Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Hoe kunnen speelgoedbedrijven rekening houden met de effecten van gendermarketing op kleuters

Lis Van Herck
In deze scriptie wordt het probleem met genderstereotypen uitgelegd, specifiek met betrekking tot kleuters en speelgoed. Deze worden vaak versterkt door marketing. Er worden ook tips en adviezen gegeven voor speelgoedwinkels, gebaseerd op kwalitatieve en kwantitatieve research.

LGBT+ in het onderwijs

Amber Moerman
Deze scriptie omvat een literatuurstudie en een impliciet onderzoek rond LGBT+ in het onderwijs.

Werkbaar werk - werk op jouw maat!

Jens Longueville
Deze bachelorproef onderzoekt de werkbaarheid van het werk binnen het bedrijf 'Thon Hotels Brussels' en biedt oplossingen aan inzake werkstress.

Spina Bifida in het dagdagelijkse leven: een exploratieve studie

Jill De Coster
De bedoeling van mijn onderzoek was om de impact van spina bifida op het dagelijks leven van de patiënt na te gaan. Dit werd gemeten aan de hand van 7 verschillende levensdomeinen, via een literatuurstudie en een eigen onderzoek. Het onderzoek toonde aan dat er wel degelijk een impact bestaat op het leven van de patiënt.

“Vnde possunt remedia licita ab illicitis discerni”? Superstitieuze en geoorloofde rituele praktijk in de Malleus maleficarum: een vijftiende-eeuwse onttovering

Chloé Conickx
Aan de hand van de Heksenhamer wordt nagegaan hoe superstitieuze remedies tegen hekserij geconceptualiseerd worden in relatie tot geoorloofde rituelen en welke inherente systematiek daarbij onderscheiden kan worden.

M/V/X op school?! Een praktijkonderzoek naar de implementatie van genderdiversiteit met aandacht voor het transgenderthema binnen het lager onderwijs, uitgevoerd in Sint-Ludgardisschool Antwerpen-Stad

Sander Berkvens
Een praktijkonderzoek dat nagaat in welke mate genderdiversiteit en het transgenderthema binnen het lager onderwijs aan bod komen . Dit onderzoek werd uitgevoerd in stageschool Sint-Ludgardisschool Antwerpen-Stad. Enkele opvallende conclusies wijzen op een nood aan meer implementatie en verder onderzoek;

CYBERPESTEN TUSSEN MINDERJARIGE LEERLINGEN IN HET SECUNDAIR ONDERWIJS. FENOMEENANALYSE, JURIDISCHE KWALIFICATIE EN DE PREVENTIEVE WERKING VAN MAATREGELEN OP HET NIVEAU VAN HET JEUGDPARKET. EEN CASESTUDIE BIJ HET PARKET HALLE-VILVOORDE

David Hublé
Een studie van vijftig dossiers over cyberpesten toont aan dat de online-verwensingen bijzonder ver gaan tot het bevel tot zelfdoding toe. Het federaal parket steunt onze vraag om dat laatste strafbaar te stellen. De jeugdparketten dienen meer in te zetten op herstelbemiddeling, het versturen van waarschuwingsbrieven en het uitnodigen van minderjarige daders om hen te herinneren aan de wetgeving die op hun gedrag van toepassing is.

Congokinderen op zoek naar hun wortels - ervaringen en herinneringen van kinderen van Vlaamse oud-kolonialen

Emma Verschraegen
Dit onderzoek peilt naar de ervaring en herinnering van kinderen die zijn opgegroeid in de voormalige Belgische kolonie. Hun visie was tot voor kort onderbelicht.

'Vergeten slachtoffers in beeld'. De noden van de (ex-)partner van een persoon die verdacht wordt van of veroordeeld werd voor een zedendelict op een minderjarig slachtoffer.

Ellen Vermet
(Ex-)partners van personen die verdacht worden van of veroordeeld werden voor een zedendelict op een minderjarig slachtoffer, vormen een vergeten groep in zowel de academische als praktijkgerichte wereld. Deze masterscriptie betreft een explorerend kwalitatief onderzoek naar de ervaring, de zorgen en noden van dergelijke vrouwelijke (ex-)partners.

Pesten bij kleuters?! Kan men bij kleuters spreken over pesten of is het eerder plagend gedrag in de zoektocht naar hun plekje in de groep?

Lynn Wauters
Onderzoek naar mogelijk pestgedrag bij kleuters.

Artikel 60 binnen OCMW Aalst, een goedlopende trein of een bij te sleutelen parcours?!

Karolien Devos
In dit onderzoek werd artikel 60 op mesoniveau, binnen het OCMW van Aalst, onderzocht. Dit met als doel een zo duidelijk mogelijk beeld te krijgen over hoe deze tewerkstelling loopt en waar er eventueel marge is voor verbetering.

Mijn onderzoeksopzet bestond enerzijds uit een interview met de beleidsmensen, met de ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor deze sociale tewerkstelling. Anderzijds uit een focusgesprek met ervaringsdeskundigen, met mensen die of een sociale tewerkstelling positief hebben beëindigd of nog steeds aan het werk zijn als artikel 60.

Aan de hand van mijn ervaring en mijn onderzoeksopzet heb ik mijn veranderingsdoelen opgemaakt. Gezien de ervaringsdeskundigen artikel 60 als een positieve ervaring beschouwden denk ik dat men eerst en vooral moet proberen meer tewerkstelling plaatsen te creëren. Meer plaatsen geeft ook meer kansen dus meer kwetsbare mensen die men zo kan helpen naar werkervaring of zelfs naar een doorstroom naar de reguliere arbeidsmarkt. Hiervoor zal de begeleiding anders moeten worden aangepakt en zal ook de bijhorende subsidiëring moeten herbekeken worden. Zowel op mesoniveau binnen het OCMW te Aalst als op macroniveau en dus op Vlaams, gezien dit recent is overgeheveld van Federaal naar Vlaams.

Een tweede veranderingsdoel, wat ik zou willen gerealiseerd zien, is het verbeteren van de sfeer op de werkvloer ten opzichte van de mensen in artikel 60. Het welbevinden op het werk draagt volgens mij ook bij naar enerzijds je goed voelen in je vel maar anderzijds ook het goed presteren op het werk zelf. Voor mensen in sociale tewerkstelling denk ik dat de motivatie om op zoek te gaan naar een job na artikel 60 groter zal zijn als men een positieve ervaring heeft mogen ervaren.

Ook na begeleiding moet volgens mij beter. In het focusgesprek gaf elke deelnemer aan dat men in het spreekwoordelijke zwarte gat valt na artikel 60. Ook hier zouden we door in te zetten op betere, intensievere begeleiding, de doorstroom naar de reguliere markt kunnen bevorderen.

Ik ben dit eerst en vooral juridisch gaan bekijken, wetgeving versus toepassingen die men hanteert in het OCMW te Aalst. Daaruit bleek onder andere dat een flexibel werktraject, bijvoorbeeld deeltijds werken, wettelijk wel kan. Iets wat mogelijk zou moeten zijn voor iedereen in deze hectische maatschappij, zeker voor kwetsbare mensen die geen (groot) sociaal opvangnet hebben. Ook het loon voor de artikels 60 bepaalt men zelf als OCMW. Naar privé werkgevers toe factureert men 740 euro, openbare instanties die mensen tewerk stelt in artikel 60 betalen niets. Ook het feit dat men enkel leefloon gerechtigden in artikel 60 toelaat, is specifiek voor Aalst en zou dus ook anders kunnen. Er is dus een duidelijk verschil tussen wat er wetmatig mag en wat er in Aalst wordt toegepast. De reden hiervoor ligt meestal bij de subsidiëring die men hiervoor krijgt.

In een tweede invalshoek heb ik de psychosociale bril opgezet. Daar bleek, door de analyse van verschillende theorieën met betrekking tot het welbevinden en het hebben van een job, dat er wel effectief gevolgen kunnen zijn door het al dan niet hebben van een job. Zeker naar kwetsbare mensen toe moeten we hiermee rekening houden, zij hebben misschien bepaalde werkattitudes niet meegekregen van thuis. Doordat ze niet aan het werk zijn, worden ze uitgesloten uit de maatschappij. Men verliest zijn status en heeft niet het gevoel ergens bij te horen, ergens deel vanuit te maken. Aan het werk zijn zal hen dus empoweren, zal hun psychosociaal welzijn erop verbeteren.

Een laatste invalshoek is de hulpverlening. Doordat onze maatschappij volop in transitie is, dient de hulpverlening herbekeken te worden. Sleutelwoord bij hulpverlening is empoweren. Niet enkel doen wat wetmatig moet maar mensen helpen hun doelen te laten stellen en deze te verwezenlijken. De houding van de hulpverlener moet op voet van gelijkwaardigheid zijn en met een onvoorwaardelijke positieve houding ten opzichte van de cliënt met als doel zijn eigenwaarde te versterken.

Ik breng aan de hand van mijn onderzoeksopzet en theoretische staving vijf veranderingsstrategieën naar voor. Eerst en vooral moet artikel 60 voor iedereen kunnen en niet enkel voor mensen met een leefloon. Zo sluiten we mensen uit die ook zouden geholpen zijn door op deze manier aan het werk te kunnen. Ik denk bijvoorbeeld van een vrouw op leeftijd die van haar man is gescheiden en jaren voor de kinderen heeft gezorgd. Iemand van een iets oudere leeftijd, met een ‘black hole’ in haar CV van enkele jaren, zal niet makkelijk werk vinden.

Een tweede veranderingsstrategie is de mogelijkheid naar een flexibeler traject. Zeker nu we langer zullen moeten werken, is dit geen overbodige luxe. Zoals we ook in Finland zien, werkt zo’n systeem. Meer en meer mensen nemen ook hier ouderschapsverlof, tijdskrediet of loopbaanonderbreking om voor hun gezin of voor zichzelf te kunnen zorgen. Ook en zelfs vooral kwetsbare mensen die weinig of geen ervaring hebben en vaak niet beschikken over een sociaal opvangnet, zouden dit dus zeker moeten kunnen doen. Meer mensen zullen slagen in hun te presteren dagen in de opgegeven referteperiode en mensen gaan ook meer gemotiveerd zijn aan het werk te blijven in deze drukke geluksmaatschpapij.

Een derde strategie is de begeleiding van de mensen op de werkvloer die met mensen in artikel 60 moeten werken. Het stigmatiseren van deze groep tegen gaan door preventief de mensen op de werkvloer zelf grondig te informeren en hen te duiden wat de intentie is. Zo kunnen we taboes en vooroordelen wegwerken en eventuele pesterijen voorkomen. Een ‘workbuddy’, een gezinswetenschapper die niet alleen de mensen in sociale tewerkstelling maar ook de collega’s hierin begeleidt.

Een vierde strategie is het herbekijken van de kosten die men factureert aan privé firma’s. Zij krijgen een factuur van 740 euro per maand voor een werknemer, openbare instanties en vzw’s niet. Men hanteert dit omdat dit de kost is die het OCMW zelf zou moeten bijleggen, die men dus niet krijgt via subsidieringen. Op macroniveau zouden we dus moeten inzetten in het herbekijken van deze subsidieringen om deze gelijk te stellen. Maar ook OCMW Aalst zou zelf de beslissing kunnen nemen dit niet als grondvoorwaarde te hanteren. Zo creëren we meer tewerkstellingsplaatsen en vergroten we ook de doorstroom.

Een laatste voorstel naar verandering is de betere (na)begeleiding. Mensen in de laatste weken goed toeleiden naar het einde van hun tewerkstelling en al klaarstomen naar solliciteren op de reguliere arbeidsmarkt. Ook een betere samenwerking met onder andere VDAB is opportuun zijn. Ook hier is een rol weggelegd die perfect zou zijn voor een gezinswetenschapper.

Referentielijst:

Adriaens, C. L. (2013). Praktisch handboek voor OCMW-recht. 612 Loopbaan met zorg. (2015). Betekenis van werk. Betekenis van werk.

Tine Van Regenmortel, K. H. (2013. Het concept ‘empowerende academische werkplaats’. Een innovatieve vorm van samenwerken aan werkzame kennis. Tijdschrift voor Welzijnswerk, 36-48 Van Regenmortel, S. (2015, april). Sociaal werk moet anders in de nieuwe samenleving. Entry-media

Vlieger, S. D. (2008, Juni). Schuld en schaamte: een vergelijkende studie tussen werkenden en werklozen. Gent: Universiteit Gent.

Vries, S. D. (2010). Basismethodiek psychosociale hulpverlening. In S. D. Vries, Basismethodiek psychosociale hulpverlening (p. 425). Hoten, Nederland: Bohn Stafleu van Loghum.

De Rijnbezetting door de Belgische troepen.

Charlotte Vekemans
Belgische bezetters: de lange schaduw van de Eerste WereldoorlogDe afgelopen twee jaar herdacht het Belgische volk de gruwel van de Eerste Wereldoorlog, nu honderd jaar geleden. Maar wat gebeurde er toen op 11 november 1918 de wapens zwegen? Toen de rook optrok van het slachtveld aan de IJzer en de partijen samen rond de tafel gingen zitten?

Lexical features of cyberbullying on English social media websites

Frederic Van Hauwaert
Computers tegen cyberpestenNiemand twijfelt er nog aan dat de opkomst van het internet een nieuw tijdperk heeft ingeluid. Zonder problemen voeren we gesprekken met vrienden of kennissen aan de andere kant van de wereld, kopen we via allerhande webshops alles wat we maar kunnen bedenken, of wandelen we dankzij Google Maps vanuit onze luie zetel door de gezellige straatjes van Quartier Latin. It’s all just a mouseclick away.Niet alles is echter rozengeur en maneschijn.

Tackling Revenge Porn: What the Belgian Legislator can learn from his American Counterpart

Jolien Beyens
JOURNALISTIEK ARTIKEL____________________________________________________________________________________________________________________________________________________________ Wraakporno aanpakken: wat België kan leren van zijn Amerikaanse tegenpoolSteeds vaker wordt in de media bericht over scenario’s waarin een misnoegde ex naaktfoto’s van een voormalige partner publiek maakt, meestal door deze te plaatsen op een online platform. Hoewel hierbij meestal verwezen wordt naar de notie ‘wraakporno’, dekt deze term niet de hele lading en wordt eigenlijk een breder gamma aan gedragingen bedoeld.

Zorg voor Nazorg

Patrisia van Holewinckel
Persbericht 21/05/2014“Het huidige zorgaanbod voor Vlaamse adoptieouders en -kinderen schiet tekort.”Uit het onderzoek van Patrisia Van Holewinckel, student Opleidings- en onderwijswetenschappen van de Universiteit Antwerpen, blijkt dat de meerderheid van de Vlaamse adoptieouders vindt dat leerkrachten in het basisonderwijs onvoldoende vertrouwd zijn met adoptie, en dat ze bijgevolg ook onvoldoende kunnen inspelen op de specifieke behoeften van hun kinderen. Of, zoals een ouder het stelde: “Adoptiekinderen hebben niet alleen een fysieke en cognitieve achterstand.

XX or XY … Who cares? Attitudeonderzoek naar gendernormen, homofobie en transfobie.

Casper Reybrouck
XX or XY …  Who cares?Attitudeonderzoek naar gendernormen, homofobie en transfobie.Naar aanleiding van een zeer agressieve transfobe geweldpleging die plaats vond op 15 Oktober 2012, wilden we met dit onderzoek peilen naar hoe het echt gesteld is met de attitudes van de Vlaamse bevolking naar holebi’s en transgenders toe. Eerdere onderzoeken stelden al vast dat transgenders niet vanzelfsprekend kunnen rekenen op sociale en maatschappelijke acceptatie (Hammerberg, 2009; Kuyper, 2012; Human Rights Watch, 2011).

HET VERBAND TUSSEN CONFLICTEN EN ETHISCH LEIDERSCHAP IN HET VOORSPELLEN VAN DADERSCHAP VAN PESTEN OP HET WERK

Evelien Braekman
 1.         Probleemstelling en onderzoeksvraagPesten op het werk is een concept dat kadert in een vrij recent onderzoeksdomein en is momenteel zeer actueel. Dit is te wijten aan verschillende bedrijfscases die in de actualiteit verschenen zijn en verscheidene Belgische en Europese arbeidswetten die van kracht zijn gegaan. Om die reden krijgt dit fenomeen heel wat aandacht van zowel onderzoekers als praktijkbeoefenaars over de hele wereld. Er is reeds heel wat onderzoek verricht naar de mogelijke antecedenten van pesten op het werk.

Een studie van de nodige voorwaarden voor het bereiken van een kwaliteitsvolle therapeutische ervaring door alle belanghebbenden

Cloë Leheuwe
Bachelorproef“Een verkennende studie van de nodige voorwaarden voor het bereiken van een kwaliteitsvolle therapeutische rijervaring of rijproces door alle belanghebbenden, zijnde: cliënt, ouders, coach en paard.”De wisselwerking tussen coach, cliënt, paard en ouders in Equine Assisted Interventions binnen, Festina Lente Foundation, IerlandVan jongs af aan zit ik tussen de pony’s en paarden. Ik ben er net niet op geboren. Toen ik in het zesde middelbaar zat besloot ik om op Hogeschool een sociale richting te volgen. Het werd Orthopedagogie.

Traditioneel pesten versus cyberpesten onder jongeren: een vergelijkende analyse naar slachtofferschap, daderschap en gevolgen

Magali Van Gampelaere
 Traditioneel pesten versus cyberpesten onder jongerenHoewel pestgedrag zo oud is als de mensheid zelf, blijkt het nog steeds brandend actueel. Het laatste decennium is de manier waarop dit gedrag zich kan manifesteren immers aanzienlijk gewijzigd. Met de intrede van nieuwe sociale media en de gsm in de samenleving, kwamen namelijk nieuwe vormen van pesterijen tot uiting, die gevat worden onder de term cyberpesten.

Het gebruik van sprookjes in kindertherapie en hoe dit kan toegepast worden in het secundair onderwijs

Yentl Van Quathem
Mirror, mirror on the wall…Zijn het wolven of prinsessen? Elke leerkracht vraagt zich aan het begin van een nieuw schooljaar af of hij giftige appels of prinsjes op het witte paard in de kuip heeft. Elke leerling van het secundair onderwijs volgt gedurende tien maanden lang elke week  1600 minuten les. Wat betekent dat ze ongeveer 26 uur per week aan de schoolbanken zitten. Hier zijn de arme stakkers die af en toe een achtste uur moeten doorworstelen niet bijgerekend. We kunnen niet anders dan begrip opbrengen voor het zware lot van onze jeugd.

De impact van een HPWS op work effort: een toetsing van twee tegengestelde perspectieven

Mathias Danneel
Human Resources Management: een verhaal van winnaars en verliezers?We kunnen niet ontkennen dat we momenteel een moeilijke economische periode doormaken. Faillissementen, structurele besparingen en afvloeiingen lijken wel modewoorden die (jammer genoeg) maar al te vaak voorkomen. Velen hebben hierdoor het vertrouwen in het personeelsbeleid van organisaties verloren. Toch voelen we aan dat een onderneming met een goed personeelsbeleid, een positieve impact kan uitoefenen op de bedrijfsresultaten. Maar wat doet dit personeelsbeleid nu met werknemers?

Hangen humorstijlen samen met performantie?

Daisy Van Dessel
Work a joke…. or a joke at work?“België krijgt jongeren niet aan het werk” “Stress en burnout in de lift” “Steeds meer jongeren getroffen door burnout” “Arcelor Mittal geplaagd door pesterijen” “Zelfmoordgolf bij Franse telecom” “Werkdruk leidt tot zelfmoorden” “86% van de ondernemingen slachtoffer van fraude op het werk”.Dit zijn maar enkele van de krantenkoppen die men dagdagelijks in de media tegenkomt met betrekking tot arbeid en werk. De huidige berichtgeving wordt geteisterd door deze negatieve invalshoek op arbeid en alles wat erbij komt kijken.

Pesten ligt gevoelig: Een onderzoek naar pesten op school bij hoogsensitieve kinderen en adolescenten

Ann-Sophie Depamelaere
 
Pesten ligt gevoelig!
Ann-Sophie Depamelaere
 
Iedereen is wel op de een of andere manier bekend met het fenomeen “pesten op school”. Tegenwoordig wordt er veel media-aandacht aan besteed en nog anderen hebben persoonlijke ervaringen met pesten. Vaak gaat men ervan uit dat kinderen die gepest worden enkele typerende kenmerken bezitten. Een algemeen aanvaard kenmerk van de slachtoffers van pesterijen is hun sensitieve en stille manier van doen (Vergeer, 2008). Hierbij kunnen we ons afvragen of er een link bestaat met de karaktertrek “hooggevoeligheid”.

‘Van rehabilitatiewerker tot (buiten)gewone hulpverlener. Inspirerende methodische handelwijze binnen het gemeentelijk woonwagenwerk.’

Claudia Hendzel

Werken met etnisch-culturele minderheden lijkt aanlokkelijk door de exotische connotatie van het begrip zelf. Maar het werk vraagt veel tijd, continuïteit, ethische inleving, methodische kennis, creativiteit, authenticiteit en vooral gedurfde aanpak. De rehabilitatiemethodiek wordt aanvankelijk toegepast bij psychiatrische patiënten, een groep waar begeleiding een langzaam procesverloop kent. Ook het woonwagenwerk vereist dit aangrijpingspunt. Het ritme van de groep volgen en gewoon doen dragen echter bij tot de totstandkoming van een authentieke verbinding.

Onveiligheidsbeleving en slachtofferschap van geweld op school

Anjuli Van Damme
 
Onveiligheidsbeleving en slachtofferschap van geweld op school: taboe of realiteit?
Woensdag 16 september 2009, KTA Wemmel. Het staat nog vers in ieders geheugen gegrift… Bij een 17-jarige jongen slaan de stoppen door… Eerst verkrachte hij een 14-jarige schoolgenote, daarna probeerde hij haar te wurgen. Wanneer dit niet lukte, stak hij haar met een gebroken bierflesje en een schaar in de hals.
De media rapporteren steeds meer schokkende gebeurtenissen die handelen over leerlingengeweld uit binnen- en buitenland. Het fenomeen is niet meer uit onze maatschappij weg te denken.