Pour fuyr le nom de vilayn et meschant. Het duel in de Zuidelijke Nederlanden: aspecten van eer en oneer in de Nieuwe Tijd

Dries Raeymaekers
“Syt ghy een man met eer?” 
Het duel in de Zuidelijke Nederlanden:
Aspecten van eer en oneer in de Nieuwe Tijd.
 
Niet de leeuw is de koning van het dierenrijk, maar wel… de vos! Dat was althans de mening van de Leuvense studenten Delbecq en Naveau, die in februari 1774 in herberg ’t Papegaaiken een verhitte discussie voerden over de juiste Latijnse vertaling van de zin “de vos is de koning der dieren”. Moest het nu “vulpes est rex animalium” zijn, of eerder “vulpes est regina animalium”?

Pour fuyr le nom de vilayn et meschant. Het duel in de Zuidelijke Nederlanden: aspecten van eer en oneer in de Nieuwe Tijd

“Syt ghy een man met eer?” 

Het duel in de Zuidelijke Nederlanden:

Aspecten van eer en oneer in de Nieuwe Tijd.

 

Niet de leeuw is de koning van het dierenrijk, maar wel… de vos! Dat was althans de mening van de Leuvense studenten Delbecq en Naveau, die in februari 1774 in herberg ’t Papegaaiken een verhitte discussie voerden over de juiste Latijnse vertaling van de zin “de vos is de koning der dieren”. Moest het nu “vulpes est rex animalium” zijn, of eerder “vulpes est regina animalium”? De gemoederen liepen hoog op, en wat begon als een gemoedelijk debat ontaardde al snel in een verwoede scheldpartij. Tot drie maal toe vroeg Delbecq zijn tegenstander om met hem naar buiten te gaan, zodat ze hun meningsverschil op straat konden uitvechten. Naveau weigerde echter: hij vond het beneden zijn stand om zich te gedragen als een ordinaire straatjongen. Daarop eiste Delbecq genoegdoening, en prompt daagde hij zijn rivaal uit tot een duel ‘au pistolet’. Naveau aanvaardde. Tijdens de nacht van 26 februari 1774 begaven beide studenten zich ter hoogte van de toenmalige Brusselse poort, waar ze zich op een afstand van 6 passen tegenover elkaar plaatsten. Ze richtten hun pistolen, en vuurden tegelijkertijd. Naveau had pech: door een dom toeval blokkeerde zijn wapen. Delbecq echter had meer succes, want zijn kogel boorde zich in Naveau’s rechterarm. Resultaat van het duel: genoegdoening voor de ene, vernedering voor de andere. Maar geen oplossing voor het taalkundige probleem.

 

Uit bovenstaand ‘banaal’ voorbeeld blijkt dat de hedendaagse populaire opvatting over het duel om eer meestal sterk gekleurd is. Vaak beeldt men zich mooie scenario’s in, gekenmerkt door een overdreven heroïek en een overvloed aan anachronismen. Duels roepen beelden op van felle zwaardgevechten en koelbloedige strijders, van flitsende degens en rokende pistolen, en dit alles overgoten met een flinke portie dramatiek. Blijkbaar heeft het fenomeen zich sinds zijn teloorgang op merkwaardige wijze ingepast in een wat al te romantisch denkkader. Onnodig te zeggen dat ook film en televisie hierin een belangrijke rol spelen. Het verschijnsel oefent dus blijkbaar nog steeds een sterke aantrekkingskracht uit op de hedendaagse mens, maar het gaat hier om een fascinatie die meestal op een onjuiste voorstellingswijze is gebaseerd. Men moet zich immers rekenschap geven van het feit dat een tweegevecht niet altijd handelde over passionele liefdes, extreme wanhoopspogingen of dappere heldendaden, en dat het ook niet altijd eindigde met een bloedige dood. Anders gezegd: de verbeelding strookt, zoals wel meer gebeurt, nauwelijks met de historische feiten.

 

Dat het duel om eer een vooraanstaande plaats innam in het domein van de intermenselijke relaties, hoeft echter geen betoog. Tijdens het Ancien Régime en ook daarna nog zijn er in Europa duizenden gevallen geweest waarbij een conflict tussen twee personen met de wapens werd uitgevochten, al dan niet met dodelijke afloop. Op het eerste gezicht schijnt dit een vreemde zaak: het duel wordt doorgaans immers geassocieerd met ouderwets primitivisme, met een krampachtig vasthouden aan middeleeuwse ‘barbarij’, en kan ogenschijnlijk geenszins worden gerijmd met de ‘moderne’ verworvenheden van de Nieuwe Tijd. In feite echter hoeft deze combinatie helemaal niet zo vreemd te zijn als ze ons voorkomt. Integendeel zelfs. Uit recent historisch onderzoek blijkt dat het tweegevecht net beschouwd moet worden als een belangrijk onderdeel van de Renaissancistische ontluiking van de menselijke individualiteit. En dat heeft alles te maken met de begrippen ‘eergevoel’ en ‘eerherstel’. Waar de eer van de edelman tijdens de middeleeuwen steeds gebaseerd was geweest op zijn positie in het krijgsleven, kwam de focus vanaf de 16de eeuw te liggen op zijn status als gentleman of honnête homme. Moed en dapperheid bleven belangrijk, maar daarnaast begon men aandacht te schenken aan zaken als voorkomend gedrag, wellevendheid en hoofsheid. Gaandeweg creëerde de maatschappelijke elite voor zichzelf een decorum, een systeem van ingewikkelde geplogenheden en gedragingen, dat haar toeliet zich te onderscheiden van andere (lagere) sociale klassen. Termen als courtoisie en civilité werden de centrale pijlers van het aristocratische sociale leven, en natuurlijk zou de burgerij dit gedrag al snel gaan imiteren.

 

Deze omschakeling bracht echter grote consequenties met zich mee. Eén van de voornaamste gevolgen ervan is het feit dat de respectabiliteit en de reputatie van een heer of een dame van stand hoe langer hoe meer gingen afhangen van het oordeel van andere heren en dames uit hun eigen sociale klasse. De mening van derden werd langzamerhand de norm, vandaar ook het toenemend belang van verschillende vormen van zelfpresentatie van het individu. De manier waarop dat individu zich in gezelschap gedroeg, bepaalde immers hoe de anderen over hem zouden oordelen. Daarbij ging het om een complex geheel van allerlei zaken: het vermogen om een beleefde conversatie te voeren, doorspekt met spitsvondigheden; het gekleed gaan volgens de laatste mode; de elegante manier van dansen of schermen; de gracieuze lichaamshouding en lichaamstaal; de kennis van de etiquette;… Vanuit die optiek bekeken was de hier beschreven cultuur een cultuur van de vorm, van uiterlijkheden, van het verborgen houden van de werkelijke gedachten en meningen. Alles was gericht op het aanvaard worden door de andere leden van een groep: het was een maskerade waarin sociale interactie verheven werd tot een kunstvorm.

 

Het hoeft dan ook geen betoog dat de minste inbreuk op het decorum zeer kwalijke gevolgen kon hebben. Zelfs de kleinste fout kon de toorn of spot van anderen opwekken, en dat was een oordeel waaraan geen enkele gentleman zichzelf wilde onderwerpen. En precies hier komt de kern van de zaak bovendrijven: weigeren om je eer te verdedigen stond gelijk aan sociale zelfmoord. Een duel was voor de honnête homme dan ook hét middel bij uitstek om zijn reputatie te zuiveren: de bereidheid om zijn leven op het spel te zetten voor zijn eer werd in hogere kringen beschouwd als één van de belangrijkste eigenschappen van edel en beschaafd gedrag. Dat was niet anders in de Zuidelijke Nederlanden: ook in onze streken kwamen duels veelvuldig voor, in die mate zelfs dat een edict uit 1557 gebruik maakte van de term ‘journellement’ (‘dagelijks’) om de frequentie van de praktijk aan te duiden. Kennelijk was het duel dus niet alleen een zaak van trotse Italianen of heethoofdige Fransen. Ook onze voorouders hechtten veel belang aan hun eergevoel, en zagen er absoluut geen graten in hun toevlucht te nemen tot fysiek geweld om die eer te verdedigen en genoegdoening te verkrijgen. Niet voor niets is de zogenaamde point d’honneur de rode draad die met alle hoofdstukken van het duelverhaal verweven is. En juist dat aspect van eer en oneer zorgde ervoor dat zelfs de meest onbeduidende, banale voorvallen konden leiden tot geweld en bloedvergieten. Zoals bijvoorbeeld de juiste vertaling van een ogenschijnlijk onschuldig zinnetje, tijdens een donkere winternacht in februari 1774…

 

Dries Raeymaekers

Universiteit of Hogeschool
Letteren, departement Geschiedenis
Publicatiejaar
2004
Share this on: