Dipenda, of het begin vd ontgoochelingen?

Goedele Verstraeten
DIPENDA … OF HET BEGIN VAN DE ONTGOOCHELINGEN?
Een analyse van de berichtgeving over de dekolonisatieprocessen van
Ghana, Guinea en Belgisch-Kongo in De Standaard,
Het Laatste Nieuws en Vooruit.
Goedele Verstraeten
 
Dat de media geen louter neutrale en objectieve informatieverstrekker zijn, is reeds langer geweten. Terwijl de blik die de media ons aanbieden in feite eenzijdig en partieel is, worden ze vaak beschouwd als allesziende verstrekkers van goede en evenwichtige informatie.

Dipenda, of het begin vd ontgoochelingen?

DIPENDA … OF HET BEGIN VAN DE ONTGOOCHELINGEN?

Een analyse van de berichtgeving over de dekolonisatieprocessen van

Ghana, Guinea en Belgisch-Kongo in De Standaard,

Het Laatste Nieuws en Vooruit.

Goedele Verstraeten

 

Dat de media geen louter neutrale en objectieve informatieverstrekker zijn, is reeds langer geweten. Terwijl de blik die de media ons aanbieden in feite eenzijdig en partieel is, worden ze vaak beschouwd als allesziende verstrekkers van goede en evenwichtige informatie. Het geloof in de kwaliteiten van de media is zo groot dat we niet langer stilstaan bij het feit dat de media ons eigenlijk allerhande zaken doen zien. Bij krantenanalyses is het dus van groot belang om te beseffen dat taal en beelden in de pers worden gebruikt om naast de feitelijke informatie ook een bepaald idee uit te drukken, impliciet of expliciet. Berichtgeving moet op een kritische manier benaderd worden en krantenanalyses mogen zich dan ook niet beperken tot een onderzoek van de oppervlaktestructuur – wat er woordelijk wordt gezegd –, maar moeten uitgebreid worden naar het niveau van het onderbewustzijn.

De Vlaamse pers bekeek vanop een zekere afstand en vanuit een bepaald perspectief de ontwikkelingen op het Afrikaanse continent en gaf expliciet, maar vooral impliciet, haar mening over de ontvoogding van Afrika. Uit de analyse is gebleken dat het onmogelijk is te spreken over dé houding van dé Vlaamse pers tegenover dé Afrikaanse dekolonisatieprocessen. Er zijn immers verschillende variabelen in het spel: het land – Ghana, Guinea en Kongo –, de gebeurtenis – het ontstaan van de belangrijkste politieke partij, rellen, stakingen, verkiezingen, de eigenlijke machtsoverdracht – en de krant – Het Laatste Nieuws, De Standaard en Vooruit.

Door de koloniale band met België neemt Kongo een speciale plaats in onder de geselecteerde landen. De Vlaamse media lijken vooral geïnteresseerd te zijn in de eigen kolonie. Zo staat de berichtgeving over Ghana en Guinea eigenlijk ten dienste van het Belgische koloniale beleid, zowel qua omvang als inhoudelijk. Op het ogenblik dat Ghana en Guinea de onafhankelijkheid verwerven, is België nog niet (Ghana, maart 1957) of nog maar pas (Guinea, oktober 1958) van start gegaan met een eigen dekolonisatiepolitiek. Door weinig artikels te wijden aan deze ‘vroege’ dekolonisatieprocessen en door op inhoudelijk vlak vooral aandacht te besteden aan de moeilijkheden die de jonge staten te wachten staan, wil België haar eigen kolonisatie- en dekolonisatiepolitiek vrijwaren van enige beïnvloeding/versnelling door beslissingen van andere koloniale machten. Ondanks de expliciete idee dat Kongo een ‘eiland’ is, onbeïnvloedbaar door gebeurtenissen elders, is de berichtgeving over andere, vroegere dekolonisatieprocessen beperkt en negatief gekleurd. Dat we de artikels over Ghana en Guinea moeten lezen tegen de achtergrond van het Belgisch kolonialisme wordt niet alleen gesuggereerd, maar wordt in sommige artikels ook expliciet duidelijk gemaakt. Ook in de berichten over Kongo zelf tonen de Vlaamse media niet zozeer interesse voor de Kongolese realiteit dan wel voor het Belgische koloniale beleid. De uitvoerige berichtgeving over Kongo kan in twee categorieën onderverdeeld worden. Ten eerste de positieve berichten over de Belgische kolonisatie en ten tweede de negatieve artikels over het leven in de kolonie. In de Vlaamse media wordt er zeer uitvoerig en eenzijdig positief bericht over al datgene wat de Belgische kolonisator in Kongo reeds heeft verwezenlijkt. Met deze berichten wil men de aanwezigheid van de blanken legitimeren. Ondanks de vele verwezenlijkingen van de Belgen in de kolonie is er nog zeer veel werk voor de boeg. Ook dit wordt sterk benadrukt: men wil immers duidelijk maken dat de Belgische aanwezigheid nog lange tijd noodzakelijk zal zijn, zelfs na de dekolonisatie.

Ook binnen deze drie dekolonisatieprocessen wordt er niet even veel belangstelling getoond voor elke gebeurtenis. Wat Ghana betreft, ligt de nadruk op de eigenlijke machtsoverdracht: de eerste Sub-Saharaanse staat verwerft haar onafhankelijkheid. De dekolonisatie van het Afrikaanse continent heeft zich langzaam, maar zeker ingezet. De belangrijkste gebeurtenis in het Guinese dekolonisatieproces blijkt in de berichtgeving de Franse volksraadpleging te zijn: alleen Guinea kiest voor de onmiddellijke en volledige onafhankelijkheid, met alle gevolgen vandien. De andere gebeurtenissen in de onafhankelijkheidsprocessen van Ghana en Guinea genieten weinig tot geen aandacht. Dit is in tegenstelling tot de berichtgeving over Kongo, die wel zeer uitvoerig is. Vooral vanaf de januari-rellen is Kongo niet meer weg te branden uit de actualiteit: de illusie van Belgisch-Kongo als een ‘oase van rust’ wordt aan diggelen geslagen: de onafhankelijkheid komt er zeker, alleen weet men op dat ogenblik nog niet hoe en wanneer. Ook de voorbereidingen op de Kongolese onafhankelijkheid en de eigenlijke machtsoverdracht genieten veel aandacht in de Vlaamse dagbladpers.

Er wordt niet alleen ongelijke aandacht besteed aan de drie landen en aan de verschillende topics, ook de manier waarop de Vlaamse kranten de geselecteerde gebeurtenissen benaderen, is sterk verschillend. De ideologische gebondenheid van de drie gekozen dagbladen speelt hierbij een belangrijke rol. De dekolonisatieprocessen van Ghana en Guinea genieten weinig aandacht in de Vlaamse media. Vr is de enige krant die naar aanleiding van de onafhankelijkheid van Ghana de opmerking maakt dat België stilaan werk moet gaan maken van een dekolonisatiepolitiek. De berichtgeving over Guinea blijft in het socialistische dagblad beperkt tot enkele feitelijke berichtjes. HLN besteedt van de drie dagbladen het minst aandacht aan deze onafhankelijkheidsprocessen. De liberale krant probeert als het ware Kongo los te koppelen van elke onafhankelijkheidsbeweging op het Afrikaanse continent. DS besteedt het meest aandacht aan de dekolonisatie van Ghana en Guinea en focust vooral op de moeilijke toekomst van de jonge Afrikaanse staten: enkel met de hulp van westerse landen zal hun toekomst positief evolueren. Het katholieke blad maakt bovendien haar voorkeur voor hulp van de Verenigde Staten expliciet duidelijk. De berichtgeving over Kongo is in tegenstelling tot die over Ghana en Guinea wel zeer uitgebreid. Van de drie kranten besteedt Vr het minst aandacht aan Belgisch-Kongo. In de berichten over Kongo uit Vr als spreekbuis van de socialistische oppositie het meest kritiek op het Belgische koloniale beleid en neemt het dagblad een genuanceerde houding aan tegenover de twee belangrijkste Kongolese politici Lumumba en Kasa-Vubu. Dit is in tegenstelling tot DS en HLN. Beide kranten geven veel minder kritiek op het Belgische beleid en maken zeer expliciet hun voorkeur duidelijk: ze zijn vóór Kasa-Vubu en tégen Lumumba. De drie dagbladen delen een pessimistische visie over de toekomst van het onafhankelijke Kongo: de Kongolese bevolking is nog onvoldoende voorbereid op zelfstandigheid en kan niet zonder de hulp van de Belgen. Hun bezorgdheid wordt bewaarheid: de onafhankelijkheid is nog geen feit of de Kongolezen raken onderling reeds slaags. Dipenda betekent volgens de Vlaamse dagbladen inderdaad het begin van vele ontgoochelingen en mislukkingen.

Toch zijn er naast deze verschillen ook zekere overeenkomsten, namelijk op vlak van het gebruikte discours. Zo merken we dat de Vlaamse media in het algemeen een stereotiep discours gebruiken in de berichtgeving over koloniaal Afrika. De koloniale Afrikaberichtgeving wordt in eerste instantie gekenmerkt door het frequente gebruik van binaire tegenstellingen. Bovendien geven alle Vlaamse kranten een voorstelling van het kolonialisme als zijnde volledig in het voordeel van de gekoloniseerde bevolking en hanteren ze eenzelfde idee over de toekomst van de jonge staten, namelijk dat ze gegarandeerd problemen zullen kennen. Door dergelijk discours te gebruiken, proberen de Vlaamse media eerst zo lang mogelijk het kolonialisme goed te praten en dekolonisatie uit te stellen en later, wanneer onafhankelijkheid onafwendbaar is geworden, stellen ze alles in het werk om een nieuwe westerse dominantie op het Afrikaanse continent aanvaardbaar te maken.

Universiteit of Hogeschool
Publicatiejaar
2002