Militaire ethiek: ethiek of etiquette?

Herman
Vereycken

Militaire ethiek in de Belgische krijgsmacht : ethiek of etiquette.

Herman Vereycken

 

Ethische thema’s beroeren de publieke opinie als nooit tevoren. Vanuit een ethische gedrevenheid verklaart de westerse wereld zich bekommerd om de bescherming van de universele mensenrechten. Het federale regeerakkoord noemt een actief, dynamisch, voluntaristisch en ethisch geïnspireerd buitenlands beleid de plicht van ieder welvarend land. Wat is de positie van de Belgische krijgsmacht in deze problematiek ? Langzaam maar zeker immers wordt het Belgisch leger omgevormd tot vredesmacht en zwermen ‘onze jongens en meisjes’ uit naar alle windstreken.

 

Amper 10 jaar geleden zijn tijdens een humanitaire operatie in Rwanda 10 Belgische para’s gesneuveld … in hun kielzog vonden bijna 1 miljoen Rwandezen de dood. Een schokgolf ging door de Belgische publieke opinie en onze elitetroepen werden hals over kop terug naar huis overgevlogen. Militaire- en parlementaire onderzoekscommissies zijn opgericht en iedereen schuift de zwarte piet door. Academici en politici zwijgen in alle talen over de zware gewetensproblemen waarmee de terugkerende blauwhelmen geconfronteerd worden. Geen enkele onderzoekscommissie kan een antwoord bieden op de vragen waarmee zovele militairen na hun opdracht blijven worstelen : Wat als het doen van je plicht aanleiding geeft tot vernederingen, het aan de schandpaal genageld worden, zonder dat de militaire gezagsdragers het voor je opnemen ? Voor wie sterven wij ? Wat is de betekenis van de traditionele waarden als eer, plichtsbesef, zelfverloochening ? Wat met een Belgische regering die bij het uitbreken van een genocide zwaarbewapende troepen uitstuurt om de eigen landgenoten te beschermen maar niet ingrijpt als de plaatselijke bevolking bedreigd wordt ? Is het leven van een landgenoot dan zoveel meer waard dan dat van duizenden Rwandese burgers ? Zoveel vragen, zo weinig antwoorden…

 

De krijgsmacht gaat er prat op één der laatste bastions te zijn waar een aantal waarden en deugden nog hoog in het vaandel gevoerd worden. Eer, moed, onbaatzuchtigheid, kameraadschap,… zijn geen loze woorden voor een soldaat. Nochtans laat diezelfde krijgsmacht deze soldaat als een baksteen vallen wanneer hij of zij in de problemen geraakt. Of het nu gaat om een kolonel die met alle zonden van Israël beladen wordt na de mislukte opdracht in Rwanda, of om een soldaat die na zijn  verblijf in de Balkan lijdt aan een mysterieuze ziekte, in haar onverschilligheid is de krijgsmacht unaniem. De militairen hebben zich volledig ingezet tijdens hun missie, al het mogelijke gedaan maar bij hun terugkeer wacht hen enkel onbegrip, onverschilligheid. Ondanks haar open vizier politiek hult de militaire wereld zich in grote zwijgzaamheid en trekt ze zich terug binnen de veilige beslotenheid van de kazernemuren.

Kennen  politici en topmilitairen enkel hooggestemde ethische aspiraties ten aanzien van de noodlijdenden overal ter wereld en laten ze hun eigen mensen in de kou staan ?

 

Militaire ethiek is en België een maagdelijk domein. Voor de academische wereld is het ‘not done’ zich bezig te houden met het militaire en voor de politici vormt het militaire een weinig interessant electoraal gegeven. En de militairen zelf zijn maar zelden geneigd tot enige zelfreflectie.

Naar aloude traditie worden in de krijgsscholen officieren gevormd tot mannen en vrouwen met een deugdzaam en sterk karakter. In zijn thesis pleit de auteur voor een herziening van deze wereldvreemde karaktervorming. Officieren moeten afstappen van de door hen zo gekoesterde almacht en met een zekere nederigheid leren handelen. De deugdzame officier-gentleman met zijn morele perfectie doet de menselijke complexiteit en broosheid op alle domeinen geweld aan.

 

De achterliggende veronderstelling is dat we als niet-perfecte mens van vlees en bloed altijd minder kunnen dan we wensen. We moeten ons tevreden stellen met de vaak povere resultaten van vredesoperaties.

Wat is de hoop van de auteur ? Hij pleit voor meer menselijke officieren die beschaamd durven zijn, die compassie betonen en leren hun verantwoordelijkheid op te nemen. Officieren die de emotionele perplexiteit ten gevolge van hun opdracht weten te ordenen en hun gekneudsde ziel kunnen laven aan literatuur, ethiek en filosofie. En niet onbelangrijk, een organisatie die de beperktheid van het menselijk oordeelsvermogen erkent en een vergevingsgezinde houding aanneemt ten aanzien van mensen die in de moeilijkste omstandigheden beslissingen durven nemen.

 

Zal op deze wijze een toekomstig Rwanda-debacle kunnen vermeden worden ? Drama’s als Rwanda zijn het gevolg van een netwerk van internationale betrekkingen, oeroude vetes, te hoog gegrepen ethische bevlogenheid, terughoudendheid om het leven van de eigen militairen hiervoor te riskeren, waardoor de impact van de militair ter plaatse minimaal is.

 

Rest dan alleen cynisme en onverschilligheid ten aanzien van de politiek, die het ene herstructureringsplan na het andere loslaat op de krijgsmacht, en ten aanzien van het militaire topkader, met zijn valse pretenties van verantwoordelijkheid en zelfopoffering ? Officieren kunnen tragedies niet altijd voorkomen. Een wereldgemeenschap is nog niet voor morgen en de krijgsmacht zal nooit de perfectie kunnen bereiken. Maar vanuit diezelfde beperkingen mogen een aantal militairen er best trots op zijn tijdens humanitaire opdrachten gruwelijke misdaden ten aanzien van concrete mensen te hebben voorkomen.

 

Militaire ethiek is en blijft een moreel mijnenveld. Herman Vereycken heeft via zijn proefschrift een deel van de mijnen in kaart gebracht. De ontmijning echter is een taak die alleen de militaire gemeenschap zelf op zich kan nemen.


 

Universiteit of Hogeschool
Vrije Universiteit Brussel
Thesis jaar
2003