Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Grensverleggende zorg: Ervaringen van Vlaamse transgender personen met medische zorg, 1950 tot heden.

Esther Lamberts
Deze thesis focust op de ervaringen van Vlaamse transgender personen met de medische zorg, 1950 tot heden. Het duikt in een tot nu toe onbeschreven verleden van de transgender geschiedenis van België.

Endometriose en zijn ware aard: ‘De sensibilisering van endometriose bij de bevolking’

Talia Özçelik
Deze bachelorproef toont aan dat de omkadering rond de aandoening endometriose ontbreekt. Deze literatuurstudie creëert een beter beeld over wat endometriose is, welke mogelijke klachten en oorzaken er zijn en welke verschillende soorten behandelingen toegepast kunnen worden.

BDSM: De dominerende macht van de strafwet

Louise Ippel
Er moet worden tegemoet gekomen aan de strafbaarstelling van BDSM. In deze scriptie is er daarom ook gezocht naar mogelijke regelingen, zowel juridisch als niet-juridisch, die BDSM'ers in staat zouden stellen om straffeloos hun activiteiten te kunnen uitoefenen.

Escape The Web

Sarah Vermeulen cvo MIRAS
Voor deze bachelorproef werkten we samen met het Centrum voor Volwassenenonderwijs MIRAS te Kortrijk. Cvo MIRAS wilde cursisten sensibiliseren en in beweging zetten met betrekking tot het thema armoede en sociale uitsluiting. Ze stelden ons de vraag om een activerende methodiek te ontwikkelen om cursisten bewust te maken van de armoedeproblematiek. Ze willen de cursisten letterlijk in beweging zetten. De methodiek willen ze systematisch kunnen inzetten tijdens de lessen ‘Maatschappij, Cultuur en Samenwerking’, en tijdens hun jaarlijkse campagne voor de week van verzet tegen armoede. Naar aanleiding hiervan hebben wij volgende centrale onderzoeksvraag opgesteld: “Hoe kunnen we cursisten van cvo MIRAS aan de hand van een activerende methodiek laten reflecteren, in gesprek laten gaan, bewustmaken en sensibiliseren omtrent het thema armoede en sociale uitsluiting?”. Om deze vraag in de diepte te bekijken hebben we een uitgebreide literatuurexploratie uitgevoerd rond verschillende onderdelen. Enerzijds vroegen we ons af wat armoede en sociale uitsluiting concreet inhoudt en hoe deze geëvolueerd is doorheen de tijd. Daarnaast verkenden we de lokale armoedeorganisaties. De beeldvorming rond armoede en sociale uitsluiting komt aan bod. Tenslotte sluiten we af met hedendaagse maatschappelijke situaties die een invloed hebben op dit thema en we onderzochten hoe we kunnen sensibiliseren. Concreet hebben wij een vooronderzoek uitgevoerd door interviews af te nemen van armoedeorganisaties. Voor deze interviews baseerden we ons op de thema’s die we verkend hebben in de literatuuranalyse. We kregen de kans om mee te volgen tijdens een werkveldbezoek en besloten om hier een informele participerende observatie aan te koppelen. Hierdoor hebben we kennis kunnen maken met onze doelgroep, de cursisten. Aan de hand van de informatie die wij haalden uit de literatuuranalyse, de interviews en de informele participatieve observatie, konden we de activerende methodiek uitwerken en onderbouwen. We nemen in de ontwikkeling van onze methodiek mee dat, inspelen op interactie, rekening houden met klare taal en realistische verhalen belangrijke aspecten zijn. Uit de literatuuranalyse blijkt dat armoede een multidimensionaal probleem is. De informele participatieve observatie heeft voor interactie in onze methodiek gezorgd. Onze activerende methodiek, genaamd ‘Escape The Web’, is een armoedewandeling met een twist. We hebben elementen uit escaperooms geïntegreerd om de wandeling interactief te maken. We werkten zes verschillende casussen uit. Doorheen de casus komt de cursist in contact met armoede en/of sociale uitsluiting. De wandeling, die ondersteund wordt door de app ‘Actionbound’, is een ‘dag in het leven’ van een persoon in een armoedesituatie. Ze vertrekken met een draagtas waar er verschillende materialen inzitten. Door middel van opdrachten gaan ze naar de volgende (armoede)organisatie. Er wordt afgesloten met een groepsgesprek. Elke groep zal samen met een andere groep de armoedewandeling belichten aan de hand van reflectievragen. Op deze manier gaan de cursisten letterlijk in gesprek met betrekking tot de thema’s armoede en sociale uitsluiting. Aan de hand van deze reflectie vragen krijgt elke groep de kans om hun beleving, de geziene organisaties en de levensdomeinen van armoede uit te wisselen.

How Does Turkey as an Awkward Middle Power Challenge the EU’s Hegemony in the Western Balkans?

Haci Ahmet Unlu
Mijn scriptie maakt deel uit van de internationale betrekkingen literatuur en focust op hoe Turkije als een Awkward Middle Power de EU-gedomineerde status quo in de Westelijke Balkan trotseert.

Geldt een pandemie als overmacht in het verbintenissenrecht

Caro Stuer
1. Het uitgangspunt is dat een overeenkomst die geldig wordt aangegaan, de partijen tot wet strekt. Een pandemie kan daar een voorbeeld van zijn een omstandigheid die het moeilijk of onmogelijk maakt een verbintenis na te komen. Overmacht zou ervoor kunnen zorgen dat een schuldenaar wordt bevrijd van zijn contractuele verbintenis.
2. Om na te gaan of er in de context van de coronacrisis sprake is van overmacht, dient in de eerste plaats te worden nagegaan of er sprake is van een toestand waarbij de schuldenaar kampt met een financieel onvermogen. In de meeste gevallen is dit in het kader van een handelshuurovereenkomst.
Luidt het antwoord positief, dan kan men er kort over zijn. De kans is groot dat de rechter de rechtsgrond overmacht niet zal aanvaarden. De meerderheid en de meest recente rechtspraak verwijst naar het cassatiearrest van 28 juni 2018. Het Hof van Cassatie aanvaardt namelijk niet dat financieel onvermogen een kwalificatie tot overmacht rechtvaardigt. Het Franse Hof van Cassatie aanvaardt dit evenmin.
Luidt het antwoord daarentegen negatief en is er geen sprake van een financieel onvermogen in hoofde van de schuldenaar, dan dient te worden nagegaan of aan de toepassingsvoorwaarden van overmacht is voldaan.
3. Er moet bij elke met corona verband houdende situatie geval per geval, sector per
sector, contract per contract worden nagegaan of er sprake is van overmacht.
Een schuldenaar moet zich ingevolge de coronacrisis in de onmogelijkheid bevinden de verbintenis na te komen en de contractuele fout dient ontoerekenbaar te zijn. Er is nog discussie over de vraag of het nu gaat om een absolute of een relatieve onmogelijkheid. De contractuele wanprestatie dient onvoorzienbaar en onvermijdbaar te zijn.
Indien aan de toepassingsvoorwaarden van overmacht niet voldaan is, dan is er geen sprake van overmacht. Er kan dan worden onderzocht of er beroep kan worden gedaan op de alternatieven van overmacht: de wijziging van de overeenkomst, de ontbinding, contractuele clausules of de uitvoering te goeder trouw.

4. Het eerste alternatief voor overmacht is de wijziging van de overeenkomst.
Een contract kan alleen gewijzigd of opgezegd worden mits wederzijdse toestemming van de partijen of op grond van de wet. Dit standpunt wordt gevolgd in het Franse recht en in het nieuwe Burgerlijk Wetboek.
5. Het tweede alternatief is de ontbinding van de overeenkomst. Wanneer de gedwongen uitvoering niet mogelijk is, kan er een keuze gemaakt worden tussen: de gerechtelijke ontbinding, de ontbinding op kennisgeving of het uitdrukkelijk ontbindend beding.
De ontbinding op kennisgeving werd recentelijk erkend door cassatierechtspraak en zal in het nieuwe Burgerlijke Wetboek een wettelijke grondslag krijgen. De ontbinding op kennisgeving is wellicht geïnspireerd op het Franse recht. Er dient bij een ontbinding op kennisgeving sprake te zijn van een wederkerig contract, een voldoende gekwalificeerde schending, een ingebrekestelling en een kennisgeving van de beslissing van de schuldeiser aan de andere contractspartij. Het klassieke voorbeeld van een wanprestatie is de niet-betaling van de huurgelden. Wanneer overmacht kan worden vastgesteld, zal er niet aanvaard worden dat er sprake is van een wanprestatie die de ontbinding rechtvaardigt.
6. Het derde alternatief voor overmacht zijn de contractuele clausules. Deze clausules zijn mogelijk nu het verbintenissenrecht van aanvullend recht is. Enerzijds zijn er de overmachtsclausules en anderzijds de imprevisieclausules. In zo een clausule kunnen contractspartijen bedingen welke omstandigheden in aanmerking komen als overmacht of imprevisie en wat de gevolgen zijn van deze kwalificatie op hun contract. Partijen kunnen dus zelf overeenkomen in welke mate een pandemie een impact zal hebben op hun overeenkomst.
In Frankrijk zijn contractuele clausules eveneens mogelijk.
7. Het vierde en laatste alternatief dat in deze thesis wordt voorgesteld voor overmacht, is de uitvoering te goeder trouw.
Er kunnen op grond van de aanvullende werking van de goede trouw bijkomende verbintenissen worden opgelegd aan partijen. Zo dienen de contractspartijen er zich van te onthouden de nakoming van de verbintenis door de wederpartij te bemoeilijken in de context van een pandemie. Er kan ook de verplichting worden afgeleid om bijkomende contractuele regelingen te treffen met het oog op de goede afloop van de basisovereenkomst. Ook het Franse recht en het nieuw Burgerlijk Wetboek geven deze betekenis aan de aanvullende werking van de goede trouw. Een contractspartij die zich in een situatie van overmacht bevindt, kan worden verhinderd zijn verplichtingen te goeder trouw na te komen. Vaak is een onderhandelde oplossing wel opportuun. Zo kan een betalingsuitstel, afbetalingsregeling of een prijsvermindering worden voorgesteld.
Het is bij de matigende werking en bij rechtsmisbruik aan een contractpartij verboden de haar uit de overeenkomt voortvloeiende rechten uit te oefenen op een manier die in strijd is met wat van een redelijke contractpartij mag worden verwacht. Wie in het kader van de coronacrisis de nakoming zou blijven eisen van een ingrijpend gewijzigde overeenkomst, kan zich schuldig maken aan rechtsmisbruik. De schuldenaar dienst daarnaast loyaal redelijke maatregelen te nemen die de schade van de niet-nakoming kunnen matigen of beperken. Deze redenering is in het Franse recht en het nieuw Burgerlijk Wetboek terug te vinden. Het ontbreken van een onderhandelde oplossing, zoals een betalingsuitstel, een afbetalingsregeling of een prijsvermindering, kan leiden tot rechtsmisbruik. De matigende werking staat de toepassing van de risicotheorie in geval van overmacht echter niet in de weg.
8. Imprevisie kan niet als alternatief worden gebruikt voor overmacht in het Belgische recht. Bij imprevisie is er, in tegenstelling tot bij overmacht, sprake van omstandigheden die de uitvoering van de overeenkomst bijzonder moeilijk of aanzienlijk zwaarder maken voor (één van) de partijen. De coronacrisis kan daar een voorbeeld van zijn. De imprevisieleer beoogt een heronderhandeling van de overeenkomst tussen de partijen. Noch het Burgerlijk Wetboek, noch het Hof van Cassatie en noch andere (corona)rechtspraak aanvaarden de imprevisieleer.
De bindende kracht van een overeenkomst blijft het uitgangspunt. Het Franse recht en het nieuwe Burgerlijk Wetboek aanvaarden de imprevisieleer wel.
Partijen kunnen wel steeds een contractuele imprevisieclausule opnemen. De imprevisieleer kan ook min of meer het recht binnensluipen via enerzijds de matigende werking van de goede trouw en de leer van het verbod op rechtsmisbruik en anderzijds door een soepele invulling van het overmachtsbegrip.
We hebben de imprevisieleer niet kunnen gebruiken tijdens de coronapandemie.
Mocht het nieuw Burgerlijk Wetboek al van kracht zijn geweest, had dit een grote invloed gehad op verschillende contracten en zou de rechtspraak vandaag anders luiden.
De aanvaarding van de imprevisieleer tijdens de coronacrisis had er wellicht toe geleid dat overmacht minder snel werd aanvaard.

Kleuters met weinig sociale wederkerigheid: van inzicht naar uitzicht (praktijkonderzoek in het ondersteuningsnetwerk Oost-Brabant)

Eleonora Tilkin-Franssens
Steeds meer kleuters worden bij het ondersteuningsnetwerk aangemeld met een (gemotiveerd) verslag type 9 of doorverwezen naar het buitengewoon onderwijs. Het ondersteuningsnetwerk waar ik voor werk, is een inclusiemotor die tracht zoveel mogelijk kinderen binnen het gewoon onderwijs tot leren te laten komen binnen het draagvlak van de school.
In dit onderzoek wordt onderzocht hoe ondersteuners leerkrachten beter kunnen begeleiden bij het creëren van een klasomgeving waarin kleuters met weinig sociale wederkerigheid wel tot ontwikkeling kunnen komen en waarbij de leerkracht minder gevoelens van onmacht, stress en handelingsverlegenheid ervaart.
Door uit te zoeken hoe de normale ontwikkeling van een kleuter er uitziet op het domein van sociaal-emotionele ontwikkeling, sociaal-communicatieve ontwikkeling, taalontwikkeling en spelontwikkeling probeert dit onderzoek een manier te vinden om leerkrachten en ondersteuners meer inzicht in de ontwikkeling van hun specifieke kleuter te bieden. Vanuit dat inzicht wordt getracht om te komen tot een beter afgestemde omgeving, aanpak en aanbod naar de kleuter toe.
Dit onderzoek tracht hierbij een antwoord te geven op wat ondersteuners en leerkrachten nodig hebben om dit te kunnen verwezenlijken en wat het gevolg is van een korte interventie op de beleving van de band tussen de leerkracht en de kleuter.
Overkoepelende conclusies trekken was niet mogelijk, aangezien de steekproef te klein was. Er kan wel afgeleid worden dat het inzetten van ondersteuners om de ontwikkeling van het jonge kind beter te begrijpen een meerwaarde kan betekenen.
Daarnaast is het aanreiken van een manier om kinderen te observeren en zo hun ontwikkelingsniveau te bepalen in combinatie met het bepalen van hun beleving van en door anderen een manier om te weten te komen waar net op kan ingezet worden om hun ontwikkeling te stimuleren.
Het opstellen van kleine, haalbare activiteiten om aan de band tussen kleuter en leerkracht te werken terwijl er naar een duidelijk doel wordt toegewerkt, kan ondersteuners helpen om gerichter de leerkrachten te ondersteunen zodat de kleuter zijn/haar ontwikkeling ook wordt gestimuleerd buiten ondersteuningstijd.

Betrokkenheid van anderstalige ouders bij het onderwijs van hun kind

Shana De Keyser
De rol die scholen kunnen spelen in het stimuleren van de ouderbetrokkenheid van hun anderstalige ouders. Een analyse van een lopend project in vijf Antwerpse basisscholen.

Bouwen aan de UGent - Hoe duurzaam is het en wat kan er beter?

Sara Helsen
Bouwen en gebouwen hebben een grote impact op het leefmilieu. Als grootgrondbezitter en universiteit heeft de Universiteit Gent een voorbeeldrol te spelen. In deze masterproef wordt onderzocht hoe duurzaam de UGent bouwt en wat er beter kan.

Het belang van 'het eigen kind' binnen pleegzorg. Een narratief onderzoek bij pleegzorgers naar de rol van eigen kinderen in een pleegzorgengagement.

Céline Cannaert
De motivaties om eigen kinderen - biologische kinderen van pleegzorgers - te betrekken in het pleegzorgproces, zijn steeds geformuleerd in functie van het welzijn van het pleegkind. Nochtans hebben eigen kinderen als een volwaardige groep ook recht op inspraak en participatie, zoals verankerd in het IVRK en door onderzoek benadrukt. Deze scriptie gaat dieper in op hoe pleegzorgers die een verschil maken in het leven van kwetsbare pleegkinderen ook het belang van hun eigen kinderen invullen.

HOE KUNNEN WE TAALSTIMULATIE BEVORDEREN BIJ MINDERJARIGE VIB’S, MET OOG VOOR EEN HOGE OUDERLIJKE BETROKKENHEID, IN HET ASIELOPVANGCENTRUM IN HOUTHALEN-HELCHTEREN? ONTWIKKELING VAN THEMATISCHE TAALBOXEN VOOR HET GEZIN

Annika Steensels
Deze scriptie focust op de doelgroep van anderstalige gezinnen die verblijven in een asielopvangcentrum. Met deze scriptie wil ik anderstalige ouders ondersteunen en aansporen om samen met hun kinderen met taal bezig te zijn. De taalboxen die ik ontwikkelde, hebben als doel de gezinnen educatief materiaal aan te bieden dat ze samen met hun kinderen kunnen ontdekken ter bevordering van taalstimulatie.

Leerlingen van het 3e jaar secundair onderwijs motiveren en sensibiliseren tot DTPa vaccinatie

Kimberly Hermans
Onderzoek naar de redenen van een lage vaccinatiegraad bij adolescenten. Gevolgd door een onderzoek naar mogelijke oplossingen. Met als uiteindelijke uitkomst een verhoogde vaccinatiegraad.

A site of power imbalance or political potential? A comparative case study of the accommodation infrastructure for illegalized migrants in Brussels

Soline Ballet
De scriptie onderzoekt burgerinitiatieven die opvang verlenen aan migranten in doortocht naar Engeland. Ik vergeleek het politiek potentieel en de machtsdynamieken tussen twee soorten burgerinitiatieven, namelijk het Burgerplatform en kraakbewegingen.

Dansen op het slappe koord: een studie naar grensoverschrijdend gedrag in de professionele danssector

Matilde Willemyns
Hoewel de MeToo-beweging al sinds 2017 actief ijvert voor betere omstandigheden in de cultuursector, blijkt deze problematiek nog steeds branded actueel, met de open brief van dansers gericht aan Jan Fabre als een van de meest besproken gevallen. De professionele danssector bevindt zich namelijk in een bijzonder kwetsbare positie. Want hoe stel je grenzen in een job waarbij het lichaam hét instrument is? Om dit te beantwoorden werd er met een kwalitatief onderzoek dieper ingegaan op hoe jonge vrouwelijke professionele dansers hun grenzen opstellen vanuit de complexe interactiestructuur in de danswereld.

Het begin van de magister militum: Constantius II's beleid omtrent de magister equitum et peditum

Yannis Brichant
Een onderzoek naar wat voor een beleid de Romeinse keizer Constantius II voerde omtrent zijn bevelhebbers.

China's National Identity Construction with the US as the ‘Other’ in the Taiwan Conflict: a Story of Change or Continuity?

Aveline Gram
China is niet weg te slaan uit het nieuws en wordt er afgebeeld als een steeds grotere bedreiging voor het Westen. Maar wat weten we eigenlijk echt over wie ze zijn en wat ze willen, die Xi Jinping en zijn Chinese Communistische Partij (CCP)? Onderschatten of overschatten we de opkomst van China? Dit onderzoek zoekt het uit.

De samenvloeiing van mythologie en allegorie in het oeuvre van Anthony Van Dyck

Rebecca Gheyssens
We leven in een beeldende cultuur die voortdurend evolueert en verandert. Mythologie en allegorie maken sinds de klassieke oudheid deel uit van deze wereld. Deze masterproef heeft als doel de materie rond mythologie en allegorie te verduidelijken en een antwoord te bieden op de vraag of er een samenvloeiing van deze elementen is in de barok van de Zuidelijke Nederlanden. Om vervolgens te achterhalen hoe dit tot uiting kwam in het werk van Anthony Van Dyck.

Japanse geest met Westerse technieken

Maarten Saelaert
Gedurende de Meiji-periode (van 1868 tot 1912) veranderde de mannenmode enorm. Welke fysieke veranderingen waren er en hoe keek men naar deze nieuwe mode? Dit onderzoek, gebaseerd op geschreven bronnen en authentieke kledingstukken biedt een vernieuwend perspectief op de Japanse geschiedenis.

De invloed van jongerenpartijen op hun moederpartij

Lorenz Revyn
Deze thesis gaat op zoek naar de verschillende kanalen die jongerenpartijen hanteren ter beïnvloeding van hun moederpartij. Deze thesis focust voornamelijk op hoe jongerenpartijen de strijd-en standpunten van de moederpartij mee trachten vorm te geven.

Samenzweringstheorieën en de laatste jaren van de Romeinse Repubbliek (44-31 v. Chr.)

Collin Cardon
Ik heb onderzocht in welke mate Klassieke auteurs samenzweringstheorieën gebruikten in hun beschrijving van de gebeurtenissen tussen 44 en 31 voor Christus.

Edelstenen in religieuze kunst: metafoor voor God of aanzet tot spirituele beleving? Iconografisch onderzoek van een selectie panelen van de Vlaamse Primitieven tussen 1430-1510.

Manou De Sutter
Een onderzoek naar de afbeelding van edelstenen op schilderijen met bijbelvoorstellingen van de Vlaamse Primitieven. De motieven van zowel de schilder als zijn opdrachtgever worden onderzocht aan de hand van stenenboeken, de Bijbel, heiligenlevens en de panelen zelf.

F*CK THE POLICE? PERCEPTIES VAN JONGEREN OVER DE POLITIE: Een kwalitatief onderzoek naar de meningen en houdingen van jongeren t.a.v. de politie sinds de coronacrisis

Lotte De Vos
Een kwalitatief onderzoek naar de mening en houding van jongeren t.a.v. de politie. Tijdens focusgrepen in klasverband bespraken ze eerdere ervaringen die zij of anderen hadden met de politie. Ook de invloed die de media en de coronacrisis had op de beeldvorming rond politie werd besproken. Tot slot gaven de jongeren aan weke veranderingen in hun ogen kunnen bijdragen aan een betere relatie tussen jongeren en de politie.

Diplomatieke huisvesting in Brussel in de negentiende en vroege twintigste eeuw

Mathilde Brogniet
Masterproef over het ontstaan en de evolutie van de diplomatieke huisvesting in Brussel tijdens de negentiende en vroege twintigste eeuw. De scriptie wordt rijkelijk geïllustreerd met zelfgemaakt kaartmateriaal.

Wat betekent vrije wil skepticisme voor het klimaatdebat?

Désirée Wagenaar
Wat betekent vrije wil skepticisme voor de individuele morele verantwoordelijkheid inzake het klimaatdebat en hoe kan hiermee omgegaan worden?

De pure customer en de kwaliteit van een tolkprestatie

Caroline Gabriëls
Een experiment naar de opvatting over kwaliteit bij een tolkprestatie, met speciale aandacht voor het perspectief van de toehoorder die de bronspeech niet verstaat. Denkt zo iemand anders over kwaliteit dan iemand die de brontaal wel verstaat, en hoe zit het met de invloed van taalgerelateerde elementen?