Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

How can we evolve a harmonious integration of an isolated historical defence infrastructure within a current society? A recipe in which a burial site, a green landscape and a public character are blended into a seamless unity.

Silke Vandeputte
Een belangrijk deel van de Belgische geschiedenis en een uniek stukje architectuur, namelijk een verdedigingsfort, herbestemmen tot een begraafplaats en een locatie om afscheid te nemen van dierbaren. Het gaat over het integreren van een fort in de huidige samenleving.

" En als ik ziek word, dan is Hij bij mij "

Abid Samira
In mijn bachelorproef onderzoek ik hoe islamitische patiënten en hun zorgverleners omgaan met de planning van hun levenseinde.
Aan het levenseinde weigeren moslims palliatieve sedatie omwille van geloofsredenen. Zij gaan niet in op het aanbod van de palliatieve hulpverlening als het om palliatieve sedatie gaat. Dit brengt moeilijkheden met zich mee in de praktijk. De communicatie tussen patiënte en arts loopt stroef, waardoor men niet tot verbinding komt. Er ontstaat een dilemma bij de palliatieve zorgverleners, die vinden dat het principe van weldoen in het gedrang komt. Hierdoor kunnen zij moeilijk in verbinding komen met een islamitische patiënt en zijn of haar naasten. Anderzijds ontstaat het probleem dat de patiënt vindt dat de voorgestelde behandeling in strijd is met de principes van de islam. Er ontstaat een vorm van paternalisme vanuit de zorg en dit levert in de praktijk dilemma’s op. Er is duidelijk een communicatieprobleem dat verder dient onderzocht te worden om tot een adequate gemeenschappelijke oplossing te komen.

Ecologische zoekhonden: noden en toekomstplannen

Laura de Kort
Ecologische zoekhonden zouden een groot hulpmiddel kunnen betekenen in de wereld van conservatie en monitoring van bedreigde soorten. Een overzicht van bestaande zoekhondenorganisaties en de moeilijkheden die zij momenteel ervaren in de ecologische zoekhondensector.
Wat zijn de toekomstplannen met deze honden en wat is er nodig om ze op grotere schaal in te kunnen zetten?

What if we recharged ourselves as often as our digital devices? Investigating workers' and working students' experiences with digital detox using the transtheoretical model of change

Kristof Smet
Steeds vaker nemen mensen bewust maatregelen om hun digitaal gebruik in te perken, ook wel bekend als een "digitale detox". Aan de hand van diepte-interviews werd er gepolst naar de ervaringen van zowel werkstudenten als werkenden met digitale detox. Om het proces van dit fenomeen te illustreren, werd the transtheoretical model of change van Prochaska en DiClemente (1983) gebruikt.

Start to co-teach: een handleiding om leerkrachten in het kleuteronderwijs te ondersteunen bij het opstarten van co-teaching

Fien Leenaerts
Het onderwijs komt steeds meer in contact met onderwijsvernieuwing. Co-teaching kent op dit moment een opmars maar wat is co-teaching? Hoe ga je hier als school/directie en leerkracht mee aan de slag?

Virtual Reality als tussenstap van de psychiatrie naar de maatschappij voor mensen met een eestoornis

Myrthe Logist
Vanuit het werkveld komt de vraag om op zoek te gaan naar een manier om meer te werken richting het dagelijks functioneren, meer specifiek het handelen in de drie handelingsgebieden. Hieronder kunnen de ADL-handelingen zoals boodschappen doen, huishoudelijke activiteiten, … vallen. Met de focus op het dagelijks functioneren wordt er verwacht dat de transfer naar het dagelijks leven wordt vergemakkelijkt. In deze bachelorproef bespreekt men de mogelijkheden van Virtual Reality (VR) in ergotherapeutische interventies bij mensen in behandeling voor een eetstoornis. Verder wordt onderzocht wat de houding van de cliënten is tegenover de implementatie van deze technologie in de ergotherapeutische interventies.

Eetstoornissen zijn psychopathologieën met verschillende symptomen waarbij een verstoord eetpatroon centraal staat. De eetstoornissen die in deze bachelorproef aan bod komen zijn anorexia nervosa (AN) en boulimia nervosa (BN). Technologieën zoals VRsystemen kunnen een ideale oplossing aanreiken om cliënten op een veilige manier te confronteren met hun problematiek, niet alleen door te praten met therapeuten, maar ook door middel van virtuele omgevingen met goed gecontroleerde zintuiglijke prikkels. Deze toepassing kan leiden tot cognitieve en gedragsveranderingen bij cliënten met psychiatrische stoornissen. VR kan ergotherapeuten de mogelijkheid geven om therapie te geven in een gecontroleerde context met als gevolg een betere re-integratie in de maatschappij. Het onderzoek van Greenwood (2017) geeft een belangrijke aanzet voor het gebruik van VR in ergotherapeutische interventies.

Voor het praktijkgedeelte van deze bachelorproef wordt er naar een manier gezocht om VR te introduceren bij ergotherapeuten en cliënten op de afdeling Mind-Body-Unit van het Universitair Psychiatrische Centrum te Gasthuisberg. De implementatie van een nieuwe technologie kan alleen slagen wanneer deze client-centered uitgevoerd wordt. Het vooropgestelde plan voor de uitvoering van het praktijkdeel was het opstellen en uitdelen van een informatieve folder, samen met het geven van een educatieve presentatie aan de cliënten op de afdeling. Omwille van de coronacrisis in 2020 is deze uitvoering niet kunnen doorgaan zoals gepland. Daardoor wordt er een onderzoeksprojectplan opgesteld voor verder onderzoek met behulp van de opgestelde folder met daarin de manier waarop ergotherapeuten VR kunnen implementeren in interventies bij cliënten met een eetstoornis. Verder wordt er ook een plan opgesteld met een voorbeeld van hoe deze implementatie er kan uitzien.

Vanuit de literatuur en praktijk is er een nood aan de integratie van ADLactiviteiten in de ergotherapeutische sessies bij personen met een eetstoornis. De implementatie van VR kan deze integratie vergemakkelijken en ervoor zorgen dat de ergotherapeut de sessies nog meer op maat van de cliënt kan maken. Met als resultaat dat de re-integratie in de maatschappij gemakkelijker loopt. Om dit te bevestigen zal er echter meer onderzoek gedaan moeten worden in de praktijk om de wensen en behoeften van de cliënten omtrent de implementatie van VR na te gaan en te onderzoeken op welke manier de cliënten het beste geïnformeerd moeten worden. Om volledigere resultaten te bekomen kan verder onderzoek gedaan worden in een andere ergotherapeutische setting en bij cliënten met andere eetstoornissen dan AN en BN.

Onderzoek naar de voordelen van geavanceerd legering-gebaseerd sorteren van aluminiumschroot

Simon Van den Eynde
Spectroscopische karakterisatiemethodes zoals LIBS kunnen recyclagebedrijven helpen aluminiumschroot beter te sorteren. Hierdoor wordt het mogelijk meer aluminium te recycleren, wat heel voordelig is voor het milieu. Ook voor de recyclagebedrijven zelf is het vanuit een financieel oogpunt interessant beter te kunnen sorteren.

Belgian Identity and Interaction

Margot Bouchez Margot Bouchez
Onderzoek naar Belgische identiteit en interactie tussen Franstaligen en Nederlandstaligen volgens de intergroupscontact theory van Allport.

The iGEM-project 2020: biotechnical solutions to water scarcity

Marvi van Tongeren Luca Deroma Shauny Van Hoye Brent Vanvyaene
Biotechnologische oplossing voor waterschaarste met behulp van synthetische biologie. Een projectvoorstel om deel te nemen aan iGEM, een internationale competitie. Ons uiteindelijk doel is de creatie van een alternatief middel voor cloud seeding.

Voor elkaar, door elkaar en met elkaar: fenomenologisch onderzoek naar een peer supportgroep voor studenten vroedkunde

Kimberly Torfs
Studenten vroedkunde krijgen tijdens hun opleiding te maken met verschillende bronnen van stress, zijn vaak getuigen van traumatische gebeurtenissen op stage en ondervinden dat de ideologie over verloskunde die ze meekrijgen vanuit hun opleiding niet altijd strookt met wat ze in de praktijk te zien krijgen. Deze gewaarwordingen zouden de studenten kunnen stimuleren tot professionele groei, zelfzekerheid en ontplooiing, mits degelijke begeleiding en ondersteuning, maar kunnen ook leiden tot het beëindigen van de studie of het ontwikkelen van een burn-out of posttraumatische stressstoornis (PTSS). Een peer supportgroep (PSG) voor studenten vroedkunde kan potentieel ondersteuning bieden en als dusdanig een oplossing vormen voor het tekort aan begeleiding dat de studenten momenteel ervaren. Daarom werd in deze studie onderzocht welke impact deelname aan een peer supportgroep voor studenten vroedkunde heeft op de studenten en de facilitators die de PSG leiden.

Solar cusp resonance

Pieter Vanmechelen
Resonanties van structuren in de atmosfeer van de zon zijn een mogelijke kandidaat voor het verklaren van het energietransport dat een rol kan spelen bij de temperatuur van de corona. Dit onderzoek bekijkt de trage resonantie van magnetische poriën, waarbij de bestaande modellen worden uitgebreid om te kunnen omgaan met een inhomogene randlaag die een betere schatting kan maken van de demping door resonanties.

The Psychological Needs of the Fourth Age: The Role of Ego-Integrity and Contextual Need Support in Nursing Homes

Eveline Raemdonck
Een vragenlijststudie naar het psychologisch welbevinden van rusthuisbewoners in relatie tot de gehanteerde zorgstijl met aandacht voor kwetsbaarheid en veerkracht.

WHAT KIND OF BELIEFS DO FOLLOWERS HOLD ABOUT INFLUENCERS’ SPONSORED CONTENT?

Lina Safi
In de afgelopen jaren is Influencer Marketing de nieuwste marketingstrategie geworden waarin influencers, individuen met een aanzienlijk groot bereik op sociale media platformen zoals Instagram, worden gevraagd om een bepaald product of dienst te promoten in ruil voor geld of gratis producten. Dit zal in ruil daarvoor koopintentie genereren. De huidige studie heeft betrekking op het Social Media Influencer Value (SMIV)-model van het onderzoek van Chen Lou en Shupei Yuan (2019a), om te begrijpen hoe merkgerelateerde en gesponsorde inhoud van invloed is op consumptiegerelateerde beslissingen. Dit aan de hand van determinanten van bron geloofwaardigheid: expertise, vertrouwen, aantrekkelijkheid en gelijkenis. Er werden zeven diepte-interviews gehouden om te begrijpen wat voor overtuigingen volgers aanhangen met merkgerelateerde en gesponsorde inhoud. We benaderden de gegevens door middel van een thematische analyse omdat dit de juiste methode was om thema's en patronen binnen onze gegevens te identificeren, analyseren en rapporteren (Braun & Clarke, 2006). Met behulp van het SMIV-model hebben we conclusies getrokken op basis van een uitgebreid theoretisch model en hebben we kunnen concluderen dat naast de sceptische overtuigingen die volgers hebben voor merk- en gesponsorde inhoud, er ook economische redenen zijn zoals budget, behoefte, prijs, transportkosten en belastingen die een grote rol spelen bij het nemen van consumptiegerelateerde beslissingen.

Zoekwoorden: Influencer marketing, sociale media platformen, Instagram, SMIV-model, diepte-interviews, determinanten van geloofwaardigheid, gesponsorde inhoud, merkinhoud

Aantal woorden: 8,497 woorden

L’adverbe 'visiblement' : analyse prosodique d’un marqueur évidentiel

Melissa Schuring
Een prosodische analyse van het Franse bijwoord 'visiblement' toont aan dat de twee betekenissen van het bijwoord te onderscheiden zijn door middel van toonhoogte. Bovendien blijkt de alombekende aanname dat komma's in een zin overeenstemmen met een pauze in spraak achterhaald. Met bovenstaande conclusies draagt deze scriptie bij aan het onderzoek in de (i) prosodie, (ii) de automatische spraakgeneratie en (iii) het taalonderwijs.

Een alternatief Brugge

Matthew Verslype
Welk effect heeft de strenge stedenbouwkundige regelgeving van Brugge op het uitzicht van de stad en hoe zou Brugge er uitzien als deze regels niet zo strikt werden toegepast?

Deducing search queries from encrypted network traffic

Isaac Meers
In deze thesis wordt besproken hoe een aanvaller kan achterhalen naar wat iemand aan het zoeken is op het web ondanks het feit dat deze gegevens beveiligd zijn. Niet alleen de aanval maar ook beschermingsmaatregelen komen aan bod.

Superheroines And Stereotypes: A Queer Postfeminist Research into the Series of Arrowverse

Maxine De Wulf Helskens
Deze scriptie onderzoekt hoe superheldenseries vrouwelijke superhelden representeren vanuit een queer postfeministisch en intersectioneel perspectief. Het onderzoek bestaat uit een kwalitatieve, ideologische en formele tekstuele analyse van de series 'Arrow' en 'Supergirl'.

Dienstverlening binnen de Vlaamse archeologie: een stakeholderanalyse van de commerciële archeologische sector

Rosalie Hermans
De huidige studie gaat over stakeholdermanagement in de Vlaamse archeologische sector. Er wordt vertrokken vanuit de twee belangrijkste spelers in de sector: de archeologische bedrijven en het Kabinet Onroerend Erfgoed. De volgende zaken staan centraal in de thesis: 1) het stakeholdernetwerk en de werking ervan; 2) de belangen van de stakeholdergroepen; 3) de stakeholderproblematieken; 4) Mogelijkheden tot samenwerking tussen verschillende stakeholdergroepen. Het werk onderscheidt zich door een sterke achtergrond in zowel archeologie als stakeholdermanagement.

Hoogbegaafde jongeren aan de universiteit: ontwikkeling van een aanbod voor studie-ondersteuning

Eline van den Muijsenberg
Sommige hoogbegaafde studenten ervaren belemmeringen in de transitie naar het hoger onderwijs en presteren lager dan verwacht, ondanks het potentieel om sterke academische resultaten te behalen. Om in te spelen op hun noden, werd in deze masterproef het coachingstraject 'Hoogbegaafd? En toch loop je vast bij het studeren?' ontwikkeld en geëvalueerd.

Remember - Re-membering

Nadia Cogge John Deheegher Etienne Moons Rudy Baert
'Remember - re-membering'
Soms gaat het nooit voorbij
Het belang van herinneringseducatie bij de intergenerationele overdracht van de gevolgen van de twee Belgische wereldoorlogen.

De positieve leraar: welke positieve handelingen kunnen jonge, startende leerkrachten stellen bij storend gedrag in de eerste graad secundair onderwijs?

Femke Nijs Hanneke Maessen Tijl van Daal Tessa Schepers
Welke positieve handelingen kunnen jonge,
startende leerkrachten stellen bij storend gedrag
in de eerste graad secundair onderwijs? Een praktijkonderzoek in binnen- en buitenland.

Veel Vlamingen en Nederlanders leren zwemmen; volgen zij hetzelfde traject?

Luciënne Swinkels
De inhoud van deze bachelorproef gaat over de verschillen tussen Nederland en Vlaanderen op het gebied van zwemlesmethodes, zwembewijzen en zwemorganisaties. Er wordt niet alleen stilgestaan bij zwemlessen voor kinderen, maar er wordt ook gesproken over zwemlessen voor volwassenen. Daarnaast is op de vraag; welke theorie schuilt achter zwemlesmethodieken?, geprobeerd een antwoord/oplossing te vinden.

The effectiveness of High Dose Spinal Cord Stimulation on disability: a longitudinal analysis

Lisa Goudman
In deze thesis hebben we het effect van neurostimulatie op dagelijkse activiteiten bekeken, bij patiënten die gefaalde rugchirurgie ondergingen. Deze vorm van therapie bleek een positieve invloed uit te oefenen op het uitvoeren van dagelijkse activiteiten bij deze populatie. Ondanks een groot aantal ontbrekende gegevens, werd deze conclusie op basis van een sensitiviteitsanalyse plausibel bevonden.

Genderverschillen aan de uitstroomzijde van de politieke arena

Maartje Du Pont
Hoe verschillen mannen en vrouwen bij het verlaten van de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers? Zijn er verschillen tussen de lengte van de ambtstermijn? Hebben mannen en vrouwen andere motieven om de politiek te verlaten en zijn er verschillen tussen partijen?

Een studie van remigratiemotieven van tweede en derde generatie hoogopgeleide Belgen met Turkse roots

Elif Lootens
Het migratiedebat verhit in West-Europa sinds de laatste decennia van de twintigste eeuw de gemoederen. Het debat is vooral gericht op instroom en integratie. Daarbij is emigratie een onderbelicht aspect. Zo is er weinig onderzoek gedaan naar de remigratie van migranten naar het land van herkomst.

Bij remigratie is het opleidingsniveau een relevante factor. Anders dan soms vermoed wordt, zijn het niet kansarme, laaggeschoolde jongeren die remigreren, maar eerder hoogopgeleide jonge migranten. Omdat net zij in Turkije een gedegen opleiding, meertaligheid en nuttige beroepservaring kunnen inbrengen als troef op de arbeidsmarkt.

Deze hoogopgeleiden ervaren in West-Europa beperkte vooruitzichten op zowel sociaal, persoonlijk als professioneel gebied. Hoogopgeleiden met Turkse roots hebben het gevoel dat zij in Turkije hun kansen beter kunnen benutten en zijn daardoor eerder geneigd te vertrekken.

Daarnaast wijzen onderzoekers erop dat de uitstroom van jonge hoogopgeleiden in tijden van vergrijzing en de daarmee samenhangende schaarstes op de arbeidsmarkt, nadelig kan zijn voor West-Europese economieën. Het vertrek van hoogopgeleide Turken is een ‘braindrain’ en een ‘verlies van menselijk kapitaal’. Dit veroorzaakt een onevenwicht tussen hoog- en laagopgeleiden migranten in Europa.

Wat opvalt is dat ondanks hun studies en diploma, deze hoogopgeleiden geconfronteerd worden met discriminatie op de arbeidsmarkt. Deze pessimistische toekomstperspectieven in Belgie voeden de drang tot remigratie. Etnische minderheden scoren beduident lager op vlak van jobtevredenheid. Volgens Vandevenne & Lenaers (2007) geeft ongeveer 64% van de hoogopgeleide etnische minderheden in Vlaanderen aan minder kans te hebben om door te stromen naar hogere functies en 61% meent zich door zijn afkomst extra te moeten bewijzen.

Hierbij komen we tot de integratieparadox die als een pushfactor meespeelt voor remigratie: hoogopgeleide Belgische Turken komen meer in aanraking met autochtonen, waardoor ze hun eigen posities op de arbeidsmarkt vergelijken en bijgevolg een ‘relatieve deprivatie’ ervaren waardoor hun eigen jobtevredenheid afneemt. Deze hooggeschoolden met een migratieachtergrond hebben immers vaak een baan onder hun opleidingsniveau, ervaren meer moeite om werk te vinden en krijgen minder promotiekansen. Hoogopgeleide en ondernemende migranten ervaren deze discriminatie intenser en zijn daarom sterker geneigd om elders het geluk te zoeken.

Bovendien hebben deze hoogopgeleiden de perceptie, met hun verworven competenties, betere jobkansen en doorgroeimogelijkheden te kunnen krijgen in Turkije. Vrouwen bevinden zich in een extra benadeelde positie doordat ze dubbel gediscrimineerd worden: naast het behoren tot een etnische minderheid, behoren ze ook tot de symbolische minderheid op vlak van gender. Hierdoor zou de wil om te migreren bij vrouwen eveneens hoger liggen, in de hoop op een gunstiger positie in het land van herkomst.

Uit resultaten van het onderzoek dat uitgevoerd werd bij kandidaat remigranten in België en effectieve remigranten in Turkije is er een duidelijke discrepantie te vinden in hun motivaties. Uit het onderzoek blijkt dat de economische factoren minder belangrijk geacht worden als drijfveer bij de hoogopgeleide aspirant-remigranten dan bij de effectieve remigranten, omdat ze min of meer tevreden zijn met hun huidige arbeidsmarktpositie in België. Bij aspirant-remigranten draait het vooral rond maatschappelijke beweegredenen. Ten eerste zijn er gevoelens van frustratie doordat de participanten zich aanvankelijk als deel van de Belgische samenleving beschouwen, maar anderzijds continu geconfronteerd worden met hun ‘anders’ zijn en steeds het gevoel kregen niet volledig aanvaard te worden als deel van de Belgische samenleving. De negatieve beeldvorming over etnische minderheden en moslims in de media lijkt hierin een katalysator te zijn.

Een tweede, opvallend resultaat, is dat de angst voor assimilatiedruk en het risico op verlies van de Turkse cultuur bij hun kinderen een veel gebruikt argument vormt om te overwegen om naar Turkije te verhuizen.

Het ervaren van een identiteitsconflict maakt de aantrekkingskracht van Turkije als toevluchtsoord bovendien groter. Remigratie biedt de mogelijkheid om voortaan tot de meerderheid te behoren. Door remigratie heft de remigrant zijn minderheidsstatus op.

Asprianten blijven in België tot zich een krachtige combinatie van negatieve en positieve acute gebeurtenissen voordoet die een kentering in hun leven te weeg brengt. Acute pushfactoren zoals ontslag, gemiste promotiekansen of een relatiebreuk stimuleren de aspirant-remigrant om de remigratiewens om te zetten in concrete plannen. Van zodra acute pullfactoren zich aandienen, zoals een aantrekkelijke werkaanbieding of een huwelijk, wordt het voornemen waargemaakt.

Bij de effectieve regimgranten zien we wel jobgerelateerde motieven zoals de ongunstige posities op de Belgische arbeidsmarkt en de ruimere carrièremogelijkheden in het land van origine. Het was voor hen niet evident om een job te vinden op het niveau van hun behaalde diploma, en ze maakten zich zorgen over hun loopbaanperspectieven. Daarenboven uiten deze hoogopgeleide participanten die op de sociale ladder willen opklimmen een gevoel van onbehagen. Vandaar dat deze groep zich niet langer uitsluitend op de Belgische arbeidsmarkt focuste en na ontslag of gefnuikte carrièrekansen tot het besef kwam dat ze beschikt over een alternatief, namelijk de arbeidsmarkt in Turkije. Na het maken van een kostenbatenanalyse verkoos deze groep te verhuizen naar Turkije, omdat zij daar een beter perspectief op werk en carrière zage. Een aantrekkelijke jobaanbieding in Turkije zorgde er uiteindelijk voor dat men daadwerkelijk de stap onderneemt.