Strange Characters and Wondrous Wordplay. Mikhail Bakhtin’s Theory of the Carnival-Grotesque Roald Dahl’s Work for Children.

Tine De Mol
 
Op 23 november 2005 zal het precies 15 jaar geleden zijn dat Roald Dahl zijn laatste adem uitblies. Sinds de publicatie van James and the Giant Peach (De Reuzenperzik) in het begin van de jaren 1960 werden zijn verhalen door miljoenen kinderen verslonden. De meeste critici en literatuurwetenschappers waren echter minder enthousiast. Zij vonden Dahl een vulgaire antifeministische racist, die geweld en schunnige taal niet schuwde.

Strange Characters and Wondrous Wordplay. Mikhail Bakhtin’s Theory of the Carnival-Grotesque Roald Dahl’s Work for Children.

 

Op 23 november 2005 zal het precies 15 jaar geleden zijn dat Roald Dahl zijn laatste adem uitblies. Sinds de publicatie van James and the Giant Peach (De Reuzenperzik) in het begin van de jaren 1960 werden zijn verhalen door miljoenen kinderen verslonden. De meeste critici en literatuurwetenschappers waren echter minder enthousiast. Zij vonden Dahl een vulgaire antifeministische racist, die geweld en schunnige taal niet schuwde. Tegelijkertijd waren er andere critici – vooral na Dahls dood – die de verhalen met behulp van psychoanalytische en andere wetenschappelijke theorieën verdedigden tegenover de negatieve kritiek. Zij slaagden er wel in elk met hun theorie verschillende delen van de kritiek te weerleggen, maar een volledige weerlegging volgde nooit.

Dat is anders met Mikhail Bakhtins theorie van het carnavaleske en, nauw daarmee samenhangend, het groteske. Hij ziet het ‘carnavalgroteske’ als een manifestatie van de volkscultuur.

 

Carnaval als prettige chaos

Tijdens het carnavalsfeest werd de alledaagse werkelijkheid op alle vakken geparodieerd. Alle wetten, normen en regels werden voor een bepaalde periode overboord gegooid, wat resulteerde in een prettige chaos waarin zelfs de tijd geen zeg meer heeft. Hierdoor werd de carnavalswereld een wereld waarin alles mogelijk was. Het carnavalsfeest werd door alle lagen van de bevolking beleefd, maar na verloop van tijd wensten de hogere lagen van de bevolking zich niet langer te associëren met het “volkse” feest. Vooral sinds de zeventiende eeuw moest alles fatsoenlijk zijn. Alle ‘niet-fatsoenlijke’ dingen werden gezien als slecht of vulgair en kregen daardoor vaak het etiket ‘taboe’ opgeplakt. Het lichaam en zijn functies (van boeren tot winden laten, van baren tot ziekte en sterven) werd door de fatsoenridders gezien als typisch voorbeeld van vulgariteit. Men diende zijn taalgebruik eveneens af te stemmen op de regels van de welgemanierdheid.

 

Reuzen, dwergen en soms heksen

Roald Dahl trekt zich van deze regels niets aan – zoals kleine kinderen zich vaak ook niets aantrekken van het geklaag van hun ouders en andere volwassenen als het op hun taalgebruik aankomt. Rond de taboewoorden hangt immers een sfeer van het verleidelijke verbodene, wat maakt dat kinderen er een hemels plezier in scheppen te pas en vaak te onpas ‘vulgair’ woordgebruik te etaleren. Als we Bakhtins theorie en Dahls populairste kinderboeken (De Reuzenperzik, Sjakie en de chocoladefabriek, De GVR, De Heksen, en Matilda) met elkaar vergelijken, blijkt dat de verhalen wel meer kenmerken van het carnavalgroteske vertonen. De manier waarop de verschillende personages worden geportretteerd, bijvoorbeeld. Sommige critici protesteerden fel tegenover de manier waarop Willie Wonka en de vier ‘stoute’ kinderen worden beschreven. En Wonka’s misbruik van de kleine Oompa-Loompas kon ook niet door de beugel. In de allereerste edities van Sjakie en de chocoladefabriek waren de Oompa-Loompas zelfs zwarte pygmeeën uit Centraal-Afrika, maar onder druk van beschuldigingen van racisme besloten Dahl en zijn uitgevers de Oompa-Loompas een iets ander uiterlijk en andere afkomst te geven. Dit loste het probleem maar gedeeltelijk op, vonden de critici, want het veranderde niets aan het feit dat de kleine wezentjes werden uitgebuit. Maar behoren dwergen – en daarnaast ook reuzen (in De GVR) en heksen niet tot het algemeen folkloristische erfgoed? Ze duiken op in verschillende sprookjes en verhalen, en zijn ook een typisch element van het carnaval – denk maar aan de reuzen van Borgerhout die nog elk jaar door de straten lopen. Ook in de literatuur spelen ze een grote rol. Wie heeft er niet gehoord van de Lilliputters of de reuzen van Brobdingnag uit Jonathan Swift’s Gulliver’s Reizen, die een karikatuur van de ‘gewone’ maatschappij voorstellen? In Dahls boeken zijn de personages vaak onuitstaanbare kinderen of volwassenen, met elk één of meer slechte karaktertrekken die dan serieus werden uitvergroot door de jeugdschrijver.

De Oompa-Loompas verpersoonlijken door hun liedjes de moraal in de omgekeerde wereld die de chocoladefabriek is. Wonka zelf is de ‘clown’ – een figuur die vaker opduikt in zowel de carnavalswereld als in de literatuur (denk maar aan William Shakespeares toneelstukken). En de vier kinderen (net als andere kinderen en volwassenen in de overige boeken) worden dan wel serieus gestraft, maar ze ondergaan een metamorfose – een ander belangrijk element van het carnavalgroteske.

 

Flitspoppers

Het vulgaire taalgebruik tenslotte is eveneens een element van het carnavalgroteske, net als het speels omgaan met de taal (die immers de ‘normale werkelijkheid’ reflecteert). Tijdens de carnavalsperiode was ‘minder beleefd’ taalgebruik immers toegestaan. Dahl spreekt openlijk over boeren en winden laten in De GVR, waarbij de grote held zich helemaal niet stoort aan de etiquette van het hof, integendeel: tijdens het ontbijt met de koningin van Engeland demonstreert hij – ongetwijfeld tot groot jolijt van menig lezer – met alle plezier de kunst van het “flitspoppen” (winden laten).

Daarnaast speelt Dahl met de taal. Hij verzint nieuwe woorden of geeft reeds bestaande woorden een iets andere betekenis, zodat de lezer zich er steeds van bewust is, dat je met taal heel veel verschillende kanten uitkunt. Voor jonge én oude lezers zijn Dahls boeken een waar spraakfestijn. En net als in het carnavalgroteske neemt ‘lachen’ een cruciale plaats in. Want daar draait het allemaal om: een universeel lachen, dat de wereld met zijn angsten en frustraties op de korrel neemt, en zo een nieuwe wereld helpt creëren. En hoewel de carnavalswereld bij Bakhtin na verloop van tijd weer moet plaats ruimen voor de alledaagse realiteit, blijft de carnavalstijd nog lange tijd nazinderen in Dahls boeken.

Bibliografie

Bibliography PRIMARY LITERATURE

Bakhtin, Mikhail. Rabelais and His World, trs.Hélène Iswolsky. Cambridge, Massachusetts : The Massachusetts Institute of Technology Press, 1968.

Dahl, Roald.

Boy: Tales of Childhood. London : Puffin Books, 2001.

Charlie and the Chocolate Factory. London : Puffin Books, 2001.

Charlie and the Great Glass Elevator. London : Puffin Books, 2001.

Collected Short Stories. London : Penguin Books, 1992.

Danny the Champion of the World. London : Puffin Books, 2001.

Esio Trot. London : Puffin Books, 2001.

Fantastic Mr Fox. London : Puffin Books, 2001.

George's Marvellous Medicine. London : Puffin Books, 2001.

Going Solo. London : Puffin Books, 2001.

James and the Giant Peach. London : Puffin Books, 2001.

Matilda. London : Puffin Books, 2001.

The BFG. London : Puffin Books, 2001.

The Enormous Crocodile. London : Puffin Books, 2001.

The Giraffe and the Pelly and Me. London : Puffin Books, 2001.

The Magic Finger. London : Puffin Books, 2001.

The Roald Dahl Treasury. London : Puffin Books, 2003.

The Twits. London : Puffin Books, 2001.

The Witches. London : Puffin Books, 2001.

 

FILMS

 

James and the Giant Peach. Walt Disney Pictures, 1996.

Matilda. Tristar Pictures, 1996.

Willy Wonka and the Chocolate Factory. Wolper Pictures, 1971.

The Witches. Lorimar Film Entertainment, 1990.

 

SECONDARY LITERATURE

--. About: Roald Dahl. Online: <http://www.fantasticfiction.co.uk/authors/Roald_Dahl.htm&gt; [Accessed 04-04-2004]

““ach”: Lustvoller Abbau von Autorität”. Flensburger Tageblatt, 10. Sept. 1983.

Bergen, J. van den. “Roald Dahl. Mogen kinderen hun ouders slaan?”. VPRO-gids, afl. 17 (1983): 3-6.

Berr, Klaus. “Dahl für Kinder”. Münchner Buch Magazin, 15 (Sept. 1982).

Blandford, Sonia. “How to write school reports”. The Guardian. Feb 10, 2004. Online: <http://education.guardian.co.uk/print/0,3858,4854700-48826,00.html&gt; [Accessed 04-04-2004]

Bookbird. Fathers and Sons.  Special Issue, vol. 39, No. 2 (2001).

Bosmajian, Hamida. “Charlie and the Chocolate Factory and Other Excremental Visions”. The Lion and the Unicorn, 9 (1985): 36-49.

Bouchard, Lois Kalb. “A New Look at an Old Favourite: “Charlie and the Chocolate Factory””. Racist and Sexist Images in Children's Books. Writers and Readers Publishing Cooperative [London]. London : 1975: 19-21.

Bristol, Michael D. Carnival and Theater: Plebeian Culture and the Structure of Authority in Renaissance England. New York : Routledge, 1985.

Cameron, Eleanor. “A Reply to Roald Dahl”. The Horn Book Magazine, (April 1973). Online: <http://www.hbook.com/exhibit/dahlresponse_2.html&gt; [Accessed 04-04-2004]

Cameron, Eleanor. “McLuhan, youth and literature[: Part I]”. The Horn Book Magazine, vol. 48, afl. 5 (1972): 433-440. Online:

 <http://www.hbook.com/exhibit/article_cameron1.html&gt; [Accessed 04-04-2004]

Cameron, Eleanor. “McLuhan, youth and literature: Part II”. The Horn Book Magazine, (December 1972). Online: <http://www.hbook.com/exhibit/article_cameron2.html&gt; [Accessed 04-04-2004]

Cameron, Eleanor. “McLuhan, youth and literature: Part III”. The Horn Book Magazine, (February 1973). Online: <http://www.hbook.com/exhibit/article_cameron3.html&gt; [Accessed 04-04-2004]

--. Children’s Book Review, Vol. I (February 1971): 17.

--. Children’s Book Review, Vol. III (September 1973): 114.

--. Children’s Book Review, Vol. VI (October 1976): 35.

Coles, Martin. “Junior Choice: Martin Coles looks at changung tastes in children’s reading matter and compares the classics of old with today’s bestsellers”. The Guardian, Nov 9, 1999. Online: <http://books.guardian.co.uk/print/0,3858,3927934-99943,00.html&gt; + <http://books.guardian.co.uk/print/0,3858,3927935-99943,00.html&gt; [Accessed 04-04-2004]

Cooke, Rachel. “The allure of beaky noses and flappy ears”. The Observer. Jan 11, 2004. Online: <http://observer.guardian.co.uk/print/0,3858,4833447-102280,00.html&gt; [Accessed 04-04-2004]

Cordes, Roswitha (hrsg.). “Vater, Mutter, Schwestern, Brüder: Familie, wie sie im Buche steht”. Schwerte : Katholische Akademie Schwerte, 1987.

Culley, Jonathon. “Roald Dahl “It’s About Children and It’s for Children” – But Is It Suitable?”. Children’s Literature in Education, 22 (1991): 59-73.

Cullingford, Cedric. Children's literature and its effects: the formative years. London : Cassell, 1998.

Dahl, Roald. “Autobiographical Statement” [1972]. In: Educational Paperback Association, Online: <http://www.edupaperback.org/showauth.cfm?authid=24&gt; [Accessed 04-04-2004]

Dahl, Roald. “ “Charlie and the Chocolate Factory”: A Reply”. The Horn Book Magazine, (February 1973). Online: <http://www.hbook.com/exhibit/dahlresponse_1.html&gt; [Accessed 04-04-2004]

Daubert, Hannelore. “Familie als Thema der Kinder- und Jugendliteratur”. Taschenbuch der Kinder- und Jugendliteratur. Band 2: Ausgewählte thematische Aspekte. Hrsg. von Günter Lange. Baltmannsweiler : Schneider Verlag Hohengehren,  2000.

Dirx, R. “Die Wiederentdeckung der Grosseltern”. S.l. : Maier, 1976.

Douwes, Jolan. “Als je je niet wellevender opstelt, geven we je niet meer uit: biografie over his majesty Roald Dahl”. Trouw (7 okt 1993).

Driessens, Koen. “De GVRD (Grote Vriendelijke Roald Dahl)”. Het Belang van Limburg, 1 augustus 1997.

Ewers, Hans-Heino en Inge Wild, ed. Familienszenen: die Darstellung familialer Kindheit in der Kinder- und Jugendliteratur. Weinheim : Juventa, 1999. 

Ewers, Hans-Heino, ed. Komik im Kinderbuch: Erscheinungsformen des Komischen in der Kinder- und Jugendliteratur. Weinheim : Juventa, 1992.

Ewers, Hans-Heino. Literatur für Kinder und Jugendliche: eine Einführung in grundlegende Aspekte des Handlungs- und Symbolsystems Kinder- und Jugendliteratur. München : Fink, 2000.

Ezard, John. “Dahl beats all competitors to collect honour as nation’s favourite author”. The Guardian, March 10, 2000. Online: <http://books.guardian.co.uk/print/0,3858,3972332-99819,00.html&gt; [Accessed 04-04-2004]

Freund, Winfried. “Die Familie in der Krise”. In: Winfried Freund. Das zeitgenössische Kinder- und Jugendbuch. Paderborn [etc.] : Schöningh, 1982.

Geys, Rita. “Een Grote Grimmige Reus”. De Standaard, 13-08-1998.

Ghesquiere, Rita. Het verschijnsel jeugdliteratuur. Leuven : Acco, 2000 (7de ed.) 

Giehrl, Hans E. “Das Vaterbild im Kinder- und Jugendbuch: von Vätern und anderen Ungeheuern”. Arbeitskreis für Jugendliteratur, 1980. 

Heins, Paul. “At Critical Cross-Purposes” [Editorial]. The Hornbook magazine, (April 1973). Online: <http://www.hbook.com/exhibit/editorial_apr73.html&gt; [Accessed 04-04-2004]

Heins, Paul. “ “In Protest” ” [Editorial]. The Hornbook magazine, (February 1973). Online: <http://www.hbook.com/exhibit/editorial_feb73.html&gt; [Accessed 04-04-2004]

Hill, George. “Dahl: Pied Piper with a Magic Pen”. The Times, April 21, 1988.

Hinze, Adrienne. “Das Mädchen als Hexe in der Kinder- und Jugendliteratur der Gegenwart”. Mitteilungen des Instituts für Jugendbuchforschung, afl. 2 (November 1999): 9-23.

Hollindale, Peter. “Roald Dahl: The Conservative Anarchist”. In: Pinsent, Pat [edit.]. Pop fiction: proceedings from the 5th annual British IBBY/MA children's literature conference at Roehampton Institute London [NCRCL papers; vol.5]. London : National Centre for Research in children's literature, 1999: 137-51. 

Holtrop, Aukje. “Roald Dahl, herinneringen aan een onmogelijk mens”. Vrij Nederland (8 jan 1994).

Huijten, Marijke, Heleen Taalman en Angelieke van Zoelen. Roald Dahl. Den Haag : NBLC, 1980. 

Hunt, Peter. An Introduction to Children's Literature. Oxford : Oxford University Press, 1994.

Hunt, Peter [edit.]. Children's Literature: An Illustrated History. Oxford: Oxford University Press, 1995.

Hunt, Peter [edit.]. Children's Literature: The Development of Criticism. London : Routledge, 1993.

Hunt, Peter. Criticism, Theory and Children's Literature. Oxford : Basil Blackwell, 1991.

Hunt, Peter [edit.]. International Companion: Encyclopedia of Children's Literature. London : Routledge, 1998.

Hunt, Peter [edit.]. Literature for Children: Contemporary Criticism. London : Routledge, 1992.

--. “Jeugdboek in de kijker”. P.C. Info (Sted. Ped. Centrum Gent), jan-feb 91 – nr.3.

Joosen, Vanessa. “Afwezige ouders: een zegen of plaag?”. Leesidee jeugdliteratuur, vol. 8, afl. 5 (juni 2002): 222-223.

Jung, Ursula. “Kind und Familie: ein Verzeichnis”. S.l. : Stadtbibliothek, 1977.

Knowles, Murray and Kirsten Malmkjaer. Language and Control in Children's Literature. London : Routledge, 1996.

Kuijken, Belle en Jan Temmerman. “De wraak van Matilda”. De Morgen, zaterdag 14 december 1996: 47.

Künnemann, Horst. “Tretminen im Kinderzimmer: Roald Dahl, Du Anarchist!”. Bulletin Jugend und Literatur, vol. 22, afl. 12 (1991): 13-20.

LaCapra, Dominick. Rethinking Intellectual History: Texts, Contexts, Language. Ithaca : Cornell University Press, 1987.

--. “Letters to the Editor”. The Horn Book Magazine, (February 1973). Online: <http://www.hbook.com/exhibit/letters_feb73.html&gt; [Accessed 04-04-2004]

--. “Letters to the Editor”. The Horn Book Magazine, (April 1973). Online: <http://www.hbook.com/exhibit/letters_apr73.html&gt; [Accessed 04-04-2004]

--. “Letters to the Editor”. The Horn Book Magazine, (June 1973). Online: <http://www.hbook.com/exhibit/letters_jun73.html&gt; [Accessed 04-04-2004]

--. “Letters to the Editor”. The Horn Book Magazine, (August 1973). Online: <http://www.hbook.com/exhibit/letters_aug73.html&gt; [Accessed 04-04-2004]

--. “Letters to the Editor”. The Horn Book Magazine, (October 1973). Online: <http://www.hbook.com/exhibit/letters_oct73.html&gt; [Accessed 04-04-2004]

Liebs, Elke. “Between Gulliver and Alice: Some Remarks on the Dialectic of GREAT and SMALL in Literature”. Phaedrus, 13 (1988): 56-60.

Lindo, Mary Ann. “Roald Dahl was een nare man die mooie boeken schreef”. Het Parool (14 jan 1994).

Loots, Staf. “Wat gisteren nog morgen was: Figuren en thema’s uit de hedendaagse jeugdliteratuur”. Refleks, jaargang 1977-78, nr.1. Uitgeverij J. Van In n.v. – Lier.

Lurie, Alison. Don't Tell the Grown-Ups: The Subversive Power of Children's Literature. Boston : Little, Brown and Company, 1990.

Matt, Peter von. Verkommene Söhne, missratene Töchter. München : Deutscher Taschenbuch Verlag, 2001.

Morris, Steven. “Hollywood finds new taste for Dahl’s chocolate factory”. The Guardian. May 27, 2003. Online: <http://www.guardian.co.uk/print/0,3858,4677279-103681,00.html&gt; [Accessed 04-04-2004]

Morris, Steven. “How Dahl’s Matilda nearly died and James almost rode on a giant cherry”. The Guardian. June 7, 2003. Online: <http://www.guardian.co.uk/print/0,3858,4686102-103690,00.html&gt; [Accessed 04-04-2004]

Morson, Gary Saul, ed. Bakhtin: Essays and Dialogues on His Work. Chicago : The University of Chicago Press, 1986.

Nicholson, Catriona. “Dahl, The Marvellous Boy”. In: Jones, Dudley and Tony Watkins [edits.]. A necessary fantasy? The heroic figure in children's popular culture. New York : Garland, 2000: 309-326. 

Nikolajeva, Maria. Children's Literature Comes of Age: Toward a New Aesthetic. New York : Garland Publishing, Inc., 1996.

Nikolajeva, Maria. From Mythic to Linear: Time in Children's Literature. London : The Children's Literature Association, 2000.

--. The Official Roald Dahl Website. Online: <http://www.roalddahl.com/&gt; [Accessed 04-04-2004]

Pearsall, Judy, ed. The New Oxford Dictionary of English. Oxford: Oxford University Press, 2001

Petzold, Dieter. “ “Schwarzer Humor” in den Kinderbüchern Roald Dahls”. In: Ewers, Hans-Heino. Komik im Kinderbuch: Erscheinungsformen des Komischen in der Kinder- und Jugendliteratur. Weinheim : Juventa, 1992: 151-72.

Petzold, Dieter. “Wish-fulfilment and subversion: Roald Dahl's Dickensian fantasy 'Matilda'”. Children's Literature in Education, vol. 23, afl. 4 (1992): 185-193.

Powling, Chris. Roald Dahl, 13 september 1916 - 23 november 1990: een biografie. [vert.] Huberte Vriesendorp. Baarn : Fontein, 1997.

Rees, David. “Dahl’s Chickens: Roald Dahl”. Children’s Literature in Education, 19 (1988): 143-155.

--. Roald Dahl [Documentatiemappen jeugdliteratuur; vol. 108]. Antwerpen : s.a. Nationaal Centrum voor Jeugdliteratuur (Villa Kakelbont).  

--. Roald Dahl Fans Online: <http://www.roalddahlfans.com/books.php&gt; [Accessed 04-04-2004]

Roest, Bert. De middeleeuwen uit als bron van vermaak: Over de humor in het werk van Rabelais. Online: <http://users.bart.nl/~roestb/franciscan/MEvermaak.html#Inleiding&gt; [18-07-2005]

Round, Julia. “Roald Dahl and the Creative Process: Writing from Experience”. 2000, Roald Dahl Fans Online: <http://www.roalddahlfans.com/articles/crea.php&gt; [Accessed 04-04-2004]

Royer, Sharon E. “Roald Dahl and Sociology 101”. The Alan Review Online: <http://scholar.lib.vt.edu/ejournals/ALAN/fall98/royer.html&gt; [Accessed 04-04-2004]

Rudd, David. A communication studies approach to children's literature. Sheffield : Hallam University press, 1992.

Sarland, Charles. “The Secret Seven vs. The Twits: Cultural Clash or Cosy Combination?” Signal, 42 (Sept. 1983): 155-171.

Schuckens, T. “Dahl: schrijven voor kinderen is een gave”. De Standaard, 24-10-1982.

Seehafer, Klaus. “Zwischen Lachen und Entsetzen: Roald Dahls erstaunliche kleine Matilda”. Frankfurter Allgemeine Zeitung, 14.11.1989.

Simons, Anton. Het groteske van de taal: over het werk van Michail Bachtin. Amsterdam : Sua, 1990.

Smith, David. “The nation’s love affair with stories of childhood”. The Observer, Oct 19, 2003. Online: <http://observer.guardian.co.uk/print/0,3858,4778422-99819,00.html&gt; [Accessed 04-04-2004]

Spufford, Francis. “Pillow talk: Are you snuggled up? Francis Spufford on the magic of bedtime tales”. The Guardian. March 13, 2002. Online: http://www.guardian.co.uk/print/0,3858,4373119-103417,00.html&gt; [Accessed 04-04-2004]

Stephens, John. Language and ideology in children's fiction. London : Longman, 1992.

Sterck, Marita De. “Hoed je voor de rapschranzer”. De Standaard, zaterdag 14, zondag 15 maart 1992: 14

Telgen, Diane [edit.]. “Roald Dahl”. Children’s Literature Review (1997).

Treglown, Jeremy. Roald Dahl: A Biography. San Diego : Harcourt Brace & Company [a Harvest book], 1995.

Truijens, Aleid. “Dahls heimelijke genoegens”. Volkskrant, 21-08-1998.

Velden, Eric van der. “Tussen engel en bulstronk: of hoe Matilda grote mensen te slim af is”. Vrij Nederland (8 dec 1990).

Vice, Sue. Introducing Bakhtin. Manchester : Manchester University Press, 1997.

Vos, Jacques en Conny Meijer. Wegwijs in de jeugdliteratuur. Leiden : Nijhoff, 1985.

Wainwright, Martin. “Old children’s favourites retain magic of Harry Potter”. The Guardian. Sep 23, 2003. Online: <http://www.guardian.co.uk/print/0,3858,4506435-103690,00.html&gt; [Accessed 04-04-2004]

West, Mark I. “Interview with Roald Dahl”. Children’s Literature in Education, 21 (1990a): 61-66.

West, Mark I. “Regression and the Fragmentation of the Self in James and the Giant Peach”. In: Rollin, Lucy and Mark West. Psychoanalytic Responses to Children's Literature. Jefferson, N.C. : McFarland, 1999: 17-22.

West, Mark I. “Roald Dahl's Charlie and the Chocolate factory: a classic that slipped by the gatekeepers”. Journal of Children's Literature, vol. 25, afl. 2 (1999): 18-23.

West, Mark I. “The Grotesque and the Taboo in Roald Dahl’s Humorous Writings for Children”. In: Rollin, Lucy and Mark West. Psychoanalytic Responses to Children's Literature. Jefferson, N.C. : McFarland, 1999: 91-6.

Wikipedia Encyclopaedia. Online :  <http://en.wikipedia.org/wiki/Carnivalesque&gt; [Accessed 03-07-2005 – for the word ‘carnivalesque’]

Zijlstra, Gerlof. “"Ouders zijn natuurlijke vijanden van kinderen": Roald Dahl meest geliefde schrijver van kinderboeken”. Gooi en Eemlander (1988).

Universiteit of Hogeschool
Germaanse Taal -en Letterkunde, Duits-Engels
Publicatiejaar
2005
Share this on: