Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Van Corona tot Guinness: De impact van de Coronacrisis op marketingcampagnes van alcoholproducenten

Sema Dogdu
Een crisissituatie wordt doorgaans gekenmerkt door een verandering in het alcoholconsumptiepatroon, en de huidige Corona-crisis vormt hierop geen uitzondering. Er zijn steeds meer alcoholreclames te zien op sociale mediakanalen, met als gevolg dat er een toegenomen blootstelling aan alcoholproducten in het dagelijks leven is. Uit bestaande studies blijkt dat de portrettering van alcohol in advertenties tot veranderingen in attitudes en gedrag kan leiden, wat een belangrijk aspect is gezien alcoholconsumptie nadelige gevolgen heeft voor de algemene gezondheid. Met deze studie onderzoeken we hoe alcoholproducenten hun reclame aanpassen om alcoholgebruik te beïnvloeden in de context van een crisissituatie. Hiervoor wordt een framing analyse uitgevoerd van verbale en visuele boodschappen in Facebook advertenties van de drie grootste alcoholproducenten ter wereld.

Locked Up, Logged Off: A closer look at protection and provision of Internet access for prisoners within the ECHR framework

Felix Blommaert
Deze masterproef analyseert en bekritiseert de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens inzake internettoegang voor gevangenen op een grondige wijze. Daarenboven trekt het werk een link tussen deze bevindingen en een gelijkaardige zaak hangende voor Belgische rechtbanken.

Verbinding in tijden van afzondering: de coronacrisis als initiator in werkelijke verbondenheid

Rosanne Buyle
Ik onderzocht op welke manieren je de (ervaring van) verbinding kan versterken in het algemeen en
specifiek tijdens een feitelijke afzondering zoals quarantaine of lockdown vanuit een psychologische, biologische en levensbeschouwelijke invalshoek.

De evolutie van de Beneden-Durme door de interactie van fysische en antropogene factoren

Tim Van den Branden
De thesis belicht de complexe mens-natuur interactie in het landschap. De recente evolutie van de rivier Durme vormt het perfecte voorbeeld om deze interactie te onderzoeken. Aan de hand van historische kaarten, oude foto's en luchtbeelden werd onderzocht wat de rol van menselijke activiteiten is in de opmerkelijke transformatie die deze rivier onderging.

CTG misinterpretatie: Sneller gebeurd dan je denkt!

Lore Schurgers Jelina Baute Caro Merckx
Literatuuronderzoek dat nagaat hoe CTG misinterpretatie ontstaat, wat de gevolgen zijn (zowel voor het verloop van de arbeid en bevalling, als voor de neonaat) en aanbevelingen om de misinterpretatie tegen te gaan.

Syntax in de turnzaal: het effect van een les woordvolgorde geïntegreerd met sport

Judith Van Braeckel
In deze scriptie wordt het effect van lessen woordvolgorde gecombineerd met beweging onderzocht. Twee OKAN-klassen kregen een traditionele les over Nederlandse woordvolgorde in het klaslokaal en twee lessen Nederlandse woordvolgorde met beweging in de turnzaal, telkens gevolgd door een vragenlijst en een kennistest over woordvolgorde. De resultaten geven aan dat er een mogelijke leerwinst schuilt in gecombineerde lessen met beweging, maar dat er verschillende voorwaarden aan verbonden zijn, die verder onderzoek vereisen.

In vitro investigation of the potential of Saccharomyces cerevisiae and Lactobacillus-based probiotics against vaginal candidiasis

Mart Sillen
In vitro onderzoek naar het potentieel van Saccharomyces cerevisiae en Lactobacillus gebaseerde probiotica tegen vaginale candidiasis.

Evaluatie van de timing van puberteit bij adolescente jongens met overgewicht: Associatie met laaggradige inflammatie?

Evy Berlanger
Heel wat jongens met overgewicht lijden enorm onder de fysieke en mentale gevolgen ervan. Vaak gaan ze naar de dokter omwille van groei- en ontwikkelingsproblematiek. Wat is de invloed van overgewicht op puberteit? De onderzoeksgroep van het kinderziekenhuis te UZ Brussel nam dit onder de loep.

De gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord en de Herstructureringsrichtlijn: De controversiële invoering van een Europese Relative Priority Rule

Louis Destoop
Dit werkstuk bestudeert en beschrijft de verschillende voor- en nadelen die gepaard gaan met de relative priority rule, een regel die vanuit Europees initiatief in het nationaal recht kan worden opgenomen.

The 'ad'ded value van corona-marketing: Kwantitatief onderzoek naar het scepticisme en de effectiviteit van cause-related marketingcampagnes ten tijde van de COVID-19-pandemie.

Maura Verdoliva
Kwantitatief onderzoek naar de effectiviteit en het scepticisme ten aanzien van reclamecampagnes die aangepast zijn in het licht van de COVID-19-pandemie. Werken campagnes die gekoppeld zijn aan een goed doel nog bij de jongvolwassen consument?

Tweedehandskleding, tweede kans mindset? Een analyse van tweedehandskledingpraktijken bij Vlaamse studenten aan de hand van Wardrobe Studies

Elena Pease
Het tempo waarmee we kledij kopen, dragen en weer weggooien blijft versnellen. Dat heeft een verwoestende impact op het gebruik van grondstoffen, afvalproductie en arbeidsomstandigheden. Het kopen van tweedehandskleding zou een alternatief kunnen zijn. Mijn onderzoek bestudeerde waarom studenten, bij wie de populariteit van tweedehandskledij toeneemt, tweedehands kopen. Door hen te interviewen bij hun kleerkast kwamen drie groepen naar voren: studenten die op koopjes jagen, tweedehands kopen om ethische en ecologische redenen, en unieke stukken zoeken. Tegen de verwachtingen in blijven al deze groepen in een hoog tempo tweedehandskledij consumeren, net omdat ze dat als een ecologisch neutraal alternatief beschouwen. Hoe dan onze kledingstijl uitdrukken zonder de massaconsumptiepraktijken die de mode-industrie typeren? Voor tot een aankoop over te gaan kan men kleding hergebruiken, aanpassen, lenen of ruilen. De herinneringen die onze kledingstukken oproepen kunnen daarbij hun levensduur verlengen.

Robotic-Assisted Surgery: Key Aspects on Liability in the EU and the US

Jan-Willem Page
Een analyse van de aansprakelijkheid bij robotchirurgie in de Europese Unie en de Verenigde Staten van Amerika.

Zuurstof maakt het verschil - Veilig zuurstofgebruik bij de gehospitaliseerde COPD-patiënt met risico op respiratoir falen

Merel Grieten
Voor de bachelor verpleegkundigen of andere werkenden binnen de zorgen die interessen hebben in correct zuurstofgebruik bij de gehospitaliseerde COPD-patiënt.

Screening of first-degree relatives of patients with an aortic aneurysm and/or bicuspid aortic valve: is it worthwhile?

Roger Van Schoor
Meer en meer genen lijken verantwoordelijk voor hartslagaderverbreding. Door systematische familiale screening willen we familiale clustering aantonen en het nut van screening promoten.

Reasons behind non-participation: The case of non-participation of Belgian young adults in the Jeugd Parlement Jeunesse

Fien Pauwels
Kwantitatief onderzoek naar de redenen voor non-participatie van Belgische en hoogopgeleide jongeren tussen de 18 en 25 jaar. Verklaring voor tegenvallende participatiecijfers aan de hand van politieke en sociologische theorieën.

Safety and feasibility of S‐Caine patch use in children under the age of three: a pilot study

Britt Anciaux
Kinderen jonger dan drie jaar die pijnlijke prikken of procedures moeten ondergaan zouden baat hebben bij adequate pijnverlichting, zoals de opwarmende S-Caine pleister die lidocaïne en tetracaïne bevat.

Leven met dementie

Lisa Christiaens Roxanne Pensaert
Het belang van kwaliteitsvolle zorg in de gezondheidszorg neemt toe, ook in de woonzorgcentra. In deze bachelorproef komen de factoren aan bod die een invloed hebben op de kwaliteit van leven voor bewoners met dementie en op de kwaliteit van het werk van zorgverleners.

“We don't eat batteries. Without water there is no life". A queer-ecology approach to lithium extractivism in the context of the energy transition: the case of South America.

Ian Enriquez
De verborgen kosten van onze groene energietransitie zijn niet gender neutraal.

De kunst van creatief onderwijs

Sarah Awad
Dit praktijkonderzoek heeft als doel inzicht te krijgen in de wijze waarop het Steineronderwijs in Vlaanderen volgens hun pedagogie en filosofie hun ASO-leerlingen voorbereidt op het leven. Hierin staat de vraag centraal: wat is de meerwaarde van kunstzinnigheid en creativiteit in het secundair onderwijs en hoe vertaalt zich dat in het Steineronderwijs. Aansluitend hierop worden de sterktes en de zwaktes van dit type onderwijs verder onderzocht. Naast een uitgebreide literatuurstudie werden er diepte-interviews afgenomen van oud-leerlingen van MSV en Werner Govaerts, coördinerend directeur van de Federatie Steinerscholen. Deze scriptie werd geschreven naar aanleiding van een politieke tendens waarbij kunstzinnige vakken in het secundair onderwijs sterk worden teruggeschroefd. Er wordt geconcludeerd dat kunst een noodzaak is voor een brede, optimale ontwikkeling van een jongere. Hierdoor krijgen jongeren de kans om hun eigen stem te laten horen, hun eigen talenten te ontdekken, hun eigen creativiteit te ontwikkelen en hun eigen unieke identiteit tot uitdrukking te brengen. Binnen het Steineronderwijs wordt sterk de nadruk gelegd op die persoonlijke ontwikkeling van de leerlingen. Ze worden niet klaargestoomd om zich aan te passen aan de huidige maatschappelijke verwachtingen maar ondersteund in het groeien naar wie ze in wezen al zijn. Zo kunnen jongeren op een eigen unieke en creatieve wijze een meerwaarde bieden aan de maatschappij.

Opleidings- en tewerkstellingsniveau van doven: Maken tolken Vlaamse Gebarentaal in onderwijssituaties het verschil?

Margot Janssens
In deze masterproef wordt onderzocht in welke mate het inzetten van tolken Vlaamse Gebarentaal in onderwijssituaties een invloed heeft op het opleidings- en tewerkstellingsniveau van doven.

Pre-eclampsie en het ontwikkelen van een autisme spectrum stoornis bij het kind: een systematische review.

Celine Vlerick Lana Hoebeke
Door middel van een literatuuronderzoek werd er onderzocht of vrouwen met pre-eclampsie tijdens de zwangerschap een verhoogde kans hebben op het krijgen van een kind met autismespectrumstoornis. Het werkingsmechanisme op de hersenontwikkeling wordt bondig uitgelegd. Bovendien kon de masterproef aantonen dat er een verhoogd risico op autismespectrumstoornis is.

To CRISPR or not to CRISPR? Ethische bezwaren tegen het CRISPRen van mensen

Julie Muller
In deze scriptie bespreek ik vier van de meest voorkomende ethische bezwaren tegen de nieuwe revolutionaire techniek CRISPR.

Kinderbuddy's

Elien van Veen Kaat De Saegher
Het uiteindelijke doel van dit praktijkonderzoek bestond erin om de kennis bij kinderen rond het
ouder worden te verruimen en de huidige stereotypering te achterhalen. Om hier een antwoord op
te kunnen geven werd er gebruik gemaakt van de literatuurstudie, enkele opdrachten, het gezelschapsspel
‘Geborgen Zorgen’ en de aanvullende “inleefdag”. De onderzoekers fungeerden als coördinatoren
tijdens een opgedragen samenwerkingssessie of spelsituatie met kinderen en ouderen.

Een constructivist op de barricaden! Bruno Latour over de construeerbaarheid van feiten en de nood aan verbindende kritiek.

Dieter Coppens
Deze masterthesis gaat in op twee aspecten van het werk van Bruno Latour, die op het eerste gezicht moeilijk verzoenbaar lijken: zijn epistemologische positie die tot de strekking van het constructivisme behoort en zijn praktische filosofie met een pleidooi voor verbindende kritiek. Dat beide aspecten op gespannen voet lijken te staan, ligt aan het feit dat het constructivisme niet met verbindende, maar met negatieve kritiek wordt geassocieerd: het ontmaskert en deconstrueert vaste waarden en objectieve feiten. De vraag hoe Latours theoretische visie over de construeerbaarheid van feiten te verzoenen valt met zijn praktische ideaal van een verbindende kritiek, vormt dan ook de centrale onderzoeksvraag van deze thesis.

Slachtoffers van onwetendheid: de kennisverspreiding van het DES-hormoon in België sinds 1971

Antje Van Kerckhove
In 1947 veroverde het DES-hormoon de wereld. Het middel had als doel om miskramen te voorkomen en werd wereldwijd voorgeschreven aan miljoenen zwangere vrouwen. In 1971 werd echter aangetoond dat DES schadelijk was voor de baby’s – zogenaamde DES-kinderen – die als foetus werden blootgesteld aan het hormoon. Vooral DES-dochters liepen ernstige medische risico’s. Bovendien bleek jaren later dat ook DES-kleinkinderen vatbaar zijn voor de gevolgen van DES. Dat het middel in België nog zeker tot 1977 – zes jaar nadat de schadelijkheid formeel werd bewezen – is toegediend aan zwangere vrouwen, doet onderzoeksjournaliste Greet Pluymers en enkele DES-dochters vermoeden dat er sprake is van een dofpotoperatie. Een mogelijke doofpotaffaire zou inderdaad verklaren waarom DES op de markt bleef tussen 1971 en 1977, maar het vormt geen antwoord op de vraag waarom er vandaag in België – in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Verenigde Staten en Nederland – nog steeds weinig kennis bestaat of circuleert over de schadelijke gevolgen van het hormoon. Dit onderzoek gaat daarom na hoe de late en gebrekkige kennisverspreiding van DES binnen de Belgische context verklaard kan worden. Daarbij neemt deze studie afstand van een mogelijke doofpotaffaire door op zoek te gaan naar een lange termijn verklaring voor de relatieve onwetendheid over DES in België. Om een licht te werpen op het gebrek aan kenniscirculatie vanaf 1971 steunt dit onderzoek op inzichten uit de agnotologie, een theorie die ervan uitgaat dat onwetendheid het gevolg is van culturele constructies.
Zo bood deze studie – aan de hand van interviews met DES-dochters en gynaecologen – inzicht in de langdurige mechanismen en processen die aan de basis liggen van de gebrekkige kennisverspreiding van het DES-hormoon in België. De rol van ouders en artsen – die golden als de belangrijkste informatieverstrekkers in het kennisproces van DES-dochters – bleek daarbij cruciaal. Indien zij niet optraden als kennisverspreiders, bleven DES-dochters vaak jarenlang in het ongewisse over hun DES-identiteit. Verder wees de analyse uit dat DES-dochters in grote mate afhankelijk waren van toeval voor een juiste diagnostisering. Daarnaast bleek dat de schuldgevoelens van sommige DES-moeders – zeker in huishoudens waar een sterk taboe rustte op infertiliteit – het stilzwijgen van DES in de hand werkte. Op die manier toonde ik aan dat het stigma rond onvruchtbaarheid bijdroeg aan de onwetendheid over DES en niet alle ouders zomaar fungeerden als doorgeefluiken van kennis. Tot slot toonde dit onderzoek aan dat ook gynaecologen hun rol als informatieverstrekkers niet systematisch opnamen. Zo bleek dat artsen – ondanks het feit dat ze sinds het begin van de jaren 1970 geïnformeerd waren over de schadelijkheid van DES – het probleem leken te onderschatten. Deze onderschatting was het gevolg van de overtuiging dat het DES-probleem vanaf het einde van de jaren 1980 verleden tijd was. Maar deze opvatting alleen kon het kennistekort niet verklaren. Andere redenen waren de onzichtbaarheid van het DES-probleem in combinatie met de moeilijkheid om congenitale afwijkingen te linken met het hormoon, de exclusieve focus op fertiliteitsproblemen, het gebrek aan ondervraging
94
en de mogelijk nauwe relaties tussen UCB en de medische wereld. Op die manier ontstond er een algemeen gebrek aan belangstelling voor het DES-probleem in medische kringen in België waar DES-dochters tot op heden het slachtoffer van zijn.