De vergoedingsgrondslagen voor familiale zorgverhoudingen - Lacunes in het gemene recht en opkomst van de zorgovereenkomst.

Laura Reynders
Deze scriptie handelt over de vergoeding die kinderen kunnen krijgen nadat zij zorg hebben gedragen voor hun ouder. Er is een bespreking van de bestaande regelgeving alsook een bespreking van de zorgovereenkomst.

Vergoeding voor mantelzorgers of niet? Evenwicht vinden tussen intergenerationele solidariteit en gevoelens van onbillijkheid

Iedereen kan ermee geconfronteerd worden: een ouder die niet langer voor zichzelf kan zorgen. Veel kinderen nemen met liefde de zorg voor hun ouders op zich. Zij hebben immers ook vele jaren voor hen gezorgd. Dit neemt niet weg dat deze zorg soms zwaar kan wegen op het kind. Neem bijvoorbeeld de volgende situatie: de ouder woont alleen, maar kan wel een helpende hand in het huishouden gebruiken. Een van de kinderen springt daarom na zijn werk of in het weekend even binnen om het huis een beetje op te ruimen, eten klaar te maken, enzovoort. Dit valt nog relatief makkelijk te combineren met een full-time baan en een eigen huishouding. 

Maar stel nu dat de ouder steeds moeilijker te been is en steeds minder in staat om voor zichzelf te zorgen. Het kind moet in plaats van enkele dagen in de week plots dagelijks bij de ouder langsgaan. De huishouding van de ouder moet nu volledig verzorgd worden door het kind en daarnaast moet het kind eten klaarmaken, de ouder helpen met zich wassen en aankleden, … Vaak ziet het kind zich genoodzaakt om halftijds te gaan werken. Een andere situatie is ook mogelijk: de ouder kan niet meer zelfstandig wonen, maar wil ook niet naar een rusthuis. Een van de kinderen beslist daarom om de ouder bij zich te laten inwonen. Om dit mogelijk te maken, gebeuren er vaak aanpassingen aan de woning. Er moet bijvoorbeeld een kamer voorzien worden op het gelijkvloers als de ouder moeilijk te been is.

Het is u al meteen duidelijk dat in die gevallen de zorg heel wat implicaties met zich meebrengt, maar kan het kind ook een vergoeding krijgen voor die zorgen? Veel kinderen verwachten geen vergoeding omdat zij het vanzelfsprekend vinden dat zij zorg dragen voor hun ouder. Er heerst een sterke intergenerationele solidariteit. Maar anderzijds is er toch ook een gevoel van onbillijkheid. Stel dat er drie kinderen zijn en een van hen neemt de zorg voor de ouder op zich. Deze zorg gaat gepaard met heel wat kosten (bv. voor voeding, huisvesting, verzorging, …) en kan ertoe leiden dat het kind halftijds gaat werken en hierdoor inkomen verliest. De andere twee kinderen maken deze opofferingen niet. Als er geen enkele vergoeding is, roept dit toch een gevoel van onbillijkheid op. Het kan soms wenselijk zijn dat het kind een vergoeding krijgt voor de verstrekte zorgen.

Vergoeding via het gemeen recht

Tijdens het leven van de ouder staan zowel ouder als kind er dikwijls niet bij stil om een dergelijke vergoeding te voorzien. Gevolg is dat veel kinderen in de kou blijven staan. De Belgische wetgeving voorziet geen specifieke vergoeding. In Nederland bestaat er specifieke regelgeving, het zogenaamde uitgesteld loon of salaire différé. Indien het kind langdurige en intensieve zorg heeft verstrekt, zonder hiervoor een vergoeding te hebben ontvangen, kan het kind na overlijden van de ouder een vergoeding vragen aan de rechter. De rechter oordeelt vervolgens wat een billijke vergoeding is. 

Voorziet de Belgische regelgeving dan helemaal niets? Welnu, er zijn een aantal algemene rechtsfiguren die soelaas kunnen bieden. Helaas zijn rechters zeer terughoudend om op basis van die rechtsfiguren een vergoeding toe te kennen. Ik bespreek kort een van deze rechtsfiguren die het meeste kans heeft van slagen, zijnde de verrijking zonder oorzaak. Concreet vereist deze rechtsfiguur een verrijking van de ene persoon en een verarming van de andere, zonder dat er voor die verrijking een reden bestond. Voor mantelzorg is er een verarming van het kind: het kind maakt kosten, bv. aankoop van voeding, maar levert ook inspanning en verliest hierdoor tijd die men niet meer in de eigen huishouding kan steken. Daarnaast is de ouder verrijkt: er moet geen beroep meer gedaan worden op een betaalde derde om de zorg te verlenen. Ten slotte mag er geen reden zijn voor de verrijking van de ouder. In het kader van mantelzorg is het belangrijk om te wijzen op de plicht van het kind om voor de ouder te zorgen. Wil het kind een vergoeding krijgen, zal de zorg verder moeten gaan dan louter incidentele zorg. Neem het volgende voorbeeld: het kind gaat enkele dagen in de week langs bij de ouder en maakt daar eten, stofzuigt de woning en gaat vervolgens terug naar huis. Dit wordt veelal gezien als zorg die verwacht wordt van het kind en bijgevolg als zorg die niet vergoed moet worden. De zaken liggen echter compleet anders indien het kind de ouder bij zich laat inwonen en/of intensieve, permantene verzorging verstrekt. De Belgische wetgeving geeft dus wel een klein lichtpuntje, maar voor deze vergoeding zal het kind steeds naar de rechter moeten en bewijs moeten leveren van de verleende zorg. 

Zorgovereenkomst

Idealiter sluiten ouder en kind gezamenlijk een zorgovereenkomst. Omdat veel mensen niet weten hoe hier aan te beginnen, heb ik een model zorgovereenkomst opgesteld. Het is immers belangrijk om allesomvattend te zijn zodanig dat toekomstige discussies de kop worden ingedrukt. In eerste instantie moeten ouder en kind overeenkomen welke zorgen verstrekt worden en welke vergoeding hier tegenover staat. Dit moet zeer gedetailleerd worden opgenomen; hoe gedetailleerder, hoe minder kans op betwistingen. Wat de vergoeding betreft, kan de ouder ervoor kiezen om deze reeds tijdens het leven te betalen dan wel de vergoeding pas uit te keren na overlijden. Het kind krijgt hierdoor een groter deel van de nalatenschap. Indien de erfgenamen de vergoeding moeten betalen, moeten zij wel betrokken worden in de overeenkomst. Het is aan te raden om eveneens een herzieningsclausule op te nemen: de omvang van de vereiste zorg kan immers evalueren doorheen de tijd. In mijn eindwerk kan je een omvattend model terugvinden met bespreking van alle elementen van dit model.

 

Graag sluit ik dit artikel af met volgend citaat: “en wie vraagt de mantelzorger hoe het met hem gaat?” (Loesje). Dit citaat maakt duidelijk dat mantelzorg een impact heeft op de mantelzorger. Het is daarom belangrijk om stil te staan bij zijn noden, waaronder de nood aan vergoeding.

Bibliografie

BELGIË

WETGEVING

Burgerlijk Wetboek.
Wet 28 december 1967 houdende een uitgesteld loon in land- en tuinbouw, BS 20 januari 1968, 579. Wet 31 juli 2017 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse andere bepalingen ter zake, BS 1 september 2017, 81578. Wetsontwerp tot invoering van een Burgerlijk Wetboek en tot invoeging van Boek 5 « Verbintenissen » in dat Wetboek.

Decr.Vl. 3 maart 2004 betreffende de eerstelijnsgezondheidszorg en de samenwerking tussen de zorgaanbieders, BS 20 april 2004, 23160.

MvT 25 januari 2017 bij het wetsvoorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse andere bepalingen ter zake, Parl.St. Kamer 2016-17, nr. 54-2282/001.

Hand. Kamer (Commissie voor de Justitie) 2016-17, 23 juni 2017, nr. 54-2282/006. 

Adv. RvS nr. 60.998/2 bij het Wetsvoorstel 22 mei 2017 tot wijziging van het burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse andere bepalingen ter zake,Parl. St. Kamer 2016-17, nr. 54-2282/002.

BLINDEMAN, C., Inleidende uiteenzetting tijdens hoorzitting van 23 mei 2017 in de Kamercommissie voor de Justitie, Parl.St. Kamer 2016-17, nr. 54-2282/006, 93-95.

CASMAN, H., Inleidende uiteenzetting tijdens hoorzitting van 23 mei 2017 in de Kamercommissie voor de Justitie, Parl.St. Kamer 2016-17, nr. 54-2282/006, 89-92.

VERBEKE, A.L., Inleidende uiteenzetting tijdens hoorzitting van 23 mei 2017 in de Kamercommissie voor de Justitie, Parl.St. Kamer 2016-17, nr. 54-2282/006, 84-86.

RECHTSPRAAK

Cass. 16 oktober 1959, Arr.Cass. 1960, 137.

Cass. 10 november 1960, Pas. 1961, 259.
Cass. 9 maart 1973, Arr.Cass. 1973, 671.
Cass. 22 november 1973, Arr.Cass. 1974, 327.

Cass. 11 april 1980, Arr.Cass. 1979-80, 996.

Cass. 17 november 1983, Arr.Cass. 1983-84, 315.

Cass. 9 maart 1989, Arr.Cass. 1988-89, 783.
Cass. 18 april 1991, T.Not. 1992, 427.
Cass. 25 februari 1997, Arr.Cass. 1997, 274.
Cass. 12 november 1998, Dr.circ. 1999, 152.
Cass. 21 september 2000, AR C.97.0045.N, Arr.Cass. 2000, 1415. Cass. 7 september 2001, Arr.Cass. 2001, 1395.

Cass. 14 oktober 2002, NJW 2002, 462.

Cass. 6 januari 2005, RCJB 2007, 175.

Cass. 19 januari 2009, Arr.Cass. 2009, 176.

Cass. 10 mei 2012, NJW 2013, 29.

Cass. 18 september 2015, AR C.14.0488.F.

Cass. 21 januari 2016, AR C.14.0470.N.

Cass. 14 april 2016, RW 2017-18, 1136.

Cass. 21 oktober 2016, AR C.150457.N.

Cass. 19 mei 2017, AR C.120623.N.

Antwerpen 12 mei 1998, AJT 1998-99, 418.
Antwerpen 24 januari 2005, NJW 2006, 704.
Antwerpen 29 november 2005, RW 2007-08, 783.
Antwerpen 1 februari 2006, RW 2007-08, 1816, noot L. WERMOES. Antwerpen 1 maart 2006, T.Gez. 2007-08, 55.

Antwerpen 3 juni 2009, T.Not. 2011, 517, noot M. PUELINCKX-COENE.

Antwerpen 6 mei 2015, RW 2016-17, 386.
Antwerpen 13 april 2016, T.Not. 2016, 545.
Antwerpen 23 maart 2017, RW 2017-18, 787.

Bergen 14 februari 2005, TBBR 2012, 56.
Bergen (2e k.) 13 september 2011, T.Verz. 2012, 377.
Brussel 3 juni 1996, AJT 1996-97, 328, noot B. WYLLEMAN. Brussel 27 februari 2001, RW 2001-02, 844.
Brussel 12 maart 2003, nr. 2000/AR/2409.
Brussel 12 november 2013, RW 2013-14, 1383.
Gent 10 maart 1995, T.Not. 1997, 13.
Gent 23 maart 1999, TBBR 2000, 311.
Gent 12 januari 2005, NJW 2005, 1171.

Gent 28 januari 2016, T.Not. 2016, 268.
Gent 21 april 2016, T.Not. 2016, 742 en P&B 2016, 159.

Gent 19 januari 2017, T.Not 2017, 684 en TEP 2017, 82.

Luik 11 december 1990, JLMB 1991, 515.
Luik 1 december 2010, T.Not. 2012, 506.

Rb. Brussel 29 maart 2002, T.Not. 2003, 351.
Rb. Brussel 7 juni 2002, T.Not. 2003, 35.
Rb. Doornik 1 april 1999, T.Verz. 2004, 339.
Rb. Doornik 30 mei 2001, Rec.gén.enr.not. 2003, 17.

Rb. Hasselt 21 april 1993, T.Not. 1999, 87.

Rb. Oost-Vlaanderen (afd. Dendermonde) 22 mei 2015, TBO 2017, 264.

Kh. Bergen 28 februari 2008, TBBR 2008, 283.
Kh. Kortrijk 11 juni 2007, AR 2413/06.
Rb. Mechelen 11 december 2013, nr. 07/1286/A.

Vred. Namen 20 januari 2017, T.Agr.R. 2017, 88.
Vred. Oudenaarde-Kruishoutem 25 november 2004, T.Vred. 2009, 313.
Vred. Oudenaarde-Kruishoutem 19 januari 2012, T.Vred. 2013, 581.
Vred. Zelzate 9 december 2004, TBBR 2005, 529-534, noot C. CAUFFMAN en RW 2006-07, 73.

RECHTSLEER

§1. Boeken

BARBAIX, R., Handboek familiaal vermogensrecht, Antwerpen, Intersentia, 2016, 976p. BARBAIX, R., Het nieuwe erfrecht 2017, Antwerpen, Intersentia, 2017, 373p.
BARBAIX, R. en VERBEKE, A.L., Kernbegrippen erfrecht en giften, Brugge, die Keure, 2012, 215p.
BARBAIX, R. en VERBEKE, A.L., Beginselen erfrecht, Brugge, die Keure, 2013, 329p.
BEYSEN, E., Zaakwaarneming, Mechelen, Kluwer, 2006, 181p.
COOLS, H., Almanak – erven en schenken. De theorie en de praktijk, Antwerpen, Standaard Uitgeverij, 2006, 249p.
DAMBRE, M., Bijzondere overeenkomsten, Brugge, die Keure, 2018, 632p.
DE CORTE, R., DE GROOTE, B. en BRULOOT, D., Privaatrecht in hoofdlijnen, Deel 1, Antwerpen, Intersentia, 2017, 434p.

DE CORTE, R., DE GROOTE, B. en BRULOOT, D., Privaatrecht in hoofdlijnen, Deel 2, Antwerpen, Intersentia, 2017, 539p.

DEKKERS, R., VERBEKE, A.L., CARETTE, N. en VANHOVE, K., Handboek burgerlijk recht – Deel III, Antwerpen, Intersentia, 2007, 820p.

DEKKERS, R., CASMAN, H., VERBEKE, A.L. en ALOFS, E., Erfrecht & giften - inclusief de nieuwe Erfwet 2017, Antwerpen, Intersentia, 2017, 339p.

DE POTTER, V. en VAN DORSSELAER, I., Perceptie en verwachtingen over erven en nalaten in België, Brussel, Koning Boudewijnstichting, 2016, 38p.

DE VOGELAERE, T., Het testament. Enkele basisbeginselen, Gent, Larcier, 2015, 116p.
DE WULF, C., Notarieel familierecht en familiaal vermogensrecht: het opstellen van notariële akten, Mechelen, Kluwer, 2011, 1341p.
DE WULF, C., De Erfwet van 31 juli 2017 - een algemeen overzicht met modellen voor de praktijk, Brugge, die Keure, 2018, 263p.
ENGELS, C. en DAMBRE, M., Bijzondere overeenkomsten, Brugge, die Keure, 2010, 472p. GEENS, K., De sprong naar het recht van morgen, 2016, https://www.koengeens.be/beleid/hercodificatie-basiswetgeving/hercodifi…, 83p. MARTIN, G., DEVLOO, R. en JORENS, Y., Kennismaking met recht en rechtspraktijk, Brugge, die Keure, 2016, 550p.
PINTENS, W., DECLERCK, C., DU MONGH, J. en VANWINCKELEN, K., Familiaal vermogensrecht, Antwerpen, Intersentia, 2010, 1345p.
STIJNS, S., Leerboek verbintenissenrecht – Boek 1, Brugge, die Keure, 2005, 559p.
STIJNS, S., Leerboek verbintenissenrecht – Boek 1bis, Brugge, die Keure, 2013, 323p.
STIJNS, S., Leerboek verbintenissenrecht – Boek 2, Brugge, die Keure, 2009, 186p.
SWENNEN, F., Het personen- en familierecht, Antwerpen, Intersentia, 2014, 602p.
TASTENOYE, S., Pacht, vragen uit de praktijk, Kortijk, INNI publishers, 2011, 127p. TILLEMAN, B., Lastgeving, Deurne, Kluwer, 1997, 396p.
TILLEMAN, B., VERBEKE, A.L. en SAGAERT, V., Vermogensrecht in kort bestek, Antwerpen, Intersentia, 2007, 485p.
VANDEURZEN, J., Nabije zorg in een warm Vlaanderen. Vlaams Mantelzorgplan 2016-2020, http://www.jovandeurzen.be/sites/jvandeurzen/files/Vlaams%20Mantelzorgp…, 95p. VAN GERVEN, W. en COVEMAEKER, S., Verbintenissenrecht, Leuven, Acco, 2006, 719p.
VAN OEVELEN, A., Overeenkomsten. Deel 2: bijzondere overeenkomsten. E. Aanneming van werk-lastgeving, Mechelen, Kluwer, 2017, 691p.
VAN OMMESLAGHE, P., Droit des obligations II, Brussel, Bruylant, 2010, 937-1710.

VANWINCKELEN, K., DECLERCK, C. en PINTENS, W., Schets van het familiaal vermogensrecht, Antwerpen, Intersentia, 2012, 440p.

VERBEKE, A.L., De legitieme ontbloot of dood? Leve de echtgenoot!, Deventer, Kluwer, 2002, 128p.

VERBEKE, A.L. en BARBAIX, R., Kernbegrippen familiaal vermogensrecht, Antwerpen, Intersentia, 2014, 318p.

VERBEKE, A.L., GLADINEZ, T., SWENNEN, J., TROCH, K. en VAN DAMME, N., Bijzondere overeenkomsten in kort bestek, Antwerpen, Intersentia, 2016, 330p.

VERSTRAETE, J., Pactes sur succession future, Gent, Larcier, 2005, 94p.
VON BAR, C., Benevolent Intervention in Another’s Affairs, München, Sellier, 2006, 417p.

WILLEMS, K., De natuurlijke verbintenis, Brugge, die Keure, 2012, 573p.

§2. Bijdragen in tijdschriften

AYDOGAN, A., “De natuurlijke verbintenis: begrip zonder grenzen?” (noot onder Rb. Gent 28 mei 2009), Not.Fisc.M. 2010, 85-87.

BOONE, K., “Burgerlijk recht – Huwelijksvermogensrecht. Vorderingen en vergoedingen tussen echtgenoten gehuwd onder een stelsel van scheiding van goederen – Eigen gelden van de ene echtgenoot aangewend voor de financiering en de verbetering van een eigen goed van de andere echtgenoot”, Notamus 2008, 17-19.

CASMAN, H., “De nieuwe erfwet. Een kennismaking”, NJW 2018, 134-146.
CASMAN, H. en VERBEKE, A.L., “Erfwet”, TEP 2017, 196-200.
DEBLAUWE, R., “Voldoening van een natuurlijke verbintenis is geen schenking”, Not.Fisc.M. 2004, 18-25.
DEGEEST, G., “Het dwingend recht- of openbare orde karakter van de erfrechtelijke reserve”, Jura Falc. 2013-14, 739-845.
EVERAERT-DUMONT, D., “L’assistance aux parents âgés: quand le dévouement deviant source d’indemnisation ou de remuneration”, LPA 2003, 8-15.
KRUITHOF, R., “Overzicht van rechtspraak (1974-1980). Verbintenissen”, TPR 1983, 495-717. KRUITHOF, R., BOCKEN, H., DE LY, F. en DE TEMMERMAN, B., “Overzicht van rechtspraak (1981-1992). Verbintenissen”, TPR 1994, 171-721.
LABEEUW, N. en ELSERMANS, R., “De hervorming van het erfrecht”, Nieuwsbrief Notariaat 2017, 1-6.
LOGGHE, F., “Salaire différé dans l’agriculture et l’horticulture”, T.Agr.R. 2001, 199-208.

MAES, P., “Ongegronde vermogensverschuivingen en driepartijenverhoudingen”, TPR 2010, 187- 281.

SAGAERT, V., “Vriendschap in het recht”, TPR 2016, 1141-1152.
SAMOY, I. en VANDENBUSSCHE, W., “Recente ontwikkelingen in het burgerlijk bewijsrecht”, Recht in beweging 2015, 53-75.
SWENNEN, F. en VERHAERT, L., “De care shift: ouderenzorg en/in intergenerationele solidariteit”, T.Fam. 2015, 27-33.
TORFS, N., “Hoe vergoed ik de persoon die mij verzorgt?”, T.Not. 1999, 80-88.
VAN DEN BERGH, B., “Het subsidiaire karakter van de verrijking zonder oorzaak bekeken vanuit procesrechtelijke bril: de contouren verfijnd?” (noot onder Cass. 5 september 2013), RW 2015-16, 940-946.
VANDENBUSSCHE, W., “Bewijs van de verkoop van een onroerend goed: jurisprudentiële ontwikkelingen”, TBO 2017, 236-246.
VAN DEN HOUTE, B., “Een flexibilisering van het erfrecht? Een toetsing van enkele figuren uit het wetsvoorstel erfrecht aan de Franse “donation-partage” en de anticipatieve afstand van de vordering tot inkorting”, TEP 2014, 353-381.
VAN DER LINDEN, T., “Ongerechtvaardigde verrijking en het stelsel van de wet”, TPR 2013, 1448-1464.
VANDEWIELE, A., “Het (notarieel) zorgcontract. Zal het u een zorg wezen? Bespreking en modellen”, T.Not. 2008, 364-375.
VAN ISHOVEN, J., “Het wetsvoorstel tot hervorming van het erfrecht ligt opnieuw op tafel”, VIP 2017, 33-35.
VAN MALLEGHEM, L., “Statut juridique des conjoints et de leurs enfants dans l'entreprise agricole”, T.Agr.R. 2013, 184-206.
VAN MOLLE, M. en FONTEYN, J., “Les soins. À la croisée des chemins de la planication patrimoniale, de la philanthropie et de la protection des personnes vulnérables”, RPP 2017, 45-59.
VASSEUR, R., “Hotel Mama: een nieuwe natuurlijke verbintenis in het familierecht” (noot onder Rb. West-Vlaanderen (afd. Kortrijk) 9 februari 2016), T.Fam. 2016, 174-177.
VERBEKE, A.L., “Nieuw Belgisch erfrecht”, RW 2017-18, 1082-1103.
VOGELAERE, I. en MATTHIJS, M., “Nieuw erfrecht moet Napoleon doen vergeten”, Juristenkrant 2017, 4-5.
WERMOES, L., “De natuurlijke verbintenis: enkele (discussie)punten toegelicht” (noot onder Antwerpen 1 februari 2006), RW 2007-08, 1818-1822.

WÉRY, P., “La condition d’utilité de la gestion d’affaires” (noot onder Vred. Fontaine-l’Évêque 4 september 2008), JLMB 2009, 613-616.

WILLEMS, K., “Natuurlijke verbintenis. Betaling begrafeniskosten”, NJW 2008, 190-196. WILLEMS, K., “Waarom de uitvoering van een natuurlijke verbintenis toch een schenking kan zijn...”, TEP 2011, 281-302.
WYLLEMAN, B., “Vergoeding van prestaties voor familie of vrienden op basis van zaakwaarneming of vermogensverschuiving zonder oorzaak” (noot onder Brussel 3 juni 1996), AJT 1996-97, 328-331.

§3. (Bijdragen in) verzamelwerken en reeksen

ADRIAENS, M., “Vaders wil is wet, of toch niet helemaal? Over het de facto onterven van reservataire erfgenamen door middel van giften” in VERBEKE, A.L. en BARBAIX, R. (eds.),Actuele knelpunten familiaal vermogensrecht, Antwerpen, Intersentia, 2014, 177-208.

BAECK, J., “Over het ongerechtvaardigd karakter van een ongerechtvaardigde verrijking” in CALLEBAUT, J., BAECK, J. en STORME, M.E. (eds.), Algemeen verbintenissenrecht, Gent, Larcier, 2016, 93-111.

BAEL, J., “Het verbod van bedingen betreffende toekomstige nalatenschappen in het nieuwe erfrecht” in BAEL, J. (ed.), Rechtskroniek voor het Notariaat deel 31, Brugge, die Keure, 2017, 143-299.

BARBAIX, R., “Zorgovereenkomsten” in VERBEKE, A.L. en BUYSSENS, F. (eds.), Notariële actualiteit 2015-2016, Antwerpen, Intersentia, 2016, 19-40.

BARBAIX, R., “Enkele aandachtspunten bij de behandeling van schenkingen bij de vereffening en verdeling” in BARBAIX, R. en DU MONGH, J. (eds.), Actualia vereffening en verdeling, Antwerpen, Intersentia, 2017, 25-58.

BARBAIX, R., “Erfrecht in een nieuw jasje – krachtlijnen van het hervormde erfrecht” in BARBAIX, R. en DU MONGH, J. (eds.), Actualia vermogensrecht, Antwerpen, Intersentia, 2018, 25-80. CASMAN, H., “Inleiding tot de nieuwe Erfwet 2017. Een overzicht van de krachtlijnen van deze wet” in BAEL, J. (ed.), Rechtskroniek voor het Notariaat deel 31, Brugge, die Keure, 2017, 1-36.
CASTELEIN, C., “Introduction and objectives” in CASTELEIN, C., FOQUE, R. en VERBEKE, A. (eds.), Imperative Inheritance Law in a Late-Modern Society. Five perspectives, Antwerpen, Intersentia, 2009, 1-38.

CAUFFMAN, C., “De natuurlijke verbintenis” in DE KEYSER, L., DIRIX, E., SLUYTS, CH. en VAN GELDER, A. (eds.), Bijzondere overeenkomsten. Commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Antwerpen, Kluwer, 2005, 1-12.

DE BOECK, A. en GEENS, H., “De bewijsmiddelen en hun hiërarchie, de bewijslastverdeling en de inpassing van e-commerce anno 2008: geruisloze overgang van oud naar nieuw?” in DE BOECK, A., STIJNS, S. en VAN RANSBEECK, R. (eds.), Het vermogensrechtelijk bewijsrecht vandaag en morgen, Brugge, die Keure, 2009, 41-96.

DECLERCK, C., “Valorisatie van huishoudelijke arbeid in het relatievermogens- en erfrecht” in VERBEKE, A.L., DECLERCK, C., DU MONGH, J., ADRIAENS, E. en GOOSSENS, E. (eds.), Familiaal vermogensrecht, Brugge, die Keure, 2016, 55-69.

DECLERCK, C. en ALLAERTS, V., “Grondslag en waardering van vergoedingsrechten en schuldvorderingen tussen partners. Ontwikkelingen 2011-2013” in SENAEVE, P., BOONE, I., DECLERCK, C. en DU MONGH, J. (eds.), Personen-en familierecht, Brugge, die Keure, 2014, 65-79.

DE WULF, C., “Een synthese en enkele persoonlijke bedenkingen” in KFBN (ed.), De erfrechtelijke reserve in vraag gesteld, III, Voorstellen, Brussel, Bruylant, 2000, 113-131.

ENGELS, C., “Lastgeving en dading” in DAMBRE, M. (ed.), Rechtskroniek voor het notariaat deel 12, Brugge, die Keure, 2008, 115-158.

KORNET, N., “Contract Formation in England, the Netherlands and the Principles of European Contract law” in SMITS, J. en STIJNS, S. (eds.), Totstandkoming van de overeenkomst naar Belgisch en Nederlands recht, Groningen, Intersentia, 2002, 33-57.

MARR, C., “L’enrichissement sans cause: un fondement d’équité sous une apparante rigueur...” in STIJNS, S. en WERY, P. (eds.), De bronnen van niet-contractuele verbintenissen, Brugge, die Keure, 2007, 209-257.

MATTHEWS, P., “Comparative Law – United Kingdom” in CASTELEIN, C., FOQUE, R. en VERBEKE, A. (eds.), Imperative Inheritance Law in a Late-Modern Society. Five Perspectives, Antwerpen, Intersentia, 2009, 123-151.

MONTERO, E., DELEU, A. en PUTZ, A., “Les quasi-contrats” in JADOUL, P. en NINANE, Y. (eds.), Obligations. Traité théorique et pratique, Mechelen, Kluwer, 2017, afl. 34, 72p.

NUYTTEN, D., “Uitgesteld loon” in L. JOLY (ed.), Wetgeving in land- en tuinbouw, Deel 5, Leuven, Belgische Boerenbond, 2003, 6.3-6-12.

PUELINCKX-COENE, M., “Erfrecht 1: Openvallen en toewijzing van de nalatenschap, erfovereenkomsten, reserve en inbreng” in Beginselen van Belgisch privaatrecht, VI, 2011, 926p.

ROODHOOFT, J., “Afdeling 3. De natuurlijke verbintenis” in ROODHOOFT, J. (ed.), Bestendig handboek verbintenissenrecht, Antwerpen, Kluwer, 2015, afl. 24, I.1-6-I.1-10.

ROODHOOFT, J., “Hoofdstuk 5. De quasi-contracten” in ROODHOOFT, J. (ed.), Bestendig handboek verbintenissenrecht, Antwerpen, Kluwer, 2016, afl. 26, II.5-1-II.5-31.

SAGAERT, V., “Zaakwaarneming” in DIRIX, E. en VAN OEVELEN, A. (eds.), Bijzondere overeenkomsten. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Antwerpen, Kluwer, Mechelen, Kluwer, 2004, afl. 60, 1-48.

SAGAERT, V., “Wat als het vermogen gaat schuiven? Casuïstiek rond zaakwaarneming, onverschuldigde betaling en ongerechtvaardigde verrijking” in STIJNS, S. (ed.),Verbintenissenrecht, Brugge, die Keure, 2007, 71-93.

SWENNEN, F. en VELGHE, G., “Zorgenkinderen” in VERBEKE, A.L. (ed.), Handboek Estate Planning, bijzonder deel 9, Gent, Larcier, 2013, 90p.

TAINMONT, F., “Quel est l’impact successoral de la prestation gratuite de services au sein de la famille?” in DECLERCK, C. en PINTENS, W. (eds.), Patrimonium 2017, Brugge, die Keure, 2017, 369-388.

TORFS, N., “Hoe wordt rekening gehouden met de meerwaarde van een bedrijf ten gevolge van persoonlijke arbeid van een erfgenaam” in PINTENS, W. en DECLERCK, C. (eds.),Patrimonium 2014, Brugge, die Keure, 2014, 235-246.

VAN GYSEL A.C., “Quel avenir pour les pactes sur succession future? Quelques réflexions” in DECLERCK C. en PINTENS W. (eds.), Patrimonium 2016, Brugge, die Keure, 2016, 225- 236.

VERSTRAETE, J. en DEBLAUWE, R., “Wat als je je zorgbehoevende ouder bij jou in huis neemt en financiële steun vraagt aan je broers en zussen?” in STEVENS, I. (ed.), In goede en kwade dagen. Financiële zorgvragen, Antwerpen, KnopsPublishing, 2016, 182-192.

VOET, L., “Artikel 7 W.Succ.: schenking of natuurlijke verbintenis? Een analyse van de rechtspraak en proeve van synthese” in VERBEKE, A.L. (ed.), Handboek Estate Planning, bijzonder deel 5, Gent, Larcier, 2010, 79p.

WILLEMS, K., “Het familierecht als toepassingsgebied bij uitstek van de natuurlijke verbintenis?” in DECLERCK, C. en PINTENS, W. (eds.), Patrimonium 2012, Antwerpen, Intersentia, 2012, 231-250.

X., “Book VII. Unjustified enrichtment” in VON BAR, C. en CLIVE, E. (eds.), Principles, Definitions and Model Rules of European Private Law. Draft Common Frame of Reference, volume 4, München, Sellier, 2009, 3843-4204.

§4. Online bronnen

BONNY, N., Het familiepact zal oplossingen bieden voor vele opvolgingen, http://www.familiebedrijf.be/blog/het-familiepact-zal-oplossing-bieden-…- opvolgingen (consultatie 23 oktober 2017).

KORBER, M., Nieuw erfrecht – Globale erfovereenkomst tussen ouders en kinderen, https://pc- advocaten.be/2017/11/07/nieuw-erfrecht-globale-erfovereenkomst-tussen-ouders-en- kinderen/ (consultatie 29 november 2017).

KUMPEN, R., Het nieuwe erfrecht – topic 1 – het familiepact of de erfovereenkomst,http://www.argusadvocaten.be/news/99/25/HET-NIEUWE-ERFRECHT-TOPIC-1-HET- FAMILIEPACT-of-DE-ERFOVEREENKOMST (consultatie 23 oktober 2017).

LUST, S., Wetsvoorstel inzake hervorming Belgisch erfrecht goedgekeurd, http://loyensloeffnews.be/nl/press-room-nl/bill-concerning-the-reform-o…- inheritance-law-adopted-2/ (consultatie 23 oktober 2017).

VOGELAERE, I., Ouders en kinderen kunnen globale erfovereenkomst sluiten (art. 63 Wet nieuw erfrecht), https://legalworld.wolterskluwer.be/nl/nieuws/in-het-staatsblad/ouders-…- kinderen-kunnen-globale-erfovereenkomst-sluiten-art-63-wet-nieuw-erfrecht/ (consultatie 14 november 2017).

X., Wetsontwerp hervorming erfrecht... in de laatste rechte lijn, http://be.vgd.eu/nieuws/wetsontwerp-hervorming-erfrecht-in-de-laatste-r… (consultatie 23 oktober 2017).

X., Erfenis plannen wordt minder frustrerend, https://www.koengeens.be/news/2016/12/24/erfenis- plannen-wordt-minder-frustrerend (consultatie 23 oktober 2017).

NEDERLAND

WETGEVING

Burgerlijk Wetboek.
Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv).
Besluit van 9 december 2014, houdende regels inzake de langdurige zorg, Stb. 2014, 520.
Regeling van 5 december 2005, nr. Z/VU-2635240, houdende regels voor subsidies ten laste van de AWBZ en intrekking van de Regeling subsidies AWBZ en Ziekenfondswet, Stcrt. 2014, 34732.
Regeling van 11 december 2014, houdende regels inzake de Wet langdurige zorg, Stcrt. 2015, 46550.

RECHTSPRAAK

OGHACMB (Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba) (NL) 9 januari 2018, nr. 78031 – H 103/17 – CUR 2017 H 00075.

Hoge Raad (NL) 9 november 1990, NJ 1992, 212. Hoge Raad (NL) 6 oktober 1995, NJ 1996, 105. Hoge Raad (NL) 19 april 1996, NJ 1997, 24. Hoge Raad (NL) 27 juni 1997, nr. 8873.

Hoge Raad (NL) 30 september 2005, nr. C04/060HR, NJ 2007, 154. Hoge Raad (NL) 8 juni 2007, nr. R06/057HR, NJ 2008, 220.
Hoge Raad (NL) 5 september 2008, nr. C07/055HR, RFR 2008, 116. Hoge Raad 2 februari 2018, nr. 17/00591.

Amsterdam (NL) 20 december 2011, nr. 200.078.634, NJF 2012, 79.
Amsterdam (NL) 4 februari 2014, nr. 200.124.808/01, ECLI:NL:RBALK:2012:5642. Amsterdam (NL) 15 november 2016, RFR 2017, 42.
Arnhem (NL) 20 mei 2008, nr. 104.007.624, ECLI:NL:GHARN:2008:BE2748.
Arnhem (NL) 1 juli 2008, nr. 104002748, RFR 2008, 107.
Arnhem-Leeuwarden 20 augustus 2013, nr. 200.119.434-01 20-08-2013.
Den Haag (NL) 2 augustus 2017, nr. 200.202.665/01, JIN 2017, 190.
‘s-Gravenhage (NL) 1 augustus 2007, nr. 363-M-05, ECLI:NL:GHSGR:2007:BB0962. ‘s-Gravenhage (NL) 8 juni 2010, nr. 200.039.430-01, ECLI:NL:GHSGR:2010:BM8206. ‘s-Hertogenbosch (NL) 7 februari 2006, nr. R200500750, ECLI:NL:GHARN:2008:BE2748. ‘s-Hertogenbosch (NL) 22 juli 2008, nr. HV 103.009.263/01, ECLI:NL:GHSHE:2008:BD8647. ‘s-Hertogenbosch (NL) 27 januari 2015, nr. HD 200.140.629_01.
‘s-Hertogenbosch (NL) 9 juni 2015, NJF 2015, 338.
‘s-Hertogenbosch (NL) 6 oktober 2015, Prg. 2015, 298.

Rb. Amsterdam (NL) 5 juli 2016, nr. EA VERZ 16-506/EA VERZ 16-608, ECLI:NL:RBAMS:2016:4314.

Rb. Den Haag (NL) 20 november 2013, nr. C-09-403330, ECLI:NL:RBDHA:2013:15781. Rb. ’s-Gravenhage (NL) 21 november 2012, nr. 423507, NJF 2013, 26.
Rb. Gelderland (NL) 2 november 2016, nr. 4907616.
Rb. Middelburg (NL) 25 april 2012, nr. 73709 / HAZA10-265.

88

Rb. Midden-Nederland (NL) 21 februari 2018, nr. 6391334 UC EXPL 17-13269. Rb. Midden-Nederland (NL) 21 februari 2018, nr. 6475658 UC EXPL 17-14665. Rb. Zeeland-West-Brabant (NL) 9 februari 2016, RSV 2016, 70.

Ktr. Alkmaar (NL) 11 februari 2010, nr. 291965 NJF 2010, 250.
Ktr. Tilburg (NL) 14 juni 2007, nr. 438845-OV-07-1145, NFJ 2007, 397. Ktr. Rotterdam (NL) 15 april 2008, NJF 2008, 276.

RECHTSLEER

§1. Boeken

ASSER, C., HARTKAMP, A.S. en SIEBURGH, C.H., Verbintenissenrecht. Deel I: de verbintenis in het algemeen, Deventer, Kluwer, 2004, 713p.

ASSER, C., HARTKAMP, A.S. en SIEBURGH, C.H., Verbintenissenrecht. Deel III: algemeen overeenkomstenrecht, Deventer, Kluwer, 2014, 715p.

ASSER, C., HARTKAMP, A.S. en SIEBURGH, C.H., Verbintenissenrecht. Deel IV: de verbintenis uit de wet, Deventer, Kluwer, 2015, 507p.

ASSER, C. en SIEBURGH, C.H., Verbintenissenrecht. Deel I: de verbintenis in het algemeen, Zwolle, Tjeenk Willink, 2016, 448p.

CAHEN, J.L.P., Algemeen deel van het verbintenissenrecht, Deventer, Kluwer, 2002, 384p.

DE JONG, G.T., KRANS, H.B. en WISSINK, M.H., Verbintenissenrecht algemeen, Deventer, Kluwer, 2014, 337p.

DE KLERCK, M., DE BOER, A., PLAISIER, I., SCHYNS, P. en KOOIKER, S., Informele hulp: wie doet er wat? Omvang, aard en kenmerken van mantelzorg en vrijwilligerswerk in de zorg en ondersteuning in 2014, Sociaal en Cultureel Planbureau, Den Haag, 2015, 251p.

DE VRIES, F.J., De overeenkomst in het algemeen, Deventer, Kluwer, 2016, 199p.
EBBEN, E.W.J. en SCHIPPER, M.J.P., Erfrecht voor de praktijk, Apeldoorn, Maklu, 2013, 254p. HEUFF, W., Legitieme portie, Deventer, Kluwer, 2004, 65p.
HIJMA, J., VAN DAM, C.C., VAN SCHENDEL, W.A.M. en VALK, W.L., Rechtshandeling en overeenkomst, Deventer, Kluwer, 2013, 364p.
HUIJGEN, W.G., KASDORP, J.E., REINHARTZ, B.E. en ZWEMMER, J.W., Compendium erfrecht, Deventer, Kluwer, 2005, 293p.
NIEUWENHUIS, J.H., Hoofdstukken vermogensrecht, Deventer, Kluwer, 2013, 205p.

SCHRAGE, E.J.H., Verbintenissen uit andere bron dan onrechtmatige daad of overeenkomst, Deventer, Kluwer, 2009, 121p.

SMITS, J.M., Bronnen van verbintenissen, Deventer, Kluwer, 2003, 87p.
SPIER, J., HARTLIEF, T., KEIRSE, A.L.M., LINDENBERGH, S.D. en VRIESENDORP, R.D., Verbintenissen uit de wet en schadevergoeding, Deventer, Kluwer, 2015, 465p.
VAN ES, P.C., Erfrecht van de langstlevende echtgenoot in Monografieën BW, Deventer, Kluwer, 2009, 95p.
VAN ZEBEN, C.J., DU PON, J.W. en OLTHOF, M.M., Parlementaire geschiedenis van het nieuwe burgerlijk wetboek. Boek 6: algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht, Deventer, Kluwer, 1981, 1106p.
VAN DER GRINTEN, W.C.L., Lastgeving, Deventer, Kluwer, 1993, 83p.
WESSELS, B., Natuurlijke verbintenissen, Zwolle, W.E.J. Tjeenk Willink, 1988, 493p.

§2. Bijdragen in tijdschriften

BEENDERS, D.J., “Commentaar op art. 152 Rv”, T&C Rv 2018, http://deeplinking.kluwer.nl/?param=009D0999&cpid=WKNL-LTR-Nav2.

BURGERHART, W., “Als de knecht niet krijgt wat hem toekomt, zorgt de wetgever daar wel voor! Het salaire différé”, Agrarisch recht 2005, 665-675.

BURGERHART, W. en SCHOLS, B.M.E.M., “Andere agrarische testamenten, andere wettelijke rechten?”, Nieuw Erfrecht 2006, 2-8.

BURGERHART, W., “Commentaar op art. 4:30 BW”, T&C BW 2017, http://deeplinking.kluwer.nl/?param=009D086D&cpid=WKNL-LTR-Nav2.

HARTKAMP, A.S., “Ongerechtvaardigde verrijking naast overeenkomst en onrechtmatige daad”,WPNR 2001, (311) 313-318.

HIJMA, J., “Commentaar op art. 3:33 BW”, T&C BW 2017, http://deeplinking.kluwer.nl/?param=009CF1CF&cpid=WKNL-LTR-Nav2.

HIJMA, J., “Commentaar op art. 3:35 BW”, T&C BW 2017, http://deeplinking.kluwer.nl/?param=009CF201&cpid=WKNL-LTR-Nav2.

JANSEN, C.J.H., “Het vereiste “op redelijke grond” bij zaakwaarneming”, Groninger Opmerkingen en Mededelingen XXII 2005, 21-32.

JANSSEN, R.L.M.C., “Salaire différé”, WPNR 2007, 981-990.
KOLKMAN, W.D., “De sommen ineens en de legitieme portie in het nieuwe erfrecht”, WPNR 2003, 833-840.
KOLKMAN, W.D., “De grenzen van het verzorgingsvruchtgebruik”, TE 2006, 27-30.

KOLKMAN, W.D., “De eerste stappen van de andere wettelijke rechten”, FTV 2007, 6-13. KOLKMAN, W.D., “Oude koeien en nieuwe sommen”, TE 2011, 50-54.
KOLKMAN, W.D., “Kroniek Erfrecht”, FJR 2016, 124-128.
KRANS, H.B., “De Principles of Transnational Civil Procedure en het Nederlandse bewijsrecht”, TCR 2009, 58-66.

LASEUR, I., “Mantelzorg in het civiele aansprakelijkheidsrecht: wel of geen vergoeding?”, L&S 2008, 5-12.
LINSEN, J.G.A., “Ongerechtvaardigde verrijking”, WPNR 2002, 64-70.
MEIJER, J.W.M.K., “Ongerechtvaardigde verrijking en onverschuldigde betaling”, MvV 2016, 20-26.
MELLEMA-KRANENBURG, T.J., “Twee buitenbeentjes binnen het vruchtgebruik”, WPNR 2006, 777-778.
MELLEMA-KRANENBURG, T.J., “Hoe wenselijk is het salaire différé?”, TE 2007, 76-79. MELLEMA-KRANENBURG, T.J., “Is er plaats voor een vordering op grond van ongerechtvaardigde verrijking bij samenwoners?”, WPNR 2009, 111-113.
PERRICK, S., “Testeervrijheid en de zorg voor de langstlevende in het nieuwe erfrecht”, WPNR 2001, 1030-1036.
REINHARTZ, B.E., “Ondersteuning van ouders: schenking, voldoening aan een natuurlijke verbintenis, of iets anders?”, TE 2009,31-35.
SALOMONS A.F., “Verrijking, billijkheid en verdelende gerechtigheid”, WPNR 2001, 993-995.TER HAAR, J.H.M., “De som ineens als versterkte legitieme portie”, WPNR 2009, 180-187.
TER HAAR, J.H.M., “De som ineens van art. 4:35 schiet te kort (I)”, WPNR 2010, 868-870. SCHRAGE E.J.H., “Ongerechtvaardigde verrijking en restitution”, WPNR 1993, 982-988.
VAN MAANEN, G.E., “‘De groene specht’: een standaardarrest over ongerechtvaardigde verrijking” (noot onder Hoge Raad (NL) 30 september 2005), NTBR 2006, 7-13.
VAN MAANEN, G.E., “‘Verrijking’ en ‘verarming’ in art. 6:212 BW”, WPNR 2001, 490-491. VAN DEN BERG, B., BROUWER, W.B.F. en KOOPMANSCHAP, M.A., “Economic valuation of informal care. An overview of methods and applications”, Eur. J. Health Econom 2004, 36-45.
VAN DER BURGHT, G. en EBBEN, E.W.J., “De Eerste Kamer en het wetsvoorstel erfrecht”, WPNR 1999, 197-200.
VAN DER LINDEN, T., “De opgedrongen verrijking”, Ars Aequi 2013, 11-20.
VAN MOURIK, M.J.A, “Versterferfrecht en verzorging”, WPNR 1995, 146-147. VERBEKE, A.L., “Het nieuwe erfrecht internationaal gesitueerd”, WPNR 2003, 20-27.

WAAIJER, B.C.M., “De Belgische erfrechthervorming: ook van de legitieme portie!”, WPNR 2017, 479-483.

§3. (Bijdragen in) verzamelwerken en reeksen

BENEKEN, D., “Mantelzorg: smeerolie of gouden schroef?” in VAN VLIET, J. en JUKEMA, J. (eds.), Perspectieven op ouder worden en de sociale professionals, Amsterdam, Boom Lemma, 2014, 303-312.

BLEI WEISSMANN, Y.G., “art. 6:225 BW, aant. 1.8.1” Groene Serie Verbintenissenrecht, Deventer, Kluwer, 2018, https://www.navigator.nl/document/id1a6b3431ad7e4ffc8371fa6f02933396?ct… SL_419.

BOLLEN, C., “Verbintenissen uit andere bron dan onrechtmatige daad of overeenkomst” in BOLLEN, C., KLOMP, R.J.Q. en SCHELHAAS, H.N. (eds.), Verbintenissenrecht geschetst, Nijmegen, Ars Aequi Libri, 2006, 181-203.

DEBLAUWE, R., RUTS, K., STEVENS, I., STREMERSCH, J., VERSTRAETE J. en VERSTRINGE, I., “Wat als...?” in STEVENS, I. (ed.), In goede en kwade dagen. Financiële zorgvragen, Antwerpen, KnopsPublishing, 2016, 21- 233.

HARTKAMP, A.S. en SIEBURGH, C.H., “Totstandkoming overeenkomst: hoe, wanneer, waar?” inAsser-serie 6-III, Deventer, Kluwer, 2014, 718p.

KOLKMAN, W.D., “Uw verdiende loon” in STOLLENWERCK, A.H.N., GROOTE WASSINK, F.A., EBBEN E.W.J. en SPEETJENS, W.J.J.G (eds.), In dienst van het recht grenzen verleggen, Deventer, Kluwer, 2009, 85-94.

KREMER, M.R., “art. 4:30 BW, aant. 1” in Groene Serie Erfrecht, Deventer, Kluwer, 2017, https://www.navigator.nl/document/inod4650e4cdc71d368c95442d3a971811f5?… _CSL_409.

VAN MOURIK, M.J.A., “Algemene bepalingen” in VAN MOURIK, M.J.A. (ed.), Handboek erfrecht, Deventer, Kluwer, 2015, 25-45.

VAN MOURIK, M.J.A., “Andere wettelijke rechten” in VAN MOURIK, M.J.A. (ed.), Handboek erfrecht, Deventer, Kluwer, 2015, 427-452.

WAAIJER, B.C.M., “De legitieme portie” in VAN MOURIK, M.J.A. (ed.), Handboek erfrecht, Deventer, Kluwer, 2015, 327-425.

WESSELS, B., “Lastgeving” in WESSELS, B. en VERHEIJ, A.J. (eds.), Bijzondere overeenkomsten, Deventer, Kluwer, 2010, 191-211.

WISSINK, M.H., “De emancipatie van artikel 6:212 BW. Enige beschouwingen over plaats en taak van ongerechtvaardigde verrijking” in VAN BOOM, W.H. en WISSINK, M.H. (eds),Aspecten van ongerechtvaardigde verrijking, Deventer, Kluwer, 2002, 1-70.

§4. Online bronnen

GUBBELS, B.G.N., Handleiding: bewijs in civiele zaken, http://www.wetrecht.nl/handleiding- bewijs-in-civiele-rechtszaken/ (consulatie 13 mei 2018).

ENGELAND EN WALES

WETGEVING

Wills Act 3 juli 1837, section 9.
Inheritance (Provision for Family and Dependants) Act 19 oktober 1982. Inheritance (Provision for Family and Dependants) Act 12 november 1975.

THE LAW COMMISSION, Intestacy and Family Provision. Claims on Death, 17 november 2011, nr. 331, https://www.lawcom.gov.uk/project/intestacy-and-family-provision-claims…- death/#related.

RECHTSPRAAK
Supreme Court 2 mei 2012, ENE Kos 1 Ltd v Petroleo Brasileiro SA, AC 2012, 164.

House of Lords 6 juni 1991, Lipkin Gorman v Karpnale Ltd, AC 1991, 548.
House of Lords 20 juli 1992, Woolwich Equitable Building Society v IRC, AC 1993, 70.
House of Lords 29 oktober 1998, Kleinwort Benson Ltd v Lincoln City Council, AC 1999, 349. House of Lords 25 oktober 2006, Deutsche Morgan Grenfell Group v Inland Revenue

Commissioners, AC 2006, 558.
High Court of Justice Queen’s Bench Devision 7 maart 2003, Rowe v Vale of White Horse DC, EWHC 2003, 388.

Court of Appeal (Civil Division) 25 juni 1998, Re Pearce, Fam. Law 1998, 588.
Court of Appeal (Civil Division) 17 december 1998, Espinosa v. Bourke FLR 1999, 747.

RECHTSLEER

§1. Boeken

ANDREWS, N., Contract Law, Cambridge, Cambridge University Press, 2015, 653p.
ARVIND, T.T., Contract Law, Oxford, Oxford University Press, 2017, 579p.
BURROWS, A., Understanding the law of obligations. Essays on contract, tort and restitution, Oxford, Hart Publishing, 1998, 223p.
CHEN-WISHART, M., Contract Law, Oxford, Oxford University Press, 2015, 615p.
COOKE, J. en OUGHTON, D., The Common Law of Obligations, Londen, Butterworths, 2000, 676p. COOTE, B., Contract as Assumption II: Formation, Performance and Enforcement, Oxford, Hart Publishing, 2016, 228p.
DONNELY, J.F., Treatise on the Law of Public Contracts, Boston, Little Brown and Co., 1922, 509p. FURMSTON, M. en TOLHURST, C.J., Contract Formation: Law and Practice, Oxford, Oxford University Press, 2010, 421p.
GOFF, R. en JONES, G., The Law of Restitution, Londen, Sweet & Maxwell, 2002, 912p. HALSON, R., Contract Law, Harlow, Pearson Education Limited, 2001, 538p.
KERRIDGE, R., The Law of Succession, Londen, Sweet & Maxwell, 2009, 668p.
SAMUEL, G., Law of obligations, Cheltenham, Edward Elgar, 2010, 358p.
SAWYER, C. en SPERO, M., Succession, wills and probate, Londen, Routledge, 2015, 392p. SLOAN, B., Informal Carers and Private Law, Londen, Hart Publishing, 2013, 260p.
SLOAN, B., Borkowski’s Law of Succession, Oxford, Oxford University Press, 2017, 403p. VIRGO, G., The Principles of the Law of Restitution, Oxford, Oxford University Press, 2015, 772p. WENDEL, P., Wills, Trusts and Estates, New York, Kluwer, 2014, 426p.

§2. Bijdragen in tijdschriften

ABEL, E.K., “Family Care of the Frail Elderly: Framing an Agenda for Change”, Women’s Studies Quarterly 1989, 75-86.

BALOCH, T.A., “The unjust enrichment pyramid”, Law Quarterly Review 2007, 636-653. CROUCHER, R.F., “Law Reform as Personalities, Politics and Pragmatics – The Family Provision

Act 1982 (NSW): A Case Study”, Legal History 2007, 1-30.
DOUGLAS, G., WOODWARD, H., HUMPHREY, A., MILLS, L. en MORRELL, G., “Enduring Love? Attitudes to Family and Inheritance Law in England and Wales”, Journal of Law and Society 2011, 245-271.

DOUGLAS, G., “Family Provision and Family Practices – The Discretionary Regime of the Inheritance Act of England and Wales” in D. MONK en D. HACKER (eds.), Wealth, Families and Death: Socio-Legal Perspectives on Wills and Inheritance, Spanje, Onate Socio-Legal Series, 2014, 222-242.

EAST, P.L., “Children’s Provision of Family Caregiving: Benefit or Burden?”, Child Development Perspective 2010, 55-61.

GLENDON, M.A., “Fixed Rules and Discretion in Contemporary Family Law and Succession Law”,Tul.L.Rev. 1986, 1165-1197.

GRANTHAM, R. en RICKETT, C., “On the subsidiarity of unjust enrichment”, Law Quarterly Review 2001, 273-299.

GRANTHAM, R.B. en RICKETT, C.E.F., “Disgorgement for unjust enrichment”, Cambridge Law Review 2003, 159-180.

HABERKERN, K. en SZYDLIK, M., “State care provisions, societal opinion and children’s care of older parents in 11 European countries”, Ageing & Society 2010, 299-323.

LODDER, A., “Case comment: Benedetti v Sawiris: unjust enrichment and the assessment of quantum meruit awards”, Law Quarterly Review 2010, 42-47.

MILLER, J.G., “Family Provision on Death – The International Dimension”, ICLQ 1990, 261-287. NGA MING LIU, K., “Filial obligation: when Confucian meets the West”, UCL Juris. Rev. 2003, 43-67.
NIELD, S., “‘If you look after me, I will leave you my estate’: The enforcement of testamentary promises in England and New Zealand”, Legal Studies 2000, 85-103.
NOELKER, L.S. en WALLACE, R.W., “The Organization of Family Care for Impaired Elderly”, Journal of Family Issues 1985, 23-44.
OLDHAM, M., “Financial obligations within the family – aspects of intergenerational maintenance and succession in England and France”, Cambridge Law Journal 2001, 128-177.
ONG SIEW LING, D., “Family Provision after Death”, S.Ac.L.J. 1995, 379-395.
OWSIA, P., “Silence: Efficacy in Contract Formation. A Comparative Review of French and English Law”, International and Comparative Law Quarterly 1991, 784-806.
RENWICK, S., “‘Responsibility to Provide’: Family Provision Claims in Victoria”, Deakin Law Review 2013, 159-190.
RUSSEL, D. en GRAHAM, T., “Back to basics with family provision: the Supreme Court’s decision in Ilott v Mitson”, Trusts & Trustees 2017, 715-717.
SALMONS, D., “Case comment: Claims for non-monetary benefits: unjust enrichment or estoppel”, Conveyancer and Property Lawyer 2008, 173-180.

SAMUELS, A., “Inheritance (Provision for Family and Dependants) Act 1975”, The Modern Law Review 1976, 183-186.

SLOAN, B., “Due Rewards or Undue Influence? – Property Transfers Benefitting Informal Carers”,RLR 2011, 37-48.

SLOAN, B., “The concept of coupledom in succession law”, CLJ 2011, 623-648.
STEIN, C.H., WEMMERUS, V.A., WARD, M., GAINES, M.E., FREEBERG, A.L. en JEWELL, T.C., ““Because They’re My Parents”: An Intergenerational Study of Felt Obligation and Parental Caregiving”, Journal of Marriage and Family 1998, 611-622.
UNGER, J., “The Inheritance Act and the Family”, Modern Law Review 1943, 215-228.
VOYCE, M., “Family Provision, the Family Farm and Rural Patriarchy: Three Actors in Search of a Play”, Deakin L. Rev. 2014, 347-372.

§3. (Bijdragen in) verzamelwerken en reeksen

SLOAN, B., “Testamentary Freedom and Caring Adult Offspring in England & Wales and Ireland” in BOELE-WOELKI, K., MILES, J. en SCHERPE, J.M., The Future of Family Property in Europe, Cambridge, Intersentia, 2011, 251-276.

SLOAN, B., “Reversing Testamentary Dispositions in Favour of Informal Carers” in HACKER, B. en MITCHELL, C. (eds.), Current Issues in Succession Law, Oxford, Hart Publishing, 2016, 189-208.

MITCHELL, C., “Unjust Enrichtment” in BURROWS, A. (ed.), Principles of the English law of obligations, Oxford, Oxford University Press, 2015, 239-321.

WOOD, J., “England and Wales” in GARB, L. en WOOD, J. (eds.), International succession. Fourth edition, Oxford, Oxford University Press, 2015, 255-274.

Universiteit of Hogeschool
Master in de Rechten
Publicatiejaar
2018
Promotor(en)
Prof. Dr. A.L. VERBEKE
Kernwoorden