Is het "time-over" voor de werkelijke zetelleer in het internationaal vennootschapsrecht?

Wouter Dister
België volgt sinds jaar en dag de werkelijke zetelleer. Deze staat echter sterk onder druk door de rechtspraak van het Hof van Justitie. In deze thesis wordt onderzocht of de werkelijke zetelleer nog verder kan bestaan in België.

België wijzigt aanknopingspunt voor toepasselijk vennootschapsrecht

België verklaart sinds jaar en dag het Belgisch vennootschapsrecht van toepassing op vennootschappen die hun werkelijke zetel in België hebben. Deze “werkelijke zetelleer” houdt in dat vennootschappen die in België effectief worden bestuurd, onderworpen zijn aan het Belgisch vennootschapsrecht. Het zijn dan ook enkel deze vennootschappen die een Belgische vennootschapsvorm zoals de NV, de BVBA of de CVBA kunnen aannemen. Dit oude principe zal binnenkort vervangen worden. Wat is het alternatief dat geboden wordt en waarom is de werkelijke zetelleer aan vervanging toe?

Het alternatief voor de werkelijke zetelleer

Eerst en vooral moet er gekeken worden naar de manier waarop het toepasselijk vennootschapsrecht aangeduid wordt in andere lidstaten van de Europese Unie. Naast de werkelijke zetelleerstaten, zoals België, zijn er ook lidstaten die de incorporatieleer volgen. Deze landen verklaren hun vennootschapsrecht van toepassing op vennootschappen die er zijn opgericht of die er hun statutaire zetel hebben.

Het grote verschil tussen beide is de aard van het aanknopingspunt. De werkelijke zetelleer gaat uit van een feitelijk aanknopingspunt. Om te bepalen waar de werkelijke zetel ligt, moet er worden nagegaan waar de vennootschap effectief bestuurd wordt. Dit kan leiden tot discussies, zeker nu men niet meer fysiek aanwezig moet zijn om een vennootschap te besturen. Zo wordt er tegenwoordig vaak gebruik gemaakt van e-mails, telefoongesprekken, conference calls enz…

De incorporatieleer kiest daarentegen voor een formeel criterium. Over de plaats van de oprichting of de ligging van de statutaire zetel is er geen discussie mogelijk. Dit zorgt ervoor dat de vennootschap meer zekerheid heeft over het toepasselijk recht. Het kan immers niet door een wijziging van feitelijke omstandigheden veranderen.

Aan de werkelijke zetelleer is er wel een belangrijk voordeel verbonden. Door aan te knopen bij de werkelijke zetel wordt het vennootschappen die hun activiteiten in een werkelijke zetelleerstaat uitoefenen een stuk moeilijker gemaakt om te ontsnappen aan het vennootschapsrecht van die staat. Op deze manier worden brievenbusvennootschappen ontmoedigd.

De incorporatieleer laat daarentegen meer vrijheid aan ondernemers om hun vennootschap aan een bepaald recht te onderwerpen. Omdat zij geen activiteit moeten ontplooien in de betreffende lidstaat kunnen zij uit een brede waaier van vennootschapsrechten kiezen. Dit leidt tot een zekere competitie tussen lidstaten om via hun vennootschapsrecht zo veel mogelijk vennootschappen aan te trekken (regulatory competition). Dit leidt in principe tot een verbetering van het vennootschapsrecht. Wanneer men echter te ver gaat in het proberen aantrekken van vennootschappen en men daarbij andere lidstaten dusdanig probeert te overtreffen dat de bescherming van aandeelhouders, schuldeisers, werknemers enz… uit het oog verloren wordt kan dit nefaste gevolgen hebben.

Waarom de werkelijke zetelleer achterhaald is

Na deze korte toelichting komen we tot de vraag waarom België afstapt van de werkelijke zetelleer. Aan de basis hiervan ligt de rechtspraak van het Hof van Justitie. Het Hof heeft sinds de jaren ’80 een lijn van rechtspraak over de mobiliteit van vennootschappen binnen de Unie uitgewerkt die het voortbestaan van de werkelijke zetelleer bemoeilijkt.

Ten eerste mogen lidstaten hun eigen vennootschapsrecht niet dwingend opleggen aan buitenlandse vennootschappen die hun activiteiten in die lidstaat uitoefenen via een vestiging. Enkel wanneer er voldaan is aan een aantal zeer strenge voorwaarden kunnen lidstaten zich hiertegen verzetten. In concreto betekent dit dat een vennootschap die onderworpen is aan het recht van een incorporatieleerstaat, maar die zijn activiteiten volledig ontplooit via een vestiging in een werkelijke zetelleerstaat, niet kan onderworpen worden aan het recht van deze werkelijke zetelleerstaat. Dit ondanks het feit dat hij er zijn werkelijke zetel heeft.

Daarnaast heeft het Hof van Justitie het leerstuk van de “grensoverschrijdende omzetting” uitgewerkt. Vennootschappen kunnen van lidstaat naar lidstaat verhuizen, zolang ze voldoen aan de omzettingsvoorwaarden van de ontvangstlidstaat. Dit zijn de voorwaarden om zich te kunnen onderwerpen aan het nationaal vennootschapsrecht. Na een dergelijke omzetting zullen ze onderworpen worden aan het recht van de ontvangststaat. In de meest recente rechtspraak van het Hof is het zelfs niet vereist dat er een werkelijke activiteit wordt gevoerd in de lidstaat naar waar de zetel wordt verplaatst. Dit betekent dat een vennootschap haar zetel via een louter papieren operatie, het wijzigen van de statutaire zetel, kan verplaatsen naar een incorporatieleerstaat en zich zo aan haar recht onderwerpen.

Deze rechtspraak leidt tot het einde van de werkelijke zetelleer. Ten eerste plaatst een vennootschap die de werkelijke zetelleer nog volgt zichzelf in een moeilijke positie binnen de regulatory competition. Een incorporatieleerstaat vereist immers niet dat een vennootschap er werkelijk activiteiten uitoefent opdat zij zich kan omzetten naar haar recht. Deze staten kunnen bijgevolg in principe vennootschappen van over heel de Europese Unie aantrekken. Werkelijke zetelleerstaten vereisen daarentegen dat een vennootschap er zijn werkelijke zetel heeft of bereid is deze er te plaatsen opdat de vennootschap zich kan omzetten. Op deze manier verkleint de werkelijke zetelleer de groep vennootschappen die zich aan haar recht zou kunnen onderwerpen aanzienlijk.

Ten tweede wordt de belangrijkste bestaansreden van de werkelijke zetelleer uitgehold. Lidstaten kozen destijds voor deze leer omdat men zo het eigen vennootschapsrecht dwingend kon opleggen aan de vennootschappen die er hun werkelijke activiteiten ontplooiden. Op dit moment is het in principe mogelijk voor elke vennootschap die zijn werkelijke zetel in een werkelijke zetelleerstaat heeft om te ontsnappen aan het vennootschapsrecht van die staat. Eerst was het mogelijk voor vennootschappen die in een incorporatieleerstaat waren opgericht om hun werkelijke activiteiten volledig in een werkelijke zetelleerstaat te ontplooien zonder dat ze aan het recht van deze staat waren onderworpen. Nu is het zelfs mogelijk voor vennootschappen die hun werkelijke zetel in een werkelijke zetelleerstaat hebben en er onderworpen zijn aan het vennootschapsrecht, om zich aan het recht van een incorporatieleerstaat te onderwerpen door enkel hun statutaire zetel te verplaatsen.  Na de meest recente rechtspraak van het Hof kan dit zelfs zonder dat er een werkelijke activiteit moet uitgeoefend worden in deze tweede staat.

Deze twee elementen zorgen ervoor dat het niet meer verantwoord is om de werkelijke zetelleer aan te blijven hangen. België heeft er dan ook terecht voor gekozen om bij de wijziging van het vennootschapsrecht over te stappen naar de incorporatieleer.

Bibliografie
    1. Bibliografie
      1. Rechtsleer
  • ANGELETTE, B., “The Revolution that Never Came and the Revolution Coming – De Lasteyrie du Saillant, Marks & Spencer, Sevic Systems and the Changing Corporate Law in Europe”, Virginia Law Review 2006, 1189-1124.
  • ARMOUR, J., “Who Should Make Corporate Law ? EC Legislation versus Regulatory Competition”, Current Legal Problems 2005, 369-413.
  • ARNULL, A., DASHWOOD, A., DOUGAN, M., ROSS, M., SPAVENTA, E., WYATT, D., Wyatt & Dashwoods European Union Law, Londen, Sweet & Maxwell, 2006, 1224.
  • ARNULL, A., The European Union and its Court of Justice, Oxford, Oxford University Press, 2006, 699.
  • ASSERS, C., KRAMER, X.E., VERHAGEN, H.L.E., VAN DONGEN, S., VONKEN, A.P.M.J., Internationaal Privaatrecht. Deel III Internationaal Vermogensrecht, Deventer, Kluwer, 2015, 1061.
  • AUDIT, B., D’AVOUT, L., Droit international privé, Parijs, Economica, 2013, 1140.
  • AUTENNE, A., NAVEZ, E.-J., “Cartesio – les contours incertains de la mobilité transfrontalière des sociétés revisités”, CDE 2009, 91-125.
  • BIERMEYER,T., “Shaping the space of cross-border conversions in the EU. Between right and autonomy: VALE” CML rev. 2013, 571-590.
  • BLUMBERG, J-P., “Over het grensoverschrijdende associatieconcern, zetelverplaatsing en internationale fusie”, TPR 1992, 803-843.
  • BORG-BARTHET, J., “Free at Last: Choice of Corporate Law in the EU Following the Judgment in Vale”, International and Comparative Law Quarterly 2013, 503-512.
  • BORG-BARTHET, J., The governing law of companies in EU law, Oxford en Portland, Oregon, Hart Publishing, 2012, 189.
  • BORG-BARTHET, J., “A new approach to the governing law of companies in the EU: A legislative proposal”, Journal of Private International Law 2010, 589-622.
  • BORG-BARTHET, J., “European Private International Law of Companies After Cartesio”, International and Comparative Law Quarterly 2009, 1020-1028.
  • BRAECKMANS, H., HOUBEN, R., Handboek vennootschapsrecht, Antwerpen, Intersentia, 2012, 924.
  • BRAECKMANS, H., WYMEERSCH, E., Het gewijzigd vennootschapsrecht 1995, Antwerpen-Apeldoorn, Maklu Uitgevers, 1996, 470.
  • BRAECKMANS, H., WYMEERSCH, E., GEENS, K., Vennootschappen en verenigingen: artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Antwerpen, Kluwer, losbl.
  • BUREAU, D., MUIR WATT, H., Droit international privé, Tome II : Partie spéciale, Parijs, Presses Universitaires de France, 2014, 712.
  • CACHARD, O., Droit international privé, Brussel, Larcier, 2016, 456.
  • CHALMERS, D., DAVIES, G., MONTI, G., European Union Law, Cambridge, Cambridge University Press, 2014, 1114.
  • CONFÉRENCE DE LA HAYE DE DROIT INTERNATIONAL PRIVÉ, Recueil des conventions (1951-2009), Den Haag, Bureau permanent de la conférence de La Haye 2009, 579.
  • COUTURIER, J.J., PEETERS, B., VAN DE VELDE, E., Belgisch Belastingrecht, Antwerpen-Apeldoorn, Maklu, 2017, 1302.
  • COUWENBERG, I., HANSEBOUT, A., VANFRAECHEM, L., Internationaal Privaatrecht Duiding 2014, Brussel, Larcier, 2014, 813.
  • CRAIG, P., DE BÚRCA, G., EU Law. Text, Cases, and Materials, Oxford, Oxford University Press, 2011, 1155.
  • CRAIG, P., DE BÚRCA, G., The Evolution of EU Law, Oxford, Oxford University Press, 917.
  • CLAVEL, S., Droit international privé, Parijs, Dalloz, 2016, 732.
  • CLOTTENS, C., “Vrijheid van vestiging en zetelverplaatsing na het arrest Inspire Art : is the sky the limit(ed) ?”, noot onder HvJ 30 september 2003, TRV 2006, 673-689.
  • DE BROE, L., WYCKAERT, M. (eds.), Corporate Mobility in België en Europa, Antwerpen-Cambridge, Intersentia, 2014, 142.
  • DE KORT, J.W.J. “The European Court of Justice on the Dutch Levy upon Emigration of a Substantial Participation Holder in a Corporation”, Intertax 2007, 713-718.
  • DE WULF, H., “Het voorontwerp van een wetboek van vennootschapsrecht en verenigingen: een eerste overzicht”, TAA 2017, afl. 4, 7-36.
  • DE WULF, H., “Kornhaas: verduidelijking over de interferentie van de vrijheid van vestiging voor vennootschappen met insolventierechtelijke bestuurdersaansprakelijkheden”, TBH 2016, 435-448.
  • DE WULF, H., “Noot onder HvJ 30 september 2003, nr. C-167/01, Inspire Art.”, TBH 2004, 89-90.
  • DE WULF, H., “Hof van justitie 5 november 2002 (C-208/00, “Überseering”): Impliceert vrijheid van vestiging het einde van de werkelijke zetelleer?, TBH 2003, afl. 1, 96-97.
  • DE WULF, H., VAN DEN STEEN, L., “Enkele problemen uit het economisch recht: het mogelijke conflict tussen lex concursus en lex societatis, de effecten op rekening en Europees getinte class actions in de VS”, Working Paper Series 2009, 72, http://www.law.ugent.be/fli/wps/pdf/WP2009-06.pdf.
  • DEGUÉE, J., “Forum Shopping, usage ou abus de liberté d’établissement”, noot onder HvJ 9 maart 1999, nr. C-212/97, Centros, RPS 2000, 51-83.
  • DRINHAUSEN, F., NOHLEN, N., “The Limited Freedom of Establishment of an SE”, European Company Law 2009, 14-19.
  • EBKE, W.F., “The Real Seat Doctrine in the Conflict of Corporate Laws”, Int’l Law. 2002, 1015-1038.
  • ERAUW, J., Internationaal Privaatrecht, Mechelen, Kluwer, 2009, 938.
  • ERAUW, J., Handboek Belgisch internationaal privaatrecht, Mechelen, Wolters Kluwer, 2006, 615.
  • ERAUW, J., Beginselen van internationaal privaatrecht, Gent, E. Story-Scientia, 1985, 334.
  • ERAUW, J., FALLON, M., GULDIX, E., MEEUSEN, J., PERTEGAS, M., VAN HOUTTE, H., WATTE, N., WAUTELET, P. (eds.), Het Wetboek Internationaal Privaatrecht becommentarieerd, Antwerpen, Intersentia, 2006, 722.
  • FROST, C., “Transfer of Company’s Seat- an Unfolding Story in Europe”, Victoria University Wellington Law Review 2005, 359-388.
  • GEENS, K., “Oprichting Brussels International Business Court”, Koengeens.be, 27 oktober 2017, https://www.koengeens.be/news/2017/10/27/oprichting-brussels-internatio….
  • GEENS, K., WYCKAERT, M., CLOTTENS, C., DE DIER, S., PARREIN, F., Beginselen van Belgisch privaatrecht IV. Verenigingen en vennootschappen. Deel II De vennootschap. A. Algemeen Deel, Mechelen, Kluwer, 2011, 906.
  • GEENS, K., WYCKAERT, M., CLOTTENS, C., PARREIN, F., DE DIER, S., COOLS, S., “Vennootschappen met rechtspersoonlijkheid. Algemene regels”, TPR 2012, Afl. 1, 111-145.
  • GERNER-BEUERLE, C., SCHILLIG, M., “The Mysteries of Freedom of Establshment after Cartesio”, International & Comparative Law Quarterly 2010, 1-21.
  • HEYVAERT, A., Belgisch Internationaal Privaatrecht, een Inleiding, Gent, Mys en Breesch, 1999, 270.
  • KACZOROWSKA, A., European Union Law, Oxford, Routledge-Cavendish, 2009, 964.
  • KENT, P., Law of the European Union, Essex, Pearson Education, 2008,416.
  • KERSTING, C., SCHINDLER, C., “The ECJ’s Inspire Art Decision of 30 September 2003 and Its Effects on Practice”, German Law Journal 2003, 1177-1192.
  • KOSTERS, J., Het internationaal burgerlijk recht in Nederland, Haarlem, De Erven F. Bohn, 1917, 848.
  • KRUGER, T., VERHELLEN, J., Internationaal privaatrecht, de essentie, Brugge, Die Keure, 2016, 465.
  • LENAERTS, K., VAN NUFFEL, P., Europees Recht, Antwerpen-Cambridge, Intersentia, 2017, 759.
  • LORENZEN, E.G., “French rules of the conflict of laws (part 3)” Yale Law School Faculty Scholarship Series 1928, 165-192, http://digitalcommons.law.yale.edu/fss_papers/4570.
  • MALHERBE, J., DE CORDT, Y., LAMBRECHT, en MALHERBE, P., Droit des sociétés. Précis, Brussel Bruylant, 2011, 1530.
  • MARESCEAU, K., “De “Europese markt voor vennootschapsrecht”: een (her)evaluatie van het vennootschapsrechtelijke harmonisatieprogramma”, TPR 2015, 549-596.
  • MARESCEAU, K., “Belgium, get ready to compete for corporate charters: een pleidooi voor de invoering van de statutaire zetelleer”, WP 2014, afl. 2, 1-27, www.law.ugent.be/fli/wps/pdf/WP2014-02.pdf.
  • MARESCEAU, K., “De grensoverschrijdende omzetting van vennootschappen binnen de Europese Unie na de arresten Cartesio en Vale”, TBH 2013, 231-255.
  • MARESCEAU, K., Grensoverschrijdende mobiliteit van vennootschappen. De effecten van regelgevende competitie op vennootschapsrechtelijk vlak, Antwerpen-Cambridge, Intersentia, 2014, 542.
  • MARESCEAU, K., “Het vrij vestigingsrecht, de problematiek van de zetelverplaatsing en zijn impact op het internationaal privaatrecht: een stand van zaken na de zaak Cartesio” (noot onder H.v.J. 16 december 2008, C-210/06, Cartesio Oktató és Szolgáltáto bt), TBH 2009, 581-609.
  • MARESCEAU, M., De directe werking van het Europese Gemeenschapsrecht, Antwerpen, Kluwer, 1978, 330.
  • MEEUSEN, J., “Het Polbud-arrest van het Hof van Justitie: Europese vennootschapsmobiliteit op nieuwe wegen”, RW 2017, 602.
  • MEEUSEN, J., “Hof van Justitie 30 september 2003”, RW 2004, 636-638.
  • MEEUSEN, J., “De werkelijke zetel-leer en de communautaire vestigingsvrijheid van vennootschappen”, TRV 2003, afl. 2, 95-127.
  • MENJUCQ, M., Droit international et européen des sociétés,  Issy-les-Moulineaux, LGDJ, 2016, 572.
  • MORTELMANS, K.J.M., Handboek Europese Gemeenschappen. Verdragsteksten, Verordeningen. Aanverwante Stukken, Mechelen, Kluwer, 1968, losbl.
  • MUCHA, A., “Corporate mobility in Europe: new hand in corporate shopping after the judgment of the Court of Justice in Polbud-Wykonastwo (C-106/16)”, 2018, 1-35, https://papers.ssrn.com/sol3/papers.cfm?abstract_id=3100156.
  • MYSZKE-NOWAKOWSKA, M., The Role of Choice of Law Rules in Shaping Free Movement of Companies, Cambridge-Antwerpen-Portland, Intersentia, 2014, 291.
  • PANAYI, C. HJI., “Corporate Mobility in Private International Law and European Community Law: Debunking Some Myths” in EECKHOUT, P., TRIDIMAS, T. (eds.), Yearbook of European Law, Oxford, Oxford University Press, 2009, 123-176.
  • PIETTE, C., VAN DE VELDE, G., “Nieuw Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen”, KLaw.be, 9 januari 2018, http://www.klaw.be/news-and-events/nieuw-wetboek-van-vennootschappen-en….
  • POULLET, P., Manuel de Droit International Privé Belge, Brussel, Polydore Pée, 1947, 671.
  • POULLET, P., Manuel de Droit International Privé Belge, Leuven, Universitas, 1928,  702.
  • RAMMELOO, S., “The Long and Winding Road towards Freedom of Establishment for Legal Persons in Europe”, MJ, 2003, 169-197.
  • REICH, N., NORDHAUSEN SCHOLES, A., SCHOLES, J., Understanding EU Internal Market Law, Cambridge-Antwerpen-Portland, Intersentia, 2015, 719.
  • RIGAUX, F., FALLON, M., Droit international privé, Tome II, Droit positif Belge, Brussel, Larcier, 1993, 923.
  • RIGAUX, F., FALLON, M., Droit International Privé, Précis de la faculté de Droit de l’Université catholique de Louvain, Brussel, Larcier, 2005, 1038.
  • ROELOFS, E.R., “Het Vale-arrest: een nieuwe stap op het gebied van grensoverschrijdende omzetting” WPNR 2012, 792-799.
  • ROVERS, J.M., “Grensoverschrijdende zetelverplaatsing en de SE-verordening: nog een beetje toekomst?” NTER 2006, 49-54.
  • SAMOY, I., SAGAERT, V., TERRYN, E. (eds.), Invloed van het Europese recht op het Belgische privaatrecht, Antwerpen, Intersentia, 2012, 691.
  • STEENNOT, R., STUYCK, J., VANHEES, H., WYMEERSCH, E., Handels- en economisch recht. Commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Mechelen, Wolters Kluwer, losbl.
  • STRIKWERDA, L., Inleiding tot het Nederlandse Internationaal Privaatrecht, Deventer, Kluwer, 2002, 309.
  • SZYDLO, M., “Director’s duties and liability in insolvency and the freedom of establishment of companies after Kornhaas”, CML Rev. 2017, 1853-1866.
  • SZYDLO, M., “Annotation Cartesio”, CML Rev. 2009, 703-722.
  • TILQUIN, T., “L’incorporation comme facteur de rattachement de la lex societatis”, RPS 1998, 5-56.
  • VANANROYE, J., LINDEMANS, G., “Schuldeisersbescherming tegen misbruik van rechtspersonen: het insolventierecht geeft en het vennootschapsrecht neemt?” DAOR 2017, 4-18.
  • VAN CALSTER, G., “The Brussels International Business Court – BIBC: Some initial thoughts”, gavclaw.com, 9 maart 2018, https://gavclaw.com/2017/11/08/the-brussels-international-business-cour….
  • VAN CALSTER, G., European Private International Law, Hart Publishing, Oxford and Portland, Oregon, 2013, 340.
  • VAN HECKE, G., LENAERTS, K., Internationaal Privaatrecht, Gent, E. Story-Scientia, 1989, 435.
  • VAN HOE, A., “We zijn er bijna, maar nog niet helemaal: grensoverschrijdende omzetting van vennootschappen na Vale”, TRV 2013, 539-552.
  • VAN VEEN, W.J.M., “Privaatrecht Actueel. Grensoverschrijdende omzetting, fusie en splitsing: Waar ligt de grens? Hof van Justitie EU 25 oktober 2017, zaak C-160/16 (Polbud)”, WPNR 2017, 905-906.
  • VERBEKE A., VERSTRAETE, J., WEYTS, L., (eds.), Facetten van ondernemingsrecht. Liber Amicorum Professor Frans Bouckaert, Leuven, Universitaire Pers Leuven, 2000, 624.
  • VLAS, P., Rechtspersonen, Apeldoorn-Antwerpen, Maklu, 2017, 275.
  • VLAS, P., Rechtspersonen, Apeldoorn-Antwerpen, Maklu, 2009, 254.
  • WAUTELET, P., “Quelques réflexions sur la lex societatis dans le code de droit international privé”, RPS 2006, 5-56.
  • WOUTERS, J., “Over vennootschappen verwijzingsregels en vrijheid van vestiging”, TRV 1991, 456-478.
  • WYMEERSCH, E., “The transfer of the company’s seat in European company law”, CML Rev. 2003, afl. 3, 661-695. 
  • X., “Slides: Het voorliggend ontwerp Wetboek van vennootschappen en verenigingen”, 8 november 2017, http://www.bcv-cds.be/.
  • X., “beleidsnota: Een modern Wetboek van vennootschappen en verenigingen”, 2 oktober 2015, http://www.bcv-cds.be/.
    1. 2 Overige bronnen
  • Y. DE PARTZ, M. TARDY, M-L. GABRIEL, R. MARTON, Renault-Vilvorde Ferme: 3100 emplois disparaissent Belgique, Pays roi de la construction auto? Histoire d’amour Franco-Belge…”, Le Soir, 28 februari 1997, http://www.lesoir.be/archive/recup%3A%252Frenault-vilvorde-ferme-3100-e…
  • MACIEJEWSKI, M., DANCOURT, L., “De interne markt : Algemene beginselen”, Eurofeiten 2017 2016, http://www.europarl.europa.eu/ftu/pdf/nl/FTU_3.1.1.pdf.
  • MACIEJEWSKI, M., PENGELLY, K., “Vrijheid van vestiging en vrij verrichten van diensten”, Eurofeiten 2017 2016, http://www.europarl.europa.eu/ftu/pdf/nl/FTU_3.1.4.pdf.
  • VAN LIEROP, T., VANCLOOSTER, L., DUMAREY, A., “20 jaar sluiting Renault Vilvoorde: een chronologie”, Deredactie.be, http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/Longreads/1.2901007.
Universiteit of Hogeschool
Master in de Rechten
Publicatiejaar
2018
Promotor(en)
Prof.Dr. Thalia Kruger
Kernwoorden