Zeg het aan niemand dat ik verliefd ben ...

Lien Ingelbrecht Saartje Persijn Bieke Saey
Zeg het aan niemand dat ik verliefd ben…  Een verkennend onderzoek naar relaties en seksualiteitsbeleving bij islamitische meisjes en jonge vrouwen in Vlaanderen.
 
In onze maatschappij is de behoefte aan het begrijpen van hoe anderen hun belevenissen zien, nog nooit zo groot geweest.  Seksualiteit en islam zijn daarin elk op zich actuele thema’s, maar tegenover seksualiteit én islam samen lijkt er terughoudendheid te bestaan.  Literatuur over dit thema is in België dan ook zeldzaam.
Het doel van het onderzoek, gevoerd door drie studentes Vergelijkende Cultuurwetenschap van de Universiteit Gen

Zeg het aan niemand dat ik verliefd ben ...

Zeg het aan niemand dat ik verliefd ben…  Een verkennend onderzoek naar relaties en seksualiteitsbeleving bij islamitische meisjes en jonge vrouwen in Vlaanderen.

 

In onze maatschappij is de behoefte aan het begrijpen van hoe anderen hun belevenissen zien, nog nooit zo groot geweest.  Seksualiteit en islam zijn daarin elk op zich actuele thema’s, maar tegenover seksualiteit én islam samen lijkt er terughoudendheid te bestaan.  Literatuur over dit thema is in België dan ook zeldzaam.

Het doel van het onderzoek, gevoerd door drie studentes Vergelijkende Cultuurwetenschap van de Universiteit Gent voor hun licentiaatsverhandeling, is dan ook inzicht te verwerven in de leefwereld van islamitische meisjes en jonge vrouwen in Vlaanderen en meer bepaald in hun seksualiteitsbeleving.  De term ‘verkennend’ geeft het best de geest weer van deze eindverhandeling daar deze eerder gezien kan worden als één van de eerste stappen naar ruimer onderzoek omtrent dit onderwerp in België. 

Er wordt vooral aandacht besteed aan de zaken die vanuit het referentiekader en de situatie van deze meisjes en jonge vrouwen op dit terrein van belang zijn. 

De onderzoeksvraag waarrond gewerkt werd, is de volgende: “Welke zijn de interpretaties en wat is de betekenisgeving die islamitische meisjes en jonge vrouwen in Vlaanderen geven aan het concept seksualiteit?”

Aan 52 meisjes en jonge vrouwen werd gevraagd naar hun mening, opvatting en gedraging, alsook naar hun ideeën omtrent de opvattingen en gedragingen van (andere) islamitische meisjes en jonge vrouwen betreffende relaties en seksualiteit.  Vooreerst kwamen de thema’s relaties, seksuele opvoeding en de invloed van religie aan bod. De onderzoeksters kozen voor een ‘face to face interview’ vanuit de overtuiging dat deze manier het meest efficiënt en effectief zou zijn.  Anonimiteit wordt zo gegarandeerd en sociale controle tot een minimum gereduceerd. De onderwerpen werden aangeraakt via open vragen, waardoor de informant haar verhaal kon vertellen.  Zij maakten ook gebruik van stellingen, meer bepaald uitspraken van Marokkaanse vrouwen, om iets meer te weten te komen over hoe de informanten dachten over meer gevoelige onderwerpen zoals: maagdelijkheid bij meisjes en jongens, seks voor het huwelijk, lichamelijk contact, abortus, anticonceptie en sterilisatie.  Dit leek een goede manier om reacties en stellingname uit te lokken, zonder dat de informantes schrik moesten hebben om de persoonlijke mening van de interviewsters aan te vallen, aangezien de uitspraken niet van hen persoonlijk kwamen.   Andere belangrijke thema’s die besproken werden aan de hand van de stellingen zijn: partnerkeuze, (gemengde) huwelijken, scheiding, kinderwens en tenslotte onvruchtbaarheid.

Dit onderzoek heeft een schat aan informatie opgeleverd, verwerkt in 250 pagina’s.  Dit artikel beperkt zich tot een greep uit de voornaamste onderzoeksresultaten.

Uit dit onderzoek blijkt dat seksuele voorlichting noodzakelijk is om ‘juiste’ informatie omtrent seksualiteit te vernemen.  Binnen de islamitische huiselijke sfeer lijkt openlijk praten over relaties en seks(ualiteit) nog steeds taboe.  De summiere informatie gegeven in sommige gezinnen blijft beperkt tot menstruatie, het behoud van maagdelijkheid en de huwelijksnacht.  Er is een significant verschil in de moeder-dochter relatie voor en na de verloving.                                                                                Het onderwijs wordt aanzien als het belangrijkste informatiekanaal voor seksuele voorlichting.  De manier waarop voorlichting gegeven wordt in het onderwijs wordt door de informanten vaak bekritiseerd.  De grootste kritiek is dat seksuele voorlichting vanuit een té Westers standpunt wordt bekeken en daardoor weinig aansluit bij de eigen leefwereld.  Het verenigen van oude en nieuwe waarden omtrent seksualiteit is niet altijd vanzelfsprekend.  Ondanks de eventuele voorlichting thuis, de seksuele opvoeding op school of via andere informatiebronnen blijken er misverstanden of leemtes te zijn in de seksuele opvoeding bij islamitische meisjes en jonge vrouwen.  In het algemeen wordt het geven van seksuele voorlichting dus belangrijk geacht.  Persoonlijk vinden zij dit niet altijd een prioriteit, maar het wordt wel belangrijk geacht voor de Vlaamse leeftijdsgenoten en het algemene belang.  Ze vinden het ook belangrijk dat hun kinderen later voorgelicht worden. 

Relatievorming is een belangrijk aspect in het leven van de informantes.   Hun vriendenkring bestaat voornamelijk uit vrouwelijke familieleden en vriendinnen.  (Openlijke) omgang met jongens wordt vaak vermeden uit angst voor een ‘slechte’ reputatie.  Zowel bij hun vrienden als bij hun partner is betrouwbaarheid een belangrijke eigenschap.

Een partner ontmoeten gebeurt op vele manieren.  Dit blijkt niet altijd probleemloos te verlopen.  ‘Zeg het aan niemand …’ is hierin de teneur.  Zelf een partner kiezen is veelal een wens, maar vaak niet vanzelfsprekend.  Ook willen de meisjes hun partner leren kennen.  Dit dient wel binnen bepaalde grenzen te gebeuren. 

De ‘grens der maagdelijkheid’ mag zeker niet overschreden worden.  Maagdelijkheid is een centrale waarde: in de islam geldt het verbod op voorhuwelijkse seks zowel voor jongens als meisjes, maar in praktijk zijn het vooral de meisjes die de regel moeten naleven.  Slechts enkele van de geïnterviewde meisjes gaven aan ontmaagd te zijn voor hun huwelijk.  Kortom, de meeste meisjes houden zich aan de maagdelijkheidsnorm, ook al vinden zij die vaak absurd.  Belangrijke redenen om maagd te blijven tot aan de huwelijksnacht zijn de reputatie van de ouders, hun eigenwaarde alsook het verstoten worden door hun man.  Bijna alle meisjes beseffen heel goed dat ook jongens maagd moeten blijven volgens de koran, maar het voorhuwelijkse seksuele gedrag van moslimjongens vinden zij in praktijk zeer verschillend.  De belangrijkste reden is dat er bij jongens geen enkel controleerbaar fysiek bewijs is.

Maar over het algemeen ervaren de meisjes een zekere ambiguïteit: “Een partner hebben mag, een relatie hebben mag niet!” 

Eenmaal een partner, is er een huwelijksverwachting vanuit de omgeving.  Ook de meisjes slaan het huwelijk hoog aan.  Samenwonen is voor velen geen probleem meer, maar wordt niet (altijd) geaccepteerd door ouders en omgeving. De religieuze voorwaarde is de best gekende huwelijksvoorwaarde en dit vertaalt zich in de, al dan niet vrijwillige, keuze voor een islamitische partner.  Met sommige huwelijksplichten gaan ze niet altijd akkoord.  Vooral met gehoorzaamheid aan de echtgenoot hebben ze een probleem.  De meest voorkomende huwelijksvorm is het min of meer gearrangeerde huwelijk.  Gedwongen huwelijken vinden ze veelal onaanvaardbaar. 

De algemene gedachte over echtscheiding is de volgende: “als het moet dan moet het”, maar er moet een ernstige reden voor zijn.  Overspel, mishandeling en de “verkeerde man” zijn zo’n redenen. 

Voor homoseksualiteit zijn er geen excuses.  Dat is volledig taboe.

Anticonceptie is vrij goed gekend door de informanten, vooral de pil en het condoom.  Er is een groot verschil in houding ten aanzien van anticonceptiegebruik voor en na het huwelijk. Misvattingen omtrent anticonceptiegebruik zijn vrij reëel.

Wel wordt bewuster gekozen voor het al dan niet krijgen van kinderen.  De meningen over een bewust kinderloos huwelijk zijn verdeeld.  Er is evolutie merkbaar van grote gezinnen ten voordele van kleinere gezinnen. 

De informanten zeggen principieel tegen abortus te zijn, maar sommigen zien naast de islamitische wetgeving, ook nog andere omstandigheden waarin abortus aanvaardbaar is.  Anderen zijn dan weer tegen abortus in elke situatie.

Religie is evenals cultuur, traditie, opvoeding en sociale controle een beïnvloedende factor op de relatie- en seksualiteitsbeleving van de meisjes.  Het aandeel in de beïnvloeding van islam als religie en dat van islam als cultuur is niet duidelijk af te bakenen.  Religie en cultuur zijn met elkaar verweven.  Er is enorme sociale controle die het doen en laten van de meisjes beïnvloedt.  Vooral om hun reputatie en de eer van de familie hoog te houden, worden ze als het ware gedwongen hiermee rekening te houden.

 

Dit is een heel summiere samenvatting.  Voor de uitgebreide versie verwijzen we naar de eindverhandeling: Ingelbrecht, Persijn & Saey.(2002).  “Zeg het aan niemand dat ik verliefd ben.  Een verkennend onderzoek naar relaties en seksualiteitsbeleving bij islamitische meisjes en jonge vrouwen in Vlaanderen.” Eindverhandeling Vergelijkende Cultuurwetenschap, UG. 

Of raadpleeg ook volgende website: http://www.flwi.rug.ac.be/cie/ingpersaey/index.htm

 

Universiteit of Hogeschool
Publicatiejaar
2002
Share this on: