Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Aanvangsbegeleiding voor beginnende leraren als een recht en plicht: een mixed-method onderzoek.

Dries Mariën
Beginnende leraren hebben in de eerste jaren van hun onderwijsloopbaan extra nood aan kwaliteitsvolle ondersteuning en begeleiding. Sinds 1 september 2019 maakt de Vlaamse overheid middelen hiervoor vrij en is aanvangsbegeleiding een recht en een plicht voor elke beginnende leraar. Dit onderzoek gaat na hoe dit in de praktijk concreet vorm krijgt.

ZOÖARCHEOLOGISCH ONDERZOEK ALS MEDIUM IN LESSEN ROND CULTUURUITINGEN

Matthias Galloo
Deze masterproef probeert na te gaan in welke mate de verwezenlijking van eindtermen georiënteerd op cultuuruitingen kan bevorderd worden door de implementatie van inzichten uit de zoöarcheologie. Dit gebeurde door een selectie van eindtermen georiënteerd op cultuuruitingen die realiseerbaar werden geacht door middel van leerinhouden gebaseerd op zoöarcheologische inzichten. Door het opstellen van een didactisch pakket werd experimenteel onderzocht of deze realiseerbaar geachte eindtermen ook effectief konden worden verwezenlijkt door leerinhouden gebaseerd op zoöarcheologische inzichten. Het didactisch pakket toont aan dat er in alle graden van het secundair onderwijs in Vlaanderen een gelijklopend aantal eindtermen georiënteerd op cultuuruitingen, gerealiseerd kan worden.

Opleidings- en tewerkstellingsniveau van doven: Maken tolken Vlaamse Gebarentaal in onderwijssituaties het verschil?

Margot Janssens
In deze masterproef wordt onderzocht in welke mate het inzetten van tolken Vlaamse Gebarentaal in onderwijssituaties een invloed heeft op het opleidings- en tewerkstellingsniveau van doven.

Leraren opleiden voor etnisch-culturele diversiteit

Heline Van Peteghem
Hoewel de etnisch-culturele diversiteit in de maatschappij als een meerwaarde kan gezien worden, neemt de etnische ongelijkheid in het onderwijs toe. Deze etnische ongelijkheid leidt tot verschillen in schoolprestaties, en vervolgens tot de reproductie van ongelijkheid in het onderwijs. Om deze onderwijsongelijkheid te overbruggen zijn succesvolle leerkrachten, en bijgevolg succesvolle lerarenopleidingen nodig. In dit onderzoek wordt nagegaan hoe lerarenopleidingen leerkrachten kunnen voorbereiden op de etnisch-culturele diversiteit onder leerlingen in het lager onderwijs, met aandacht voor de culturele competenties (attitudes, kennis en vaardigheden) van de leraar. De grote uitdaging hierbij is om de theoriepraktijkkloof te overbruggen en gelijke onderwijskansen te bieden aan alle leerlingen, ongeacht hun etnisch-culturele achtergrond. In het eerste deel van de studie werd een systematische literatuurstudie uitgevoerd van 19 literatuurreviews. De meest frequente theorieën en het belang van de culturele competenties werden toegelicht. Vervolgens werden er tien praktijken geïdentificeerd die effectief zouden zijn om leraren voor te bereiden op het omgaan met etnisch-culturele diversiteit bij leerlingen: (1) Een geïntegreerd curriculum op lange termijn, (2) De selectie van toekomstige leraren, (3) Kritische zelfreflectie, (4) Mentoring & coaching tijdens en na praktijkervaringen, (5) Community-based learning, (6) Continued professional development, (7) Voortdurende ondersteuning en samenwerking in de toekomstige praktijk, (8) Ontwikkelen van een veilige omgeving, (9) Focus op specifieke soorten behoeftes en de focus op algemene theorie, en (10) Innovatie en technologie.
In het tweede deel van de studie werd een multiple case studie uitgevoerd op twee lerarenopleidingen Lager Onderwijs in Brussel. Daarbij werd onderzocht in welke mate de tien praktijken tot curriculumdesign aan bod kwamen in het curriculum. Door triangulatie van drie soorten data (documentanalyse, interviews en online enquête) werden enkele resultaten gevonden. De praktijken die het sterkst aanwezig waren in de curricula van beide opleidingen zijn ‘Kritische zelfreflectie’ en ‘Community-based learning’. De praktijken ‘Focus op specifieke soorten behoeftes en de focus op algemene theorie’, en ‘Innovatie en technologie’ waren opvallend afwezig in het curriculum van beide opleidingen. Hoewel studenten uit beide opleidingen zich goed voorbereid voelen voor etnisch-culturele diversiteit, is er enige voorzichtigheid hieromtrent nodig. Zo kan de transitie naar het lerarenberoep als een praktijkschok aanvoelen en hun doeltreffendheidsbeleving doen dalen. Dit onderzoek is slechts een kleine stap voorwaarts in het opleiden van leerkrachten voor etnisch-culturele diversiteit. De systematische literatuurstudie, gebaseerd op reviews uit eerder internationaal onderzoek, duidt wel cruciale elementen aan die noodzakelijk zijn voor lerarenopleidingen in het opleiden van studenten voor etnisch-culturele diversiteit. Alle lerarenopleidingen zouden bijgevolg hun curriculum kunnen analyseren en evalueren in functie van de elementen geïdentificeerd uit de literatuurstudie.

Hebben economieleerlingen een minder positieve attitude t.o.v. duurzaamheid dan niet-economieleerlingen?

Laurence Ryckaert
Binnen de modernisering van het secundair onderwijs en de daarbij horende zestien sleutelcompetenties zien we dat duurzaamheid een prominente(re) rol krijgt toebedeeld. Hoe zit het precies met de duurzaamheidsattitude van onze Vlaamse scholieren in het algemeen en met onze toekomstige economen in het bijzonder?

Brengt de ideologie van de existentiële band tussen ouders en kinderen de jeugdhulp en jeugdbescherming in moeilijkheden?

Laetitia De Bruyn
De wet bepaalt dat een plaatsing van een kind alleen als laatste redmiddel en met het oog op gezinshereniging mag plaatsvinden, om de grondrechten van zowel ouders als kinderen te eerbiedigen. Het onderhouden van familiebanden is een gevestigde norm in de Belgische jeugdhulp en ligt aan de basis van ons jeugdbescherming systeem. Maar zou het hoofddoel van het werk van de jeugdbeschermers niet eerder moeten gesteld worden in functie van wat het kind in staat stelt zich goed te ontwikkelen, verre van pure ideologische verklaringen rond het belang van de familieband?

Teaching Disability Acceptance: Disability Fiction as a Tool to Teach Perspective-taking in Secondary Education

Laure Elyn
Diversiteit is een belangrijk onderdeel van hedendaags onderwijs. Deze scriptie bespreekt de mogelijkheid om literatuur binnen de Engelse taalles te gebruiken om begrip aan te moedigen voor mensen met beperkingen.

visualisaties van lidardata in een educatieve setting

Jana Ameye
Ter bevordering van het georuimtelijk denken worden drie verschillende visualisatiemethoden vergeleken met elkaar met als doelstelling de implementatie in het onderwijs. De visualisaties werden vervaardigd met lidardata, een toonaangevende laserscantechnologie, waarbij de methode van de hillshading uiteindelijk de voorkeursvisualisatie bleek te zijn voor leerlingen en studenten uit België en Mexico. Aan de hand van een viertal competenties kunnen deze beelden in de klas stapsgewijs worden geïmplementeerd ter bevordering van het ruimtelijk denken.

Het canon van Theseus' schip - Hoe canonieke literatuur kan bijdragen tot de identiteitsvorming van jongeren.

Robrecht Neyrinck
Onderzoek naar de bruikbaarheid van klassieke werken uit zowel de Nederlandse als uit de wereldliteratuur ter bevordering van de identiteitsvorming van jongeren.

Een schuldenvrije toekomst na de collectieve schuldenregeling

Lara Dhondt
Deze bachelorproef wil nagaan op welke manier vermeden kan worden dat personen nieuwe schulden maken na de collectieve schuldenregeling.

Solliciteren in het Cités? De impact van etnisch en regionaal gekleurde taalvariëteiten in formele contexten: een experimentele studie

Laurens Biesmans
In dit onderzoek focust op de invloed van Citétaal in sollicitatiegesprekken. Resultaten tonen aan dat Citétaal consequent een lagere status dan het Limburgs wordt toegekend en dat sprekers ervan worden gekoppeld aan functies als arbeider.

Welbevinden! De kracht van het onderwijs

Peggy Casus
Teamteaching, met twee voor een klas staan van 30 leerlingen of toch liever parallelle klassen, twee aparte klassen met elk 15 leerlingen? Waar zou het welbevinden het hoogst zijn bij de leerkrachten? Wat zijn de conclusies van dit vergelijkend onderzoek?

Preventief versterken van de zelfwaardering van 6-8 jarigen in Child Action Lanka via dans en beweging

Maxime Van Hoof
In deze bachelorproef wordt de toepassing van dans -en bewegingstherapie voor Child Action Lanka in Sri Lanka, besproken. Via het gebruik van een laagdrempelige vorm van dans -en bewegingstherapie wordt de zelfwaardering van kinderen preventief versterkt. Om het bovenstaande doel te bereiken is de methode ‘Dance-esteem’ tot stand gekomen.

(On)beperkt (t)huis

Jill Van Doninck
De scriptie '(On)beperkt (t)huis' bestudeert de aspecten die bijdragen tot het welbevinden van meerderjarigen met een licht verstandelijke beperking in kleinschalige woonvormen. De opkomst van kleinschalige woonvormen sluit aan bij de groeiende inclusie-gedachte én de veranderingen in de zorg. Dit resulteert in de creatie van een kleinschalige woonproject voor 8 meerderjarigen met een licht verstandelijke beperking waarin het thuisgevoel en welbevinden van de bewoners centraal staat.

De invloed van muzikaliteit bij simultaantolken Is er een verband tussen tolkvaardigheid en aanleg voor muziek? Een exploratie

Diane M. Andries
De muzikaliteit van de simultaantolk kan haar/zijn werk vergemakkelijken. In bijzonder wanneer zij/hij levenslang een muziekinstrument bespeelt. Vandaag kennen we de vele voordelen van cognitieve flexibiliteit die in het bijzonder het moeilijke mentale werk van de tolk kunnen ondersteunen.
Bovendien hebben muzikale vaardigheden overdraagbare competenties in tal van andere domeinen. Onderzoek is tamelijk recent en moet worden uitgebreid gezien de talrijke aspecten rond muziek.

Is verengelsing necessary in Flanders? Waarom verengelsen Vlaamse universiteiten weinig tot niet in vergelijking met Nederlandse universiteiten?

Yvonne Kuiken
Deze scriptie onderzoekt waarom het hoger onderwijs in Vlaanderen minder snel verengelst dan in Nederland. Daarbij wordt ook dieper ingegaan op de voor- en nadelen die verengelsing met zich meebrengt.

De positieve kanten van seks onder schoolstoelen en -banken geschoven? Een kwalitatief onderzoek naar een seks-positieve benadering binnen RSV in aso-scholen in Vlaanderen

Silke Van dijck
Een seks-positieve benadering erkent, naast de risico's en gevaren die met seksualiteit gepaard gaan, ook thema's zoals diversiteit, consent, vrijheid en seksueel genot. Uit analyse van de Vlaamse eindtermen voor het aso-onderwijs blijkt dat de eigenschappen van deze benadering slechts beperkt aan bod komen. Leerkrachten onderschrijven wel al heel wat elementen van deze benadering en zien het als een potentiële basis voor seksuele en relationele vorming in de toekomst.

This is me!

Lise Claes
Het doel van mijn scriptie is het welbevinden van kinderen bevorderen a.d.h.v. talentontwikkeling in Zuid-Afrika. Om een antwoord te bieden op mijn onderzoeksdoel heb ik de leerlijn 'This is me!' ontwikkeld. Deze leerlijn helpt leerkrachten om in te zetten op talentontwikkeling in de klas, om zo het welbevinden van hun leerlingen te vergroten.

De marketinganalyse van cruisereizen voor Millennials en de impact van COVID-19

Lauranne Coopmans
In dit onderzoek wordt aangetoond hoe de cruise industrie actueel inspeelt op de gemiddelde leeftijdsdaling van de cruisepassagier en zich richt op het jongerensegment. De interesse vanuit de cruisemaatschappijen voor deze doelgroep is een redelijk recent fenomeen en
vertaalt zich in het ontwikkelen van een aangepaste marketingstrategie. De actuele COVID-19
crisis versnelt het marketingvernieuwingsproces. De conclusie van de thesis luidt dat cruiserederijen zich moeten richten op de Millennials en moeten overwegen om influencermarketing toe te passen.

Hoe krijgt sociaal-emotioneel leren vorm binnen een inclusief leefklimaat op kleuterleeftijd?

Nika Devolder
Hoe krijgt sociaal-emotioneel leren (SEL) vorm binnen een inclusief leefklimaat op kleuterleeftijd? Een conceptualisering van SEL aan de hand van casestudy onderzoek binnen drie Vlaamse kleuterscholen.

Interlevensbeschouwelijke dialoog in een Antwerpse stadsschool van het katholieke net. Project ‘Jij en ik: wij samen!’.

Inés Duwaerts
Onze samenleving wordt elke dag meer divers. We worden elke dag uitgedaagd te leven met verschillen. Ook op de speelplaats wordt dit duidelijk. Op de school waar ik werk, Sint-Maria in Antwerpen zijn er klassen waar elke leerling niet-Europese roots heeft. Wordt dit door onze leerlingen beschouwd als een verrijking? Zijn ze bereid om te luisteren en een stap verder te zetten, namelijk: te leren van elkaar? Het doel van dit onderzoek is om te achterhalen of een interlevensbeschouwelijk project daadwerkelijk invloed heeft.

De begeleiding van ouders bij thuisonderwijs aan jongeren: een kwalitatieve analyse gerelateerd aan de Zelfdeterminatietheorie

Farah Rais
Dit onderzoek peilt door middel van individuele interviews naar motieven om voor thuisonderwijs te kiezen en naar factoren uit de begeleidingsstijl van huisonderwijzers die bijdragen tot de zelfdeterminatie van jongeren die thuisonderwijs krijgen.

Kunsteducatie in het lager onderwijs

Tuur Sterckx
Deze bachelorproef onderzocht wat kunst en kunsteducatie kan doen voor de ontwikkeling van kinderen. Daarnaast werden ontwerpprincipes bepaald die de leerkracht helpen om rijke kunsteducatieve lessen op te bouwen. De bachelorproef mondde uit in een reeks kunsteducatieve lessen die inzetten op 21ste-eeuwse vaardigheden en rijke ervaringen met kunst.

Een studie van remigratiemotieven van tweede en derde generatie hoogopgeleide Belgen met Turkse roots

Elif Lootens
Het migratiedebat verhit in West-Europa sinds de laatste decennia van de twintigste eeuw de gemoederen. Het debat is vooral gericht op instroom en integratie. Daarbij is emigratie een onderbelicht aspect. Zo is er weinig onderzoek gedaan naar de remigratie van migranten naar het land van herkomst.

Bij remigratie is het opleidingsniveau een relevante factor. Anders dan soms vermoed wordt, zijn het niet kansarme, laaggeschoolde jongeren die remigreren, maar eerder hoogopgeleide jonge migranten. Omdat net zij in Turkije een gedegen opleiding, meertaligheid en nuttige beroepservaring kunnen inbrengen als troef op de arbeidsmarkt.

Deze hoogopgeleiden ervaren in West-Europa beperkte vooruitzichten op zowel sociaal, persoonlijk als professioneel gebied. Hoogopgeleiden met Turkse roots hebben het gevoel dat zij in Turkije hun kansen beter kunnen benutten en zijn daardoor eerder geneigd te vertrekken.

Daarnaast wijzen onderzoekers erop dat de uitstroom van jonge hoogopgeleiden in tijden van vergrijzing en de daarmee samenhangende schaarstes op de arbeidsmarkt, nadelig kan zijn voor West-Europese economieën. Het vertrek van hoogopgeleide Turken is een ‘braindrain’ en een ‘verlies van menselijk kapitaal’. Dit veroorzaakt een onevenwicht tussen hoog- en laagopgeleiden migranten in Europa.

Wat opvalt is dat ondanks hun studies en diploma, deze hoogopgeleiden geconfronteerd worden met discriminatie op de arbeidsmarkt. Deze pessimistische toekomstperspectieven in Belgie voeden de drang tot remigratie. Etnische minderheden scoren beduident lager op vlak van jobtevredenheid. Volgens Vandevenne & Lenaers (2007) geeft ongeveer 64% van de hoogopgeleide etnische minderheden in Vlaanderen aan minder kans te hebben om door te stromen naar hogere functies en 61% meent zich door zijn afkomst extra te moeten bewijzen.

Hierbij komen we tot de integratieparadox die als een pushfactor meespeelt voor remigratie: hoogopgeleide Belgische Turken komen meer in aanraking met autochtonen, waardoor ze hun eigen posities op de arbeidsmarkt vergelijken en bijgevolg een ‘relatieve deprivatie’ ervaren waardoor hun eigen jobtevredenheid afneemt. Deze hooggeschoolden met een migratieachtergrond hebben immers vaak een baan onder hun opleidingsniveau, ervaren meer moeite om werk te vinden en krijgen minder promotiekansen. Hoogopgeleide en ondernemende migranten ervaren deze discriminatie intenser en zijn daarom sterker geneigd om elders het geluk te zoeken.

Bovendien hebben deze hoogopgeleiden de perceptie, met hun verworven competenties, betere jobkansen en doorgroeimogelijkheden te kunnen krijgen in Turkije. Vrouwen bevinden zich in een extra benadeelde positie doordat ze dubbel gediscrimineerd worden: naast het behoren tot een etnische minderheid, behoren ze ook tot de symbolische minderheid op vlak van gender. Hierdoor zou de wil om te migreren bij vrouwen eveneens hoger liggen, in de hoop op een gunstiger positie in het land van herkomst.

Uit resultaten van het onderzoek dat uitgevoerd werd bij kandidaat remigranten in België en effectieve remigranten in Turkije is er een duidelijke discrepantie te vinden in hun motivaties. Uit het onderzoek blijkt dat de economische factoren minder belangrijk geacht worden als drijfveer bij de hoogopgeleide aspirant-remigranten dan bij de effectieve remigranten, omdat ze min of meer tevreden zijn met hun huidige arbeidsmarktpositie in België. Bij aspirant-remigranten draait het vooral rond maatschappelijke beweegredenen. Ten eerste zijn er gevoelens van frustratie doordat de participanten zich aanvankelijk als deel van de Belgische samenleving beschouwen, maar anderzijds continu geconfronteerd worden met hun ‘anders’ zijn en steeds het gevoel kregen niet volledig aanvaard te worden als deel van de Belgische samenleving. De negatieve beeldvorming over etnische minderheden en moslims in de media lijkt hierin een katalysator te zijn.

Een tweede, opvallend resultaat, is dat de angst voor assimilatiedruk en het risico op verlies van de Turkse cultuur bij hun kinderen een veel gebruikt argument vormt om te overwegen om naar Turkije te verhuizen.

Het ervaren van een identiteitsconflict maakt de aantrekkingskracht van Turkije als toevluchtsoord bovendien groter. Remigratie biedt de mogelijkheid om voortaan tot de meerderheid te behoren. Door remigratie heft de remigrant zijn minderheidsstatus op.

Asprianten blijven in België tot zich een krachtige combinatie van negatieve en positieve acute gebeurtenissen voordoet die een kentering in hun leven te weeg brengt. Acute pushfactoren zoals ontslag, gemiste promotiekansen of een relatiebreuk stimuleren de aspirant-remigrant om de remigratiewens om te zetten in concrete plannen. Van zodra acute pullfactoren zich aandienen, zoals een aantrekkelijke werkaanbieding of een huwelijk, wordt het voornemen waargemaakt.

Bij de effectieve regimgranten zien we wel jobgerelateerde motieven zoals de ongunstige posities op de Belgische arbeidsmarkt en de ruimere carrièremogelijkheden in het land van origine. Het was voor hen niet evident om een job te vinden op het niveau van hun behaalde diploma, en ze maakten zich zorgen over hun loopbaanperspectieven. Daarenboven uiten deze hoogopgeleide participanten die op de sociale ladder willen opklimmen een gevoel van onbehagen. Vandaar dat deze groep zich niet langer uitsluitend op de Belgische arbeidsmarkt focuste en na ontslag of gefnuikte carrièrekansen tot het besef kwam dat ze beschikt over een alternatief, namelijk de arbeidsmarkt in Turkije. Na het maken van een kostenbatenanalyse verkoos deze groep te verhuizen naar Turkije, omdat zij daar een beter perspectief op werk en carrière zage. Een aantrekkelijke jobaanbieding in Turkije zorgde er uiteindelijk voor dat men daadwerkelijk de stap onderneemt.

Borgen van immaterieel cultureel erfgoed door formeel leren in Vlaanderen

Joris Doorsselaere
Een onderzoek naar de UNESCO Conventie uit 2003 over het borgen van immaterieel cultureel erfgoed. In welke mate is deze geïmplementeerd in het onderwijs in Vlaanderen?