De schizofrene taal: terecht fascinerend of totale waanzin?

Marthe
De Doncker

Taal is een evidentie. We gebruiken het elke dag om uiting te geven aan onze gedachten, onze persoonlijkheid vorm te geven en te communiceren met mensen om ons heen. Het vormt een verbindingsfactor in de maatschappij en laat ons toe relaties op te bouwen. Als unieke vaardigheid van de mens beschouwen we het als vanzelfsprekend. Toch verloopt het taalproces niet in alle gevallen even vlot en kan een kortsluiting plaatsvinden. Een treffend voorbeeld hiervan is de schizofrenie.

 

De schizofrenie en wij

De term schizofrenie wordt over het algemeen geassocieerd met onwetendheid, vervreemding en frustratie. We voelen ons hulpeloos omdat we geen inzicht hebben in wat de schizofrene mens drijft en geen betekenis aan zijn woorden kunnen vastknopen. Daarnaast ervaren we een gevoel van fascinatie, omdat we op een bepaalde manier worden aangetrokken tot dingen die ons anders lijken of die we enkel van op een afstand kunnen bekijken.

 

Een ontmoeting met de schizofrene taal lijkt op het eerste zicht een grote onwaarschijnlijkheid maar toch mag niet onderschat worden hoe regelmatig we hiermee in contact komen, vaak zonder het zelf te beseffen. Dit kan geïllustreerd worden aan de hand van de bekende schrijver Samuel Beckett, die de schizofrene taal op een heldere manier in bepaalde werken simuleert.

 

Distilleren van kenmerken

Dit onderzoek tracht de bevreemdende ervaring met de schizofrene taal te reduceren en een brug te maken met onze conventionele communicatie. Concreet wordt op twee artistieke oeuvres, van schrijver Samuel Beckett en beeldend kunstenaar August Walla, de taaltheorie van Jacques Lacan, een psychoanalyticus, toegepast. In deze theorie formuleert Lacan enkele ideeën en eigenschappen van de psychose en de schizofrenie, die hiervan deel uitmaakt.

 

De woordschilderijen van Walla zijn in dit onderzoek relevant omdat bij hem de diagnose van schizofrenie zwart op wit is vastgesteld. Door dit te vergelijken met Samuel Beckett, die de schizofrenie in enkele theaterstukken nabootst, ontstaat een interessante wisselwerking. Dit zorgt ervoor dat op een heldere manier enkele karakteristieken van de schizofrene taal afgeleid en opgelijst kunnen worden.

 

Karakteristieken van de schizofrene taal

In de eerste plaats focust de schizofrene taal op de vorm en kan de inhoud gezien worden als een noodzakelijk kwaad dat hierbij komt kijken. De kenmerken van de schizofrene taal bevinden zich dan ook hoofdzakelijk op formeel vlak en het komt vaak over als een spel van de taal.

Een greep uit het gamma aan karakteristieken:

 

Net als in ons conventioneel taalgebruik worden leestekens regelmatig aangewend om een rustpauze in te lassen of een specifieke intonatie op te wekken. Toch is duidelijk dat dit in de schizofrenie crucialer is, omdat zij moeite ondervinden met het koppelen van betekenis aan woorden. Door leestekens te gebruiken, wordt tijd gecreëerd om de juiste betekenis met het juiste woord te verbinden. Vooral in de werken van Walla komt het belang hiervan sterk naar voor, door zijn te regelmatig invoeren van leestekens en zijn combinatie van meerdere leestekens na elkaar.

Woordschilderij August Walla

 

Verder is de schizofrene taal heel lichamelijk gericht, wat tot uiting komt in soms letterlijke verwijzingen naar ledematen en zintuigen. De oorzaak hiervan kan verklaard worden vanuit de dubbele persoonlijkheid die als meest bekende symptoom van de schizofrenie gezien wordt. Eigenlijk moet dit genuanceerd worden naar een moeilijkheid die de schizofrene persoon ervaart met de grenzen van zijn lichaam. Het is onduidelijk waar het eigen lichaam eindigt en de buitenwereld begint, en dit leidt tot een fascinatie tot het lichamelijke, met als gevolg het frequent voorkomen van corporele elementen in de taal.

Deze focus op het lichaam komt onder andere bij het werk Not I van Beckett heel sterk tot uiting in het hoofdpersonage “Mouth”, die enkel uit een mond bestaat.

 

Een laatste opvallend voorbeeld van een kenmerk van de schizofrene taal is het gebruik van neologismen. Zoals reeds gezegd is het niet vanzelfsprekend voor de schizofrene persoon om een vaste betekenis aan een formulering te koppelen. Door een volledig nieuw woord te bedenken, creëren ze voor zichzelf een stabiele uiting waar ze aan kunnen vasthouden en die een zekerheid vormt. Deze neologismen zijn niet meer onderhevig aan veranderingen.

 

Relativeren van het schizofrene perspectief

Deze kenmerken tonen aan dat de schizofrene taal benaderd kan worden als een codetaal, die door ons slechts hoeft te ontcijferd worden om het te kunnen begrijpen. De schizofrenie is een alternatief perspectief dat ons uitdaagt uit onze comfort zone te komen en open te staan voor de vrijheid waarmee taal nog meer kan gebruikt worden.  

Download scriptie (25.23 MB)
Universiteit of Hogeschool
Universiteit Gent
Thesis jaar
2018
Promotor(en)
Abe Geldhof