Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

The legal nature of the EU-Turkey Statement: putting NF, NG and NM v. European Council in perspective

Julie De Vrieze
Deze scriptie analyseert de juridische aard van de EU-Turkije Verklaring met als doel de beschikkingen van het Gerecht in perspectief te plaatsen. Het belangrijkste argument dat in deze scriptie wordt ontwikkeld is dat de EU-Turkije Verklaring moet beschouwd worden als een internationaal akkoord, gesloten tussen de Europese Raad en Turkije. Deze scriptie onderzoekt vervolgens de gevolgen van de beschikkingen van het Gerecht en formuleert een aantal bedenkingen bij deze beschikkingen.

Is het Belgische geboorteverlof voldoende adequaat om gelijke arbeidskansen te verzekeren?

Liesbet Debecker
Deze masterscriptie is een juridisch onderzoek naar het ontstaan, de effecten en de alternatieven van de ongelijkheid in het geboorteverlof.

Is het "time-over" voor de werkelijke zetelleer in het internationaal vennootschapsrecht?

Wouter Dister
België volgt sinds jaar en dag de werkelijke zetelleer. Deze staat echter sterk onder druk door de rechtspraak van het Hof van Justitie. In deze thesis wordt onderzocht of de werkelijke zetelleer nog verder kan bestaan in België.

The principle of conferral and the principle of sincere cooperation in the light of recent case-law of the CJEU: Are the Member States (post-Lisbon) Masters of the Treaties in the external relations of the EU?

Paulien Van de Velde-Van Rumst
Deze masterproef bespreekt en onderzoekt de vraag of de lidstaten (post-Lissabon) ‘Meesters der Verdragen’ zijn in de externe betrekkingen van de Europese Unie en dit in het licht van de recente rechtspraak van het Europees Hof van Justitie. Zijn de lidstaten van de Europese Unie in staat de controle over de externe bevoegdheden van de Europese Unie te behouden op basis van het principe van toegekende bevoegdheden dat bepaalt dat het de lidstaten zijn die de Europese Unie haar bevoegdheden toekennen? Welke rol speelt het principe van loyale samenwerking in deze kwestie?

Shared decision making en aansprakelijkheid in de geestelijke gezondheidszorg.

Stefaan Baeten
Door het toenemende belang van keuzes in de zorg en een verschuiving naar een overlegmodel dient 'shared decision making' zich aan als alternatief voor het model van 'informed consent' in de geestelijke gezondheidszorg. Rechtsvergelijkend onderzoek toont aan dat er nood is aan een nieuw patiëntenrecht naast 'informed consent'.

Het principe van "common but differentiated responsibilities" in het internationaal milieurecht.

Ségolène de Borchgrave
Analyse en vergelijking van de toepassingen van het "common but differentiated responsibilities" principe in het internationaal milieurecht. Onderzoek naar een mogelijke kwalificatie als algemeen principe van internationaal milieurecht.

De rechtspraak der schepenen onthuld

Chelsea De Wever
Een inhoudelijk onderzoek van 136 erfrechtelijke schepenakten. Aan de hand van deze 15de eeuwse vonnissen wordt een antwoord geboden op volgende onderzoeksvraag: Op welke vlakken vertonen de erfrechtelijke schepenakten uit de eerste schrijfkamer van het jaar 1452 gelijkenissen of verschilpunten met het op dat moment geldende gewoonterecht?

Naar een zuivere conceptueel-theoretische toepassing van het belang van het kind in het strafrecht. De strafrechtelijke toepassing van artikel 3 IVRK in de kinderschoenen.

Elise Blondeel
Deze masterproef handelt over de huidige problematische wisselwerking tussen enerzijds het strafrechtskader en anderzijds de implementatie van artikel 3 van het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind.
Het is actueel onduidelijk welke mogelijkheden diverse actoren van de strafrechtsketen hebben om beide kaders op elkaar af te stemmen en op die manier te komen tot strafrechtelijke beslissingen die ‘het belang van het kind’ waarborgen. De casus van internationale parentale ontvoering wordt gebruikt om deze problematiek te concretiseren.

EHRM en bewijs. Terreurbestrijding als opstap naar vernieuwd digitaal speurwerk: de gespannen verhouding tussen nieuwe bewijsgaringsinstrumenten in het Belgisch strafonderzoek en artikel 6 en 8 EVRM.

Feia Deltour
De recente Wet Digitaal Speurwerk heeft ten voordele van de justitiële actoren een aantal nieuwe en verregaande onderzoeksbevoegdheden in de digitale sfeer in het leven geroepen. Deze staan echter op gespannen voet met de artikelen 6 en 8 EVRM. Deze thesis analyseert kritisch de wetgevende en beleidsmatige aspecten in de materie.

De derde bij derde-medeplichtigheid aan andermans contractbreuk: een risicoanalyse

Jade Kuyks
Heeft u onlangs nog een contract ondertekend, wetende dat uw tegenpartij hierdoor een eerder contract heeft geschonden? Wist u op dat moment dan ook al dat niet enkel uw tegenpartij maar ook u als derde, een buitenstaander ten opzichte van het geschonden contract, het risico loopt op aansprakelijkheid? Deze masterscriptie bevat een analyse van de situaties waarin een derde het meeste risico loopt op een aansprakelijkheid als derde-medeplichtige aan andermans contractbreuk.

De digitalisering van het oprichtingsproces van vennootschappen - Knelpunten en best practices

Marie-Julie De Merlier
Tot op vandaag is het onmogelijk om alle Belgische vennootschappen digitaal op te richten. Moet de Belgische wetgever hier verandering in brengen of houden we beter vast aan ons klassiek oprichtingsproces? Hoe pakken andere landen een digitaal oprichtingsproces aan en kunnen wij dit als inspiratiebron gebruiken?

Uber en het statuut van de Uber drivers

Lise-Marie Platteau
Juridische analyse van Uber aan de hand van drie deelvragen:
- Doet Uber aan car-sharing?
- Is Uber een transportbedrijf of technologiebedrijf?
- Wat is het sociaal statuut van de Uber drivers?
En tot slot: Heeft de kwalificatie van Uber als bedrijf een invloed op de kwalificatie van de Uber drivers?

Kindhuwelijken en het internationaal privaatrecht

Frederik Welvaert
Deze masterproef bespreekt de problematiek van kindhuwelijken vanuit internationaal privaatrechtelijk perspectief. Hierbij wordt een rechtsvergelijkende analyse gemaakt van de regelgevingen in België, Zweden en Duitsland. Deze regelgevingen worden daarna getoetst aan enkele fundamentele rechtsbeginselen, zoals het belang van het kind (art. 3 IVRK) en het recht op familieleven (art. 8 EVRM) om finaal tot een eigen, weloverwogen visie te komen betreffende de aanpak van deze problematiek.

Schikken en schuldig pleiten als belastingplichtige. Rechtsbescherming uit art. 6 EVRM bij het afsluiten van een minnelijke schikking of het erkennen van schuld bij het openbaar ministerie

Eva Nackaerts
Deze masterscriptie onderzoekt of er voldoende rechtsbescherming aanwezig is voor de belastingplichtige verdachte die een minnelijke schikking afsluit of zijn schuld erkent bij het parket. Hierbij wordt er getoetst aan de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

Bloot in het straatbeeld: De relatie tussen pornografische filmposters en censuur in België in de periode 1970-1980.

Leon Janssens
Deze scriptie onderzoekt de censuur in pornografische filmposters in de periode 1970-1980. Op die manier wordt het effect van de tweede seksuele revolutie op de omgang met seksueel expliciet materiaal in de publieke ruimte onderzocht.

Een juridische analyse van de verschillen en de gelijkenissen van de begrippen “noodsituatie” en “ondraaglijk lijden” als basisvoorwaarden in de abortus- en euthanasiewetgevingen van vier verschillende Europese landen.

Patrick Garré
Onderzoeksvraag: dragen deze begrippen nog bij tot een transparante werking van de onderzochte regelgevingen en moeten zij al dan niet behouden blijven als voorwaarden voor het toestaan van zwangerschapsafbreking en euthanasie en/of zelfdoding?

Hard-to-value intangibles: How to manage them in a BEPS world?

Roeland Haest
Juridische analyse van de OESO richtlijnen over transfer pricing van hard-to-value intangibles in het kader van BEPS.

De juridische bescherming van het lichaam

Louisa Van Looy
De juridische bescherming van het lichaam: algemeen.
De juridische bescherming van het lichaam: toepassingsgeval.
Bewindvoering over de persoon: hoogstpersoonlijke rechtshandelingen.

Never again "Wir haben es nicht gewußt". Intransparency on warfare: a human rights violation?

Louise Willocx
De mogelijkheden tot controle op het Ministerie van Defensie zijn ondermaats. Zowel volksvertegenwoordigers als ngo's kunnen hierdoor zeer moeilijk nagaan hoe ver onze verantwoordelijkheid reikt ten opzichte van burgerslachtoffers in de oorlog tegen IS. Het juridisch raamwerk achter de intransparantie van Defensie schendt bovendien hoogstwaarschijnlijk de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

De rechtsbescherming van de belastingplichtige in het kader van de huidige 'una via'-regeling

Stevo Gatsos
In de strijd tegen fiscale fraude heeft de federale wetgever anno 2008 een parlementaire
onderzoekscommissie opgericht. De belangrijkste aanbeveling van deze parlementaire
onderzoekscommissie handelde over het instellen van een una via-regeling in fiscale
strafzaken. Dit heeft finaal geleid tot de wet 20 september 2012 tot instelling van het ‘una
via’-principe in de vervolging van overtredingen van de fiscale wetgeving en tot verhoging
van de fiscale penale boetes, oftewel de Una Via-wet.
Dit una via-principe houdt in dat slechts één weg kan ingeslagen worden in de beteugeling
van inbreuken op de fiscale wetten, hetzij strafrechtelijk met strafsancties, hetzij fiscaaladministratief
met fiscaal-administratieve sancties. De federale wetgever had met de
ontdubbeling van parallelle procedures een efficiënter fraudebeleid voor ogen. Concreet werd
dit gerealiseerd door het una via-overleg tussen de fiscale administraties, het Openbaar
Ministerie en de bevoegde politionele overheden, hetgeen de betrokken actoren in staat
diende te stellen uit te maken wat de meest adequate afhandelingswijze van het concreet
dossier zou zijn.
De federale wetgever heeft met de Una Via-wet eveneens gepoogd het non bis in idembeginsel,
zoals geïnterpreteerd door de Europese rechtscolleges, wettelijk te verankeren. Dit
beginsel belet dat eenzelfde persoon, die reeds het voorwerp heeft uitgemaakt van een
definitieve beslissing, opnieuw voor dezelfde feiten wordt berecht of bestraft. In dit opzicht is
het relevant om ook het strafrechtelijk karakter van administratieve sancties onder de loep te
nemen. Wanneer blijkt dat zowel een strafrechtelijke sanctie als een administratieve sanctie
met een strafrechtelijk karakter in de zin van artikel 6 EVRM voor dezelfde feiten worden
opgelegd, zal het non bis in idem-beginsel toepassing vinden. Vóór de intrede van de Una
Via-wet voorzagen de fiscale wetboeken expliciet de mogelijk om strafrechtelijke sancties en
administratieve sancties met een strafrechtelijk karakter te cumuleren. De Una Via-wet, met
respect voor het non bis in idem-beginsel, dient tegemoet te komen aan deze problematiek
door een decumul te voorzien, waarbij dezelfde rechtsonderhorige hetzij strafrechtelijk, hetzij
fiscaal-administratief gesanctioneerd wordt.

Het opzet van dit werk bestaat erin een analyse te maken van de rechtsbescherming van de
belastingplichtige in het kader van de huidige una via-regeling. Het onderzoek naar de
tegemoetkoming aan het non bis in idem-beginsel door de federale wetgever in het una viamodel
staat centraal. Om de evaluatie te kunnen maken of de wet hieraan voldoet is een
grondige uiteenzetting van de draagwijdte van het non bis in idem-beginsel in fiscale
strafzaken vereist. Dit gebeurt aan de hand van de bespreking van de bronnen en de
jurisprudentiële invulling van dit beginsel, met inbegrip van het strafrechtelijk karakter van
administratieve sancties. Vervolgens wordt, het non bis in idem-beginsel indachtig, de Una
Via-wet besproken. De totstandkoming, de onvolmaaktheden en de gedeeltelijke vernietiging
worden hierbij toegelicht. Het sluitstuk van dit onderzoek heeft betrekking op suggesties de
lege ferenda. Hierbij wordt onderzocht of het Nederlands una via-model, het sociaal
strafrecht en het aanrekeningsprincipe soelaas kunnen bieden.

De bescherming van cultureel erfgoed in conflictgebieden

Mika Camps
Hoe kan cultureel erfgoed in conflictgebieden beter beschermd worden? Voor het antwoord op die vraag wordt gekeken naar de bestaande beschermingsinstrumenten en hun sterktes en zwaktes, alvorens een aantal verbeteringsmogelijkheden aan re reiken.

Beëindiging bedingen van tontine en aanwas

Isabel Vanhengel
De beëindiging van het tontinebeding en het beding van aanwas indien één van de partners bij het eindigen van de relatie niet akkoord gaat.

The EU-U.S. Privacy Shield: ensuring the continuation of data flows instead of rebuilding trust? Europe tangled up in its own data protection requirements?

Judith Vermeulen
De scriptie omvat een analyse van het EU-V.S. Privacyschild in het licht van de Europese privacystandaarden (in het bijzonder deze aangaande de legaliteit van 'mass surveillance'). Die analyse wordt vervolgens in perspectief geplaatst door andere EU instrumenten (zoals de PNR akkoorden, de PNR Richtlijn, het TFTP akkoord, (standard) contractual clauses en binding corporate rules), in de mate dat die zich daartoe lenen, aan dezelfde test te onderwerpen.

De Europese vluchtelingencrisis: de aanwezigheid en evaluatie van de waarden ‘menselijkheid’, ‘mededogen’ en ‘solidariteit’ in krantenartikelen van de Vlaamse pers

Charlotte Teunis
In dit onderzoek wordt op basis van een kritische discoursanalyse bekeken hoe vier Vlaamse kranten de waarden menselijkheid, solidariteit en mededogen evalueren in artikels over de Europese vluchtelingencrisis. Een belangrijk aspect is of er in deze evaluatie een zeker eenheidsdenken is terug te vinden, wat verontrustend zou kunnen zijn aangezien een pers waarin verschillende stemmen aan bod komen onontbeerlijk is voor een goed functionerende democratie.

De elektronische procesvoering

Anneleen Peters
Deze scriptie beschrijft de geschiedenis van digitalisering van de gerechtelijke procedure in België en omschrijft wat vandaag de dag reeds mogelijk is. Verder wordt er in vergelijkend perspectief gekeken naar hoe digitalisering in Nederland is aangepakt. Tot slot wordt nagegaan hoe de digitalisering van justitie eventueel bots met bepaalde rechten zoals bijvoorbeeld het recht op privacy.