Het effect van oude tv-programma’s op de mate van de televisiebeleving. Een experiment bij personen met een lichte vorm van dementie

Kristien De Schepper
Het aantal personen met dementie zal de komende jaren exponentieel toenemen. Ongeveer 35% van hen komt in een woonzorgcentrum terecht en verblijft daar tot aan het overlijden. In woonzorgcentra worden regelmatig activiteiten georganiseerd, maar er wordt ook vaak teruggegrepen naar de tv om de bewoners bezig te houden. Er is reeds onderzoek gebeurd naar de capaciteit van personen met dementie om naar tv te kijken. Daarnaast werd meermaals aangetoond dat oude voorwerpen, oude muziek,... personen met dementie kunnen helpen met het ophalen van herinneringen en dat dit een positieve invloed kan hebben op hun levenskwaliteit. In dit onderzoek werd getracht het huidige onderzoek een andere richting in te sturen en na te gaan wat het effect is van oude tv-programma’s op de televisiebeleving van personen met een lichte vorm dementie.
Er werd een experiment uitgevoerd bij twaalf personen met een lichte vorm van dementie, verspreid over drie Leuvense woonzorgcentra. Televisiebeleving werd gemeten aan de hand van de aandacht en emoties (commentaar geven op de inhoud, lachen, glimlachen en reageren op muziek) tijdens het kijken. Er werd een vergelijking gemaakt van de aandacht en emoties tijdens een oud- en tijdens een recent tv-programma.
Personen met dementie bleken significant meer zonder afleiding te kijken naar een oud tv-programma dan naar een recent tv-programma. Bovendien werd er significant meer commentaar gegeven op de inhoud en lachten de proefpersonen significant meer tijdens een oud- dan tijdens een recent tv-programma.
De resultaten tonen aan dat oude televisiecontent een positieve invloed kan hebben op personen met dementie. Dit onderzoek was slechts een eerste stap in de goede richting. Toekomstige onderzoekers kunnen dit experiment op grotere schaal uitvoeren. Een volgende stap is dat het tonen van oude tv-programma’s geïntegreerd wordt in de dagelijkse zorg binnen woonzorgcentra.

Oude tv-programma's brengen personen met dementie aan het lachen.

Ouderen (60+) kijken meer televisie dan elke andere leeftijdgroep, dit zowel in de privésfeer als in woonzorgcentra. Wanneer de televisie in woonzorgcentra opstaat, wordt er vaak gekeken naar programma’s die op het moment zelf uitgezonden worden. De inhoud van deze programma’s is niet altijd afgestemd op ouderen, maar de kwetsbare groep televisiekijkers zijn vooral personen met dementie. Dementie gaat gepaard met de achteruitgang van het geheugen, ook wel het oprollend geheugen genoemd. De meest recente herinneringen vervagen en herinneringen uit het verleden komen steeds meer op de voorgrond.

Op vraag van het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen onderzocht Kristien De Schepper (alumnus communicatiewetenschappen KU Leuven) daarom of het kijken naar oude tv-programma’s een positief effect heeft op personen met dementie. Ze voerde een experiment uit in drie Leuvense woonzorgcentra en liet afleveringen van Schipper naast Mathilde en Thuis zien. Tijdens deze afleveringen werd het kijkgedrag geobserveerd en wat blijkt? Oude televisie scoort! Er werd significant meer gelachen tijdens een aflevering van Schipper naast Mathilde. Bovendien keken de mensen meer zonder afleiding en werd er meer commentaar gegeven op de inhoud.

Dit onderzoek is een eerste stap naar een verandering van het televisieaanbod in woonzorgcentra. De onderzoeksgroep van dit onderzoek was beperkt, maar de positieve resultaten smaken naar meer. Een groot deel van de tv-programma’s vanuit de jaren ’60 (en later) zijn bewaard gebleven en heruitgegeven op DVD. De Zorgbib van het Rode Kruis heeft bijvoorbeeld een mobiele bibliotheek waar woonzorgcentra gebruik van kunnen maken indien ze oud tv-materiaal willen uitlenen. Naar aanleiding van de resultaten van dit onderzoek wordt hun aanbod alvast uitgebreid.

 

 

 

 

 

 

 

Bibliografie

Adriaens, M. (2003). Blijven kijken. 50 jaar televisie in Vlaanderen. Tielt: Uitgeverij Lannoo. 

Aronson, M. (1993). Does excessive television viewing contribute to the development of dementia. Medical Hypotheses, 41(5), 465-466. doi: 10.1016/0306-9877(93)90128-D

Bohlmeijer, E.T., Steunenberg, B., & Westerhof, G.J. (2011). Reminiscentie           en        geestelijke             gezondheid:     empirische onderbouwing van interventies. Tijdschrift voor gerontologie en geriatrie, 42(1), 7-16. 

Brooker, D., & Duce, L. (2000). Wellbeing and activity in dementia:

a comparison of group reminiscence therapy, structured goaldirected group activity and unstructured time. Aging & Mental Health, 4(4), 354-358. doi: 10.1080/713649967

Buijssen, H. (2007). De beleving van dementie. Eenvoudige gids voor naasten van dementerenden. Utrecht: het Spectrum. 

Cappeliez, P., & O’Rourke, N. (2006). Empirical validation of a model of reminiscence and health in later life. Journal of Gerontology and Geriatric Research, 61(4), 237-44.

Carstensen, L.L. (1992). Social and emotional patterns in adulthood:

support for socioemotional selectivity theory. Psychology and aging, 7(3), 331-338. 

Cooper, C., Mukadam, N., Katona, C., Lyketsos, C.G, Ames, D., Rabins, P., … Livingston, G. Systematic review of the effectiveness of non-pharmalogical interventions to improve quality of live of people with dementia. American Journal of

Geriatric       Psychiatry,       21(2),       173-183.       doi:

10.1016/j.jagp.2012.10.018

Clarke, J. N. (2006). The case of the missing person: Alzheimer’s disease in mass print magazines 1991-2001. Health Communication,

19(3), 269-276. doi : 10.1207/s15327027hc1903_9

Cotelli, M., Manenti, R., & Zanetti, O. (2012). Reminiscence therapy in dementia: a review. Maturitas, 72(3), 203-205. doi: 10.1016/j.maturitas.2012.04.008

Cumming, E. & Henry, W.E. (1961). Growing old. The process of disengagement. New York: Basic Books.

De Deyn, P.P. (2004). Dementie. Medisch, psychosocial, ethisch en preventief. Mechelen: Kluwer. 

De Medeiros, K., Beall, E., Vozzella, S., & Brandt, J. (2009). Television viewing and people with dementia, living in longterm care. A pilot study, Journal of Applied Gerontology, 28(5), 638-348. doi: 10.1177/0733464808330964

Dely, H. (2015). De schat van je leven. Herinneringen ophalen met mensen met dementie, deel 1: herinneringen en dementie. Berchem: EPO vzw. 

Dempsey, L., Murphy, K., Cooney, A., Casey, D., O’Shea, E., Devane, D., … Hunter, A. (2014). Reminiscence in dementia: a conceptual       analysis.          Dementia,        13(2), 176-192.         doi: 10.1177/1471301212456277

Eggermont, S., & Vandenbosch, H. (2002). Het leven voor het scherm. Het belang van televisiekijken voor ouderen in een maatschappelijk en persoonlijk ontwikkelingsperspectief. Tijdschrift voor sociologie, 23(3-4), 483-508.

Gústafsdottir, M. (2015). Is watching television a realistic leisure option for people with dementia?. Dementia and Geriatric Cognitive          Disorders        Extra, 5(1),    116-122.         doi: 10.1159/000369383

Het Nieuwsblad. (2015, 2 december). Uit de oude doos: Koffer vol spullen van vroeger moet dementerenden helpen herinneren. Het Nieuwsblad, p. 14. 

Hoogeveen, F., Groenendaal, M., Mulder, B., Bakker, M., Swinkels, S., & Van Den Berg, M. (2014). Radio Remember. Internetradio voor mensen met dementie. Denkbeeld: tijdschrift voor psychogeriatrie, 6-9.

Hoogeveen, F. (2008). Leven met dementie. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

Jennekens,       F.G.I., &         Jennekens-Schinkel,   A.        (2005).            De dementerende persoon, het testament en de notaris. Weekblad voor Privaatrecht, Notariaat en Registratie, 595-599.

Kolanowski, A, Buettner, L., & Moeller, J. (2006). Treatment fidelity plan for an activity intervention designed for persons with dementia. American Journal of Alzheimer’s Disease & Other

Dementias, 21(5), 326-332. doi: 10.1177/1533317506291074

Lawton, M.P., Van Haitsma, K., & Klapper, J. (1996). Observed affect in nursing home residents with Alzheimer’s disease. Journal of Gerontology, 51(1), 3-14. 

Lin, Y.C., Dai, Y.T., & Hwang, S.L. (2003). The effect of reminiscence on the elderly population: a systematic review.

Public Health Nursing, 20(4), 297-306. doi: 10.1046/j.1525-

1446.2003.20407.x

Lindstrom, H.A., Fritsch, T., Petot, G., Smyth, K.A., Chen, C.H., Debanne, … Friedland, R.P. (2005). The relationships between television viewing in midlife and the development of Alzheimer’s disease in a case-control study. Brain and

Cognition, 58(2), 157-165. doi: 10.1016/j.bandc.2004.09.020

Marshall, M.J., & Hutchinson, S.A. (2001). A critique of research on the use of activities with persons with Alzheimer’s disease: a systematic literature review. Journal of Advanced Nursing, 35(4), 488-496. doi: 10.1046/j.1365-2648.2001.01887.x

McKeith, IG., Galasko, D., Kosaka, K., Perry, E.K., Dickson, D.W., Hansen, L.A., … Perry, R.H. (2001). Consensus guidelines for the clinical and pathologic diagnosis of dementia with Lewy bodies (DLB): Report of the consortium on DLB international workshop. Neurology, 47(11), 1113-11124. doi: 10.1212/WNL.47.5.1113

OCMW Leuven. (23 november 2015). Activiteitenaanbod. Geraadpleegd op 24 april 2016 via http://www.ocmwleuven.be/ouderen/woonzorgcentra/woonzorgcentrumbooghuys/

Östlund, B. (2010). Watching television in later life: a deeper understanding of TV viewing in the homes of old people and in geriatric care contexts. Scandinavian Journal of Caring

               Sciences,      24(2),      233-243.      doi:     10.1111/j.1471-

6712.2009.00711.x

Ramirez, M., Teresi, J.A., Holmes, D., Gurland, B., & Lantigua, R. (2006). Differential Item Functioning (DIF) and the MiniMental State Examination (MMSE). Overview, sample, and issues of translation. Medical Care, 44 (11 Suppl 3), S95S106. 

Redactie. (17 juli 2015). ‘Radio Remember’ voor dementerende ouderen van start. Geraadpleegd op 24 april 2016 via http://www.mediamagazine.nl/radio-remember-voordementerende-ouderen-van….

Roose, H., & Meuleman, B. (2014). Methodologie van de sociale wetenschap. Een inleiding. Gent: Academia Press. 

Rahtz, D.R., Sirgy, M.J., & Meadow, H.L. (1989). The elderly audience: correlates of television orientation. Journal of Advertising, 18(3), 9-20. 

SMEC. (juni    2014). Application      Form. Geraadpleegd via http://ppw.kuleuven.be/home/onderzoek/SMEC.

SMEC. (2016).            Sociaal-maatschappelijk         Ethische          Commissie. Geraadpleegd      via https://admin.kuleuven.be/raden/smec#section-1.

Smits, C. (2010). Van verhalentafel naar verhalenkoffer. Denkbeeld: Tijdschrift voor psychogeriatrie, 22(2), 14-18. 

Soltys, F.G., & Coats, L. (1994). The SolCos model: facilitating reminiscence therapy. Journal of Gerontological Nursing, 20(11), 11-16. 

Steyaert, J., & Meeuws, S. (2015). Langer thuis met dementie. De (on)mogelijkheden in beeld. Berchem: Epo.

Steyaert, J. (2016 (in druk)). Prevalentie: hoeveel personen in Vlaanderen hebben dementie? In M. Vermeiren (Red.), Dementia, van begrijpen naar begeleiden. Brussel: Politeia.

Subramaniam, P., & Woods, B. (2012). The impact of individual reminiscence therapy for people with dementia: systematic review, Expert Review of Neurotherapeutics, 12(5), 545-555. doi: 10.1586/ern.12.35

Thornton, A., Hatton, C., & Tatham, A. (2004). Dementia care mapping reconsidered: exploring the reliability and validity of the observational tool. International Journal of Geriatric Psychiatry, 19(8), 718-726. doi: 10.1002/gps.1145

Verbraeck, B., & van der Plaats, A. (2008). De wonderen wereld van dementie: vanuit nieuwe inzichten omgevingszorg bieden aan dementerenden. Maarssen: Reed Business. 

Van der Goot, M. (2009). Stand van de wetenschap. Televisiekijken in het leven van ouderen: een literatuuroverzicht. Tijdschrift voor communicatiewetenschap, 37(3), 254-267.

Van der Goot, M., Beentjes, J.W.J, & Van Selm, M. (2012). Meaning of television in older adults’ lives: an analysis of change and continuity in television viewing. Aging & Society, 32, 147-

168. doi: 10.1017/S0144686X1100016X

Van Broeckhoven, C. (2006). Brein & Branie. Een pionier in alzheimer. Antwerpen/Amsterdam: Houtekiet. 

Van Gorp, B., & Vercruysse, T. (2012). Frames and counter-frames giving meaning to dementia: A framing analysis of media content. Social Science & Medicine, 74, 1274-1281. doi: 10.1016/j.socscimed.2011.12.045

Vertesi, A., Lever, J.A., Molloy, D.W., Sanderson, Tuttle, I., Pokoradi, & Principi. E. (2001). Standardized Mini-Mental State Examination. Use and interpretation. Canadian Family Physician, 47, 2018 – 2023. 

Waag Society. (2006). Multimediatafels (product). Geraadpleegd op 25       april     2016    via https://www.waag.org/nl/project/multimediatafels-product

Waag Society. (2009). Mobiele Verhalentafel. Geraadpleegd op 25 april      2016    via             http://waag.org/nl/project/mobieleverhalentafel

Westerhof, G.J., Bohlmeijer, E., & Webster, J.D. (2010). Reminiscence and mental health: a review of recent progress in theory, research and interventions. Ageing & Society, 30(4), 697-721. doi: 10.1017/S0144686X09990328

World Health Organization. (april 2016). Dementia (Factsheet Nr.362).       Geraadpleegd op        4          mei,             2016    via http://www.who.int/mediacentre/factsheets/fs362/en/

Woods, B., Spector, A.E., Jones, C.A., Orrell, M., & Davies, S.P. (2005). Reminiscence therapy for dementia. Cochrane database of systematic reviews (Online), 2, 1-38. doi:10.1002/14651858.CD001120

 

Universiteit of Hogeschool
Master of science in de communicatiewetenschappen
Publicatiejaar
2016
Promotor(en)
Baldwin Van Gorp
Kernwoorden
Share this on: