onuitgegeven bronnen

 

ANTWERPEN, Archief KMSKA, niet geïnventariseerd: Commissieverslagen 12/01/1914-23/10/1918.

 

BRUSSEL, Archief KMSKB, nr. 5265, dossiers 1-121: Correspondance 1914.

 

BRUSSEL, Archief KMSKB, nr. 5283/A, dossiers 1-15: Correspondance 1915-1917.

 

BRUSSEL, Archief van het Koninklijk Paleis, Archief van het privésecretariaat van koning Albert en van koningin Elisabeth, nr. 637, nota 177: Nota van Lambotte aan koningin Elisabeth, 15 juni 1920.

 

BRUSSEL, Archief van het Koninklijk Paleis, Archief van het privésecretariaat van koning Albert en van koningin Elisabeth, nr. 637, nota 181: Nota aan koningin Elisabeth, 17 november 1920.

 

GENT, Archief MSKG, niet geïnventariseerd: Commissieverslagen 23/07/1915-10/03/1919.

 

 

 

Uitgegeven bronnen

 

‘Antwerpen, Oscar en Floris Jespers’, Onze Kunst, 32 (1917), 95-97.

 

BELPAIRE, M.E., De vier wondere jaren, Brasschaat, 1920.

 

BELPAIRE, M.E., Gestalten in ’t verleden, Brugge, 1947.

 

BERNARD C., ‘Belgische kunstschool’, C., BERNARD e.a. red., L’art Belge en Exil / Belgische Kunst in Ballingschap, Den  Haag, 1918, 5-26.

 

BERTRAND, O. en HAUTEKEETE, S., Rik Wouters, kroniek van een leven, Antwerpen, 1994.:

            Brief van mevrouw Van Vollenhove aan Nic Beets (1915).

            Brief van Rik Wouters aan Georges Giroux (1 oktober 1915).

            Brief van Rik Wouters aan Georges Giroux (15 november 1915).

            Brief van Ary Delen aan Rik Wouters (23 april 1915),          

            Brief van Rik Wouters aan Georges Giroux (18 juni 1915).

            Brief van Rik Wouters aan Georges Giroux (3 juli 1915).

            Brief van Rik Wouters aan Georges Giroux (7 december 1915).

            Brief van Rik Wouters aan Georges Giroux (7 juli 1915).

            Brief van Rik Wouters aan Georges Giroux (eind oktober 1915).

            Brief van Rik Wouters aan Simon Lévy (18 mei 1915).

            Brief van Rik Wouters aan zijn echtgenote (26 januari – 2 februari 1915).

            Brief van Rik Wouters aan zijn echtgenote (31 oktober 1914).

            Briefkaart van Georges Giroux aan Rik Wouters (9 november 1915).

            Briefkaart van Rik Wouters aan Georges Giroux (29 juni 1915).

 

BRANGWYN, F. e.a. red., Belgian Art in Exile, A. Representative Gallery of Modern Belgian Art, Londen, 1916.

 

‘Brusselsche Indrukken, vaderlandsche geestdrift in de straten’, Het Laatste Nieuws (5 augustus 1914), 2. 

 

BUSCHMANN, P., ‘Aan onze lezers’, Onze Kunst, (27) 1915, 1-2.

 

Catalogue de l’exposition anniversaire pour les trente-cinq ans d’activité de la G.G.G., 1911-1946, Galerie Georges Giroux, Brussel, 1946.

 

Catalogue de l’Exposition d’Oeuvres d’Art et d’Objets Précieux, sauvés en Belgique dans la région de l’Yser, Palais Des Beaux-Arts, Parijs, 1916.

 

Catalogue des Tableaux Anciens et Modernes, Composant la Collection de Feu M.V.D.S., Galerie Georges Giroux, Brussel, 1917.

 

Catalogue des Tableaux Modernes Aquarelles, Dessins et Eaux-Fortes, Composant les Collections A. Et C. Zinjé et E. Sacrez, Galerie Georges Giroux, Brussel, 1917.

 

Catalogue des Tableaux Modernes et Anciens Aquarelles et Dessins, Composant la Collection P.E. Marlier, Galerie Georges Giroux, Brussel, 1916.

 

Catalogus der Openbare Veiling der Schilderijen en Voorwerpen, Koninklijk Kunstverbond., Antwerpen, 1917.

 

Catalogus der Openbare Veiling, Joseph Baeckelmans, Antwerpen, 1916.

 

DE BOER, H., ‘Belgische meesters in Holland’, C., BERNARD e.a. red., L’art Belge en Exil / Belgische Kunst in Ballingschap, Den  Haag, 1918, 27-36.

 

DELEN, A., ‘Antwerpen, tentoonstelling Maarten Melsen’, Onze Kunst, 31 (1917), 113.

 

‘De Onafhankelijken’, Gazet van Brussel (25 juni 1917), 2.

 

ELSLANDER, J.F., Figures et Souvenirs d’une Belle Epoque, Brussel, s.d.

 

FIERENS-GEVAERT, H., ‘L’art moderne en Belgique pendant la Guerre’, La Renaissance de l’Art Français et des Industries de Luxe, 6 (1919), 263-276.

 

FREE, F., ‘Brusselsche Kroniek: Onze kunst in de hoofdstad’, Gazet van Brussel (25 juli 1917), 2-3.

 

Gemeenteblad (gepubliceerd zittingsverslag), Gemeenteraad Antwerpen,

 

            1914, Zittingen 13 juli - 28 dec.

            Aanhangsel 1914 (verslag).

            Aanhangsel 1914 (begroting).

            Aanhangsel 1914 (hoofdboekerij).

            Aanhangsel 1914 (rekenstaat).

            Vertogen v/h college 1914.

            1915, Zittingen 24 jan. – 31 mei.

            1915 Zittingen 02 aug. – 15 dec.

            Aanhangsel 1915 (verslag).

            Aanhangsel 1915 (rekenstaat).

            Vertogen v/h college 1915.

            1916, Zittingen 31 jan. – 29 mei.

            1916, Zittingen 24 juli – 11 dec.

            Aanhangsel 1916 (verslag).

            Aanhangsel 1916 (begroting).

            Aanhangsel 1916 (bibliotheek).

            Aanhangsel 1916 (rekenstaat).

            Vertogen v/h college 1916.

            1917, Zittingen 22 jan. – 22 juni.

            1917, Zittingen 06 juli – 17 dec.

            Aanhangsel 1917 (verslag).

            1918, Zittingen 09 febr. – 28 juni.

            1918, Zittingen 23 juli – 16 dec.

            Aanhangsel 1918 (verslag).

            Aanhangsel 1918 (begroting).

            Aanhangsel 1918 (bibliotheek).

            Aanhangsel 1918 (rekenstaat).

 

 

GRATAMA, G.D., ‘Tentoonstelling van Belgische kunst in het Palace-Hotel te Scheveningen’, Onze Kunst, 28 (1915), 123.

 

Het contract met de Galerie Giroux (15 april 1912), O. BERTRAND en S. HAUTEKEETE ed., Antwerpen, 1994.

 

HUYGENS, L., ‘La Cagna des Artistes’, Les Annales, 1779 (1917), 16-17.

 

Katalogus eener merkwaardige verzameling van schilderijen, Jules De Winter, Antwerpen, 1916.

 

KERVYN DE LETTENHOVE, H., La Guerre et les oeuvres d’art en Belgique 1914-1916, Brussel, 1917.

 

‘Kunstkronijk, Onze kunstenaars in Holland’, Vlaamsch Leven, 7 (1916), 268.

 

L’Art flamand et hollandais, Revue mensuelle illustrée, Antwerpen, 22 (1914).

 

L’HOIR, R., Les Artistes et les Expositions Officielles, Soc. Coop. Impr. Générale Auxiliaire de la Fiance, de l’industrie et du Commerce, Brussel, 1916.

 

‘Londen, Belgisch kunstleven in Engeland’, Onze Kunst, 27 (1915), 32.

 

‘Madrid, Exposicion de Arte Belga’, Onze Kunst, 31 (1917), 115-116.

 

MESNIL, J., ‘Open brief aan prof. Dr. Paul Clemen’, Onze Kunst, 28 (1915), 92-95.

 

MESNIL, J., ‘Parijs, tentoonstelling van hedendaagsche Belgische kunstwerken in het Musée du Luxembourg’, Onze Kunst, 27 (1915), 142.

 

MULS, J., Het Rijk der Stilte, de Kunst en de Oorlog, Antwerpen, 1920.

 

Openbare Verkooping der Schilderijen en Kunstvoorwerpen, Koninklijk Kunstverbond, Antwerpen, 1918.

 

PERRET, P., ‘Lausanne, tentoonstelling van Belgische kunst in de Galerij Bernheim’ Onze Kunst, 29 (1916), 56-57.

 

PIERARD, L., ‘De Belgische Kunstenaars en de Oorlog’, Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift, 25 (1915), 169-174.

 

Salon Anti-Boche, Salle Aeolian, Brussel, 1918.

 

STEEN, J., ‘Het herfstsalon te Brussel’, Vlaamsch Leven, 7 (1916), 28 - 46.

 

STREUVELS, S., In oorlogstijd: het volledige dagboek van de Eerste Wereldoorlog, Brugge, 1979.

 

VAN DE WOESTIJNE, K., Verzameld Werk: Het dagelijksch brood II dagboeken en brieven over den oorlog, 1914-1918, Brussel, 1950.

 

VAN PUYVELDE, L., ‘Het werk van de Belgische kunstenaars in Ballingschap’, Onze Kunst, 32 (1917), 43-60.

 

‘Veilingen bij de firma’s Mak, Kleykamp, Frederik Muller & Co.’, Onze Kunst, 34 (1918), 63-64.

 

Veiling van boeken, gravuren, schilderijen, Jos Kockx, Antwerpen, 1916.

 

‘Voor de Kunstenaars’, Het Vlaamsche Nieuws (19 augustus 1915), 3.

 

 

 

 

LITERATUUR

 

ABBENHUIS, M.M., The Art of Staying Neutral, The Netherlands in the First World War, 1914-1918, Amsterdam, 2006.

 

ABBING, H., ‘Over de (on)mogelijkheid van de kunsteconomie’, T. BEVERS, A. VAN DEN BRAEMBUSSCHE en B.J. LANGENBERG red., De Kunstwereld: productie, distributie en receptie in de wereld van kunst en cultuur, Rotterdam, 1993, 21-41.

 

AMARA, M. e.a. red, Une Guerre Totale? La Belgique dans la Première Guerre Mondiale: Nouvelles Tendances de La Recherche Historique (Algemeen Rijksarchief: Studies over de Eerste Wereldoorlog, 11), Brussel, 2005.

 

ARNOUT, A., 'Archimedes Achterna: De Belgische musea tijdens de Eerste Wereldoorlog', Bijdragen tot de eigentijdse geschiedenis, 22 (2010), 55-92.

 

ARNOUT, A., Ce fut un peu le cas d’Archimède!: De Belgische musea tijdens de Eerste Wereldoorlog, Onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Katholieke Universiteit Leuven, departement Geschiedenis, 2008.

 

ARNOUT, A., 'Het adres van de kunst of de kunst van het adres: Locatiepatronen en de verschuivingen op de scène van de Brusselse kunst- en antiekhandel, 1830-1914', Tijdschrift voor Sociale en Economische geschiedenis, 9 (2012), 30-56. 

 

AUBRY, F. e.a., Brussel: Kruispunt van culturen, Antwerpen, 2000. 

 

BARRETT, B.D., Artists on the Edge, the rise of coastal artists’ colonies, 1880-1920, with particular reference to artists’ communities around the north sea, Amsterdam, 2010.

 

BECKER, H.S., Art Worlds, Berkeley, 1984.

 

BERGER, S., FELDNER, H. en PASSMORE, K. red., Writing History. Theory & Practise, New York, 2010.

 

BERNIER, G., L’art et l’argent: le marché de l’art au XXe siècle, Parijs, 1977.

 

BERTRAND, O. en HAUTEKEETE, S., Rik Wouters, kroniek van een leven, Antwerpen, 1994.

 

BIRON, M., La modernité Belge: littérature et société, Brussel, 1994.

 

BOYENS, P., ‘Moderne kunst in ballingschap 1914-1921’, Moderne kunst in België 1900-1945, R. HOOZEE red., Brussel, 1992, 51-95.

 

BOURDIEU, P., The Field of Cultural Production. Essays on Art and Literature, Cambridge, 1993.

 

BOURDIEU, P., The Rules of Art: genesis and structure of the literary field, Stanford, 1996.

 

BURKE, P., The French Historical Revolution: The Annales School 1929-’89, (Key contemporary thinkers, 6), Cambridge, 1990.

 

BURKE, P., Wat is cultuurgeschiedenis?, Utrecht, 2009.

 

CLEMEN, P., Bespreking van E.A. SEEMANN, Kunstschutz im Krieg, Leipzig, 1919, The Journal of Hellenic Studies, 40 (1929), 214.

 

CLEMEN, P., Bespreking van R. MAERE, Belgische Kunstdenkmäler, München, 1923, Revue d’Histoire Ecclésiastique, 19 (1923), 565.

 

DE GEEST, J., ‘Inleiding’, J. DE GEEST en P. DE GRYSE red., Het front in kleur 1914-1918: schilders aan het Belgische front, Brussel, 1999, 1-13.

 

DE GEEST, J. red., Het Belgische kunstboek: 500 kunstwerken van Van Eyck tot Tuymans, Tielt, 2006.

 

DE GRYSE, P., ‘Kunst in het leger tijdens de Eerste Wereldoorlog: De Section Artistique’, J. DE GEEST en P. DE GRYSE red., Het front in kleur 1914-1918: schilders aan het Belgische front, Brussel, 1999, 15-27.

 

DELEVOY, R. en BRYS-SCHATAN, G. red., Jean Brusselmans, Brussel, 1972.

 

DEMARSIN, B., Expertise, veiling en certificaten in de kunsthandel, Brugge, 2009.

 

DEMARSIN, B., Handel in kunstvoorwerpen, Brugge, 2008.

 

DERAEVE, J. red., De Brabantse Fauvisten, Brussel, 1979.

 

DE SCHAEPDRIJVER, S., De Groote Oorlog: het koninkrijk België tijdens de Eerste Wereldoorlog, Antwerpen, 2013.

 

DE SMET, J., ‘De gemiste avant-garde’, Brussel: Kruispunt van culturen, F. AUBRY e.a. red., Antwerpen, 2000. 

 

DE VOEGHT, L., Kunst te koop. De Brusselse avant-gardegalerie 1919-1932, Onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Katholieke Universiteit Leuven, departement Kunstwetenschappen, 2004.

 

DE VOEGHT, L., De galerie voor hedendaagse kunst: Brussel als casestudy, Onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Vrije Universiteit Brussel, departement Archeologie en Kunstwetenschappen, 2005.

 

DEVILLEZ, V., Galeriemodellen, vroeger en nu (BAM-essays), Gent, 2013.

 

DEVILLEZ, V., Kunst aan de orde, kunst en politiek in België 1918-1945, Brussel, 2002.

 

DEWULF, B., Bijlichtingen: Kijken naar schilders, Antwerpen, 2001.

 

Dictionnaire biographique illustré des artistes en Belgique depuis 1830, Brussel, 1987.

 

DUMONT, G.H., 'Résurrection (1917-18), une revue wallonne d'avant-garde sous la première occupation', Le Bulletin de l'Académie royale de langue et de littérature françaises de Belgique, 79 (2001), 127-140.

 

DUVEEN, J.H., Kunstschatten en intrige: Anderhalve eeuw kunstkoopen, Amsterdam, 1935.

 

Economics of the arts: selected essays, Amsterdam, 1996.

 

EEMANS, M. red., De Moderne Schilderkunst in België, Hasselt, 1969.

 

EKSTEINS, M., Rites of spring: the Great War and the birth of the modern age, New York, 2000.

 

FILLIAERT, L., ‘Als de strijd verademt. Kunstleven aan het front’, J. DE GEEST en P. DE GRYSE red., Het front in kleur 1914-1918: schilders aan het Belgische front, Brussel, 1999, 29-40.

 

FLEISCHER, A., e.a., Couleurs de geurre: autochromes 1914-1918 Reims et la Marne, Parijs, 2006.

 

FREY, B.S. en POMMEREHNE, W.W., Muses and Markets: explorations in the economics of the arts, Oxford, 1990.

 

GAIL, B. red., Evidence, history, and the Great War: historians and the impact of 1914-18, New York, 2003.

 

GEIRLANDT, K.J. red., Oude en moderne kunst. Museum voor Schone Kunsten Gent, Gent, 1967.

 

GIUFFRE, K., 'Sandpiles of Opportunity: Succes in the Art World', Social Forces, 77 (1999), 815-832.

 

GOBYN, R., ‘Koningin Elisabeth en de Schone Kunsten’, H. BALTHAZAR en J. STENGERS red., Dynastie en cultuur in België, Antwerpen, 1990.

 

GOBYN, R., ‘Kroniek 1900-1944’, R. HOOZEE red., Moderne kunst in België 1900-1945, Brussel, 1992, 338-400.

 

GOETZMANN, W.N., ‘Accounting for taste: Art and the financial markets over three centuries’, American Economic Review, 83 (1993), 1370-1376.

 

GOETZMANN, W.N., RENNEBOOG, L., en SPAENJERS, C., ‘Art and Money’, American Economic Review, 101 (2011), 222-226.

 

GOYENS DE HEUSCH, S., Het impressionisme en het fauvisme in België, Antwerpen, 1988.

 

GUBIN, E. e.a. red., Dictionnaire des femmes belges: XIXe et XXe siècles, Brussel, 2006.

 

HAUTEKEETE, S., Rik Wouters (1882-1916), ontwikkeling en betekenis van het picturale oeuvre, Antwerpen, 1997.

 

HEIJBROEK, J.F. en WOUTHUYSEN, E.L., Kunstkennis en commercie: De kunsthandelaar J.H. de Bois 1878-1946, Amsterdam, 1993.

 

HENNEMAN, I., ‘Brussel en Antwerpen als centra van de avant-garde, 1917-1925’, R. HOOZEE red., Moderne kunst in België 1900-1945, Brussel, 1992, 95-149.

 

HENNEMAN, I., ‘De Sélection-beweging’, R. HOOZEE red., Moderne kunst in België 1900-1945, Brussel, 1992, 149-187.

 

HEUVELMAN, M., De Antwerpse kunstveilingen 1890-1918: de schilderijen, Onuitgegeven licenciaatsverhandeling, Katholieke Universiteit Leuven, departement Geschiedenis, 1993.

 

HEYMANS, N., De kunstmarkt en de kunsthandel, Onuitgegeven licentiaatsverhandeling Katholieke Universiteit Leuven, departement Geschiedenis, 1989.

 

HOOZEE, R., ‘Kunst in België rond 1900’, O. FAIRCLOUCH, R. HOOZEE en C. VERDICKT red., Kunst in ballingschap: Vlaanderen, Wales en de Eerste Wereldoorlog, Gent, 2002, 53-78.

 

HOOZEE, R. red., Moderne kunst in België, 1900-1945, Antwerpen, 1992. 

 

HUTTER, M. en THROSBY, D., Beyond price: value in culture, economics, and the arts (Murphy Institute studies in political economy, 17), Cambridge, 2011.

 

IMANSE, G., ‘De jaren 1915-1918: Het ontstaan van De Branding en De Stijl’, G. IMANSE e.a. red., Van Gogh tot Cobra. Nederlandse schilderkunst 1850-1950, 135-179.

 

JANSSENS, V., De Belgische frank: Anderhalve eeuw geldgeschiedenis, Antwerpen, 1976.

 

JENSEN, R., Marketing Modernism in Fin-de-Siècle Europe, New Jersey, 1997.

 

JONES, B., en HOWELL, B., Popular arts of the First World War, New York, 1972.

 

KOCH, K., Een kleine geschiedenis van de Grote Oorlog, 1914-1918, Antwerpen, 2010.

 

KOTT, C., Préserver l’art de l’ennemi? Le patrimoine artistique en Belgique et en France occupées, 1914-1918 (Comparatisme et Société, 4), Brussel, 2006.  

 

KRAAYENGA, A., De collectie De Graaff-Bachiene: schilderijen, beeldhouwwerken, tekeningen, grafiek, Gent, 1992.

 

LEFÈVRE, P. en LORETTE, J. red., België en de Eerste Wereldoorlog: Bibliografie (Centrum voor militaire geschiedenis: Bijdragen, 21), 14 dln., Brussel, 1987. 

 

LOIR, C., ‘La politique muséale du jeune Etat belge. L’achat des collections artistiques de la Ville de Bruxelles’, G. KURGAN-VAN HENTENRYK en V. MONTENS red., L'argent des arts: la politique artistique des pouvoirs publics en Belgique de 1830 à 1940, Brussel, 2001, 43-63.

 

LYR, R., Koninklijke Musea van België, Brussel, s.d.

 

MALVERN, S., Modern art, Britain, and the Great War: witnessing, testimony and remembrance, Yale, 2004.

 

MIN, E., De eeuw van Brussel, biografie van een wereldstad 1850-1914, Antwerpen, 2013.

 

MIN, E., Rik Wouters: een biografie, Antwerpen, 2011.

 

MONTENS, V., ‘Finances publiques et art en Belgique (1830-1940)’, G. KURGAN-VAN HENTENRYK en V. MONTENS red., L'argent des arts: la politique artistique des pouvoirs publics en Belgique de 1830 à 1940, Brussel, 2001, 9-25.

 

NATHAN, W.L., ‘Paul Clemen (1866-1947), College Art Journal, 7 (1948), 216-218.

 

OLLINGER-ZINQUE, G. red., Les XX en La Libre Esthétique: honderd jaar later, Brussel, 1993.

 

PAENHUYSEN, A. en VERSCHAFFEL, T. red., 'De strategieën van de roem. Het publieke leven van de kunstenaar, 19e-20e eeuw’, Tijdschrift voor Filologie en Geschiedenis, 83 (2005), 1207-1331.

 

PATTYN, B., Herdenken en vooruitgaan: Lessen voor de eenentwintigste eeuw (Lessen voor de eenentwintigste eeuw, 20), Leuven, 2014.

 

PIRENNE, J., La législation et administration allemandes en Belgique,15 dln., Parijs, 1925.

 

RASKIN, E., Elisabeth van België, een ongewone koningin, Antwerpen, 2005.

 

REYMENANTS, G., Marie Elisabeth Belpaire. Gender en macht in het literaire veld, 1900-1940, Leuven, 2013.

 

RUMOLD, R., The ideological crisis of expressionism: the literary and artistic German war colony in Belgium 1914-1918, New York, 1990.

 

SCHMITZ, T., Die deutschen Kunstvereine im 19. und frühen 20. Jahrhundert. Ein Beitrag zur Kultur-. Konsum- und Sozialgeschichte der bildenden Kunst im bürgerlichen Zeitalter, Düsseldorf, 2001.

 

SCHOONBAERT, L.M.A., Albert Servaes, Tielt, 1984.

 

STEPHENSON, A., ‘From conscription to the depression: the market for modern British art in Londen, c. 1914-1930’, C. GOULD en S. MESPLEDE red., Market art in the British Isles, 1700 to the present: A cultural history, 2012, 57-67.

 

STEWART, C., ‘Een experiment in cultuurbeleid: het mecenaat van Gwendoline en Margaret Davies en de Belgische kunstenaars in Wales 1914-1918’, O. FAIRCLOUCH, R. HOOZEE en A. STUBBE red., Albert Servaes en de eerste en tweede Latemse Kunstenaarsgroep, Leuven, 1956.

 

TALLIER, P.A., ‘De Eerste Wereldoorlog’, P. VAN DEN EECKHOUT en G. VANTHEMSCHE red., Bronnen voor de studie van het hedendaagse België, Brussel, 2014, 705-716.

 

TALLIER, P.A. en SOUPART, S. red., België en de Eerste Wereldoorlog: Bibliografie 2: Werken uitgegeven tussen 1985 en 2000 (Centrum voor militaire geschiedenis: Bijdragen, 35), Brussel, 2001. 

 

TALLIER, P.A. red., Archievenoverzicht betreffende de Eerste Wereldoorlog in België, 2 dln., Brussel, 2010. 

 

THIEME, U. en BECKER, F., Allgemeines Lexikon der Bildenden Künstler, 36 dln., LEIPZIG, 1907-1950.

 

TIEDAU, U., 'De Duitse cultuurpolitiek in België tijdens de Eerste Wereldoorlog', Bijdragen tot de eigentijdse geschiedenis, 11 (2003), 21-45.

 

TOLLEBEEK, J. en VERSCHAFFEL, T., De vreugden van Houssaye, Apologie van de historische interesse, Amsterdam, 1992.

 

TOWSE, R. red., A Textbook of Cultural Economics, Cambridge, 2011.

 

VANBESELAERE, W., De Vlaamse schilderkunst van 1850 tot 1950 van Leys tot Permeke, Brussel, 1976.

 

VAN CAUWENBERGHE, J. en DEBEERST, P., Opus 14-18: kunstenaars aan het front van WOI, Tielt, 2013.

 

VAN HASSELT, L., Schilderen of schieten? De impact van de Wereldoorlogen op het leven en het werk van Alfred Bastien (1873-1955), Onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Katholieke Universiteit Leuven, departement Geschiedenis, 2006.

 

VANDEMEULEBROECKE, D. e.a. red., Museum voor Schone Kunsten Gent (De Standaard museumcollectie, 2), Tielt, 2011.

 

VAN KALCK, M. e.a. red., De Koninklijke musea voor Schone Kunsten van België: twee eeuwen geschiedenis, 2 dln., Tielt, 2003.

 

VAN KALCK, M., ‘Trésor public et trésors artistique. Le financement des Musées royaux des beaux-arts de Belgique (1843-1940), G. KURGAN-VAN HENTENRYK en V. MONTENS red., L'argent des arts: la politique artistique des pouvoirs publics en Belgique de 1830 à 1940, Brussel, 2001, 197-220.

 

VELTHUIS, O. en JOHANNES, M., Talking prices: contemporary art, commercial galleries, and the construction of value, Rotterdam, 2002.

 

VELTHUIS, O., ‘Art Markets’, R. TOWSE red., A Handbook of Cultural Economics, Northampton, 2011, 33-42.

 

VERBIST, V., De geschiedenis van de Galerie Georges Giroux, Onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Katholieke Universiteit Leuven, departement Geschiedenis, 2005. 

 

VERDICKT, C., ‘Kroniek van de Vlaamse kunstenaars in Wales’, O. FAIRCLOUCH, R. HOOZEE en C. VERDICKT red., Kunst in ballingschap: Vlaanderen, Wales en de Eerste Wereldoorlog, Gent, 2002, 53-78.

 

VON DRACHENFELS, D., 1914: The avant-gardes at war, 2013.

 

WHITE, H.C. en WHITE, C.A., Canvases and Careers: Institutional Change in the French Painting World, Chicago, 1993.

 

WILS, L., Onverfranst, onverduitst? Flamenpolitik, Activisme, Frontbeweging, Kalmthout, 2014.

 

WINTER, J. en PROST, A., The Great War in History: Debates and Controversies, 1914 to the Present (Studies in the Social and Cultural History of Modern Warfare, 21), Cambridge, 2006.

Universiteit of Hogeschool
Master in de Geschiedenis
Publicatiejaar
2016
Promotor(en)
Tom Verschaffel
Kernwoorden