Het belang van netwerken bij beginnende directeurs in het basisonderwijs

Myriam Vande Moortele
Startende directeurs haken steeds vaker af. Naast formele opleidingen bieden diverse netwerken waardevolle ondersteuning bij het uitvoeren van de job.

Goede netwerken ... het verschil tussen het al dan niet voortijdig afhaken in de job van directeur.

In maar liefst vier op de tien basisscholen traden nieuwe directeurs aan als gevolg van een grote vroegtijdige uitstroom uit het directieambt. De job van directeur is complex en omvangrijk, de positie vaak eenzaam. Het vormingsaanbod is veelal theoretisch en mist efficiëntie. Goed uitgebouwde netwerken zijn daarom belangrijk.

 

Een burn-out, een overdosis aan stress, het gevoel dat je er alleen voor staat en het allemaal wat te veel wordt… Ook beginnende directeurs hebben hier steeds vaker last van. Hoe kan je jezelf hiertegen wapenen? Deze scriptie onderzocht netwerken van directeurs in het basisonderwijs. Op basis van interviews werd het onderwijskundig, het professioneel en het sociaal-emotioneel netwerk van vijf pas gestarte directeurs en vijf directeurs met minimum tien jaar ervaring uit Oost-Vlaanderen bevraagd en in kaart gebracht. Telkens werden zeven kenmerken beschreven en vergeleken: grootte (= aantal personen of actoren), sterkte (= de lengte, de frequentie en de duur van de interacties), diversiteit (= geslacht, leeftijd, functie en soort relatie), positie (= close versus afstandelijk), densiteit (= aantal personen die elkaar kennen), inhoud (van de gesprekken) en waarde (= het belang van deze persoon).

Om beginnende directeurs deels te ondersteunen, organiseren de pedagogische begeleidingsdiensten vormingstrajecten. Ze vatten deze echter doorgaans op als een vorm van kennisoverdracht, terwijl een beginnend directeur in de eerste maanden vooral behoefte heeft aan praktische adviezen op onderwijskundig en professioneel vlak. Het uitbouwen van goede netwerken blijkt daarom van cruciaal belang te zijn om het uit te houden in de job van directeur.

 

Niettegenstaande de netwerken van directeurs veel gelijkenissen vertonen, zijn er ook enkele opvallende verschillen. Vaak is het onderwijskundig netwerk het grootst, het professioneel het kleinst. Directeurs kennen actoren uit hun sociaal-emotioneel netwerk doorgaans het langst. Ervaren directeurs voeren meer korte gesprekken dan hun beginnende collega’s. Beginnende directeurs verwijzen iets meer naar schoolexterne actoren en hebben meer vrienden of familieleden in hun netwerk. Ze gaan vaak op zoek naar informatie, steun en bevestiging bij externen zoals collega-directeurs, pedagogisch begeleiders en leden van het schoolbestuur. Dit wijst op meer open netwerken omdat heel wat mensen elkaar niet kennen. Ervaren directeurs doen vooral een beroep op de eigen teamleden voor het onderwijskundig beleid. Ze creëren een gedeeld leiderschap en geven schoolinterne kernteams en stuurgroepen autonomie en inspraak. Professioneel vragen ze raad aan collega-directeurs en andere experten. De meeste personen kennen elkaar, waardoor de netwerken van ervaren directeurs veeleer gesloten zijn. De meeste directeurs hebben meer vrouwelijke dan mannelijke actoren in hun netwerken. Meestal is de band met de actoren close tot halfclose. Vooral in het professioneel netwerk onderhouden ervaren directeurs ook afstandelijke banden. Alle directeurs hebben actoren met diverse waarde in hun netwerken, waarvan het merendeel onderwijskundig. Beginnende directeurs hebben veel actoren met meervoudige waarde. Zo gaan ze voor meerdere zaken bij dezelfde personen. Ervaren directeurs hebben een beter zicht op de exacte expertise van de personen in hun netwerk. Zij weten perfect bij wie ze voor welk aspect terecht kunnen.

Het sociaal-emotioneel netwerk heeft een belangrijke taak als luisterend oor, uitlaatklep en schouderklop.

 

Ervaren directeurs beamen het belang van netwerken. Om beginnende directeurs te ondersteunen, reiken ze een aantal tips aan, gebaseerd op hun ervaring:

  • Ga na of er een peter-/meterschap is voorzien voor beginnende directeurs. Vraag of je zelf mag kiezen wie je als peter/meter wil.
  • Bouw van in het begin netwerken uit.
  • Zorg dat jij de spilfiguur bent in het schoolinterne netwerk. Weet wat leeft onder de mensen en wat op jouw school gebeurt.
  • Blijf steeds de verbondenheid met de teamleden behouden.
  • Leer delegeren.
  • Creëer een breed draagvlak.
  • Selecteer de veelheid aan informatie en ideeën en doseer. Spring niet op elke vernieuwende trend die overwaait, maar bekijk wat zinvol of noodzakelijk is.
  • Laat je in je netwerk inspireren door wat anderen al hebben uitgewerkt of werk samen dingen uit.
  • Panikeer niet als mensen in je team niet onmiddellijk op de kar van de vernieuwing willen springen. Geef hen even de tijd of zoek in je netwerk wie je daarbij kan helpen.
  • Denk goed na wie je in vertrouwen neemt.

 

Op basis van de onderzoeksresultaten worden een aantal aanbevelingen geformuleerd voor verschillende onderwijsbetrokkenen, waaronder:

  1. De overheid
  • Investeer in een bredere omkadering voor directeurs basisonderwijs op het niveau van beleidsvoering, het pedagogisch en het administratief-organisatorisch vlak.
  • Investeer structureel in een ondersteuningsnetwerk voor beginnende directeurs op niveau van de scholengemeenschap: voorzie in gekleurde uren.
  • Investeer blijvend in nascholingsgelden voor directeurs basisonderwijs.
  1. De pedagogische begeleidingsdiensten
  • Organiseer vormingstrajecten met een uitgebreide praktijkcomponent voor beginnende directeurs.
  • Werk hiervoor niet enkel vraaggestuurd.
  1. De scholengemeenschappen of scholengroepen
  • Werk een gestructureerde ondersteuning op maat uit voor beginnende directeurs van de scholengemeenschap of scholengroep.
  • Organiseer functionele schooloverstijgende samenwerkingsverbanden en faciliteer netwerking.
  1. De directeur
  • Breid je bestaande netwerken uit en zoek samenwerkingsverbanden op.
  • Bewaak dat je netwerken voldoende open blijven.
  • Creëer een schoolintern netwerk waarvan jij de spilfiguur bent en zorg daarbij voor een breed draagvlak.
  • Vraag een peter-/meterschap waarbij je zelf je peter/meter mag kiezen.
  • Geef jezelf voldoende tijd om te groeien in jouw job.

 

De manier waarop het onderzoek werd gevoerd, werd positief ervaren door de directeurs. De vernieuwende manier van het in kaart brengen van netwerken zette hen aan om te reflecteren over hun netwerken. Het zorgde voor een verhoogd bewustzijn van het belang van netwerken. Goede professionele en sociale relaties vormen voor de meeste directeurs een soort compensatie voor onder meer de stress die voortkomt uit de sterk uiteenlopende taken waarmee ze geconfronteerd worden. Daarenboven helpen sociale relaties hen bij het bereiken van individuele en organisatorische doelen. Dit bevestigt ons vermoeden dat (goede) netwerken bevorderlijk zijn bij de ondersteuning van de persoonlijke en de professionele ontwikkeling van beginnende directeurs.

 

Onder het motto: ‘Kennis is macht; kennis delen is kracht’ heeft deze scriptie als bijkomend doel om beginnende directeurs handvatten aan te reiken om het langer vol te houden in hun veelzijdige en veeleisende job. Onderwijs is een passie. Laat ons dit vuur brandend houden.

Bibliografie

Andersen, I. & Krüger, M. (2012). Advies beroepsstandaard schoolleiders Primair Onderwijs. Utrecht: NSA. Gedownload op 4 november 2017 op http://nsaeffect.nl/files/Advies%20Beroepsstandaard%20Schoolleiders%20P…

 

Borgatti, S.P. & Halgin, D.S. (2011). On network theory. Organization Science, 22(5), 1168-1181. doi.org/10.1287/orsc.1100.0641

 

Brock, B.L. & Grady, M.L. (2002). Avoiding burn-out: A principal’s  guide to keeping the fire alive. Thousand Oaks, CA: Corwin Press.

 

Burgmans, H. & ter Beek, A. (2015). Inwerken van een beginnend schoolleider. In positie komen, in positie blijven. BasisschoolManagement, 29(5), 13-16.

 

Carrington, P.J., Scott, J., & Wasserman, S. (2005). Models and methods in social network analysis. New York: Cambridge University Press.

 

Cross, R. & Parker, A. (2004). The hidden power of social networks: Understanding how work really gets done in organizations. Boston, Massachusetts: Harvard Business Press.

 

Cross, R., Parker, A., Prusak, L., & Borgatti, S. (2001). Knowing what we know: supporting knowledge creation and sharing in social networks. Organizational Dynamics, 30(2), 100-120.

 

Cross, R. & Sproull, L. (2004). More than an answer: Information relationships for actionable knowledge. Organization Science, 15(4), 446-462.

 

Daly, A.J., Moolenaar, N.M., Bolivar, J.M., & Burke, P. (2010). Relationships in reform: the role of teacher’s social networks. Journal of Educational Administration, 48(3), 359-391.

 

Daly, A.J. & Moolenaar, N.M. (2011). Leadership and social networks, in Barnett, G.A. (Ed.), Encyclopedia of Social Networks, Sage Publications Inc., Thousand Oaks, CA, doi: 10.4135/9781412994170

 

Decramer, S. (2010). Oorzaken van vroegtijdige uitstroom uit het directieambt in het basisonderwijs in Vlaanderen. Universiteit Gent: Faculteit psychologie en pedagogische Wetenschappen – vakgroep onderwijskunde.

 

De Jong, P. (2011). De eerste honderd dagen. Over leiderschap. Uitgeverij Balans.

 

De Maeyer, S., Ardies, J., Coertjens, L., & Kavadias, D. (2013). Univariate statistiek voor de menswetenschappen. Een Open Leerpakket in R. Gent: Acadamia Press.

 

Devos, G. (2004). Schoolmanagement. Een reflectie op de praktijk van de schoolleider. Mechelen: Wolters Plantyn.

 

Devos, G., Engels, N., Aelterman, A., Bouckenooghe, D., & Hotton, G. (2005). Het welbevinden en functioneren van directies basisonderwijs. OBPWO-rapport.

 

Devos, G., Engels, N., Aelterman, A., Bouckenooghe, D., & Hotton, G. (2006). Directeur in een basisschool, een veelzijdig leid(st)er. Mechelen: Wolters Plantyn.

 

Devos, G. & Tuytens, M. (2006). Improving school leadership – OECD review. Background report for Flanders. Gedownload op 4 november 2017 op https://www.oecd.org/belgium/38529279.pdf

 

Dobrow, S.R., Chandler, D.E., Murphy, W.M., & Kram, K.E. (2012). A review of developmental networks: incorporating a mutuality perspective. Journal of Management, 38(1), 210-242, doi: 10.1177/0149206311415858

 

Drijkoningen, C. (2012). Lerende netwerken in perspectief. Leuven / Den Haag: Acco.

 

Engels, D. & Vanwynsberghe, J. (2007). Hoe ondersteunt het OVSG nieuwe directeurs?. Viceversa, 4(2),21.

 

Flintham, A. (2003). Reservoirs of hope: Spiritual and moral leadership in headteachers. Nottingham: National College for School Leadership. Gedownload op 5 november 2017 op http://dera.ioe.ac.uk/5117/1/media-75c-a0-reservoirs-of-hope-full.pdf

 

Granovetter, M. (1983). The strength of weak ties: a network theory revisited. Sociological Theory, 1(1983), 201-233. Gedownload op  19 april 2018 op http://www.sociallycompute.io/10.%20Strength%20of%20Weak%20Ties.pdf

 

Heijmans, P., Sleegers, B., Redder B., & Engbers, R. (2003). Beroepskwaliteit is onderwijskundig leiderschap tonen (NSA beroepsstandaard 2003-2004). Utrecht: Nederlandse Schoolleiders Academie (NSA).

 

Het Laatste Nieuws (30 augustus 2017). Dringend betere omkadering voor de directeurs basisonderwijs nodig. Gedownload op 30 september 2017 op https://www.hln.be/nieuws/binnenland/onderwijs/-dringend-betere-omkader…

 

Higgins, M.C. (2004). Developmental network questionnaire. Boston: Harvard Business School Publishing.

 

Higgins, M.C. & Kram, K.E. (2001). Reconceptualizing mentoring at work: A developmental network perspective. Academy of Management Review, 26: 264-288.

 

Hulsbos, F., van Langevelde, S., & de Laat, M. (2014). De waarde van netwerkleren voor schoolleiders in het voortgezet onderwijs. Welten-Instituut Open Universiteit.

 

Kemper, R., van Spronsen-Zevering, W., & Zegwaard, S. (2017). Professionaliseringsthema 1 Persoonlijk leiderschap. Schoolleidersregister PO. Gedownload op 10 oktober 2017 op

https://www.schoolleidersregisterpo.nl/Media/Default/Documenten/Profess…

 

Kram, K.E. & Higgins, M.C. (2008). A new approach to mentoring. Xavier Leadership Center. Gedownload op 11 maart 2018 op http://sph.bumc.bu.edu/insider/images/stories/resources/Literature/Kram…

 

Leenheer, P., Vrieze, G., van Kuijk, J., & Kwakman, K. (2003). De moeite van het vanzelfsprekende. Kennis delen en kennis ontwikkelen in scholennetwerken. Antwerpen-Apeldoorn: Garant.

 

Linthout, L., Van Puyenbroeck, L., & Jacobs, D. (2001). Beleidsmatig werken aan professionaliteit. Garant Uitgevers nv.

 

McPherson, M., Smith-Lovin, L., & Cook, J.M. (2001). Birds of a feather: Homophily in social networks. Annual Review of Sociology, 27, 415-444. Gedownload op 19 april 2018 op https://www.annualreviews.org/doi/pdf/10.1146/annurev.soc.27.1.415

 

Mentink, R. (2012). Duurzaam leiderschap. De eerste 100 dagen van de schoolleider. BasisschoolManagement, 26(7),  4-8.

 

Mentink, R. (2016). Onboarding: hoe komen beginnende schoolleiders goed aan boord? BasisschoolManagement, 30(3),  29-31.

 

Moolenaar, N.M. & Sleegers, P.J.C. (2014). The networked principal. Examining principals’ social relationships and transformational leadership in school and district networks. Journal of Educational Administration, 53(1), 8-39, doi:10.1108/JEA-02-2014-0031

 

Mortelmans, D. (2013). Handboek kwalitatieve onderzoeksmethoden. Leuven: Acco.

 

Neckebroeck, C., Vanderstraeten, I., & Verhaeghe, M. (2015). Onderzoeksvaardigheden. Voor onderwijs, zorg en welzijn. Antwerpen: Uitgeverij De Boeck NV.

 

Onderwijsinspectie (2015). Project Netwerken en Partnerschappen. Brussel: Ministerie van Onderwijs en Vorming.

 

Saveyn, J. (2009). Beginnende directeurs basisonderwijs. Een follow-up onderzoek. Interview met Roland Vandenberghe. School+Visie, 2008-09(4), 6-9.

 

Scott, J. & Carrington, P.J. (2011). The SAGE handbook of social network analysis. London: SAGE Publications Ltd.

 

Snijders, T.A.B. (2005). Models for longitudinal network data. In P.J. Carrington, J. Scott, & S. Wasserman (Eds.), Models and methods in social network analysis (pp. 215-247). New York: Cambridge University Press. Gedownload op 15 april 2018 op https://www.researchgate.net/profile/Tom_Snijders2/publication/2905888_…

 

Staelens, E., Lesage, H., Leunis, M., Ballet, K., Pauwels, T., & Vekeman, E. (2014). Opleidingsnoden van beginnende directeurs. In opdracht van het Departement Onderwijs en Vorming, afdeling Beleid onderwijspersoneel. Universiteit Gent: Master Pedagogiek en Onderwijskunde.

 

Steunpunt Jeugd (2012). Krax+: Lerende netwerken als methode voor niet-formeel leren. Interview met Brecht De Schepper. Gedownload op 31 januari 2018 op https://ambrassade.be/sites/default/files/publicatie/bestand/KRAX_11___…

 

Tooren, W. (2012). Social network theory. Een korte introductie. Geraadpleegd op 6 december 2017 op http://www.buildingsenses.nl/werknemer-interacties-beschrijven-met-soci…

 

Van Dam Loopbaanbegeleiding (2018). Netwerken. Gedownload op 31 januari 2018 op http://www.vandam-lb.nl/vandamloopbaanbegeleiding/download/common/van-d…

 

Vandenberghe, R. (2003). Beginnende directeurs basisonderwijs: een onderzoek naar professionele ontwikkeling van schoolleiders. K.U. Leuven: Centrum voor Onderwijsbeleid en -Vernieuwing.

 

Vandenberghe, R. (2008). Beginnende directeurs Basisonderwijs. Een follow-up onderzoek. Antwerpen - Apeldoorn: Garant.

 

Van Den Brande, M. (2012). Professionalisering van schoolleiders in het basisonderwijs. School+Visie, 2012(3), 28-30.

 

Vandoninck, A.M. (2017). Survivalkit voor de schoolleider. Kalmthout: Pelckmans Pro.

 

Vanhoof, J., & Van Petegem, P. (2008). Pei/ijlen naar succesvol schoolbeleid. Praktijkboek voor de beleidseffectieve school. Mechelen: Plantyn.

 

Vanhoof, J., & Van Petegem, P. (2017). Doeltreffend schoolbeleid. Praktijkboek beleidsvoerend vermogen in scholen. Leuven/Den Haag: Acco.

 

Van Waes, S. (2017). The ties that teach. Teaching networks in higher education. Maastricht: Universitaire Pers.

 

Van Waes, S., De Maeyer, S., Moolenaar, N.M., Van Petegem, P., & Van den Bossche, P. (2018). Strengthening networks: A social network intervention among higher education teachers. Learning and Instruction, 53, 34-49. doi:https://doi.org/10.1016/j.learninstruc. 2017.07.005

 

Van Waes, S., Moolenaar, N.M., Daly, A.J., Heldens, H.H.P.F., Donche, V., Van Petegem, P., & Van den Bossche, P. (2016). The networked instructor: The quality of networks in different stages of professional development. Teaching and Teacher Education, 59, 295-308. doi:http://dx.doi.org/10.1016/j.tate.2016.05.022

 

Van Waes, S., Moolenaar, N.M., De Maeyer, S., Van Petegem, P., & Van den Bossche, P. (revised version submitted). Linked to professional development: Designing a network intervention to foster informal networks in a formal program. In K.J. Baker-Doyle & S.A. Yoon (Eds.), Networked by design: Interventions for teachers to develop social capital: Routledge.

 

Van Waes, S., Van den Bossche, P., Moolenaar, N.M., De Maeyer, S., & Van Petegem, P. (2015). Know-who? Linking faculty’s networks to stages of instructional development. Higher Education, 70(5), 807-826. doi:10.1007/s10734-015-9868-8

 

Verbiest, E. (2009). Leren leiden. Notities over de professionalisering van schoolleiders in tijden van nieuwe professionaliteit. Fontys. Geraadpleegd op 5 november 2017 op http://samen-wijs.nl/docs/Verbiest%20-%20Leren%20leiden.pdf

 

Vlaamse Onderwijsraad (VLOR) (2004). Leidinggeven aan een basisschool. Raad Basisonderwijs, 16 juni 2004. Geraadpleegd op 1 november 2017 op http://www.vlor.be/sites/www.vlor.be/files/advies/rbo-adv010-0304.pdf.

 

 

 

Universiteit of Hogeschool
Opleidings- en onderwijswetenschappen
Publicatiejaar
2018
Promotor(en)
Prof. Dr. Piet Van den Bossche
Kernwoorden