Een pyschoanalytisch literatuuronderzoek naar de psychische structuur van Ludwig Wittgenstein

Bram Lagrou
“Een psychoanalytisch literatuuronderzoek naar de psychische structuur
van Ludwig Wittgenstein” – Bram Lagrou
 
Ludwig Wittgenstein scheert hoge toppen binnen de filosofie. Hij is één van de meest besproken wijsgeren, wordt afgeschilderd als coryfee en zijn inzichten kunnen op veel bijval rekenen. Opmerkelijk is de weinige kritiek aan zijn adres. Alsof hij hoog boven het menselijke uittorent, vanuit een ivoren toren die geen gelijke kent.
Nu kunnen wij ons afvragen of het met de inhoud van zijn vertoog verband houdt.

Een pyschoanalytisch literatuuronderzoek naar de psychische structuur van Ludwig Wittgenstein

“Een psychoanalytisch literatuuronderzoek naar de psychische structuur

van Ludwig Wittgenstein” – Bram Lagrou

 

Ludwig Wittgenstein scheert hoge toppen binnen de filosofie. Hij is één van de meest besproken wijsgeren, wordt afgeschilderd als coryfee en zijn inzichten kunnen op veel bijval rekenen. Opmerkelijk is de weinige kritiek aan zijn adres. Alsof hij hoog boven het menselijke uittorent, vanuit een ivoren toren die geen gelijke kent.

Nu kunnen wij ons afvragen of het met de inhoud van zijn vertoog verband houdt. Is het zo, dat zijn inzichten ons de pure waarheid meedelen, ons deelachtig maken aan een verworven wijsheid, het eindresultaat van jarenlange en geconcentreerde arbeid?

Of is het ook mogelijk dat de ondoordringbaarheid van zijn werk alsook zijn persoon, andere geleerden nog steeds ertoe aanzet te zoeken, begrip na te streven zonder er ooit echt toe te komen? Alsof die wetenschappelijke buitenstaanders zich ervan bewust zijn ondanks alle inspanningen de dichte nevel rond Wittgenstein nooit volledig weg te kunnen nemen en daardoor nooit tot de kern door te kunnen stoten. Hij heeft iets weg van een godheid die ooit verbood hem in een beeld vast te leggen.

 

Wie is die man van weinig woorden, die een publiek volledig in zijn ban kon brengen? Wie is die Cambridgefilosoof die zijn professoraat verguisde en intellectuele gesprekken afdeed als ‘geestelijke prostitutie’? Wat stond hem voor ogen, toen hij tijdens WO I als soldaat moedwillig de meest hachelijke fronten opzocht zonder ooit een kogel af te vuren? Waren zijn precisie en wereldvreemdheid overdreven? Kan het zijn dat intimiteit hem bijzonder moeilijk lag? En is het plausibel te stellen dat de Weense rijkeluiszoon op bepaalde momenten getuigde van een ‘ziekelijke’ geestestoestand? Talrijke vragen die een antwoord behoeven.

 

Onze scriptie is een poging om het mysterie te doorbreken. Wij voeren Ludwig Wittenstein als een treurige prins ten tonele die afstand deed van zijn immense rijkdom en verwoede pogingen ondernam om zich van zijn familiale achtergrond te ontdoen, bij wijze van figuurlijke castratie. Dit gebeuren kadert zich dus allerminst binnen een romantisch kader. Ons onderzoek wijst uit dat Wittgenstein er ultiem niet naar streefde bij zijn geliefde te zijn. Veeleer zocht hij ernaar zichzelf te vervolledigen onder het mom van het algemene belang. Een wereldlijke weldoener om zichzelf op spiritueel niveau veilig te stellen.

De filosofie met haar uitlopers in een mystieke ervaringswereld bleken Wittgensteins’ bevoorrechte schouwtoneel. Voor een empirisch-wetenschappelijke kenniswereld kon hij niet meer dan minachting opbrengen. De theorie die hij stelselmatig uitbouwde – maar in de kern ongewijzigd bleef – sprak wel in woorden, maar poogde eraan te ontkomen. Door te tonen in plaats van te zeggen achtte hij zichzelf in staat de waarheid volledig tot haar recht te laten komen. Op deze wijze schiep hij een cultus van het zwijgen dat hij van groter belang achtte dan vele zinloze of glazen discours. Hem was het om de absolute waarheid te doen, vrij van scherven.

 

Tot op heden werd de vreemde eend Wittgenstein reeds enkele malen met psychiatrische stoornissen geassociëerd. Dit is niet onze eerste bekommernis. Noch de filosoof, noch zijn geschriften horen aan de schandpaal. Ons onderzoek stelt zich daarentegen tot doel diens psychische structuur te ontrafelen, hetgeen duidelijk moet worden onderscheiden van psychiatrische morbiditeit. Meerbepaald onderzoeken wij de hypothese dat Wittgenstein een psychotische positie innam. Dit wil lang nog niet zeggen dat aan hem een steek los zat en dat hij dus onverwijld aan een instelling diende te worden toevertrouwd.

Toch kan er geen twijfel bestaan omtrent het gegeven dat Wittgenstein psychisch leed. Echter, al hetgeen hij ondernam kan mogelijks beter gesitueerd worden binnen het kader van een ander soort logica dan de neurotische die het merendeel van ons voor lief neemt. Zo gezien kunnen zijn activiteiten gelden als pogingen om de interne spanningen op te heffen, om een zekere continuïteit te installeren op de plaats van een alomvattende leegte.

 

Ons vetrekpunt mag duidelijk zijn. Hoe de zaak concreet aanpakken? Allereerst lijkt een bondige introductie in het leven en werk van Wittgenstein onontbeerlijk. Daarbij onderstrepen wij niet alleen de uiterlijk waarneembare feiten. Minstens van even groot belang is ook de manier waarop een bepaald individu met zijn wereld omgaat. Zodoende breiden wij, ondanks verdienstelijke voorgaande pogingen, als eerste de biografie uit met een psychisch gedeelte. Een tweede accent heeft betrekking op het psychoanalytische concept van de herhaling. Immers, in de herhaling valt een eigen dynamiek te lezen. Het is de rode draad doorheen een verhaal.

De herhaling valt binnen ons opzet uiteen in twee luiken. Ten eerste is er de familie met de eigen zeden en gewoonten, normen en waarden, idealen en mythes. Al dan niet in samenhang met het sociocultureel en historisch kader. Welke externe invloeden hebben de jonge Wittgenstein getekend? Met behulp van een volstrekt nieuw instrument (in Europa) brengen we zijn verwantschapsstructuur in kaart. Tijdens een stage in het Centre psychanalytique de traitement pour jeunes adultes psychotiques te Québec konden wij uitgebreid kennis maken met de ethnoanalyse zoals Apollon en collega’s haar concipiëerden. Toepassing op de Wittgensteinfamilie bevestigt de bruikbaarheid ervan.

Ongetwijfeld dienen zich tal van boeiende onderzoeksopportuniteiten aan en kan ook de politiek inzake psychische gezondheidszorg en de eigenlijke klinische praktijk er de vruchten van plukken. Bovendien pleiten wij voor crossculturele onderzoekingen in samenhang met de oorspronkelijke uitvinders. Inmiddels bogen zij reeds op meer dan twintig jaar ervaring inzake psychosenzorg. Ook de link met de Groupe Interdisciplinaire Freundien de Recherche et d’Interventions Cliniques et Culturelles levert een meerwaarde.

Een tweede luik van de herhaling gaat nader in op de persoonlijke dynamiek van Wittgenstein: de herhaling binnen het eigen leven. Bij gebrek aan een reële ontmoeting vallen wij noodzakelijkerwijze terug op Wittgenstein’s geschriften en getuigenissen van derden. Een psychotische structuur maakt zich kenbaar, vertaalt zich naar buiten toe. Daarom nemen wij een aantal verschijningsvormen onder de loep die allemaal binnen de psychotische fenomenologie kunnen kaderen.

Meerbepaald denken wij in eerste plaats aan het verlies van de sociale band, de verhouding ten opzichte van de Ander en ten opzichte van het genot. In tweede instantie hebben wij aandacht voor specifieke uitingen van een schijnbaar uitgebroken psychose bij Wittgenstein. Thema’s zoals de hallucinatie, de waanvorming, taalstoornissen en een aangetast tijd- en ruimtebesef behandelen wij achtereenvolgens. Uit onze minutieuze analyses blijkt niet alleen hoezeer nuancering is aangebracht. Tevens kunnen wij met belanghebbende argumenten voor de dag komen.

 

Zin in avontuur? Lees dan!

Universiteit of Hogeschool
Klinische Psychologie
Publicatiejaar
2004
Share this on: