Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Justus Lipsius als vaderlander: De beeldvorming van Justus Lipsius in België van 1853 tot 1947

Joachim Hoste
Deze masterproef gaat over de beeldvorming van de humanist Justus Lipsius van 1853 tot 1947. Hij paste binnen de herdenking van grote historische figuren om de natiestaat te legitimeren. Voor Leuven, Overijse en Ath riep hij lokale trots op. Lipsius werd vooral geëerd als groots wetenschapper. Maar in 1909 vond de liberale pers hem helemaal niet erenswaardig en bekritiseerde zijn intolerantie.

Ouderenmis(be)handeling: in de greep van het beroepsgeheim.

Cato Schollen
Deze bijdrage zet het kader rond het thema ouderenmis(be)handeling in combinatie met het beroepsgeheim van de (eerstelijns)hulpverlener uiteen. Binnen deze bachelorproef zal er vooral gefocust worden op het onderdeel ouder(be)mishandeling in relatie met het beroepsgeheim.

Problematisering van het integratiediscours in Vlaanderen: Een kritische analyse van het mediadiscours over integratie en de rol van gender, van migratiestop (1974) tot Inburgeringsdecreet (2003)

Jade Philippeth
Een kritische discoursanalyse over wat en wie er onder het concept 'integratie' werd gezien in Het Nieuwsblad tussen 1974 en 2003. Een speciale aandacht gaat uit naar de rol van gender in dit discours.

De impact van #MeToo op beeldvorming van seksueel grensoverschrijdend gedrag in krantenberichtgeving

Emma Lenaert
Onderzoek op basis van een kritische discoursanalyse naar verkrachtingsmythes in Vlaamse krantenberichtgeving en de impact van #MeToo.

‘Souls as dark as their skin’ or ‘bright black gentlemen’?: The ambivalent discourse about Congolese ‘petits boys’ in Belgium (1885- 1914)

Thomas Dirven
Analyse van het discours in de Belgische pers tussen 1885 en 1914 over de aanwezigheid van Congolese 'petits boys' in België.

Visualisatie en de Bevallingservaring

Louise Cremers
Visualisatie is een ontspanningstechniek die ingezet kan worden tijdens de zwangerschap en de bevalling. In deze paper wordt de werking van visualisatie en de invloed ervan op de bevallingservaring uitgediept.

Unveiling a World of Dreams: A multi-technical study on the materials of The Pink Bows (1937), a Flemish Masterpiece by Paul Delvaux in the collection of the KMSKA

Eveline Vandeputte
In dit onderzoek werd de studiopraktijk van Belgische modernist Paul Delvaux (1897-1994) verkend via een multi-technische analyse van 'De Roze Strikken' (1937). De opbouw, materialen en het werkproces werd geanalyseerd via beschrijvend onderzoek, invasieve en non-invasieve technieken. Speciale aandacht werd gegeven aan het gebruik van transparante lagen en hun (visuele) impact op het schilderij. We ontdekten dat Delvaux een traditioneel kleurpalet hanteerde en transparante olielagen voornamelijk toevoegde voor het gelijk satureren van de kleuren.

Het effect van een positieve beeldvorming op integrale toegankelijkheid op vlak van mobiliteit

Joni Vandyck Famke Breugelmans Julie Jacobs Michiel Van Regenmortel
Onderzoek naar het effect van een positieve beeldvorming op integrale toegankelijkheid op vlak van mobiliteit. Met mobiliteit bedoelen we openbaar vervoer en infrastructuur van wegen en voetpaden.

Reflections on Violence and Death in Critical War Games

Samuel Lutters
In deze scriptie verzamelde ik online reflecties over geweld en de dood van spelers die kritische oorlogsgames speelden. Daarbij focuste ik op drie games. Opvallend waren de negatieve emoties die spelers ervaarden. Deze bleken een bron te zijn voor eventuele kritisch reflectie.

sociaal werker als brug tussen de oudere en het woonzorgcentrum

Greet Leemans
Ouder worden heeft een enorme impact op het leven. Verhuizen naar een woonzorgcentrum is een ingrijpende beslissing waarbij verschillende factoren een effect hebben. Thuiszorgdiensten, sociaal werkers en onthaalmedewerkers van een woonzorgcentrum zijn een eerste aanspreekpersoon bij de beslissing en hebben dan ook een belangrijke functie in de begeleiding naar de nieuwe leefomgeving. Voor dit onderzoek werd door middel van enquêtes aan sociaal werkers van ziekenhuizen en opnameverantwoordelijken van woonzorgcentra gevraagd hoe een opname naar een woonzorgcentrum verloopt en hoe men de ouderen bij een opname ondersteunt. Daarnaast werd ook de tuiszorgdiensten bevraagd om de ervaringen van deze dienst mee te nemen in de conclusies. De thuiswonende ouderen werd door middel van een enquête gevraagd naar de beeldvorming van woonzorgcentra en wat men belangrijk vindt. Daarnaast werd via interviews nagevraagd aan bewoners hoe men de opname heeft ervaren. Vanuit het literatuur- en praktijkonderzoek zijn er goede zaken naar boven gekomen maar vooral ook zeer veel tekortkomingen in de ondersteuning van ouderen bij de beslissing naar een woonzorgcentrum te verhuizen. Iedere dienst wil zich inzetten om ouderen de juiste ondersteuning te bieden om het welzijn te verbeteren maar krijgen vooral door beleidsmatige druk en veel administratief werk, veelal in functie van de financiering van de organisaties vanuit de overheid, hiervoor te weinig mogelijkheden. Om als sociaal werker de oudere zorgvrager beter te kunnen ondersteunen in het opnameproces door middel van psychosociale en praktische begeleiding is het belangrijk dat er een andere beeldvorming ontstaat over woonzorgcentra en deze beter aansluiten bij de leefwereld en zorgvragen van de ouderen. Daarnaast is het ook belangrijk dat deze betaalbaar worden en er meer werkmiddelen zijn in organisaties om tijd te kunnen vrij maken voor het welzijn van de ouderen. Hierdoor kan er op zoek gegaan worden naar mogelijkheden om de oudere zorgvrager beter te ondersteunen van thuis uit of vanuit het ziekenhuis en revalidatiecentrum naar het woonzorgcentrum. De sociaal werker wordt daardoor de vertrouwenspersoon van de oudere die beslissingsrecht heeft over zijn eigen leven.

F*CK THE POLICE? PERCEPTIES VAN JONGEREN OVER DE POLITIE: Een kwalitatief onderzoek naar de meningen en houdingen van jongeren t.a.v. de politie sinds de coronacrisis

Lotte De Vos
Een kwalitatief onderzoek naar de mening en houding van jongeren t.a.v. de politie. Tijdens focusgrepen in klasverband bespraken ze eerdere ervaringen die zij of anderen hadden met de politie. Ook de invloed die de media en de coronacrisis had op de beeldvorming rond politie werd besproken. Tot slot gaven de jongeren aan weke veranderingen in hun ogen kunnen bijdragen aan een betere relatie tussen jongeren en de politie.

KIDNEY STONE PREVENTION - Effect of kidney stone prevention on urinary risk factors for kidney stone formation and new stone formation: a single centre retrospective cohort study

Florine Janssens
Nierstenen zijn een groeiend maatschappelijk probleem die naast heel hoge kosten, ook heel wat pijn en ziekenhuisbezoeken met zich meebrengen. Valt daar dan echt niks aan te doen? Een masterstudent Geneeskunde en de dienst Nefrologie van het UZ Brussel zochten het voor je uit!

De boetvaardige Maria Magdalena binnen het international caravaggisme

Lien Vandenberghe
Contextueel onderzoek naar de beeldvorming rond Maria Magdalena binnen het caravaggisme. Het onderzoek focust op de invloed van politieke en religieuze conflicten op de zeventiende-eeuwse schilderkunst en de beeldvorming rond vrouwen in de vroegmoderne tijd.

Muzieklokaal GRJ De K(l)inkhoorn, Groeiruimte Rijpere Jeugd in een WZC

Peter Colpaert
Van innovatief concept naar concreet project van, voor en door ouderen richting zelf-heruitgevonden autonomie, zelfontwikkeling en traumaverwerking op hogere leeftijd. (Innerlijke) Groeiruimte als psychotherapeutisch basisidee, in een fysieke en bewust daartoe aangepaste locatie binnen een woonzorgcentrum. Een haalbare kaart binnen de ouderenzorg van vandaag en morgen.

Welbevinden bij jongeren met autisme op school en het gebruik van de Junior-auti-goed-gevoel vragenlijst

Elise Walschap
De slaagkansen op school van leerlingen met autisme zijn sterk afhankelijk van het autismevriendelijk leerklimaat. Het is dus belangrijk om na te gaan welke aspecten het gevoel van welbevinden van leerlingen met autisme op school of in de klas positief beïnvloeden. We ontwikkelden een instrument om tijdens een gesprek met de jongere na te gaan wat hem of haar een goed gevoel geeft op school of in de klas: de Junior-Auti-Goed-Gevoel vragenlijst. Deze vragenlijst is een aangepaste variant van de bestaande Auti-Goed-Gevoel vragenlijst van Autisme Centraal. De inhoud werd beter afgestemd op de doelgroep en op de specifieke schoolcontext.

Let's play "who's the real victim": Het identificeren van slachtoffer -en daderframes rond seksueel grensoverschrijdend gedrag in de Vlaamse media.

Catherine Monbailliu
De scriptie bestaat uit een framing analyse waarbij op zoek wordt gegaan naar de slachtoffer- en daderframes die gebruikt worden in de Vlaamse gedrukte media inzake seksueel grensoverschrijdend gedrag. Aan de hand van inductie en deductie worden variabelen geëxtraheerd uit Vlaamse krantenartikels (De Morgen, De Standaard en Het Laatste Nieuws). Deze variabelen worden nadien geclusterd in grotere frames en getest op hun interne samenhang.

Development and preclinical evaluation of new theranostic anti-CXCR4 radiopharmaceuticals

Karen Leys
Achtergrond: Onderzoek heeft aangetoond dat de CXCR4 receptor een belangrijke rol speelt bij verschillende kankertypes. Bestaande beeldvorming en therapie zijn niet afdoende voor de nood die er vandaag is. Een theranostische aanpak die specifiek is voor deze receptor zou een waardevolle bijdrage leveren aan de opsporing en behandeling van verschillende kankertypes. DV1-K-(DV3), een peptide bestaande uit D-aminozuren en CXCR4-antagonist, is een interessant vector molecule voor de ontwikkeling van radiofarmaceutische preparaten in een “theranostische setting” en zal voor het eerst getest worden als vectormolecule.
Doel: In deze thesis werd het peptide DV1-K-(DV3) geëvalueerd als vector molecule voor de ontwikkeling van zowel diagnostische en therapeutische radiofarmaceutische preparaten. Er werden verschillende testen mee gedaan om na te gaan of DV1-K-(DV3) geschikt is als theranostische vector met CXCR4 als doelwit.
Methoden: Verschillende modificaties werden toegepast op het peptide, zoals synthese van een FITC-derivaat, een aluminiumfluoride-RESCA-derivaat, aluminiumfluoride en gallium NOTA-derivaten en lutetium en lanthanium DOTA-derivaten. Daarna werden de constructen gelyofiliseerd en werden er affiniteitstesten en calcium-binding proeven op uitgevoerd. De in vivo farmacokinetiek en CXCR4- specificiteit van [18F]AlF-NOTA-DV1-K-(DV3) werden geëvalueerd in gezonde muizen met behulp van µPET/CT en een ex vivo biodistributie studie werd uitgevoerd.
Resultaten: De verschillende modificaties werden succesvol uitgevoerd, met uitzondering van de complexatie van stabiel lanthanium met DOTA-DV1-K-(DV3) en de complexatie van stabiel aluminiumfluoride met NOTA-DV1-K-(DV3). De affiniteitstest en calcium-binding proef toonden aan dat alle geteste constructen inhibitors van CXCR4 waren, weliswaar met verschillende affiniteit en activiteit voor deze receptor. [18F]AlF-NOTA-DV1-K-(DV3) werd succesvol geproduceerd, maar het HPLC analysesysteem moet nog verder geoptimaliseerd worden. De in vivo testen op gezonde muizen toonden gunstige farmacokinetische eigenschappen van [18F]AlF-NOTA-DV1-K-(DV3), zoals snelle klaring en renale excretie. Bovendien werd opname in de lever (waar er zich CXCR4 expressie bevindt) succesvol geblokt met AMD3100, een CXCR4 antagonist, wat duidt op specificiteit van de tracer voor CXCR4 in vivo.
Conclusie: Voorlopige resultaten suggereren dat DV1-K-(DV3) een veelbelovend vectormolecule is voor de ontwikkeling van nieuwe diagnostische en therapeutische radiofarmaceutische preparaten met CXCR4 als doelwit.

tangible catalogues

Dilara Tuygar Tessa Heyninck
Een analyse van houten Art Nouveau huizen in Istanbul zowel op vlak van plan indeling als geveldecoratie. Het gebruik van hout in combinatie met de Art Nouveau stijl wordt onderzocht aan de hand van enkele tendenzen en de houten (decoratieve) elementen worden gecategoriseerd.

DE ‘ANDER’ DOOR DE OGEN VAN DE ANDER: Een exploratief onderzoek naar de morele en emotionele reacties van Vlamingen met een Marokkaanse migratieachtergrond op gemediatiseerd lijden

Nadia El Bakkali
In dit exploratief onderzoek bestuderen we de morele en emotionele reacties van Vlamingen met een Marokkaanse migratieachtergrond op gemediatiseerd lijden. Een korte literatuurstudie naar het onderzoeksveld van mediated distant suffering, een etnisch-divers publiek en het concept 'proper distance' leidt de masterproef in. Wat volgt, is een analyse van 5 focusgroepen die onthult hoe de etnisch-culturele achtergrond van de respondenten een belangrijke rol speelt in het ontstaan en de motivatie van hun reacties.

Ruimte-educatie

Lien De Saegher
Ruimte-educatie, draagvlakverbreding voor het verdichtingsdiscours
door educatie in het onderwijs

Collicular-driven stopping behavior is modulated by the posterior paralaminar nuclei of the thalamus

Dani Lemmon
This project examines the contribution of a specific brain region, the posterior paralaminar nuclei of the thalamus (PPnT), to innate stopping behavior in mice. We found that inhibition of the PPnT facilitates habituation to repeated stimulation of NTSR neurons in the superior colliculus. These results have implications for understanding and treating similar circuits involved in human disease, such as in post-traumatic stress disorder.

De reis van Karel V doorheen Frankrijk (1539-1540)

Maxim Hoffman
In de winter van 1539-1540 onderneemt Karel V een reis door het land van zijn vroegere rivaal Frans I om het rebelse Gent te gaan onderdrukken. De ontvangst van Karel in Frankrijk was zonder meer bijzonder. Twee vorsten die elkaar niet op het slagveld konden verslaan, trachtten elkaar nu in deugden te overtreffen. De ontmoeting tussen Karel V en Frans I moest niet zozeer bijdragen aan hun vriendschappelijke relaties, maar wel hun eigen beeldvorming alsook de monarchale en mystieke legende rond hun figuur versterken.

Over patriotse smoelhelden en huilende hyena's: Het verzet tijdens WO II in de spiegel van het Vlaams-nationalistische weekblad 't Pallieterke (1945-2015)

Amber Snauwaert
Beeldvorming over het verzet tijdens WO II in de spiegel van het Vlaams-nationalistische en satirische weekblad 't Pallieterke vanaf 1945 tot 2015. Aan de hand van een discoursanalyse werd nagegaan welk beeld 't Pallieterke na de oorlog creëerde over het verzet en welke strategieën het daarvoor gebruikte.

The Psychological Needs of the Fourth Age: The Role of Ego-Integrity and Contextual Need Support in Nursing Homes

Eveline Raemdonck
Een vragenlijststudie naar het psychologisch welbevinden van rusthuisbewoners in relatie tot de gehanteerde zorgstijl met aandacht voor kwetsbaarheid en veerkracht.

Een studie van remigratiemotieven van tweede en derde generatie hoogopgeleide Belgen met Turkse roots

Elif Lootens
Het migratiedebat verhit in West-Europa sinds de laatste decennia van de twintigste eeuw de gemoederen. Het debat is vooral gericht op instroom en integratie. Daarbij is emigratie een onderbelicht aspect. Zo is er weinig onderzoek gedaan naar de remigratie van migranten naar het land van herkomst.

Bij remigratie is het opleidingsniveau een relevante factor. Anders dan soms vermoed wordt, zijn het niet kansarme, laaggeschoolde jongeren die remigreren, maar eerder hoogopgeleide jonge migranten. Omdat net zij in Turkije een gedegen opleiding, meertaligheid en nuttige beroepservaring kunnen inbrengen als troef op de arbeidsmarkt.

Deze hoogopgeleiden ervaren in West-Europa beperkte vooruitzichten op zowel sociaal, persoonlijk als professioneel gebied. Hoogopgeleiden met Turkse roots hebben het gevoel dat zij in Turkije hun kansen beter kunnen benutten en zijn daardoor eerder geneigd te vertrekken.

Daarnaast wijzen onderzoekers erop dat de uitstroom van jonge hoogopgeleiden in tijden van vergrijzing en de daarmee samenhangende schaarstes op de arbeidsmarkt, nadelig kan zijn voor West-Europese economieën. Het vertrek van hoogopgeleide Turken is een ‘braindrain’ en een ‘verlies van menselijk kapitaal’. Dit veroorzaakt een onevenwicht tussen hoog- en laagopgeleiden migranten in Europa.

Wat opvalt is dat ondanks hun studies en diploma, deze hoogopgeleiden geconfronteerd worden met discriminatie op de arbeidsmarkt. Deze pessimistische toekomstperspectieven in Belgie voeden de drang tot remigratie. Etnische minderheden scoren beduident lager op vlak van jobtevredenheid. Volgens Vandevenne & Lenaers (2007) geeft ongeveer 64% van de hoogopgeleide etnische minderheden in Vlaanderen aan minder kans te hebben om door te stromen naar hogere functies en 61% meent zich door zijn afkomst extra te moeten bewijzen.

Hierbij komen we tot de integratieparadox die als een pushfactor meespeelt voor remigratie: hoogopgeleide Belgische Turken komen meer in aanraking met autochtonen, waardoor ze hun eigen posities op de arbeidsmarkt vergelijken en bijgevolg een ‘relatieve deprivatie’ ervaren waardoor hun eigen jobtevredenheid afneemt. Deze hooggeschoolden met een migratieachtergrond hebben immers vaak een baan onder hun opleidingsniveau, ervaren meer moeite om werk te vinden en krijgen minder promotiekansen. Hoogopgeleide en ondernemende migranten ervaren deze discriminatie intenser en zijn daarom sterker geneigd om elders het geluk te zoeken.

Bovendien hebben deze hoogopgeleiden de perceptie, met hun verworven competenties, betere jobkansen en doorgroeimogelijkheden te kunnen krijgen in Turkije. Vrouwen bevinden zich in een extra benadeelde positie doordat ze dubbel gediscrimineerd worden: naast het behoren tot een etnische minderheid, behoren ze ook tot de symbolische minderheid op vlak van gender. Hierdoor zou de wil om te migreren bij vrouwen eveneens hoger liggen, in de hoop op een gunstiger positie in het land van herkomst.

Uit resultaten van het onderzoek dat uitgevoerd werd bij kandidaat remigranten in België en effectieve remigranten in Turkije is er een duidelijke discrepantie te vinden in hun motivaties. Uit het onderzoek blijkt dat de economische factoren minder belangrijk geacht worden als drijfveer bij de hoogopgeleide aspirant-remigranten dan bij de effectieve remigranten, omdat ze min of meer tevreden zijn met hun huidige arbeidsmarktpositie in België. Bij aspirant-remigranten draait het vooral rond maatschappelijke beweegredenen. Ten eerste zijn er gevoelens van frustratie doordat de participanten zich aanvankelijk als deel van de Belgische samenleving beschouwen, maar anderzijds continu geconfronteerd worden met hun ‘anders’ zijn en steeds het gevoel kregen niet volledig aanvaard te worden als deel van de Belgische samenleving. De negatieve beeldvorming over etnische minderheden en moslims in de media lijkt hierin een katalysator te zijn.

Een tweede, opvallend resultaat, is dat de angst voor assimilatiedruk en het risico op verlies van de Turkse cultuur bij hun kinderen een veel gebruikt argument vormt om te overwegen om naar Turkije te verhuizen.

Het ervaren van een identiteitsconflict maakt de aantrekkingskracht van Turkije als toevluchtsoord bovendien groter. Remigratie biedt de mogelijkheid om voortaan tot de meerderheid te behoren. Door remigratie heft de remigrant zijn minderheidsstatus op.

Asprianten blijven in België tot zich een krachtige combinatie van negatieve en positieve acute gebeurtenissen voordoet die een kentering in hun leven te weeg brengt. Acute pushfactoren zoals ontslag, gemiste promotiekansen of een relatiebreuk stimuleren de aspirant-remigrant om de remigratiewens om te zetten in concrete plannen. Van zodra acute pullfactoren zich aandienen, zoals een aantrekkelijke werkaanbieding of een huwelijk, wordt het voornemen waargemaakt.

Bij de effectieve regimgranten zien we wel jobgerelateerde motieven zoals de ongunstige posities op de Belgische arbeidsmarkt en de ruimere carrièremogelijkheden in het land van origine. Het was voor hen niet evident om een job te vinden op het niveau van hun behaalde diploma, en ze maakten zich zorgen over hun loopbaanperspectieven. Daarenboven uiten deze hoogopgeleide participanten die op de sociale ladder willen opklimmen een gevoel van onbehagen. Vandaar dat deze groep zich niet langer uitsluitend op de Belgische arbeidsmarkt focuste en na ontslag of gefnuikte carrièrekansen tot het besef kwam dat ze beschikt over een alternatief, namelijk de arbeidsmarkt in Turkije. Na het maken van een kostenbatenanalyse verkoos deze groep te verhuizen naar Turkije, omdat zij daar een beter perspectief op werk en carrière zage. Een aantrekkelijke jobaanbieding in Turkije zorgde er uiteindelijk voor dat men daadwerkelijk de stap onderneemt.