Muizenissen

Mannu Wuyts
Muizenissen
Heeft minister Vanderpoorten een plan met ICT in het onderwijs?
Mannu Wuyts
Van informatie- en communicatietechnologie (ICT) wordt vaak verwacht dat het auto­matisch nieuw en beter onderwijs zal gene­reren. Onder­wijs staat sinds eeuwen onder druk van veranderingen, zij het maat­schappelijke, sociale, culturele, ethische of techno­logische. De socio-economische druk op scholen om in de toekomst gebruik te maken van ICT zal zeker nog toenemen.

Muizenissen

Muizenissen
Heeft minister Vanderpoorten een plan met ICT in het onderwijs?

Mannu Wuyts

Van informatie- en communicatietechnologie (ICT) wordt vaak verwacht dat het auto­matisch nieuw en beter onderwijs zal gene­reren. Onder­wijs staat sinds eeuwen onder druk van veranderingen, zij het maat­schappelijke, sociale, culturele, ethische of techno­logische. De socio-economische druk op scholen om in de toekomst gebruik te maken van ICT zal zeker nog toenemen.

Toch is een balans nodig tussen persoon­lijk­heids­vorming, opleiding voor de arbeids­markt en de ontwikkeling van vaar­digheden.

Beter onderwijs met ICT?

Zoals ook bij eerdere “nieuwe” technologie draagt ICT de droom in zich op grootse veran­deringen. Toch kan onderzoek geen onbetwistbare con­clu­sies aandragen van de positieve effec­ten in onder­wijs. Moeten we dan wel ICT ge­bruiken op school? Toch wel. Al treedt ICT zelden op als aan­zet tot belangrijke onderwijs­vernieu­wing, het kan een belangrijke hef­boom zijn. ICT kan variatie brengen in de onderwijsvormen, zal materiaal gemakkelijker bereikbaar maken en meer up-to-date. Communiceren wordt gemak­ke­lijker en schrijven eenvoudiger.

Bovendien kunnen we ICT niet meer bannen. Het wordt al gebruikt en zal in de toe­komst nog meer gebruikt worden, ook buiten de school. Het is echter maar vanuit een filosofie, een overtuiging, een visie, dat de nodige randvoorwaarden kunnen geschapen worden die een zinvolle implementatie van ICT in het onder­wijs mogelijk maken.

Kroniek van de aankondiging van een beleidsplan

Marleen Vanderpoorten, minister van Onderwijs en Vorming, heeft al vaak aan­ge­kondigd dat ze op zoek zal gaan naar een visie voor wat betreft ICT en onderwijs. Het is onthutsend vast te stellen dat die visie er maar niet komt.

In september 2000 stelt minister Vanderpoorten dat ze ICT snel en efficiënt wil implementeren in het onderwijs. Ze noemt het een prioriteit.

In december van hetzelfde jaar organiseert de minister een ICT-forum omdat de materie zo complex is geworden dat er meer overleg tussen de betrok­kenen nodig is. Daarbij verkondigt ze uitdrukkelijk dat dit zal uitmonden in een geïntegreerd ICT-beleidsplan dat zal voorgesteld worden begin 2001. Helaas, er is toen niets uit de bus gekomen.

Na een parlementaire vraag in februari 2001 drukt de minister de hoop uit om deze visietekst aan de commissie te kunnen voorleggen na de paasvakantie (2001!). Helaas, er komt weer niets uit de bus.

Na de paasvakantie, op 19 april, kan de minister alleen maar melden dat eraan gewerkt wordt.

In september 2001 deelt ze mee dat de lang beloofde tekst uiterlijk die maand nog mag verwacht worden en belijdt ze: “We moeten ook een visie ontwikkelen: waar willen we naartoe met de com­puters op school? Mijn buitenlandse collega’s weten het ook (sic) niet.” 

De minister doet de waarheid daarmee geweld aan. Landen als Zweden en het Verenigd Koninkrijk bewijzen het tegendeel.

Ook in september komt er niets uit de bus.

Marleen Vanderpoorten blijft echter onverstoor­baar en verkondigt in december 2001“(…) dat er de voorbije jaren weinig aandacht is gegaan naar een visie op het gebruik van computers in het onder­wijs. (…) Daarom is er een visietekst omtrent ICT opgesteld die op korte termijn aan de commissie zal worden voorgelegd.” 

In maart 2002 krijgen een paar duizend scholen een brief van de minister. Daarin is de visie van de minister nog steeds uitdrukkelijk zoek. Wel blijft ze enthousiast haar beleidstekst aan­kon­di­gen.

Ook in april, op een themadag over ICT en onderwijs komt nog steeds geen uitgewerkte visie boven water al had de minister het wel voor de zoveelste keer aangekondigd.

Na zowat twee jaar is nog steeds geen uitdrukkelijke ICT-beleidstekst gepubliceerd. Het tekent …

Infrastructuur slokt budget bijna volledig op

Sinds 1996 besteedt de Vlaamse overheid uitdruk­kelijk aandacht aan ICT in het onderwijs. In 1999 werd 1 020 mil­joen frank inge­schre­ven voor nieu­we media. In 2001 was dat 1 040 miljoen. Dat is “slechts” een toename met 20 miljoen, in sterk contrast met een studie van het VVKSO (Vlaams Verbond van het Katholiek Se­cundair Onderwijs) die stelt dat een behoorlijk ICT-plan voor het secundair onderwijs 5,5 miljard BEF per jaar kost. Daarover zijn trouwens vele specialisten het eens.

Het beleid dat de Vlaamse over­heid inzake ICT in het onderwijs voert is een stimuleringsbeleid. Ze zet dus campagnes op om te informeren en te sensibi­liseren, zorgt voor nascholing, en via subsidiëring stimuleert ze scholen om ICT in te voeren. Dit beleid berust op vijf pijlers: infra­struc­tuur, ondersteuning, vorming, inter­nationalisering, eva­lu­atie en onderzoek. Om een beeld te krijgen van het belang dat aan ieder van die pijlers wordt meegegeven, is een blik op de verdeling van het budget aangewezen.

Van de zowat 4,5 miljard frank die sinds 1997 werd geïnves­teerd in ICT in het onderwijs gaat ruim 90% naar infrastructuur: de aankoop van apparatuur, het voorzien van Inter­net­ver­bin­din­gen e.d. Slechts 6% diende voor de onder­steuning. Slechts iets meer dan 3% gaat naar vor­ming. Wetenschappelijk onderzoek over ICT in het onder­wijs moet het stellen met minder dan een halve procent van de middelen. De overheid kan bezwaarlijk beweren dat ze daar veel belang aan hecht.

Als de overheid quasi uitsluitend materiële hulp biedt dan zal wellicht een groot deel van de het geïnvesteerde weggegooid geld zijn.

Is er nog hoop? Bij het doornemen van voor­be­rei­den­de documenten voor het lang verwachte ICT-beleids­plan lezen we: “Toen met het ICT-beleids­plan werd gestart werd er gefocust op een aantal drin­gende behoeften en noden: het voorzien van de nodige basis­infra­structuur en de vorming van leerkrachten. De uitdagingen en mogelijkheden van ICT in het onderwijs reiken evenwel verder. Vandaar dat er een dringende noodzaak bestaat het beleid bij te sturen.” 

Vandaag gaat een groter deel van de budgetten naar ondersteuning. Het aandeel voor vorming en onderzoek blijven helaas bijzonder klein.

Bovendien kan het discours misleiden. Minister Vanderpoorten geeft de indruk dat ze bijkomende budgetten biedt om in de scholen ICT-coör­di­na­toren te voorzien. Daarbij zijn alvast twee belangrijke bedenkingen te maken.

De begroting maakt het mogelijk één ICT-coör­dinator aan te stellen per 2 500 leerlingen. Hij of zij zal dus voor een zestal scholen instaan en voort­du­rend pendelen. Iedere school kan dan zowat een halve dag per week op zo’n coör­dinator beroep doen. Dat is voorwaar een druppel op een hete plaat.

Bovendien gaat het over een vestzak-broekzak-operatie. Waar in 1999 via het infrastruc­tuur­project PC/KD nog 1 500 frank per leerling gesubsi­dieerd werd, blijft voor het huidige schooljaar nog amper één euro per leerling over. De overheid schijnt zich er niet van bewust dat het niet volstaat om de ratio van één computer per tien leerlingen eenmaal te berei­ken maar dat ICT een permanente kost vormt voor de scholen.

De middelen voor ondersteuning zijn dus geen nieuwe middelen, ze kregen alleen een nieuwe be­stemming.

Het ICT-stimuleringsbeleid geëvalueerd

Een analyse van het actuele Vlaamse ICT-stimu­le­rings­beleid toont drie krachtlijnen.

De Vlaamse overheid gelooft in de revolutie van een indu­striële naar een kennissamenleving, ongebreideld. Daarin volgt zij Europa en imple­menteert de Europese richtlijnen inzake ICT en onderwijs met weinig zin voor eigen klemtonen. Naast ICT-vaardigheden is er wellicht min­stens zoveel nood aan filosofische of histo­rische bespiegelingen. ICT moet een plaats krijgen in het onderwijs en het belang ervan zal wellicht nog toenemen, maar ICT is niet alleen en op zich­zelf zaligmakend.

Bij het ICT-stimuleringsbeleid primeren in de praktijk socio-economische motieven. De behoef­ten van de lerenden echter zouden veel meer op het voorplan moeten staan. Op zich zijn socio-eco­nomische motieven niet negatief. Het gevaar schuilt er echter in dat ze alle andere motieven domineren.

Ten slotte valt te betreuren dat het Vlaamse ICT-stimulerings­beleid een overtuiging mist, een visie, een filosofie. Er kan dan helaas ook geen sprake zijn van een co­herent beleid. Het Vlaamse ICT-stimu­l­erings­beleid zet weinig duidelijke lijnen uit en is vaak erg ad hoc of incidenteel.

Om te komen tot een coherent beleid is een dringende bijsturing abso­luut nodig.

Universiteit of Hogeschool
Publicatiejaar
2002
Share this on: