De Belgische federale en regionale fiscaliteit na de zesde staatshervorming: et maintenant, on va où?

Servaas Pylyser
De Zesde Staatshervorming is op financieel en fiscaal vlak een onafgewerkt product. Welke Belgische en Europese regels dient men na te leven bij een toekomstige optimalisatie? Hoe kan een nieuwe staatshervorming de fiscale autonomie van de gewesten verder uitgebreiden?

De Belgische federale en regionale fiscaliteit na de zesde staatshervorming: et maintenant, on va où? Spelregels voor een nieuwe of verdere regionalisering van een belasting, met inbegrip van een geregionaliseerde vennootschapsbelasting.

Het Belgische staatsrecht en fiscaal recht hebben tijdens de laatste decennia een grondige metamorfose ondergaan. Deze verhandeling onderzoekt de haalbaarheid en grondregels van een toekomstige regionalisering van fiscale bevoegdheden. Meteen blijkt dat dergelijke diepgaande wijziging juridisch mogelijk doch onderworpen is aan allerlei spelregels en na te leven fundamenten. Het is tevens duidelijk dat de gewesten aanzienlijk potentieel hebben voor het uitbouwen van een uitgebreidere fiscale autonomie.

Een toekomstige regionalisering aangehaald in de verhandeling kan om verschillende redenen zeker gegrond zijn. De huidige bevoegdheidsverdeling is m.i. het resultaat van een zogenaamd “Belgisch compromis” waarbij de rechtlijnigheid en duidelijkheid van het systeem op bepaalde vlakken ver zoek is. Het is een uiting van de wil om vaak zeer uiteenlopende politieke meningen te verenigen. Een voorbeeld van het gevolg hiervan is de huidige regeling met betrekking tot de gewestelijke opcentiemen op de personenbelasting. Het doel van de scriptie is echter niet het remediëren van deze tekortkomingen en moeilijkheden maar wel het onder meer weergeven van de invulling van het begrip “fiscale autonomie” voor de gewesten en de basisregels die van toepassing zijn bij elke toekomstige financiële regionalisering. Hierbij werd nooit uitgegaan van enige politieke ideologie en werd er steeds gestreefd naar enkel een juridische weergave van het politieke landschap en voornoemde fundamenten van regionalisering.

De uiteindelijke regionaliseringsfundamenten hebben zowel een Belgisch rechtelijke als een Europeesrechtelijke invalshoek. Bij de ontwikkeling en uitvoering van de afgelopen staatshervormingen omlijnden de Belgische wetgever, rechtspraak en rechtsleer de regels die de verhouding bepalen tussen de federale overheid en de gemeenschaps- en gewestoverheden. In deze regels liggen de grenzen van de uitoefening van eigen bevoegdheden en in het bijzonder de financiële bevoegdheden vervat. Zo is het belangrijk dat indien de gewesten meer fiscale autonomie verkrijgen door een uitbreiding van hun fiscale bevoegdheden deze entiteiten zich dienen te onthouden van federaal deloyaal gedrag. Fiscaal deloyale concurrentie wordt op juridisch vlak afgeraden alhoewel volgens bepaalde rechtsleer fiscale concurrentie niet steeds nefast zou zijn voor de belastingplichtigen. Een fiscale regionalisering mag niet resulteren in dubbele belasting en dient de regels van de Belgische economische en monetaire unie te respecteren. Bij de ontwikkeling van de zesde staatshervorming hebben daarenboven verschillende politieke actoren een regelgevend kader ontworpen waarnaar uiteindelijk werd verwezen in de parlementaire voorbereiding van de financiële uitvoeringswet. Deze fundamenten doen eerder dienst als de weergave van het politieke landschap maar fungeren desalniettemin als bruikbare richtlijn met betrekking tot de behandelde materie.

Daarnaast oefent het Europese recht tevens een belangrijke invloed uit die zich voornamelijk situeert binnen de Europese regels van de economische en monetaire unie. De Europese Unie is als interne markt in de loop der jaren uitgegroeid tot een economische en monetaire unie waardoor de gewesten met een uitgebreidere fiscale autonomie door de Unie meer aanspreekbaar zouden worden. De Europese Unie uitte tevens de voorwaarde dat een entiteit die beschikt over meer fiscale bevoegdheden gericht op een uitbreiding van diens fiscale autonomie een drievoudige autonomie dient te hebben. Het gaat in theorie over de mogelijkheid om institutioneel, procedureel en economisch autonoom te kunnen handelen.

Deze verhandeling behandelt niet enkel het vigerende financieringsstelsel, de basiskenmerken van een belasting en fiscale autonomie alsook de principes die gelden bij een financiering. Het raakt tevens de hypothese van een geregionaliseerde vennootschapsbelasting aan. Vooralsnog is het de federale overheid die hier de touwtjes stevig in handen heeft. Desalniettemin gaan er stemmen op die vragen om gewestelijke bevoegdheden inzake deze belasting. Zo roepen onder meer VOKA en de Vlaamse resoluties van 1999 op om de piste te onderzoeken en schreef prof. dr. Axel Haelterman voor de Vlaamse dienst fiscaliteit en begroting in 2007 een heldere en doelgerichte studie omtrent de haalbaarheid van dergelijke regionalisering. Verschillende politieke actoren overwogen tijdens onder meer de onderhandelingen van de zesde staatshervorming deze regionalisering. Uitwerking van dergelijke plannen kwam er echter niet en bij de voorbereiding van de zesde staatshervorming kwam het plan van de regionalisering van de vennootschapsbelasting slechts als geïsoleerde vermelding voor. Het staat echter vast dat de gewesten gezien hun taken inzake materiële economische bevoegdheden op veel vlakken de geschikte entiteiten zouden zijn om een deel of het geheel van bevoegdheden binnen de vennootschapsbelasting uit te oefenen. Deze bevoegdheidsoverdracht zou minstens een al dan niet aanzienlijke uitbreiding van de gewestelijke fiscale autonomie kunnen inhouden.

De regionalisering van de vennootschapsbelasting zou slechts kunnen plaatsvinden indien men enkele grenzen respecteert. Zo dient de fiscale autonomie van de gewesten bij deze beweging effectief toe te nemen. De belastingplichtige mag bovendien op geen enkel vlak de dupe zijn van deze wijziging. Daarnaast gelden er thans binnen de vennootschapsbelasting enkele fiscale incentives die de Belgische economie aantrekkelijker maken. Bij een regionalisering is een gedeeltelijke of integrale afschaffing van deze incentives allerminst aan te raden ook al zou dit in theorie mogelijk kunnen zijn. Zo’n regels zouden een inperking van de gewestelijke fiscale autonomie kunnen inhouden. Dit zou echter rechtvaardigbaar zijn op basis van het argument dat de kleinste nadelige wijziging in gewestelijk beleid in deze context de volledige Belgische economie zou kunnen aantasten. Het onderzoek naar mogelijke regionaliseringsmodellen van de vennootschapsbelasting was het laatste onderdeel van deze verhandeling. Zo kunnen bevoegdheden met betrekking tot de belastbare grondslag en tarieven worden overgedragen. In ieder geval dient een winstverdelingsmodel uitgewerkt te worden. Hierbij is m.i. het CCCTB-plan (“Common Consolidated Corporate Tax Base”) van de Europese Commissie een uiterst handige richtlijn.

Dit onderzoek naar een regionalisering van de vennootschapsbelasting in België en een uitbreiding van de gewestelijke financiële bevoegdheden en fiscale autonomie blijft echter een zuiver theoretisch discours. Of er ooit gebruik van zou worden gemaakt hangt integraal af van het politieke landschap en zou getuigen van een grote hoeveelheid wetgevende moed.

Servaas PYLYSER (Master in de Rechten), 1 oktober 2016.

Bibliografie

Bibliografie

 

A Wetgevingsindex

 

Wetgeving

 

  • Gecoördineerde Grondwet 17 februari 1994, BS 17 februari 1994, 4.054.
  • Bijzondere Wet 6 januari 2014 tot hervorming van de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, tot uitbreiding van de fiscale autonomie van de gewesten en tot hervorming van de nieuwe bevoegdheden, BS 31 januari 2014, 8.594.
  • Bijzondere wet 19 juli 2012 houdende een correcte financiering van de Brusselse Instellingen, BS 22 augustus 2012, 49.268.
  • Bijzondere wet 13 juli 2001 tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten, BS 3 augustus 2001, 26.615.
  • Bijzondere wet 16 juli 1993 tot vervollediging van de federale staatsstructuur, BS 20 juli 1993, 16.774.
  • Bijzondere wet 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, BS 17 januari 1989, 850.
  • Bijzondere wet 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, BS 15 augustus 1980, 9.434.
  • Wet 8 mei 2014 tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 ingevolge de invoering van de gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting als bedoeld in titel III/1 van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten, tot wijziging van de regels op het stuk van de belasting van niet-inwoners en tot wijziging van de wet van 6 januari 2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 78 van de Grondwet, BS 28 mei 2014, 41.630.
  • Programmawet 27 april 2007, BS 8 mei 2007, 25.153.
  • Wet 22 juni 2005 tot invoering van een belastingaftrek voor risicokapitaal, BS 30 juni 2005, 30.077.
  • Wetboek van de inkomstenbelastingen 10 april 1992, BS 30 juli 1992, 17.120.
  • Wet 23 oktober 1991 tot omzetting in het Belgische recht van de Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen, BS 15 november 1991, 25.619.
  • Wet 23 januari 1989 betreffende de in artikel 110, §§ 1 en 2, van de Grondwet bedoelde belastingbevoegdheid, BS 24 januari 1989, 1.217.
  • Nieuwe Gemeentewet 24 juni 1988, BS 3 september 1988, 12.482.
  • Wet 26 juli 1971 houdende organisatie van de agglomeraties en de federaties van gemeenten, BS 24 augustus 1971, 9.782.
  • Wet 3 juni 1957 betreffende de polders, BS 21 juni 1957, 4.403.
  • Wet 5 juli 1956 betreffende de wateringen, BS 5 augustus 1956, 5.205.
  • Provinciewet 30 april 1836, BS 27 november 1891, 1.891.
  • Decreet 17 juli 2015 tot wijziging van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, BS 14 augustus 2015, 52.651.
  • KB 13 augustus 2004 houdende oprichting van de dienst “voorafgaande beslissingen in fiscale zaken” bij de Federale Overheidsdienst Financiën, BS 18 augustus 2004, 62.137.

 

Voorbereidende werken

 

  • Wetsvoorstel van 24 juli 2013 van bijzondere wet tot hervorming van de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, tot uitbreiding van de fiscale autonomie van de gewesten en tot financiering van de nieuwe bevoegdheden, Parl.St. Kamer 2012-2013, nr. 53-2974/001.
  • Wetsontwerp van 25 mei 2001 van bijzondere wet tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten, Parl. St. Kamer 2000-2001, nr. 50-1183/007.
  • Wetsontwerp van 11 oktober 1991 tot omzetting in het Belgisch Recht van de richtlijn van de Raad van Europese Gemeenschappen van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling van moedermaatschappijen en dochterondernemingen, Gedr. St. Senaat 1991-92, nr. 1784/3.

 

B Rechtspraak

 

  • GwH 18 april 2013, nr. 55/2013, BS 24 mei 2013, B.5.2.
  • GwH 20 september 2012, nr. 111/2012, BS 28 november 2012, B. 10 en 11.
  • GwH 6 april 2011, nr. 49/2011, APT 2011, afl. 2, 183.
  • GwH 28 oktober 2010, nr. 123/2010, BS 23 december 2010.
  • GwH 8 juli 2010, nr. 83/2010, BS 12 oktober 2010, B.8.
  • GwH 4 maart 2008, nr. 44/2008, BS 14 mei 2008, B.4.4-B.4.5 en B.6.
  • Arbitragehof 15 september 2004, nr. 146/2004, BS 19 oktober 2004.
  • Arbitragehof 17 juli 2003, 100/2003, B.6.1.
  • Arbitragehof 8 mei 2002, nr. 85/2002, BS 10 september 2002, B.17.
  • Arbitragehof 18 oktober 2001, nr. 128/2001, B.8.
  • Arbitragehof 14 oktober 1999, nr. 109/99, BS 29 oktober 1999, B.5.2.
  • Arbitragehof 23 april 1992, nr. 31/92, BS 11 juni 1992.
  • Arbitragehof 25 februari 1988, nr. 47, BS 17 maart 1988.
  • Adv.RvS (afd. Wetg.) bij Ontwerp Bijzondere Wet tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de gewesten, Parl.St. Kamer 2000-01 nr. 50-1183/001.
  • Cass. 20 mei 2005, AR F.02.0036.N.
  • Cass. 20 mei 2005, AR F.02.0061.N.
  • Cass. 8 juni 1936, Pas. 1936, I, 282.

 

C Rechtsleer

 

Boeken

 

  • AFSCHRIFT, T., GARABEDIEN, D., GLINEUR, P., LECOCQ, A., MORIS, M., NEIRYNCK, O., PEETERS, B. en SEPULCHRE, V., L’évolution des principes généraux du droit fiscal: 20e anniversaire de la maîtrise en gestion fiscale, Brussel, Larcier, 2009, 297 p.
  • ALEN, A. (ed.), CRAENEN, G., JUDO, F., MUYLLE, K., PAS, W., PEETERS, P., SACREAS, Y., THEUNIS, J., VANDAELE, A., VANDE LANOTTE, J., VAN NIEUWENHOVE, J., VAN VYVE, C. en VOS, I., De vijfde staatshervorming van 2001, Brugge, Die Keure, 2002, xvi + 317 p.
  • ALEN, A., DALLE, B., MUYLLE, K., PAS, W., VAN NIEUWENHOVE, J. en VERRIJDT, W. (eds.), Het federale België na de Zesde Staatshervorming, Brugge, Die Keure, 2014, xxviii + 615 p.
  • ALEN, A. en MUYLLE, K., Compendium van het Belgisch staatsrecht: Syllabusuitgave, Mechelen, Kluwer, 2012, 387 p.
  • BEYERS, J., BONBLED, N., VANDENBOSSCHE, E. en VAN DROOGHENBROECK, S. (eds.), Europese voorschriften en staatshervorming, Contraintes européennes et réforme de l’Etat, Brugge, Die Keure, 2013, xii + 424 p.
  • BOERAEVE, C., DEWAEL, Y., ROSOUX, R. en SOETAERT, J., De notionele interesten: van bijna 34% nominaal naar 26% of minder feitelijk tarief in de vennootschapsbelasting in België, Meerbeek, Edipro, 2006, 200 p.
  • BRACKE, S., GOEDERTIER, G. en VANDE LANOTTE, J., België voor beginners: wegwijs in het Belgische labyrint, Brugge, Die Keure, 2014, 317 p.
  • CANTILLON, B. MUSSCHE, N. en PATRICIA, P. (eds.), De gelaagde welvaartsstaat: naar een Vlaamse sociale bescherming in België en Europa?, Antwerpen, Intersentia, 2010, xviii + 285 p.
  • CANTILLON, B., POPELIER, P., SINARDET, D. en VELAERS, J. (eds.), België, quo vadis?: waarheen na de zesde staatshervorming?, Antwerpen, Intersentia, 2012, xv + 369 p.
  • CATTOIR, P. (ed.), Autonomie, solidariteit en samenwerking: enkele belangen van het Belgische federalisme in de 21e eeuw, Brussel, Larcier, 2002, vii + 591 p.
  • CLEMER, G. en VUYE, H., De zesde staatshervorming (eerste fase): het BHV-akkoord of de ultieme vergrendeling, Antwerpen, Intersentia, 2013, 309 p.
  • COUTURIER, J., PEETERS, B. en PLETS, N., Belgisch belastingrecht in hoofdlijnen, Antwerpen, Maklu, 2015, xxv + 1260 p.
  • DARTE, D., HONHON, N. en VAN ACKER, L., L’impôt des personnes physiques, Limal, Anthemis, 2014, 680 p.
  • DE BROE, L., Fiscaal Recht, Leuven, Acco, 2014, 237 p.
  • DE BROE, L. (ed.), Vademecum Fiscale Falconis, Mechelen, Wolters Kluwer, 2015, xiii + 464 p.
  • DE CNIJF, H. en MAES, L. (eds.), Belastingrecht in kort bestek, Antwerpen, Intersentia, 2012, xl + 608 p.
  • DE JONCKHEERE, M., Handboek Lokale en regionale belastingen – Deel 1: Lokaal, Brugge, Die Keure, 2015, x + 330 p.
  • DE JONCKHEERE, M., DELANOTE, M. en MAUS, M., Fiscaal recht: basisbegrippen, Brugge, Die Keure, 2014, 188 p.
  • DE JONCKHEERE, M. (ed.) en PLETS, N., Handboek lokale en regionale belastingen, Brugge, Die Keure, 2010, xiv + 402 p.
  • DELAERE, C., De nieuwe personenbelasting na de zesde staatshervorming: Commentaar bij het fiscale luik van de zesde staatshervorming en de daaruit voortvloeiende wijzigingen op het vlak van de personenbelasting en belasting niet-inwoners, Brussel, Biblo, 2014, 314 p.
  • DELGRANGE, X., DETROUX, L., PEETERS, P., PEETERS, Y., SAUTOIS, J., VANDENBOSSCHE, E., VAN DROOGHENBROECK, S. en VANPRAET, J., Evoluties in het Belgisch coöperatief federalisme, évolutions dans le fédéralisme coopératif belge, Brugge, Die Keure, 2013, vii + 154 p.
  • DE MUYNCK, H., Fiscaal recht in België, Gent, Academia Press, 2011, xiii + 242 p.
  • DE PELSMAEKER, T., GOEDERTIER, G., GOOSSENS, J., HAECK, Y. en VANDE LANOTTE, J., Handboek Belgisch publiekrecht: Deel I. Inleiding tot het Belgische Publiekrecht, Brugge, Die Keure, 2014, xxxi + 791 p.
  • DE PELSMAEKER, T., GOEDERTIER, G., GOOSSENS, J., HAECK, Y. en VANDE LANOTTE, J., Handboek Belgisch publiekrecht: Deel II. Basiskenmerken van de Belgische staatsstructuur, Brugge, Die Keure, 2015, xxxii + 1541 p.
  • DELANOTE, M., MAUS, M. en SPRUYT, A., Fiscaal recht: basisbegrippen, Brugge, Die Keure, 2012, 25.
  • DUMONT, H., EL BERHOUMI, M. en HACHEZ, I. (eds.), La sixième réforme de l’Etat: l’art de ne pas choisir ou l’art du compromis?, Brussel, Larcier, 2015, 250 p.
  • FALTER, R., Tweedracht maakt macht: wegwijs in het federale België, Tielt, Lannoo, 1994, 129 p.
  • FELIS, M. en HAELTERMAN, A., Vennootschapsbelasting doorgelicht: een inzichtelijk handboek, Brugge, Die Keure, 2015, xx + 343 p.
  • FELIS, M. en HAELTERMAN, A., Vennootschapsbelasting doorgelicht: een inzichtelijk handboek, Brugge, Die Keure, 2012, xx + 327 p.
  • GRIGORIOU, P. (ed.), L’europe unie et sa fédéralisation, Brussel, Bruylant, 2009, xii + 187 p.
  • HAELTERMAN, A., Vermogensorganisatie, Leuven, Cursusdienst Koninklijk Vlaams Rechtsgenootschap, 2015, 69 p.
  • HEREMANS, D., HEYLEN, E., VANDERVEEREN, C. en VAN ROMPUY, P., De Economische en Monetaire Unie in de Belgische Staatshervorming: juridische en economische aspecten, Antwerpen, Maklu, 1987, 250 p.
  • HEREMANS, D., MOESEN, W. en VAN ROMPUY, P., Bedenkingen bij de nieuwe financieringsvoorstellen voor gewesten en gemeenschappen, Leuven, KUL. Centrum voor economische studiën, 1988, 50 p.
  • LOECKX, F., NEYENS, G. en VAN DIONANT, R., Overzicht van de belastingwetenschap, Brussel, Ministerie van financiën. Administratie der directe belastingen, 1970, 222 p.
  • LOECKX, F., NEYENS, G. en VAN DIONANT, R., Overzicht van de belastingwetenschap, Brussel, Ministerie van financiën: Administratie der directe belastingen, 1961, 501 p.
  • MATTHIJS, H., Overheidsbegrotingen. 1: Federale Staat, gemeenschappen en gewesten en bijzondere begrotingsstelsels, Brugge, Die Keure, 2009, xxix + 607 p.
  • MEERT, L. en VANDENBROUCKE, F., “Solidariteit, verantwoordelijkheid en autonomie in de staatshervorming. Waarover gaat het? Waartoe dient het?”, De Standaard, september 2010, 55 p.
  • PEETERS, Y., De plaats van samenwerkingsakkoorden in het constitutioneel kader: wat we zelf doen, hoeven we niet alleen te doen, Antwerpen, Universiteit Antwerpen, 2014, 555 p.
  • PEETERS, Y., VANDENBRUWAENE, W., VANPRAET, J. en VELAERS, J. (eds.), De zesde staatshervorming: instellingen, bevoegdheden en middelen, Antwerpen, Intersentia, 2014, xxxviii + 1031 p.
  • RUYSSEVELDT, J., Nieuwe erfbelasting in de Vlaamse codex fiscaliteit, Knokke-Heist, Lex Forum, 2015, 300 p.
  • SAUTOIS, J. en UYTTENDAELE, M. (eds.), La sixième réforme de l’Etat (2012-2013): tournant historique ou soubresaut ordinaire?, Limal, Anthemis, 2013, 610 p.
  • SCHRAM, F., België: een handleiding, Brussel, Politeia, 2014, 950 p.
  • SOTTIAUX, S., De Verenigde Staten van België: reflecties over de toekomst van het grondwettelijk recht in de gelaagde rechtsorde, Mechelen, Kluwer, 2011, 97 p.
  • SPRINGAEL, B., VAN ASBROECK, B. en VAN DE VELDEN, K., Aftrek voor octrooi-inkomsten: geanalyseerd en vergeleken, Brussel, Larcier, 2010, x + 244 p.
  • SPRUYT, E., De integratie van de Vlaamse registratie- en erfbelasting in de Vlaamse Codex Fiscaliteit: algemeen kader, s.l., 2015, 67 p.
  • VAN DEN WIJNGAERT, M. (ed.), Van een unitair naar een federaal België: 40 jaar beleidsvorming in gemeenschappen en gewesten (1971-2011), Brussel, ASP editions, 2011, 242 p.
  • VANPRAET, J., De beginselen van de bevoegdheidsverdeling in het federale België: het dogma van de exclusieve bevoegdheden gerelativeerd, doctoraatsthesis Rechten Universiteit Antwerpen, 2011, xiii + 696 p.
  • VAN ROMPUY, P., “Leidt fiscale autonomie van deelgebieden in een federale staat tot budgettaire discipline?”, in Uitgaven van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten, 2014, 28 p.
  • VERDINGH, Y., Vennootschapsbelasting, Mechelen, Kluwer, 2014, xx + 570 p.
  • VERDINGH, Y., Vennootschapsbelasting, Mechelen, Kluwer, 2015, xx + 583 p.
  • VZW FISKOFOON, Inkomstenbelastingen, 2011-2013, Gent, Larcier, 2015, xix + 701 p.
  • WELLENS, J., Zesde staatshervorming: aardverschuiving in de personenbelasting, Mechelen, Kluwer, 2014, 135 p.

 

Tijdschriften

 

  • DE MUNTER, M., “Administratie preciseert berekening aftrek voor risicokapitaal”, Fiscoloog 2008, afl. 1137, 5-11.
  • DE WEVER, B., “Verslag aan Koning Albert II, 17 oktober 2010”, http://www.briobrussel.be/assets/andere%20publicaties/nota%20de%20wever….
  • E. DI RUPO, “Een efficiëntere federale staat en een grotere autonomie voor de deelstaten. Basisnota van de formateur, 4 juli 2011”, www.deredactie.be/polopoly_fs/1.1058739!file/110704_nota_DiRupo.pdf.
  • HAELTERMAN, A. en KUIJPERS, A., “Spoor A2: Regionalisering vennootschapsbelasting. Overzicht van de haalbare en werkbare modellen”, Steunpunt Beleidsrelevant onderzoek: fiscaliteit en begroting, K.U.Leuven, 2 juni 2007, 25 p.
  • HIMPE, J., “De versplinterde woonfiscaliteit na de zesde staatshervorming”, AFT 2015, 7-13.
  • MUSSCHE, D., “Vlaamse woonbonus ingeperkt vanaf 2015”, Fisc. Act. 2015, 9-12.
  • PEETERS, B., “De krachtlijnen van de fiscale bevoegdheidsverdeling in België na het Institutioneel Akkoord voor de zesde staatshervorming van 11 oktober 2011”, AFT 2012, afl. 2, 4-26.
  • VAN DYCK, J., “Notionele interest: twee geïdentificeerde misbruiken”, Fiscoloog 2011, afl. 1257, 1-3.
  • VOKA, “Staatshervorming 2007 Regionalisering vennootschapsbelasting”, Voka-kenniscentrum Antwerpen 2007, 6 p.
  • X, “Notionele interest: kogel is door de kerk”, Fiscoloog 2005, afl. 972, 4.

 

D Online vindplaatsen

 

 

E Buitenlands bronnenmateriaal

 

Wetgevingsindex

 

  • Richtl.Raad nr. 90/435, 23 juli 1990, betreffende de gemeenschappelijke ficale regeling van moedermaatschappijen en dochterondernemingen, Pb.L. 20 augustus 1990, afl. 225, 6
  • Voorstel (Comm.) voor een richtlijn van de Raad betreffende een Gemeenschappelijke Geconsolideerde Heffingsgrondslag voor de Vennootschapsbelasting, 16 maart 2011, COM(2011) 121/4.
  • OESO Modelverdrag voor Belastingen naar Inkomen en Vermogen 2015.

 

Rechtsleer

 

  • ABRAMS, H. en DOERNBERG, R., Essentials of United States Taxation, Den Haag, Kluwer Law International, 1999, xxviii + 1000 p.
  • ARONSON, J. en HILLEY, J., Financing State and Local Governments, Washington D.C., The Brookings Institution, 1986, 265 p.
  • BANKMAN, J., GRIFFITH, T. en PRATT, K., Federal Income Tax: Examples & Explanations, New York City, Aspen Publishers Online, 2008, xv + 587 p.
  • BLACK, H., A Treatise on the Law of Income Taxation Under Federal and State Laws, Kansas City, Vernon Law Book Company, 1913, xliii + 405 p.
  • BLAKEY, G. en BLAKEY, R., The Federal Income Tax, New York City, Longmans, Green and Co., 1940, 640 p.
  • CLOOTS, E., DE BAERE, G. en SOTTIAUX, S. (eds.), Federalism in the European Union, Oxford en Portland Oregon, Hart Publishing, 2012, xxiv + 414 p.
  • CURRIE, D., The Constitution in the Supreme Court: The Second Century, 1888-1986, Volume 2, Chicago, University of Chicago Press, 1994, 668 p.
  • DUIGNAN, B., The U.S. Constitution and Constitutional Law, New York City, Britannica Educational Publishing in association with Rosen Educational Services, 2013, 200 p.
  • GUGLIELMO, M. (ed.), Taxation of Intercompany Dividends under Tax Treaties and EU Law, Amsterdam, IBFD Publications BV, 2012, 1050 p.
  • HEALEY, J. en SCHADEWALD, M., Multistate Corporate Tax Course, Chicago, CCH, 2008, vi + 261 p.
  • JENSEN, E., The Taxing Power: A Reference Guide to the United States Constitution, Westport, Greenwood Publishing Group, 2005, xvii + 234 p.
  • JUDSON, F., A Treatise on the Power of Taxation, State and Federal, in the United States, Saint Louis, The F. H. Thomas Law Book Co., 1903, xxiii + 868 p.
  • KRAEMER, R., NEWELL, C. en PRINDLE, D., Essentials of Texas Politics, Tenth Edition, Belmont CA, Thomson Higher Education, 2008, xv + 320 p.
  • LANDOLF, U., “Tax and corporate responsibility”, International Tax Review, 2006, 4 p.
  • OECD, Fiscal Federalism 2014: making decentralisation work, OECD publishing, 2013, 136 p.
  • OLSON, M., “The principle of ‘fiscal equivalent’: the division of responsibilities among different levels of government”, American Economic Review, mei 1969, 479-486.
  • RIVIER, J., Introduction à la fiscalité de l’entreprise, Lausanne, Presses Centrales, 1990, xxxvi + 433 p.
  • SHAVIRO, D., Decoding the U.S. Corporate Tax, Washington D.C., The Urban Institute Press, 2009, 206 p.
  • VAN RAAD, K., Materials on International, TP and EU Tax Law 2015-2016: Volume 1, Leiden, International Tax Centre, 2015, 2505 p.
  • VILE, J., Encyclopedia of Constitutional Amendments, Proposed Amendments, and Amending Issues, 1789-2015, 4th Edition, Santa Barbara, ABC-CLIO, 2015, 655 p.
  • WRIGHT, K., Californian Income Tax Manual (2008), Chicago, CCH, 2008, 629 p.

Online vindplaatsen

 

Universiteit of Hogeschool
Master in de Rechten
Publicatiejaar
2016
Promotor(en)
Prof. Dr. Stefan Sottiaux
Kernwoorden
Share this on: