De terugkeer van vluchtelingen en ontheemden naar Bosnië-Herzegovina tussen 1955 en 2004

Annelies
Van den Bleeken

Terugkeer van één miljoen vluchtelingen naar Bosnië-Herzegovina: voorbeeld van wederopbouw of van gebrek aan internationaal engagement?

 

Tien jaar geleden werden we vanuit ex-Joegoslavië overspoeld door beelden van ellenlange vluchtelingenstromen. Sarajevo, de multiculturele hoofdstad van Bosnië, was een vernielde stad, en ook dat werd bijna dagelijks getoond door tv-zenders over de hele wereld. Toen lieten die beelden nog een sterke indruk na. Tien jaar later blijft daar nog maar weinig van over. Wat rest zijn slechts vage herinneringen aan een voorbije oorlog. Wie vraagt zich nog af wat er is terechtgekomen van al die anonieme personen en hun kinderen die indertijd in de vluchtelingenstromen meestapten?Daarover krijgen we geen nieuws – en “geen nieuws” betekent in dit geval zeker niet “goed nieuws”.

 

Tien jaar geleden woedde in Bosnië-Herzegovina een bloedige burgeroorlog., Alle  bevolkingsgroepen werd erdoor getroffen en bijna de helft van de 4 miljoen inwoners hun woning achterlieten om veiliger oorden te zoeken. Volgens schattingen vluchtten 1.2 miljoen personen naar het buitenland en een miljoen naar een andere regio binnen Bosnië.

Toen de internationale gemeenschap eindelijk tussenbeide kwam in het conflict en in 1995 een Vredesakkoord afdwong, stelde ze dat de terugkeer van deze vluchtelingen en ontheemden een vereiste was voor een gezonde multiculturele samenleving die niet langer door etnische grenzen  werd verdeeld. De resultaten op het vlak van terugkeer van vluchtelingen mogen dan ook worden beschouwd als een goede graadmeter voor het slagen van de uitvoering van het Vredesakkoord.

Al gauw bleek deze intentieverklaring echter moeilijker uit te voeren dan verwacht. De Bosnische leiders die zelf het Vredesakkoord mee hadden ondertekend, deden alles om de uitvoering ervan tegen te werken. Mensen die wilden terugkeren kregen met heel wat quasi onoverkomelijke obstakels te maken. Zo waren de woningen van velen vernield tijdens het strijdgewoel, lagen er mijnen op de velden die  voorheen hun enige inkomstbron was, waren bevriende dorpsgenoten ook verjaagd,…  Door de vernielde economie van Bosnië was het tevens bijna onmogelijk om werk te vinden. Daarnaast kregen vele terugkerende vluchtelingen en ontheemden de eerste jaren op allerlei manieren werden geïntimideerd en gediscrimineerd..

Het gevolg was dat de terugkeer van vluchtelingen de eerste jaren zo goed als uitbleef, en tegen 2000 betrokken amper een kwart van de vluchtelingen en ontheemden terug hun vooroorlogse woning. Van die 650.000 teruggekeerden vestigde slechts 19% zich terug in een regio waar ze in een etnische minderheid verkeerden. Daardoor bleef Bosnië nog steeds bestaan uit verschillende etnisch bijna homogene regio’s, wat het vormen van een multi-etnische samenleving niet ten goede kwam.

.

Rond 1999 begon de internationale gemeenschap te beseffen dat hun streven naar een multiculturele staat tevergeefs zou zijn als ze de terugkeer van vluchtelingen en ontheemden niet kon bevorderen. Men trachtte dan ook de verschillende obstakels voor terugkeer aan te pakken en de politici die voorheen tegenwerkten sterk op hun verantwoordelijkheden te wijzen. Eén van de grootste initiatieven was het terugbezorgen van woningen aan hun vooroorlogse eigenaars. Deze actie bereikte, door de grote inzet van de internationale gemeenschap  de gewenste resultaten.  Bijna iedereen die een aanvraag indiende om zijn woning terug te krijgen, kreeg deze ook, terwijl dit tot 2000 bijna nooit lukte.. Ambtenaren en politici die voorheen tegenwerkten, werden onder druk gezet door te dreigen met ontslag. “De internationale gemeenschap is er dan ook in geslaagd van eigendomsrechten een mensenrecht te maken dat in het hele land wordt gerespecteerd en kan op dit vlak dan ook als een voorbeeld worden gezien voor andere landen die een burgeroorlog achter de rug hebben” stelde Gregory Kit, werknemer bij de mensenrechtenafdeling van OSCE te Sarajevo. Naast de verbeterde eigendomswetgeving, werd ook de veiligheidssituatie van terugkerende minderheden verbeterd en werd de discriminatie bijpublieke diensten tegengegaan.

Al deze maatregelen zorgden vooreen verhoogde terugkeer van vluchtelingen en ontheemden sinds 2000. In september 2004 meldde UNHCR dan ook met trots dat reeds één miljoen personen hun vooroorlogse woning opnieuw betrokken hadden. De grootste ommekeer kwam er in de terugkeer van minderheden die voor 2000 bijna niet terug durfden, maar die door de verschillende maatregelen werden gerustgesteld..

 

Hoewel de terugkeer van één miljoen vluchtelingen zeker positief is, is het veel te vroeg om reeds van een succes te spreken, aangezien zo’n miljoen vluchtelingen nog steeds niet opnieuw hun vooroorlogse woning betrokken. De helft van hen heeft elders, in binnen- of buitenland, een duurzame oplossing gevonden.. De andere 500.000 willen wel terug, maar kunnen dat nog steeds niet.. Er blijven namelijk nog een aantal belangrijke obstakels voortbestaan. minderheden worden bijvoorbeeld nog steeds sterk gediscrimineerd bij de tewerkstelling, ondanks een strenge wetgeving. Sinds 2002 is er een nieuwe regelgeving voor tewerkstelling in de overheidssector, die ervoor zou kunnen zorgen dat minderheden bij hun terugkeer bijna zeker tewerkgesteld kunnen worden, maar deze regel is tot op heden grotendeels dode letter gebleven. “De internationale gemeenschap heeft met het  uitvoeren van de eigendomswetgeving bewezen dat ze rechten en wetten kunnen doordrukken, maar lijkt deze moeite niet langer te willen opbrengen”, stelt Senad Slatina, verantwoordelijke voor Bosnië binnen International Crisis Group. Het lijkt dat de internationale gemeenschap, vooral sinds de start van de oorlog in Afghanistan en Irak, niet langer zulke zware engagementen wil aangaan en vooral staat te wachten om zich zo snel mogelijk terug te trekken. De kans dat de500.000 overgebleven ontheemden effectief nog terugkeren, lijkt dan ook elke dag kleiner te worden en hoe langer dit duurt, hoe kleiner die kans wordt.

 

Ondanks deze teleurstellende cijfers stellen internationale organisaties dat Bosnië het nog niet zo slecht heeft gedaan, aangezien in vele landen amper sprake is van terugkeer. Het is echter nog maar de vraag of men met een cijfer van 60% voldaan mag zijn, vooral omdat de lat bij het schrijven van het Vredesakkoord in 1995 zoveel hoger werd gelegd. De internationale gemeenschap lijkt haar doelstellingen op dit vlak steeds meer uit het oog te verliezen. Hierbij wordt echter volledig vergeten dat het uitblijven van terugkeer misschien wel betekent dat de ontwikkeling van een multiculturele, stabiele samenleving onmogelijk wordt. Hoewel deze angst genegeerd kan worden, maakt dat ze echter niet minder terecht. Het blijft dus een vraagteken wat de gevolgen zullen zijn als de internationale gemeenschap zijn ogen blijft te sluiten voor zulke risico’s.

 

Universiteit of Hogeschool
Universiteit Gent
Thesis jaar
2004