Het paviljoen van de USSR - Manifest van het Sovjet-modernisme

Charlotte Rottiers
Het paviljoen van de USSR is meer dan enkel een antwoord op het Amerikaanse paviljoen. Deze thesis plaatst het paviljoen in de context van de Russische architectuur, die op dat moment grote veranderingen ondergaat. Het paviljoen krijgt zo een nieuwe waardebepaling als manifest van het Sovjet-modernisme.

Het paviljoen van de USSR op Expo '58 als manifest van het Sovjet-modernisme.

Moskou, 6 juni 1956. De Raad der Ministers van de USSR (Sovet Ministrov SSSR) stemde officieel toe om deel te nemen aan de wereldtentoonstelling. Deze zou in 1958 in België plaats vinden, beter gekend als Expo ’58. Het zou de eerste wereldtentoonstelling na Wereldoorlog II zijn, met het Atomium, moderne architectuur en Spoetnik als symbolen van de vooruitgangsgedachte, de hoop op een humanere wereld.

Vooraanzicht van het paviljoen van de USSR op Expo '58.

Hoewel het officiële verhaal op internationale samenwerking en wetenschappelijke vooruitgang focuste, probeerden de verschillende deelnemers met een zo groot, modern en impressionant mogelijk paviljoen uit te pakken. De Verenigde Staten pakte uit met het tot dan toe grootste cirkelvormige gebouw ter wereld, terwijl Frankrijk verbaasde met een gewaagde structuur. Grote verrassing waren echter ‘de Russen’. Het paviljoen van de Sovjet-Unie was een groot balkvormig volume dat bestond uit glas, aluminium en staal. De weinige decoratieve elementen waren zeer subtiel aangebracht, zoals de ritmiek van de gekartelde gevel, het toegangsportaal met de letters ‘USSR’ en bronzen versiering aan de zuilen. Op de laatste wereldtentoonstelling, die van 1939 in New York, presenteerde de USSR net een zeer classicistisch paviljoen. Dit paviljoen was compleet anders dan wat het publiek verwachtte van de mysterieuze Sovjet-Unie. Maar hoe was het mogelijk dat de architectuur in de Sovjet-Unie op zo’n korte tijd drastisch transformeerde?

De verklaring daarvoor zochten onderzoekers eerder in de tegenstelling USSR – Verenigde Staten en de context van de Koude Oorlog. Dit perspectief schiet echter tekort om deze architecturale verrassing te kunnen kaderen. Het onderzoek leidt de weg naar de Moskovischse archieven, de waarde van dit paviljoen ligt in de context van de USSR zelf. Het regime legde het socialistisch-realisme op, zodat kunstenaars en architecten ‘goede’ en ‘gepaste’ kunst produceerden. De kunst moest een sociaal geëngageerde inhoud tonen die relevant was voor de Sovjetburger, in een gepaste stijl waarin deze burger zichzelf kon herkennen. Onder Stalin betekende dit een soort van pseudo-classicistische architectuur met grote, monumentale gevels en veel ornamentiek en sculptuur. Chruščëv had een andere visie op hoe deze socialistische inhoud veruitwendigd moest worden, en zal de architectuur fundamenteel veranderen.

Chruščëv startte zijn strijd tegen deze ‘overtolligheid’ in de architectuur in december 1954, wanneer hij speechte op het Uniecongres van Bouwers, Architecten en Arbeiders in de Bouw-, Bouwmaterialen- en Ontwerporganisaties. Hij stelde voor om kostenefficiënter te bouwen dankzij de introductie van standaardisatie, prefabmateriaal en moderne technologie. In november 1955 demonstreerde hij aan de hand van een lijst architecten en gebouwen hoe het niet meer moest. Het formalisme werd de vijand van goede architectuur. Daarnaast werd het licht op groen gezet om inspiratie te halen in het Westen en in de eigen, architecturale tradities zoals het constructivisme. In februari 1956 zette hij de destalinisatie volledig in met zijn geheime speech. Grote massahuisvestigingsprojecten werden gelanceerd, snel en goedkoop bouwen werd prioritair. Architectuur moest zich plooien naar de vereisten van de productie. Grote glaspartijen, een stalen constructie en sober uiterlijk zouden deze nieuwe architectuur bepalen.

Wanneer we de inzendingen voor de architectuurwedstrijd (juli 1956) voor het paviljoen onder de loep nemen, valt op dat de verschillende inzendingen een spiegel voor hun tijd zijn. De opdracht luidde om een paviljoen te ontwerpen met één groot volume dat de capaciteit had voor een groot aantal bezoekers en met een maximale tentoonstellingsoppervlakte van 25 000 m2 tot 30 000 m2 hebben. Het gebouw moest demonteerbaar zijn om in Moskou heropgebouwd te worden als tentoonstellingsruimte, iets dat door een scheur in de gevel nooit gebeurde.

Voor deze architectuurwedstrijd werden 21 projectvoorstellen ingediend, gevisualiseerd in presentatietekeningen en maquettes (zie afbeelding I tot IV). Een aantal architecten leek nog niet op de hoogte te zijn van de nieuwe architectuurideeën  en stelden een paviljoen voor in de vorm van een piramide voor, of gebruikten grote beeldhouwwerken en een classicistische stijl. Anderen zochten wel hun inspiratie in moderne, Westerse architectuur, maar zonder een kritische selectie te maken. Een van de inzendingen doet eerder denken aan een Westerse kantoortoren dan aan een representatief paviljoen voor de USSR. Deze vorm van formalisme, het één op één overnemen van ideeën zonder eigen inventie, was uit den boze.

Het winnende project was dat van Anatolij Trofimovich Poljanskij (1928-1993), Alexander B. Boreckij (1911-1982), Ju. I. Abramov, V. A. Dubov, ingenieur Ju. V. Rackeviča en K. N. Vasil’evoj. Hun paviljoenontwerp was veruit een van de eenvoudigste in vormgeving en kenmerkte zich door de sterke vorm van een balk in glas en staal. Het paviljoen had een originele constructie waarbij een stalen skelet alle onderdelen en gewicht droeg. Toch bleef het licht en elegant door de glazen gevels, opgebouwd uit glazen prisma’s die ritme en afwisseling brachten. Het moderne karakter van dit paviljoen en diens lichtheid, ondanks de massale grootte, verraste vele bezoekers.

Kinderen bezoeken het paviljoen van de USSR. Ze wandelen de grote trappen op, richting het subtiel versierde voorportaal.

Zoals achter elk baanbrekend ontwerp, zit ook achter dit paviljoen een heel ontwerpproces (zie afbeelding V tot VIII). De eerste schetsen zitten nog in de lijn van decoratieschema’s en composities van het pseudo-classicisme onder Stalin. Doorheen de verschillende schetsen wordt het paviljoen steeds transparanter, eenduidiger en soberder. Op het einde verving een groep vlaggenmasten zelfs het standbeeld naast de hoofdingang. De decoratie op de zijtorens maakte plaats voor subtielere decoratie zoals de bronzen banden rond de zuilen. Het architectenteam interpreteerde en passte stap voor stap de nieuwe regels voor architectuur op dit ontwerp toe.

Zicht op het voorportaal van het paviljoen, de subtiele decoratie zoals de bronzen banden, de lijst onderaan de glazen gevel, de ritmiek van de gevel en de schuine lijn van het voorportaal geven het paviljoen een dynamischer uiterlijk.

Het resultaat is dan ook de perfecte veruitwendiging van de wensen en boodschap van het regime: een modern en transparant paviljoen, opgebouwd uit moderne materialen en een lichte dragende structuur, met een subtiele herinterpretatie van ornamentiek. Deze update van het socialistisch-realisme gaat de geschiedenis in als het Sovjet-modernisme, met als eerste wapenfeit dit paviljoen van de USSR op Expo ’58. Dit paviljoen werd het referentiepunt voor meer dan dertig jaar Sovjet-architectuur: het manifest van het Sovjet-modernisme.

 

Bibliografie

1.            Archiefmateriaal

Rijksarchief van België te Brussel (RAB) Fonds 1760, Commissariaat-generaal der Regering bij de Algemene Wereldtentoonstelling van Brussel 1958 en Naamloze Vennootschap der Wereldtentoonstelling van 1958 te Brussel. Doosnummers: 467, 2714, 3201-3219, 7836, 7939, 7943, 7987, 8316-8321, 8457, 8959, 8991, 9047, 9068, 9154, 9249-9250, 9404, 9895, 10 186, 10 100, 10 564.

Russische Staatsarchief te Moskou (Gosudarstvennij Archiv Rossijskoj Federacij, GARF) Fonds P9470, Materialy sovetskoi sektsii Vsemirnoi vystavki 1958 goda v Briussele. Doosnummers: 1-36.

Ščusevarchitectuurmuseum te Moskou, zie afbeeldingenlijst.

Russische Staatsarchief documentairefilm- en fotoarchief (Rossijskij Gosydarstvennij Archiv Kinofotodokumentov, RGAFKD), Moskou, Krasnogarsk. Documenten 0382576, 0382577, 1115898, 1115896, 1115897, 1116091, 1116092 en 0241681

Staats wetenschappelijk-onderzoeksmuseum voor architectuur, genoemd naar A. V. Ščusev.

2.            Publicaties

“De architectuur van Expo 58.” De Witte Raaf, nr. 134 (juli 2008).

“Expo ’58.” De Witte Raaf, nr. 95 (januari 2002). 

“Tentoonstellingen Podium 58.” laatst geraadpleegd op 3 augustus 2018. http://adamuseum.be/nl/tentoonstellingen-podium-58/.

Anderson, Richard. "USA/USSR: Architecture and War." Grey Room, no. 34 (2009): 80-103. http://www.jstor.org/stable/20627757.

Bezemer, J. W., en Marc Jansen. Een Geschiedenis Van Rusland: Van Rurik Tot Poetin. Amsterdam: Van Oorschot, 2008.

Bronovičkaja, Anna en Malinin Nikolaj. Moskva: Architektura Sovetskogo Modernizma 1955-1991. Spravočnik – Putevoditel’. Moskou: Garaž, 2016.

Charlier, Georges, Herman Balthazar, Sylvia Van Peteghem, Rika Devos, en Yana-Frauke Vandendriessche. Brussel 1958: Wereldtentoonstelling. Ulbeek: Salto, 2008;

Chmel’nicij, Dmitrij. Architektura Stalina. Psichologija i Stil’. Moskou: Progress-tradicija, 2007.

Cooke, Catherine. "Beauty as a Route to 'the Radiant Future': Responses of Soviet Architecture." Journal of Design History 10, no. 2 (1997): 137-60. http://www.jstor.org/stable/1316129.

Cooke, Catherine. “Modernity and Realism, Architectural Relations in the Cold War.” In Russian Art and the West: A Century of Dialogue in Painting, Architecture, and the Decorative Arts, onder redactie van Rosalind P. Blakesley en Susan Emily Reid, 173-193. DeKalb (Ill.): Northern Illinois University Press, 2007.

Curtis, William J. R. Modern Architecture Since 1900. 3rd ed. London: Phaidon, 2004.

Davies, R. W. "The Building Reforms and Architecture." Soviet Studies 7, no. 4 (1956): 418-29. http://www.jstor.org/stable/148708.

Detrez, Raymond. Rusland - Een Geschiedenis. Antwerpen, Utrecht: Houtekiet, 2015.

Devos, Rika, and Emiel De Kooning. Modern at Expo 58: Discussions on Post-War Architectural Representation. Diss. doct. ingenieurswetenschappen. Architectuur.

Devos, Rika, and Mil De Kooning. Expo 58. Brussel: Koninklijk filmarchief, 2006.

Devos, Rika, and Vladimir Zinov'evič Papernij. Architecture of Great Expositions 1937-1959: Messages of Peace, Images of War. Edited by Alexander Ortenberg. Farnham, Surrey, England: Ashgate, 2015.

Devos, Rika, Mil De Kooning, en G. A Bekaert. Moderne Architectuur Op Expo 58: Voor Een Humaner Wereld. Brussel: Mercatorfonds, 2006.

Devos, Rika. “A Cold War Sketch: The Visual Antagonism of the USA Vs. the USSR at Expo 58.” Revue belge de philologie et d’histoire 87, (3-4, 2009): 723–742.

Ellis, Andrew. Socialist Realisms: Soviet Painting 1920–1970. Skira Editore S.p.A., 2012.

Fiederer, Luke. “AD Classics: Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes.” Laatst geraadpleegd op 24 juli 2018. Https://www.archdaily.com/793367/ad-classics-exposition-internationale-des-arts….

Gerchuk, Iurri. “The aesthetics of everyday life in the Khrushchev Thaw in the USSR (1954-1964).” In Style and Socialism: Modernity and Material Culture In Post-War Eastern Europe, onder redactie van Susan Emily Reid en David Crowley. Oxford: Berg, 2000.

Honour, Hugh, en John Fleming. Algemene Kunstgeschiedenis. 13e druk Amsterdam: Meulenhoff, 2007.

Kint, Johanna, Johan Stuyck, Lieve De Smet, Roel Vande Winkel, Sven Sterken, en Pieter Van Bogaert. Resten Van De Toekomst: Expo 58 Vijftig Jaar Later. Leuven: Oogachtend, 2008.

Kint, Johanna. Expo 58 Als Belichaming Van Het Humanistisch Modernisme. Rotterdam: 010, 2001.

Manukjan, D. V. “Ėkspo 1937: Bystavka trex diktatur.” Articult 14, nr. 2 (2014), 23-32. Laatst geraadpleegd op 6 augustus 2018. http://articult.rsuh.ru/articult-14-2-2014/d-v-manukyan-expo-1937-an-ex….

Manukjan, D. V. “Hovye Tendencij bystavočnogo Proektirovanija v kontekcte Meždunarodnoj bystavki v Pariže 1928 goda.“ Articult 19, nr. 3 (augustus-november 2015), 44-53. Laatst geraadpleegd op 6 augustus 2018. Http://articult.rsuh.ru/articult-19-3-2015/articult-19-3-2015-manukyan.php.

Meuser, Philipp, en Dimitriy Zadorin. Towards a Typology of Soviet Mass Housing: Prefabrication in the USSR 1955 – 1991. Berlijn: Dom Publishers, 2015.

Nikolaev, I. C. Bsemirnaja Vystavka v Brjussele 1958. Architektura. Konstruktivnye Formy Pavil’onov. Moskou: 1963.

Novikov, Felix, en Belogolovsky, Vladimir. Soviet Modernism 1955-1985. Moskou: Tatlin, 2010.

Petrova, A., H. Podgorskaja, en E. Ysova. Tentoonstellingscatalogus Istorija Sovetckich Pavil’onov  van de tentoonstelling “Pavil’ony SSSR na meždunarodnych bystavkach. Izdanie priuročeno k bystavke Čast 1.“ Gehouden in Manež van 18 juni tot 18 augustus 2013. Moskou: Manež, 2013.

Poljanskij, A. T. Bsemirnaja Vystavka v Brjussele. 1958. Pavil’on SSSR. Moskou: 1960.

Reid, Susan Emily, en David Crowley. Style and Socialism: Modernity and Material Culture In Post-War Eastern Europe. Oxford: Berg, 2000.

Reid, Susan. “The Soviet Pavilion at Brussels ’58: Convergence, Conversion, Critical Assimilation, or Transculturation?” Cold War International History Project Working Paper (62), Woodrow Wilson International Center for Scholars, 2010.

Ritter, Katharina. Soviet Modernism 1955-1991: Unknown History. Zurich: Park Books; 2012.

Shidkovsky, Dmitry, Yekaterina Shorban, en Anthony Wood. Russian Architecture and the West. New Haven (Conn.): Yale university press, 2007.

Siegelbaum, Lewis. "Sputnik Goes to Brussels: The Exhibition of a Soviet Technological Wonder." Journal of Contemporary History 47, no. 1 (2012): 120-36. http://www.jstor.org/stable/23248984.

Siegelbaum, Lewis. "Sputnik Goes to Brussels: The Exhibition of a Soviet Technological Wonder." Journal of Contemporary History 47, no. 1 (2012): 120-36. http://www.jstor.org/stable/23248984.

Swift, Anthony. "The Soviet World of Tomorrow at the New York World's Fair, 1939." The Russian Review 57, no. 3 (1998): 364-79. http://www.jstor.org/stable/131952.

Varga-Harris, Christine. “Homemaking and the aesthetic and moral perimeters of the Sovjet home during the Khrushchev era.” Journal of Social History, Vol. 41, No. 3 (2008), 561-589. Http://www.jstor.org/stable/25096523.

Voyce, Arthur. "Soviet Art and Architecture: Recent Developments." The Annals of the American Academy of Political and Social Science 303 (1956): 104-15. http://www.jstor.org/stable/1032295.

Voyce, Arthur. Russian Architecture: Trends In Nationalism and Modernism. New York (N.Y.): Greenwood press, 1969.

Universiteit of Hogeschool
Master of Arts in de Kunstwetenschappen
Publicatiejaar
2018
Promotor(en)
Prof. Dr. Linda Van Santvoort
Kernwoorden