Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Instagram food influencers: threat or opportunity? Determining the impact of social media influencers’ food related content on Flemish 12-18 year old adolescents’ eating outcomes: An intervention

Katoo Derks Yara Qutteina
Een experimenteel (4x4, between subjects) onderzoek naar de impact van voedselgerelateerde inhouden van sociale media influencers op de eetgewoonten van Vlaamse 12-18-jarige adolescenten.

Fear of Backlash as a Barrier to Men's Involvement in Childcare: Predicting Fear of Backlash in Men for Childcare across the World using Country-Level Indicators

Eline Camerman
Angst voor sancties vormt een belangrijke reden voor de lagere bijdrage van mannen aan de zorg voor hun kinderen. In deze masterproef werd nagegaan of deze angst verschilt over 49 landen heen, en of samenlevingskenmerken deze landelijke verschillen kunnen verklaren. Uit de resultaten blijkt dat de loonkloof van een land voorspellend is voor de mate van angst die mannen ervaren. Dit introduceert vervolgens mogelijkheden om genderongelijkheid in kinderzorg verder aan te pakken.

Crowdfunding: een alternatieve financieringsmethode voor de Belgische bouwpromotor

Maxim De Ganck
Crowdfunding wint anno 2021 niet alleen aan belang bij innovatieve start-ups en scale-ups, maar ook in de vastgoedsector. Gelet op de jonge bestaansgeschiedenis, de in het verleden heersende rechtsonzekerheid en het toekomstpotentieel van crowdfunding wordt de lezer een actuele blik geboden in de verscheidene financieel, juridische en fiscaalrechtelijke aspecten van crowdfunding. Daarnaast wordt tevens de nadruk gelegd op crowdfunding in het vastgoedontwikkelingsproces.

Vormt psychologische contractbreuk een mediator tussen persoonlijkheid en burn-out bij Vlaamse werknemers?

Inge Truijen
Het verband tussen de drie variabelen persoonlijkheid, psychologische contractbreuk en burn-out wordt nagegaan in een longitudinaal onderzoek bij 240 Vlaamse werknemers via online vragenlijsten. We veronderstelden dat psychologische contractbreuk een mediator vormt bij het verband tussen de vijf persoonlijkheidseigenschappen van de 'big five' en burn-out.

Stakeholder Management in the Flemish Archaeological Sector

Freija Bornauw
Deze scriptie handelt over stakeholder management binnen de archeologische sector in Vlaanderen.

Onderzoek naar het effect van gedragstechnieken op angstige kinderen in de tandartspraktijk

Anna Timoshina
Mondhygiënisten/tandartsen krijgen op regelmatige basis te maken met patiënten met tandartsangst. Het is van groot belang om de angst bij jonge kinderen te reduceren. In deze literatuurstudie worden 4 gedragstechnieken grondig bestudeerd en wordt hun angstreducerend effect weergegeven.

De muzikale entrepreneur: een onderzoek naar de drijfveren en denkprocessen bij DIY-muziekproductie

Cedric Fret
Deze studie onderzocht enerzijds de drijfveren en anderzijds de denkprocessen van muzikale entrepreneurs die verschillende facetten in en rond de productie van hun muziek met een DIY-filosofie benaderen.

Een wereld naar Gods plan. Duurzaamheid in een religieuze ontwikkelings-ngo, 1968-1994

Hanne-Lise Frateur
Deze masterproef onderzocht hoe een religieuze inspiratie een impact had op de betekenisgeving van duurzaamheid in het ontwikkelingsdiscours van de Vlaamse ngo Broederlijk Delen (1968-1994). Verschillende betekenissen van duurzaamheid werden onderscheiden en telkens werd gereflecteerd in welke mate de christelijke religie een struikel- of startblok vormde om die duurzaamheid na te streven.

De invloed van muziek op het (koop)gedrag van de consument en het bestaansrecht van een B2B-muziekstreamingplatform in België.

Schuyler Helder
In deze studie van Hogeschool PXL wordt het idee van een “Spotify-voor-bedrijven” onderzocht. Hierdoor krijgen klanten een betere winkelervaring, ontvangen artiesten een correcte betaling en een nieuw promotieplatform.

Virtual Reality in Marketing: Liever Actiever?

Sam De Boeck
Extended Reality en marketing? Een gewaagd combinatie of het perfecte huwelijk? Een vergelijking tussen actieve en passieve Extended Reality en hun mogelijke gevolgen/invloeden.

Een studie van remigratiemotieven van tweede en derde generatie hoogopgeleide Belgen met Turkse roots

Elif Lootens
Het migratiedebat verhit in West-Europa sinds de laatste decennia van de twintigste eeuw de gemoederen. Het debat is vooral gericht op instroom en integratie. Daarbij is emigratie een onderbelicht aspect. Zo is er weinig onderzoek gedaan naar de remigratie van migranten naar het land van herkomst.

Bij remigratie is het opleidingsniveau een relevante factor. Anders dan soms vermoed wordt, zijn het niet kansarme, laaggeschoolde jongeren die remigreren, maar eerder hoogopgeleide jonge migranten. Omdat net zij in Turkije een gedegen opleiding, meertaligheid en nuttige beroepservaring kunnen inbrengen als troef op de arbeidsmarkt.

Deze hoogopgeleiden ervaren in West-Europa beperkte vooruitzichten op zowel sociaal, persoonlijk als professioneel gebied. Hoogopgeleiden met Turkse roots hebben het gevoel dat zij in Turkije hun kansen beter kunnen benutten en zijn daardoor eerder geneigd te vertrekken.

Daarnaast wijzen onderzoekers erop dat de uitstroom van jonge hoogopgeleiden in tijden van vergrijzing en de daarmee samenhangende schaarstes op de arbeidsmarkt, nadelig kan zijn voor West-Europese economieën. Het vertrek van hoogopgeleide Turken is een ‘braindrain’ en een ‘verlies van menselijk kapitaal’. Dit veroorzaakt een onevenwicht tussen hoog- en laagopgeleiden migranten in Europa.

Wat opvalt is dat ondanks hun studies en diploma, deze hoogopgeleiden geconfronteerd worden met discriminatie op de arbeidsmarkt. Deze pessimistische toekomstperspectieven in Belgie voeden de drang tot remigratie. Etnische minderheden scoren beduident lager op vlak van jobtevredenheid. Volgens Vandevenne & Lenaers (2007) geeft ongeveer 64% van de hoogopgeleide etnische minderheden in Vlaanderen aan minder kans te hebben om door te stromen naar hogere functies en 61% meent zich door zijn afkomst extra te moeten bewijzen.

Hierbij komen we tot de integratieparadox die als een pushfactor meespeelt voor remigratie: hoogopgeleide Belgische Turken komen meer in aanraking met autochtonen, waardoor ze hun eigen posities op de arbeidsmarkt vergelijken en bijgevolg een ‘relatieve deprivatie’ ervaren waardoor hun eigen jobtevredenheid afneemt. Deze hooggeschoolden met een migratieachtergrond hebben immers vaak een baan onder hun opleidingsniveau, ervaren meer moeite om werk te vinden en krijgen minder promotiekansen. Hoogopgeleide en ondernemende migranten ervaren deze discriminatie intenser en zijn daarom sterker geneigd om elders het geluk te zoeken.

Bovendien hebben deze hoogopgeleiden de perceptie, met hun verworven competenties, betere jobkansen en doorgroeimogelijkheden te kunnen krijgen in Turkije. Vrouwen bevinden zich in een extra benadeelde positie doordat ze dubbel gediscrimineerd worden: naast het behoren tot een etnische minderheid, behoren ze ook tot de symbolische minderheid op vlak van gender. Hierdoor zou de wil om te migreren bij vrouwen eveneens hoger liggen, in de hoop op een gunstiger positie in het land van herkomst.

Uit resultaten van het onderzoek dat uitgevoerd werd bij kandidaat remigranten in België en effectieve remigranten in Turkije is er een duidelijke discrepantie te vinden in hun motivaties. Uit het onderzoek blijkt dat de economische factoren minder belangrijk geacht worden als drijfveer bij de hoogopgeleide aspirant-remigranten dan bij de effectieve remigranten, omdat ze min of meer tevreden zijn met hun huidige arbeidsmarktpositie in België. Bij aspirant-remigranten draait het vooral rond maatschappelijke beweegredenen. Ten eerste zijn er gevoelens van frustratie doordat de participanten zich aanvankelijk als deel van de Belgische samenleving beschouwen, maar anderzijds continu geconfronteerd worden met hun ‘anders’ zijn en steeds het gevoel kregen niet volledig aanvaard te worden als deel van de Belgische samenleving. De negatieve beeldvorming over etnische minderheden en moslims in de media lijkt hierin een katalysator te zijn.

Een tweede, opvallend resultaat, is dat de angst voor assimilatiedruk en het risico op verlies van de Turkse cultuur bij hun kinderen een veel gebruikt argument vormt om te overwegen om naar Turkije te verhuizen.

Het ervaren van een identiteitsconflict maakt de aantrekkingskracht van Turkije als toevluchtsoord bovendien groter. Remigratie biedt de mogelijkheid om voortaan tot de meerderheid te behoren. Door remigratie heft de remigrant zijn minderheidsstatus op.

Asprianten blijven in België tot zich een krachtige combinatie van negatieve en positieve acute gebeurtenissen voordoet die een kentering in hun leven te weeg brengt. Acute pushfactoren zoals ontslag, gemiste promotiekansen of een relatiebreuk stimuleren de aspirant-remigrant om de remigratiewens om te zetten in concrete plannen. Van zodra acute pullfactoren zich aandienen, zoals een aantrekkelijke werkaanbieding of een huwelijk, wordt het voornemen waargemaakt.

Bij de effectieve regimgranten zien we wel jobgerelateerde motieven zoals de ongunstige posities op de Belgische arbeidsmarkt en de ruimere carrièremogelijkheden in het land van origine. Het was voor hen niet evident om een job te vinden op het niveau van hun behaalde diploma, en ze maakten zich zorgen over hun loopbaanperspectieven. Daarenboven uiten deze hoogopgeleide participanten die op de sociale ladder willen opklimmen een gevoel van onbehagen. Vandaar dat deze groep zich niet langer uitsluitend op de Belgische arbeidsmarkt focuste en na ontslag of gefnuikte carrièrekansen tot het besef kwam dat ze beschikt over een alternatief, namelijk de arbeidsmarkt in Turkije. Na het maken van een kostenbatenanalyse verkoos deze groep te verhuizen naar Turkije, omdat zij daar een beter perspectief op werk en carrière zage. Een aantrekkelijke jobaanbieding in Turkije zorgde er uiteindelijk voor dat men daadwerkelijk de stap onderneemt.

Hoe Brugse burgers betrekken bij het project SerVies en bewust maken over de fijnstofproblematiek?

Amber, Yara, Jasper, Jelle, Sefora, Sophie Van Houtte, Abdel Mawgoud, Sissau, Vandecappelle, Ferreira, Joye Yara Abdel Mawgoud Amber Van Houtte Jelle Vandecappelle Jasper Sissau Sefora Ferreira Sophie Joye
Deze scriptie gaat over participatiemethodieken om Brugse bewoners te betrekken bij het oogsten van fijnstof. Er wordt daarnaast uitgelegd hoe je de beste oogstbuurten kiest en als laatste wordt het idee voor een mini-expo toegelicht.

“Māori metal” - Analysing decolonial glocalisation in the themes, performances and discourses surrounding Alien Weaponry’s debut album Tū (2018)

Didier Goossens
Onderzoek naar hoe de Nieuw-Zeelandse metalband Alien Weaponry zich voorstelt aan centrale markten van de globale metalscene. Enerzijds een analyse van thematische en performatieve glocalisering; anderzijds discoursanalyses van promotie, distributie en receptie, met nadruk op deze laatste.

De invloed van prijspromoties en de bereidingstijd op de aankoopintentie van maaltijdboxen

Ilka Leenaerts
Deze masterproef onderzoekt de invloed die prijspromoties en bereidingstijden hebben op de aankoopintentie van maaltijdboxen. Uit bestaand onderzoek blijkt namelijk dat de prijs en de bereidingstijd van maaltijdboxen een barrière vormen voor het aankoopgedrag ervan. Verder wordt ook gekeken naar de invloed die het leverancierstype en de gebruikservaring hebben op deze relaties.

Doe rap je verhaal!

Hannelore Mason
Vanuit de veronderstelling dat de jeugdrechter in het belang van de jongeren wil optreden, was het een uitdaging om te zoeken naar een manier dat de jongeren dit ook zo aanvoelen. Aan de hand van de onderzoeksvraag, gingen we op zoek naar de beeldvorming van de jongeren omtrent hun jeugdrechter en of deze verschilt met de intenties van de jeugdrechter en de opzet van het jeugdrecht. We gingen na waar deze verschillen zich situeren en welke aspecten of handelingen deze visies positiever op elkaar kunnen afstemmen. Naast de literatuurstudie kozen we voor een creatieve rapworkshop, om zo een methode te hanteren die dicht bij de jongeren hun leefwereld en interesses staat. We contacteerden verschillende jeugdinstellingen, waarbij vijf van deze positief reageerden. Aan de hand van deze methode schreven de jongeren, samen met een muzikant, een rap over hun beeld omtrent de jeugdrechter. Er participeerden uiteindelijk zesentwintig participanten. Zowel uit de literatuurstudie als uit het empirische gedeelte ondervonden we dat de jeugdrechter een dubbele rol heeft. Enerzijds was er de beschermende rol van de jeugdrechter, die meer tot zijn recht kwam bij de groep participanten die vanwege een problematische opvoedingssituatie bij de jeugdrechter verschenen. Anderzijds was er de bestraffende rol van de jeugdrechter, die duidelijker was bij de groep participanten die vanwege grensoverschrijdend gedrag voor de jeugdrechter verschenen. Het verschil tussen de intenties van de jeugdrechter en de beeldvorming van de jongeren reflecteert zich voornamelijk in de rol van de jeugdrechter en de context waarbinnen deze twee groepen voor de jeugdrechter moeten verschijnen. Opmerkelijk was wel dat alle participanten een vertrouwensrelatie wensten, met iemand die dichter bij hun leefwereld staat.

Naar een nieuw Vlaams heden?

Timothy Pareit
Islamrepresentaties in 'Vrouwland' (Rachida Lamrabet), 'De Ridder. Seizoen 4.' (één en eyeworks) en 'Project Deburkanisering' (Rachida Lamrabet).

Vlaamse dubbing: meerwaarde of meerkost?

Cassandra & Lennerd Vanderborght & Kevelaerts Cassandra Vanderborght Lennerd Kevelaerts
De Vlaamse taal valt niet meer weg te denken uit de filmindustrie, dat valt vooral op aan het stijgend aantal bewerkingen van animatiefilms waarbij vaak gewerkt wordt met bekende Vlamingen. Hier hangt uiteraard een (groot) prijskaartje aan vast. Maar geeft dit nu echt een meerwaarde aan de film en zal het de bekendheid van de film vergroten?
Bij de uitvoering van dit onderzoek werden drie perspectieven nader bekeken. Allereerst werd het perspectief van de doelgroep onderzocht. Hierbij werd de nadruk gelegd op het effect van bekende Vlaamse acteurs op de beleving, de bekendheid en de verkoop van animatiefilms. Onmiddellijk viel op dat bekende Vlaamse acteurs zeker een meerwaarde bieden aan de beleving van een animatiefilm. Het herkennen van stemmen zorgt ervoor dat de beleving vergroot. Het werken met bekende Vlamingen heeft ook rechtstreeks een invloed op de bekendheid van een animatiefilm. Promotiefilmpjes waarin bekende Vlamingen gebruikt zijn, worden vaker geliked en ontvangen meer reacties van het doelpubliek.
Daarna werd het perspectief van de acteurs onder de loep genomen en meer bepaald werd er gekeken naar endorsement. Bij endorsement werd meteen duidelijk dat dit door hen als de normaalste zaak beschouwd wordt. Mede doordat de lijn tussen reclame en sociale media vervaagt. Daarnaast zorgt het werken met bekende Vlaamse acteurs ook rechtstreeks voor meer persaandacht, wat de algemene bekendheid van de film ten goede komt.
Als laatste werd er dieper ingegaan op het perspectief van het productiehuis, hierbij was er zowel aandacht voor de marketingactiviteiten van een animatiefilm als voor de visie van de regisseurs. Door middel van diepte interviews met beide partijen kon een beter beeld verkregen worden omtrent de activiteiten rond een animatiefilm. Deze interviews werden aangevuld met cijfermateriaal verkregen via 20th Century Fox. Aan de hand van het cijfermateriaal kon geconcludeerd worden dat werken met een bekende Vlaamse cast een positieve invloed heeft op de omzet van een animatiefilm (dit kan oplopen tot +- 1,5 miljoen euro). Toch blijft het belangrijk om te vermelden dat bij het werken met een bekende Vlaamse cast het steeds belangrijk is om een mooi geheel te creëren. Geen ervaring in dubbing mag er niet voor zorgen dat de animatiefilm van een mindere kwaliteit is.
Kortom blijkt uit het onderzoek dat werken met bekende Vlaamse acteurs een invloed heeft op de bekendheid en de beleving van een animatiefilm. Hierbij is het belangrijk om in te zetten op: het creëren van een totaalbeleving, het werken met bekende Vlamingen die op het moment van de productie en de release een grote bekendheid kennen, het aanwakkeren van het nostalgische effect bij het doelpubliek en bovenal is het belangrijk dat er gezorgd wordt dat het totaalplaatje klopt.

De impact van (interne) creativiteit op de merkbekendheid van dienstverlenende bedrijven

Céline Penninck
In deze scriptie worden verbanden gezocht tussen (interne) creativiteit bij personen en de merkbekendheid van dienstverlenende bedrijven. Verder wordt ook concreet bestudeerd hoe deze creativiteit de merkbekendheid van deze bedrijven kan boosten en op welke manieren creativiteit bij werknemers kan worden gestimuleerd.

De effectiviteit en wenselijkheid van een beleidsaanpak voor online inbreuken op auteursrechtelijk beschermde audiovisuele content in Vlaanderen.

Amber Demuynck
Het centrale doel in deze masterproef is het verwerven van inzicht naar de wenselijkheid en haalbaarheid van een aanpak naar online piraterij van audiovisuele content in het Vlaamse medialandschap.

Het 'Corps des Interprètes' tijdens de Eerste Wereldoorlog

Lisa Wouters
Deze scriptie probeert beoogt een algemeen beeld te schetsen van het 'Corps des Interprètes' tijdens de Eerste Wereldoorlog. De tolk die werkzaam waren in dit korps waren essentiële tussenpersonen voor drie groepen: de Vlaamse bevolking, het Belgische leger en het Britse leger

Managing their way to the top? Een onderzoek naar de sociale dynamieken op de werkvloer bij lesbische en biseksuele leidinggevende vrouwen

Joren Buyck
Lesbische en biseksuele vrouwen zouden zich omwille van hun vrouw-zijn én hun seksuele oriëntatie in een kwetsbare positie bevinden op de werkvloer. Toch blijken ze in Vlaanderen gemiddeld meer leidinggevende functies in te nemen dan heteroseksuele vrouwen. Via diepte-interviews met 15 lesbische en 2 biseksuele leidinggevende vrouwen wordt duidelijk dat hun zichtbaarheidsmanagement een belangrijke rol speelt in hun weg naar de top.

De Inspecteur, uw consumentenman! De maatschappelijke impact van VRT consumenteninformatie op kennis en gedrag op vlak van consumptie

Liese Lenaerts
Deze scriptie behandelt de maatschappelijke impact van het VRT consumentenprogramma De Inspecteur op kennis en gedrag op vlak van consumptie.

Het effect van emoties op de perceptie van een free sample

Thami Bryon
Via een literatuurstudie en een experiment werd nagegaan of dat personen in een positieve en negatieve emotionele toestand een andere beoordeling geven bij het uittesten van een free sample.

Manpower planning met behulp van Markovmodellen: een PDCA-stappenplan met casestudie

Evelien Rondenbosch
In de bestaande literatuur wordt het voeren van manpower planning beschreven door elk element ervan afzonderlijk te behandelen aan de hand van verschillende methoden in een hypothetische context. Een volledig stappenplan voor het uitvoeren van manpower planning evenals het omzetten van deze methoden in een concrete praktijksituatie lijken te ontbreken. Om aan deze tekorten tegemoet te komen zal in deze masterproef getracht worden een theoretisch stappenplan op te stellen voor het realiseren van een efficiënter manpower planningsbeleid. Dit stappenplan wordt vervolgens gedemonstreerd aan de hand van een casestudie met het personeelsbestand van een bestaande organisatie.

Overcommitment, werk-familie-conflict en turnover intenties: een onderzoek naar de medierende rol van werk-familie-conflict en de modererende rol van cultuur.

Natan Hongenaert
Deze studie gaat na of werk-familie-conflict een mediërende rol speelt in de relatie tussen overcommitment en turnover intenties bij onderzoekers aan Vlaamse universiteiten. Om culturele verschillen in kaart te brengen wordt een onderscheid gemaakt tussen onderzoekers met herkomst in een overwegend individualistisch dan wel collectivistisch land. Culturele verschillen in de rapportage van werk-familie-conflict worden bekeken, en of cultuur een modererende rol speelt in de relatie tussen werk-familie-conflict en turnover intenties. Er worden hoofdeffecten teruggevonden van overcommitment en werk-familie-conflict maar geen mediatie. De twee culturele groepen verschillen in de mate waarin men werk-familie-conflict rapporteert maar de hypothese dat onderzoekers uit een overwegend collectivistische cultuur gemiddeld minder werk-familie-conflict rapporteren wordt verworpen. Daarnaast blijkt uit de resultaten dat cultuur geen modererende invloed heeft in de relatie tussen werk-familie-conflict en turnover intenties.